En route vers de nouvelles aventures!
Op 1 augustus 2008 heeft het Netwerk Psychiatrie & Samenleving zich opgeheven. De redenen hiervoor spreken voor zichzelf (Afghanistan, u weet wel of u weet niet).
En route vers de nouvelles aventures!
Zwarte Marsj - 7 september
Zwarte Marsj, STOP DE WAANZIN
(herdenking slachtoffers van psychiatrie en dolgedraaide maatschappij)
Samenkomst:
ergens op een plein in het Centrum
(precieze plaats moet nog bepaald worden in overleg met de Stad Brussel
Zie ook: http://www.sarahbeweging.net/nieuwsbrief/manifestatie.html
(Meer info op 02 466 4850 : Jan Vanhaelen, woordvoerder Sarah Beweging
Psychiatrie: De Industrie des Doods !?
De Industrie des Doods: zo noemen de scientologen de psychiatrie. Wanneer je onderstaand verhaal (enfin: verhaal? geen fictie dus!) leest, zou je op de duur nog overwegen lid te worden van die duistere Scientology Church, die de strijd tegen de psychiatrie tot één van haar topprioriteiten heeft gemaakt.
Nadat een Hollands koppel ons artikel in het weekblad Solidair (nr. 23, 11/06/2008) “De psychiatrie wordt een industrie die de mensen wijs maakt dat ze ziek zijn” http://www.pvda.be/nl/nieuws/artikel/article/de-psychiatrie-wordt-een-industrie-die-de-mensen-wijs-maakt-dat-ze-ziek-zijn.html
had gelezen, kregen we van dit koppel onderstaand schrijven:
"Wat ons na het lezen van uw artikel echter van het hart moet is dat bij vrijwillige opnames met schering en inslag misbruik gemaakt wordt van de situatie en de patient alsnog gedwongen wordt vastgehouden.
Precies zo is met onze dochter gebeurd. Zij heeft zich meer dan een jaar geleden vrijwillig laten opnemen. In de eerste drie weken wordt echter al een Rechterlijke Machtiging aangevraagd. En die kreeg ze na drie weken vrijwillig verblijf ook uitgesproken. Gedwongen opgenomen dus na slechts drie weken, en zonder nieuwe symptomen of verergering van de symptomen. De volgende stap was dan te voorzien: gedwongen medicatie.
De ene psychiater wil dat ze wordt "vrijgelaten" omdat onze dochter geen behandeling wil, de ander zegt: "oh, maar daar weet ik wel wat op. Ik verklaar haar gewoon wilsonbekwaam en dan mag ik alles doen." Wij hebben de psychiater aan de telefoon gehad waarbij hij ons uitlegt dat onze dochter niet altijd wilsonbekwaam is, alleen af en toe (natuurlijk precies op het moment dat hij de gedwongen medicatie door kon drukken). Bizar hoor. Verder heeft de psychiater het lef tegen ons te zeggen, letterlijk: "Het doet er niet toe als ik fouten maak, ik ben gedekt door de wet."
Wilt u het vervolg weten van de levenswandel van onze dochter? Ze is helemaal kapot gemaakt! Eerst werd ze op Zyprexa geplaatst, dan een jaar afbouwen met alle logische psychotische reacties op dit afbouwen en daarna op Clozapine (merknaam Leponex, althans in België; gebruikt als laatste "redmiddel" tegen schizofrenie, maar bijzonder gevaarlijk voor de witte bloedcellen plus andere nare nevenwerkingen; met Leponex zijn in de voorbije decennia al heel wat doden gevallen). Resultaat: 40 pond erbij in 14 maanden. Hersenen kapot. Niet meer durven fietsen. Geen evenwicht meer en een trapje in het zwembad niet meer opdurven. Paniek bij het moeten oplopen van een hoge trap op het station. Trillende benen. Spraakgebrek. Glucose/insuline huishouding kapot. Heel haar metabolisme ontregeld. Constante "chemische" honger door het medicijn, met geen voedsel te stillen. Darmen, lever, nieren, lymfekanalen, longen, huid verstopt, dus geen goede eliminatie van gifstoffen meer. Autovergiftiging dus! Daar komt dan nog een diëtiste die probeert haar toch wat maar te laten afvallen via voedsel waar ze niets van begrijpt en haar rustig ook nog eens aan het giftige aspartaam zet.
Een gevaar voor de samenleving noemen wij dit soort "behandeling" en "therapie". Mensen kapot maken, zo noemen wij dat. En zij, noch wij, kan of kunnen iets doen. Gehersenspoeld met de steeds opnieuw gemaakte opmerking dat ze ongeneeslijk ziek is en levenslang medicijnen nodig heeft. Hetgeen een grove en misdadige leugen is die alleen geuit kan worden door onwetenden. Niet deze kwetsbare mensen zijn een bedreiging voor de samenleving, wel de psychiatrie (de hele ziekteindustrie + de voedingsindustrie) zijn de werkelijke bedreigingen voor de samenleving."
Wij moesten dit even kwijt. Onze dochter is de enige niet. Misbruik maken van vrijwillige opnames is kolfje naar de hand van vele psychiaters, ze weten precies hoe ze het moeten doen en zijn gedekt tot en met. Deze wetten hebben ze kennelijk goed bestudeerd, was het maar zo dat ze de achtergrond van medicijnen en de reacties hierop door het lichaam net zo goed hadden bestudeerd."
Toen we het echtpaar vroegen of we bovenstaand "verhaal" (voor ons niet zo uitzonderlijk of zeldzaam, en voor het echtpaar blijkbaar ook niet, zoals ze hierboven schrijven) op onze blog mochten plaatsen, ontvingen we verdere verduidelijkingen vanwege de moeder (we hebben de herkenbare persoonsgegevens onherkenbaar gemaakt):
"Het betreft mijn biologische dochter en ik leef samen met haar stiefvader (die overigens een fantastische vader voor haar is). Wij wonen in het noord-oosten van Nederland, onze dochter is opgenomen in een instelling waar ook wij tot voor een aantal jaren in de buurt woonden. De biologische vader van onze dochter
woont in het westen van het land.
De opname van onze dochter heeft plaatsgevonden NA onze verhuizing, het was derhalve niet meer dan logisch dat haar biologische vader, gezien ook de enorme afstand van hier tot de inrichting, contactpersoon voor de familie werd. De relevantie hiervan zal aanstonds duidelijk worden. Onze dochter is overigens dik meerderjarig.
De vrijwillige opname waar ik over schreef deed zich voor in januari 2004. Midden februari was er een zitting van de Rechterlijke Macht alwaar de gedwongen opname werd bekrachtigd. Het besluit om over te gaan tot gedwongen medicatie viel in mei 2004 (dat hoorden wij later). Daar er al eerder sprake was geweest van gedwongen medicatie hebben mijn partner en ik schriftelijk te kennen gegeven hier fel tegen te zijn. De biologische vader van onze dochter en zijn partner hebben zich eveneens hiertegen uitgesproken. Onze dochter zelf had al diverse malen te kennen gegeven geen helemaal geen medicijnen te willen.
Ik herinner mij niet precies op welke datum deze gedwongen medicatie ook daadwerkelijk is begonnen, zo'n twee weken erna, maar... ik weet nog wel
heel goed hoe!!!
Op een dag zou er een familiegesprek plaatsvinden. De ochtend van die dag merkte onze dochter bij de verpleegpost een notitie op waarop stond: "Hedenmiddag familiegesprek, NIET aan patiënte melden." Zij had het echter wel gezien. In dit familiegesprek werd meegedeeld dat de gedwongen medicatie, Zyprexa, direct zou ingaan. Onze dochter stond op en probeerde naar de uitgang van de inrichting te rennen. DE DEUREN WAREN ALLE GESLOTEN! Terwijl zij gewoon op een open afdeling verbleef. Zij werd 'gevangen' en naar een isoleercel gebracht. Aldaar werd gezegd: "Deze pil moet je slikken." Hetgeen ze uiteindelijk deed. Daarna heeft ze tien dagen op een gesloten afdeling doorgebracht.
Na een half jaar ging onze dochter door naar de rehabilitatieafdeling van dezelfde inrichting, maar in een andere gemeente.
Nadat onze dochter zo'n jaar Zyprexa heeft geslikt en steeds maar weer vertelde dat zij geen medicijnen wilde werd haar door haar persoonlijke begeleider voorgehouden dat zij mocht afbouwen. Ze zouden
kijken of dit goed ging.
Wel, afbouwen kan alleen gebeuren met nauwkeurig toezien op de persoonlijke situatie van de patiënt. In dit ziekenhuis echter volgen ze een protocol uit een boekje, het doet er niet toe wie de patiënt is en hoe deze in elkaar steekt. Mijn dochter kreeg psychotische reacties ten gevolge van het afbouwen in overvloed. Het laat zich raden, de persoonlijke begeleider vond dat het niet goed ging en vond dat zij omdat zij therapieresistent was dan maar op Clozapine gezet moest worden.
Therapieresistentie kwam uit de heldere hemel vallen en is beslist iets heel anders dan:
a. gevolgen van afbouwen van antipsychotica of
b. de bereidheid te kijken of zij zonder medicatie zou kunnen.
Naderhand hoorden wij dat Zyprexa en Clozapine absoluut niet samen gebruikt mogen worden en dat de Zyprexa dus eerst afgebouwd moest zijn. Het laat zich o.i. makkelijk raden dat onze dochter ten aanzien van het afbouwen van Zyprexa totaal is misleid. Zij werd in de afbouwperiode levendiger en kreeg weer wat hoop op een leven. Toen mijn partner en ik hoorden dat er sprake was van Clozapine, een moordend middel, hebben wij boeken vol nagelezen over dit middel, oa. van Peter Breggin, en allerhande informatie opgevraagd.
Wij hebben naar aanleiding hiervan een vragenlijst met 43 vragen opgesteld voor de behandelende arts. Omdat wij niet verondersteld worden medische kennis te hebben en ons daar ook niet op mogen beroepen hebben wij veel van onze vragen als volgt geformuleerd:
Voorbeelden:
1. "Naar onze informatie is het zo dat de gevolgen van het gebruik van 'antipsychotica' gezien kunnen worden als het chemische equivalent van chirurgische verwijdering van de hersenkwab (chemische verwijdering). De schade die ten gevolge van deze 'verwijdering' binnen de hersenen optreedt zou gezien het veel diepere sederende effect van Clozapine bij gebruik van Clozapine vanzelfsprekend veel groter zijn dan bij andere 'antipsychotica'. Is dit correct? Zo niet waaruit bestaat dan uw tegeninformatie? Indien dit wel correct is hoe groot is dan de kans op (blijvende) hersenschade en waaruit bestaat deze?"
2. "Tardieve psychose en tardieve dementie zouden op termijn behoren tot de zeer waarschijnlijke gevolgen van het gebruik van Clozapine. Is dit correct? Zo niet waaruit bestaat dan uw tegeninformatie?"
3. "Middels welke test is vastgesteld dat de huidige 'ziekte'symptomen van uw patiënte een fysieke oorsprong hebben? Middels welke test is vastgesteld dat zij niet ofwel een sociale of nog een heel andere niet fysieke oorsprong hebben zodat 'behandeling' met medicijnen helemaal niet van toepassing is?"
4. "Middels welke test is uitgesloten dat de huidige 'ziekte'symptomen van uw patiënte bestaan uit 'genees'middelenintoxicatie door langdurig (verplicht)
gebruik van zware medicatie (bv. Zyprexa) waardoor een contra-indicatie is ontstaan voor het inzetten van nieuwe (zware) toxische middelen?"
Wij hebben eveneens gevraagd of is nagegeken of onze dochter over de juiste enzymen beschikt om dit zware middel te metaboliseren en uit te scheiden. Wij hebben gevraagd of uitgesloten was dat er sprake was van Tardieve Dyskinesie (onze dochter was toen al aan het stotteren). Wij hebben gevraagd wat de psychiater zou doen aan het te verwachten enorme overgewicht. Kortom, de lijst vragen was aardig confronterend.
Wij mochten het volgende antwoord van de psychiater manager ontvangen (de behandelend psychiater was destijds nog in opleiding):
"Geachte mevrouw en mijnheer,
Midden januari jl. ontving mevrouw M., de behandelende arts van uw dochter, uw brief met het verzoek de bijna 50 vragen daarin, voor eind januari
te beantwoorden. Mede namens mevrouw M. laat ik u weten dat wij niet op uw verzoek ingaan. Zowel mevrouw M. als ikzelf hebben recent aan de vader van uw dochter mondeling informatie gegeven over de behandeling van uw dochter. De vader van uw dochter staat bij ons geregistreerd als contactpersoon namens de familie en hij heeft mij laten weten dat er afstemming met u plaatsvindt.
Wij vinden het belangrijk dat de familie geinformeerd is over de behandeling van hun familielid en zijn van mening dat wij in het geval van uw dochter voldoende informatie verstrekt hebben. Indien u beiden zelf graag verdere informatie willen, is mevrouw M. zeer bereid u te woord te staan. U kunt hiervoor een afspraak maken via het secretariaat.
Met vriendelijke groeten,
R. de M.
Psychiater/manager behandelzaken
(met een copie aan de biologische vader)"
Tot dusver het antwoord van de psychiater...
Voorlichting over het middel moet nog komen. Wij hebben een goed contact met de biologische vader van onze dochter en hadden ook hem onze vragenlijst toegestuurd zodat hij voorbereid zou zijn bij eventuele familiegesprekken. Hij was echter net als wij geïnteresseerd in de antwoorden op onze vragen en
vroeg derhalve daar hij immers wél als contactpersoon werd gezien of HIJ dan de antwoorden tegemoet kon zien. Hierop kreeg hij een agressief briefje van de psychiater terug waarin werd meegedeeld dat ook hij geen antwoord kreeg op onze vragen.
Korte tijd later is onze dochter aan de Clozapine gegaan en een deel van de rest had ik in mijn andere email al geschreven [hierboven dus, NPS]. Onze dochter heeft een bijna doorgaande gedwongen opname via de Rechterlijke Macht, de volgende zal in augustus wel
weer uitgesproken worden.
Wat ik nog kwijt wil is dat onze dochter in de instelling een klacht had ingediend bij de klachtencommissie. De klachtencommissie nodigde onze dochter uit om samen met het psychiater te komen spreken over de problemen. Ik heb daarop deze klachtencommissie gebeld met de vraag of dit te doen gebruikelijk was, en ja hoor, bij hun is het heel gebruikelijk om een objectief luisterend oor te bieden voor een klacht van een patient over de behandeling door de psychiater waar dan de psychiater zelf bijzit.
Wat misschien nog belangrijk is is dat wij een getekende volmacht van onze dochter hadden waarin zij ons machtigde om in de breedste zin voor haar te
handelen en alle informatie op te vragen die wij van belang achtten. Wij hebben dit herhaaldelijk gemeld maar de psychiaters werden hier niet koud of warm van.
Nogmaals bedankt voor Uw meeleven en bereidheid een en ander in de openbaarheid te brengen. Wie weet tot welk bewustzijn dit kan leiden.
