Zorgaanbod van een "unipolaire" Manisch-Depressieve
Velen genieten nu van hun tegenwoordig label 'bipolair' (vroeger manisch-depressief genoemd, mensen dus met psychotische manische periodes waarbij ze bv. een Mercedes kochten terwijl ze enkel geld hadden voor een Fiat 500 of een Renault R4 en dan depressief werden, je zou van minder). De Vlaamse Vereniging Manisch Depressieven noemt zich dus nu "Ups en Downs": een immense verruiming van de markt voor de pillendraaiers van de stemmingsstabilisators Maniprex (Lithium), Tegretol en Depakine (die "Ups en Downs" rijkelijk van sponsoring voorzien). Iedereen is wel eens "up" en "down", "euforisch" en "dépri", "voorspoedig en kampend met tegenslag" (zonder dat je daarvoor naar de Mercedes-dealer trekt met in je pocket centen voor amper een Fiat 500). Soit!
Tegenwoordig worden in de USA (en bij ons) kinderen van 2 jaar al als bipolair gediagnosticeerd door een kinderpsychiater (die daarvoor 14 jaar gestudeerd heeft), omdat een kind eens luidruchtig lacht en een uur later bleirt en schreeuwt. Die worden tegenwoordig niet alleen met stemmingsstabilisatoren zoet gehouden, maar nu ook al met zware antipsychotica zoals Risperdal en Seroquel (waarvan niemand weet in hoeverre ze de tere hersentjes van deze kindjes die amper hebben leren spelen en spreken, kunnen aantasten; zal die 'niemand' overigens een zorg zijn).
Uiteraard blijken dan massa's sukkelaars amper bipolair te zijn, niet eens unipolair. Veleer apolair of zelfs 'polair' (koel en kil zoals aan de Noordpool). Nulliteiten dus. Die hun diagnose van 'bipolair' dan gebruiken om gelukkige mensen aan te praten dat ze zich dringend moeten laten 'begeleiden' en 'behandelen'.
Zo kregen we van een bipolaire (of 'polaire') schurk onderstaande christelijke brief, getuigend van diepe en vriendzame bezorgheid voor zijn medemens en dus klaarstaande om ons de dure zorg van de Broeders van Liefde aan te prijzen, op te dringen eigenlijk. Hier zijn brief (we halen de tikfouten er even uit):
***
Beste Vrienden Eric en andere Netwerkers,
From: Filip Deleuter
To: Eric Rosseel
Sent: Friday, January 18, 2008 5:26 PM
Subject: wensen van gezondheid
Vooreerst mijn beste wensen, een goede gezondheid en een harmonieuze stemming in overeenstemming met jullie zelf en jullie omgeving, voldoening in dat wat jullie doen, maarschappelijk en privé.
Jullie laatste mail over jullie vertrek naar Mombasa heb ik met aandacht gelezen. Wegens zijn inhoud liet ik hem even bezinken. Het is duidelijk dat jullie het toen zeer moeilijk hadden.
Iedereen die jullie enigszins kent, had het kunnen zien aankomen. Jullie mails de laatste weken werden steeds scherper, maar ook steeds maar meer en meer verwarrend. Ik oordeel niet over de inhoud. Wat ik wel vermoed, is dat jullie daardoor jullie inspanningen van maanden om 'krediet' te krijgen bij instanties en andere beslissers, zo maar te niet doen. Dat moet frustrerend zijn voor jullie, achteraf.
Het is vergelijkbaar met Sisyphus uit de Griekse mythologie... met dat verschil dat ik het gevoel heb dat jullie zelf, telkens jullie bovenaan de berg bent, jullie zware rotsblok naar beneden duwen...in plaats van dat klein stukje naar boven te duwen dat jullie nog te doen zouden hebben. Dat is jammer. Jullie hebben talenten. Dat hebben jullie bewezen in het verleden, maar door jullie houding staan jullie jezelf soms in de weg. Dat is ook een verlies voor de maatschappij.
Ik ben dan ook bezorgd om jullie, en bekommerd om jullie toekomst. Het komt me over dat jullie telkens jullie eigen ruiten in gooien... die jullie voordien zeer moeizaam open kregen. Dat is echt jammer voor jullie en voor jullie lotgenoten met een psychosociale aandoening. Daarom ben ik bezorgd, maar heb geen medelijden noch verwijt.
In alle openheid zou ik jullie daarom willen suggereren om ernstig na te denken over een langdurige gepaste begeleiding of 'bejegening' voor jullie zelf. Bovendien zou ze aan strikte regels dienen onderworpen te worden, in elk geval voor de eerste periode. Welke 'betere’ therapie of bejegening jullie zouden kunnen volgen, weet ik niet maar wel dat ze:
Langdurig dient te zijn.
Onder begeleiding van mensen die 'cliëntgericht' zijn (zie mijn vroegere nota daarover) en die 'guts' hebben én warmte én empathie.
Een bejegening die zo (snel) mogelijk ambulant zou worden.
Al of niet met medicatie, daar oordeel ik niet over. Soms moet het wel, voor een zo kort mogelijke tijd dan, maar altijd in duidelijke afspraak.
Of de 'witte raaf of groep van bejegening' bestaat weet ik niet, maar ik vermoed van wel. Maar da's een zorg voor later.... Na een eventueel akkoord wil ik wel helpen zoeken.
Hopelijk kunnen jullie leven met dit openhartig bericht, dat wellicht niet volmaakt is, maar in elk geval goed bedoeld.
Bijzonder vriendschappelijke, warme en respectvolle groeten,
Filip Deleuter,
ex-voorzitter van de Manisch Depressieven
(nu vermoedelijk voorzitter van de Bipolairen?),
bezorgd om alle burgers, maar vooral om de modale burger op links die zijn stem kwijt geraakte.
***
Eric (altijd wat euforisch) schreef terug:
From: Eric Rosseel
To: Filip Deleuter
Sent: Friday, January 18, 2008 6:02 PM
Subject: Re: wensen van gezondheid
Zeg on-man, wil je wel eens wel eens ophoepelen met je voorstel me desnoods "gedwongen te laten opnemen"??? Zou je niet beter in het Antwerpse Schipperskwartier een aangespoelde Keniaanse hoer gaan neuken?
Als ik naar Afrika ga, is het precies om van zagepieten als jij af te zijn. Ik ben nog nooit zo ok geweest als de laatste tijd! Jij die het altijd over 'luisteren' hebt, leer eens 'luisteren en lezen' wat er staat. Ipv de tsjeef, de kaloot en de elektroshocker uit te hangen.
Bekommer je om je eigen zieleheil! Ik heb geen nood aan je bezorgdheid die als zuiver gezever overkomt!
En als je me gedwongen wilt laten opnemeen, kan je een verzoekschrift indienen bij de vrederechter en de procureur des konings.
***
Antwoord van het pastoraal bezorgde lid van het Leger des Heils (ooit lid van het N-VA geweest, ook al gekend om haar indeling van de Vlaamse bevolking in 'leiders' en 'onderdanen', 'zorgverstrekkers' en 'zorgbehoevenden'):
From: Filip Deleuter
To: Eric Rosseel
Sent: Friday, January 18, 2008 7:36 PM
Subject: Re: wensen van gezondheid
Beste Eric,
Dank voor je spontane en openhartige mailreactie. De "botten" schieten aan de bomen... in mijn straat dan toch... en dus... met nieuwe "laarzen" kan ik straks gaan wandelen!
Wat een felle reactie... ho, ho... heb even mijn veiligheidsgordel aangetrokken (lees niet: kuisheidsgordel).
Precies een losgebroken stier... Voor zover ik kan lezen (na je mail ben ik niet meer zeker dat ik werkelijk kan lezen of luisteren), dus voor zever dat ik mijn eigen mail kan lezen, staat er nergens in mijn suggestie dat jij je gedwongen dient te laten opnemen integendeel "zo mogelijk..... ambulant". De soort 'bekommernis' werd helemaal open gelaten en ligt geheel in jouw verantwoordelijkheid en autonomie.
Deze tjeef, kommaneuker, arrogante klootzak enz... is er van overtuigd dat je op langere termijn sterker uit deze situatie zou kunnen komen.
Je zou wellicht ook meer resultaat halen in je maatschappelijke doelstellingen en meer voldoening hebben in het leven. Onder meer je poëzie kan helpen...en is creatief .. en mooi...
Gemakkelijk zal dat niet zijn. Ik voorspel je geen rozengeur en manenschijn. Integendeel. Hoe jammer ik dat ook zou vinden, wordt het wellicht afzien en... zweet en tranen (bij wijze van klappen natuurlijk). Dat je dat nu even niet inziet, OK hoewel.... nadenken zal je er misschien over...nu of later...
Maar 'ikke nie weet. Ikke nie slim genoeg". Wat baten kaars en bril als de ondergetekende het niet opgeven wil...tot dat andere prioriteiten zich aandienen... neuken bijvoorbeeld (...met kaloot), .... of dansen... of wandelen... of fietsen... of zwemmen... of een leuke avond met vrienden of liever met ... vrienden van het andere geslacht...
Hoe heet dat al weer? Of zonder geslacht...zeker niet thuis geslacht...want die slachtingen zijn verboden door die apparatjiks van Brussel.
De natuur zoekt altijd haar evenwicht... Tussen te veel en te weinig ligt de gulden middenweg en ....die is op korte termijn soms... vol putten...vooral op sommige autostrades.
Tenslotte heb ik geen behoefte aan scheldpartijen. Liever wat tumor (sic)... Anderen hebben dat ook niet graag, zo'n gedonder...vermoed ik... Sommigen verlieten je in stilte... en lieten je aan je lot over... of erger nog... praten zo maar wat...
Toch sorry als ik je pijn gedaan zou hebben. Dat was helemaal niet de bedoeling. Ik wou je ook niet op je paard krijgen... dat laat ik aan jean-luc met de cowboyhoed over...
Ook sorry als ik te veel zaagde...'k had daar dan beter wat hout mee klaar gemaakt voor de open haard...
Ik ben ook maar een zwakke mens die zoekt...naar de zin van Dit Alles... misschien de zwakste van allemaal...of zelfs zwakzinnig... wie weet... Wellicht tot in Afrika aan de Zenne.
Sterkte en het allerbeste,
Philippe
*** (hierbij zou Nietzsche gezegd hebben: God is Dood behalve in het Vlaanderen van deze Deleuter).
Eric kon niet laten even een nog killende sneer te plaasten:
***
Fom: Eric Rosseel
To: Filip Deleuter
Sent: Friday, January 18, 2008 8:44 PM
Subject: Re: wensen van gezondheid
och man inderdaad wat Tumor!
ik raad je aan op te houden de Barmhartige Samaritaan uit te hangen! ik walg van mensen die onder het mom van "medelijden" eigenlijk jaloers zijn dat het me veel beter gaat dan jou zelf.
sommige kinderen in Bulgarije zijn blijkbaar mentaal gehandicapt verwaarloosd. ik stel voor dat je daar iemand zijn plaats gaat innemen.
dus laat me met rust en ga bidden in de kerk!
***
Het meest pijndoende antwoord aan het adres van Filip Deleutert kwam van netwerker Susan Pollentier, met wiens bijtende ironie hij i.t.t. de eigenlijk romantische "agressiviteit" van Eric geenszins vertrouwd was:
From: Susan Pollentier
To: Filip Deleuter
Sent: Friday, January 19, 2008 8:02 AM
Subject: Re: wensen van gezondheid
Filip,
Eerst en vooral wil ik je bedanken omdat je zo bezorgd bent over ons welzijn. Wat de voorgenomen reis naar Mombasa betreft, ik kan daar onmogelijk op uitmaken dat wij het moeilijk hadden. Vergeet niet dat er zoiets bestaat als dichterlijke vrijheid.
"Krediet bij instanties"? Wij zijn in het reine met onszelf, me dunkt dat jullie ons niet zo goed kennen als gedacht. Wij zijn absoluut niet gefrustreerd.
Dat wij talent bezitten is zoetjes aan tot ons doorgedrongen. En laat Sisyphus maar doen met zijn rotsblok, wij hebben onze krachten voor andere inspanningen nodig.
Overdrijf je niet wat met dat bezorgd zijn over onze toekomst? Het gaat hier wel over volwassen mensen met alles erop en eraan.
Langdurige begeleiding? Bejegening? Wij worden bejegend, niet over inzitten, ambulant? Ja dat kun je zeggen, bij elk van ons. Strikte regels? Die passen we niet toe, nee het moet speels blijven. Lief dat je wilt helpen zoeken, maar zoals wij zijn, zijn er maar eentje en zie wij hebben elkaar gevonden.
Dus fijn dat je bezorgd bent over de burgers maar schrap ons nu maar van je lijstje. Nu omdat je zo ziekelijk bezorgd bent sturen we je zeker een ansicht uit Mombasa of uit een ander deel van de wereld want die is groot.
Hopend dat het jou even goed gaat groet ik je,
Susan Pollentier
***
Uitaard moest Filip Deleuter het laatste woord hebben, zeker tegenover een dame (maar in zijn schaamte over de verslapping van zijn mannelijk lid werd zijn afscheid alleen aan de agressieve hoerenloper Eric gestuurd):
***
Beste Eric en Susan,
Dank voor jullie mailtjes hieronder.
Ben blij dat het goed gaat en ...daarom laat ik jullie geheel los, als naar wens. Gelieve er wel voor te zorgen dat ik NOOIT geen mails meer ontvang van jullie of van het Netwerk Psychiatrie.
Zo laten we elkaar van beide kanten los.
Een kaartje uit Mombasa mag, maar moet niet, want ik ben niet ziekelijk bezorgd, zoals je schrijft, noch heb medelijden.
Een en ander is me nu wel duidelijker, waarvoor dank.
Het ga jullie goed,
Filip
******************************
Kortom, je ziet hoe een kaloot en tsjeef (let wil: we hebben veel respect en waardering, bewondering zelfs voor religieuze mensen), in een vorige leven een prentievolle stofzuigerverkoper tot hij meende al even pretentieus een loopbaan te kunnen maken in de Vlaamse Vereniging voor Geestelijke Gezondheid, het niet kan laten een levensenergieke rebel terug te sturen naar de residentiële zorgafdelingen van de Broeders van Liefde (de "kampen"), plaatsen die hij nu niet langer als "zieke" bezoekt maar als "missionaris". Met dezelfde intentie: materieel en immaterieel geld te verdienen aan de "zorg voor de burgers" die hij zelf eerst in zorgwekkende toestand heeft gebracht.
Qu'on en parle plus, geïnverteerde N-VA-ers! Werkloos geworden toen stofzuigers niet meer huis-aan-huis aan de sexy vrouwen werden verkocht, maar nu in de Carrefour en bij Vandenborre voor het grijpen liggen.
Ramp der rampen! Ook bh's worden duurder !
Twee Chinezen bekijken een bh op een lingeriebeurs in Shanghai.
Hoge olieprijs maakt zelfs bh duurder
[NRC-Handelsblad 3 januari 2008]
Kesteren, 3 jan. Als de olieprijs stijgt, wordt niet alleen het autorijden duurder, maar ook lippenstift. En ondergoed, boterhamzakjes, de boodschappentas van Albert Heijn en petflesjes frisdrank. Want deze producten worden allemaal van olie gemaakt. Weliswaar niet rechtstreeks – ruwe olie wordt eerst geraffineerd en van een van de ontstane producten (nafta) worden plastics en chemicaliën gemaakt die dienen als grondstoffen voor eindproducten – maar toch: olie is de basis.
De voorbeelden zijn onuitputtelijk. Een betere vraag zou dan ook zijn waar olie niet in zit, vindt Gerard van Harten, Beneluxtopman van Dow Chemical, een van de grootste chemiebedrijven ter wereld. „Van alle producten waar een consument mee in aanraking komt, is 90 procent gebaseerd op olie. Mensen beseffen vaak niet waar het allemaal in zit.”
Tandpasta
Kranten bevatten bijvoorbeeld inkt en zijn gecoat met een laagje latex. En overhemden en bloezen bevatten nylon. „Allemaal olieproducten”, vertelt Van Harten. Mensen poetsen zelfs hun tanden met petroleum: in tandpasta zit verwerkte olie. De boterham met kaas tijdens de lunch smaakt een stuk minder zonder op olie gebaseerde geur- en smaakstoffen.
Uiteraard is olie vaak maar één van de vele grondstoffen in deze producten, maar toch gaat het, alles bij elkaar, niet om kleine hoeveelheden. 10 tot 15 procent van alle geraffineerde olie in Nederland (ongeveer 10 miljoen ton) verdwijnt in de chemiesector. Het grootste gedeelte daarvan komt in producten voor de consument terecht. Dat blijkt uit cijfers van de branchevereniging voor de Nederlandse petroleumindustrie. Wereldwijd ligt dat op 5 procent.
Verslaafd
Dow Chemical verbruikt per dag 800.000 tot 1.000.000 vaten olie – ongeveer evenveel als het dagelijkse verbruik in Nederland. Ruim 60 procent daarvan is bedoeld voor de productie van plastics en chemicaliën en wordt verwerkt in eindproducten. Van landen mag dan gezegd worden dat ze verslaafd zijn aan olie, voor consumenten geldt dat dus ook.
Maar in welke mate merken consumenten een stijgende olieprijs (gisteren werd een nieuw record van 100 dollar voor een vat ruwe Amerikaanse olie bereikt) eigenlijk in de portemonnee?
Dat hangt van een aantal zaken af. Allereerst moeten bedrijven de grondstofprijsstijgingen doorberekenen aan hun klanten. Dat is meestal wel het geval. Directeur Van Harten: „Onze energie- en grondstoffenrekening was afgelopen kwartaal net zo hoog als in heel 1999. Maar we maken nog steeds winst, want we hebben die stijging volledig doorberekend.”
Bh's
Verder is ook de hoeveelheid olie die in een product verwerkt is bepalend voor de prijs. Hoe minder olie, hoe meer de prijs bepaald wordt door andere factoren, zoals arbeid, andere grondstoffen of technologie. Schuimfabrikant Recticel in Kesteren maakt van de olieproducten polyol en isocyanaat bijvoorbeeld vullingen voor meubilair en bh’s. Omdat in futons en boezemhouders relatief weinig schuim zit, stijgt de prijs ervan maar met een paar procent, aldus directeur Ad Franke.
Een Beter Bed- of Auping-matras, waar Recticel ook schuim voor levert, bevat veel meer olie: zo’n 70 procent. „Die prijs kan dan ook wat meer stijgen”, zegt Franke. Recticel voerde het afgelopen jaar een tariefsverhoging door van 15 tot 20 procent op matrassen en stoelen. Op een matras scheelt dat al snel een paar honderd euro.
Hoe dat voor al die andere producten zit, blijft gissen. Maar tandpasta, lippenstift, medicijnen en voedingsmiddelen bevatten meestal niet meer dan 10 of 20 procent olie. De prijsstijging kan daar dus mogelijk meevallen. Producten die grotendeels van plastic zijn, zoals tuinstoelen (90 tot 100 procent), ondergaan waarschijnlijk de grootste prijsstijging.
Financiële gevolgen
Wat de financiële gevolgen van een hoge olieprijs ook mogen zijn voor consumentenprijzen, één ding is zeker: we ontkomen er de komende jaren niet aan. Alternatieven voor aardolie als grondstof zijn er vrijwel niet. Steenkool zou theoretisch gebruikt kunnen worden, maar de vraag is of we de vuile olie willen vervangen door nog vuilere kolen. En biologische olie (van bijvoorbeeld sojabonen) kent het nadeel dat het kostbare landbouwruimte in beslag neemt en ook dient als voedsel.
Hogere consumentenprijzen als gevolg van duurdere olie houden de consument echter minder bezig dan hogere benzineprijzen. „Voor veel mensen is de olieprijs toch nog steeds de prijs die men aan de pomp betaalt voor een liter benzine”, aldus Cyril Widdershoven, energieconsultant bij Cap Gemini.
En ook daar zou de consument uiteindelijk weinig van merken. Veel mensen rijden een lease-auto of krijgen een reisvergoeding, zegt Widdershoven. En anders trekken ze volgens hem wel iets van de belastingen af. „We rijden er al met al geen kilometer minder om.”
Een fles Champagne voor de Sociale Inspectie
Ja, we hebben vanavond wat feest gevierd met een "gelijkgezinde" (een zot dus), expert-voorzitter van een parlementaire commissie Overheidscommunicatie. Kortom, iemand die door zijn achtbare collega's plus onderhandelende maar onhandelbare politici, aangeraden wordt in psychiatrische behandeling te gaan. Nu met ons kan hij zijn oversten alvast vertellen dat hij in handen is van een "doctor".
Verder heeft ons nieuwste lief ("Christabel") ons verlaten: een alleenstaande moeder die werkt in een meubelzaak (Sleepy, Vaartkom 29, Leuven) en daar, zoals haar collega's, 2/3 betaald wordt volgens de regels en voor de rest in het zwart (plus de zaterdagen en de 'niet te voorziene' drukte). Dus geen pensioenrechten, geen recht op werkloosheidsuitkering, geen recht op volledige uitkering in geval van ziekte. Wat doet ons "lief"? Ze volgt nu domme cursussen om later als "NLP-trainer" (googel maar even op NLP!) er voor te zorgen dat ze toch iets heeft naast haar pensioen dat die meneer Hugo Peeters haar afhandig maakt. We hebben de Sociale Inspectie er op afgestuurd, maar ons lief verkiest uitgebuit te worden door haar Hugo die toch een "brave man" is. En HP bedreigt ons met "stalking", waarna we de politie het telefoonnummer van de Sociale Inspectie Vlaams-Brabant hebben bezorgd.
Zo zie je wat psychotherapie langzaam wordt: een vuilbak voor mensen die op hun normale job uitgebuit worden en dan in het weekend door handige jongens klaargestoomd worden als "mensenkenners" (tegen betaling van min. 3.000 euro), terwijl het enige wat die deelnemers en jammer genoeg vooral deelneemsters aan dat soort therapie-opleidingen eigenlijk interesseert is het kunnen betalen van de studies van hun kinderen.
Leterme laat volgende maand zijn geit tot consul benoemen. M.a.w. zo zie je hoe de menselijkheid verwordt tot een Kingdom for My Horse!
Goedele, Humo en ons Seksleven
Ooit hielpen we Goedele Liekens met de verwerking van haar niet te verwerken gegevens voor haar licentiaatsthesis Seksuologie aan de KUL. Het is één van de weinige dingen die we ons echt beklagen in ons leven. Want ook haar Vagina- en Penisboeken heeft ze natuurlijk niet zelf geschreven. Humo lezen we al jaren niet meer. Immers soloseks op gevorderde leeftijd én na een Psychiatrie-survival vraagt tijd en voorbereiding, en die tijd moet je ergens winnen. Soit! En met De Standaard van vandaag zijn we niet alleen op de hoogte van ons eigen seksleven maar ook dat van alle andere Vlamingen, al verkoos ik als onderzoeksgroep vandaag Cubanen of Hottentotten.Vlamingen geven hun seksleven zeven op tien
Driekwart van de Vlamingen geeft zijn of haar seksleven zeven op tien. De helft van de mannen wil het vaker doen.
Welke score (op 10) geeft u aan uw eigen seksleven?
BRUSSEL - Driekwart van de Vlamingen geeft zijn of haar seksleven zeven op tien. De helft van de mannen wil het vaker doen.
Van onze redactrice
De gemiddelde Vlaming, of toch de gemiddelde Humo-lezer, raakt vooral opgewonden van knuffelen, strelen en zoenen. Onze partner sexy of schaars gekleed gezien, doet het ook goed, terwijl een kwart wel iets ziet in het ontvangen of versturen van erotische sms'jes of mails.
Dat blijkt uit de seksenquête die het weekblad Humo vandaag publiceert, ongeveer gelijktijdig met het nieuwe boek van seksdiva Goedele Liekens, dat de ambitieuze titel 'Ons seksboek' meekrijgt.
Van de vrouwen die op de seksenquête antwoordden, gaf 88 procent haar relatie een zeven op tien, zijnde een onderscheiding. 15procent vindt dat haar relatie zelfs een tien op tien verdient. De mannen zijn een beetje zuiniger: 82 procent geeft een zeven op tien en 12 procent gaat voor de fantastische tien op tien.
Als het op seks aankomt, liggen de punten lager. Vrouwen zijn weer meer tevreden dan mannen: 75 procent van de vrouwen geeft hun seksleven een zeven of meer, en 85 procent geeft haar partner als minnaar een onderscheiding. Mannen zijn kritischer: slechts 66 procent geeft zijn seksleven een zeven op tien en 65 procent vindt zijn sekspartner die hoge score waard.
Een ruime helft van de mannen is ontevreden over het aantal keren dat men vrijt. Twee op de drie deelnemers aan de enquête beweren nochtans dat ze het minstens één keer in de week doen - bij gedimd licht. Twee op de drie vrouwen vinden dat voldoende. Voor hen hoeft het niet vaker.
Mannen rijden het gat dan maar dicht met soloseks: 41 procent zegt driemaal per week te masturberen, bijna een op de vijf doet het zelfs dagelijks. Bij het gros van de vrouwen blijft de teller hangen op drie keer per maand.
Een kwart van de ondervraagden vrijt meestal in hetzelfde standje. 58 procent vindt afwisseling een voorwaarde voor een bevredigend seksleven. Mannen hebben een voorkeur voor een houding waarbij de vrouw boven zit. Vrouwen liggen liever onder. Maar de top drie in voorkeuren loopt gelijk, zij het dat de volgorde verschilt: 'op zijn hondjes' komt bij mannen op de tweede plaats, en bij vrouwen op de derde.
Een overgrote meerderheid van vrouwen, liefst 86 procent, vindt een orgasme niet noodzakelijk. Nog volgens de enquête -sociaal wenselijk geantwoord of niet? - duren 83 procent van de vrijpartijen minstens een halfuur.
Negen op tien koppels hebben al geproefd van orale seks. Vier op de tien doen dat soms, drie op de tien vaak. De mannen geven wel toe dat ze liever krijgen, dan ontvangen. Een kwart bekende ooit zijn vaste partner bedrogen te hebben. De helft droomt van een triootje. Twee op de drie raken sneller opgewonden door alcohol, driekwart fantaseert tijdens seks en 87 procent vindt betaalde liefde niét vies.
Depressie Anders oftewel Dada
Ik ben officieel manisch-depressief, al ken ik mezelf meer in Jacques Lacan's omschrijving van de hystericus/a die gedreven is om de Meester de bron van zijn Weten te ontfutselen. Ik werk mij idd te pletter soms, met nachten niet of amper slapen. Gedreven om iets voor mezelf, de medemens en de mensheid te betekenen. Maar radikaal en niet bereid tot compromissen met welke schijnheiligheid dan ook of met marketingtrucjes. Dus veel mensen die mij liefhebben, maar ook een pak die mij haten. Ikzelf heb in mijn leven bij mijn weten nooit iemand gehaat. Het verbranden van poppen die Bush voorstellen, is niet aan mij besteed, ik ben tegen zijn beleid, niet tegen de mens Geroge W. Bush.
Creatief vanaf mijn eerste kreet, nu als dichter, schrijver, freelance journalist en 'erotisch creatief': nooit dezelfde humoristische uitspraak tweemaal herhalen, in elke ontmoeting pogen mij in te stellen op de eigenheid van de ander. Aspirant-mensenkenner, voorheen gediplomeerd psycholoog met de grootste onderscheiding als doctor.
Het valt me telkens op als ik bekaf ben en voor het slapen gaan nog even een biertje of een glaasje wijn drink met een sigaret, dat dan de meest heldere inzichten en nooit gehoorde stellingen of hypotheses door mijn hoofd schieten. Gisteravond werd ik 'overvallen' door de idee dat islam en katholicisme niet verschillen op basis van de sharia of zo: wat is qua principe het verschil tussen het afhakken van de hand van een dief, het chemisch castreren van een pedofiel en het met pentothal injecteren van een moordenaar in de dodencellen van de USA? Wat me door het hoofd flitste was dat de moslims itt de Rooms-katholieken geen paus, geen 'papa' hebben (u weet wel: bij de witte rook uit de Sixtijnse kapel roept één official "habemus papam": we hebben een papa, een paus die dan nog onfeilbaar is. Waarom is in de islam die toch oorspronkelijk en nu op veel plaatsen nog beleden werd en wordt door stammen in het Midden-Oosten en Azië met een bijzonder patriarchale structuur, de plaatsvervanger van Allah of de profeet Mohammed, de papa, altijd al AFWEZIG geweest, het is altijd wachten erop.
Dus werd het na twee slapeloze nachten vannacht toch weer 4 uur in de morgen dat ik mijn bed vond. Op de rand van een depressieve inzinking dus na een 'manische' cyclus van een week. Als ik een sigaret rookte trilde ik op mijn benen. Bij het wakker worden daarnet wist ik niet of ik in Brussel-Hallle-Vilvoorde was dan wel in de 17 Verenigde Provincies.
Freud wees er reeds op dat bij ziekte, vermoeidheid en aanverwanten, het Ego minder in staat is zijn rol vol te houden als filter van beelden en gedachten uit wat hij het Onbewuste noemde. Kortom: allerlei vreemde en wilde beeldassociaties en gedachtensprongen die anders niet passen in het inperkend keurslijf van het correcte denken en taalgebruik, passeren als Afrikaanse migranten de grenzen en schenken ons inzichten en verbanden in woord en beeld die anders nooit in ons opkomen en vermoedelijk voorheen nooit bij iemand ooit opgekomen zijn. De zuivere creatie dus.
Kortom, laten we ons afmatten, de virussen opzoeken die ons voor een paar dagen aan ons bed kluisteren, de manie die in een depressie moet eindigen. Wat depressieve mensen dan ervaren als angstaanjagende beelden zijn pure creaties!!! Laat je niet van de kook brengen door je partner, gezinsleden, vrienden, collega's, kameraden en mind doctors dat die beelden angst en paniek voorstellen. Nee is het de reactie van die in wezen jaloerse wezens die hun Egofilter nooit laten verslappen, die bij ons dan angst en paniek veroorzaken. De paradijselijke beelden rond de Boom van de Kennis van Goed en Kwaad worden door onze nabestaanden tot helse nachtmerries getransformeerd. En we zijn rijp voor lithium, tegretol en depakine. Of een opname in Kortenberg.
"Van Kurt tot Boeddha" - Peter Bracke
Het boek valt uiteen in 2 delen. Eerst de beschrijving van het gedurig en intensief druggebruik als puber/adolsecent en de langzaam optredende lichamelijke en geestelijke "desintegratie". Het tweede deel vormt dan de trage metamorfose tot "profeet" (woorden van de auteur)die zich voorstelt als een voorbeeld voor de mensheid.
Het eerste deel is louter beschrijvend, maar wat ons opvalt is het volledig ontbreken van de relatie tot het eigen lichaam, zowel bij Peter als zijn vriend(inn)en. Lichamelijk contact, laat staan seks in enge zin, is blijkbaargeen onderdeel van de drugsfeestjes: elkeen is blijkbaar bezig lekker stoned of high of geflipt te zijn maar niemand schijnt een ander aan te raken. Dat ontbreken van diep lichamelijk contact is ons altijd opgevallen bij zogenaamde "psychotici", een handelswijze die natuurlijk hun volste recht is. Maar hier stoten we precies op het punt waar we met psychotoci die hangen naar spiritualiteit intellectueel steeds botsen. Wij zijn een soort "freudianen", zij typisch altijd "jungiaans". Jung's afkeer voor seks en zijn idealisering van het zogenaamde "geestelijke" en het "spirituele" was precies het breekpunt tussenFreud en Jung in de jaren 1910. En wat ons daarbij ook steeds opvalt is dat die "psychotici" denken dat ze diep in zichzelf zijn afgedaald, dat ze binnengetreden zijn in het "collectief onbewuste" (zonder ook maar te zeggen wat dat is uiteraard), terwijl wij eerder de indruk opdoen dat ze zeer er van zichzelf verwijderd zijn. Je ziet het b.v. aan de boeken die als bronnen worden opgegeven. Kay Jamison weet b.v. heel wat van manisch-depressieve psychose af, maar van kunst snapt ze geen iota. Dat merk je al vanaf de eerste bladzijde van haar boekjes, en dat ze goed verkocht hebben, is misschien precies het bewijs dat ze er inderdaad geen iota van snapt. Geen enkele serieuze kunstenaar leest die Kay Jamison of neemt dat mens ernstig. En gelijk hebben ze. Erger vind ik het dwepen met filosofie terwijl je nergens in Peter Bracke's boek ook maar een punt aantreft dat ook maar in de buurt komt van het al zo simpele De Wereld van Sofie, het boek waarmee Jostein Gaarder kinderen een bevattelijke gids tot de filosofie wou bieden. Dat intellectueel euvel vind je regelmatig bij mensen die met zichzelf worstelen en die zich dan tot het boeddhisme of zo wenden. Over Boeddha of boeddhisme wordt in "Van Kurt tot Boeddha" eigenlijk geen woord gerept. Zelfs geen zinnig woord over het toch centrale concept "nirwana". Het is niet omdat je mediteert of kundalini-energie kunt beheersen, dat je boeddhist bent. Net zoals iemand die het Onze Vader kan bidden, nog geen christen is. Of dat iemand die zijn bed richting Mekka plaatst, een moslim is.
Kortom, in dit soort "psychologsiche" en spiritualistische literatuur komen we steeds bij hetzelfde punt terecht. Wij kunnen persoonlijk om met hysterici en we storen ons aan de "zelfvervreemding" en de angst voor zelfinzicht van de "psychotici". Peter Bracke en zijn geestesgenoten staan op het standpunt dat de "psychose" een "hogere" (hoger dan wat?) bewustzijsvorm is. we vrezen dat we daar altijd van mening zullen verschillen, want wij zelf zijn natuurlijk 100% hystericus en herkennen ons zelf in wat we bij anderen menen te begrijpen en omgekeerd. Maar wij hemelen de "hysterie" niet op als een ideaal voor de mensheid, integendeel, ze is een constante uitdaging tot zelfvernieuwing. En dat kan de hystericus omdat hij/zij per definitie wil weten, terwijl de "psychoticus" o.i. alleen maar een beschermend intellectueel schild nodig heeft, een bescherming die hem/haar gevangen houdt. De quasi volledige ontkenning van de dimensie van het gebrek aan direct "lichamelijk" contact, erger nog de negatie van het belang ervan in de "vergeestelijking" en de "spiritualiteit", dwingt de "psychoticus" tot een oplossing in een vorm van steeds éénofander fanatisme. Waar Peter in zijn tweede deel spreekt over liefde voor de mensen, staat dat tweede deel eigenlijk bol van de MINACHTING voor de "gewone man", de niet "verlichte", m.a.w. de Ander. En dat is voor ons de basiskenmerk van de "psychose": het niet willen/kunnen ervaren van intens lichamelijk contact (noch met zichzelf, noch met een ander). Dat is natuurlijk geen ziekte, het is een menselijke mogelijkheid of een traject naast vele andere. Maar we dragen er weinig sympathie voor, zeker niet wanneer die mensen de maatschappij gaan willen veranderen vanuit het schema "jullie zijn slecht/zondig/etc." en "ik ben goed/deugdzaam". Met een dergelijk schema is het inderdaad onmogelijk de Ander te ontmoeten en moet je steeds onder gelijkgezinden vertoeven, m.a.w. verval je in sekten. Als we zien hoe psychotici blijvenlijdenen o.i. hun eigen lijden bestendigen, en elk gesprek met wat ze aan hun lijf voelen uit de weg gaan, dan word ik treurig.
Is het eerste deel informatief en verhalend bijzonder aantrekkelijk als getuigenis, het tweede "profetische" deel beperkt zich tot een eindeloze herhaling van een vrij clichématig afzetten tegen de "jachtige" consumptiemaatschappij. Peter stelt zich zelf voor als voorbeeld, als Heiland en eigenlijk redder van de mensheid. Deze voorstelling is effenaf pover en teleurstellend. Hoeveel maal hebben we dit verhaal al niet gelezen? Bond-Zonder-Naam antimaterialisme, reactieformatie in de zin van de stroper die boswachter wordt (de minachting van Peter vor zijn vroegere vriendjes die de bak in vliegen komt niet bepaald menslievend over, integendeel bijzonder hautain. Dit profetisme is zo moraliserend en schematisch, zo megalomaan die sprong van de eigen miserie naar het denken dat je alle wereldproblemen kunt oplossen als iedereen maar leeft zoals jij. Zo'n denken komt me zeer verdacht over en eigenlijk ronduit gevaarlijk. En dat kan in Vlaanderen als filosofie worden verkocht!
Jung zullen we wel nooit aan onze borst koesteren, en we weten ook goed waarom en ook waarom mensen als Peter hem wel aan de borst koesteren. Althans we menen dit te weten. Er valt over te discussiëren
Psychocandy VI: Sleidinge bij Nacht
Sleidinge bij nachtOverdag roken we op de binnenkoer, iedereen op onze afdeling is kettingroker, of wordt het.na een uur of twee te hebben verbleven in de heksenketel die de crisisafdeling is. Het reglement verbiedt ten strengste om binnen te roken tenzij 's avonds in de rookruimte. Na kantoortijd, als de reutemeut aan zorgdragers naar huis is, lappen we vierkant onze laars aan de huisregels. De nachtwaker die over ons welzijn moet waken kan niet anders dan onze overtreding op het rookverbod te gedogen. Tegen twintig psychopathische crisisgevallen is hij in zijn ééntje niet opgewassen.
Na vijf uur zijn het de zotten die de baas zijn.
Ik ben de dokter en Josée is mijn hoofdverpleger. Josée is een rijzige man van vijfenvijftig, hij heeft een dikke jeneverneus, een forse baard en een daverend stemgeluid. Hij is begiftigd met de gave van het woord, in zijn vorig leven was hij strafpleiter.
We spelen pingpong.
Er stijgt rumoer op aan het einde van de gang. We leggen het spel stil en spoeden ons naar de brandhaard.
Mevrouw Denise zit schrijlings op haar stoel voor haar kamerdeur. Ze heeft in haar broek geplast.
'Ze gaan me verkrachten', gilt ze.
'Wie gaat u verkrachten, mevrouw?' vraag ik haar.
'De hoofdverpleger', zegt ze.
'U bedoelt toch niet mijn waarde confrater die hier naast mij staat?'
'Nee, nee, die andere hoofdverpleger, die met zijn bril'.
'Mevrouw, maakt u zich geen zorgen, ik ben de enige, echte hoofdverpleger, die jongen met zijn bril staat onder mijn behandeling, u hoeft niks te vrezen.'
Ze staart ons ongelovig aan.
'Jullie gaan me ook verkrachten', roept ze 'en ze hebben mijn man vermoord'.
'Dokter', zegt Josée, 'ik meen dat we hier te doen hebben met een ernstig geval van regressieve paranoïa.'
'Inderdaad collega, ik geloof dat ik haar een neurolepticum zal moeten voorschrijven.'
'Ik durf niet naar de wc gaan, ze zullen me verkrachten', roept de vrouw.
'Zyprexa en Temesta, zeg ik, ' een dubbele dosis'.
Het kleine schriele mannetje in zijn sjofele bleekblauwe pyjama dat ons is gevolgd, klampt mij aan.
'Dokter, ik kan niet slapen, kunt u mij een slaapmiddel voorschrijven aub?', kermt hij.
'Jij gaat me ook verkrachten zeker', gilt mevrouw Denise tegen het mannetje.
'Niemand wordt hier verkracht, begrepen, en jij Marcel, terug naar je kamer en dat ik je niet meer hoor', zeg ik.
Het mannetje druipt af. Hij draagt een peer in zijn handen die met een plastic buisje verbonden is met zijn urineleider want hij kan zijn plas niet ophouden.
'Jullie moeten vannacht bij mij blijven en zorgen dat ik niet word verkracht', zegt Denise.
Josée rolt met zijn ogen.
Ze deelt sigaretten uit.
'Ik hou het niet meer vol, ik wil klacht indienen bij de gouverneur', zegt ze.
'Wij zullen uw aanklacht morgenvroeg notuleren', zegt Josée, 'en ik geef de nachtwaker opdracht om uw kamer doorlopend en onverwijld te surveilleren.'
'Gaat hij me dan niet verkrachten?' vraagt ze.
'Geen sprake van, ik sta persoonlijk borg voor hem, en daarbij hij is voorstander van gelijkgeslachtelijke omgang ', zegt Josée.
'Wat zegt hij?'
'Dat hij voor de venten is', zeg ik.
Ze lijkt tot rust te komen.
Voor onze briefing hebben we 's middags om één uur afgesproken in de taverne van de bakker. Achter het zware gordijn in zijn bakkerij heeft de wakkere bakker een gelagzaaltje ingericht waar de zotten zich kunnen laven aan alcoholische dranken. Als ze willen kunnen ze ook gebak en ijs krijgen, maar dat is bijzaak.
Josée is aan zijn vierde trappist bezig als ik binnenkom, er zit een Marokkaanse vrouw naast hem die limonade drinkt.
'Collega, mag ik je voorstellen aan mijn bevallige maîtresse Aida', zegt Josée. Ze glimlacht schuchter en durft me niet aan te kijken. Haar familie heeft haar hier geplaatst omdat ze zondige voorhuwelijkse betrekkingen zou hebben gehad.
'Aida is oraal ten zeerste bedreven, zo u dat wilt dokter, kan u gerust gebruik maken van haar diensten, ze kan u ontvangen op de damestoiletten.'
'Dank u collega voor het amicale gebaar dat ik erg waardeer, maar waar ik momenteel liever niet wens op in te gaan.'
'Aha', zegt hij, ' Toch een oogje op Annelies. Knap geil jong ding is dat en wist u, waarde confrater, dat ze geen onderbroek draagt. Ik heb het genoegen gehad om haar bos te aanschouwen. Wat een weelderige begroeiing. Tsjonge, jonge!'
De Marokkaanse zit ongemakkelijk heen en weer te schuiven.
Elke dag knipt Marianne de Jommekesstrip uit de krant en geeft die aan mij. Ik heb haar wijsgemaakt dat ik een wetenschappelijke studie aan het maken ben over het seksuele leven van Jommeke. Hoe zit dat eigenlijk met Filiberke en hem, die aap en die tweelingzusjes? Marianne is ook een verloofde van mijnheer Josée. Ze zit hier vrijwillig omdat haar vriend haar eruit heeft gezet en ze niet wist waarheen. Er huizen nog meer halve landlopers op mijn afdeling. Zoals die vriendelijke Senegalees die geen verblijfsvergunning kreeg en zich dan maar gek liet verklaren. Ik kan geen enkele afwijking bij hem bespeuren, hoe hard ik ook probeer. Onze afdeling is een vergaarbak van psychosociale gevallen. Drankverslaafden, psychoten, sociopaten, depressievelingen, borderliners, schizofrenen, megalomanen, seksueel geperverteerden en andere onnuttigen aan de zelfkant van de maatschappij.
Er is die jongen die dwangmatig masturbeert in het openbaar, terwijl wij naar de Ronde van Vlaanderen proberen te kijken.
En Haykel, die Tunesiër die half robot, half playboy is en elke vier uur een ander pak aantrekt.
Dit keer heeft hij zich een smetteloos wit kostuum gehesen.
'U ziet er onberispelijk uit in dat kostuum', zegt Josée.
'Ja', zegt hij, straks komt mijn boekhouder om mijn zaken te bespreken.'
'Ach natuurlijk', zegt Josée, 'dat befaamde restaurant in Antwerpen waarvan u de eigenaar en beheerder bent.'
'Ik heb u toch mijn visiekaartje geven?'
'Jazeker, Het Torenhof in Borgerhout, vijfsterrenrestaurant, alleen bespeur ik een klein mankementje, u hebt vergeten uw eigen naam te vermelden.'
'In Antwerpen kent iedereen mij. Ik nodig jullie trouwens allemaal uit voor een etentje met champagne'.
'Als het Pieper Heidseck is dan komen we ten stelligste af', zegt Josée.
'Ik moet mijn advocaat bellen', zegt hij en weg is hij.
Het gothic meisje Miriam loopt al drie dagen in haar pyjama rond en dat is reglementair niet toegestaan.
'Voor de laatste keer, je gaat onmiddellijk naar je kamer en trekt je kleren aan', gebiedt de Zwalpende Zeekoe.
'Nee, nee, ik wil niet'. Ze spuwt naar de Zeekoe.
De Zeekoe biept, vijf zorgverleners springen tevoorschijn, ze overmeesteren Miriam en slepen haar naar de isoleercel (newspeak: seperatieruimte).
De Zeekoe werkt nog niet lang op onze afdeling, ze is nog heel enthousiast. Haar motivatie om psychiatrisch verpleegster te worden: 'ik kick erop om mensen vast te binden' (sic).
De immer mistroostige Jan met de gitaar komt 's morgens bij ons zitten.
'Goeiemorgen, welcome to another day in paradise', zeg ik.
Hij heeft een liedje gecomponeerd. 'Babylone is alive'. Jan is een uitmuntend gitarist en chronisch depressief. Een Vrijwilliger. Er zijn twee soorten zotten op onze afdeling. Zij die hier vrijwillig verblijven, houden zich netjes aan de regels uit angst om te worden verdreven van Het Paradijs naar de Boze Buitenwereld, zij die gedwongen zijn opgenomen zouden er een meer dan één lichaamsdeel voor over hebben om vrij te komen, als zij iets mispeuteren komen ze in de isoleercel terecht of worden ze naar de spoedafdeling verwezen: terug naar af.
Het is een mooie song, maar hij staat nog niet helemaal op punt.
Haykel vraagt of ik hem wil tekenen. Zijn vriendin verjaart en hij wil haar een kaart sturen.
'Op de voorkant moet je mij tekenen en de Tunesische vlag. Op de achterkant een tekening van haar en de Braziliaanse vlag'.
Ik kwijt me zo goed mogelijk van mijn opdracht.
'Hoe zie je vriendin eruit? Heb je geen foto van haar?'
'Ze is slank en heeft lang zwart haar'.
Daar moet ik het mee doen.
Ik probeer een fotomodel te tekenen.
'O maar dat is prachtig, ze is het helemaal', juicht Haykel. 'Jij bent een genie. Als je wilt kan ik van jou ook een robot maken.'
'A ja?'
'Het is een eenvoudige operatie, ik zal het je even laat zien. Hij stroopt zijn broek af, op zijn achterwerk een enorme pleister.
'Dank je. Ik geloof dat ik nog even mens blijf, voor de tijd dat het nog duurt', zeg ik. Die gast is echt gestoord, ik geloof dat ik maar beter uit zijn buurt kan blijven.
Ik hoor de welluidende stem van mijn vriend Josée, hij is terug. Josée verblijft in het home aan de overkant van de straat waar de permanente gevallen resideren, zij die alle hoop hebben laten varen en die ongevaarlijk zijn voor zichzelf en de samenleving. 's Namiddags heeft hij vrije uitgang, de voorwaarde is dat hij geen alcohol drinkt, geen sinecure voor een drankverslaafde. Als hij zich niet aan de regels houdt, wordt hij voor een paar dagen verbannen naar de crisisafdeling.
'Ik heb moeten blazen', grijnst hij, '2,5 promille, een trappist of vijftien gedronken'. Het maakt hem weinig uit waar hij de nacht moet doorbrengen. Zijn vrouw heeft hij verloren, zijn kinderen willen hem niet meer zien, liever in Sleidinge dan alleen in armzalig appartement te gaan zitten.
Een stralende veertiger komt de leefruimte binnen, hij heeft een cd-speler bij. Hij stopt een zilveren schijfje in het ding en begint houterig te dansen met. een schaapachtige glimlach. Het is onze danstherapeut. Enkele jongere zotten imiteren zijn ridicule danspassen, het grotendeel staat het hilarische schouwspel van aan de zijkant aan te zien. Tijl, de Hangman, vraagt Metallica aan, er wordt hevig geheadbangt.
Tijl is vroeger naziskin geweest, hij toont me de swastika op zijn schouder, en hij is gefascineerd door massamoordenaars. Zijn grote voorbeeld is de hangman, de laatste Amerikaanse beul die ter dood veroordeelden de strop omdeed.
'Ik ga je ophangen', zegt hij iedere keer als ik hem zie.
'Ga je gang, Hangman', zeg ik en dat vindt hij blijkbaar zeer grappig want hij volgt me als zijn schaduw, ik ben de vriend van de Hangman, willens nillens.
Hij heeft me een boek te lezen over de seriemoordenaar Derochette. Het is te vunzig, na tien bladzijden haak ik af.
'Wie is Fatima?' vraagt de Hangman. We zitten in de crea-ruimte, ik maak elke dag dezelfde tekening van het zwartharige meisje Fatima in haar rode jurk op de rug van een vliegende vis.
'Dat is mijn Turkse droommeisje', zeg ik hem.
'Ik ga haar ophangen', zegt hij.
Ik geef hem de tekening.
'Hang haar op aan de muur van je kamer'.
Dat vindt hij ontzettend grappig.
Gineau, Annelies en ik zitten in de aprilzon een sigaretje te roken.
Annelies is een mooi, intelligent meisje van vijfentwintig. Ze is een KOPP-kind. Kind van Ouders met Psychiatrische Problemen. Een neurotische, hysterische depressieve moeder en een psychotische papa. Het zal je maar overkomen. Gineau is hier omdat hij in het SMAK een modern kunstwerk heeft vernietigd, het leek nergens op, aldus Gineau. De schadeclaim bedraagt 200.000 euro. Gineau is zelf ook een niet onverdienstelijk kunstenaar en wil bij wijze van schadeloosstelling een paar van zijn tekeningen cadeau doen aan de erven van Jan Hoet.
'Jij wordt vast heel erg oud', zegt Annelies tegen mij, ' ik kan me je voorstellen als een oude, wijze man met een grijze baard die met kruiden en zalfjes in de weer is.'
'Dat zit er niet in. Mijn sterfdatum staat al vast, 28 mei 2008.'
'Hoe ga je het doen?'
'Gewoon. Stoppen met ademen.'
Paniek op de afdeling, de zorgverleners draven zenuwachtig heen en weer. Wij mogen onze kamer niet verlaten. Er stroomt bloed onder de deur van de douchecabine.
'Het zal Jan zijn', zegt mijn kamergenoot Gilbert. Hij krijgt gelijk. Jan heeft zijn polsen overgesneden met een scheermesje. Iedereen wist dat Jan suïcidaal was en toch heeft een verpleger hem een scheermes gegeven. Het Mugteam komt hopeloos te laat, Jan is dood.
Jan is dood.
We worden samengedreven in het vergaderzaaltje en krijgen van de Zeekoe te horen dat er een betreurenswaardig voorval heeft plaatsgevonden waarover geen verdere details worden vrijgegeven. Iedereen weet maar al te goed wat er gebeurd is. Behalve mevrouw Denise die van de gelegenheid gebruik maakt om haar beklag te doen over het tekort aan potjes yoghurt bij het middagmaal. Ik heb gezien hoe ze minstens vijftien yoghurts heeft weggemoffeld in haar handtas.
Het belangwekkende feit wordt genoteerd. Josée krijgt een uitbrander omdat hij een sigaret heeft opgestoken in de vergaderzaal.
'Het is een schande. Door jullie nalatigheid is die jongen niet meer onder ons en dan beginnen jullie te balken over een stom sigaretje', schreeuwt Josée. Instemmend gemompel. Een paar seconden lijkt de Zwalpende Zeekoe uit haar lood geslagen.
Wie problemen heeft met de zelfmoord van Jan kan terecht bij de crisispsycholoog. Er zijn twee kandidaten waaronder mevrouw Denise die hem inlicht over de snode moordplannen die tegen haar worden gesmeed. Het leven in het Gesticht herneemt zijn gewone gangetje. Zo werkt dat. Iedereen is te hard bezig met zijn eigen problemen om zich lang druk te maken over het trieste lot van een lotgenoot.
Het parket en de politie stappen af, een lijkwagen stopt voor de achterdeur en het stoffelijk overschot van de overledene wordt via de noodtrappen en de nooduitgang heimelijk nar buiten gesmokkeld. Het lijkt wel een aflevering van Fawlty Towers.
Don' t mention death.
Diezelfde nacht probeert Annelies zich van kant te maken. Het loopt goed af, of slecht, het is maar hoe men het bekijkt.
Het rollenspel herbegint. De bokser komt op consultatie.
'Dokter, ik voel mij zo slapjes, kan u mij wat pep voorschrijven?'
'Geen enkel probleem, Een halve kilo speed, kan dat volstaan jongen?'
'Dank u, dokter', zegt de bokser.
Josée krijgt een reprimande omdat hij teveel praat over zijn drankgebruik en dat zou de medepatiënten tot slechte gedachten inspireren. Het wordt hem uitdrukkelijk verboden om de geneugtes van het trappistenbier in het openbaar te bezingen.
We passen ons taalgebruik aan.
'Collega, wat zou u er van denken om deze namiddag de Leffe af te varen?', vraag ik hem tijdens het middageten.
'Ik dacht eerder om een bezoekje te brengen aan de abdij van Westmalle en daarna het oude stadscentrum van Chimay te bezichtigen', repliceert hij. De hilariteit is groot, De Zeekoe lacht groen. Tegen oude zotten zoals wij is ze verbaal niet opgewassen.
Het monotone geweeklaag en ijselijk gehuil uit de isoleercel is hartverscheurend en oorverdovend. Het gothic meisje ligt al vijf dagen en nachten vastgebonden en tiert om haar mama. Een paar werklieden zijn bezig een hek te plaatsen voor de isoleerruimte. Klimopplanten moeten de cellen aan het zicht onttrekken. De kunst van het camoufleren.
Slapen kan ik nauwelijks. Vanaf vier uur 's ochtends dwaal ik rond door de blauw geverfde gangen van het instituut. Ik sla een praatje met Sam, de nachtwaker, die ik nog ken van een vorige opname in het Guislain en die ook veel afweet over rockmuziek. Ik rook kettingen. Op het krijtbord in de rookruimte maak ik weinig flatterende tekeningen van de Zeekoe en schrijf ik 'nique la police' en andere opruiende slogans. Ik dek de ontbijttafels en zet koffie. Mijn lichaam is doodop, maar mijn onrustige geest is nog niet tot bedaren gekomen in deze post-manische periode. Volgens de handboeken psychiatrie heb ik nu nood aan een 'prikkelarme' omgeving, maar in deze doorgedraaide heksenketel zie ik me voortdurend geconfronteerd met een spervuur aan prikkels die van overal worden afgevuurd, iedere patiënt is een vulkaan die elk moment kan uitbarsten.
Ik wou dat ik een nacht in mijn eigen bed kon slapen, in mijn vertrouwde omgeving.
Tijdens de groepsbespreking van de weekendinvulling op de ochtendplanning (spuuglelijke tsjeventermen die bij mij kwalijke herinneringen oproepen aan de chirokampen in mijn jeugd) krijg ik toestemming voor een vrije zaterdag. Ik mag om twaalf uur beschikken en moet evenwel om negen uur 's avonds terug in Sleidinge zijn. Geen haar op mijn hoofd dat er aan denkt, maar ik knik van ja.
Met de tweedehands fiets die ik voor veertig euro bij een lokale fietshandelaar heb gekocht, rij ik naar Gent. Ik stop aan Sint-Jacobs voor een Orval. Naast mij aan de toog zit een dronken man van middelbare leeftijd die zich voorstelt als Guido.
'Ben jij niet Guido van Gent, de beroemde zanger?' vraag ik.
'Iedereen kent mij', zucht hij, 'maar elke nacht kruip ik zat en alleen in mijn bed'.
Ik luister met een half oor naar zijn ellendig, miserabel verhaal, tien jaar cafébaas geweest, dan heb je het al allemaal eens gehoord.
Hij buigt zich voorover en zingt exclusief voor mij één van zijn eigen composities waarvan hij tot tranen toe ontroerd geraakt. Ik niet, ik maak me met een smoes zo snel mogelijk uit de voeten.
Ik ben God niet.
In het café daarnaast begin ik aan mijn wijntherapie die ik verder zet in de Pink Flamingo's. Daar kent men mijn strapatsen en laat me mijn gang aan. De baas himself kijkt me altijd smerig aan, met de barman heb ik nooit last. Ik doe hem denken aan de goedaardige psychopaat uit de serie Twin Peaks, mij onbekend, zei hij me onlangs. Het zou mijn doordringende starende blik zijn die veel volwassenen afschrikt, met kinderen heb ik minder problemen in postmanische tijden. Ik krabbel samen met een klein meisje tekeningen op bierviltjes. Zij tekent voor mij een zombiespook, ik voor haar een wijnkonijn en een pratende appeltaart.
Ron komt binnen.
'Hebben ze je weer losgelaten?'
'Voor zolang het duurt.'
Ron heeft zes maanden in de bak gezeten voor XTC-handel, dat schept een bepaalde band.
Hij moet hard lachen om mijn smakelijke anekdotes uit het gekkenhuis.
Sommige dingen in het leven zijn zo triest dat je er alleen maar om kunt lachen.
Ik eet een pitabroodje en wacht tot mijn stamcafé opengaat.
'Ben je weer vrij?', vraagt het barmeisje.
'Ik ben ontsnapt', zeg ik.
'Wil je onderduiken in de kelder?'
'Ik denk dat ik eerst nog een paar wijntjes consumeer.'
Op de terugweg zie ik dat er nog licht brandt in het Verloren Foefke. Mijn broer Koen en Gineau zitten er. Koen is bezorgd, hij trakteert mij op een glas water.
Gineau demonstreert zijn zelfgemaakte laptop die hij aansluit op één van de tapkranen. Ik bestel wijn en krijg water, zoals Jezus, maar dan omgekeerd.
Boos en beledigd stap ik op.
'Als ik hier geen alcohol krijg dan ga ik wel op een ander'.
Gineau zegt dat hij straks achterkomt. In Galya neem ik nog een wijn en ik vervloek de wereld en iedereen. Ik ben moe en aangeschoten. Heel voorzichtig fiets ik naar huis, bang om opnieuw te worden overvallen door de klabakken.
Er wordt op deur geklopt. Het is niet Gineau, het zijn twee flikken. Erg verrast ben ik niet.
'Ha de broeders van liefde, ik had het kunnen denken', roep ik zo hard mogelijk omdat ook mijn buren het zouden horen.
'Meekomen'.
Ze blijven in de deuropening staan terwijl ik fulminerend door mijn huis raas en mijn spullen pak.
'Jullie zullen mij ook in elkaar timmeren zoals die fascistoïde collega's van jullie zeker?'
'We slaan niet op varkens', zegt de ene.
'Hij is zo zot als een achterdeur', zegt de andere die mijn handen boeit en mij achter in de politiewagen duwt. Tijdens onze nachtelijk rit door Gent blijf ik hen uitschelden voor het vuil van de straat.
'Het is echt wel een brave modelburger', zegt de chauffeur tegen zijn collega, ze dragen allebei glimmende zwarte handschoenen.
Ik kom tot rust, leun achterover en zie mezelf als een personage in een slechte politiefilm. Bijna krijg ik de slappe lach.
Het is erg druk in de nachtafdeling van de flikken in de Ekkergemstraat. Ik moet plaats nemen op een bankje in de wachtzaal. Het geluid van ronkemannen en flikken die tegen elkaar schreeuwen. Matrakken die op schedels slaan.
'Ze staat heet vannacht, ik geloof dat ze aan de speed hebben gezeten', zegt de man naast mij die een bloedende hoofdwonde heeft opgelopen.
Ik probeer beleefd te blijven tijdens het verhoor.
Dezelfde smerissen brengen mij terug naar Sleidinge. Ik ben stout geweest en kom weer in de isoleercel van de spoed terecht.
'Deze man zegt bipolair te zijn. Eens in manische toestand zegt hij de orde te verstoren, en telkens met de politie in aanraking te komen. Ook bij ons zagen we aanvankelijk inderdaad zijn neiging om met gemaakte afspraken een loopje te nemen, zodat zelfs opnieuw de politie moest worden ingeschakeld toen hij na een toegestane uitstap niet onmiddellijk naar ons ziekenhuis wilde terugkeren. Hij gaf ook toe zich eigenlijk wel wat door de politie geviseerd te voelen, een soort van achterdocht te voelen die zich aanvankelijk ook op de afdeling toonde ten aanzien van het personeel.'