Met heel vriendelijke groet,
Naam en adres van de ouders bij ons bekend."
Dit alles spreekt voor zichzelf, denkt u niet?
Geïnterneerd voor wat Frivoliteit ?
Voor frivoliteit riskeer je dezer dagen ook al geestesziek verklaard te worden en meteen te worden geïnterneerd (TBS in Nederland), althans wanneer je daarvoor aangeklaagd wordt door onze Europese Commissaris Louis Michel.
Michel werd de laatste maanden blijkbaar gestalkt door een al te enthousiaste vrouwelijke fan. Zij stuurde hem, zo berichten onze kranten, een reeks brieven waarin ze Louis advies gaf met betrekking tot allerhande sociale en politieke problemen. Niet erg natuurlijk, zij het dat ze haar adviezen aanvulde met liefdesverklaringen en in de omslag ook foto's (naaktfoto's?), zakdoekjes en zelfs eens een slipje stopte.
Het parket kan met de zaak echter niet lachen en vraagt de internering van de frivole dame.
Vraag:
- als Louis Michel de brieven toegestuurd kreeg op het adres van de Europese Commissie zal hij die brieven wel niet zelf opengemaakt hebben. Zijn secretaresse? En was die mogelijk jaloers? En duwde ze het slipje onder de neus van haar baas (en zijn collega's) in plaats van de rommel vierkant te klasseren?
- als de brieven naar zijn privé-adres werden gezonden, was misschien zijn vrouw aanwezig wanneer hij zijn post opende. Misschien kon die daar ook niet mee lachen en verdacht ze haar gemaal ervan dat hij misschien wel van één en ander genoot. Louis mag dan het laatste halfjaar omwille van zijn opvallend overgewicht verzaakt hebben aan buitensporig gastronomisch plezier (hij is al 25 kg. vermagerd), dat hij zich af en toe eens laat gaan in de geneugtes des levens is algemeen bekend (en waarom zou hem dat niet gegund zijn? Tom Boonen mag wel cocaïne snuiven en dronken aan 180 km/uur over de snelwegen razen, net zoals Club Brugge-voetballer Sterchelé).
Boonen heeft een imagoprobleem, Sterchelé werd vergoddelijkt en Michel laat een fan interneren. Het is wat in de wereld van de Bekende Vlamingen en Belgen tegenwoordig. Al een geluk dat premier Yves Leterme geen tijd heeft om in de buurt van zijn geit te vertoeven. En vooral wat een geluk dat politie, gerecht en media onverschillig hun neus optrekken voor de occasionele uitspattingen van ons gewone mensen.
Of is dat niet zo?
Doden kunnen (meestal) niet spreken !
Hieronder de bemerkingen van de Sarah Beweging bij het verslag van de Enquête Geestelijke Gezondheid in Test Gezondheid nr. 82 - dec. 2007/jan. 2008 (Test Aankoop).
Doden kunnen (meestal) niet spreken
In TEST GEZONDHEID nr. 82 van december 2007/januari 2008 lazen we een interessant artikel: “ENQUÊTE GEESTELIJKE GEZONDHEID, Zielenpijn niet enkel met chemie te bestrijden”
Graag willen we de resultaten van deze waardevolle enquête georganiseerd in België, Spanje, Italië en Portugal tussen maart en mei 2007 wat toelichten vanuit onze ervaring op het terrein. Het artikel in Test Gezondheid had betrekking op de resultaten uit België. Het gaat om een tweevoudige enquête: de eerste bij de bevolking in het algemeen (1), de tweede enkel bij personen die om de psychische problemen te verhelpen hun toevlucht zochten tot professionele hulp (2).
In alle aspecten werd deze enquête door Test Gezondheid professioneel georganiseerd van bij het opstellen van de vragenlijsten en het selecteren van de doelgroep tot en met de verwerking en bespreking van de resultaten van de tweevoudige enquête in één artikel. Dit artikel bracht bijzonder relevante bevindingen naar voren, maar niet iedereen heeft deze bevindingen met de nodige aandacht gelezen.
Daarom nemen wij de tweede enquête (2) even opnieuw onder de loep waarbij we onze eigen wetenschappelijke criteria op het lezen van dergelijk degelijk professioneel artikel toepassen. Wij willen de resultaten en onze kritische benadering ervan onder de aandacht brengen van beleidsverantwoordelijken en zij die duiding brengen naar de publieke opinie toe.
Opstelling van de vragenlijst (2):
• De vragenlijst vertrok over het algemeen van erg dicht bij de stelling dat mensen die hun toevlucht zoeken tot de systemen van Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en psychiatrie in onze maatschappij dit doen omdat ze “psychisch ziek” zijn of psychische problemen hebben.
• Tevens werd er in de vraagstelling van uitgegaan dat GGZ en psychiatrie in onze maatschappij een voor bijna honderd procent verzorgende en helende taak hebben, die kadert in ons Gezondheidszorgsysteem en in de geneeskunde.
Bereiken van de doelgroep (2):
• De vragenlijst was enkel te beantwoorden door personen die in de voorbije vijf jaar in psychiatrische of psychologische professionele behandeling waren “voor hun psychische problemen”. Dit sluit een meer objectieve beoordeling van de eventueel ontvangen “hulp”, door mensen die langer dan vijf jaar geen beroep meer (moeten) doen op dergelijke hulp uit. Wanneer je nog in behandeling bent of in de voorbije jaren met GGZ of psychiatrie te maken had, is het moeilijker daar een genuanceerde en overwogen kijk op te ontwikkelen of er een beoordeling over te maken.
• De vragenlijst was opgemaakt in de gangbare enquête-taal die voor een mens zonder psychische problemen of die niet in behandeling is, al dikwijls moeilijk leesbaar of niet op een redelijke manier beantwoordbaar is. Dat wil zeggen dat personen onder psychiatrische medicatie, in emotionele of psychische problemen, deze lijst zeer moeilijk werkelijkheidsgetrouw konden invullen.
• Personen die zwaar in de problemen zitten door hun ziekte of door hun problemen, of door de problemen van de omgeving, door de behandeling,… konden uiteraard deze lijsten niet invullen, omdat ze meestal niet in staat zijn in dergelijke toestand normaal te spreken, te lezen of te schrijven of op een of andere manier normaal te communiceren.
• De tegemoetkoming van de enquêteurs om personen in problemen daarom te laten bijstaan door een familielid, vriend of hulpverlener, zet geen zoden aan de dijk, want dan krijg je in dit geval wel de inzichten en mening van die familieleden, vrienden of hulpverleners, maar niet van de persoon in kwestie.
• Personen die toch via familie,vrienden of hulpverlener dergelijke enquête gaan invullen, stellen zich mogelijk erg kwetsbaar op. Ze kunnen toch niet gaan melden dat de hulp ontoereikend of slecht of schadelijk is, of dat ze geen steun vinden bij hun familie of omgeving, op gevaar af nog slechter behandeld te worden?
• Naar onze schatting 'leven' er dan ook minstens vijftigduizend personen van de doelgroep in ons land die uitgesloten zijn van deelname omdat ze (met of zonder behandeling) helemaal iets dergelijks niet meer normaal kunnen doen.
• Door bepaalde medewerkende verenigingen, die door ons volkomen onbetrouwbaar geacht worden, werd gretig gebruik gemaakt, niet alleen van het “bijstaan” van de personen in problemen, maar werden ook op bedrieglijke wijze een onmogelijk hoog aantal inzendingen aangeleverd (verscheidene keren de werkelijk voor hen bereikbare personen van de doelgroep).
• Doden kunnen niet spreken. Het aantal voortijdige en onnodige doden door ggz- en psychiatrische behandeling (zowat tienduizend personen in België in de voorbije 5 jaar) konden uiteraard niet deelnemen.
• Vele personen die de voorbije vijf jaar in psychiatrische of GGZ-behandeling zijn of waren, zijn weinig of niet bereikbaar via de media, familie, vrienden, hulpverlening of het internet voor bekendmaking van dergelijke soort enquête. Precies in deze doelgroep is de mogelijkheid van communicatiemiddelen veel meer beperkt dan in gelijk welke andere groep in onze maatschappij (daklozen niet te na gesproken maar bv. gevangenen wel inbegrepen).
• De meeste mensen die psychiatrische of GGZ-hulp ontvingen, durven of willen daar, om allerlei maatschappelijke redenen niet over spreken. Ook anoniem niet. Ze staan in een te zwakke, kwetsbare positie (wat de enquête onrechtstreeks bevestigt). Familie, buren, kennissen- en vriendenkring, het arbeidsmilieu, VDAB, RVA, mutualiteit, juridische kwesties, de hulpverlening, de mogelijkheid om opnieuw in de problemen en de behandeling te komen of om de behandeling nodeloos verslecht en verlengd te zien zijn legio. Om te vermijden dat ze de problemen nog doen verergeren zullen ze meestal liever zwijgen.
Verwerking en bespreking van de enquête-resultaten (2):
Om onder meer alle hier opgesomde redenen bijeen, die niets afdoen aan de waarde van deze enquête en aan de professionaliteit en de zuivere doelstellingen van de enquêteurs, is het redelijk te stellen dat geen tien procent van de beoogde doelgroep van deze enquête bewust kennis genomen heeft. En slechts een klein procent daarvan heeft effectief geantwoord, naast de door derden in hun plaats ingezonden antwoorden en naast ingezonden lijsten van fictieve personen.
Toch is deze enquête meer dan voldoende relevant als we ze toetsen aan de contacten met meer dan tienduizend personen die onze Sarah Beweging in de voorbije twintig jaar in dat kader contacteerden en daarbij al of niet onze hulp inriepen. Dit is de reden waarom we deze enquête-resultaten zoals ze gepubliceerd werden in het artikel in Test Gezondheid enigszins willen toelichten.
Zelfs rekening houdend met alle mogelijke wetenschappelijke enquête-methodes mogen we, zonder tekort te doen aan de verdiensten van dit onderzoek, stellen dat de resultaten gemiddeld een positieve overschatting i.v.m. tevredenheid over de psychiatrische en GGZ-zorg vertonen van minstens tussen 10 en 30 procent. Op sommige niet typisch (on)tevredenheidsvragen schatten we de reële situatie tussen 5 en 10% hoger in. Neutrale, niet typisch (on)tevredenheidsresultaten kunnen we uiteraard moeilijk anders inschatten dan wat uit de enquête blijkt, alhoewel de resultaten anders zouden geweest zijn als men een representatief staal van alle mensen op een neutrale manier had kunnen ondervragen die in hun leven (of bij leven) hulp zochten in de GGZ of psychiatrie.
Onze conclusies en bemerkingen in verband met de enquête-resultaten (2):
Resultaten Test Gezondheid nr. 82 (in het blauw). Onze inschatting of bemerkingen (in het rood)
PSYCHISCHE PROBLEMEN EN GEVOLGEN VOOR HET WERK
Ik was minstens 1 dag afwezig op het werk in de loop van de laatste 12 maanden. 19 %
Ik liep een promotie of andere carrièrekans mis. 11 %
Ik werd beledigd of gediscrimineerd. 20 %
Ik werd ontslagen. 3,5 %
BIJ WIE ZOCHT U STEUN?
Echtgenoot / Partner 36 %
Vriend / collega 32,5 %
Ander familielid 25 %
Geestelijke 2 %
Deskundige uit de gezondheidszorg 22 %
Niemand 35 %
INDIEN U EEN DESKUNDIGE RAADPLEEGDE, WIE WAS DAT DAN?
Huisarts 33 %
Psycholoog 25 %
Psychiater 18 %
Huwelijkstherapeut 9 %
Psycholoog + psychiater 5 %
Neuroloog 4 %
Andere consulent of therapeut 9 %
VOOR WELK(E) PROBLE(E)M(EN) DEED U EEN BEROEP OP PROFESSIONELE HULP?
Depressie 47 %
Angststoornis(sen) 35 %
Verdriet over het verlies van een geliefde 28 %
Depressie + angst 26 %
Problemen met de kinderen of anderen (niet de echtgenoot) 18 %
Huwelijksproblemen 17 %
Stressgebonden problemen 17 %
NAM U GENEESMIDDELEN OM UW PSYCHISCHE PROBLEMEN TE BEHANDELEN?
vrouwen 26 %
mannen 15 %
beide geslachten 22 %
HOEVEEL GENEESMIDDELEN NAM U?
1 46 %
2 28 %
3 14 %
4 5 %
5 of meer 6 %
“Mensen die behandeld werden, kregen doorgaans een of andere gesprekstherapie (cognitieve therapie, gedragstherapie, gezinstherapie, psychoanalyse ...), zonder geneesmiddelen (63 %). 26 % kreeg enkel een geneesmiddelenbehandeling, zonder enige gesprekstherapie. Slechts 11 % combineerde beide vormen van behandeling. Opmerkelijk is dat 14 % de soort van therapie die ze kregen niet kon thuiswijzen. Dat is betreurenswaardig. Wij zijn van mening dat de patiënt zich in hogere mate betrokken voelt als hij weet welke therapie hij volgt en als hij het werkingsprincipe daarvan kent. Tevens verklaren 15 % van de patiënten die werden opgenomen en 24 % van de patiënten die een ambulante behandeling ondergingen dat de therapeut hun nooit een diagnose heeft gesteld. Die hoge percentages doen eveneens vragen rijzen.”
(Enquête Test Gezondheid)
PERCENTAGE ONTEVREDEN OF ZEER ONTEVREDEN PATIËNTEN OVER ...
Opgenomen patiënten
... het gedrag en de deskundigheid van de therapeut 34% 60%
... de administratieve aspecten van de behandeling 40% 65%
... de toegankelijkheid (prijs, wachttijd ...) 43% 70%
... soorten interventies (ontmoetingen met de familie, hulp om werk te zoeken...) 49% 75 à 80%
... de doeltreffendheid van de behandeling 50 % 80%
... de algemene aanpak van de behandeling 51% 80%
... de betrokkenheid van familie en naasten bij de behandeling 57% 85%
... de informatie die de patiënt ontving 73% 90%
Algehele ontevredenheid 45% 70 à 75%
patiënten die enkel een ambulante behandeling kregen
... het gedrag en de deskundigheid van de therapeut 20% 40%
... de administratieve aspecten van de behandeling 43% 70 à 75%
... de toegankelijkheid (prijs, wachttijd ...) 39% 50%
... soorten interventies (ontmoetingen met de familie, hulp om werk te zoeken ...) 35% 65%
... de doeltreffendheid van de behandeling 33% 50%
... de algemene aanpak van de behandeling 40% 60%
... de betrokkenheid van familie en naasten bij de behandeling 41% 65%
... de informatie die de patiënt ontving 73% 85%
Algehele ontevredenheid 38% 60 à 65%
“In het algemeen geldt dat de tevredenheid van patiënten die opgenomen werden (in het ziekenhuis of in een andere zorginstelling) lager is dan die van patiënten die enkel een ambulante behandeling kregen.” (Enquête Test Gezondheid klopt hier met onze ervaring en bevindingen)
ZOU U DEZELFDE BEHANDELING AANRADEN AAN EEN FAMILIELID OF VRIEND MET HETZELFDE PROBLEEM? (% komen ongeveer overeen met de gemiddelde algemene (on)tevredenheidsgraad)
Opgenomen patiënten
ja, zeker 37 %
ja, waarschijnlijk 28 %
patiënten die enkel een ambulante behandeling kregen
ja, zeker 51 %
ja, waarschijnlijk 31 %
HEEFT DE BEHANDELING U GEHOLPEN?