Uit het verslag van psychiater Verlinden aan de huisarts.
Jan, de verpleger die mij uit de cel komt verlossen, krijgt de volle laag.
' Had je mij niet gezegd dat de politie nooit op de campus mocht komen. Jullie zijn even grote smeerlappen als de flikken, jullie spelen allemaal onder één hoedje, dit is een gevangenis en jij bent een cipier'.
Jan vliegt me bijna naar de keel. Ik heb hem gekwetst in zijn beroepseer. Het verbaasd mij dan ook dat ik in de loop van dezelfde dag weer wordt getransfereerd naar de spoedafdeling. Ik geloof dat men mij liever kwijt dan rijk is.
Josée houdt niet op mij te verbazen. Hij heeft bij de politie van Evergem gesolliciteerd voor de job van onderhoudsman. Ik verslik me bijna in mijn trappist.
'Dat meen je niet', zeg ik.
'Toch wel, ik weet u dat niet al te hoog oploopt met de arm der wet, maar ik ben deze voormiddag bij de commissaris langs geweest voor een sollicitatiegesprek en de man was danig onder de indruk van mijn technische capaciteiten.'
'Ik wist niet dat u ook mechanicien was?'
'Ik heb nog nooit van mijn leven een tang in mijn handen gehad, maar een verkeersbord in elkaar timmeren langs de kant van de weg, zo moeilijk kan dat toch niet zijn? En als er een combi gerepareerd moet worden dan zorg ik er wel voor dat ik hem helemaal naar de kloten help zodat ze een nieuwe moeten kopen.'
We nemen nog een tripel op zijn nieuwe betrekking.
Ze hebben mijn handen en voeten vastgebonden en een riem gespannen rondom mijn midden. Ik had geweigerd om het antipsychoticum Zyprexa dat mij werd voorgeschreven nog langer te slikken. Therapie-ontrouw, heet men dat. De Zeekoe had haar bieper beroerd en even later werd ik overmeesterd door vijf stoere verplegers. Ik scheld hen de huid vol en roep tegen de Zeekoer dat ze een vuile nazihoer is.
'De eerste die in mijn ogen durft te kijken bliksem ik dood', schreeuw ik. Ze kijken naar de grond en druipen af.
Uit pure woede en razernij scheur ik mijn T-shirt met mijn tanden aan flarden en plas ik mijn matras onder. De zorgverleners zijn zo attent geweest om een digitaal klokje naast mijn brits te zetten zodat ik elke seconde kan aftellen. Acht uren duren eindeloos lang als je bent vastgeketend. Die middag zouden mijn zus en moeder op bezoek komen, ze hebben hen afgescheept met de leugen dat ik in een diepe slaap was verzonken.
In het vervolg doe ik alsof ik die ellendige zombiedrug braafjes inslik en spuug ik het goedje terug uit op het toilet. De kunst van het doen alsof.
De koude oorlog tegen de Zeekoe belandt in een hete fase. Mijn vriend Josée en ikzelf laten geen gelegenheid onbenut om haar publiekelijk voor schut te zetten. Hij noemt haar het Knobbelzwijn. Vader Abraham, de door de wol geverfde zorgverlener die de rol van de 'good cop' speelt, probeert te bemiddelen en maant ons aan tot kalmte. Vader Abraham en Josée verhouden zich tot elkaar zoals de dorpspastoor Don Camillo tot de communistische burgemeester Pepone. De subtiele plagerijen en onderhuidse pesterijen houden nooit op. Hoezeer hij zich ook in het zweet werkt, in het tafeltennissen kan Josée hem niet verslaan hetgeen hem ten zeerste frustreert.
Lucien, de woeste psychopaat, heeft helemaal geen verstand van het spelletje dus trapt hij onze balletjes plat. We vragen een nieuwe bal aan de Zeekoe. Dat kan niet, daarvoor moet ze eerst een administratieve aanvraag indienen bij de Dienst Materiaal. We doen gewoon verder, huppelen rond te tafel en zwaaien met onze bats.
'Wat zijn jullie aan het doen?' komt de Zeekoe verbaasd vragen.
'We spelen pingpong mevrouw.'
'Zonder balletje?'
'Hoezo?'
'Jullie hebben toch geen balletje meer om te spelen'
'Dat vinden we niet echt een bezwaar, mevrouw, we zijn namelijk geestesgestoord, ziet u.'
'De stand is 12-7, u bent aan slag, confrater'.
Het kind pijnigt tevergeefs haar hersenen naar een gepaste repliek, haar mond staat wijd open. Ze zucht en dribbelt terug naar haar schuilplaats.
Vijf minuten later is er weer een pingpongbal.
De Zeekoe heeft Haykel op zijn kamer betrapt met een joint. Hij heeft moeten blazen, het resultaat was negatief, het roken van theebuiltjes is nog steeds niet verboden.
Ik begin een beetje medelijden te krijgen met het Knobbelzwijn, haar populariteit bij de bewoners van het HUIS is er bepaald niet op vooruit gegaan sedert mijn collega Josée en ik haar tot kop van jut hebben gemaakt. 's Middags zit het dikke kind alleen aan een tafeltje haar soep op te slurpen, niemand wil nog in haar gezelschap worden gezien behalve de Kleine Smurfin, de stagiaire, die niet anders kan. De twee kunnen totaal niet met elkaar opschieten en wisselen nauwelijks een woord uit.
De jonge Tommy is ontsnapt. Hoe heeft hij dat in godsnaam klaargespeeld? De Hangman beweert dat hij door het raam van het rokerslokaal is geklommen en naar beneden gesprongen. Het is niet geloofwaardig, het raampje kan amper dertig centimeter open en de afstand tot de begane grond bedraagt meer dan tien meter. Twee dagen later wordt Tommy terug binnengebracht. We zitten rond hem in het rokerslokaal en wachten op zijn verhaal. Hij grijnst triomfantelijk en tovert uit de binnenzak van zijn jas een zak weed tevoorschijn. Het is Feest. Om twee uur 's nachts komt de nachtwaker vragen of het alstublieft wat stiller kan. Dat er namelijk ook mensen zijn die 's nachts willen slapen.
'Jongens jullie hebben het gehoord, we moeten de nachtrust van mijnheer de directeur respecteren, de man heeft het al lastig genoeg', brult Josée.
Johan, mijn nieuwe kamergenoot, overhandigt me zijn broeksriem en zijn schoenveters en vraagt of ik die in mijn kastje wil opbergen. Vijftien jaar geleden is zijn vriend verongelukt in een verkeersongeval - people come, people go, they die in car accidents' - en sindsdien leeft hij tegen zijn zin. Boven zijn bed hangen tientallen ingelijste portretten, vakantiefoto's en andere memorabilia van wijlen zijn vriend zoals de muntstukken die hij op zak had toen hij zich te pletter reed.
Tot in de kleinste details onderhoudt hij mij over zijn diverse zelfmoordpogingen en wat er precies fout is gelopen. Je kan je polsen beter verticaal in plaats van horizontaal oversnijden want dan bloed je rapper dood. Als je pillen slikt moet je eerst een fond leggen van appelmoes, en meer van die handige tips.
'Waarom moet ik die spullen van jou in mijn kast bewaren?', vraag ik.
'Ik geloof dat ik vannacht wel eens domme dingen zou kunnen doen, je weet wel.'
Je gaat toch geen domme dingen doen? Ik haat die hypocriete uitdrukking. Is tegen je zin blijven leven in sommige gevallen niet minstens even dom of dommer dan zelfmoord?
Domme dingen doen, Djezusdutroux, ik heb het weer getroffen, ik kan nu al nauwelijks een oog dicht doen 's nachts. Waakzaamheid is geboden als men het gekkenhuis wil overleven.
'Ik heb geen sleutel', zeg ik.
'Haal beneden een sleutel, ik betaal de waarborg'.
Plichtsgetrouw maak ik melding van de missive van mijn kamergenoot. Ik krijg te horen dat ik me niet moet moeien met andermans zaken en dat ze zelf de zaak in het oog zullen houden.
Ik moet denken aan Jan.
De volgende morgen wordt Johan eruit gezet. Ik zie hem 's middags mistroostig in het park zitten met zijn fiets en twee grote draagzakken. Het regent en Johan woont aan de kust. De volgende dagen pluis ik de overlijdensberichten van de kranten vergeefs uit naar een jongen die zich in de buurt van Sleidinge onder de trein heeft gegooid.
Annelies heeft een marsbevel gekregen. Ze zou teveel met de jongens aanpappen en haar vriendschap met Gineau zou te intiem van aard zijn.
Om therapeutische redenen is relatievorming niet toegestaan.
Of zou het zijn omdat ze zelf te lomp en te lelijk is om ooit van straat te geraken dat de Zeekoe haar reukorgaan in andermans privé-aangelegenheden stopt?
Psychocandy: Deel V
God is een bloedig viswijfLieven Deflandre
Een achterdeur, twaalfduizend achterdeuren, zestien miljoen achtenveertig komma drie achterdeuren.
Hij is veel zotter dan dat, zot is god, god is de opperzot van het zottenkot. Weg met de god van het rabot, keten hem vast, sluit hem op, spuit hem vol.
Zie hem daar liggen, platgespoten, zijn voor en achterpoten vastgebonden, een riem rond zijn kwabbige buik, zie hem daar spartelen, de god van het zottenkot. Pathetisch. Wie denkt hij wel dat hij is? Jezus Christus Dutroux, daar hebben we de volgende god weer, Napoleon en Hitler zullen content zijn. Jezus Christus samme krakkepitte, het is weer lente, die fucking losers van goden worden weer wakker.
Vanmorgen werd ik wakker en ik was god. Daar had ik niet echt veel zin in, het is zo een verschrikkelijk gedoe allemaal, en je moet vriendelijk zijn en voorkomend, en begrijpend, en bla bla bla, zelfs tegen de dikste en stomste kalveren. Laat maar zitten, ik benoem mijn goudvissen vanaf heden tot de goden van het heelal, alle dagen bal en karnaval.
Joey en Deedee, goldener fisschen, zijn de nieuwe goden, laat ons bidden. Voor hen, voor ons en voor de andere randdebielen.
God is moe, god is lui, god heeft vandaag eventjes geen zin om te scheppen, god is een bloederig viswijf, god is een goudvis, god heeft dorst. God heeft een vrouw nodig, god gaat op zoek naar zijn Godin. En avant.
Jakkes, zie hem daar zitten, roepen en tieren, wat is die gast zijn probleem? Wij proberen hem te helpen, wij proberen zijn psychose te kanaliseren en die gast blijft maar schoppen en slaan en bijten. Schreeuwen dat wij moordenaars zijn en fascisten en dat wij ons moesten schamen voor onszelf en ons nageslacht.
Zielig geval.
God loopt door de straten van het Rabot. Hij ziet dat het goed is. De mensen knikken hem een goedenavond toe. Mannen nemen hun hoed af, vrouwen slaan hun blik zedig naar beneden, kinderen glimlachen hem toe. God is tevreden, maar ook een beetje moe om god te zijn. Liever was hij Ronaldinho geweest, of een ijsjesverkoper, of gewoon een zandkorreltje in de woestijn. Al dat gedoe altijd met die goedgelovigen, denkt god, waar is het in mijn Eigen Klote Naam goed voor? Waarom hebben die beate sukkels mij nodig? Waarom kunnen ze hun eigen plan niet trekken. Jezus Christ, ik ben god niet, of toch wel, maar ik heb er niet voor gekozen, be your own god, wankers. Als er nog vragen zijn, of problemen die opduiken, laat mij dan met rust, en raadpleeg Joey en Deedee, mijn gouden godenvissen. Lat mijn hoofd gerust. Gooi het voor de vissen.
Nee maar, wat moeten we met dien typ aanvangen? Hij is te zot om los te lopen, zo zot als een achterdeur, wat zeg ik, als twaalfduizend achterdeuren. En de medicatie schijnt geen vat op hem te hebben, te ver weg zeker? Een junk of een weirdo, een freak, een sociopaat, een wild beest, verbaal agressief, onaangepast.
God denkt god, al die mooie vrouwen op straat en die heb IK allemaal geschapen naar mijn beeld en gelijkenis. Wat ben ik toch geniaal, maar het is zo verdomd moeilijk om een keuze te maken, zeker in de lente want dan zien ze er allemaal uit om te stelen. God is geen dief. God moet kiezen. En dan ziet hij HAAR plotseling opdoemen, haar goddelijke verschijning doet het zonlicht bleek uitslaan. Haar goddelijke aura ruikt naar witte chocolade en goudbloesem. Hij stapt op haar af, hij valt op zijn knieën, hij spreekt haar aan.
Mijnheer, ik vind het niet aangenaam dat u me blijft achtervolgen, ga weg of ik bel de politie.
De god van het zottenkot ligt in een donkere cel, zijn voor en achterpoten zijn vastgebonden aan een ijzeren brits, hij snakt naar adem, hij heeft dorst, hij roept om water en niemand hoort hem. Zelfs Joey en Deedee niet, de godenvissen.
IK BEN GOD, DE GOD VAN HET RABOT, haal mij hier onmiddellijk uit, stelletje randdebielen of ik bliksem jullie dood, ellendige sukkels van de gediplomeerde onkunde, onbekwame viswijven van psychiatrische verpleegsters, doe die deur open, NU, of ik timmer jullie visogen dicht en pis in jullie gore koeienmuil, IK BEN GOD, sukkelaars, en wie zijn jullie? Onbenullen, doodgeboren losers, tuig van de richel, marsipulamis, omhooggescheten polderboerinnen….aaah, de Spuit, had ik het niet kunnen denken, daar hebben we niemand minder dan de oppernazihoer haarzelve met de Spuit, doe je broek naar beneden, roept ze, doe het zelf, kuthoer, doe het godverdomme zelf, en waag het niet om mij in de ogen te kijken of ik vermoord je met mijn blik, val dood, smeerlappen.
God is moe, god heeft zijn ogen gesloten, hij ligt opgekruld als een ansjovis in de hoek van de isoleercel. Zou god slapen, zou god uiteindelijk dan toch zielenrust hebben gevonden en in dromenland zijn weggezonken? Natuurlijk niet, wat een belachelijke veronderstelling, alleen minkukels en dorpsidioten kunnen zoiets in hun achterlijke mongolenhoofd halen.
GOD SLAAPT NAMELIJK NOOIT, GOD KAN NIET SLAPEN.
God is chronisch slapeloos. Hoe zou god in zijn eigen klotennaam kunnen slapen bij het zien van zijn stinkende, wansmakelijke klotenschepping die hij nota bene eigenhandig in elkaar heeft gedraaid en gebricoleerd en in zeven dagen ineen heeft geknutseld en die dag en nacht op zijn netvlies staat gebrand? God is een pathetische mislukkeling en hij weet het maar al te goed, het deugt niet wat god heeft geschapen, en daarom zit god zich dag en nacht suf te piekeren: hoe kan ik die godvergeten kutschepping godverdomme min of meer weer vlot krijgen om mijn pokdalig gezicht te redden?
Vergeet het godje, the damage is done, over en uit, god is zot, zo zot als achttien miljard achterdeuren.
In het oog van de viskom verschijnt de gedrochtelijke kop van de kenau.
'Ga op je matras liggen met je armen achter je rug', snauwt ze.
'Kutwijf, moge je ziel branden in de hel', schreeuwt de god van het rabot en hij kruipt achteruit op zijn smerige matras. De sleutel draait om, voorzichtig komt ze binnen en plaatst dan haastig een dienblad op de vieze toiletboord. Twee sneetjes wit brood met confituur, een bekertje platte koffie en een flesje water.
Ook al ben je een god in het diepst van je gedachten, als men je als een schurftige, luizige straathond behandelt, ga je je ook navenant gedragen.
2. Love Hate Ping Pong
Na twee dagen en nachten in de cel wordt god uit zijn cel gehaald door de kenau van een hoofdverpleegster. Hij krijgt een kamer toegewezen die hij deelt met Sergei, een tanige, bleke Wit-Rus zonder papieren maar met prikkeldraadtatouages op zijn bovenarmen en LOVE HATE op zijn knokkels gebrand, die een soort zeldzaam nauwelijks begrijpbaar Iers dialect spreekt.
'I buy pasport from you, zhen I go to England, zhere me free', zegt Sergei
'Beg you pardon'
'You give me your pasport, good money, you go ask new pasport, no problem, win win, me happy, we happy, you money, you go to fuck zhe girls'
'No no, no, no money, no fucking girls, no pasport, I lost it'
Sergei gelooft er geen woord van, hij kijkt god wantrouwend aan. Alsof god zou kunnen liegen! GOD KAN NIET LIEGEN EN HIJ HEEFT GEEN PAPIEREN. HIJ HEEFT GEEN PASPOORT. GEEN SIS-KAART EN OOK GEEN RIJBEWIJS. Waarom zou god in vredesnaam een paspoort nodig hebben? Wat een dwaasheid! Wat een dwaling! Tegenover wie zou God zich moeten legitimeren? En welke stompzinnige doodgeboren klabak zou het in zijn mongoloïde hoofd durven halen om god zijn papieren te vragen?
In de afgeleefde leefruimte speelt god pingpong tegen de kampioen van Kosovo. De kampioen van Kosovo is een geweldige speler, hij is atletisch, razend snel, begiftigd met magistrale reflexen, een solide verdediging en een majestueuze smash, maar tegen god is hij niet opgewassen. God slaat elk balletje terug. De kampioen van Kosovo loopt zich de benen van onder het lijf, er staat schuim op zijn lippen, hij vloekt en stampvoet. Maar god blijft elk balletje doodgemoedereerd terugslaan. Dat is voor hem helemaal niet moeilijk want GOD IS namelijk HET PINGPONGBALLETJE.
God is overal, zelfs in Bobbejaanland en in uw pot mayonaise.
De arme Kosovaarse kampioen moet opgeven met krampen, de schrik staat in zijn ogen te lezen. Hij schudt god een bange klamme slappe hand. Hoe kan het dat die slordig geklede dikzak met zijn lang vettig haar hem zomaar van het kastje naar de muur speelt? Wie is die dekselse kerel? Wat doet hij hier? Waarom is hij hier? Is het een mouchard, een indringer, een intrigant? Of is het de duivel zelve? De man die elke slag retourneert en de spot drijft met elke tegenspeler, een satanist.
God leest de gedachten van de Kosovaarse pingponger en deze stemmen hem droevig. Het ligt niet in god zijn aard op om te scheppen over zijn beroep, maar nu zou hij die arme psychopathische pingponger aan zijn boezem willen drukken en hem zeggen: vreest mij niet mijn drijfveren zijn zuiver als rijnzand, ik ben namelijk god, ge zult me wel kennen zeker?
Tijd voor de medicatie, roept de kenau en ze klapt de pingpongtafel dicht, de patiënten springen in het gelid en vormen een begerig wachtende rij, als schoolkinderen die op hun chocomelk wachten tijdens de middagpauze.
'Wat is dat gele pilletje'
'Dat is goed voor jou jongen'
'IK BEN GEEN JONGEN! IK BEN GOD, en ge kunt uw vergif zelf slikken, stomme koe, ik neem geen neuroleptica, jamais, ik ben geen zombie, jij miserabel manwijf, je zal me weer moeten platspuiten want ik zou nog eerder in je rottende muil kotsen dat vrijwillig die giftige troep te slikken. Doodgeboren Nazi Stront Wijf!'
Vijf potige cipiers sleuren god de isoleercel in. Een trekt aan zijn haar, twee houden zijn benen klem, de anderen zijn armen.
There we go again, denkt god en hij ziet dat het niet zo goed is.
Water, klootzakken
Mijn koninkrijk voor een fles water
God hapt naar adem in een lege petfles, god is uitgedroogd, hij heeft overal branderige uitslag, er hangt een gasgeur in de cel, hij houdt een paar vellen nat toiletpapier tegen zijn mond, de smeerlappen ze willen mij vermoorden, denkt hij, hij roept om water maar niemand hoort hem, hij sleept zich naar de deur, drukt zijn neus tegen het ronde kijkglas en ziet het uurwerk aan de viesgroene ziekenhuismuur. Welke zieke geest haalt het in zijn hoofd om op deze verdoemde plek een uurwerk te hangen? De tijd tikt seconde na seconde weg. God huilt, hij bonst op de deur, hij schreeuwt de ziel uit zijn lijf, de celgenoot links naast hem begint mee te brullen. Een dierlijk gehuil.
HAAL ME HIER ONMIDDELLIJK UIT VUILE SMEERLAPPEN, linkt het. Dan valt zijn buurman stil, hij hoort een zalvende stem in de cel naast hem.
' En hoe gaat het vandaag, Bernard jongen? Een beetje beter?'
Het is de dokter.
De sleutel draait om in het slot, de dokter en zijn gevolg stappen binnen. Het is een delegatie van acht man sterk, allemaal jong, goedgekleed en netjes geschoren. Een van hen is mooie, zwartharige vrouw die hij meent te kennen. Ze lijken zo uit een doktersromannetje te komen. De dokter zet zich neer op het stinkende gat dat als toilet dienst doet en hij luistert gewillig naar het vurige pleidooi van god om te worden vrijgelaten uit deze gore cel. De dokter knikt welwillend, hij lijkt niet ongevoelig voor de argumenten van god om zich thuis verder te laten behandelen door zijn huisarts. En zie, het wonder geschiedt, de jonge dokter verdwijnt om contact op te nemen met de huisarts en een half uurtje later komt hij terug met zijn assistenten in zijn kielzog.
'U beseft toch wel dat u er slecht aan toe bent en u zich moet laten behandelen?' zegt de man. God geeft toe, bekend alles.
'U mag gaan' zegt de man.
Hij propt zijn kleren haastig in een plastic zak. De dokter zou maar eens mening moeten veranderen.
'Where you go?' vraagt Sergei.
'I am free', zegt God.
Sergei schudt mismoedig het hoofd, hij gelooft er geen snars van.
God vertrouwt het hele zaakje ook niet, nemen ze hem in de maling, of heeft iemand die hem welgezind is een bevrijdingscommando gestuurd om hem te helpen ontsnappen? Zou er een vluchtauto klaar staan om hem asap naar een veilig buitenland te transfereren? Of is dit een list en willen ze hem voorgoed uitschakelen? God begrijpt het niet meer en gaat aan de balie informeren of hij niet eerst ergens wat paperassen moet invullen ten einde zijn ontslag administratief te regulariseren? Niets van dat alles, daar is de deur zegt de juffrouw en ze drukt hem ter afscheid een strip lithium in de hand.
Men zegt dat god alles weet, maar dat is bezijden de waarheid. God staat op de lege parking van een immens ziekenhuis met een zak kleren over zijn schouder en hij weet begot niet waar hij zich bevindt. Hij zoekt vergeefs naar oriëntatiepunten, of naar de vluchtauto die hem naar veiliger oorden zou moeten brengen. Op goed geluk af begint hij te stappen. De zak op zijn rug weegt veel te zwaar. God betreedt Café Sparta en bestelt een proletarische spartapils.
Een bordje hangt boven de toog: In God we trust, others pay cash.
Een man aan de toog gaat op de koer telefoneren, god koestert argwaan en drinkt zijn biertje in één teug leeg. Hij loopt door een troosteloze buitenwijk van Gent, althans dat vermoedt hij. Het motregent, aan een bushalte vraagt hij aan een huisvrouw waar hij de bus kan nemen naar het Rabot. Het geluk lacht hem voor één keer toe, hier stopt de bus naar het Rabot, zegt de vrouw.
Het is rustig op de bus, iedereen is vriendelijk, geen zinloos geweld of andersoortige opstootjes of zo, geen medepassagiers die met een dwangbuis klaarstaan. God zit vooraan op een eenpersoonszitje met zijn grote zak kleren op zijn schoot en hij glimlacht minzaam naar de Turkse meisjes rondom hem. Op een dag zullen de Turkse meisjes de wereld regeren en dan zal alles weer goed komen.
God zit in de wachtzaal van zijn huisarts, het is ontzettend druk en bloedheet en hij heeft geen afspraak, nog vijftien wachtenden voor hem. Hij begint te zweten, angstzweet, het gekwebbel van zijn medewachtenden maakt hem hoorndol, ik moet hier weg, ik hou het hier niet langer uit, hij vlucht weg.
Voor 99 euro koopt god een citybike en een indrukwekkend fietsslot in een Turkse bazaar. God besluit om een fikse fietstocht te maken om de isoleercel te vergeten. Bij Fatima drinkt hij een fruitsap.
'Gaat het weer een beetje?', vraagt de lieve gast van Fatima. De laatste keer dat de god van het zottenkot plaatjes draaide in Fatima was hij helemaal overstuurd, een paranoïde flashback gehad waarin de oproerpolitie een hoofdrol speelde. 'Het is weer zover, daar heb je ze weer', had hij nog tegen zijn broer gezegd en hij had naar zijn bivakmuts gegrepen.
'Gaat wel', zegt hij, 'ik ben net ontsnapt uit het gekkenhuis'. Twee jongens moeten hem bijstaan om zijn professionele slot open te krijgen.
God fietst door Gent, van kroeg naar kroeg, hij laat zich vollopen met orval en rode wijn, alle verkeersregels aan zijn laars lappend zwalpt god van kroeg naar kroeg. God zit op zijn stamkrukje in de hoek van zijn stamcafé en staart verbijsterd naar de speedjügend rondom hem. Graatmagere jongens en meisjes met een dode, lege blik in hun uitgebluste ogen. Doodgeboren, vroegoude, verveelde pubers. Geen merkbare emoties, geen oogcontact mogelijk, goudvissen. God gaat naar de Zwarte Kat, op zoek naar de duivel. Hij treft er enkel een stel saaie oude, taartetende wijven aan. Daarna gaat hij op strijdbezoek naar De Maegd van Gent waar zijn oude vijanden plegen samen te hokken. Hij steekt er een vlammende donderspeech af, hij scheldt er een oude kennis voor verrot, vernielt een lamparmatuur, maar niemand reageert. Men laat hem begaan, men heeft schrik van hem. Met zijn bivakmuts op zijn kop en zijn stoere motorhandschoenen aan belt hij aan bij de Tap en de Tepel. Iemand doet open, het is niet de ecofascist die er woont, en hij zegt dat hij de flikken heeft gebeld.
'Jij bent vast een Turk ' zegt de man ' en je bent veel te laf om je gezicht te laten zien.' Daarna komt God komt in het Foefke terecht, zijn verdwaasde blik jaagt iedereen schrik aan. Later zou iemand hem vertellen dat hij door het café liep op zijn blote voeten en met zijn pantoffels op zijn hoofd. De baas stuurt hem wandelen, hij waggelt met of zonder zijn fiets naar Galya, dag en nacht geopend. Het Bulgaarse barmeisje kent zijn streken, ze glimlacht lief en brengt hem rode wijn. Hij zit door het raam te staren naar de activiteiten in de krantenwinkel aan de overkant. Het uur tussen hond en wolf, l'heure bleue, the city sleeps tonight, god is moe en dronken en kwaad en verdrietig. Zonder fiets sleept hij zich naar huis. Another lonely day. Op de hoek van de kerk wordt hij klemgereden door twee combi's. Hij krijgt een paar klappen en valt neer op het voetpad, hij wordt geslagen en geschopt. Roerloos blijft hij liggen en hij schreeuwt zo hard hij kan.
'Sta recht comediant', beveelt een flik.
Hij brult nu nog luider.
'Stop ermee kameraad en sta recht', probeert er nog eentje.
De agenten onderhandelen met elkaar, maar hij beweegt geen vin. Hij hoopt dat er nachtelijke passanten zullen opduiken die kunnen getuigen over het brute politiegeweld.
Er wordt een ziekenwagen opgeroepen, men laadt hem op. Vier agenten vergezellen hem tijdens de rit naar het ziekenhuis.
Ze dagen hem uit, ze vragen hem uit, maar god heeft geen kick. Minachtend en vol haat staart hij de klabakken vol in de ogen tot ze hun blik afwenden. Ze maken grapjes tegen elkaar, zo zot als een achterdeur is hij, maar hij voelt hun onzekerheid en weigert een woord te spreken. Hij wordt het ziekenhuis binnengereden en grondig onderzocht. Er worden geen ernstige letsels vastgesteld, alleen enkele bloeduitstortingen en veel blauwe plekken. De flikken lijken opgelucht. Weer wordt hij in een ambulance gestopt en samen met zijn lijfwachten afgevoerd, naar het Universitair Ziekenhuis. Als ze hem afleveren, richt de god van het Rabot zich op en zegt grijnslachend: 'Er komt een dag dat jullie hier spijt van zullen krijgen, stomme flikken'.
En weer bevindt god zich in dezelfde stinkende isoleercel, hij trekt zijn broek omlaag, kijkt recht in de lens en masturbeert zich voor de slecht verborgen camera.
God is dood maar nog niet begraven.
3. Sleidinge by night
Een ambulance rijdt over de snelweg. Aan boord bevinden zich een lucide gek en vier leden van de federale politie. Achter dit uitzonderlijk vervoer hangen twee combi's met zwaailicht.
'Jullie gaan me vermoorden rotzakken, ik weet het', roept de god van het zottenkot.
'Kalm blijven', zegt iemand, 'en blijf liggen of we binden je vast'.
God wordt netjes afgeleverd in het psychiatrische ziekenhuis van het lieflijke Sleidinge.
Intakegesprek. Bla Bla bla, been there, done that, bought the T-shirt. Je moet vooral geen schrik hebben van de flikken, wordt hem verzekerd, op de campus mogen ze niet komen. God zit op de spoedafdeling en eet spruitjes met worst in het gezelschap van drie zwijgzame psychopaten, een Marokkaans meisje en een blonde verpleegster die Anniek heet. Het Marokkaans meisje toont hem waar hij de echte koffiekopjes kan vinden zodat hij niet meer uit die luizige plastic bekers moet drinken. Hij vindt haar lief, hij wil haar beschermen. Maar de volgende morgen is ze er niet meer. 'Waar is dat meisje?' vraagt hij aan de verpleegster, ze zegt dat hij zich dat niet moet aantrekken. Hij zal haar niet meer terugzien.