Geen verandering of slechter bij
psychiater (enkel behandeling met geneesmiddelen): 35% 70%
psychiater (enkel gesprekstherapie): 39% 60 %
psychiater (geneesmiddelen + gesprekstherapie): 32% 65%
psycholoog: 37% 50%
huisarts: 51% 60%
“Meer dan 20 % van de Belgen nam in de loop van de laatste twee jaren geneesmiddelen om psychische problemen te boven te komen; vrouwen in hogere mate dan mannen.
Bijna de helft nam slechts een enkel geneesmiddel, maar 11 % nam er minstens 4 verschillende, successief of tegelijkertijd.
Om welke soorten van geneesmiddelen gaat het? Vooral antidepressiva (46 % van al wie geneesmiddelen nam) en angstwerende middelen (38 %). Dit is logisch aangezien de voornaamste problemen depressie en angst zijn. 8 % nam natuurproducten (sint-janskruid, valeriaan ...) en 5,5 % neuroleptica.
Verontrustend is dat niet minder dan 7 % van al wie geneesmiddelen nam, dat deed op eigen initiatief of op aanraden van een naaste, dus zonder medisch advies.” (Enquête Test Gezondheid)
De grote meerderheid van de patiënten die een behandeling volgde, is van oordeel dat die psychotrope geneesmiddelen veel tot zeer veel hielpen. (Enquête Test Gezondheid)
Onze bemerking: bij wie het niet hielp was het wellicht niet (of niet meer) mogelijk om op de vragen te antwoorden.
“De keerzijde van de medaille is dat meer dan 80 % van hen meldt dat ze last hadden van ongewenste nevenwerkingen door het geneesmiddelengebruik, hoofdzakelijk slaperigheid (geciteerd door 43 % van de mensen die nevenwerkingen rapporteren), futloosheid (32 %), geheugenverlies (32 %), onrust/zenuwachtigheid/slapeloosheid (31 %) en seksuele problemen (29 %).
(meestal precies de symptomen of oorzaken van symptomen waartegen het geneesmiddel voorgeschreven en genomen wordt)
De nevenwerkingen variëren van geneesmiddel tot geneesmiddel. En hoe meer geneesmiddelen een patiënt neemt, hoe groter het aantal nevenwerkingen.
Er dient wel te worden opgemerkt dat degenen die een goede relatie hadden met hun therapeut (met name wanneer die hen hielp om de nevenwerkingen te beheren) in veel hogere mate vinden dat de geneesmiddelen ook echt hielpen. Anders gezegd, de kwaliteit van de relatie tussen patiënt en deskundige vormt een essentieel criterium voor de doeltreffendheid van de behandeling .” (Enquête Test Gezondheid)
(onze bemerking: van een placebo-effect gesproken voor wat de positieve werking van die pillen betreft!!! Voor de negatieve werking is er zoveel placebo-effect niet mogelijk, want dan zou haast niemand nog door psychofarmaca geholpen zijn)
“Minpunten
– Een aspect van de behandeling laat duidelijk te wensen over, aangezien nauwelijks een kwart van de patiënten verklaart er (zeer) tevreden over te zijn: de verstrekte informatie .
(Dus bijna niemand is tevreden over de verstrekte informatie)
Voor wie opgenomen werd, ontbreekt het vooral aan informatie over de werkwijze om een klacht in te dienen, over de aard van het probleem, over de mogelijke evolutie van de stoornis en over zelfhulpgroepen en patiëntenverenigingen.
Het eerste punt (over de klacht) is ook de voornaamste lacune voor wie ambulant werd behandeld. Die groep klaagt bovendien over de hoge kosten , vooral in de privésector.
– Sommige aspecten betreffende de sociale re-integratie van residentiële patiënten leiden evenmin tot grote tevredenheid (hulp om werk te vinden en om de werkbekwaamheid te verbeteren, betrokkenheid van de familie en naasten, hulp om een uitkering of financiële hulp te krijgen ...). Toch zijn dat belangrijke criteria.
– Zo'n 22 % van de patiënten zette de behandeling stop vooraleer ze ten einde was. (Slechts zeer weinigen die de behandeling stop zetten of eraan overleden zijn en dus ook de behandeling stop zetten zullen de enquête kunnen beantwoord hebben)
De voornaamste verklaringen daarvoor zijn dat de patiënten het gevoel hadden dat een voortzetting van de behandeling niet zou hebben geholpen of dat het probleem volgens hen opgelost was of makkelijker te dragen.
De hoge prijs van de behandeling ligt mee aan de basis van 17 % van vroegtijdige stopzettingen. Een derde van de mensen die opgenomen waren en hun behandeling staakten, verklaart dit doordat ze de hele dag nutteloze activiteiten moesten doen.
Wij zeiden al dat ongeveer 20 % van de bevolking meldt al beledigd of gediscrimineerd te zijn vanwege de psychische moeilijkheden .
Voor dat aspect ondervroegen wij de patiënten die een behandeling volgden meer in detail. Vooral patiënten die werden opgenomen, melden dit soort van situaties: niet minder dan 33 % van hen zegt verbale beledigingen of bedreigingen te hebben gekregen van andere patiënten en 17 % ... van het personeel van de instelling.
(resp. meer dan waarschijnlijk minstens 50% en 35%)
8 % verklaart fysiek te zijn bedreigd of aangevallen door andere patiënten, en 4,5 % door het personeel.
(volgens ons resp. minstens 25% en 20%)
Gevallen van ongewenste seksuele intimiteiten werden gemeld door respectievelijk 7 % (andere patiënten) en 2,3 % (het personeel).
(volgens ons resp. minstens 20% en 10%)
“Deze cijfers zijn vanzelfsprekend choquerend en wijzen erop dat patiënten zich niet steeds in een omgeving bevinden die genezing bevordert ...
– Een andere delicate kwestie is die van dwangmaatregelen. Zo zijn er de gedwongen opnamen (naar schatting 2 500/jaar), die altijd al controversieel zijn geweest; 14 % van de deelnemers die opgenomen werden, zegt dit te hebben meegemaakt. Ook verschillende andere vormen van dwangmaatregelen (44 % van de respondenten kreeg ermee te maken) staan ter discussie. Doorgaans komt het er daarbij op aan de patiënt te verbieden de afdeling te verlaten of hem in zijn kamer of in een isolatiekamer af te zonderen. Sommigen melden ook met armen en/of handen te zijn vastgebonden of onder dwang geneesmiddelen toegediend te hebben gekregen.” (Enquête Test Gezondheid)
(We hebben verscheidene honderden getuigenissen inzake onverantwoorde toepassing van dwangmaatregelen verzameld in de loop van de voorbije twintig jaar)
Algemene conclusie:
Waarom zou men meer geld investeren in het bestendigen van de manier waarop een sector georganiseerd is, een sector die niet alleen verlieslatend is, maar die tevens vele duizenden mensen per jaar in ons land niet kan helpen en vele honderden mensen per jaar in ons land onnodig en ongepast doet overlijden?
Om deze sector gezond te maken is er niet meer geld nodig, maar minder.
Er is in de eerste plaats een mentaliteitsverandering nodig.
De top van deze sector en ieder die er in werkt moet eerst leren luisteren naar de hulpvragers (dus niet naar de industrie en de nepverenigingen VVGG, VVMD (Ups & Downs), UilenSpiegel, Similes, Zitstil enz.) en naar wat er op het terrein leeft.
Deze sector moet herkennen en erkennen dat zijn (vooral biopsychiatrische en biopsychofarmacologische) methodes niet wetenschappelijk gefundeerd zijn maar behoren tot een machtsapparaat dat de maatschappelijke problemen moet opvangen op een pseudo-geneeskundige wijze.
Deze situatie brengt mee dat er meer “zieken'” en slachtoffers (doden, levenslang zwaar gehandicapten) gemaakt worden door dit systeem dan dat er leed door verholpen wordt.
De huidige GGZ en psychiatrie bij ons zouden eigenlijk voor zowat 90 % niet onder gezondheidszorg en geneeskunde mogen ressorteren maar behoren tot het domein van het psycho-sociaal welzijn.
Alleen als men bereid is verder te kijken dan wat door de top van de psychofarmaceutische en de psychiatrische industrie al meer dan een halve eeuw voorgeschoteld wordt, zijn er oplossingen en verbeteringen mogelijk.
Wie hier niet voor openstaat, kan hoegenaamd geen gesprekspartner zijn bij dit debat.
werken voorkomt en geneest depressie
Werk helpt depressie verwerken
Gaan werken is niet de oorzaak van een depressie, integendeel. De kans is groot dat je job en je collega's je net mentaal gezond houden. Werkende mensen herstellen sneller van een depressie dan niet-werkende.
Misschien omdat ze wisten dat ze zich moesten herpakken, maar het effect was het grootste bij degenen die een begrijpende en flexibele baas hadden, die contact hield met de depressieve werknemer. Ook op lange termijn is werken en de draad terug oppakken beter dan thuis zitten.
Dat kwam naar voren uit Brits onderzoek bij 500 mensen die na een depressie terug aan het werk gingen. Ze werden daarbij opgevolgd door gedragstherapeuten. "Bazen staan vaak weigerachtig om contact op te nemen met hun werknemers, omdat ze niet willen beschuldigd worden van vriendjespolitiek of lastig vallen. Maar sympathiek contact kan de gezondheid van de werknemer erg vooruit helpen.", verklaarde Gordon Parker in de Britse krant Daily Mail.
Wat ons nog allemaal te wachten staat
[Een oude tekst, ons doorgestuurd door Monica S., ondertussen zal men wel nog wat meer 'gevorderd' zijn. Met radio-golven onze chromosomen beïnvloeden kan natuurlijk aangewend worden om erfelijke ziekten te voorkomen, maar ook voor heel wat minder prettige zaken, afhankelijk van wie de radiogolven uitzendt. En het is geweten dat de militairen en de veiligheidsdiensten er altijd het eerst bij zijn om dat soort nieuwe uitvindingen of technologieën in te zetten, legaal of buiten elke democratische controle.]MIT researchers control biological materials with radio waves
CAMBRIDGE, Mass. -- It's not exactly "ET, phone home," but researchers at the Massachusetts Institute of Technology report in the January 10 issue of Nature that they can "speak" to DNA biomolecules with radio waves.
The goal is to instruct biological materials how to act for a variety of purposes. Biological machines may one day be used to perform computation, assemble computer components or become part of computer hardware or circuitry. Radio-controlled biology may lead to single-atom or single-molecule machines or the ability to hook tiny antennae into living systems to turn genes on and off.
"Recent studies have provided new insights into the complexity, precision and efficiency of biomolecular machines at the molecular scale, inspiring the development of physical and chemical manipulation of biological systems," said Joseph M. Jacobson, associate professor at the MIT Media Lab and an author of the study. "Manipulation of DNA is interesting because it has been shown recently that is has potential as an actuator (a hard drive component) and can be used to perform computational operations."
MIT researchers predict that radio frequency (RF) biology will have a broad range of applications. Because virtually all biological molecules can be linked with gold or other semi-conducting nanoparticles, these molecules can be controlled electronically, remotely, reversibly and precisely, says Shuguang Zhang , associate director of MIT's Center for Biomedical Engineering and one of the study's authors. Such systems will have profound implications for finely dissecting detailed molecular interactions and formations, he said.
SINGLE-ATOM MACHINES
Jacobson, head of the Media Lab's Molecular Machine group , has a background in quantum physics. He became interested in using biology as a tool to create nanometer-length machines. The ultimate goal, he said, is a machine on the single-atom or single-molecule level.
It's hard to manufacture computer chips much smaller than 30 nanometers, but biology has an excellent track record at creating tiny workable systems. The cell itself is a phenomenal little machine with its own power supply and memory. "If we're interested in molecular-scale machines, biology is a wonderful place to start," Jacobson said.
He worked with researchers from MIT's Center for Biomedical Engineering to attach tiny radio-frequency antennae -- a metal nanocluster of less than 100 atoms -- to DNA.
When a radio-frequency magnetic field is transmitted into the little antennae, the molecule is zapped with energy and responds.
Hybridization is the process of joining two complementary strands of DNA or one each of DNA and RNA to form a double-stranded molecule. In dehybridization, the strands unwind. Using this technique, the researchers dehybridized double-stranded DNA in a matter of seconds. The switching is reversible, and did not effect neighboring molecules.
Nanocrystals can be attached to proteins as well as to nucleic acids. This opens the possibility of switching more complex processes such as enzymatic activity, biomolecular assembly, gene expression and protein folding. The function of cells' components and the cell life cycle itself may be electronically regulated with radio frequency, Jacobson said.
The goal is build molecules into systems that turn on and off depending on the electronic commands they receive. It may one day be possible to hook the antennae into living systems and turn genes on and off. "There are already numerous examples of nanocrystals attached to biological systems for the purpose of sensing," said co-author Kimberly Hamad-Schifferli , a postdoctoral associate in the MIT Media Lab. "However, we hadn't come across any examples where they are used as a means of controlling the biology."
SEEKING ULTIMATE ANSWERS
"The development of molecular biology has witnessed many examples of ways to design new tools that accelerated uncovering nature's secrets," Zhang said. "Regulation of biomolecules using electronic RF control represents a new dimension in biology."
The exquisitely fine electronic controls of biological regulation will likely become more and more important in understanding complex molecular interactions in great detail, he said, because there is currently no other way to achieve fine local control without disturbing neighboring molecules. He likened the level of communication to using a mobile phone to convey a message to a single person in a crowd.
"Radio frequency biology provides us with some extraordinary tools and with unprecedented precision controls to study biomolecules and their interactions. These new tools and technologies will undoubtedly accelerate and advance our knowledge in finest detail. It not only opens new avenues for us to ask big and deep questions but also to attain the ultimate answers in biology," Zhang said.
In addition to Jacobson, Hamad and Zhang, the study's authors are John J. Schwartz, a former postdoctoral associate in MIT's Center for Biomedical Engineering who now works for a company called engeneOS in Waltham, Mass., and MIT student Aaron Santos. Jacobson and Zhang also are affiliated with engeneOS, which designs and builds programmable biomolecular devices consisting of natural and non-natural materials for commercial applications.
This work is funded by the Defense Advanced Research Projects Agency (DARPA) and the Things That Think consortium at the MIT Media Lab.
Spirituele Quatsch
Een baxter van spirituele quatsch
Deeksha blues: Gedrogeerd door een overdosis new age

Channelen met Orin, het lichtlichaam in jezelf laten ontwaken: voor de wetenschap is het klinkklare nonsens, maar het staat iedereen vrij te geloven wat hij wil. Tot je moeder haar hele gezin laat vallen omdat ze zich 'op een hoger energieniveau bevindt' dan haar omgeving.
ForumPsy Meeting 14/06/2008 Tickets!
|
|
MEETING / BOZAR / 14.06.08
10 > 18 u
Vragen bij de notie « gedragsstoornis » en het vroegtijdig opsporen ervan
!! Tickets nu beschikbaar!! 10 euro / Studenten 5 euro Reserveer telefonisch op 02 507 82 00
!!! Wenst U de tickets thuis per post te ontvangen, dan dient U vrijdag 6 juni voor 19u te reserveren
|
|||
| Francesca Biagi Chai (psychiater, psychoanalyticus Parijs, auteur van "Le cas Landru à la lumière de la psychanalyse"); Jean-Marie Byttebier (beeldend kunstenaar, directeur Academie voor beeldende kunsten Waasmunster, docent schilderkunst Academie Waasmunster en Deinze); Yves Cartuyvels (jurist, criminoloog, professor Facultés Universitaires de Saint-Louis); Gerda Dendooven (auteur en illustratrice van (kinder)boeken); Mattias Desmet (doctor psychologie, doctor-assistent vakgroep Psychoanalyse en Raadplegingspsychologie Universiteit Gent); Noelle Desmet (docent-onderzoekster Institutionele Pedagogiek); Cis Dewaele (coördinator Koepelorganisatie Straathoekwerk in Vlaanderen (Vlastrov)); Philippe Fouchet (professor Klinische en Differentiële Psychologie Université Libre de Bruxelles); Thomas Gunzig (auteur, columnist, docent literatuur); Dan Kaminski (jurist, criminoloog, professor École de Criminologie van de Université Catholique de Louvain); Jan Masschelein (Hoogleraar Wijsgerige Pedagogiek Katholieke Universiteit Leuven); Philippe Meirieu (docent Opvoedingswetenschappen Université Lumière-Lyon2); Eric Messens (psycholoog, directeur Ligue Bruxelloise Francophone pour la Santé Mentale); Pascal Pernot (doctor Psychologie, psychoanalytica); Isabelle Quintens (psychologe, regiomanager Bijzondere Jeugdbijstand Oost-Vlaanderen); Rudi Roose (doctor-assistent vakgroep Sociale Agogiek Universiteit Gent, docent vakgroep Criminologie Vrije Universiteit Brussel); Francis Turine (voorzitter Institut Wallon pour la Santé Mentale, hoofd Plate-Forme Namuroise de Concertation en Santé mentale, directeur Centrum voor Kinderpsychiatrie "Les Goélands" Spy); Benoit Toussaint en Antoine Janvier (Pédagogie Nomade (alternatieve school voor secundair onderwijs)); Marc De Kesel (doctor filosofie Arteveldehogeschool Gent en Universiteit Nijmegen; Stijn Vanheule, (psychoanalyticus, docent psychoanalyse en klinische psychodiagnostiek vakgroep Psychoanalyse en Raadplegingspsychologie Universiteit Gent); Michel Vandenbroeck (wetenschappelijk medewerker vakgroep Sociale Agogiek Universiteit Gent, voorzitter Expertisecentrum voor opvoeding en kinderopvang, voorzitter VBJK, lid European Early Childhood Education Research Association); Urbain Wanten (directeur (op rust) dienst Jeugdbescherming Luik); Alfredo Zenoni (doctor psychologie, psychoanalyticus Brussel, docent Section clinique de Bruxelles).
|
BOZARTICKETS Het bespreekbureau van het Paleis voor Schone Kunsten Ravensteinstraat 18 (tegenover het Paleis voor Schone Kunsten) Van maandag tot zaterdag, van 11:00 tot 19:00. Het bespreekbureau is bovendien 1 uur vóór elke voorstelling open. Betaling: cash, bankkaart, creditcard, overschrijving op het nummer 210-0060441-62 TELEFONISCH +32 (0)2 507 82 00 Van maandag tot zaterdag, van 9:00 tot 19:00 Betaling : cash, bankkaart, creditcard, overschrijving op het nummer 210-0060441-62. Per bestelling wordt € 3,00 aangerekend voor de reservatiekosten. VIA INTERNET www.bozar.be : klik hier
|
Uitgaven antipsychotica met 8 miljoen euro gestegen
Uitgaven geneesmiddelen stijgen met 6 procent
De uitgaven voor geneesmiddelen stijgen opnieuw spectaculair. Op basis van concrete cijfers en projecties raamt het Riziv de totale uitgaven voor geneesmiddelen in de tweede helft van 2007 op bijna 3,34 miljard euro. Dat is een stijging met bijna 6,1 procent. De voorbije jaren was er nog sprake van een lichte daling.
Vooral in ziekenhuizen gaan de uitgaven voor geneesmiddelen pijlsnel omhoog. Het zesmaandelijkse MORSE-rapport, dat De Morgen kon inkijken, maakt melding van een stijging met 7,9 procent tot 1,06 miljard euro. De oorzaak voor die forse toename ligt vooral bij de zogenaamde 'weesgeneesmiddelen'. Dat zijn geneesmiddelen waarmee aandoeningen behandeld worden die zeldzaam zijn maar die vaak zeer veel geld kosten.
De stijging van de uitgaven voor geneesmiddelen blijft overigens niet beperkt tot ziekenhuizen. Ook de uitgaven voor geneesmiddelen verstrekt door apotheken steeg in de tweede helft van 2007 met 5,27 procent tot ruim 2,27 miljard euro. Opvallend daarbij is de stijging van de uitgaven voor cholesterolverlagende medicatie. Vorig jaar voerde toenmalig minister van Sociale Zaken Rudy Demotte (PS) de kiwi light in. Dat zorgde voor een forse prijsdaling. De verwachte besparing van 14,6 miljoen euro wordt echter teniet gedaan door een meeruitgave van 20 miljoen euro voor dure cholesterolverlagers die buiten de openbare prijsbesteding van de kiwi light vallen, dit vermoedelijk onder invloed van een groots opgezette farmaceutische marketingcampagne.
Het MORSE-rapport maakt verder ook een opmerking bij de forse stijging van de uitgaven voor de zogenaamde "atypische antipsychotica" (Risperdal, Seroquel, Zyprexa, e.d.). Geneesmiddelen die vooral bij psychotische patiënten gebruikt worden. Ook die evolutie lijkt in belangrijke mate mee bepaald te worden door farmaceutische marketing. De groei in uitgaven voor atypische antipsychotica met 8 miljoen euro per jaar, staat volgens het MORSE-rapport "in schril contrast met het in twijfel trekken van het nut van deze producten in psychose, agressie en agitatie bij alzheimerpatiënten."
U hoort het zo ook eens van een ander, en MORSE is zeker niet de eerste de beste.
Caritas weigerde eeuwen geleden al klanten !!!
Nogal wat (terechte) ophef over het feit dat Caritas (officieel hetende Verbond der Verzorgingsinstellingen VVI) haar ziekenhuizen aanraadt abortus omwille van een handicap bij de foetus te weigeren. Maar reeds in de 17de en de 18de eeuw weigerde men in Munsterbilzen klanten met zekere gebreken. Zie maar (met dank aan Kudolenis).


Misschien en wellicht zal je de paginafoto's moeten vergroten om het verhaal te kunnen lezen!
Of ga met een directe link naar:
http://i251.photobucket.com/albums/gg283/ericrosseel123/munsterbilzenhandicap1.jpg en:
http://i251.photobucket.com/albums/gg283/ericrosseel123/munsterbilzenhandicap2.jpg
Kind-zijn: een ziekte, een stoornis ??
De Hoge Gezondheidsraad (het wetenschappelijk adviesorgaan van de Federale OverheidsDienst Volksgezondheid, vallend dus onder het ministerie van Sociale Zaken & Volksgezondheid van Laurette Onkelinx) bereidt een expertenrapport voor rond "gedragsstoornissen bij kinderen en adolescenten". De daarin gehanteerde benadering is echter zeer eenzijdig. Eigenlijk wordt beoogd elk gedrag van een kind of jongere dat niet past bij gewenste waarden en normen (gewenst door wie?) als “probleem” en “stoornis” aan te duiden. Erger nog: elk “afwijkend” gedrag zal ervan verdacht worden mogelijk de voorbode te zijn van delinquent gedrag op latere leeftijd. Door het vroegtijdig opsporen én corrigeren van gedragsafwijkingen bij kinderen zou “men” via een combinatie van gedragstherapie en medicatie in staat zijn om effectief aan preventie van later delinquent gedrag te doen. Andere bestaande zienswijzen op de ontwikkeling van kinderen en op de aanpak (“therapie”) van probleemkinderen komen in het rapport niet of nauwelijks aan bod. Tegen deze eenzijdige visie die politiek van aard is (ze moet uitmonden in aanbevelingen voor de overheid) neemt het weerwerk toe. Op initiatief van het Collectief van ForumPsy wordt op 14 juni in het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel (BOZAR) van 10 u. tot 18u. een tweetalige Nationale Meeting gehouden. Een petitie werd reeds ondertekend door een 2.000-tal verenigingen en praktijkmensen, therapeuten, jeugdconsulenten, sociale werkers maar ook intellectuelen en politici, uit alle delen van het land (http://www.forumpsy.be/).***
Ondanks onze Westerse welvaart zitten steeds meer mensen in de problemen, niet enkel financieel (door de toegenomen kloof tussen rijk en arm) maar ook met zichzelf, ze hebben “psychische problemen”. De geestelijke (on)gezondheid is dan ook onderwerp van grote bezorgdheid, zowel bij de mensen zelf als bij deskundigen en beleidsmakers: depressies, drugsverslaving, zelfmoord, agressie op het openbaar vervoer, etc. De “activering”, de toegenomen prestatiedruk op school en de werkstress bij volwassenen, het opzetten van mensen tegen elkaar: het ganse maatschappelijk klimaat leidt tot een toenemende geestelijke druk. Velen gaan er onderdoor, bij anderen slaan de stoppen door. Vooral onze kinderen krijgen het moeilijk. Opvoeding en onderwijs worden volledig en uitsluitend gestroomlijnd op de inpassing van jongeren in de markteconomie. In de praktijk, op school, op het werk, in het gezin, betekent dit dat elke vorm van niet gepast gedrag een probleem wordt of kan worden (bv. wat valt onder stalken, pesten op school of het werk, of seksuele intimidaties, wordt steeds breder en ruimer zodat op de duur over iedereen wel kan geklaagd worden). Zodra kinderen thuis of op school uit de toon vallen (bv. emotioneel heftig reageren, wat opstandig of ongehoorzaam zijn, kattenkwaad uithalen, eens een week minder zin hebben om te studeren of hun huiswerk te maken, enz.), maken ouders zich zorgen dat er iets met hun kind aan de hand is. Of het kind riskeert door de leerkracht naar de psychologen van het Centrum voor Leerlingen Begeleiding (CLB) gestuurd te worden.
Jeugddelinquentie, dat zal niemand ontkennen, is zeker een ernstig probleem. Voor de publieke opinie en de overheid gaat het daarbij niet enkel om individuen die een ander vermoorden voor een mp3-speler (de zaak Joe Van Holsbeek) of een sigaret (Oostende, februari 2007) of scholieren die met een mes naar school gaan, maar ook om jongerenbendes die zorgen voor overlast of rellen zoals in Anderlecht. Groepsverkrachtingen van meisjes door jongerenbendes kunnen uiteraard niet getolereerd worden. Maar het lijkt erop dat een aantal uitzonderlijk spectaculaire misdaden worden uitvergroot om de jeugd in zijn geheel repressief aan te pakken: hier en daar wordt al geroepen om jongeren te verbieden eens een pintje te pakken. In de grote meerderheid van deze gevallen is het totaal onduidelijk of het delinquent gedrag te wijten is aan het feit dat er iets “psychisch” scheelt met de dader of dat de oorzaak moet gezocht worden in maatschappelijke problemen (armoede, discriminatie, achterstelling van minderheidsgroepen, de benarde situatie van alleenstaande ouders, etc.). Het is logisch dat als de delinquentie een sociale oorzaak heeft, een medische of psychologische begeleiding (door medicatie of therapie) niet veel zal uithalen wanneer de maatschappelijke levensvoorwaarden niet worden verbeterd. Daar wringt hem uiteraard het schoentje. Want om de privileges van de rijken te beschermen betaalt de overheid graag de prijs van de jeugddelinquentie, zeker als die delinquenten armen en minder begoeden zijn. Ze levert ook jobs aan politie en allerlei deskundigen: psychiaters, psychologen, therapeuten, etc. Ondertussen laten die spectaculaire misdaden gepleegd door minderjarigen toe een klimaat te scheppen waarbij media en politici eisen formuleren voor het oprichten van heropvoedingskampen, de bouw van jeugdgevangenissen en gesloten inrichtingen, meer kinderpsychiatrie etc. We weten ondertussen wel dat als je als kind in een instelling geplaatst wordt, als je zelfs voor een tijdje in een psychiatrische afdeling wordt opgenomen, dit in veel gevallen betekent dat je ganse verdere leven om zeep is. Enkele maanden geleden klaagde UNICEF-België nog aan dat minderjarigen in de psychiatrie dikwijls zonder echte aanleiding en als “straf” opgesloten worden in isoleercellen of op hun bed vastgebonden worden (www.unicef.be/MFiles/Hopital2.pdf). Het is uiteraard ook duidelijk dat een repressieve aanpak vooral en zelfs uitsluitend kinderen van arme gezinnen zal treffen.
Om de sociale aspecten van probleemgedrag en delinquentie te verdoezelen wordt de ganse kwestie dan maar “gemedicaliseerd” en “gepsychologiseerd”: een zaak voor dokters, psychiaters en psychologen dus. Men maakt ons wijs dat al deze mensen die ongewenst of misdadig gedrag vertonen, iets verkeerd hebben aan hun genen, dat ze erfelijk belast zijn of dat hun hersens niet goed functioneren. Het probleemgedrag zou dus wijzen op een “ziekte” of een “stoornis” en zou dus in de eerste plaats met medicijnen of met individuele gedragstherapie kunnen worden aangepakt. Wat het kind zelf te zeggen heeft over het hoe en waarom van zijn gedrag, speelt dan geen rol meer. Vandaar de plannen van sommigen om alle kinderen te onderzoeken naar tekenen van afwijkend gedrag dat volgens deze deskundigen later zou verworden tot delinquent gedrag.