MAMA, I HATE LIFE, I WANNA DIE. De graffiti boven zijn bed mogen dan wel met een dun laagje verf overschilderd zijn, maar zijn wel duidelijk leesbaar. God kan geen oog dicht doen, hij blijft maar denken aan de woorden boven zijn hoofd. Wie zou ze hebben geschreven, wat zou er met hem of haar zijn gebeurd?
Een van de psychopaten neemt hem in vertrouwen en wijdt hem in zijn geheimen in. Hij is half mens, half computer, hij is de heerser op aarde. Hij moet meegaan naar zijn kamer, hij wil zijn bewijzen tonen. Er hangen foto's van een in stukken gehakt, bloedend vrouwenlijk aan de muur. Hij stroopt zijn broek af en toont de pleister op zijn gat. God vlucht kokhalzend weg.
Er is geen weg terug, god zit nog steeds op de spoedafdeling en hij kijkt naar de wielerkoers. Anniek zit naast hem, ze schijnt hem wel te mogen. Een gescheiden vrouw van in de dertig, ze vertelt hem honderduit over haar twee zonen en dat die ene een begenadigd voetballertje is en de andere een fietser of zoiets. God luistert minzaam, knikt en kijkt naar de renners, Oscar Freire gaat winnen, zegt hij tegen haar. Een half uur later bolt Freire juichend over de streep. God weet alles, maar of dit een voordeel is valt nog te betwijfelen. Zalig zij die niks de kloten weten want zij zullen het licht zien.
Op van de zenuwen begint god na twee jaar weer te roken hoezeer Anniek het hem ook afraadt. Na zeven dagen op de spoedafdeling moet je ofwel beginnen roken ofwel je polsen oversnijden. Zoveel spoed kan er na zeven lange dagen toch niet meer bij zijn? God wordt zeer kwaad, hij weigert de gele pilletjes nog langer te slikken, hij zegt dat hij de verdomde spoedafdeling kotsbeu is en dat hij weg wil. Het is voor zijn eigen welzijn dat Anniek hem laat opsluiten in de isoleercel en dat hij wordt platgespoten. Uitgerekend die middag zouden zijn moeder en zus hem komen bezoeken. Razend is hij, met zijn tanden verscheurt hij zijn T-shirt aan flarden en schreeuwt hij het uit. De bastaards hebben een klokje naast zijn brits geplaatst zodat hij elke seconde kan aftellen. Het is twee uur geworden, het uur van zijn bezoek. God huilt. Ze zeggen tegen hen dat hij aan het slapen was, de leugenaars. Een vreselijk mens dat Nele heet brengt hem een bord opgewarmde broeders van liefde-prak en maant hem aan om niet meer zo rebels te zijn. Voor Zijn Eigen Bestwil.
En zo gebeurde het op een dag dat god was afgekoeld en werd getransfereerd van de spoed- naar de crisisafdeling. No big deal. Na de pest de cholera.
Psychocandy IV
Zin en onzin van de psychiatrie: de kwadratuur van de cirkel
'Als Amerika ooit een totalitaire staat wordt, zal de dictator een behaviorist zijn en zal het hoofd van de politie gewapend zijn met leukotomie en psychochirurgie.'
Peter R. Breggin, psychiater
De psychiatrie is vierentwintig eeuwen oud en nog kan men de psychiatrie bezwaarlijk een wetenschap noemen. Evenmin als men godsdienstwetenschappen ernstig kan nemen. Wat is de psyche? Wie is God? Hoe kan men iets wetenschappelijk bestuderen als men niet weet of het bestaat of wat het inhoudt?
De bezoeker die het beroemde Museum Dr. Guislain in Gent betreedt zal gruwelen bij de marteltuigen die vroeger schering en inslag waren bij de behandeling van psychiatrische patiënten. Hij zal huiveren bij de gedachte aan de griezelige schedelboringen en aderlatingen uit voorgaande tijden en hij zal de conclusie trekken dat de psychiatrie een gigantische evolutie ten goede heeft doorgemaakt. Een conclusie die niet helemaal klopt. De enige echte prestatie van de psychiatrie na al die eeuwen is de relatieve humanisering van de zorg van de psychiatrische patiënten. De methodes ogen minder middeleeuws. Helaas op wetenschappelijk vlak is er nauwelijks vooruitgang geboekt. De dwangbuis bestaat nog steeds, alleen de vorm is anders: het is een virtuele, chemische dwangbuis die de patiënt in een toestand van constante verdoving en sufheid dwingt en die hem van zijn vrije wil berooft. Psychofarmaca worden in de psychiatrie overmatig en onoordeelkundig toegediend, niet alleen omdat dit een bijzonder lucratieve onderneming is (zie later) eveneens omdat het de gemakkelijkste manier is om de patiënten onder de knoet te houden.
Als de beproefde pillenmethode niet werkt, zal de psychiater teruggrijpen naar ouwe, vertrouwde middeltjes als de elektroshocktherapie (elektroconvulsietherapie of ECT in psychiatrische newspeak). Een van mijn psychiaters heeft het mij ook voorgesteld toen ze niet meer wist van welk hout pijlen te maken. Ik heb bedankt voor de eer. Ten eerste is er geen enkele psychiater ter wereld die kan uitleggen hoe de ECT precies werkt. En waarom? Om de ene of andere onverklaarbare manier zou het een gunstige invloed hebben als men stroomstoten door je hersenen jaagt. Die invloed is maar heel tijdelijk en de bizarre behandeling moet bijgevolg tientallen keren worden herhaald. Bij sommige patiënten is er geen enkel effect meetbaar. Het is bijgevolg even wetenschappelijk en therapeutisch verantwoord om een depressieve patiënt een uur op hoge snelheid te laten rondslingeren in een droogtrommel in de hoop dat hij er minder depressief uitkomt. Nauwelijks veertig jaar geleden dachten psychiaters nog dat ze de psychische stoornis homofilie konden genezen door elektroshocks.
Sommige mensen zijn ook wonderbaarlijk genezen als ze naar Lourdes gingen om te bidden, hetgeen niet onmiddellijk betekent dat bidden in Lourdes door het ziekenfonds moet worden terugbetaald. Waar ligt de grens tussen therapie en bijgeloof?
Ten tweede is het niet uitgesloten dat de patiënt last krijgt van geheugenverlies, van tijdelijke of permanente aard. Het idee al alleen bezorgt me koude rillingen, bepaalde van mijn lichaamsfuncties zijn er drastisch op achteruitgegaan sinds ik lithium en andere medicijnen slik, maar van mijn armtierige geest probeer ik te redden wat er te redden val. Ik ben niet bereid om ook nog eens het risico, al zou het dan uiterst minimaal zijn, op amnesie te lopen omwille van een twijfelachtige, onwetenschappelijke, baat het niet dat schaadt ook niet-behandeling. Daar knelt nu juist het schoentje. Er wordt veel teveel met de volksgezondheid gejongleerd en geëxperimenteerd in de psychiatrie. Het is veelal natte vinger-werk, er is zo weinig bijzonder bekend over het functioneren van de menselijke geest. Vierentwintig eeuwen oud en de kinderschoenen nog steeds niet ontgroeid, dat is het drama van de psychiatrie.
Psychiatrische patiënten worden als proefkonijnen beschouwd, de methode van de psychiatrie is de trial- and errormethode. Als het niet lukt met medicijn A, proberen we B uit, of A en B samen, of in combinatie met C en voor de bijwerkingen D. Medicijnen zijn geen smarties, het langdurig toedienen van psychofarmaca leidt tot een chronische toestand die soms levensnoodzakelijke hospitalisatie noodzakelijk maakt. In de drie instellingen waar ik heb verbleven, heb ik ze gezien en langdurig geobserveerd. De farma-zombies, de slachtoffers van de overconsumptie van pillen in de psychiatrie. Deze uitgebluste wezens lopen niet, ze sloffen doelloos door de gangen, met gebogen schouders, hun blik is dof, ze staren emotieloos voor zich uit, hun ogen zijn dood, ze mompelen iets onverstaanbaar tegen de plantenbak. Ze doden de tijd tussen twee maaltijden, twee medicijnenshots in.
Dr. Cooper, een aanhanger van de antipsychiatrie, vindt de opgelegde behandeling in een psychiatrische instelling een zinloze en ongerechtvaardigde gewelddaad. Dr. Albee, eveneens een fervent tegenstander van de psychiatrie, twijfelt er sterk aan dat er ooit iets zal gevonden worden om zogenaamde 'psychische stoornissen' te 'genezen.' Hij vraagt zich in af in hoeverre men hier van 'ziektes' kan spreken. De opvattingen van de antipsychiatrie die in de tegencultuur van de libertijnse jaren zestig enige ruchtbaarheid kregen, zijn een stille dood gestorven in een vergeethoekje van de geschiedenis. De doldwaze oproep om alle gekken te bevrijden en de gekkenhuizen te slopen is zowat de enige quote van de antipsychiatrie die nog enigszins is blijven hangen uit die woelige periode van anarchie en anti-autoritaire opvattingen. Tijdens mijn verblijf in het psychiatrisch centrum Dr. Guislain heb ik vele namiddagen doorgebracht in de bibliotheek om mij te verdiepen in de antipsychiatrie. Af en toe de wenkbrauwen gefronst om zoveel naïeve goedgelovigheid, maar ook zinnige zaken gelezen over de kern van de zaak.
Zo beschouwt Foucault het krankzinnigengesticht als de '"derde repressievorm" na de politie en de justitie. Opberging, morele veroordeling, dwang, onmondigheid en onvrijheid. 'De psychiater is de behoeder van de autoriteit en de maatschappelijke moraal, de drager van de sociale macht. De vaststelling "ziek" bevat zowel de idioot als het genie, en zegt op psychisch gebied totaal niks.' Men kan de Amerikaanse schaakkampioen Bobby Fisher een genie vinden of een idioot, maar als hij in psychiatrische behandeling was geweest, zou hij nooit wereldkampioen schaken zijn geworden, dan had hij de ongenaakbare Russische grootmeesters Spasski en Karpov nooit kunnen verslaan. Wat zou er geworden zijn van Winston Churchill als hij zich wel had laten behandelen voor zijn milde vorm van manische depressie? Niet dat ik mezelf zou durven vergelijken met deze reuzen, ik stel alleen vast dat de psychiatrie nivellerend werkt, maar dan wel naar beneden toe. De psychiatrie maakt van IEDEREEN idioten. Als je als een halve debiel binnenstapt bij een psychiater dan kom je als een hele debiel buiten dankzij de geestesdodende psychofarmaca.
Ik citeer nogmaals Foucault: 'Welke pillen kunnen ooit de angst en de vrees die tot het leven zelf behoren, tot een oplossing brengen?' Deze kernvraag heb ik nog nooit horen stellen in de moderne psychiatrie. De enige vraag die wordt gesteld: welke pillen kunnen we voorschrijven zodat hij braaf blijft en welke pillen gooien we er tegen aan om de bijwerkingen en de bijwerkingen van de bijwerkingen te neutraliseren?
Ik hoop dat ik een uitzonderlijk geval ben en dat andere stoornissen beter behandelbaar zijn dan de bipolaire stoornis, maar als ik voor mezelf een heel nuchtere, eerlijke vergelijking maak tussen VOOR en NA de therapie, dan kan ik alleen maar vaststellen dat ik een bijzonder zware prijs heb betaald voor de 'beheersing(?)' van mijn ziekte. Een gewichtstoename van minstens vijftien kilo, verlies van libido, potentie, energie, levenslust, alertheid, dynamisme en initiatief, afname van emoties, sociale contacten, zelfbeeld et cetera. In mijn beste dagen heb ik nog half zoveel energie als vroeger, in mijn slechte dagen is ademen en in horizontale toestand de dag en de nacht proberen te doorspartelen mijn enige bestaansreden. Ik vraag me dikwijls af als dit het allemaal wel waard is. Maar als ik zou stoppen met lithium zijn er twee mogelijkheden: ik maak mezelf van kant of ik beland voor lange tijd in de psychiatrie. Welke van de twee mogelijkheden het ergst is, ik zou het niet met zekerheid kunnen zeggen, maar ik vermoed het tweede. Als een aangeklede aap worden behandeld door een witjas die zich een halfgod waant, in een isoleercel vastgebonden liggen, het zijn de meest traumatische ervaringen uit mijn leven en de wederkerende thema's van mijn nachtmerries.
Toen ik de eerste keer het Guislain binnenstapte, kwam ik terecht bij dokter W.
Louter toevallig, ze had een gaatje vrij in haar agenda.
Later vernam ik van mijn medepatiënten dat dokter W. erom bekend stond dat ze uitermate kwistig omsprong met medicatie. Ze was er ook altijd als de kippen bij om nieuwe medicijnen die haar door keurig in het pak zittende vertegenwoordigers van de farma-industrie waren aangeprezen, voor te schrijven aan haar humane proefkonijnen. Terwijl dokter D. volgens ingewijden zeer spaarzaam en sereen optrad in haar voorschrijfgedrag. Dokter W. was dan ook nog eens het hoofd van de afdeling stemmingswisselingen dus kon ik haar moeilijk inruilen. Een zot die het afdelingshoofd zegt dat hij van haar af wil omwille van haar incompetentie? Pech gehad, zo werkt dat niet. De psychiatrie is geen democratie, de psychiatrie is het laatste bastion van het stalinisme.
Aan mijn tafel zat een oudere vrouw met een depressie, ook een klant van dokter W. Sinds de dood van haar man had ze haar levenslust verloren. Elke morgen aan het ontbijt kwam ze met een nieuwe klacht aandraven. En elke keer schreef dokter W. haar een ander pilletje voor. Toen ik moest opstappen uit de Modelinrichting, ik was er op vrijwillige basis om me te laten observeren, en werkte danig op de zenuwen van de medische staf omdat ik niet 'therapietrouw' was en teveel lastige vragen stelde en een slechte invloed had op mijn lotgenoten…, slikte mijn disgenote reeds negentien pillen per dag, en was ze zieker dan ooit. En thuis zou ze helemaal alleen zitten…
De beste psychiaters in het Guislain zijn de poetsvrouwen die tijdens hun ronde een informeel praatje slaan met de patiënten, van mens tot mens, en niet van alwetende tot ondergeschikte. Als de psychiaters nu eens de gangen zouden dweilen en de poetsvrouwen hun taak overnamen?
Persoonlijk heb ik nog nooit iemand ontmoet die beter uit een psychiatrische instelling is gekomen dan hij erin kwam. En ik ben al veel ex-collega's tegen het lijf gelopen in de Gentse binnenstad. Allemaal waren ze jaren later nog steeds op een of andere manier in behandeling. En allen maakten ze dezelfde uitgebluste, fatalistische indruk. Toen ik Henk vier jaren geleden leerde kennen, blaakte hij van levenslust. Hij was een eeuwige grapjas, een geboren entertainer. Henk vermaakte ons met zelfgemaakte kluchtige liedjes die hij op zijn gitaar begeleidde. Ik zag hem een paar weken geleden in onze gemeenschappelijke stamkroeg. Niet alleen was hij in omvang verdubbeld, een opgeblazen, pafferige ballon (lithium zou uitstekend geschikt zijn tegen magerzucht), zijn pretoogjes waren gedoofd, zijn olijkheid en gevoel voor scherts waren vermoord door de ongetwijfeld pittige pillencocktail die men voor hem prepareerde.
Zwijgzaam stond hij aan de bar, een gebroken kolos. Hij was verhuisd van een instelling in Gent naar het roemruchte Sint-Jan Baptist in Zelzate. In deze Heerlijke Instelling (ik heb eveneens de eer gehad om er drie maanden te mogen logeren wegens een gevaar voor mezelf en de samenleving) komen de gecolloceerden terecht, dus de juridisch geplaatsten die volgens de procureur en de gerechtspsychiater een gevaar heten te zijn voor zichzelf of de maatschappij. Ach, als ik daaraan terugdenk.
Zelzate.
Zijn kanaal,
Zijn Broeders van Liefde,
Zijn Bonte Avonden, Zijn Isoleercel.
Ik vroeg Henk wat zijn plannen waren voor de toekomst, hoe het zat met zijn muzikale ambities. Ik hoopte nog een glimp van de oude, immer enthousiaste Henk te zien opflakkeren. De toon van zijn stem veranderde niet toen hij zei dat hij na zijn ontslag uit Zelzate hoopte in een project van begeleid wonen terecht te kunnen. Dat was de enige ambitie die hem restte. Toen heb ik hem geantwoord dat de psychiatrie van ons monsters had gemaakt, gelukkig drongen mijn harde woorden niet echt tot hem door.
De kus van de psychiatrie is dodelijk: wie eenmaal in haar grijpgrage klauwen terechtkomt, mag alle hoop op redding laten varen. De psychiatrie is een uitermate florissante business met een buitengewoon hoge zelfredzaamheid. Daar kom ik later op terug, eerst moet ik door de zure appel bijten.
Op de sofa bij dokter Phil
Nadat ik de therapeutische navelstreng met psychiater Woudebijns eigenhandig had doorgeknipt, had ik een nieuwe dealer nodig. Ik vond een opvolger voor haar in de persoon van de psychotherapeut Philippe Van C.
Ik koos hem in de eerste plaats omwille van zijn geografische bereikbaarheid per fiets en omdat het een zachtmoedige, afstandelijke man was zonder moederlijke reflexen die niet teveel lastige vragen stelde en die stilletjes aan het uitbollen was in zijn nadagen als professionele ghostbuster. Als en indien dokter Phil tijdens ziin tropenjaren al ooit had gebrand van ambitie dan was er nu alleen nog een hoopje smeulende as overgebleven.
In zijn tropenhemd, met zijn opgerolde broekspijpen, zijn teenslippers en zijn getrimd wit baardje zag dokter Phil eruit als een professor emeritus die in de brousse op jacht is naar de zeldzame doodshoofdvlinder.
Hij gaf me een slap handje en trok zijn witte sokken uit.
'Een fris voetbadje kan deugd doen als het zo heet is', zei dokter Phil.
Ik sprak hem niet tegen.
Ik mocht plaatsnemen in de sofa en dokter Phil nam notities terwijl ik een gebalde versie gaf van de gebeurtenissen die hadden geleid tot mijn bipolaire stoornis, alsook mijn medisch-biologische geschiedenis in een notendop uiteenzette.
Ik somde de medicatie op, neuroleptica, antidepressiva, stemmingsstabilisatoren, die mij door Woudebijns preventief en ter onderhouding van mijn psychisch evenwicht werd voorgeschreven tegen toekomstige psychoses en manische opstoten die in de volgende eeuwen eventueel aan de oppervlakte zouden kunnen komen.
Risperdal, sinequan, inderal depot, trazolan, akineton, sipralexa, tremblex, stauradorm, pertofran, loramet, remergon, rivotril, edronax, zyprexa, imovane, maniprex, efexor, fluanxol, seroxat, serlain, zoloft…de sprookjesachtige wereld van de bipolaire stoornis.
Op mijn simpel verzoek schrapte Dokter Phil meteen driekwart van mijn boodschappenlijstje. Met één pennentrek was ik verlost van een dagelijkse portie van tien pillen die door Woudebijns levensnoodzakelijk werden geacht.
Ik was meteen fan van dokter Phil.
Niet dat er zoveel veranderde, de stemmingen kwamen, losten elkaar af en verdwenen weer spoorloos als haastige reizigers in een stationshal. Dokter Phil goochelde wat met dosissen, trial and error. Ik heb een twintigtal verschillende anrtidepressiva mogen uittesten alsook een tiental slaap- en kalmeermiddelen. Veel verschil maakte het allemaal niet uit.
Toen ik op een keer opperde dat ik misschien wel neerslachtig werd omdat het bij mij in de keuken regende en ik een regenjas moest dragen bij het toiletbezoek, en omdat het zo kil en eenzaam was op bodem van mijn vergeetput reageerde hij nauwelijks.
Toen ik op een ander bevlogen moment met het voorstel afkwam om de gesprekstherapie dan maar eens uit te proberen, zag ik voor het eerst een glimp van initiatief bij hem opborrelen. Dan wou hij gerust zelf op zich nemen, dat scheen tot zijn vakgebied te behoren.
Ik heb een keer over vier een halfuur tegen dokter Phil gesproken over mijn vader en de rest van mijn familie, of zo. De vijfde keer heb ik een halfuur gezwegen en toen was de therapie schijnbaar achter de rug hetgeen een grote opluchting was voor mij én voor hem.
Dokter Phil heeft niet kunnen voorkomen dat ik in september 2002 weer kreeg af te rekenen met een kortsluiting in mijn gesloten circuit. Na mijn ontslag uit Zelzate ben ik voor de nazorg opnieuw bij hem terechtgekomen. We pakten de draad gewoon weer op.
Ik sliep steeds slechter, hij schreef me steeds zwaardere pillen voor, ik sliep nog slechter, hij… De laatste keer dat ik bij dokter Phil kwam, schreef hij me rohypnol voor, het paardenmiddel dat ravers en verkrachters graag mogen gebruiken om op loos te gaan. Toen rook ik onraad en ging ik op zoek naar een second opinion.
Mijn huisarts constateerde onmiddellijk dat ik slaapapnoë had, ademhalingsmoeilijkheden die mij uit mijn slaap rukten en hielden. Hij verbood me uitdrukkelijk om nog enig slaapmiddel te gebruiken vanwege het verstikkingsgevaar en stuurde me naar het wereldberoemde slaaplabo van het AZ Sint Lucas.
Dat werd geen onverdeeld succes.
Geachte,
Betreft: slaaplabo AZ Sint Lucas
Het is uit pure onmacht en zelfbehoud dat ik naar de pen grijp om mijn slechte ervaringen met de geneeskunde te openbaren. Het water staat me aan de lippen, ik ben de wanhoop nabij en niemand neemt mijn probleem ernstig. Een dezer dagen zal ik finaal in elkaar storten want ik heb geen weerstand meer tegen het geringste griepje of andere kwaal.
Het is nu ongeveer een jaar dat ik last heb van chronische slaapapnoë. In concreto: tussen drie en vier 's morgens word ik hevig naar adem happend wakker, voor de rest van de nacht doe ik geen oog meer dicht. Dokter VC heeft me in 2002 steeds zwaardere slaapmedicatie voorgeschreven, tot en met het paardenmiddel rohypnol, maar het hielp niet. Integendeel, volgens mijn huisdokter VS kunnen slaapmiddelen zelfs nefast zijn vanwege verstikkingsgevaar. Mijn huisarts wees me door naar het gerenommeerde slaaplabo van AZ St.Lucas te Gent. De testen wezen uit dat ik inderdaad slaapapnoë had, maar niet in voldoende mate om in aanmerking te komen voor een peperduur CPAC-masker, de enige echte oplossing in mijn geval. Dr. VP stuurde me wandelen met enkele goedbedoelde, gratuite raadgevingen (er zijn veel ergere gevallen dan die van u, stop met roken, naai een tennisbal in uw pyjamabroek…) Dr. VP raadde me tevens aan om op zoek te gaan naar een tweedehands CPAC-masker. Dat heb ik gedaan, maar er is niks op de markt voorhanden momenteel.
Ik ben inmiddels al tien maanden af van de sigaret (toch nog een beetje positief nieuws), maar het chronische slaapgebrek houdt aan. Ik ben manisch-depressief en door de aanhoudende slaapdeprivatie zijn mijn stemmingswisselingen extremer dan ooit. De gunstige evolutie van mijn ziektebeeld in de laatste drie jaar dreigt te worden weggeveegd door mijn slaapprobleem.
Als ik weer eens de loftrompet hoor steken over de superieure Belgische gezondheidszorg, zogenaamd de beste van de wereld, kan ik alleen maar meewarig en droevig grijnslachen.
Slapen is een mensenrecht en een even primaire behoefte als ademen en drinken. De geneeskunde moet patiënten niet als machines behandelen, maar als mensen in nood.
Zitten er meer mensen in hetzelfde schuitje? Laat uw stem horen op www.20six.nl/lievendeflandre2001.
Hoogachtend,
L.DF
Alweer een verloren lezersbrief.
Alweer een illusie rijker over de almachtige geneeskunde.
Intussen moet ik het al anderhalf jaar redden zonder diepe slaap. En met zoethout in plaats van tabak. Ik verbaas me over de rekbaarheid van het menselijk incasseringsvermogen en de grenzen van het lijden.
Mein Dansplaat
De Avonden, Zelzate, oktober 2002
Dat de favoriete plaat van Barry het volkomen foute ‘Dansplaat’ is en dat hij het nummer om de twintig minuten aanvraagt (opeist), daar nemen wij allen vrede mee. Want Barry is tenslotte een neurotische psychopaat van twee meter hoog uit de gesloten afdeling en wij zijn maar gewone, doorsnee zotten. Dus maken wij elke keer het bekende duim omhoog gebaar naar Barry als hij weer volledig uit de bol gaat op de dansvloer die voor de rest leeg is. Niemand wil het risico lopen om op zijn teen te trappen als hij zijn vrij chaotische en onvoorspelbare slamdanspassen uit zijn vijftigers schudt.
Het is woensdagavond en dan is het praatcafé open. Praatcafé is een ongelukkig gekozen term voor de verduisterde turnzaal met de draaiende discobollen waar de muziek loeihard staat en een normale conversatie uitgesloten is. Eerder doet deze locatie denken aan een plattelandsdiscotheek uit de seventies, alleen het obligate karrenwiel aan de wand ontbreekt. Er was vanavond een Japanse animatiefilm voorzien, maar toen de cultuurchef van het instituut kwam aankondigen dat er iets was mis gelopen en de vertoning niet kon doorgaan, ging er een golf van enthousiasme door de zaal. De cultuurchef kon zich niet snel genoeg achter de gordijnen terugtrekken.
‘Dansplaat!’, brulde iemand.
Het meisje dat naast me zat, heette Barbara, het kan ook Marina of Sabrina geweest zijn. Het probleem van het meisje waarvan wij aannamen dat ze Barbara heette, en dat op de afdeling stemmingsstoornissen verbleef, was dat ze een laag zelfbeeld had, volgens haar psychiater. Zo gaat dat in onze ‘we amuseren ons te pletter’-maatschappij: mensen met een te laag zelfbeeld zijn voer voor psychiaters, mensen met een te hoog zelfbeeld hangen elke week in het Swingpaleis en de Kloten Club de idioot uit ten aanzien van een miljoen televisiekijkers.
Volgens mij had Barbara helemaal geen zelfbeeld, dat moet ze onderweg ergens zijn kwijtgeraakt. Barbara was 22 jaar, vroegoud en doodsbang. Bang van de spiegel, bang van haar ouders, bang van haar eigen zichtbaarheid, bang van het licht, bang van het duister, bang van koude drukte en van warme oliebollen.
Als ik in de televisiezaal naar het journaal zat te kijken en ze kwam binnen, dan zette Barbara zich zo ver mogelijk van mij en vroeg of ze echt niet stoorde, of het echt niet hinderde dat ze daar kwam zitten, of ze echt niet in de weg zat, of ik echt het niet erg vond dat ze ADEMDE, of ze echt niet weg moest gaan. Zo bang was dat meisje.
De geur van aangebrande bitterballen kwam ons tegemoet waaien.
Aan de andere kant van de tafel zat mijnheer Soedan, een bipolair. Een aardige man, maar hij morste altijd soep op zijn das. En hij kon niet ophouden met praten. Om het even welk onderwerp je aansneed in zijn aanwezigheid, hij pikte er op in. Hij beende het onderwerp uit, belichtte de historische facetten en de sociologische achtergronden ervan, schetste de culturele betekenis ervan voor het postmodernisme… Als je het al niet was, dan werd je compleet gestoord van deze praatvaar die voor de rest geen vlieg kwaad deed. Willy was ook zo iemand. Op een dag was Willy thuisgekomen van zijn werk, hij was arbeidsgeneesheer, en kreeg de deur niet open. Zijn ruime woning zat van boven tot beneden volgestouwd met boeken. Willy vond namelijk dat hij elk boek dat verscheen, moest gelezen hebben. Toen hij zich realiseerde dat hij zijn ambitie nooit zou kunnen waarmaken, is hij mentaal gecrasht. Onze levensloop hangt af van een paar details: in de zeventiende eeuw was Willy een gerespecteerd homo universalis geweest, nu sleet hij zijn dagen in het Vrolijke Instituut aan het kanaal Gent-Terneuzen.
Alledrie aten we zwijgend bitterballen. Zelfs mijnheer Soedan hield zich gedeisd, hij had zijn pilletjes al ingenomen. Mijnheer Soedan had sinds kort een metamorfose ondergaan. Hij had zich gevonden in de Heer, droeg nu maatpakken en ging elke avond naar zijn christelijke praat- en bezinningsgroep. Of zijn devotie echt was of een manier om de Broeders van Liefde te verleiden tot toestemming voor zijn aanvraag tot vervroegd ontslag, dat wist alleen hij.
De bitterballen, acht stuks voor 1 euro, je kan ze er zelf niet voor maken (hihi, lol), waren het cement van de dansavonden. Een geniale zet van de Cultuurbroeder om volk te lokken naar zijn tent. Dat de film werd afgelast vond niemand een punt om over te struikelen, maar als hij had durven verklaren dat de voorraad bitterballen op was dan stond de danszaal drie seconden later in lichterlaaie. Dan hadden alle witjassen van alle afdelingen in gestrekte draf moeten ingrijpen met hun dwangbuizen en verdovende spuiten.
Dan hadden Ter Zake, Nova en het Journaal en het Echte Nieuws de volgende dag items gewijd aan het thema: OPROER IN ONZE PSYCHIATRISCHE INSTELLINGEN: WAT DRIJFT HEN? WAT ZIJN DE OORZAKEN VAN HET ONGENOEGEN? En dan zou een roedel psychiaters en prikkelanalisten wekenlang over negatieve omgevingsfactoren, verelendung en vervreemding van de eigen identiteit hebben geouwehoerd.
Zo werkt dat in onze ‘lul maar wat raak tot onze zendtijd op is’-cultuur.
Er wordt zoveel gekakeld, maar waren blijven de eieren?
Terwijl het alleen maar de bitterballen waren, ik zweer het u, die ons tot waanzin hebben gedreven.
Rabot, 27 augustus 2005
Psychocandy III
Meer broeders van liefde'Hombres muertos no hazan guerra'
(Dode mensen voeren geen oorlog)
Hertog van Alva
De barre wintermaanden van begin 2001 heb ik me schuilgehouden onder de warme vleugels van de Broeders van Liefde in Gent.
Het is half januari en het sneeuwt. Ik bevind me in de centraal verwarmde ontbijtzaal van de afdeling stemmingsstoornissen van het Instituut dokter Guislain. Het is zondagmorgen en de tafels staan tegen elkaar geschoven. Er zijn verse broodjes en boterkoeken, zondagmorgen is een beetje feestelijk in het Instituut.
De meeste patiënten zijn op weekend bij hun familie of geliefden. Zij die geen familie of geliefden hebben, of nergens gewenst zijn, of de confrontatie met de buitenwereld niet aankunnen of durven, blijven in het weekend hier. Ik ben één van hen.
Toen ze mij in het Instituut dropten was ik half onder narcose, het maakte me niet zoveel uit waar mijn bed geparkeerd stond. Maar nu begon het ballenbad in mijn hersenen, ondanks de medicatie, stilaan weer op orde te geraken. Bij een psychose en door de antipsychotica die je te slikken krijgt, word je ballenbal helemaal door elkaar geklutst. Voor het brein is het een titanenwerk om alle ballen weer netjes volgens kleur te rangschikken na de aardschok. Op een gegeven moment krijg je opnieuw toegang tot je eigen zwarte doos en begin je te puzzelen.
Wie ben ik? Waar ben ik en waarom ben ik hier? Waarom zit hier ik aan de ontbijttafel met enkele aardige, maar zwijgzame mensen die zich in de gebarentaal uitdrukken?
Het was mijn kamergenoot Ferdy die een beetje zenuwachtig was geworden van mijn wisselende stemming. Zolang ik depressief was, zoals haast iedereen op de afdeling van de stemmingsstoornissen, was er geen vuiltje aan de lucht. Maar nu er een soort lichtvoetigheid in mij was gevaren, en ik mij vrolijk begon te maken over de vreemde omgeving waarin ik mij bevond, werd ik voor Ferdy een lastpost. Ferdy was het type mens waarmee ik nooit goed heb kunnen opschieten: de uitslover-collaborateur die ten allen prijze op een goed blaadje wil staan bij de stafmedewerkers. Op zondagvoormiddag ging hij altijd met de hoofdverpleger en nog een paar andere gekken mee naar het gratis klassieke concert in de Bijloke terwijl hij op zijn kamer steevast naar Willy Sommers en Dana Winter lag te luisteren. Hij kon het geregeld krijgen dat ik naar de ontbijttafel van de dove patiënten werd verbannen. De dove patiënten hadden niet noodzakelijk een depressieve stoornis, ze waren aan 'onze' afdeling toegevoegd om financiële redenen. Voor elke dove patiënt die ze herbergden, streken de Broeders een subsidie op. Ze staan niet voor niets bekend omwille van hun superieure managerkwaliteiten ( ). Voor mij maakte het niet zo gek veel uit, als ik een tikje manisch-depressief ben, mogen ze mij tussen psychotische Poolse bouwvakkers of doofstommen met een alcoholprobleem parkeren, ik pas me makkelijk aan. Uit solidariteit met mijn dove makkers vertikte ik het om bij het culturele kransje voor de klassieke zondagconcerten aan te sluiten. Men heeft me zelf een paar weken in het therapieprogramma van de dove patiënten ondergebracht omdat ik daar blijkbaar minder schade kon aanrichten.
Ik kon het uitstekend vinden met Ludwina, een dove kunstenares die mentaal in het jaar 1969 was blijven hangen. Jammer dat ik om voor mij niet bekende redenen niet mocht deelnemen aan het 'bakateljee' op donderdag en aan het bibliotheekbezoek naar de Zuid. Dat laatste had mij wellicht teveel prikkels bezorgd.
De Broeders van Liefde en een openluchtzwembad
Toen ik in het wereldvermaarde Guislain werd gestopt om me te laten observeren, werd er op zekere dag een bedrijfsbezoek aan de farmamultinational Janssen Pharmaceutica georganiseerd. Het viel me op dat dit onschuldig schooluitstapje heel wat animo veroorzaakte onder het verplegend personeel en in de medische straf. Iedereen wou er graag bij zijn en de Chinese vrijwilligers die werden aangeduid om die dag de permanentie te verzorgen, liepen er bij met een sip gezicht.
Telkens mijn dokter Woudebijns van een of ander door een farmareus ingericht congres kwam, had ze een fantastisch nieuw productje mee dat een revolutionaire doorbrak zou betekenen op het vlak van de neuropsychiatrie. En dan kregen alle patiënten van dokter Woudebijns het betreffende middel, dat meestal vreselijk duur was want nog niet opgenomen in het ziekenfondspakket, door de strot geramd.
In De Morgen lees ik dat de heer Raf Derijck, sectorverantwoordelijke voor de zorg bij de Broeders van Liefde, bekent dat de Broeders prijsafspraken tot dertig procent korting maken met de farma-industrie voor peperdure merkgeneesmiddelen , de kortingen worden op de rekening van de Broeders gestort maar worden niet doorverrekend naar de patiënten. Met andere woorden, het is de ziekteverzekering die opdraait voor de miljoenenfraude van de Broeders. De Broeders krijgen daarenboven geld gestort op hun mecenaatsrekening in ruil voor commercieel gestuurd voorschrijfgedrag. Lees: hoe meer medicijnen van een bepaald merk ze voorschrijven, hoe meer hun rekening wordt gespijsd.
Vooral dokter Woudebijns was daar een expert in, haar patiënten slikten dubbel zoveel als de patiënten van andere psychiaters. Op een dag kregen we allemaal te horen dat onze vertrouwde antidepressiva voorbijgestreefd waren en moesten we allemaal overschakelen op Sipralexa van de firma Lundbeck (31.8 euro per verpakking, zes maal duurder dan het degelijke middel Efexor Exel). Geen wonder dat dokter W. elke week een nieuw mantelpakje droeg.
Maar, zo zeggen de Broeders ter hunner verdediging, het geld op onze mecenaatsrekening komt enkel ten goed aan onze patiënten…
Café De Wachtzaal
Zondag
Als je melancholisch bent van nature of door een stom toeval, een ongeluk uit een klein hoekje, dan zijn zondagen altijd en overal ter wereld, altijd hetzelfde gezeik en overal treurigheid, eclairs en kippenroomsoep, pim pam pet en pieken zot jagen.
Zondagen zijn zonder zon dagen, zondagen zijn doodgeboren kinderen, nakomelingetjes en afdankertjes.
Zeldzaam zijn de zwevezeelse zonderdagen waarop de regen niet langs de dicht betraliede ramen naar beneden zeikt als zilte kindertranen, en zeventig zwevezeelse zotten zitten zoekend zonder woorden te scrabbelen in de kantine van de Holle Lach. Koffie smaakt naar nonnenpreuten, de speculoos is van Lotus, het ranzige concentratiekamp van de industriële speculaaskoek.
Waarom doe jij niet mee Dries, jongen, vraagt de zondagstherapeute?
Waarom wel? Bezighoudingstherapie opgelegd van hogerhand.
Zoals manillen, zoals zwemmen zonder zwembroek of boswandelingen zonder bomen,
Zevenhonderd zonderlingen zuchten in het duister geketend aan een boei die ze mijnheer of mevrouw de psychiater, god de vader of god de moeder, moeten noemen. Want hij/zij spaart de roede niet, hij slaat en zij zalft, hij geeft en zij neemt, hij maakt en zij kraakt, hij verwoest levens en zij verscheurt huwelijken. Hij/zij is de god van het zottenkot, de master of puppets die de poppetjes doet dansen. Wie weigert naar zijn pijpen te dansen, wie weigert mee te draaien in de poppenkast van deemoed en deernis, wordt veroordeeld tot levenslange zwevezeelse zondagen met de zondagstherapeute in de kantine van de Holle Lach.
Maandag
Ik zit te wachten in de wachtkamer van dokter Woudebijns. Ik zit al heel mijn leven te wachten in wachtkamers allerhande, het is mijn lot, ik ben geboren om te wachten. Een kwartier te laat draaft dokter Woudebijns op met een grote bruine boodschappentas waarop in gouden letters H & M staat. Wat zou er in haar tas zitten? Een ijzeren korset of een minuscuul bikinietje met tijgermotief?
De dokter roept me binnen: 'ga zitten, Dries jongen, zeg eens, hoe gaat het?'
Ik weet dat ik maar amper acht minuten krijg, dokter Woudebijns is een kleine zelfstandige. Ik brand los, over mijn lusteloosheid, over mijn apathie, over mijn spectaculaire gewichtstoename, mijn impotentie.
Het kleine vrouwtje, dat je altijd zou willen helpen bij het oversteken, noteert een paar woorden, ik kijk naar haar zak die op de vensterbak staat.
'Ik zal u iets voorschrijven', lacht ze, ' ge moet u geen zorgen maken, het komt allemaal weer goed. Als ge maar therapietrouw zijt, begrijpt ge dat Dries jongen?'
Ik knik, als het konijntje van duracel, knik ik.
'Maar er is nog iets, jongen.' Ze zwaait met een A-4tje, ik wist dat dit me te wachten stond, geplukt van het internet, van de depressiesite van Edwin Ysebaert, de schooier van emoties.
Zou het misschien lingerie zijn in die zak? Of een doorschijnend negligé?
Ze leest voor uit mijn mail: 'Dr. Woudebijns zit parmhartig op haar gouden troon, god de moeder te spelen en houdt zich nauwelijks bezig met haar patiënten die zij betuttelt als kleine kinderen.' Zij lacht zo groen als Mieke Vogels na alweer een stomme uitspraak over de gezinshereniging bij allochtonen.
'Ik zou dat niet meer doen jongen', grijnslacht ze vals-moederlijk.
In een vlaag van gecontroleerde woede schrijf ik een gemotiveerde brief naar mijn psychiater waarin ik de redenen uiteenzet waarom ik afscheid van haar moet nemen.
Aan mevrouw Woudebijns, psychiater,
Gezien ik na anderhalf jaar behandeling moet vaststellen dat mijn situatie er niet op is vooruitgegaan, het tegendeel is waar, en gezien ik mijn vertrouwen in uw deskundigheid volledig ben verloren, heb ik besloten om mijn heil elders te zoeken.
Al maanden probeer ik u aan het verstand te brengen dat ik geen greintje energie en vitaliteit meer in mijn lijf heb en dat ik dag en nacht in verticale toestand doorbreng, maar het lijkt wel of u niet luistert. Steeds weer schrijft u mijn totale lusteloosheid toe aan de depressie waarin ik verkeer of trekt u mijn therapietrouw in twijfel. Terwijl ik meen dat ik momenteel niet depressief ben, wel volkomen apathisch. Ik heb helemaal geen gevoelens meer: geen pijn, geen verdriet, geen vreugde, geen angst, geen creativiteit, geen levenslust. Misschien behoort het volgens u tot de opdracht van de psychiatrie om patiënten zodanig te verdoven tot ze als tamme, willoze zombies door de gangen sloffen – zo heb ik er veel gezien tijdens mijn verblijf in Guislain – maar daar voel ik me nog te jong voor. Het laatste half jaar heb ik als een plant geleefd, ik was nooit zwaar depressief en ook niet hypomanisch, maar ten koste van wat? De medicijnen die u me liet slikken, in steeds zwaardere dosissen, hebben mij veranderd in een robot, een schim van wie ik vroeger was. Onlangs heb ik een bloedanalyse laten uitvoeren want ik vreesde dat ik één of andere ziekte had als chronische vermoeidheid of suikerziekte. Niets daarvan, mijn lethargie wordt veroorzaakt door de sedatieve medicijnen die u mij zonder scrupules voorschrijft. De arts schrok zich een hoedje toen hij zag wat ik zoal moest slikken aan verdovende middelen.
Het verbaast mij dat u als beëdigd psychiater op zulke grove wijze met uw patiënten omspringt. Toen ik in uw luxehotel verbleef, zat er bij mij aan de ontbijttafel een oudere dame, ook een patiënt van u. Elke keer dat ze bij u kwam klagen over haar verslechterde toestand, schreef u haar nog wat meer rommel voor. Die mevrouw moest dagelijks achttien pillen slikken.
De biologische opvatting die u over de psychiatrie heeft en waarbij het er op neer komt om zoveel mogelijk medicijnen voor te schrijven, komt vooral de farmaceutische industrie ten goede en niet de patiënten. Toen u bij de laatste consultatie ook nog eens voorstelde om het dan maar eens met elektroshocks te proberen, hoorde ik het helemaal in Keulen donderen. Dat u zich van arren moede met dergelijke omstreden praktijken, die eerder in het Museum van Guislain thuishoren, bezighoudt bewijst nogmaals uw incompetentie.
Ik dacht dat een dokter moest kunnen luisteren naar wat de patiënt te vertellen heeft, dat lijkt me een elementaire regel die fundamenteel is voor een vertrouwensrelatie. Daar had u geen tijd voor: een consultatie bij u duurde gemiddeld zes minuten. U heeft nooit naar me geluisterd, u heeft me altijd betutteld en neerbuigend behandeld alsof ik een onmondig schoolkind was. Het is niet omdat iemand psychiatrische hulp nodig heeft dat hij als een debiel moet worden toegesproken. Zo vond u het nodig dat ik elke keer braafjes opsomde welke medicijnen ik om welk uur innam om te zien of ik niet vals speelde. U behandelt uw patiënten alsof het allemaal dementerende gekken zijn. Ik apprecieer het dat u bezorgd bent over mijn gezondheid en dat u mij op de weldoende eigenschappen van de banaan en andere vruchten wees, maar daarvoor heb ik geen psychiater nodig en een moeder heb ik al.
Hoogachtend,
Lieven Deflandre
Lithium - operatie beperk zomerschade
'De hittegolf verdwijnt ook zonder airconditioning, zoals de hittegolf dat al jaren doet.'
De Asielzoeker, Arnon Grunberg
De Australische psychiater John Cade merkte in 1948 op dat Guinese biggetjes zeer rustig werden nadat ze lithium hadden gekregen. Hij probeerde het alkalimetaal lithium, een chemisch element uit de eerste groep van het periodiek stelsel, uit op zijn manische patiënten, en het werd een groot succes!
Al vijf jaar lang slik ik uiterst therapietrouw twee keer per dag 500 milligram lithium (maniprex) om mijn stemmingen te stabiliseren.
Net als de biggetjes van Cade word ik hier heel rustig van. Zo danig rustig dat ik overdag in horizontale toestand op mijn sofa de tandeloze tijd verdrijf, en 's nachts in mijn bed de uren doodt. Men kan mij gerust een toonbeeld van roerloze stabiliteit noemen sinds ik lithium gebruik. Livin' la vida loca!
Af en toe kan het evenwel voorkomen dat er enige beweging valt waar te nemen op de rimpelloze, windstille vijver van mijn comateuze gemoed. Dan weet ik dat het dringend tijd is om mijn lithiumspiegel te laten controleren. Het beheersen en controleren van de lithiumspiegel word een doel op zichzelf, maar wat is de diepere zin?
Heb ik een dipje dan is mijn lithiumspiegel te laag en wordt mijn dagelijkse dosis opgevoerd, heb ik een eufoor opstootje dan is mijn lithiumspiegel te hoog. Paradoxaal genoeg krijg ik dan ook een hogere dosis toegediend die pas wordt verlaagd tot mijn lithiumspiegel opnieuw in evenwicht is als de symptomen van de opstoot zijn bedwongen. Lang kan mijn lithiumspiegel nooit in evenwicht blijven, want als gevolg van de verhoging of verlaging van mijn dosis lithium, verandert ook het lithiumgehalte in mijn bloed weer. Daarenboven zijn de menselijke schildklier en de nieren niet opgewassen tegen de lichaamsvreemde stof lithium. Lithium vermindert de werking van de schildklier en de nieren die zich met man en macht verzetten tegen deze indringer en die constant in de weer zijn om de indringer uit mijn bloed te zuiveren. Op lange termijn worden mijn overactieve nieren genadeloos en onherstelbaar beschadigd door het lithiumgebruik. Lithium is als het Amerikaanse bezettingsleger in Irak: het veroorzaakt meer last dan lust, het beweegt zich ongemakkelijk op vreemde bodem. .
Lithium veroorzaakt niet alleen lusteloosheid en apathie, het leidt tot een substantiële gewichtstoename (in mijn geval
Lithium is sinds de jaren zeventig nagenoeg onaantastbaar in de bipolaire medische biologie. Het goedje dat veeleer een sedatieve dan een genezende werking heeft, wordt niet in vraag gesteld. De patiënt krijgt te horen dat hij zonder lithium een vogel voor de kat is. Eenmaal de lithiumbehandeling is opgestart en zorgvuldig gedoseerd dan mag deze nooit meer worden stopgezet. Het is absoluut verboden om af te wijken van de door de arts vastgelegde dosis zonder hem eerst te raadplegen. Onoordeelkundig de behandeling op eigen houtje stopzetten, betekent dat de kans op een uitgelokte manische opstoot (withdrawal mania) vijftien keer groter wordt.
En van masturberen word je doof. Ik neem het risico. Operatie Beperk zomerschade is begonnen op 21 juni 2005. Via een geleidelijke, intuïtieve afbouw wil ik mijn lithiumspiegel terugschroeven naar 0,0 milligram. De eerste voorbereidende stap bestond erin om alle antidepressiva (AD) die ik al vijf jaar slik in de prullenmand te kieperen.
De foutloze, eenduidige werking van antidepressiva is niet gegarandeerd. Met een AD remt men af en geeft men gas tegelijkertijd. Trazodone (de naam van het werkzame bestanddeeel) is één van de meest gehypte AD van het moment. Een van de bijwerkingen van Trazodone is dat het CPP aanmaakt in de hersenen. CPP zorgt voor een verlichting van de dagelijkse sleur, verhoogt het energiegebruik en doet het hongergevoel verdwijnen. CPP is zowel in hippe discotheken verkrijgbaar als trendy (en uiterst gevaarlijke) partydrug als bij de apotheker als AD of als eetlustremmer. De bijsluiter vermeldt voorlopig enkel dat het middel 'een complexe farmocologie' heeft. Dat het middel als bijwerking heeft dat het CPP aanmaakt, is voor Continental Pharma Inc. geen geheim, maar de firma vond het niet nodig om hiervan melding te maken (zie ook Prozac, Eli Lilly) want Trazolan (de merknaam) zou wel eens het Wondermiddel kunnen zijn waarvan iedere farmareus natte droom krijgt.
Elk AD is een zoethoudertje, een snuifje cocaïne voor de geest. Het bezorgt je in het beste geval een kortstondig gevoel van geestelijk welbehagen, maar net als bij coke moet je steeds grotere porties opzwelgen om hetzelfde effect te benaderen. En bovendien krijg je er een waslijst bijwerkingen gratis bovenop: zweterigheid, misselijkheid, slapeloosheid, ademhalingsproblemen, tremor, een loden vermoeidheid, voortdurend moeten plassen. Om die bijwerkingen te bestrijden ben je dan aangewezen op weer andere geneesmiddelen; bètablokkers, slaappillen, die op hun beurt weer aanleidingen geven tot andere bijwerkingen. Op een gegeven moment kreeg ik last van tardieve dyskinesie (ongecontroleerde stuiptrekkingen van het gelaat) en daarvoor kreeg ik dan weer Akineton voorgeschreven… dat op zijn beurt duizeligheid veroorzaakte waartegen …. etc en zo verder.
De farmabusiness is een perpetuum mobile van onvervulde verlangens dat niet alleen de specie maar voornamelijk zichzelf in stand wil houden.
Intussen blijven de depressies komen aanrollen en verdwijnen ze weer, zoals de seizoenen, de Zeeuwse mosselen en het monster van Loch Ness. Een AD kan een depressie eventueel eventjes maskeren, maar kan nooit de oorzaken van de depressie wegtoveren. Een AD kan het leed voor een poosje minder zwaar maken om te torsen, en de productie van serotonine aanzwengelen, maar een AD biedt geen antwoord op existentiële vragen omtrent de pijn van het zijn of op de eenzaamheid van het individu in de liberale prestatiecultuur. Net als lithium is het antidepressivum eerder een verdovend middel dan een medicijn.
Het is een postmodern alternatief voor het kusje van de mama op je geschaafde knie. Op zich wellicht niet echt schadelijk voor 'normale' patiënten, maar voor iedereen die gevoelig is voor bipolaire schommelingen is het regelmatig gebruik van AD niet zonder risico's.
Wat als?
Wat als John Cade op een blauwe dinsdagmorgen in 1948 had opgemerkt dat zijn Guinese biggetjes bijzonder rustig oogden nadat ze van de papaver hadden gesmuld?
De mythe van de manisch-depressieve genialiteit: wonderen bestaan niet
Mirakels bestaat niet.
Net zo min als God de lammen weer doet hoogspringen en de kreupelen weer laat break dancen, net zo min is de bipolaire stoornis 'een bron van extase en cultuur' zoals sommige 'believers' willen laten uitschijnen door middel van kritiekloos positieve boekdrukwerkjes van bedenkelijk allooi.
Zoals de ervaringsdeskundige Marlies ter Borg in haar verheerlijkende bloemlezing 'Bloemen van een ziekte: extase en wanhoop als bron van cultuur' het doet.
Ten eerste maakt de schrijfster geen onderscheid tussen de 'klassieke' bipolaire stoornis en de 'medisch-biologische' bipolaire stoornis. Terwijl de 'natuurlijke' stoornis grotendeels genetisch is bepaald is en door omgevingsfactoren wordt 'aangewakkerd' is de 'medisch-biologische' stoornis latent en sluimerend aanwezig in elke psyche, ze wordt opgewekt en ontplooit zich door het gebruik van antidepressiva, meer bepaald prozac.
Terwijl met men enige zin voor romantische overdrijving nog zou kunnen poneren dat uitzonderlijk begaafde mensen als Winston Churchill (hoewel dit voorbeeld zeer twijfelachtig is), Virginia Woolf en Vincent Van Gogh creatief voordeel hebben gehaald uit hun extreme stemmingswisselingen en hun melancholie, leidt de toepassing van hetzelfde criterium op de tweede categorie van stemmingsstoornissen tot ronduit ridicule en potsierlijke resultaten…
Tijdens de Ronde van Italië van 2001 trof de Italiaanse politie op de hotelkamer van Jan Ullrich een hele lijst verboden geneesmiddelen aan, waaronder fluoxetine, het werkzame product van prozac. Het was niet zo dat de renner depressief zou zijn, maar in wielermilieus stond algemeen bekend dat prozac de grenzen van het menselijk lijden gevoelig kan verleggen. In het begin van de jaren negentig was prozac razend populair in het wielerpeloton, 'het halve peloton zat aan de prozac', aldus voormalig Lottorenner Hans Declerq.
De gevolgen van de prozac-hype zijn vandaag nog steeds voelbaar in de wielrennerij. Wonderen bestaan niet: het euforiserende effect van fluoxetine en de serotine-opstoot beïnvloedt de slaap, het humeur en de eetlust en langdurig gebruik ervan veroorzaakt persoonlijkheidsstoornissen en kan tot suïcide lijden. Bekende slachtoffers zijn onder meer de klimmers Pantani en Jiménez, allebei gestorven ten gevolge van zelfmoord met psychische problemen veroorzaakt door prozac. De beloftevolle Vlaamse renner Frank Vandenbroucke, die in een paar maanden tijd van de hemel naar de hel werd geprojecteerd, is momenteel in gedwongen psychiatrische behandeling als 'druggebruiker met een narcistische persoonlijkheidsstructuur' en zal wellicht nooit meer op niveau fietsen. In het peloton is men inmiddels overgeschakeld op het gebruik van cipramil dat minder negatieve impact zou hebben op de persoonlijkheid van de renners. De samenhang tussen genialiteit en gekte werd bij deze bipolair gestoorden nog nooit vastgesteld.
Ten tweede. Hoe een bipolaire stoornis zich ook ontwikkelt en waar haar diepere wortels zich ook mogen bevinden, het is en blijft een constante kwelling voor hij of zij die er moet mee leven. Het went nooit, het is een voortdurende bron van wanhoop en pijn die nooit kan gecompenseerd worden door die zeldzame momenten van luciditeit. Zij die hieruit menen een eigen bipolaire, semi-mystieke identiteit te moeten putten die hen onderscheidt van 'normale stervelingen' door middel van een verschrikkelijke psychische ziekte, die in veel gevallen onvermijdelijk zal uitmonden in suïcide, zal ik nooit kunnen begrijpen. Zelfverheerlijking? Een schrijnend gebrek aan zelfrelativering? Negatie van het eigen ziektebeeld?
Alsof getormenteerde, geniale dode zielen als Vincent Van Gogh en Kurt Cobain de schepper op hun beide knieën zouden moeten loven voor het onmenselijk kwellende bestaan in dit helse ondermaanse. Alsof talent ook maar één procent zou kunnen compenseren van de mentale hel van het psychische lijden waartoe de bipolair elk uur van elke dag en elke nacht is gedoemd?
Alsof van Gogh zijn hele zwik zonnebloemen niet had willen inruilen voor één week onvoorwaardelijk geluk zonder wrange bijwerkingen en nachtzweet?
De rozen leveren vijf minuten op van extase, de doornen levenslang afzien.
· In het voorjaar van 1998 fietste ik vlot mee bergop met de trainende profrenners die hun conditie kwamen bijscherpen rond Calpe. Ik was veertig, kettingroker, kroegtijger, ongetraind en onder invloed van prozac.
Zoekzucht: het jaar nul
'Wie twee hazen achternaloopt, vangt er niet één'
(Grieks gezegde)
Als controlefreak het staalharde verdict te horen krijgen dat je definitief en voor de rest van je dagen geclassificeerd staat onder het lemma 'manisch-depressief', het komt harder aan dan een diepgevroren ijsbal 'blue in your face' op een zonovergoten strand tijdens een broeierige hittegolf in augustus.
Het duurt maanden, jaren voor de reële betekenis en de consequenties van die classificatie tot het lillend hart van je harde schijf doordringen. De diagnose 'manisch-depressieve psychose' betekent een breukpunt: een 9/11 van de geest. Het is het begin van een nieuwe tijdsberekening: het leven voor en na de vitale depressie, de psychose, de tijdelijke krankzinnigheid of hoe men het kind ook wil benoemen. Het zal nooit meer worden zoals voorheen, dat moet je leren accepteren dus eerst moet je doorheen de verschillende fases van het rouwproces: de ontkenning, de opstandigheid, de negatie, het zelfbeklag…
Het klinkt sarcastischer dan ik het bedoel, maar een mens kan maar beter een 'normale' depressie hebben dan een vitale depressie. Adolf Hitler heeft de oorlog verloren door een tweede front te openen in het Oosten waardoor zijn Westelijk front fel verzwakt werd.
Het is niet alleen voor het Lijdend Voorwerp een uiterst oncomfortabele stellingenoorlog op twee fronten tegelijk, voor de Umwelt valt er helemaal geen touw aan vast te knopen. De eeuwig negatieve levenshouding van de depressieve patiënt, zijn zwaarmoedigheid, zijn apathische loomheid en zijn zwijgzaamheid maken van hem een 'lastig' en 'moeilijk' mens en niet bepaald aangenaam gezelschap. Niet iedereen bezit genoeg inlevingsvermogen om hiermee om te kunnen gaan, hij wordt verdacht van 'overacting' en 'theater' en wordt steeds meer gemeden. De pauzes tussen de bezoekjes worden langer, de goodwill geraakt na een paar maanden opgesoupeerd.
Om niet helemaal in een sociale vergeetput weg te zakken, rest de depressieveling geen andere mogelijkheid dan te doen alsof het allemaal wel best meevalt. Dus toch theater spelen om de lieve vrede te bewaren en niet helemaal te vereenzamen.
De vitale depressivo heeft het nog een stuk moeilijker dan zijn eenpolige collega. Waar hij de ene week nog duizend doden lag te sterven in zijn doorgezakte sofa, kan hij vijf dagen later om drie uur 's morgens op zijn zolderkamer fluitend op een trapladder in zijn zwembroek worden aangetroffen terwijl hij zijn muren roze schildert.
Het cliché van de roze zolderkamer is even oud als dat van die Twee Zotten die achterwaarts de cinema binnenliepen om niet te moeten betalen. De Twee Zotten stapten achterwaarts de bioscoop in omdat ze dachten dat de kassajuffrouw dan in de waan zou verkeren dat zij naar buiten kwamen in plaats van naar binnen te gaan. Zo werkt het niet. Het is een beeld dat veel bipolair geörienteerden met plezier over zichzelf in stand houden, omdat het sympathiek overkomt. In de realiteit haten de 'normalen' hypomaan gedrag omdat ze het niet kunnen vatten. Een depressivo is al onuitstaanbaar genoeg, maar van een maniak krijgen ze helemaal de koude rillingen. Als je dan toch een lunatic in de familie moet hebben dan liever een aaibaar mongooltje, meen ik uit hun gedachten te kunnen lezen als ze weer eens met mijn onaangepast gedrag worden geconfronteerd. Die geniale gekte die ik me in hypomane fases meen te moeten aanmeten, is voor ieder weldenkend mens een uiterst irritante vorm van opgefuckt afwijkend gedrag waartegen, god zij dank, pilletjes bestaan. De hypomanie is geen bron van extase zoals sommige auteurs beweren. Het is een verwoestende tsunami in je arme hoofd, een tornado die niet gaat liggen. Elke prikkel, elke woord, elke zin, elke songtekst, heeft aanleiding tot een stroom van associaties die je onrustige geest constant rondjes doet malen. Een paar jaren geleden kon ik reikhalzend uitkijken naar een hypomane opstoot omdat ik overtuigd was dat de Heilige Geest dan in mijn hoofd nederdaalde. Af en toe kwam er al eens een bruikbaar idee bovendrijven uit de onophoudelijke breinstorm van gedachten en associaties, maar de meeste ideeën 'onder invloed' blijken bij nader nuchter toezicht compleet waardeloos, megalomaan en waanzinnig. Net zoals de inspiratie opgedaan onder invloed van geestesverruimende middelen enkel maar deugd voor de prullenmand. Wat is inspiratie in godsnaam anders dan een synoniem voor domweg het eerste doen wat je te binnen schiet?