Plannen om alle kinderen te “screenen” op “afwijkend” of “antisociaal” gedrag om zo die kinderen te detecteren die geacht worden te eindigen als de “rotte appels in de mand”, liggen niet alleen klaar in België. Bij de Bush-administratie in de Verenigde Staten zijn deze plannen al jaren geleden uitgewerkt door “specialisten” van de American Psychiatric Association (de beroepsvereniging van psychiaters). Alle kinderen van 3 tot 6 jaar zouden met psychologische tests gescreend worden op “voorbestemdheid” tot antisociaal gedrag en wie slecht scoort zou aan “speciale behandelingen” (van therapie tot plaatsing in een instelling) onderworpen worden. Loic Wacquant’s boek “Straf voor de armen” (EPO, 2006) laat zien hoe sinds 1995 in de USA, maar sindsdien ook in Europa, budgetten voor welzijn en educatie (bv. voor alleenstaande moeders) overgeheveld worden naar justitie en jeugdpsychiatrie. Het rapport en de screening van kinderen die in België door de Hoge GezondheidsRaad zullen worden voorgesteld, lijken dan weer een getrouwe kopie van het werkstuk “Trouble des Conduites chez l’enfant et l’adolescent” dat in 2005 in Frankrijk werd gepubliceerd door de INSERM (Institut National de la Santé et de Recherche Médicale). Daarin wordt gepleit om “gedragsstoornissen” reeds op te sporen bij kinderen onder de 36 maand. Daar lezen we: “het is geweten dat agressiviteit, ongehoorzaamheid en zwakke emotionele controle tijdens de kindertijd gedragsstoornissen in de adolescentie voorspellen" (zie ook www.pasde0deconduite.ras.eu.org/). In deze context is het niet onvermeldenswaardig dat Sarkozy stelde dat de jongeren die de voorbije jaren rellen veroorzaakten in de Parijse banlieues “biologische afwijkingen” vertoonden; kortom: een medisch en geen maatschappelijk probleem!
Het Collectief ForumPsy dat de meeting van 14 juni organiseert, benadrukt een viertal punten.
1. Het begrip “gedragsstoornis” is een vreemde diagnose die de noties van “psychisch lijden” en “afwijkend gedrag” op één hoop gooit. Een kind dat eens een woedeaanval heeft of ongehoorzaam is, lijdt niet en misschien is zijn opstandig gedrag niet eens negatief maar heeft het kind gegronde reden. Het begrip “gedragsstoornis” wordt dan voor de deskundigen van de HGR een passe-partout voor de meest uiteenlopende situaties en problematieken. Blijkbaar gaat men ervan uit dat al die problematieken dezelfde oorsprong hebben. De ideologie hierachter herleidt elk persoonlijk of sociaal onbehagen tot een strikt gedragsmatige of biologische oorzaak. Al geeft men en passant wel toe dat sociale- en onderwijshervormingen nodig zijn, toch gaat alle aandacht naar het in de prilste kindertijd opsporen van de eerste tekenen van een soort “voorbeschiktheid” tot later onaangepast gedrag. Ter preventie hiervan zal men dan maatregelen op gedragsmatig én medicamenteus vlak voorstellen. Deze benadering wil ons doen geloven dat het mogelijk is wetenschappelijk en vroeger dan ooit te voorspellen dat een kind dat op zijn eerste of tweede jaar opvallend “raar” doet, later in aanvaring zal komen met de wet. Op deze wijze wordt een opvoeding gepromoot die niets meer is dan een zuivere dril en wordt de ouder-kind-verhouding een eenvormig en strak gedragspatroon. Dat de “psyche” van een kind bijzonder complex is en meer is dan wat oppervlakkig aan zijn gedrag valt waar te nemen, wordt niet meer in rekening genomen. De bijzonderheid van elk kind en van elk probleem, zoals die naar voren kan komen in niet-gestandaardiseerde ontmoetingen en gesprekken waaraan degene die “lijdt” zelf ook actief deelneemt, gaat volledig verloren. De “gedragsmatige” benadering kan dus hoogstens leiden tot een uitgekiende combinatie van conditionering én medicamenteuze controle van het gedrag. Een controle die, zoals elke controle, het gevaar inhoudt uit de hand te lopen, met catastrofale gevolgen, niet alleen voor de gezondheid van het kind, maar ook voor de sociale relaties in het algemeen, voor het sociale weefsel dus.
2. De impasses van een over-medicalisering van het psychisch lijden bij kinderen. De eenzijdige nadruk op het opsporen van ongewenst gedrag bij kleine kinderen en dit aanduiden als een “stoornis” brengen vrij automatisch met zich mee dat dit gedrag zo snel mogelijk uit de wereld moet geholpen worden, hetzij door gedragstraining (“gedragstherapie”), hetzij met behulp van medicamenten. En dit laatste is in wezen het “goedkoopst”. Het vaststellen van ongepast gedrag bij kinderen zal er dus onvermijdelijk toe leiden dat nog meer kinderen omwille van eerder banale problemen een medisch-psychiatrische diagnose krijgen en behandeld worden met psychofarmaca waarvan de werking en de nevenwerkingen op de verdere ontwikkeling van het kind, van zijn hersenen en andere organen en van zijn gevoelsleven en zijn intellectuele groei, nauwelijks bekend zijn, zeker niet op de lange termijn. Ongetwijfeld denkt u daarbij aan de gulzigheid waarmee geneesheren kinderen het ADHD-medicijn Rilatine voorschrijven, maar ook het toedienen van zware antipsychotica grijpt om zich heen, zelfs als die middelen niet geregistreerd zijn als geschikt voor kinderen. De marketing van de farma-industrie speelt hier handig in op de ongerustheid van ouders en op de wens van dokters om aan de ouders de indruk te geven dat ze “echt iets doen aan het probleem”. In de Verenigde Staten lopen nu reeds een tiental processen van Staten die de farmaceutische bedrijven voor de rechter hebben gedaagd wegens onverantwoorde praktijken en misleiding van geneesheren en consumenten. Hierbij worden kinderen opgezadeld met zware antipsychotica (zoals Risperdal van “onze” Janssen Pharmaceutica) voor “aandoeningen” waarvoor het geneesmiddel niet is goedgekeurd. De farma-firma’s zoals Eli Lilly hebben de laatste twee jaar al miljarden dollars betaald om rechtszaken minnelijk te schikken. De situatie is nu zo dat in de USA 60 op 10.000 kinderen antipsychotica gebruiken (wat nog maar één soort van de groep van de psychofarmaca is); in Groot-Brittanië is dit 10 à 15 op 10.000. Bedenken we daarbij ook dat de meeste “dolle schutters” die in scholen schieten op alles wat beweegt, psychofarmaca nemen (Rilatine of antidepressiva). Bij ons loopt het nog niet zo uit de hand: en we laten dit best zo!
3. De ontsporingen waartoe het “voortijdig opsporen” van onaangepast gedrag zal leiden. Uit het voorgaande kan u reeds zekere gevaren en mogelijke ontsporingen afleiden. Het nodeloos opsolferen van kinderen met een psychiatrische diagnose, waardoor ze het gevaar lopen door vriendjes, familieleden en kennissen als “zotten” behandeld te worden (de zogenaamde “stigmatisering”) en riskeren in instellingen opgenomen te worden; het overmatig en dikwijls volkomen nodeloos medicijnengebruik met haar impact op de sociale zekerheidsbudgetten; ongerustheid bij ouders dat hun kind als misdadiger kan of zal eindigen; enzovoort.
4. De ideologie van de mens als machine. De benadering om op basis van gedragsuitingen van kinderen die als het ware pasgeboren zijn, jeugddelinquentie af te leiden en te voorspellen en de aanpak om deze delinquentie door een soort gedragsdressuur te verhinderen, ziet kinderen blijkbaar als een soort machines waarvan het goed functioneren kan verzekerd worden met wat smering met de juiste olie. De geschiedenis leert ons dat mensen als machines behandelen steeds met mislukkingen en rampen is geëindigd. Kinderen zijn een vat vol mogelijkheden: laten we hen de ruimte geven om hun mogelijkheden zo goed en zo veel mogelijk te ontplooien in plaats van hen in te perken op manieren die hun mens-zijn niet meer respecteren.
Het zijn vooral de psychoanalytici die op de meeting van 14 juni weerwerk bieden, maar zeker niet alleen zij. Wel al wie meent dat een “afwijkend” i.e. “ongewenst” gedrag voor het kind zelf zeer veel betekenissen kan hebben en niet zo maar als “ziekelijk” kan worden geïnterpreteerd. Gedragstherapie en medicijnen hebben het “voordeel” op psychoanalyse en andere dieper werkende therapieën dat zij snelle resultaten beloven, omdat zij zich enkel richten op het detailgedrag en niet op de hele persoon van de cliënt of patiënt. Gedragstherapie krijgt daarom uit progressieve hoek dikwijls de kritiek dat ze de mensen alleen zo snel mogelijk oplapt zodat ze zich terug kunnen laten “uitbuiten”. De ganse kwestie doet me soms denken aan de vertwijfeling die me overviel wanneer ik ergens in 1968 als 17-jarige in mijn dorp naar een lezing van een dokter van de Derde Wereld Beweging ging luisteren, die in de jaren 1960 in Congo in de Katangese mijnen werkte: “Als ik de zieken niet help, kreperen ze. Als ik ze genees, moeten ze terug naar de mijn en staan ze hier een maand later terug met dezelfde ziekte want met hun loon kunnen ze geen degelijk voedsel kopen en velen die ik verzorg, gaan uiteindelijk toch dood.”
Kortom, de discussie over de aanpak van moeilijke jongeren, is geen thema waar enkel psychiaters, dokters en andere kinderdeskundigen zich moeten over buigen. Het gaat niet alleen om een wetenschappelijke kwestie, maar in wezen in de eerste plaats om een politieke kwestie van sociale rechtvaardigheid en verdeling van de welvaart: want dan zouden ook de oorzaken weggenomen zijn waarom kinderen moeten gaan stelen, met of zonder gebruik van geweld en waarom kinderen door gebrek aan opvoedingsmiddelen van hun ouders of van de scholen waar ze school lopen, ontwricht raken en ontsporen. Het komt er niet op aan zoveel mogelijk blauw op straat te hebben, maar de voorwaarden te scheppen waarbij zo weinig mogelijk mensen (terecht of ten onrechte) de straat opgaan met misdadige bedoelingen. En dit is geen zaak van alleen maar psychiaters, psychologen of politiedeskundigen. Zij verbergen zich alleen achter de wetenschap om in wezen als belanghebbende burger (behorende tot de begoede klasse) politieke uitspraken te doen over hoe mensen horen samen te leven. Wel: daar hebben in een democratie niet alleen deskundigen iets over te zeggen.
De aanpak gebeurt nu feitelijk volgens het marktprincipe. De geestelijke en morele miserie van de bevolking vormt een basis voor allerlei privé-initiatieven om winst te maken. De ene verkoopt pillen, de andere bewakingscamera’s, nog een andere slaat winst uit de bouw van gevangenissen, en nog anderen door het propageren van allerhande therapieën waar soms een jaar later al niet meer over gesproken wordt. De éne maakt winst met “genezende” maatregelen, de andere met preventieve. Uiteraard kan een sociale en preventieve aanpak niet betekenen dat grove misdaden gepleegd door jongeren niet “genezend” worden aangepakt. Maar een evenwicht tussen al deze initiatieven kan pas bereikt worden door een beleid dat niet bepaald wordt door de markt maar dat door de overheid onder gemeenschapscontrole wordt uitgewerkt, met nadruk op het wegnemen van de voedingsbodem van armoede en achteruitstelling van zekere bevolkingsgroepen, die de oorzaak zijn van de ontwrichting van de geestelijke en persoonlijke ontwikkeling van kinderen en jongeren. Kortom, een socialistische aanpak.
Een kwart minder geestezieken?
Een Nederlands psychiater Cees Rijnders stelt in zijn doctoraat aan de Universiteit van Tilburg dat er een kwart minder geesteszieken zouden zijn dan algemeen in Nederland wordt aangenomen. Het Trimbos Instituut, zowat het gezaghebbend psychiatrisch orgaan in Nederland, heeft uiteraard kritiek op de studie.
De Universiteit verspreidde zelf onderstaande mededeling:
Minder depressiviteit in Nederland dan gedacht |
| donderdag 22 mei 2008 |
|
|
Er zijn minder psychiatrisch zieken in Nederland dan wordt aangenomen door beleidsmakers in de GGZ en daarbuiten. Dat komt doordat het epidemiologisch onderzoek meestal niet is gebaseerd op een deskundig oordeel over ziek of gezond zijn, maar op het oordeel van mensen zelf. Dat concludeert de psychiater Cees Rijnders in het proefschrift waarop hij op 2 juni promoveert aan de Universiteit van Tilburg. Cees Rijnders onderzocht methoden van epidemiologisch onderzoek voor psychiatrische ziekten. Hij vergeleek de resultaten van interviews die voornamelijk gericht zijn op het oordeel van mensen zelf over hun gezondheid, met klinische interviews waarin het oordeel van een psychiatrisch deskundige het zwaarst weegt. Conclusie: de eerste methode, die het meest gangbaar is, leidt tot hogere cijfers over het aantal psychiatrisch zieken dan de tweede. De huidige data geven vooral een vertekend beeld over het aantal mensen met depressies en angsten: dat is in werkelijkheid bijna de helft zo klein, aldus Rijnders. In totaal is het aantal mensen met psychiatrische aandoeningen 25% lager dan wordt aangenomen. In epidemiologisch onderzoek moet het klinisch oordeel volgens de onderzoeker in het vervolg worden meegenomen.
Wel toename depressies Cees Rijnders (1956, Tilburg) studeerde medicijnen aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Na zijn artsexamen werkte hij 2,5 jaar in de neurologie en specialiseerde zich in Leiden in de psychiatrie. Tussen 1987 en 1997 was hij hoofd van de 7x24-uursdienst van de drie Haagse Riaggs. In 1997 startte hij zijn promotieonderzoek binnen het Regioproject Nijmegen 2, het vervolgonderzoek van Regioproject Nijmegen 1 uit 1983. Inmiddels werkt hij als plaatsvervangend opleider psychiatrie, bij de GGz Breburg Groep (Tilburg en Breda). Verder is hij verbonden aan de vakgroep Sociale Geneeskunde van de Radboud Universiteit in Nijmegen, als psychiater onderzoeker. Hij voerde zijn promotieonderzoek uit bij de afdeling Sociale Geneeskunde van het UMC St Radboud Nijmegen in samenwerking met de Tilburgse Faculteit Sociale Wetenschappen. |
Het Trimbos Instituut repliceert:
Trimbos Instituut sceptisch over onderzoek psychisch zieken
Het Trimbos-instituut plaatst vraagtekens bij het onderzoek van psychiater Cees Rijnders, die verleden week aan de Universiteit van Tilburg promoveerde op een epidemiologisch onderzoek naar psychische stoornissen. Rijnders concludeert dat er een kwart minder psychiatrisch zieken zijn dan wordt gedacht.
In zijn proefschrift stelt Rijnders dat de huidige data vooral een vertekend beeld geven over het aantal mensen met depressies en angsten. Dat is volgens hem in werkelijkheid bijna de helft zo klein. In totaal is het aantal mensen met psychiatrische aandoeningen 25 procent lager dan wordt aangenomen, aldus Rijnders.
Vraagtekens
Ron de Graaf, hoofd van het programma Epidemiologie van het Trimbos-instituut, zet grote vraagtekens bij deze conclusies. Het Trimbos-instituut kent zelf een gezaghebbend bevolkingsonderzoek naar psychiatrische aandoeningen: de NEMESIS-studie. In het proefschrift vergelijkt Rijnders zijn uitkomsten met de resultaten van het Trimbos-onderzoek.
Onvergelijkbaar
‘Die studies zijn niet zomaar vergelijkbaar’, reageert De Graaf. ‘Zijn studie is regionaal uitgevoerd, de onze landelijk. Hij had minder dan duizend respondenten die een diagnostisch interview werd afgenomen, wij meer dan zevenduizend. Wij hadden een hoge respons van zeventig procent terwijl dat bij hem met veertig procent veel lager uitkwam. Weigeraars zijn vaak mensen met psychische klachten. Daarnaast gebruiken wij stoornissen uit het handboek DSM III-R en hij de DSM IV.’
Vragenlijsten
Nog belangrijker is dat Rijnders en het Trimbos-instituut verschillende vragenlijsten gebruiken. ‘Wij maken gebruik van de CIDI en hij van de SCAN en dat zijn verschillende instrumenten. Als je naar de studies van de afgelopen tien jaar kijkt, dan is de CIDI wereldwijd het belangrijkste instrument als het gaat om het meten van psychiatrische aandoeningen in de algemene bevolking. De SCAN heeft het in dat opzicht toch wel verloren van de CIDI.’
Leken
Rijnders verklaart het verschil doordat epidemiologisch onderzoek meestal niet is gebaseerd op een deskundig oordeel over ziek of gezond zijn, maar op het oordeel van mensen zelf. De Graaf erkent dat de SCAN wordt afgenomen door mensen met klinische ervaring, terwijl de CIDI kan worden afgenomen door goed getrainde leken. ‘Er zijn echter wereldwijd meerdere studies die aantonen dat de CIDI valide is. Bovendien zijn er ook verschillen in wat professionals rapporteren.’
NEMESIS II
Uit het eerste NEMESIS-onderzoek kwam naar voren dat 41 procent van de bevolking ooit een psychische aandoening heeft gehad. Het Trimbos-instituut is nu bezig om een tweede studie uit te voeren. De Graaf sluit niet uit dat de uitkomsten tussen de eerste en tweede NEMESIS-studie met betrekking tot het voorkomen van psychische aandoeningen vergelijkbaar zullen zijn, of dat er een lichte stijging is. ‘Een kwart minder is zeker niet te verwachten.’
Psychiatrische Patiënten vaker naar Tandarts
Toen Nederlands cliëntenraadslid Tonna van der Linden een tandartsrekening van 4.700 euro ontving, was voor haar de maat vol. Ze stuurde alle afdelingen van ggz-instelling Symfora een zelfgemaakte voorlichtingsbrochure over tandartsenhulp in de psychiatrie.
‘Psychiaters moeten hun patiënten vaker naar de tandarts sturen.’
Mondhygiënist
Van der Linden erkent dat patiënten hier een eigen verantwoordelijkheid in hebben, maar ze vindt dat vooral psychiaters zich meer om het gebit van hun patiënten mogen bekommeren. ‘Dat hoort bij het ziektebeeld, zeggen ze. M’n hoela; ze moeten de patiënt doorverwijzen naar een tandarts.’ Ideaal zou zijn als patiënten twee keer per jaar een mondhygiënist bezochten en regelmatig voor controle naar de tandarts zouden gaan. ‘In het computersysteem van behandelaars moet toch vrij gemakkelijk een automatische oproep - herinnering - voor de tandarts kunnen worden geprogrammeerd? En waarom kunnen die controledata niet worden opgenomen in de agenda van de verpleegpost?’ Maar het zou al heel goed zijn als psychiatrische patiënten dagelijks hun tanden poetsen, vindt Van der Linden.
Gebit oplappen
Op de Symfora groep is er sinds kort in nieuwe tandarts in dienst. Van der Linden: 'En dat werd tijd, want volgens de vorige tandarts was er nooit iets met je gebit aan de hand. “Maak je niet druk”. zei hij dan, terwijl je met je rotte tanden in zijn stoel zat. Hij lapte de boel wat op, maar binnen no time lagen mijn tanden er weer uit.’
Klik hier voor de tandartsbrochure voor patiënten.
Klik hier voor de tandartsbrochure voor artsen en verpleegkundigen.
Voor meer informatie: mj.de.roo@symfora.nl
© Psy 26-05-2008
Meeting Forumpsy Bozar 14/06/2008
MEETING / BOZAR / 14.06.0810 > 18 u/h
"LUISTER EERST NAAR WAT MIJN GEDRAG VERZWIJGT,
ALVORENS HET WEG TE VEGEN"
Vragen bij de notie « gedragsstoornis » en het vroegtijdig opsporen ervan.
Les « Troubles de la conduite » et le dépistage précoce en question.
Beste,
U tekende de oproep "Luister eerst naar wat mijn gedrag verzwijgt, alvorens het weg te vegen" (www.forumpsy.be) – waarvoor onze dank.
Volgende afspraak wordt de Meeting op 14 juni, in het Paleis voor Schone Kunsten (BOZAR) te Brussel. Op het programma: een 30-tal interventies in zes uur tijd, door betrokken burgers uit psychosociale, juridische, filosofische hoek, door praktijkmensen, intellectuelen, kunstenaars. In het Nederlands en het Frans, mét simultaanvertaling. We rekenen op uw aanwezigheid als concrete uiting van uw steun.
U weet dat het onderzoek van de Hoge Gezondheidsraad naar 'gedragsstoornissen' slechts de lont in het kruitvat is geweest. Daaraan voorbij viseerden wij al van bij het begin de in opmars zijnde sciëntistische ideologie, die de mens tot een gedragsmachine reduceert, tot een pavloviaanse hond die op zijn omgeving zou reageren als ware die helemaal ontstaan in associatie met een stuk vlees. Men wil ons graag doen geloven dat dergelijke conditionering, of formattering, met de voorspelbaarheid die deze met zich meebrengt, een hele geruststelling, ja zelfs een vooruitgang voor de beschaving zou betekenen! Een mens is echter niet compleet becijfer- en voorspelbaar. Wij vertrekken dan ook vanuit het respect voor het singuliere van ieders verlangen, dat uiteindelijk elk determinisme ondermijnt, maar ook vanuit de vaststelling dat het mogelijk is dat, in een particuliere ontmoeting, in het spreken, het lot van iemand radicaal kan wijzigen.
Vanuit deze keuzes en vaststellingen wenden wij ons thans tot het beleid, tot de verantwoordelijken voor volksgezondheid. Tot nog toe zijn dezen vooral aangesproken, of belobbyd geworden door de adepten van een vorm van psychiatrie die symptomen reduceert tot gedragsstoornissen. Als gevolg daarvan is de geestelijke gezondheidszorg momenteel volledig in de tang aan het geraken van enerzijds een medicalisering (door de farmaceutische industrie) en anderzijds de cognitivistische gedragstherapie (door de universitaire psychologie). Als ook wij nu het beleid willen aanspreken, kan het niet de bedoeling zijn dat we daarbij meteen specifieke personen of instanties proberen te discrediteren; onze eerste zorg blijft van ons te verzekeren van de steun van de publieke opinie, van een publieke opinie die we ons nog altijd liever voorstellen als 'verlicht' (in de filosofische zin) dan 'voorgelicht' (in het kader van een of andere vorm van preventie) – we willen ons dus verzekeren van Uw steun.
U komt naar de meeting op 14 juni in BOZAR te Brussel? Reserveer via www.bozar.be (tickets – binnenkort operationeel) of 02/5078200
De initiatiefnemers van de Oproep
www.forumpsy.be
U wil affiches ?
Affiches op papier – voor Brussel: ACF, Koninklijke Prinsstraat 30-37 (maandag 17u-21u en zaterdag 13u-15u, 02/2302877); voor Gent: Nathalie Laceur 0495/998886; voor Brugge: Joost Demuynck 050/490057 of Peter Decuyper 0475/518666
Zelfmoord in Ziekenhuizen
300 zelfdodingen per jaar in ziekenhuizen
Jaarlijks noteert men bijna 300 zelfdodingen in de Belgische ziekenhuizen, waarvan 200 zelfdodingen in algemene ziekenhuizen. Dat blijkt uit officiële cijfers van minister van Volksgezondheid Laurette Onkelinx (PS) in antwoord op een vraag van Open Vld-volksvertegenwoordiger Hilde Vautmans.De meest recente volledige cijfers dateren van 2004 en 2005. Er zijn geen aanwijzingen dat er sindsdien veel veranderd is, integendeel. Hilde Vautmans stelde haar schriftelijke vraag nadat ze gealarmeerd was door verpleegkundigen over de vele zelfdodingen in ziekenhuizen.
In 2004 noteerde men 285 zelfdodingen, waarvan 94 in psychiatrische ziekenhuizen en niet minder dan 191 in algemene ziekenhuizen. In 2005 ging het om 281 zelfdodingen, waarvan 81 in psychiatrische ziekenhuizen en exact 200 in algemene ziekenhuizen. Over het algemeen gaat het om dubbel zoveel mannen als vrouwen, maar bijna net zoveel Franstaligen als Vlamingen.
(Persagentschap Belga: 27 mei 2008)
Daarbij moet bedacht worden dat de algemene ziekenhuizen ook allemaal een Psychiatrische Afdeling Algemeen Ziekenhuis (PPAZ) hebben.
Rilatine + Hitte + Sport = Dodelijk
Onderstaand artikel betreffende een onderzoek naar het ADHD-medicijn Ritaline uit De Morgen van 22 mei werd in de weekendkrant van 24 mei 2008 (p. 36) hernomen onder de veelzeggende titel:RILATINE + HITTE + SPORT = DODELIJK
ADHD-medicijn kan lichaamstemperatuur ongemerkt laten oplopen tot levensgevaar dreigt
Het artikel geeft toelichtingen door prof. Romain Meeusen, vakgroep fysiologie van de Vrije Universiteit Brussel, die het onderzoek uitvoerde.
Hieronder het artikel van 22 mei:
Rilatine verbetert sportprestaties bij warm weer
Het medicijn Rilatine zorgt ervoor dat sporters bij warm weer beter presteren. Dat blijkt uit een recent onderzoek van de vakgroep Menselijke Fysiologie van de Vrije Universiteit Brussel (VUB). In normale omstandigheden wordt rilatine voorgeschreven voor mensen en kinderen die lijden aan ADHD.16 procent sneller
Voor het onderzoek legden enkele wielrenners twee tijdritten af.
Bij normale omgevingstemperaturen veroorzaakte Rilatine geen prestatieverschil in de tijdrit. Bij 30 graden Celsius werd dezelfde tijdrit, die in normale omstandigheden ongeveer 30 minuten duurt, maar liefst zeven minuten sneller afgewerkt. Dat is een verbetering van maar liefst zestien procent.
Warmer
"De wielrenners reden niet alleen sneller, ze produceerden ook meer warmte met een significante verhoging van de kerntemperatuur (tot boven de 40 graden Celsius) als gevolg. Het inspanningsgevoel en de thermische sensatie van de renners veranderde niet."
Toch waarschuwen de onderzoekers voor ogebreideld gebruik van rilatine als sporthulpmiddel. De sporters kunnen namelijk oververhit raken, wat kan leiden tot een shock.
In België wordt vandaag twee keer zoveel rilatine verkocht als in 2002. Opmerkelijk daarbij is dat veel kinderen Rilatine slikken zonder dat de diagnose van ADHD ooit bij hen gesteld werd. (belga)
Weer USA-rechtszaak tegen antipsychoticumproducent plus nieuws over de zaak Janssen Pharmaceutica
[bericht vanwege Mind Freedom International, de internationale door de Verenigde Naties erkende ngo die de psychiatrie kritisch doorlicht]Met dit bericht krijgen we ook wat nieuws over het proces van de Staat Arkansas tegen Janssen Pharmaceutica omtrent haar wetsovertredingen betreffende het bij ons meest gebruikte antipsychoticum Risperdal. Janssen poogde blijkbaar de zaak naar het federale niveau te brengen, maar werd dus teruggefloten.
ARKANSAS DEMOCRAT-GAZETTE
State suit targets AstraZeneca over antipsychotic medicine
May 21, 2008
BY CAROLYNE PARK
LITTLE ROCK - Arkansas Attorney General Dustin McDaniel filed suit Tuesday against drug manufacturer AstraZeneca claiming the company encouraged doctors to prescribe a dangerous drug to children and the elderly for uses beyond its federal approval, harming patients and costing the state millions of dollars. The suit filed in Pulaski County Circuit Court claims London-based AstraZeneca PLC and four of its related companies in the U.S. and abroad misled doctors and the public to increase sales of the antipsychotic drug Seroquel, even though the company knew people taking it were at risk of injury, disease and sickness.
AstraZeneca is the last of three major drug companies the state is suing with claims they illegally marketed the antipsychotic drugs Zyprexa, Risperdal and Seroquel to be paid for by the state Medicaid and employee health-insurance programs.
McDaniel filed suit against Titusville, N.J.-based Janssen Pharmaceutica of Johnson &Johnson Inc., in November 2006 and Eli Lilly & Co. of Indianapolis on May 1. McDaniel's office is working on the cases with the help of private firm Bailey Perrin Bailey LLP of Houston, which is handling similar suits in at least six other states.
"We want to send a message that these pharmaceutical companies need to walk a straightline when they are dealing with Arkansas and other states because the health and safety of consumers across this country depend on that," said Justin Allen, chief deputy attorney general.
Arkansas is one of several states, including Pennsylvania, Connecticut and South Carolina,suing the companies in hopes of recouping Medicaid payments for the drugs and for treatment of patients who suffered ill effects after taking them.
Eli Lilly settled its case with Alaska in the midst of a jury trial
in March for $15 million.
AstraZeneca spokesman Jim Minnick said Tuesday the company couldn't comment about Arkansas' lawsuit because officials had not been notified of its filing or had a chance to review it. "Seroquel has helped millions of people suffering from mental illness and has made a meaningful difference in their lives," Minnick said.
Seroquel was approved by the U.S. Food and Drug Administration for treatment of adults with schizophrenia in September 1997. In 2004 it was approved for treatment of adults with acute mania and in 2006 for major depressive episodes associated with bipolar disorder. Aside from its approved uses, the lawsuit claims the company also marketed the drug for nonmedically necessary uses including sleeplessness, attention deficit-hyperactivity disorder, depression, anxiety, mood disorder, and aggression associated with late-onset dementia.
Seroquel is an atypical antipsychotic, also known as second
generation antipsychotics. Such drugs first came on the market in the 1990s as an alternative to 'typical' antipsychotics, which cause physical problems, such as spasms or involuntary movement, according to the lawsuit.
Today atypical antipsychotics account for more than 90 percent of all drugs prescribed for psychiatric purposes, regardless of whether they are approved for those indications.
Seroquel is the fastest-growing atypical antipsychotic in terms of sales, according to the lawsuit. AstraZeneca failed to properly warn consumers that the drug had the potential to cause diabetes, stroke, pancreatitis, seizures and other
illnesses, according to the lawsuit. The FDA reprimanded AstraZeneca in May 1999 and October 2006 for giving misleading information about the drug.