In plaats van de hypomanie te cultiveren, probeer ik ze nu te kanaliseren in één afgebakend project dat ergens heen leidt. De angst voor een psychose die nog maar eens zou resulteren in een gedwongen verblijf in de zachte grijparmen van de Broeders of Zusters van Liefde en een Isolatiecel zit zo diep bij me ingebakken dat ik alert ben voor elk signaal, hoe onbeduidend ook, dat mogelijk in de richting van een mentale oververhitting zou kunnen wijzen. Het is echt geen pretje om als een waanzinnige speedkikker van hot naar her te rennen, iedereen lastig te vallen met je megalomane zelfdunk en een opgeblazen zelfbeeld waardoor je gelooft dat elke donkerogige jonkvrouw in katzwijm valt voor je onweerstaanbare (onuitstaanbare) charmes. Diep in mij woont er een controlefreakje dat erover waakt dat ik binnen de grenzen van mijn zelfbeheersing blijf en dat ik me niet weer laat vangen door de verleiding van de roes. Die angst om te 'hervallen' probeer ik te controleren door voor elk mogelijk scenario een kast vol rampenplannen samen te stellen.
Zoals Lance Armstrong elke meter van het parcours van de Tour drie keer ging verkennen en van elke renner in het peloton een steekkaart bijhield met diens sterke en zwakke kanten. Waarom is Rinus Wagtmans, een Hollandse polderboer, de beste daler uit de geschiedenis van het wielrennen? Omdat hij als kleine jongen altijd naast de buschauffeur zat toen hij des zomers met zijn ouders door de Franse bergen reisde. Hij prentte elke haarspeldbocht van elke afdaling in zijn hoofd en toch maakte hij ook wel eens een inschattingsfout waardoor hij in een ravijn belandde. Inzicht is de bron van alle kennis. Kennis vermindert de angst, maar in het achterhoofd moet de angst altijd blijven sluimeren als een waakvlam. Ik zal nooit alle factoren zelf allemaal in de hand hebben, maar als ik geen lering zou trekken uit mijn fouten dan zou ik mezelf gaan haten. Ik vang wel eens op dat ik te hard en te meedogenloos reageer op de 'slordigheden' van mijn medemensen, maar als ik even onverbiddellijk rechtlijnig zou zijn voor de anderen als ik soms voor mezelf ben dan zou ik mezelf helemaal in een hoekje schilderen.
Als ik ondanks alles toch mijn onrust niet voldoende kan kanaliseren en controleren, als ik voel dat ik breedsprakig word, te gejaagd, te drammerig, dan rest mij slechts de wijntherapie, een tamelijk drastische ingreep waarmee ik mezelf terug met beide voeten op de aarde hamer. Het zinneloze zuipen tot op het randje van het verlies aan zelfcontrole, tot alle kroegen zijn dichtgegaan of ik eruit word gegooid, en de fysieke en psychische sporen die de afgrijselijke, bewust uitgelokte kater een paar dagen en nachten achterlaat, ressorteert in mijn geval meer effect dan een klassieke chemische downer. Het is vooral de angst voor het complete controleverlies en de nefaste gevolgen (het verlies van autonomie, het schrikbeeld van de gesloten afdeling) ervan dat mij samenhoudt.
De manie is een occasionele vijand die ik hooguit twee maanden per jaar extra in het oog moet houden, de depressie is mijn natuurlijke vijand en veel moeilijker te bekampen omdat hij zich in mijn genen heeft geïnstalleerd en hij mijn logische, objectieve bondgenoot is die de ideale voedingsbodem heeft gevonden om verder uit te deinen.
Vergelijk het beeld van de sterke, mondige, onafhankelijke, knappe Italiaanse journaliste Guilana Sgrena voor haar gijzelneming in Irak en het zielige, pathetische, om genade smekende oude vrouwtje tijdens haar videoboodschap in terroristische gevangenschap om u een idee te vormen van de gevolgen van het langdurig blootstaan aan geïsoleerd psychisch lijden voor het zelfbeeld van een individu. De enige manier om in zo'n geval niet helemaal door het lint te gaan met blijvende geestelijke letsels tot gevolg, is het creëren van je eigen imaginaire wereld waar je de touwtjes zelf in handen houdt, waarvan je zelf het draaiboek bepaalt en waar je ongebreideld de spot kan drijven met je kwelgeesten.
De kwadratuur van de vicieuze cirkel: live is a fiasco
'Ik ben me er ten zeerste van bewust dan schrijven over depressie veel weg heeft van het willen vastspijkeren van mist.'
Gwynneth Lewis, Zonnen in de regen. Een vrolijk boek over depressie.
Voor een leek lijkt het allemaal zo poepsimpel, je bent toch baas over jezelf? Of niet soms?
Een nicotineverslaafde moet alleen maar stoppen met roken, een alcoholist moet met zijn drankzuchtige kloten van de drank afblijven, een heroïneverslaafde moet afkicken van het spul, een depressieve treurwilg moet positief tegen het leven leren aankijken, iemand met een mentale stoornis moet zich via zelfdiscipline en een gestructureerd bestaan van zijn demonen ontdoen. Het lijkt allemaal zo vanzelfsprekend voor de buitenstaander. De buitenstaander staat letterlijk buiten de leefwereld die hem vreemd is. Hij kan zich nooit inleven in de psyche van de 'gestoorde geest'. In het beste geval voelt hij een soort meewarig medelijden dat samenvalt met een gevoel van opluchting omdat hij of zij gelukkig 'zo niet is'.
De buitenstaander schijnt niet te beseffen dat de grens tussen maatschappelijk aanvaardbaar en onaanvaardbaar, tussen excentriek en psychotisch, tussen gearriveerd en geblokkeerd, tussen geëngageerd en gefrustreerd flinterdun is.
Hij is zich niet bewust van de constante dreiging die hem boven het hoofd hangt.
'Met depressies hebben wij geen ervaring. Een zelfstandige heeft daar normaal de tijd niet voor', zei de zaakvoerder van Remmery heel stoer en afgemeten tegen de pers toen de al dan niet racistisch geïnspireerde affaire rond de hoofddoek van zijn Marokkaanse werkneemster losbarstte. Een paar maanden later klonk de goede man al heel wat minder zelfzeker, op de rand van een zenuwzinking of er alreeds over. Ofwel heeft hij zich teruggetrokken uit het openbare leven of hij is in behandeling. Men hoort of ziet hem niet meer.
Sommige onomstootbare zekerheden berusten op drijfzand en een heel dun laagje autosuggestie.. Het kan verdomd snel gaan, like a rolling stone, ik zweer het u, je hebt het op een gegeven moment niet meer zelf in de hand. Op een bepaald moment zie je al je zekerheden als los zand door je vingers glijden, je ziet je basisnormen en waarden smelten als gletsjers onder het broeikaseffect, en al ben je de grootste controlefreak, je staat volledig machteloos tegenover de tsunami die je zorgvuldig gekoesterde egootje in een mum van tijd verwoest.
Als je op dat moment geen bloed- of zielsverwanten in de buurt hebt om de signalen op te vangen en je genereus in bescherming te nemen tegen de dreiging van de demonen, dan ben je een loslopende hinkende kanarie; een vogel zonder pootjes voor de kat. Toen mijn café naar de filistijnen ging door omstandigheden die ik absoluut niet in de hand kon houden, zag ik mijn vrienden en makkers uit de gouden jaren geruisloos op de tippen van hun tenen afdruipen, als naaktslakken in de nacht,
Op naar de next whisky bar.
How does it feel?
Like a rolling stone, like a complete unkwown
And no direction home
De mentale kortsluiting in mijn hersenkom heeft zich een weg naar buiten geslagen als de hete stoom uit een ontploffende sneldrukpan die zonder water is gevallen.
Er was geen weg terug, ik stond met mijn rug tegen de muur, ik was de controle en het overzicht kwijt en ik maakte vruchteloze gekke sprongen. En ik kwam daar en toen tot de verschrikkelijke, existentiële vaststelling dat ik, als het er echt op aankwam, als de nood het hoogst was, als putje bij paaltje kwam, als het water al in mijn neusgaten liep, helemaal alleen stond in een onverschillige en vijandige wereld die met de handen in de zakken, onschuldig fluitend, de andere kant opkeek. Bij sommige verwanten leek het stomme stilzwijgen tot de tactiek te behoren, bang om de labiel nog verder op stang te jagen? Of verwarden zij mijn stuurloosheid met een blitz-deconstructie of een spontane desintegratie van al mijn rationele denkvermogens? Mijnheer, de zot en het kind.
Dachten zij dat ik niet verstond wat ze over mij zeiden tegen elkaar? Hij is zot geworden! Alsof ik een dement lijdend voorwerp zonder bewustzijn zou geweest zijn? Was wat zij meenden te moeten doen werkelijk 'voor mijn eigen goed' of was het in hun eigen belang? Kortzichtige gemakzucht of koele berekening? Ik kan het echt niet helpen dat ik dikwijls denk dat ik niet in een kraambed maar in een koelkast op de wereld werd geworpen.
De onverschillige afstandelijkheid wierp me nog dieper de afgrond in. En die paar witte merels die wel wilden of konden zien dat het met mij compleet uit de hand aan het lopen was, vonden nooit de juiste opening of goeie invalshoek om in te grijpen en de rollende steen af te remmen.
In een organische maatschappij, waar de sociale en familiale banden even vanzelfsprekend zijn als het water dat uit de kraan stroomt, komen 'welvaartsziektes' als stress, depressie, manische depressie, zenuwinzinking, alcoholisme, drugverslaving, anorexie, boulemie minder frequent voor, of komen die Eerste Wereld- kwalen veel minder snel aan de oppervlakte drijven omdat de omgeving corrigerend werkt.
Het draait niet om superieure en inferieure culturen, om betere, minder goede en mindere goden, het gaat over de reële prijs die het Vrije Westen als schuldaflossing voor de individuele waarden van de Verlichting betaalt. Het gaat over het opofferen van nestwarmte in ruil voor sociaal-economische / emotionele zelfredzaamheid. De erfenis van de Verlichting is niet zo eenduidig en ondubbelzinnig positief als alle liberale denkers voortdurend beaat lopen te orakelen. De Verlichting heeft een Semi-Zelfredzame Individuele Mens geschapen die altijd en overal in het middelpunt van het Universum staat. Die overdreven egocultus heeft ook nefaste maatschappelijke en humane gevolgen. Vrijheid zonder veiligheid, zonder geborgenheid, zonder vangnet.
Bijna drie van de tien miljoen Belgen ( 2.947.623. Bron: European Journal of Neurology) hebben minstens één keer in hun leven te maken met een of andere vorm van hersenaandoening, gaande van een angststoornis over een affectieve stoornis tot een psychische verslaving of dementie.
De psychische stoornis is één van de hoogst vervelende doch onvermijdelijke bijwerkingen van het systeem waarover zowat alle partijen en drukkingsgroepen unaniem de lof zwaaien. Net als een hoog werkloosheidcijfer onlosmakelijk is verbonden met de vrije markt is het individualisme en de onvolprezen vrijheid van keuze (of noem het de vrije keuze tussen de eenzaamheid en je eigen psychiater) de kurk waarop de hyperactieve welvaartsstaat blijft dobberen.
Hoe het voelt als alle zekeringen op hetzelfde ogenblik springen en er is geen loodgieter in de zaal? Hoe voelt het als een van de vier poten onder je stoel wordt weggeslagen?
Psychocandy I
We publiceren vanaf vandaag in afleveringen de waar gebeurde psychiatrie-avonturen en belevenissen van éne manisch-depressieve (bipolaire) Lieven Deflandre, een Oost-Vlaming.
Psychocandy
Een Inleiding tot het punkboeddhisme
Bipolariteit en de kunst van het overleven
Les vijf : geef nooit lessen aan iemand anders!
De grootste vijand van jezelf dat ben je zelf.
Een ongezonde overdosis aan eigenwaan en eigendunk zijn typische kenmerken van een narcistische persoonlijkheidsstructuur. Narcisme is een mentale stoornis die vreselijk wordt onderschat en die enorme consequenties kan hebben voor de samenleving. Bijna alle psychopaten, seriemoordenaars en dictators hebben een narcistische persoonlijkheid. Van Adolf Hitler, over Stalin, Mao en Marc Dutroux. Dutroux heeft nooit enige blijk van spijt, wroeging, schaamte of een andere emotie getoond, ook niet toen hij rechtstreeks werd geconfronteerd met zijn slachtoffers. De enige keer dat Dutroux echt kwaad is geworden, dat was toen hij in zijn cel niet langer Nutella, zijn favoriete chocoladepasta, op zijn boterhammen mocht smeren. Hij heeft toen zelfs een ziedende brief geschreven naar de procureur om te protesteren omdat hij zich aangetast voelde in zijn fundamentele menselijke waardigheid vanwege het Nutella-verbod. De merkwaardige logica van een gestoorde narcist.
Deze inleiding dient enkel om mezelf in te dekken. De laatste persoon ter wereld die ik ernstig wens te nemen dat ben ikzelf. Wie ben ik in godsnaam om mijn gebrekkige inzichten over bipolariteit wereldkundig te maken? Jeetje, de goeroe uit de buitenwijk slaat weer toe. Les Drie. Het is zondagmiddag, de Amstel Gold Race wordt niet op televisie uitgezonden vanwege teveel mist en ik verveel me rot dus zit ik wat lusteloos op mijn klavier te tokkelen in afwachting dat het weer donker wordt en ik mag (kan) gaan slapen. Meer hoeft u echt niet te zoeken achter mijn schrijfsels. Geen verborgen boodschappen, geen diepere zin, geen dubbele bodems. Ik dood de tijd, de tijd doodt mij en het is elke dag zondagmiddag in mijn hoofd.
Valse bescheidenheid? Onbescheiden bescheidenheid (dubbele negatie: min plus min maakt plus), zelfhaat, zelfbewustzijn, woede en berusting: het zijn eigenschappen die wel meer bipolairen schijnen te delen. Onze ambiguïteit maakt het de psychiaters knap lastig om ons te behandelen en drijft onze omgeving tot wanhoop. Mijn broers en zusters lezen mijn stukjes ook, maar kunnen de essentie niet vatten. Het onvermogen toch communicatie is voor beide partijen frustrerend. Is het luim of ernst? Schrijft hij nu fictie of over de bittere realiteit? Overstatement of understatement? Is het om te lachen of om te huilen? Alsof dat enig verschil uit zou maken. Alles is toch om mee te lachen en om te huilen tegelijk? De tragikomedie is de essentie van ons bestaan in het ondermaanse tranendal. Het leven is een grap zonder pointe ( die veel te lang duurt).
Een man in Schaarbeek heeft geprobeerd om zijn hond te cremeren op de barbecue van zijn dakterras. Om het proces te bespoedigen, goot hij een bus benzine leeg over zijn overleden huisdier. Met als gevolg dat heel zijn terras in de fik vloog en dat de man moest afgevoerd worden met ernstige brandwonden.
Les Acht: gooi geen olie op het vuur!
Ficha de tratamiento
Een verwarde man werd door de guardia civil opgepakt op het strand van Altea, Costa Blanca. Hij gedroeg zich verbaal agressief tegenover Duitse toeristen en bekogelde hen met keien. De man werd onder dwang opgepakt en afgevoerd naar de psychiatrische afdeling van het ziekenhuis van Villajoyosa.
'De patiënt is door de publieke ordediensten opgepakt, hij is gevonden zonder kleren, dwalend door de straten en agressief, prikkelbaar en aanstootgevend gedrag vertonend.
Vaststelling van alcoholmisbruik, vaststelling van cannabisgebruik. Vaststelling van een bipolaire aandoening met psychotische symptomen. De patiënt blijkt bij onderzoek psychomotorische onrust te vertonen, een verstrooide aandacht en een tendens tot waanideeën.'
Villajoyosa, 21 september2000
De bijbel van de psychiatrie
‘De opperste vorm van gekte is de wereld niet zien zoals ze is, maar zoals ze zou moeten zijn' - Cervantes
De bijbel van de medisch-biologische psychiatrie is het DSM-classificatiesysteem dat om de zoveel jaren herzien wordt. Dit systeem is een poging om een psychiatrische ziekteleer vast te leggen die als diagnostische handleiding moet dienen. De zogenaamde ziektebeelden die opgenomen worden in deze bijbel krijgen allemaal een eigen naam opgekleefd en daaraan worden een aantal chemische middelen gelinkt die men 'medicijnen' noemt.
Kinderen die te weinig aandacht krijgen van hun ouders of die zich onhandelbaar gedragen omdat ze gestraft worden voor iets dan binnen hun eigen referentiekader volstrekt normaal is, hebben volgens het DSM-dictaat de ziekte AHDH en zijn bijgevolg veroordeeld tot Ritalin (Rilatine in België). Personen bij wie een 'schizofrene stoornis' wordt vastgesteld, krijgen een chemische dwangbuis van Risperdal, Haldol en Seroxat* aangetrokken. Zij krijgen te horen dat hun hersenhandicap chronisch is en dat ze 'hun' chemische middelen altijd zullen moeten slikken ten einde een nieuwe psychotische aanval te voorkomen, hoezeer hun levenskwaliteit daar ook onder te lijden heeft. Het is alsof men aan gezonde mensen zou verplichten om altijd in een gipsverband rond te huppelen want ze zouden maar eens moeten vallen.
· Een metastudie van de universiteit van Oslo, begin 2005 gepubliceerd in het tijdschrift BMC Medicine bracht aan het licht dat het aantal zelfmoordpogingen zevenmaal hoger lag bij patiënten die Seroxat (werkzaam bestanddeel paroxetine) gebruikten dan bij patiënten die een placebo kregen toegediend. De gegevens daarover waren al bekend voordat het middel in het midden van de jaren negentig op de markt werd geïntroduceerd, maar omwille van financiële redenen onder het tapijt geveegd.
Dat men in deze bikkelharde maatschappij niet het geduld, de tijd en de middelen vrijmaakt om psychotische mensen liefdevol en deskundig op te vangen en door hun psychose heen te leiden, is niet eens verwonderlijk, maar om iedereen die de kans loopt op een psychose met chemische middelen lichamelijk en mentaal te verminken, valt nooit goed te praten.
Psychotische waanideeën berusten veelal op een verkeerde interpretatie van de 'reële', werkelijkheid. De psychoot neemt waar volgens zijn eigen kromme logica en zijn zelf geconstrueerde denkraam. Volgens de Amerikaanse onderzoeker E. Fuller Torey, schrijver van 'Surviving Schizophrenia', is de psychose de vrucht van het eenzame gevecht dat het brein levert om een verklaring te bieden voor het vreemde en raadselachtige dat de psychoot rondom zich ziet afspelen. Elke psychose heeft een interne logica voor het brein van de psychoot dat heroïsche pogingen levert om een soort geestelijk evenwicht te vinden en in stand te houden. De voorfase van een psychose kan op een natuurlijke manier uitdoven zonder onherstelbare schade aan te richten. De psychoot leef in een fantastische, paradijselijke droomroes in vier dimensies en in heldere, schitterende kleuren. Hij ziet de wereld niet zoals die is, maar zoals die volgens hem zou MOETEN zijn. In augustus van het jaar 2000, enkele weken voor mijn eerste opname, was mijn paradijs het zwembad. Normaal heb ik een hekel aan zwemmen, maar toen zwom ik elke dag, ik dook en probeerde zolang mogelijk onder water te blijven. Volgens de bioloog Sir Alister Hardy is de mens ontstaan uit de wateraap die tijdens de mysterieuze millennia van de Pliocene Gat van vier tot zeven miljoen jaren geleden aan land is gekomen. Mijn prepsychotische 'waterfase' was wellicht geïnspireerd door mijn hunkering naar de onbesmette, paradijselijke oorsprong van mijn voorvaderen. Bij het onderwater zwemmen daalt onze hartslag tot de helft en wordt er extra bloed gepompt naar onze vitale organen om die te beschermen tegen de gevolgen van het niet ademhalen. Het is een uiterst efficiënte manier om in prepsychotische tijden tot rust te komen.
Het wordt pas echt gevaarlijk als de reële wereld en de psychotische werkelijkheid met elkaar in aanvaring geraken. Nu ervaart hij het tegenoverstelde van zijn paradijselijke waanbeeld en komt hij in een kwaadaardige wereld terecht die eruitziet als zijn eigen ergste nachtmerries en die het gesloten circuit van zijn interne logica compleet overhoop haalt. Paranoia en complottheorieën steken de kop op die het psychotisch brein nog meer voedsel geven en naar een noodlottige, negatieve fase leiden. Een bad trip waaraan geen einde schijnt te komen. In tegenstelling tot de goedaardige LSD-trip die eruitziet als de zeldzame stoornis die bekend staat als Lhermittes peduncalaire hallucinose. De toevoer van zuurstof naar de hersenstam wordt afgestoten waardoor de persoon ik kwestie cartoonachtige figuurtjes in zijn kamer ziet rondlopen. Het zijn vriendelijke wezentjes van bijna een meter lang, in vrolijke pastelkleuren, die totaal niet bedreigend zijn en die weer vreedzaam verdwijnen als de oorzaak van het zuurstoftekort is weggenomen.
Een bloeding of tumor in het gezichtscentrum van de hersenen, het zogenaamde Alice-in-Wonderland-syndroom, kan maken dat de patiënt zich voelt alsof hij zich bevindt in een parallel universum dat door kwaadaardige bedriegers wordt bewoond. Bij een psychose kan zich nagenoeg hetzelfde fenomeen van 'reduplicatieve paramnesie' voordoen. Herr Herrlich deed zich voor als de vriend van mijn moeder, en ik speelde zijn spelletje mee, maar mij hield hij niet voor de gek, ik wist dat hij een acteur was.
In een psychose komt een man zielsalleen in een vreemde, vijandige wereld te staan. Elke Don Quichot is radeloos en hulpeloos verloren zonder zijn Sancho Pancha.
Zelfs als de 'patiënt' het probeert te verbergen, een psychose komt niet uit de hemel gevallen. Van een psychiater van wie wordt aangenomen dat hij meer doet dan pillen voorschrijven, zou men verwachten dat hij genoeg expertise heeft om een verhoogde agitatie bij zijn patiënt vast te stellen. De naaste omgeving zou altijd de kanarie in de mijnschacht moeten zijn die als eerste het gaslek ruikt en de signalen decodeert, helaas leidt een psychische stoornis in veel gevallen tot een volstrekt sociaal isolement (of is er een indirect gevolg van). Als er niemand in de buurt is die de alarmprocedure in gang kan (of wil) schieten en eenmaal de negatieve fase van de psychose in volle hevigheid is losgebarsten, is er geen weg terug. Dan volgt voor de patiënt een pijnlijke, vernederende internering die hem mentaal volledig uitkleed en hem een levenslang litteken bezorgt. Hij wordt volgepompt met chemie en daalt verder af in de hel.
Volgens Jan Foudraine, de kritische psychiater die met 'Wie is van hout?' een van de standaardwerken van de antipsychiatrie schreef, is het DSM-classificatiesysteem een louter arbitraire en willekeurige indeling van zogenaamde geestesziekten die alleen maar op papier bestaan. 'Ik heb al vele jaren geen mens meer gezien die een depressie heeft, noch een mens met een 'schizofrenieziekte' of een 'bipolaire stoornis'. Ik heb zwaarmoedige, perfectionistische mensen gezien die de vraag stelden naar de zin van hun leven, die ook existentiële vragen durfden stellen, die verward waren door de complexe samenleving.' Ik geloof dat Foudraine gelijk heeft, al die 'psychische stoornissen' schurken heel nauw tegen elkaar aan. Ikzelf ben volgens het boekje bipolair II-type, maar als ik de lectuur raadpleeg, of ervaringen uitwissel, merk ik treffende gelijkenissen met zogeheten schizofrene, paranoïde, borderline, AHDH en autisme spectrum stoornissen.
Het zijn allemaal neefjes uit dezelfde balorige familie, 'we' hebben meer kenmerken die ons binden dan die ons verdelen. Het soort mensen die we het minst begrijpen (en vice versa) zijn de neurotypicals (niet opgenomen in het DSM-systeem). De neurotypicals zijn 'de normalen' die heel indirect met elkaar omgaan, die altijd dubbele boodschappen doorseinen, die uren aan een stuk kunnen doorlullen over koetjes en kalfjes en virtuele soapkarakters en die nooit tot de essentie durven of willen komen omdat ze doodsbang zijn voor de confrontatie en de toetsing van hun eigen gekoesterde normen en waardenstelsel met het afwijkende, het duistere onbekende.
Celien is een intelligente, welbespraakte, autistische jonge vrouw. Ze spreekt altijd openhartig, onverbloemd, rechtlijnig en daar heeft haar omgeving het zeer moeilijk mee. Ze heeft een sterk rechtvaardigheidgevoel, ze neemt de mensen letterlijk op hun woord. Iemand maakt een afspraak om om twee uur bij haar langs te komen maar hij is te laat. Daarvan raakt ze compleet overstuur. Waarom komt hij zijn afspraak niet na? Heb ik iets verkeerds gedaan of gezegd? Vanaf twee uur kan Celien niks meer uitrichten, zelfs geen krant lezen, alleen maar zitten en wachten op de bel. Haar dag is om zeep als het bezoek niet opdaagt.
Toen ik het verhaal van Celien in De Morgen las, herkende ik heel veel van mezelf, als ik een borderliner bezig hoor over die dunne grens tussen de verbeelding en de werkelijkheid, dan voel ik me eveneens aangesproken Het is de psychiater van dienst die de grenzen markeert tussen de verschillende mentale stoornissen en een oordeel moet vellen aan de hand van de parameters waarover hij op dat eigenste moment beschikt, en die vooral bij de zogenaamde rapid cycling in de bipolariteit heel variabel zijn. Er is ooit een clevere psychiater geweest die mijn diagnose wou veranderen van bipolair in schizofreen omdat zij mij een lastigaard en een sabelotodo vond (…) en me liever kwijt dan rijk was op haar afdeling. Omdat ik 's nachts stemmetjes zou hebben gehoord in mijn nachtmerrie, was ik volgens haar in een schizofreen gemuteerd…
Volgens Professor Jonckheere van de vakgroep psychoanalyse en raadplegingspsychologie aan de Universiteit van Gent is er sprake van een nieuw sociologisch fenomeen. Een tijdje voor de lancering van bijvoorbeeld een nieuw antidepressivum (zie ook prozac) komt er plots een stroom "wetenschappelijke studies" op gang waarin een alarmerende verhoging van de frequentie en intensiteit van depressies wordt geconstateerd. Vervolgens wordt dan quasi langs de neus weg gesuggereerd dat de oorzaak daarvan wel eens 'biologisch' zou kunnen zijn. En de oplossing: prozac, ritalin of...
Het is des mensen om alles in vakjes te willen rangschikken en kwalificeren. Het maakt het probleem bevattelijker, overzichtelijker en bijgevolg beter 'medisch-wetenschappelijk beheersbaar'. Het is logisch, maar het is ook een foute manier van handelen. De menselijke psyche is zo'n overweldigend, onoverzichtelijk, voor 99 procent onbekend terrein, dat het arrogant, zelfs gevaarlijk is om erover God de Vader te willen spelen. Ieder geval is uniek.
Ik zou alvast niet alle 'geestesgestoorden' te eten willen geven, die voor de rest van hun bestaan met een verkeerde diagnose zitten opgescheept of levenslang opgesloten zitten in de 'verkeerde' afdeling.
· In Omaha kregen in het begin van de jaren zeventig enkele duizenden ' hyperbeweeglijke' lagere schoolleerlingen via hun leraars pillen te slikken om ze rustig te houden. De onderwijzers hadden de symptomen leren 'diagnosticeren' op een lezing van een vertegenwoordiger van de farmaceutische industrie. Ouders van zwarte kinderen uit het getto van Omaha dachten dat de drugs, met name Ritalin, dienden om hun kinderen een houding van rustige onderdanigheid op te leggen.
'De mensenmakers', Vance Packard, Elsevier-Amsterdam/Brussel
'Metanoia', Jan Foudraine, uitgeverij Samsara, 2004
'Een schitterend brein', Sylvia Nasar, de Bezige Bij, 1999
'De aangeklede aap', Desmond Morris, Standaard Uitgeverij, 1994
'Handboek voor hypochonders', Gene Weingarten, uitgeverij Elmar, 2000
'Psychisch lijden is: kassa,' De Morgen, 16.06.2005
Villajoyosa ( it 's nice to be a lunatic)
De patiënt werd behandeld door doctor Elvira Cruanez. Hij kreeg risperdal, tegretol, fluoxetine en lithium toegediend. Het duurde ongeveer een maand vooraleer de patiënt enig inzicht begon te krijgen in de situatie waarin hij zich bevond en hij uit de comateuze toestand, veroorzaakt door de psychose en de antipsychotica, begon te ontwaken. Op 21 oktober vroeg de patiënt om pen en papier en begon hij zichzelf te reconstrueren uit de gegevens waarover hij op dat moment beschikte.
Villojoyosa, 21 oktober 2000
Lieve moeder,
Het hotel waarin ik verblijf is mooi, wit en zeer proper. Elke morgen komen in het wit geklede kamermeisjes onze slaapkamers en de gangen poetsen. Weet je dat elke ik twee dagen geschoren word door een barbier? Waar vind je nog zo'n dergelijke service? Er logeren een vijftiental gasten in mijn hotel, en ze dragen allemaal eenzelfde blauwe pyjama en dezelfde pantoffels. Ik was een keer in mijn boxershirt naar de ontbijtzaal geweest en toen werd ik onmiddellijk teruggestuurd door Aznar. Ik noem hem Aznar om hij dezelfde snor heeft (als de toenmalige Spaanse eerste-minister), hij draagt ook een gouden tand. Het is niet echt een aardige man, heel streng. Als 's morgens de vitamientjes worden uitgedeeld, blijft Aznar staan tot ik ze heb doorgeslikt. De directeur van het hotel lijkt heel erg sterk op Albert Einstein, met hem schiet ik beter op. Mijn kamergenoot is een rustige Spaanse man van een jaar of vijfenvijftig. Hij glimlacht altijd, maar ik heb hem nog nooit horen spreken. Er logeert ook een Nederlandse vrouw in mijn hotel, maar ik vind haar een beetje warrig. Ze heeft droeve, doffe ogen en haar mondhoeken zijn naar beneden gegroeid omdat ze nooit lacht. Ze blijft me maar waarschuwen: ik mag 's nachts niet door de gangen dwalen, ik moet niet zo een grote bek opzetten tegen de obers, ik moet leren direct gehoorzamen anders zal het slecht met me aflopen, zegt ze. Ze is hier al meer dan een jaar. Ze zit hier niet alleen, beweert ze, maar samen met nog negenendertig andere persoonlijkheden die in haar hoofd wonen. Haha, beetje weird, als je het mij vraagt.