Chief deputy attorney general Allen said the state Medicaid program spent about $200 million on Zyprexa, Risperdal and Seroquel since they came onto the market. "We believe that the evidence will bear out that a large majority of that $200 million was improperly paid for improper prescriptions of
those drugs - not based on the fault of the physicians, but based on the off-label marketing efforts of the companies in pushing those drugs to be given to people to whom they shouldn?t be given," Allen said.
According to the lawsuit, AstraZeneca violated several state laws by engaging in 'a protracted and willful course of corporate misconduct and misrepresentation'. "The state is charging Astra-Zeneca with eight counts including Medicaid fraud, which entitles the state to triple damages, and violation of the Arkansas Deceptive Trade Practices Act, for which the state could receive up to $10,000 for each of many, many
violations," he said. "Several hundred million we believe the state could ultimately prove up in damages in trial," Allen said. Allen said the AstraZeneca filing was delayed because attorneys for the company contacted the state about the case but "that dialogue recently came to a close." "There were discussions of the issues," Allen said. "It's safe to say that given that we're filing suit, certainly no resolution was reached."
Eli Lilly has until early June to respond to Arkansas' lawsuit.
Janssen attempted to move its case with the state to federal court, but it was remanded back to state court about a month ago, Allen said. The case is now undergoing discovery as the company and state exchange information and documents.
"It will be at least a year before any of the cases go to trial," Allen said. A trial is expected to take six to eight weeks. "This is not going to be a quick process. It's going to take time and a lot of work by this office and this office's lawyers, but we're
hopeful it will reveal some bad improper behavior by these companies that was injurious not only to the Medicaid program, but potentially to consumers in Arkansas," Allen said.
Psychiatrische protocollen? Evidence based?
‘Protocollen schieten doel voorbij’
‘Evidence basedbehandelingen moeten aansluiten bij de beleving van de klant.’ Sociaal-psychiatrisch verpleegkundige Gerard Lohuis van ggz-instelling Lentis sprak op 15 mei op een symposium in de Rode Hoed in Amsterdam. Het symposium voor de Dag van de Verpleging had als thema: zorgen met hoofd en hart.
Evidence based, dat zegt toch genoeg?
‘Die behandelingen hebben weliswaar een bewezen effect, maar daarom is het nog niet juist om ze aan elke psychiatrische patiënt te geven. Het klinkt filosofisch, maar ik zie het zo: mensen leven niet in waarheden, maar in betekenisgeving. Evidence based gaat uit van wat we objectief waarnemen, maar achter elke waarheid schuilt een eigen beleving.’
Kunt u een voorbeeld noemen?
‘Ik kan wel zeggen dat jij moet stoppen met roken omdat dat ongezond is. En dat je de grootste kans van slagen hebt als je nicotinepleisters gebruikt omdat onderzoek dat aantoont. Maar misschien vind jij het niet erg om wat eerder dood te gaan, of je hebt slechte ervaring met nicotinepleisters. Kortom, een behandeling, hoe effectief ook, moet aansluiten bij de beleving van de patiënt. En hij moet zelf het belang ervan inzien, anders is hij niet gemotiveerd.’
Hoe sluit je een behandeling aan op de persoonlijke beleving?
‘Verpleegkundigen en artsen moeten kunnen luisteren naar de patiënt en niet meteen met oplossingen komen. Toen laatst een verpleegkundige op onze afdeling pannenkoeken stond te bakken, vroeg een patiënt: "Mag ik helpen?" Wat bleek nu? De vader van de patiënt was alcoholist en als die vroeger de hort op was, bakte hij samen met zijn moeder pannenkoeken voor zijn broers en zussen. Hij voelt zich gelukkig als hij voor mensen kan zorgen. Nu hij vaker voor medepatiënten mag zorgen, is hij minder depressief.’
Wat schreef het protocol voor?
‘Het gaat erom dat verpleegkundigen de ruimte nemen eerst te achterhalen wat er bij patiënten leeft. Dat is ook de essentie van de zogeheten presentietheorie van Andries Baard: sta open voor contact. Dat past ook in het protocol, maar ik noem het: practise based evidence.’
Uw kritiek richt zich op uw collega’s?
‘Met mijn speech in de Rode Hoed wilde ik verpleegkundigen een hart onder de riem steken. Zij maken dagelijks een verbinding tussen persoonlijke verhalen en evidence basedbehandelingen. Dat doen ze uitstekend. Alleen: ze brengen het niet onder de aandacht. Ze moeten - onder andere in hun rapportages - naar buiten brengen waarom het zo belangrijk is om met patiënten te praten. En ze moeten niet bang zijn om van het protocol af te wijken. Wij werken toch dagelijks met die patiënten, wij weten toch hoe het werkt?' (JH)
Psy 16-05-2008
Happy met Haring
‘De invloed van voedsel op de psychische gesteldheid wordt onderschat’, zegt psycholoog Aly van Geleuken, hoofd van het depressiecentrum van het Fonds Psychische Gezondheid. Op 20 mei sprak zij op de Haringpersdag in Scheveningen.
Waarom de Haringpersdag?
‘Daar valt te zien hoe vissers en haringhandelaren zich voorbereiden op de opening van het nieuwe haringseizoen op 3 juni. Dan zal het eerste vaatje Hollandse nieuwe worden geveild. En dit jaar gaat de opbrengst naar het Fonds Psychische Gezondheid.’
Wat heeft u verteld?
‘Onder andere dat ik de mens beschouw als een bio-psycho-sociaal apparaat dat het ene moment beter functioneert dan het andere. Langdurige stress pleegt een aanslag op ons immuunsysteem waardoor of ons biologische of ons psychologische systeem het laat afweten; het zijn twee kanten van dezelfde medaille. En daarom verdienen psychische ziekten net zoveel aandacht en begrip als de lichamelijke. Dit verhaal vertel ik ook aan depressieve mensen die zich melden bij het Fonds Psychische Gezondheid. Want die voelen zich door de samenleving nog vaak in de hoek gezet.‘
Uw speech heet ‘Happy met haring’.
‘Zoals inmiddels bekend, hebben omega-3 vetzuren in vette vis, zoals haring, een positief effect op ons brein. De vloeibare vetzuren - onverzadigde vetten - versoepelen onze hersenmembraan. Zo verbeteren ze de hersenconditie zodat de boodschappers - of neuronen - beter hun werk kunnen doen. Om te voorkomen dat je in een dip geraakt is het goed om wekelijks twee keer vis te eten. Voedingssupplementen hebben vaak een hogere concentratie omega-3 vetzuren.’
Op naar het Kruidvat en de Etos dus.
‘Nee, in die pillen zijn de concentraties omega-3 vetzuren zo laag dat ik betwijfel of ze meer effect hebben dan een placebo. Ga liever naar de apotheker. Die kan je adviseren over de juiste dosis en hij weet ook of er bepaalde vitaminepreparaten zijn die de opname van het vetzuur bevorderen.’
Hoeveel pillen slikt u?
‘Niets, want ik voel me prima. Maar ik let wel op mijn voeding. Zo eet ik bijvoorbeeld genoeg fruit, twee ons groente per dag en twee eieren per week.’
Eieren?
‘Dat raadde mijn huisarts me aan toen ik vanwege een aanhoudende griep een bloedtest - daaraan kunnnen artsen veel zien - liet afnemen. Eieren faciliteren de aanmaak van bloedlichaampjes.’
Heeft u nog meer tips?
‘Wist je dat mensen kalmer worden van de geur van sinaasappelen? Dat is in een gevangenis getest. De geur roept een rustgevende sfeer op.’
Visvetten, eieren, sinaasappelschillen, fruit, groente; je kunt wel bezig blijven.
‘Het belangrijkste is dat we onze zwakke plek ontdekken: waarom ben ik zo vaak moe? Ligt dat aan het vette eten, snoep ik te veel, of moet ik meer bewegen? En wat is voor mij realiseerbaar. Je hoeft niet aan alle voedselvoorschriften te voldoen, maar pas op: onderschat de invloed van voedsel niet. Lees het boek Uw brein als medicijn van David-Servan Schreiber maar eens. De auteur voorspelt dat na de 20e eeuw - de eeuw van de penicilline - de 21e eeuw de eeuw van de voeding zal worden.’
Vorig jaar bracht het eerste vaatje Hollandse nieuwe maarliefst 70.000 euro op. De opbrengst ging toen naar het Wereld Kanker Onderzoek Fonds. (JH)
Overlijdens in de Psychiatrie
(Ivm artikel De Morgen, 19 mei, 2008, p. 2; Roel Geens)Overheid weet niet waaraan mensen in psychiatrie overlijden
Volksvertegenwoordiger De Padt betreurt dat de overheid niet weet wat de belangrijkste oorzaken van dodelijke ongevallen zijn. (De Morgen, 19 mei 2008)
De overheid weet nog minder hoeveel mensen er precies in psychiatrie (gesubsidieerd door nationale en federale overheden) overlijden en waaraan ze sterven.
De overheid kan zelfs niet antwoorden op parlementaire vragen die daarover gesteld worden. Ze heeft blijkbaar nooit recente cijfers (laatste twee à drie jaar) of cijfers op langere termijn (voorbije 10 à 20 jaar) ter beschikking en doet ook alsof ze niet weet waar ze dergelijke cijfers zou kunnen krijgen. Hoe zou men dan al een beleid kunnen voeren of zelfs maar over het onderwerp van gedachten wisselen, als men niet eens weet waarover men praat?
Met veel moeite en geduld konden we met onze Sarah Beweging de officiële cijfers van 1998 tot 2004 bijeensprokkelen:
http://www.sarahbeweging.net/dossiers/psychiatrie03.html
Ook andere gegevens in verband met psychiatrische behandeling (oa over medicatie) worden maar met mondjesmaat, erg onvolledig of helemaal niet, verstrekt. Wie verbergt hier wàt voor de publieke opinie en in hoeverre zijn de officiële cijfers eigenlijk betrouwbaar?
Jan Vanhaelen en Mieke Houthaeve
woordvoerders Sarah Beweging
p.a. Kloosterstraat 159
1700 Dilbeek
Tel./fax 02 466 48 50
Web: http://www.sarahbeweging.net
15 mei: Heilige Dimpna
Dimpna van Geel
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
De Heilige Dimpna (ook Dymfna, Dimfna, Dympna of Dymphna) is een vrouwelijke heilige (maagd en martelares) uit de zevende eeuw, waarschijnlijk geboren te Engeland. Ze is de patroonheilige van de Vlaamse stad Geel. Haar naamfeest is op 15 mei.
Onder Bisshop Guy I van Laon (1238-1247), schreef Pierre, een kanunnik aan de kerk van Saint-Aubert te Cambrai, een "Vita" van deze heilige. De auteur benadrukt dat hij de biografische gegevens slechts kent via mondelinge overlevering.
Biografie
Dimpna was de dochter van de heidense Ierse koning Damon en een christelijke moeder van grote schoonheid. Haar moeder liet Dimpna in het geheim dopen door Gerebernus. Als het meisje nog een kind is sterft haar moeder. Haar vader is radeloos en zoekt naarstig naar een nieuwe echtgenote. Maar niemand kan de plaats van zijn overleden vrouw innemen. Als laatste wil hij zijn dochter dwingen met hem te trouwen. Dimpna vlucht daarop, samen met haar biechtvader Gerebernus naar het vaste land van Europa. Ze komen in Vlaanderen terecht en vestigen zich in de bossen in de Kempen. Hier leven beiden als kluizenaars en zorgen voor de armen en behoeftigen. De kapel van de H.Martinus te Geel is dan weldra een bekende plaats. Haar vader is hen achtervolgd en na enkele jaren vindt hij beide in hun kluizenaarsverblijf. Wederom dwingt hij Dimpna om met hem te trouwen en haar biechtvader moet het huwelijk sluiten. Maar hun antwoord is een duidelijk neen. Hierop ontsteekt haar vader in razernij, onthoofdt zelf zijn dochter en laat Gerebernus door zijn dienaren onthoofden.
Haar relieken werden overgebracht naar Geel (die van Gerebernus naar Sonsbeck bij Xanten(D) - zijn hoofd echter bevindt zich nog te Geel). Op haar graf deden zich genezingen voor en dat bracht pelgrims, vooral geesteszieken, naar Geel. Deze devotie ligt aan de basis van de latere gezinsverpleging voor psychiatrische patiënten te Geel. In de 19de eeuw kwam deze zorg onder de staat en kende een grote bloei. In 1970 verbleven er ca. 1700 patiënten te Geel, 1350 bij pleeggezinnen en 350 in de gesloten inrichting.
Er is te Geel een Sint-Dimpnakerk opgetrokken in bruine en witte ijzerzandsteen (demergotiek), 1349-1480, met onvoltooide toren. Er bevinden zich het graf en de relikwieën van de Heilige Dimpna, fraaie Antwerpse retabels, het Dimpnaretabel van Jan van Wavere (1515) en een Passieretabel, met schilderwerk van Goswin van der Weyden, en in het koor het praalgraf van Jan van Mérode en zijn echtgenote Anna van Gistel door Cornelis Floris De Vriendt (1544). Tegen de zuidkant van de kerk is er een ziekenkamer, 16de eeuw, waar vroeger zieken verbleven. Voorts fraaie schilderijen en beeldhouwwerk. Tevens bevindt zich te Geel het Sint-Dimpna- en Gasthuismuseum. Het huidige gebouw, 1687, van het in de 12de eeuw gestichte hospitaal, herbergt een interessante collectie meubilair, schilderijen, voorwerpen van tin, ijzer, hout en glas, porselein en liturgische voorwerpen, naast andere bezienswaardigheden.
Dimpnadagen
Op 19 mei 1990 vond er een verbroedering plaats tussen het Vlaamse Geel en het Duitse Xanten. Reden voor deze toenadering van beide steden was een "vijandelijke overname". Volgens de legende roofden tijdens de middeleeuwen "Rovers uit Xanten", de schrijnen van de Heilige Dimpna en de Heilige Gerebernus. Deze scène wordt in het hoogaltaar van de Sint-Dimpnakerk in Geel voorgesteld. Om de 5 jaar wordt tijdens een folkloristische stoet de stadsgeschiedenis van Geel voorgesteld, waaronder ook de wandaad van Xanten. De laatste Dimpnadagen, met vele manifestaties en de stoet rond het spektakel Gheelamania vonden in mei 2005 plaats. De overblijfselen van de heilige Gerebernus bevinden zich in een kapel te Sonsbeck (D) bij Xanten, zijn hoofd nog te Geel.
Patrones
De Heilige Dimpna is de patrones van de bezetenen en geesteszieken en de beschermheilige tegen epilepsie en krankzinnigheid.
Dymphna, heilige patrones der zotten
DYMPHNA
From Wikipedia, the free encyclopedia
| Saint Dymphna | |
|---|---|
|
Saint Dymphna: fanciful portrait from an old holy card |
|
| Died | 7th century |
| Venerated in | Roman Catholic Church |
| Feast | May 15 |
| Attributes | being beheaded by the king; kneeling at Mass while her father murders the priest Gerebernus; lamp; praying in a cloud surrounded by a group of lunatics bound with golden chains; princess holding a lamp and sword; princess with a sword holding the devil on a leash; young woman with Saint Gerebernus |
| Patronage | sleepwalking, mental health, epilepsy, possessed people, princesses, family happiness |
Saint Dymphna (also: Dympna, Dimpna) is traditionally held to be the daughter of a pagan Irish chief and his Christian wife in the 7th century.
Contents |
Life and death
Dymphna was born in Clogher in County Tyrone, Ireland. Her father was a local chieftain. When her mother died she was only fourteen.Her father Damon scoured the world for a suitable and equally beautiful replacement. After the search failed, his advisors pointed out to the chief that his teenage daughter had inherited her mother's looks. Driven mad by grief, Damon made advances on Dymphna. Together with her confessor, the elderly priest St. Gerebernus, she fled to Belgium. There they took refuge at a chapel near the present day site of Gheel, not far from Antwerp. However Damon's spies tracked them down and the chief set out after them. Confronting them at Gheel, he ordered his soldiers to slay Gerebernus and begged Dymphna to return with him to Ireland. When she refused, he decapitated her in a rage. Locals later buried the two bodies.
Medieval traditions
The historical basis for this story is uncertain. There are variations in the legend and it has counterparts in the folktales of many European countries. The Irish version of her name is Davnet and has given its name to the village and parish of Tydavnet in County Monaghan in Ireland, just 10 miles from her birthplace in Clogher. She is reputed to have established a church there and a Staff or Crozier attributed to her is now in the National Museum of Ireland in Dublin. Dympna also has associations with the parish of Lavey in County Cavan, Ireland. Dymphna enters the historical record in the 13th century after a local bishop commissioned her biography. Although it is clear that he was prompted by already existing practices of veneration by locals, it is also clear the story is derived entirely from oral tradition. Fragments of two sarcophagi that supposedly bore the bodies of Dymphna and Gerebernus were found in the area, as well as a brick inscribed "DYMPNA" that was purportedly laid in one of the coffins. This may have prompted the local traditions. The body of St. Dymphna is held in a silver reliquary in the Gheel church named in her honor, although the original church burnt down in the 15th century.
Burial place
The burial place of St. Dymphna has long been associated with accounts of miraculous cures of mental illness. An infirmary was built there in the 13th century and to this day Gheel hosts a world-class sanatorium. A peculiarity of the treatment at Gheel from the earliest days is that patients are hosted with local residents, living and working alongside them. This is remarkable considering the attitudes of indifference and hostility to the insane of the time.
Sainthood
St. Dymphna is also known as "Dimpna" or "Dympna" and may be synonymous with the Irish saints Davets and Damhnait (Damhnade). Her feast day is May 15 and she is the patron saint of those who suffer from mental illnesses and nervous system disorders, epileptics, mental health professionals, happy families, incest victims, and runaways.
Dichter Starik in de Psychiatrie
gezondheidszorg,
organiseert in samenwerking
met de Gemeenschappelijke
Geestelijke
Gezondheidsinstellingen
(GGZ)
in Amsterdam, dichter F. Starik en het
Kwartiermakersfestival,
vanaf de tweede
woensdag
in juni maandelijks
een
Masterclass
Poëzie & Psychiatrie.
Ontmoet
de dichters Nico Keuning
(de biograaf van Jan Arends), Anneke
Brasinga, Co Woudsma, Menno
Wigman, Ilse Starkenburg en Rogi
Wieg in de intieme omgeving van
La Folie. Gebed zonder End 3,
Amsterdam, naast Kapitein Zeppos.
Zes dichters, die allen op enige wijze
ervaring
hebben met de psychiatrie,
lezen voor uit eigen werk, gaan met
de deelnemers in gesprek
en vertellen
over hun ‘verhouding tot’ of over de
‘invloed van’ de psychiatrie op hun
werk. Of weigeren juist vanuit die
achtergrond
te vertrekken. F. Starik is
uw sympathieke, maar niet altijd even
diplomatieke
gespreksleider.
Iedere tweede woensdag van de
maand, vanaf 20 uur, staat er in La Folie
een lange tafel, waaraan plaats is
voor maximaal
twintig deelnemers
aan de masterclass
en de dichter
van dienst, aan wie gevraagd wordt
om te vertellen,
voor te lezen, open te
staan. Persoonlijker,
uitgebreider
dan
bij ‘normale
gelegenheden.’
Er is alle
gelegenheid
in deze informele sfeer
om je eigen ervaringen aan die van
de dichter te toetsen. De dichter geeft
tips, vertelt over zijn manier van werken,
hoe een gedicht tot stand komt, hoe
hij zich tot zijn eventuele aandoening
verhoudt. De Masterclass
is gericht
op verdieping
van de relatie psychiatrie
slash dichterschap.
Deelnemen Twee mogelijkheden. Eén.
Je bent geïnteresseerd
in een enkele
dichter en betaalt
€ 5,- entree voor
die ene avond. Dan ben je toehoorder.
Reserveren aanbevolen.
Twee. Je schrijft je van tevoren voor de
hele serie in. Je betaalt € 20,- voor de
hele serie. Dat maakt je tot deelnemer,
en uitgenodigd om ook je eigen werk
met de dichter van dienst te bespreken.
Dus dat is nog goedkoper
ook, relatief
dan, hè, zoals een strippenkaart
in een
sigarenwinkel minder
kost dan een
strippenkaart
die je in de bus koopt.
Vraag niet hoe het kan, maar profiteer
ervan.
Reserveren noodzakelijk!
info@starik.nl, 020 - 4750765
of Sabine te
Woerd, sabine.te.woerd@roadshelpt.nl
06 - 14433454
Hartonderzoek nodig voor ADHD-medicatie, maar psychiatrie sust uiteraard
‘Geen adhd-medicatie zonder hartfilmpje vooraf’
De American Heart Association (AHA) adviseert om alle kinderen die aan adhd-medicatie beginnen, eerst een hartonderzoek met ecg te laten ondergaan. De onderbouwing hiervoor is echter zwak, zegt kinder- en jeugdpsychiater Luuk Kalverdijk.
Eerder was door de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) aan de bel getrokken omdat tussen 1999 en 2003 in de Verenigde Staten 25 mensen, onder wie negentien kinderen, door een hartstilstand stierven terwijl ze adhd-medicijnen slikten. Later werd de ongerustheid die hierover ontstond genuanceerd. Het aantal sterfgevallen bleek niet duidelijk anders dan bij de rest van de bevolking. Slechts één middel, het nooit in Nederland gebruikte Adderall, bleef in het verdachtenbankje.
Hartfilmpje
De AHA adviseert nu in het wetenschappelijke tijdschrift Circulation dat wanneer adhd is vastgesteld, de behandelend arts kinderen en adolescenten grondig moet onderzoeken op hartafwijkingen. Dat gebeurt in Nederland al. Nieuw is de aanbeveling is om daarnaast altijd een ecg te maken, ook wel hartfilmpje genoemd, dat ook beoordeeld moet worden door een kindercardioloog.
Oude discussie
Luuk Kalverdijk, kinder- en jeugdpsychiater bij Universitair Centrum voor Kinder- en Jeugdpsychiatrie van ggz-instelling Accare in Groningen, is niet overtuigd. Kalverdijk is tevens verbonden aan het Landelijk Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie en was betrokken bij de totstandkoming van de Nederlandse adhd-richtlijn. ‘De discussie is niet nieuw. Al vanaf begin jaren negentig is de veiligheid voor het hart bij medicatie voor adhd een thema. Dit artikel geeft echter geen nieuwe bewijzen dat medicatie bij adhd op populatieniveau verhoogde risico’s zou geven.’
Sporten
Op zich heeft Kalverdijk niets tegen een ecg bij kinderen voordat ze adhd-medicatie gaan gebruiken. ‘Maar waarom juist bij deze groep? Natuurlijk wil je kinderen met hartproblemen eruit filteren voor je medicatie gaat geven, maar dat wil je ook in de gewone populatie. Als kinderen bijvoorbeeld gaan sporten of sommige antibiotica krijgen, dan wil je hartproblemen eigenlijk ook eruit gefilterd hebben Dus waarom de adhd-populatie wel en kinderen die gaan sporten niet? Dat is mij niet duidelijk.’
Routine-ecg onnodig
De Nederlandse adhd-richtlijn uit 2005 is sterk gebaseerd op toenmalige aanbevelingen van de AHA uit 1999. Aanbevolen wordt om bloeddruk en hartritme te meten, en om te informeren naar hartklachten en hartziekten in de familie. Een ecg werd toen niet als routine aanbevolen, behalve als er bijzonderheden naar voren komen. Kalverdijk: ‘Op basis van dit artikel ben ik er nog niet van overtuigd dat het wel zou moeten gebeuren. Ik ben benieuwd hoe de discussie in de vakliteratuur zich gaat ontwikkelen. Maar het laatste woord is hierover, vermoed ik, nog niet gezegd.’
Lees hier het advies van de American Heart Association
Lees hier de Nederlandse richtlijn adhd
© Psy 07-05-2008
***
Psy is de Nederlandse website voor ggz en verslaving:
http://psy.nl/ Psy is kritisch maar ondersteunt in laatste instantie altijd vrij partijdig en slaafs de "expertise" van de psychiatrie.
It never stops (zo te zien)
Amerikaanse peuters aan schandpaal voor ongewenste intimiteiten
[Bron: De Internationale Pers, vandaag 6/5/2008]De zesjarige Randy Castro heeft wellicht nog niet gehoord van het begrip "ongewenste intimiteiten", maar toch is hij in zijn school in de staat Maryland door het onderwijzend personeel aan de schandpaal genageld als seksuele delinquent omdat hij op de speelplaats een meisje een tik op haar achterwerk heeft gegeven. Meer nog, de school meldde het voorval aan de politie bij wie de jongen nu bekend staat als pleger van ongewenste seksuele intimiteiten.
Hoofd tegen borst
Castro is niet het jongste slachtoffer van een ongemeen harde seksuele moraliteit in de VS. Als gevolg van een nultolerantiebeleid wordt zelfs in peutertuinen gespeurd naar seksueel "afwijkend" gedrag, aldus de gezaghebbende krant Washington Post. Probleem voor mensen die ooit Freud hebben gelezen: elk kind is volgens de Weense psychiater polymorf pervers.
Zo is in de staat Texas een vierjarige jongen tijdelijk geschorst uit de peutertuin omdat hij een kinderverzorgster had omarmd en zijn hoofdje tegen haar borst had gedrukt. De vrouw voelde zich door de dreumes "seksueel aangerand".
In Ohio haalde een zesjarige jongen de krantenkoppen. Hij zat nog in bad toen hij de schoolbus eraan hoorde komen. Hij rende - nog naakt - naar buiten om de buschauffeur te vragen even te wachten. De knaap werd vervolgens een tijd van school verbannen omdat het in de VS zelfs kinderen verboden is naakt in het openbaar te verschijnen.
Seksueel delinquent
Ook Randy Castro moest een tijd thuis blijven. Zijn moeder, zelf lerares, was geschokt toen zij door de school over het voorval werd opgebeld en nadat de politie reeds was ingeschakeld. Zij kan niet geloven dat haar zoon, met zijn zes lentes, door de autoriteiten voor zijn hele leven als seksuele delinquent wordt beschouwd. Zij strijdt er nu voor dat de gerechtelijke akte ongedaan wordt gemaakt. Ook de ouders van het meisje dat de tik incasseerde, vinden de reactie overdreven.
Zelf strafbaar
"Ik heb de indruk dat er de laatste tijd veel zo'n gevallen zijn", zei directeur Ronald Stephens van het Nationaal Centrum voor Veiligheid op School in Californië. De cijfers geven hem gelijk. Zo noteerden de schoolautoriteiten in de staat Virginia vorig jaar alleen al 255 gevallen van ongewenste seksuele intimiteiten in het basisonderwijs. In de buurstaat Maryland zijn er 166 kinderen zo geregistreerd, van wie er 16 nog in de peutertuin vertoeven en 22 in het eerste leerjaar zitten.
"De wet dwingt de opvoerders handelend op te treden", rechtvaardigt Stephens de gestrengheid van de leraars. "Als zij in een geval van seksueel ongewenst gedrag niet ingrijpen, zijn ze zelf strafbaar." In ieder geval is "de grens tussen discipline opleggen en criminalisering zeer dun". Natuurlijk is het voor een leraar moeilijk te oordelen wat vermetel gedrag van kinderen is en wat doelbewuste seksuele agressie is, aldus Stephens.
Le Monde des Prisons
Chère amie, cher ami,
Le premier mai 2008, la revue Contradictions sort une édition spéciale (n° double) sur le thème des prisons.
Dans ce travail collectif, coordonné par Luk Vervaet, enseignant dans une prison à Bruxelles, seize auteurs et associations de Belgique, de France, de Grande Bretagne et des Pays Bas analysent sous des angles différents le monde carcéral d'aujourd'hui et ses évolutions (voir sommaire complet ci-dessous).
Vous pouvez commander cette revue (200 pages, 25 €), dès maintenant, au prix promotionnel de 15 euros + frais de port (voir bon de commande ci-dessous). Nous vous ferons parvenir votre commande dès réception de votre paiement.
Merci de faire suivre cette information à vos contacts et amis,
Amicalement, La revue Contradiction
Sommaire « Contradictions » - Spécial Prisons
· Luk VERVAET : Présentation
· Loïc WACQUANT : Insécurité sociale et surgissement sécuritaire
· BAN PUBLIC : La politique pénale et pénitentiaire en France
· Jean-Marc MAHY : Le solde de ma dette
· Kristel BEYENS : Une justice pénale colorée ?
· Samira BENALLAL : Un cri de désespoir
· Harry WESTERINK : Prisons pour illégaux aux Pays-Bas
· Jean FLINKER : Ni malfaiteurs, ni criminels, ni terroristes
· Pierre VIART : Trois jours dans l' « entité ennemie » de Gaza
· Luk VERVAET : Le grand bond en arrière
· Delphine PACI : Briser le secret
· CAMPACC : Campagne contre la criminalisation des communautés
· Tippa NAPHTALI: Organisons-nous contre les décès en détention
· Jean-Marc MAHY : Des mots sur des maux
· Claire CAPRON : La prison, c'est dur… en sortir, c'est sûr…
· Daniel WAGNER : Mettons les profs en prison !
· Christiane VERNIERS : Prison et… réinsertion ?
· Sophie BUYSE : Les neuf portes de la prison
· Joe SIM : La question de l'abolition de la prison
l COMMANDE à envoyer à f.thirionet@wol.be
Je désire commander ... exemplaire(s) de l'édition spéciale PRISONS de la revue Contradictions
Nom et Prénom ...........
Rue ............................ N° ......
Code postal ................. Ville ...........................
Pays ..........................
l PRIX PROMOTIONNEL:
l PAIEMENT
Attention : Veuillez mentionner votre nom en communication.
l DESINSCRIPTION: Si vous ne désirez plus recevoir nos informations, il vous suffit d'envoyer un message vide en cliquant sur l'adresse suivante: vervaetluk@gmail.com?subject=unsubscribe