Het eten is niet om over naar huis te schrijven. Ik heb al dikwijls gezegd tegen de obers dat de groenten veel te gaar zijn gekookt, net als het vlees, en dat de kok teveel bloem gebruikt in zijn sauzen, maar hij reageert nooit. En Aznar glimlacht elke keer als ik mijn beklag maak over de keuken. Net zoals hij zijn grijns nauwelijks kan verbergen als ik hem bij het middagmaal verzoek om een glas zumo de pomelo, pompelmoessap, in plaats van dat eeuwige bronwater. We eten uit kartonnen borden met een plastic bestek zoals de Spanjaarden op hun barbecues. Ik overweeg ernstig om bij het reisbureau een klacht in te dienen tegen de gebrekkige service in mijn hotel. Eén balkonnetje voor vijftien gasten is niet voldoende. Niet eens uitzicht op zee, een tot op de draad versleten bank en enige afgeleefde tuinstoelen. Tot overmaat van ramp is de geur op ons balkon niet te harden vanwege de afvalcontainer met etensresten die er in de zon staat te sidderen.
Een ander minder punt van mijn hotel is het ontstellend zwak animatie-aanbod. Buiten kaartspelen en televisiekijken worden geen andere activiteiten georganiseerd. De gasten dwalen met hun handen op de rug heen en weer door de rechte gangen die doodlopen op een gesloten deur. Ik begrijp dat men niet voorzichtig genoeg kan zijn gezien de ETA deze zomer weer bijzonder actief is, maar er zijn grenzen aan de veiligheid. Mijn verzoek om 's avonds een pint te gaan drinken in café Die Twee in Benidorm, wordt door Aznar systematisch afgewezen. Te gevaarlijk, zegt hij dan! En dat we onze sigaretten en aansteker moesten afgeven aan een dame in een witte jas die de vestiaire beheert en die ons van dagelijks tarief van acht sigaretten per dag voorziet, dan vind ik evenzeer een ridicule huisregel. Doctor Einstein begrijpt mijn grieven, maar kan hieromtrent niet eigenmachtig optreden, beweert hij. Hij zal het probleem aankaarten bij de Raad van Bestuur. De bureaucratische regelneverij heeft helaas ook de Latijnse geest aangetast.
Je weet dat ik een uitstekend aanpassingsvermogen heb, dus ik red het wel. Er heerst een vrij uniek solidariteitsgevoel onder de gasten, nooit maken ze ruzie onder elkaar, er wordt niet gemord en niet geklaagd. Iedereen lijkt zich gelaten en met een droeve glimlach neer te leggen bij de gang van zaken. Ik heb een dergelijke serene sfeer nog in geen enkel ander hotel meegemaakt. Daarom ben ik ook van plan om hier nog enige tijd te blijven. Ik heb me hier nog geen moment eenzaam gevoeld en dat is de laatste jaren wel eens anders geweest. Het slapen lukt ook weer beter en dat was honderd jaar geleden.
Je liefhebbende zoon,
Lieven
De Grote Opsluiting
[bron: www.psychiatrie.nu ]De Grote Opsluiting
Enkele eeuwen geleden terug ging de opkomst van het handelskapitalisme in veel Westeuropese landen gepaard met het doorbreken van de middeleeuwse wereldorde waarin iedereen een plaats had. De gronden werden tot dan toe gemeenschappelijk benut en bewerkt, en de opbrengsten via vaste afspraken verdeeld. slaven, horigen en boeren werden zeker niet rechtvaardig behandeld, maar ieder mens had wel als vanzelfsprekend recht op een plekje op de wereld.
Gemeenschappen werden vanaf het begin van de 16e eeuw door de handelsklasse gedwongen hun gronden te verdelen over de individuele boeren. Die werden, geïsoleerd van hun gemeenschap, gemakkelijker een prooi voor de rijke boeren en handelaren. Veel boeren hielden het hoofd niet boven water of werden eenboudigweg met geweld van hun land gezet. Een deel vond werk in de opkomende industrie. De rest trad toe tot de groeiende arbeidsreserveleger,, een klasse van landlozen en zwervers. Die vormden een gevaar voor de heersende orde. Opstanden waren aan de orde van de dag. Ter beheersing gingen de autoriteiten over tot wat nu door historici wel "de grote opsluiting" genoemd wordt. In de zestiende en zeventiende eeuw leefde soms 10 tot 20 procent van de bevolking van een bepaalde streek achter tralies. Er werd geen onderscheid gemaakt tussen gekken, armen, daklozen, mannen of vrouwen. Alle machtelozen werden tezamen opgesloten.De politieke en economische problemen werden zo opgelost op het individuele niveau. De sociale verbanden van het roerige volk werden door de opsluiting verbroken.
Dat was voor de machthebbers van groot belang. Eenmaal tot gecontroleerde individuen opgebroken is de massa pas echt machteloos. Het werkelijke sociale probleem, de groeiende macht van de opkomende kapitalistische klasse, werd zo vanzelfsprekend niet opgelost. Deze manier van met problemen omgaan is binnen het kapitalistische systeem nooit meer wezenlijk veranderd. Er werden nieuwe opsluittechnieken ontwikkeld, nieuwe rechtvaardigingen beproefd en steeds meer soorten opsluithuizen gebouwd. De achterliggende principes bleven gelijk. De onderdrukten en zij die zich verzetten worden opgesloten. Ook in de huidige tijd. In het communistische OostEuropa werden politiek tegenstanders in psychiatrische inrichtingen opgesloten en onderworpen aan dwangmedicatie en elektroshocks. In WestEuropa hebben psychiaters de isolatiefolter van bijvoorbeeld RAF en ETA-gevangenen ontwikkeld en uitgevoerd. In Nederland werd onlangs nog milueactivist Paul S. gek verklaart en gedwongen opgenomen op een psychiatrische afdeling. Hij had graafmachines gesaboteerd die de natuur in het Limburgse Jammerdal vernielden.
Een controversieel geluid over drugsverslaving
"Veel verslaafden kunnen wél stoppen - Verslaafden doen alsof ze ziek zijn, en drugsdokters doen alsof ze hen genezen."
Onder het motto "gooi eens een knuppel in het hoenderhok" nemen we onderstaand artikel over uit De Morgen.Theodore Dalrymple vindt drugsverslaving een schijnziekte
In Nederland is de Britse arts, psychiater, wereldreiziger en columnist Theodore Dalrymple een succesintellectueel. Bij ons loopt men vooralsnog niet van stapel, maar Dalrymples bijzondere, provocatieve, en niet onintelligente vorm van conservatisme verdient in dit geuzenland meer aandacht dan het totnogtoe gekregen heeft.
In zijn vorige boeken schoot de Shakespearefan met scherp op onze "cultuur van onmiddellijke behoeftebevrediging", het nefaste succes van het cultuurrelativisme en het verval van een aantal klassieke waarden. In Drugs. De mythes en de leugens put hij als vanouds uit zijn rijke ervaring met de laagste klassen van de Britse maatschappij. In het ziekenhuis en de gevangenis in Birmingham waar hij jarenlang werkte, kwam hij voortdurend in contact met probleemgebruikers en zijn collega-hulpverleners. Zijn ervaringen brachten hem tot het inzicht dat het groeiende heroïneprobleem in Groot-Brittannië voor een belangrijk deel terug te voeren is op de indianenverhalen over de zogenaamde verschrikkelijke afkickverschijnselen. Een verslaving heeft heel weinig van een ziekte, aldus Dalrymple, en verslaafden worden veel te veel gepamperd door onze welvaartsstaat.
Waarom is een drugsverslaving geen ziekte?
"In mijn boek heb ik het vooral over verslaving aan heroïne en het is duidelijk dat op zijn minst die specifieke verslaving geen ziekte is. Het is een schijnziekte, en de behandeling ervan is een schijnbehandeling. Het is iets dat je doet, en niet iets dat je overkomt.
Veel mensen kunnen gewoon wél stoppen. Het is wetenschappelijk bewezen dat alcoholverslaafden, zelfs in dronken toestand, hun gedrag kunnen wijzigen. Als je hen zegt: ik geef je 50 euro als je de volgende pintjes afslaat, dan zullen velen van hen het geld aannemen."
Het is een kwestie van wilskracht?
"Ja. Als je je afvraagt waar mensen de kracht vandaan kunnen halen om er een einde aan te maken, dan moet je naar hun levensomstandigheden kijken. Waarom zijn Amerikaanse soldaten die terugkwamen van Vietnam, er gewoon mee gestopt, ook al waren ze in Vietnam erg verslaafd? Omdat hun vooruitzichten in het leven plots veranderden.
Veel van de verslaafden die ik heb gezien leidden ellendige levens. En dan zijn drugs een paradijs van klatergoud. Het echte probleem is dat velen niets in hun leven hebben waarvoor ze de drugs zouden willen opgeven. Maar dat is absoluut geen medisch probleem."
Als het geen ziekte is, waarom zien velen het dan wel op die manier?
"Onze populaire ideeën over verslaving komen uiteindelijk voort uit de Engelse romantiek, bij het begin van de negentiende eeuw, met figuren als Thomas de Quincey (de schrijver van Confessions of an English Opium-eater, BB) en Samuel Coleridge (licht hallucinogene dichter, BB). Zij waren bijzonder goed in het dramatiseren van hun eigen leven. Beiden lanceerden de mythe van de titanische strijd die je moet leveren als je van de drugs af wilt raken. En sindsdien is dat idee kritiekloos overgenomen, ook al laat het medische onderzoek een heel ander beeld zien.
Ondertussen is hun boodschap indirect doorgesijpeld in de hele maatschappij. Van Coleridge ging het onder meer naar de Franse dichter Charles Baudelaire. Later kwamen de rock-'n-roll en de filmindustrie. De afkickscènes in een film als Trainspotting, bijvoorbeeld, liggen helemaal in de lijn van De Quincey."
Het valt op dat u de sociale omstandigheden van druggebruikers niet echt benadrukt in uw boek.
"Ik praat er wel degelijk over, ik kan u de paginanummers geven. Ik zeg dat veel van de mensen die ik heb gezien, de overgrote meerderheid zelfs, in miserabele omstandigheden leefden, om heel veel verschillende redenen. En ik zeg ook dat er een verschil is tussen rijke en arme verslaafden: de gebruikers in de laagste socio-economische klassen hebben doorgaans geen bijzonder slecht karakter, terwijl de heroïneverslaafden in de toplaag, mensen die alle kansen hebben gekregen, vaak wel bizarre persoonlijkheden hebben.
Neem nu de Amerikaanse schrijver William S. Burroughs. Hij werd geboren in een zeer welgestelde familie, maar toch koos hij vanaf heel jonge leeftijd voor een verschrikkelijk soort van verloedering. Zo hield hij er als jongeman vreemde hobby's op na - dronken clochards bestelen in metrostations, om maar iets te noemen. En dan heb ik het nog niet over hoe hij later zijn vrouw heeft vermoord. Het was een enge, verschrikkelijke man, maar als antiheld is Burroughs blijkbaar nog altijd aantrekkelijk voor een aantal jongeren. Hij is de man die zich wentelt in de modder - wat de Fransen de nostalgie de la boue noemen, een heel ongezonde soort van romantiek. Als je een prettig en comfortabel leven leidt, dan is het gebrek aan problemen op zichzelf een groot probleem."
Ook voor de verslaafden met échte problemen klinkt uw betoog bij momenten nogal hard.
"Het hangt ervan af wat je met medelijden bedoelt. Als medelijden in de weg van de waarheid gaat zitten, dan wordt het toegeeflijkheid en genotzucht. Als ik je zeg dat ik je drugsprobleem in jouw plaats ga oplossen, terwijl ik dat eigenlijk niet kan, dan getuigt dat niet meteen van veel medeleven. Want dan geef ik je de kans om de verantwoordelijkheid bij mij te leggen, en verhinder ik je om er zelf iets aan te doen."
En dat is wat er gebeurt in drugsklinieken?
"Ja, dat denk ik wel. Met één grote uitzondering: ik denk dat je wel kunt zeggen dat drugsverslaafden die hun leven kapot hebben gemaakt, vervreemd zijn van hun familie en in ellendige omstandigheden voort moeten leven, alleen nog maar met andere drugsverslaafden in contact kunnen komen. Dan wordt het moeilijk om uit die put te kruipen en die klinieken zorgen dan voor een soort van asiel.
Maar zelfs dat is van twijfelachtig belang. In Groot-Brittannië spreken we nu over zo'n 300.000 opiatenverslaafden (verslaafden aan opium en derivaten zoals heroïne, BB). Het is echt niet denkbaar dat we voor zoveel mensen plaats zullen hebben.
Ik heb niet de neiging om mensen die pakweg een keer per week heroïne gebruiken, streng moreel te veroordelen. Maar als diezelfde mensen zeggen: ik neem het elke week en ik móét het elke week nemen, dan zeg ik: dat is niet waar."
Zou een legalisering helpen?
"Wel, daar ben ik niet helemaal uit. Als je drugs even toegankelijk maakt als alcohol, dan zou er minder criminaliteit zijn, volgens sommigen. Maar als je naar verslaafden kijkt en naar de link tussen verslaving en misdaad, dan zie je dat misdaad druggebruik creëert, eerder dan andersom. Als je naar het strafblad van drugsverslaafde criminelen kijkt, dan zul je zien dat ze meestal niet begonnen zijn met drugs.
Zelf drink ik alcohol. Er gaat zelden een dag voorbij waarop ik niets drink. Meestal niet meer dan een of twee glazen, want ik heb heel snel last van katers en dat haat ik. Maar ik heb niets tegen recreatief gebruik."
De gezondheidszorg, schrijft u, ontneemt mensen hun verantwoordelijkheid. Waarom vaart u zo uit tegen mensen die anderen willen helpen?
"In drugsklinieken is het een beetje zoals in de Sovjet-Unie, waar mensen deden alsof ze werkten, en de staat deed alsof ze die mensen daarvoor betaalde. Verslaafden doen alsof ze ziek zijn, en drugsdokters doen alsof ze hen genezen. En zo komen we tot een trieste paradox: hoe vaker de gezondheidszorg de verantwoordelijkheid van steeds meer mensen op zich neemt, hoe minder mensen met échte problemen geholpen worden, want de groep van hulpbehoevenden wordt gewoon te groot."
U hebt het ook heel kort even over een gebrek aan zingeving. Ligt daar de ultieme verklaring?
"Ik geloof dat mensen behoefte hebben aan een transcendent doel, iets dat groter is dan de dagelijkse flux van hun levens. De romantische poëten geven je een pseudo-transcendentie, en velen gaan daar op in.
Maar de zin van het leven blijft een probleem, want ook ik kan je niet vertellen wat het is. Ik ben niet religieus. Ik kan wel zien dat religie je een doel zou kunnen geven, als je erin zou kunnen geloven. Maar het geloof kan alleen maar werken als het de waarheid claimt. Je kunt niet zeggen: ik geloof dat het waar is, alleen maar omdat het nuttig voor mij is om te geloven dat het waar is.
Zelf vind ik in het schrijven wel een transcendent doel, maar dat is een zeer persoonlijke invulling. En het is wellicht ook een waanidee, want er zijn niet zo heel veel mensen die zullen lezen wat ik heb geschreven. Bovendien is het mogelijk dat wat ik heb geschreven misschien niet helemaal klopt of zelfs niet zo belangrijk is. Maar ik hou er wel van om anderen te laten delen in mijn ervaringen."
Drugs. De mythes en de leugens
Oorspronkelijke titel: Romancing Opiates. Pharmacological Lies and the Addiction Bureaucracy
Vertaald door Jabik Veenbaas
Nieuw Amsterdam, Amsterdam, 160 p., 14,95 euro.
Bron: De Morgen, 3 januari 2007
"Vlees dat spreekt"
Uitgeverij
bf AMPERSAND & TILDE
in poëzie sinds 2000
Bert Bevers & François Vermeulen
Vlees dat spreekt - Eric Rosseel (D/2006/10.296/3)
Eric Rosseel werd in 1950 in het West-Vlaamse Koekelare geboren en leeft sinds zijn 20ste in het Brusselse. Hij studeerde psychologie (doctor aan de Vrije Universiteit Brussel 1982) maar met een oog open voor zowel filosofie, kunst, maatschappijwetenschap, natuurwetenschap en taalwetenschap als politiek. Zijn werk, samen te vatten onder de noemer ‘Leven en werken in de postmoderne samenleving’, omvat onder meer: Ruiters en Ridders in de Lege Dageraad: Arbeidsethiek van de Jeugd (1985), Fin de Siècle: Postmoderniteit en Fascistische dreiging (1993), het door Marc Reynebeau als een publiek schandaal bestempelde Ethisch Socialisme in Vlaanderen (1996), Monaden, Nomaden en Pelgrims: Nomadisering en het Utopisch Ideaal (2001) en Het Onschatbare Subject: Aspecten van het Postmoderne Zelf (2002).
Zijn maatschappelijke activiteit vindt zijn weerslag in onder meer de oprichting van de Belgian East African Research Cooperation (1994) en meer recent het Netwerk Psychiatrie en Samenleving (2006), waar Eric Rosseel zowel als onderlegd deskundige, subversieve criticus en officieel verklaard ‘psychiatrisch patiënt’ optreedt.
Dit ganse universum van maatschappelijk engagement en gewoon teder leven op de rand van liefde en waanzin vult ook de regels en de marges van de poëzie die hij sinds 2004 schrijft. Behalve publicaties in tijdschriften in Nederland en Vlaanderen verschenen Reutel (2005) en Omtrent Martine: Het Verhaal van een Bipolaire Stoornis (2006).
Vlees dat spreekt geeft aan hoezeer wij als levende wezens, als vlees, tot meer in staat zijn dan het plaatsen van doorgaans ongevraagde kanttekeningen bij de diagnoses waarin media, psychiatrie et cetera ons vangen.
Julie Kristeva ook (terecht) gelauwerd
Julia Kristeva wint Hannah-Arendtprijs
De Bulgaars-Franse psychoanalytica, filosofe en schrijfster Julia Kristeva is vrijdag in Bremer bekroond met de Hannah-Arendtprijs, goed voor 7.500 euro.
Volgens de jury is Kristeva in staat over de grenzen van de academische disciplines te denken. Zo maakte zij de grenzen tussen psychoanalyse en politiek denken transparant. Kristeva is een leerlinge van de Zwitserse psychoanalyticus Jacques Lacan.
(Bron: De Standaard 16-12-2006)
NPS: hm! Lacan Zwitser? Een pure Parijzenaar. Of van Petit Paris in Oostende?
Ook bravo, Julie! In Vlaanderen hebben De Hert en Sienaert nooit van je gehoord! Nochtans schreef je een boek over depressie (Le Soleil Noir). Aangeraden trouwens.
literaire hoofdprijs voor MD Maarten Biesheuvel
Auteur Maarten Biesheuvel in 2002. (Foto Vincent Mentzel)
P.C. Hooftprijs 2007 naar Maarten Biesheuvel
Rotterdam, 15 dec. De P.C. Hooftprijs 2007 voor proza is toegekend aan Maarten Biesheuvel. Dat is vrijdagmiddag bekendgemaakt. De Leidse auteur krijgt de belangrijkste literaire oeuvreprijs uit het Nederlands taalgebied in mei volgend jaar uitgereikt. Aan de prijs is een bedrag van € 60.000,- verbonden.
„Ik ben maar een romantische randfiguur, die helemaal niet hoort in het middelpunt van de literaire aandach”, zegt de laureaat beduusd, thuis in zijn groene houten huis in Leiden, dat Sunny Home is gedoopt. Terwijl de telefoon onophoudelijk rinkelt, zijn vrouw Eva opneemt en de namen van de bellers noteert, staat de nieuwe P.C. Hooft-prijswinnaar zelf de televisie, de radio en de schrijvende pers te woord.
De jury prijst Biesheuvels sterk associatieve verteltechniek, die „zijn proza een weldadig effect van irrationaliteit en onlogica geeft, waardoor het fantastisch element te meer een kans krijgt.” Ook geeft de jury hoog op van zijn „verbeeldingskracht, absurdistische humor en stilistische rijkdom” en maakt ze melding van „meer dan een dozijn prachtige verhalenbundels, in de afgelopen decennia”.
Biesheuvel (1939) is een veelgeprezen en geliefd schrijver van korte verhalen. Onovertroffen is zijn debuut uit 1972, In De bovenkooi, waaraan hij tien jaar werkte en waar al de thema’s zijn aan te treffen die zijn oeuvre blijvend domineren: de zee, God, krankzinnigheid, angst en eenzaamheid. Die eerste bundel bevat zijn een van zijn bekendste verhaal, Brommer op zee, een titel die de fantastische inslag en de kordate toon van zijn verhalen in zich heeft.
De bekroning van Biesheuvel komt, ook voor hem, als een volslagen verrassing. Vooral omdat Biesheuvel al heel lang lang nauwelijks nieuw werk heeft geschreven. Begin jaren negentig kwam zijn productiviteit abrupt tot stilstand. „In feite schrijf ik al sinds 1995 niet meer. Alleens heel soms een ultrakort verhaal, maar dat zijn meer haiku’s.”
Volgens zijn goede vriend Maarten ‘t Hart is het „absoluut terecht” is dat Biesheuvel de prijs ontvangt. „Vooral om zijn wonderlijke, grillige verteltoon, en die rijke, overladen fantasie; hij is een groot stilist. Het is dan ook vreselijk, vréselijk jammer dat hij zo goed als gestopt is met schrijven.”
Biesheuvel publiceerde in de jaren zeventig en tachtig zo ongeveer om het jaar een bundel, met titels als De angstkunstenaar, De verpletterende werkelijkheid en Reis door mijn kamer. In de jaren negentig viel hij stil. Zoals ook te lezen valt in zijn veelal autobiografische werk wordt de schrijver geplaagd door manische depressiviteit, waarvoor hij geregeld in een inrichting werd opgenomen.
Met behulp van medicatie slaagde hij erin zijn boeken te schrijven, geholpen door zijn echtgenote. Volgens ‘t Hart gaat het doorgaans „niet zo best” met Biesheuvel. „Maar van deze onderscheiding knapt hij vast geweldig op!"
Dat is te merken in het huis van de Biesheuvels. Zijn vrouw laat een fles Calvados zien die aan de deur is afgegeven, met een briefje erbij. „Maarten houdt erg van Calvados”, zegt ze, „maar het is nogal duur, dus koop ik het niet zo vaak. „Calvados!”, roept de laureaat, „dan is het echt feest!”
(15 december 2006)
NPS: Zo te zien helpen voor Maarten ook andere dingen dan medicatie. Een Calvados b.v. Of een liedevol gebaar van zijn vrouw. Of een literaire onderscheiding. Zoveel medicatie zal hij dus wel niet nemen (anders was Calvados hem wel door zijn huisarts afgeraden).
Proficiat, Maarten.
Een hart onder de riem voor alle manisch-depressieven of wat daarvoor moet doorgaan. En nogmaals een bewijs dat elektroshocks niet deugen.
Proza: Diomedes "In Naam der Wetenschap"
In naam der wetenschap
Aantal proefpersonen: 184 (92 mannen - 92 vrouwen)
Alle proefpersonen zijn ouder dan vijfentwintig en jonger dan zestig (gemiddelde leeftijd is 37)
Alle proefpersonen voldoen aan ten minste één van deze criteria:
- Ouder van één of meer kinderen
- Gehuwd of samenwonend
Alle proefpersonen hebben een blanco strafblad.
Alle proefpersonen ontvingen voor hun medewerking een cadeaubon ter waarde van 200 euro.
Onderzoeker: “Goeiemiddag, mevrouw.”
(marineblauw maatpak, bril, clipboard, dure pen, innemende glimlach) Proefpersoon 24: “Hoi.”
(dertiger, joggingbroek met haltertopje, kort pittig kapsel, donkerblond, armen gekruist)
Onderzoeker: “Zou u willen meewerken aan ons onderzoek, mevrouw?”
(houdt het clipboard rechter, zodat de woorden ‘UNIVERSITEIT’ en ‘WETENSCHAPPELIJK’ goed leesbaar zijn)
Proefpersoon 24: “Euh, nou… Waarover gaat het precies?”
(twijfelt, is echter aangetrokken tot de onderzoeker)
Onderzoeker: “Het doel vertellen zou het hele onderzoek in gevaar brengen, dat begrijpt u wel, hè, mevrouw.”
(toon is niet beledigend, onderzoeker komt iets dichter)
Proefpersoon 24: “Natuurlijk.”
(vraagt zich af of de onderzoeker zich nu vragen stelt bij haar intelligentie, wil het goedmaken)
Onderzoeker: “U ontvangt voor uw medewerking deze cadeaubon van 200 euro.”
(één wenkbrauw omhoog, ‘wat dacht u daarvan?’)
Proefpersoon 24: “O, in dat geval. Ik neem graag deel aan uw onderzoek.”
(eigenlijk was ze al overtuigd)
Onderzoeker: “Hartelijk dank, mevrouw!”
(onderzoeker lijkt oprecht gelukkig)
Extract uit de vragenlijst met procentuele aanduiding van de gegeven antwoorden.
Vraag 9. Gelooft u in Hemel en Hel?
A. Neen
42,39%
B. Ja
57,61%
Vraag 18. Zou u een slippertje onmiddellijk opbiechten aan uw partner?
A. Neen
12,5%
B. Enkel wanneer zij/hij vermoedens uit
57,61%
C. Ja
29,89%
Vraag 23. Zou u uit noodzaak ooit overwegen om
insecten/spinnen/ratten te eten
A. Nooit
37,50 %
B. Zonder probleem
7,07 %
C. Enkel in noodsituaties
55,43%
Vraag 26. Zou u een ander mens ooit kunnen verwonden?
A. Neen, nooit.
19,57%
B. Indien ik mezelf of mijn dierbaren moet beschermen
80,43%
C. Indien ik hiervoor een grote hoeveelheid geld ontvang
0%
Vraag 38: Zou u uzelf kunnen verminken om het leven van uw kind/partner te redden
1. Ja
100%
2. Neen
0%
Vraag 64: Heeft u ooit al zelfmoord overwogen
1. Ja
22,83%
2. Neen
77,17%
Vraag 73: Bent u gelukkig?
1. Ja
81,52%
2. Neen
18,48%
Vraag 91: Waar bent u het minst tevreden over?
1. Mijnlichaam/uiterlijk
48,37%
2. Mijn intelligentie
12,50%
3. Mijn relatie
21,74%
4. Mijn verwezenlijkingen
17,39%
Vraag 106. Zou u uw eigen leven geven om dat van uw kind/partner te redden
A. Ja
100%
B. Neen
0%
Videofragment 1
“Hallo, mijn naam is Frieda Oosterwijck.” Kleine, mollige jongedame, lang zwart haar, witte jas.
“Hoi, ik ben doctor Glenn Nordick” Lang, gespierd, blauwe ogen, blond, witte jas.
“Ik ben Professor Dries Veldkamp, hoofdonderzoeker.” De oudste van het trio, grijzend, diepliggende ogen, mager.
“Ons onderzoek heeft tot doel de waarheidsgetrouwheid na te gaan van antwoorden die gegeven werden op diverse enquêtes. Het is de thesis van deze onderzoeker en zijn team dat ondervraagden veelal een verkiesbaar antwoord poneren in plaats van het werkelijke antwoord. Doelstelling is dat de resultaten van ons onderzoek leiden tot een meer kwalitatieve interpretatie van verworven statistische gegevens. 184 proefpersonen werden bereid gevonden zich…”
Videofragment 7
Onderzoekskamer 7. Micheline de Keersmaeker, 26 jaar, inpakster in een chocoladefabriek. Woont al 4 jaar samen. Ze houdt van dansen, theater en dwergkonijnen.
Micheline ligt op haar rug in de kamer en staart naar het plafond. Ze speelt piano op haar buik en verveelt zich. Af en toe kijkt ze naar het lege scherm van de televisie tegen de muur.
Plots verschijnt een tekst op het scherm.
Bedankt om deel te nemen aan dit onderzoek!
Kijkt u voor we beginnen of u de volgende voorwerpen aantreft in uw nabijheid.
1. Afstandsbediening voor deze televisie
2. mes
3. vork
4. twintig flessen water
5. drie schoendozen
Druk op toets 1 van uw afstandbediening om te beginnen.
Micheline zucht opgelucht, blij dat het wachten over is. Ze leest snel de tekst op het scherm en kijkt om zich heen. De flessen water had ze al ontdekt. In de hoek ziet ze ook de drie schoendozen. Ze neemt de afstandsbediening en drukt op 1.
De deur is op slot.
U verlaat deze kamer pas wanneer de inhoud van de schoendozen verdwenen is. Dit is geen grap.
Micheline deinst achteruit. Dan begint ze te lachen. Ze probeert de deur te openen. Het lukt haar niet, maar ze lacht opnieuw en haalt de schouders op.
Ze gaat naar de schoendozen en neemt er eentje in haar handen. Ze schudt met de doos.
Plots voelt ze beweging. Ze schrikt en laat de doos vallen.
Het deksel komt los. Er zitten een handvol wriemelende maden in de doos.
Micheline trekt een vies gezicht en leest nogmaals de tekst op het scherm.
Ze schudt haar hoofd.
Dan neemt ze voorzichtig het deksel van de tweede doos eraf. Op de bodem van de doos krioelen een aantal regenwormen. Getver.
Nog één te gaan.
Heel voorzichtig doet ze doos drie open. En sluit deze onmiddellijk.
Ze gaat zo ver mogelijk van de dozen gaan zitten en huivert.
“Dit is een grap,” mompelt ze.
Ze walgt van maden, ze gruwelt van regenwormen. Maar ze is als de dood voor vogelspinnen.
De tweede dag trapt Micheline de vogelspin dood. Ze gooit de restanten bij de maden. Een dag later is de spin verdwenen.
Op dag negen eet Micheline de maden op. Op dag twaalf de helft van de regenwormen.
Op dag dertien slikt Micheline de laatste regenworm in.
De deur gaat onmiddellijk open.
Micheline is vrij.
37,67% van de proefpersonen eet alles op tussen dag 6 en dag 15.
31,52% van de proefpersonen eet alles op voor dag 20.
28,26% van de proefpersonen eet alles op voor dag 25.
0,54% van de proefpersonen eet enkel de maden en de regenwormen.
Slechts zes proefpersonen (3,26%) kwamen op het idee om de spin te doden en aan de maden te geven.
Videofragment 34.
Onderzoekskamer 4. Herbert Casteels, 54 jaar, metaalarbeider, gehuwd, vader van 2 kinderen. Herbert wordt over twee maanden voor de eerste keer grootvader.
Herbert loopt heen en weer in de kamer. Hij probeert nogmaals om de deur te openen, maar die is nog steeds op slot. Hij schikt zijn haar in de spiegel.
Op de televisie in de onderzoekskamer verschijnt plots een tekst.
Bedankt om deel te nemen aan dit onderzoek!
Kijkt u voor we beginnen of u de volgende voorwerpen aantreft in uw nabijheid.
1. Afstandsbediening voor deze televisie
2. Digitale klok.
3. Gsm
Druk op toets 1 van uw afstandbediening om te beginnen.
Herbert kijkt even rond en drukt dan op toets 1.
Vanuit de lucht wordt een zilvergrijze Peugeot 307 Break gevolgd. Men kan twee kinderen op de achterbank ontwaren.
Een nieuwe tekst verschijnt op het scherm.
Neemt U nu de gsm.
Druk gedurende drie seconden op toets 2.
Ga na of de persoon die u aan de lijn heeft, zich in de wagen bevindt die u op het scherm ziet. U krijgt hiervoor dertig seconden.
Haak in wanneer u overtuigd bent.
Herbert denkt even na en knikt dan, glimlachend. Hij neemt de gsm en drukt op toets 2.
“Hallo?”
“Goeiedag, mevrouw, u spreekt met Herbert.”
“ik ken helemaal geen…”
“Dit is niet van belang mevrouw. U bevindt zich momenteel in een grijze Peugeot 307, uw man aan het stuur en twee kinderen op de achterbank?”
“Euh… Ja. Wie is dit?”
“Werkt u nu even mee, mevrouw. Zou u uw rechterhand uit het raam kunnen houden en zwaaien?”
“Ik… Nee! Wat is dit?”
“Gewoon voor de lol, mevrouw. Ziet u de helikopter die boven u vliegt?”
“Nou, ik…O, daar bent u! Ok dan.”
Herbert ziet dat een arm uit het raam wordt gestoken. Hij knikt tevreden en haakt in. Hij kruist tevreden zijn armen en leunt achterover.
Op het scherm verschijnt opnieuw een tekst.
Onderaan de wagen is een bom bevestigd.
Deze bom zal afgaan wanneer de benzinetank van de wagen halfleeg is.
Per minuut dat u wacht met telefoneren, ontvangt u 500 euro.
Dit is geen grap.
Herbert grijpt de gsm, bedenkt zich en legt het toestel opnieuw neer. Hij kijkt afwisselend naar de klok en naar de televisie. De vrouw in de wagen houdt nog steeds haar arm uit het raam.
Wanneer er een minuut voorbij is, valt uit een gleuf in de muur een envelop.
Herbert raapt de envelop op en opent hem. Er zit een biljet van 500 euro in.
Hij kijkt verbijsterd en grijpt dan naar de telefoon. Opnieuw bedenkt hij zich.
Hij wacht.
7.000 euro later ontploft de wagen.
Resultaten onderzoek G04 HTY948:
- Het scenario “bom-onder-de-auto” werd toegepast in 10,91% van de gevallen
- Het scenario “gaslek” werd toegepast 29,09% van de gevallen
- Het scenario “seriemoordenaar-in-huis” werd toegepast in 42,73% van de gevallen
- Het scenario “gifslangen” werd toegepast in 17,27% van de gevallen.
6,52% van de proefpersonen telefoneerde voor het verstrijken van de eerste minuut.
12,50% van de proefpersonen telefoneerde tussen de tweede en zevende minuut.
21,20% van de proefpersonen telefoneerde tussen de achtste en tiende minuut.
59,78% was te laat.
Videofragment 104:
Onderzoekskamer 2. Sarah Henaux, 33, kassierster in een supermarkt, moeder van een zesjarige zoon, ongehuwd. Toen ze zes jaar geleden dolgelukkig vertelde dat ze zwanger was, heeft haar vriend het huis verlaten. Ze heeft hem nooit meer teruggezien.
Sarah zit op een stoel en staart naar het lege televisiescherm. Ze dagdroomt.
Op het scherm verschijnt plots een tekst.
Bedankt om deel te nemen aan dit onderzoek!
Kijk voor we beginnen of u de volgende voorwerpen aantreft in uw nabijheid.
1. Afstandsbediening voor deze televisie
2. Digitale klok
3. Een fles wodka
4. Slagersmes
Druk op toets 1 van uw afstandbediening om te beginnen.
Sarah fronst haar wenkbrauwen wanneer ze het mes ziet, maar neemt dan de afstandbediening en drukt op 1.
“Mama?”
Een jongetje van ongeveer zes jaar verschijnt in beeld. Hij is vastgebonden op een stoel en naast hem staan twee gemaskerde mannen.
“Mama!”
Sarah springt van haar stoel en snelt naar de televisie. Ze streelt het gezicht van haar zoontje op het scherm. Dan kijkt ze om zich heen, rent naar de deur.
De deur is op slot. Ze kijkt naar het ondoorzichtige venster en roept om hulp. Ze slaat met haar vuisten op het glas.
Ze rent opnieuw naar de televisie.
Sarah kijkt vertwijfeld om zich heen, maar haar blik keert steeds terug naar het televisiescherm.
Er verschijnt een nieuwe tekst.
Uw zoon zal over tien minuten gedood worden.
U kunt hem redden door een hand te amputeren.
U mag zelf kiezen welke hand.
Uw tijd gaat nu in.
Sarah schreeuwt. Ze grijpt de stoel en probeert het raam uit te slaan. De stoel ketst af zonder schade toe te brengen. Sarah zakt in elkaar op de grond en huilt.
U hebt nog zes minuten.
Sarah neemt bevend het slagersmes.
9,78% van alle proefpersonen ging binnen de termijn over tot zelfverminking(Een van de proefpersonen amputeerde enkel de vingers van de linkerhand.
Voor deze proefpersoon werd de instructie herhaald)
4,35 % van alle proefpersonen ging over tot zelfverminking, seconden na de afgesproken termijn (toen men het kind of de partner messteken toebracht).
64,13% van alle proefpersonen schakelde de televisie uit.
16,30% keek toe hoe hun kind/partner vermoord werd, zonder het mes aan te raken.
Uit de analyse van de gegevens blijkt dat slechts 3,26% van de proefpersonen volledig waarheidsgetrouw hebben geantwoord op de vragen in de enquête.
40,22% van de proefpersonen hebben tijdens of binnen een week na het einde van het onderzoek zelfmoord gepleegd. In totaal kostte dit onderzoek slechts 167 mensenlevens.
Er wordt aangedrongen op verder, vooral kwantitatief onderzoek om de resultaten op een statistisch verantwoorde manier te kunnen onderbouwen.
Wij danken alle proefpersonen - in naam van de wetenschap - voor hun vrijwillige deelname aan het onderzoek.
de geboorte van een psychiatrische kliniek
In hun Jubileumboek staat op pagina 63 het volgende:
"Maria Ida Fourier, geboren te Wellen in 1797 was als keukenmeid in dienst getreden bij de familie de Bellefroid naast de abdij. Vader Robert de Bellefroid had een juridische opleiding genoten. Hij overleed in 1830. In 1833 huwt de keukenmeid zoon Leopold, die 7 maand later overlijdt en wat later sterft zijn broer. Maria erft het aanzienlijke fortuin en schenkt het aan Pastoor Triest uit Gent, die dan pas naar St.-Truiden wilde komen met zijn Zusters van Liefde ( nu vzw. Santa Maria te Melveren) om voor 'ellendige vrouwen' te zorgen.
Dit is new speak, natuurlijk.
Wat duidelijker wordt de clou van de vrouwelijke spitstechnologie als je weet dat Vader de Bellefroid in 1775 Rechter was in het dorpje Wellen en er 23 Voltairisten, revolutionairen of Bokkerijders levend liet opbranden, waaronder 2 uit de boerenfamilie Fourier. Er bleven 23 weduwen en 120 wezen achter in Wellen...
Eigenaardig toch die nazaten van Bokkerijders. We vernoemen er maar even twee van (foto kan bij het Netwerk bekomen worden!):
- advokaat-generaal bij het Hof van Cassatie Vandewal Christian
- Dr. L. K., 3x gecolloceerd en nu 2x geïnterneerd, als een gevaar voor het Vlaamse Volk, maar vrij onder voorwaarden.
Thierry Deleu's nieuwste roman KLAMME HANDEN
Dezer dagen verschijnt Thierry Deleu's nieuwste roman KLAMME HANDEN, uitgave van Razor's Edge Editions (http://www.knightsrazor.com/razorsedge.htm).
Het hoofdpersonage is dr. Wolf van Leeuwen. Hij is een veelbelovende jonge psychiater-neuroloog die vooral het gedrag van chronisch schizofrene vrouwen bestudeert. Zowel in Oost-Twente als in Kortrijk probeert hij zijn experiment uit: hij wil af van de elektroshocks en zoekt via relationele concepten zijn patiënten te genezen.
Op de achterkaft lees je:
Na de Creuse Trilogie, met Eindterm (2002), Amélie Laforêt (2003) en Arsène du Frêne, heer van La Vallade (2004), begeeft de auteur zich in de biotoop van de psychiatrie waar hij zich, als dokter Dirk Wolf van Leeuwen, onderdompelt in de (waan)werelden van zijn schizofrene patiënten.
In Klamme handen laveert het hoofdpersonage tussen wanhoop en passie, succes en tegenslag. Als psychiater wordt hij geprezen en verguisd, als minnaar wordt hij afgewezen en gesolliciteerd.
Thierry Deleu heeft zich voor dit boek sterk gedocumenteerd, maar nooit wordt die informatiestroom hinderlijk voor het vlotte verloop van dit passioneel verhaal.
Klamme handen is de vierde roman van Thierrry Deleu. Het is ook de eerste roman na de Creuse Trilogie. Ook hier zijn de meeste personages geënt op bestaande personen. Ook deze roman bevat veel autobiografische elementen. De auteur weet waarover hij schrijft, heeft zich ook sterk gedocumenteerd en heeft gesprekken gevoerd met neurologen en psychiaters.
De auteur getuigt:
“Ik heb zoveel gelezen, verhalen, rapporten, wetenschappelijk werk, dat ik, uit welke bron ook, onmogelijk kan aangeven wat in mijn boek authentiek en wat een weloverwogen weergave van kennis is. Ik ben de medische wereld erkentelijk voor de informatie die mij mondeling werd verstrekt. Mijn dank gaat vooral uit naar één bepaalde dokter die herhaaldelijk mijn verbeelding heeft geprikkeld en gevoed."
Thierry Deleu is vooral bekend voor zijn erotische poëzie en zijn eigenzinnige essays, als uitgever van het tijdschrift ‘Boulevard’ en de Schaap Boeken (uitgeverij Het Schaap), maar sedert zijn debuutroman Eindterm en de Creuse Trilogie in het algemeen heeft hij zich expliciet geplaatst bij de Vlaamse auteurs die in het literaire werk een menselijke “getuigenis” zien en minder een zuivere taalcreatie. Met Klamme handen slaagt de auteur er opnieuw in om fictie en werkelijkheid, verhaal en waarheid, magie en feitelijkheid, blijdschap en drama overtuigd en overtuigend met elkaar te verzoenen.
De auteur is altijd tot een gesprek bereid op: Zandzeggelaan 18-102, 8670 Oostduinkerke – 058/514120 of 0478/745498 thierry.deleu@skynet.be .
Wapenstilstand: nog eentje van Freedom Center
As a veteran myself (Korea), I can perhaps be excused for being upset that what was once called Armistice Day (honoring the end of war) is now called Veterans Day (honoring the killers.)
Lloyd
Desdemona
Onderstaand prachtig stukje 'Mosterdzaad' is de intro tot het literair meesterwerkje 'Desdemona of het gedroomde leven' van Tin Vankerkom, uitgegeven door Het Zinkend Schip, Dendermonde (www.hetzinkendschip.web-log.nl ). Het verhaal van een kind in de schemerzone, het kind in elk van ons.
Mosterdzaad
Desdemona was niet het kind van bijzondere ouders. Hoe zeer zij ook wou dat dit het geval was. ‘s Zomers, als Desdemona op haar rug in het gras lag en zag hoe de voorbijdrijvende wolken voortdurend van vorm veranderden en toch wolken bleven, dan droomde Desdemona dat zij van ándere ouders afkomstig was. Haar vader was dan een ruimteman die haar moeder Onweerstaanbaar gevonden had. Haar moeder stond te hooien in de beemden langs de Maas. De zomerbries speelde met haar rokken en streelde haar haar en toen, en toen…, maar het klopte allemaal niet. Desdemona was het kind van heel gewone ouders en heette eigenlijk C-Zam en moest een jongen zijn.
Vroeger, vroeger, lang voor zij er was… Desdemona, liggend in het gras, wist precies hoe het allemaal gegaan was
Haar ouders leefden een simpel leven in een dorp bij de grens. Regende het veel of had het 's winters hard gesneeuwd, dan liep het dorp onder. Haar ouders zagen dat het goed was – zo’n tweede wereld, stil als een graf, roerloos weerspiegeld in het wateroppervlak - en voelden zich rijk en hoefden geen kind. En toen Desdemona plots de kop opstak, schrokken zij hevig en waren ontzet. Vooral haar vader maakte groot misbaar. Hij raasde de deur uit en stampte op de dijk die het onder de minste druk begaf en wierp met stenen naar de Maas. Na veel gedaver en wild gedaas verklaarde hij dat hij, desgevraagd, Desdemona zou aanvaarden, maar dan moest zij wel een jongen zijn. Haar moeder replikeerde dat àls Desdemona een jongen was, zij hem zou afvoeren, in het holst van de nacht, in een bootje op de Maas. Later veranderde zij van gedacht en wilde Desdemona kwijt. (Had zij de ruimteman niet leuk gevonden dan? Had zij liever voortgehooid in plaats van te rollebollen in de gracht? Want de wind had haar opgepakt met bollende rokken en het moment daarop… lag haar moeder in de gracht.) Haar moeder ging naar een engeltjesmaakster en kocht een hele zak mosterdzaad. Maar het zaad had geen effect en Desdemona werd geboren. Op Werelddierendag! Haar vader constateerde dat zij geen jongetje was en zat op slag om een naam verlegen. Hij had enkel aan jongensnamen gedacht: Pol, Luc, Jan, Marc of… Albert! Haar moeder begreep dat het mosterdzaad niet had gepakt en stelde dan maar voor het kind Sesamma te noemen.
‘Suzanna? Suzie? SUE?’
Het moet gezegd: zulke zwoele namen pasten niet echt bij dat wurm in die wieg. Desdemona was verkreukt en verfomfaaid uit de slag gekomen. Zij zag grijs en grauw. Zij was zo klein, zij paste in haar vaders hand, maar zij krijste de hele buurt bij mekaar –noem zoiets Sussa– en hij sakkerde en zei:
‘Wat een sireen! Andere mensen krijgen brave babies, mooie babies en wij zitten hier met dat stuk duivelsgebroed, dat koekoeksjong!’
En Desdemona’s moeder werd kwaad:
‘Goed! Dan noemen wij haar zo. Demona! Of misschien maken wij er beter Desdemona van. Want tenslotte hangt er toch een kaartje aan zo’n naam.’
Zelf heette zij Cathérina, naar de Russische tsarina die een wild liefdesleven had.
‘Een naam bepaalt hoe het je in het leven zal vergaan en ik wil een goede naam voor haar.’
En zo werd Desdemona gedoopt. Als kind van doodgewone ouders. In een doodgewoon leven. In een dorp dicht bij de grens.
Mussah ploetert in Vlaamse ondergrond
In onze reeks Mussah's liefde-haat verhouding met zijn land der vaderen:
DE PUT VAN TISCALI
Van de Vlaming is bekend dat hij een noest werker is, en dat hij die steeds wat verloren is, vindt dat zijn vrouw, maar niet die van een ander aan de haard hoort, tenzij ze geld binnenbrengt. Zelf begon ik als kind met het dragen van emmertjes water naar de zee, in feite het zinken bassin waar ik iedere zaterdag werd in ondergedompeld, maar een halve eeuw later stel ik mij noodgedwongen tevreden met een dagelijkse, weze het lauwe besprenkeling; een gore kerel met kort haar, een lelijke bril en zonder baard nam in naam van wij koning der Belgen mijn voorraad emmertjes in beslag, en verkocht ze voor geen geld openbaar. Wateren en de bijhorende werkzaamheden zijn tenslotte toch meer iets voor Nederlanders, daar immers werd in de jaren zestig van de vorige de seksuele revolutie uitgevonden, hier werd in dezelfde periode Brussel afgebroken; Belgen zijn overigens eerder tunneliers. De Louizatunnel, de Jan Craybeckxtunnel, de Jan de Vostunnel, de Kennedytunnel, de Boudewijntunnel, enzovoorts, haast alle werden ze gegraven door Vlaamse betweters aanvankelijk met de blote hand, dan machinaal, maar steeds in de diepte, nooit in de hoogte. Evenmin zal ik de euforie vergeten van wijlen premier Wilfried Martens toen een of ander gegraaf tegen alle verwachtingen zijn einde naderde en hij luidop lispelde wat anderen ontkenden: “Het einde van de tunnel is in zicht!” Twee weken later werd hij aan zijn beide ogen geopereerd. Hoe dan ook, het minste het geringste en de Vlaming gaat ondergronds; “Sijjie van Brugge, set juu vanachter; sijjie van regs, verdwin ut min ooge.” Maar niet iedereen heeft het inzicht en de capaciteiten om een tunnel te graven, voor veel Vlamingen is het graven van een put het absolute hoogtepunt, vooral als die bestemd is voor een ander. Bij Terra Incognita, een begrafenisonderneming, doen ze niets anders, wat zeg ik, ze leven er van, en rijkelijk. Soit.
Met mijzelf is het uiteraard niet anders, noch beter gesteld, maar op de rechtbank besliste heer Hermelijn dat wanneer de Vos geen emmertjes heeft, hij ook geen schopjes behoeft. En zo voltrekt zich nog iedere dag het wonder dat ik overleef, en anderen in mijn val meesleep. Vandaag nog twee rekeningen ontvangen die nooit zullen betaald worden: eentje van dokter Mengele, de plaatselijke psy, maar dat is een ander verhaal, en eentje van meneer van den Bussche, maar dat verhaal geloof je dus nooit. (Ondertussen lijd ik al een tijdje aan mechanische dyslexie: in plaats van ‘ie’ tik ik steeds ‘ei’, ‘ja’ wordt ‘neen’, en zoverder.)
daar is die vlaminghater weer!!
NOEM MIJ ZATERDAG, OM HET EVEN WANNEER
Mussah Fernand Ronsmans
www.fernandronsmans.web-log.nl
Een: De kat, niet van heer Rosseel
In de krant staat dat de Vlaming, want wie anders kan zo dom zijn, milieumoe is, maar er staat niet bij dat ik de Vlaming moe ben; in een land waar de helft der bevolking gehandicapt is, minstens geestelijk, mag het niet verwonderen dat ook de berichtgeving mank loopt. Water, elektriciteit, brandstof, het kan allemaal weer niet meer op in het land van schele Tijl en dove Nele. In plaats van privé-zwembaden niet toe te laten, het zou een pak water schelen, en het wassen van auto’s te verbieden, ach, voor het reinigen van vuile kinderen wil ik nog een uitzondering maken, en waarom niet meteen ook ’s avonds om 22 uur “Lichten aus!”, in een fascistische staat moet dat kunnen, boeken lezen doet hier toch geen mens, zelfs niet bij daglicht, en de dagelijkse praktijken van tante Nonneke en nonkel Desiré die zo graag kindjes ziet, verdragen toch geen licht. En brandstof? De pompiers slagen er nu al maar amper meer in om de belendende percelen te vrijwaren. Laat de tweeverdieners hun vierwielers met het methaangas dat ze zelf produceren aandrijven, en maak van de steenwegen stegen, van de lanen zandbanen, en van de politici opnieuw werklozen. Breek open de voet- en fietspaden en plant er struiken, dan weet je tenminste weer waar rovers zich schuilhouden. Windmolens wil ik zien op iedere heuvel en geen Spaanse namaakhaciënda’s, roeibootjes op de vervuilde waterlopen, onderwatervissen in Hofstade-Bad en drenkelingen in de zee, want alleen dan is het leven van redders niet langer nutteloos, en ja, geen nadeel zonder voordeel, ook constant in gevaar. De nette Vlaming, wat een vuile oen: de Walen gooit hij buiten, en de Wael haalt hij binnen, maar die houdt zich voor Deprez en predikt de prehistorie. Enzovoorts, enzovoorts.
Pas vandaag, en dan nog in de late namiddag, is me middels de stadszender AT5 ter ore gekomen dat kat Kira, - ik ken haar persoonlijk, ze woont in bij minder jonge, zeg maar begoede mensen aan de Weesperzijde te Amsterdam, een goede thuis zou je denken, jaja - al twee en een halve week weigert de stoeipoes uit haar lievelingsboom te komen, waar ze enkele woensdagen geleden kort na het middagmaal als een schicht in verdween, haast was ze zo onder een auto gelopen. Ik vraag me af: heeft kat Kira besef van tijd, blijft ze daar bij de les, respecteert ze er zichzelf, het is en blijft immers toch een vrouw, ontmoet ze in het geheim de legendarisch ruwe zwarte kater, de Portugese synagoge is hier minder dan honderd meters vandaan, Spinoza woonde ooit in de buurt, drinkt ze mee bier met de Polen die de bank onder haar boom dag en nacht bevolken, met twaalven om beurt één bed bevuilen, werk weigeren, maar vrouwen missen, kent ze de gediplomeerde hond Keely die aan de vlakbije Nieuwe Keizersgracht woont, van wie de bazin nog schreeuwt als ze reeds fluistert, allemaal vragen, het stellen niet eens waard, maar waarvan de antwoorden bestaan. De dierenambulance kwam al twee keer langs, en driemaal reed de ladderwagen der pompiers tevergeefs voor, want kat Kira weigert uit de boom te komen, mauwt en grauwt bij het minste, bolt haar rug op de verst zwiepende tak, doet haar behoefte in een versleten vogelnest, loert binnen bij vreemde mensen want Amsterdam is echt een multiculturele stad, en ondertussen is ze zelf een attractie waar mensen zich aan vergapen, Artis is vlakbij maar dit is gratis, Holland blijft Holland. Dagelijks worden, ondertussen op vaste tijdstippen, verse kommetjes water en lekkere hapjes hoog de boom in getakeld door haar bazinnetje, die haar reus van een vent terroriseert, maar in deze simpele kat haar meerdere heeft gevonden, Kira die al van bij haar intrek de drie andere huiskinderen haatte. Kat Kira luistert niet meer naar de naam die mensen haar gaven. Bukowski zei en schreef het al: alleen katten hebben stijl, maar Bukowski wordt in de platlanden voor een drankorgel versleten en als de schrijver van opgeilend proza beschouwd, ook gaat hij door als het lichtend voorbeeld van Vlaanderens blinde roerganger die zich Herman Brusselmans waant, doch wiens moeder het kind weggooide en de nageboorte behield. In werkelijkheid is Bukowski een der grootste Amerikaanse dichters der voorbije eeuw en is kat Kira het levende poëem dat Simon Vinkenoog die een straat verder woont niet in staat is te zijn.
Psychootje ja, schizofreen neen!
Ik las op deze site de bewering van een (deskundig?) persoon dat schizofrene mensen geen verschil kunnen zien tussen zichzelf en de ander, zichzelf en het omgrenzende. Sorry, enkele eeuwen geleden werd zo iemand “mysticus” of “mystica” genoemd. In de religies en filosofieën (er wordt hier net “starry starry night” gespeeld, een fantastisch liedje over het genie en de waanzin van Vincent Van Gogh), dus in de religies en filosofieën die ik bestudeerd heb, zoals het Mahayana boeddhisme, wordt er juist op gehamerd dat elkeen zou inzien dat in het web van het leven alles met alles verbonden is, dat niks kan veranderen zonder gevolgen te hebben op alles anders. Tibetaanse boeddhisten hebben daar zelfs één van hun belangrijkste symbolen op gebaseerd, de “levensknoop”. Bij vele Indianenstammen uit Noord-Amerika wordt god “de Grote Geest” of “het Grote Mysterie” genoemd, God is daar het geheel van alle zichtbare en onzichtbare dingen. In het christendom worden mensen “heiligen” genoemd indien zij de “sprankel” van God in alles zien. Bij sjamanistische initiaties over heel de wereld wordt onder invloed van hallucinerende planten een “visioen” opgewekt waarin binnen- en buitenwereld versmelten. Bij de Hindoes is het hoogste doel zelfs verwoord als “met God versmelten”, een wijze mens of saddhu is iemand die tijdens zijn leven al bij God is, en dus ook niet verder hoeft te reïncarneren.
Waar stevent onze maatschappij op af ? Men kan een maatschappij wegen niet enkel op wat ze met hun gekken doen, maar ook überhaupt, wie zij als gekken ziet of niet. En onze maatschappij ziet “gekken“ dus als mensen die in de krankzinnige toestand leven, volledig in de waan over het feit dat zij met de ander (al of niet) kunnen versmelten, en krankzinnig in de idee dat zij hun lichaam kunnen overstijgen of fundamenteel “één” met anderen kunnen zijn. Mooi is dat. Een normaal mens is dus iemand die “the struggle for the fittest” aangaat en zijn hele leven met andere concurreert, niet in staat om de andere werkelijk “ aan te raken”, of zich zelfs niet in de ander kan verplaatsen, want dat is voor sommigen blijkbaar al een vorm van lichtelijk psychotisch zijn. Liefde bestaat enkel functioneel en niet reëel, versmelting is ziekelijk.
En dan willen psychiaters niet eens toegeven dat zij “de werkelijke hedendaagse filosofen” zijn van een maatschappij die zij verdelen in Übermenschen en Untermenschen (de eerste zijn genetisch “gezond” en sociaal “aangepast” en de tweede categorie mag zich zelfs niet voortplanten want genetisch ziek en hopeloos verward over wat het echte doel van het leven is), waarbij zij ook kijken naar de enkeling als een in zijn hokje zittende eenling die eeuwig in strijd is voor het bestaan in een economisch realiteit die zij zelfs niet kritisch mogen bekijken, want ieder die kritisch kijkt is “gek”. Laten we niet toe dat deze mensen onze levens controleren en zelfs bijna vernietigen, dat zijn wij de schizofrenen, de paranoïden en de randgevallen. Ik pleit voor een werkelijkheid die én multicultureel is én tolerant, waar nieuwe ideeën zich kunnen ontplooien, en waar iedereen fundamenteel vrij is, zonder “zieken” en “gezonden” , zonder “gekken” en “normalen”. Ik pleit als het ware voor een nieuwe “Verlichting”. Laat het zo zijn, en laten wij ons allen verbonden voelen, samen met de gekke Wu Li meesters, en de contactgestoorde Sjamanen, en de Wijze Zotten. Ik heb gezegd. Ho!
PAZ SMIDTS 13/06/2006
Korte Komkommer-commentaar:
Eindelijk nog eens een tekst in de goeie ouwe antipsychiatrische traditie. Het Netwerk is het zeker eens met de uitgangsgedachte dat er een spanningsveld is tussen het één-zijn met de dingen en de ander en het gescheiden zijn van die dingen en die ander. Wijzen we erop dat ook in de lacaniaanse psychoanalyse dit onderscheid tussen “symbiose” en “afstand” optreedt in de vorm van de spanning tussen aliënatie (zich “verliezen” in de andere) en separatie (zich losmaken van de ander). Mogelijk is onze Westerse cultuur te ver gegaan in het benadrukken van het scheidingsaspect en zeker is er een culturele en historische verscheidenheid in de wijze waarop één-zijn-met en gescheiden-zijn-van in de totaliteit van een persoon zijn geïntegreerd. Zeker ook is het uitzonderlijk moeilijk het onderscheid tussen symbiose en afstandname te vertolken in termen van moreel superieur vs. inferieur of gezond/normaal vs. ziek/abnormaal.
Mogen we er wel op wijzen, liefste Paz, dat er in de samenleving buiten “heiligen” en “sjamanen” ook nog andere mensen wonen?
KOMKOMMERTIJD & BOUWVERLOF
In deze ingetreden komkommertijd en het daarop aansluitend bouwverlof doet het Netwerk Psychiatrie en Samenleving het wat kalmer aan. gedaan dat gezeur over benzo's en antidepressiva, de onbewezen verdachtmakingen van kortenberg en annexe gebouwen, de ondermijning van uw hoog-christelijke gevoelens, de aanvallen op onze normen en waarden, het gejank over de kampen die temidden de haspengouwse glooiingen zouden zijn opgericht en waar vlaamse schizofrenen gekruist zouden worden met Afghaanse taliban-strijdsters, die zogezegd gratis reclame voor de lacaniaanse psychoanalyse, dat opvrijen van minister Rudy Demotte, de perikelen van de patiënten van Dr. Vincent Martin, Het elke week terugkomende bekladden van de goede naam van de Broeders van Liefde, dat gesneer naar Ronald Reagan die al tien jaar dood is, kortom al dat overbodig proza waar geen mens geestelijk gezonder van wordt:
Dat wordt allemaal vervangen door wat lichter werk. Onder andere zal Vlaanderen's volksvijand nr. 1, de Al-Zharkawi van de vlakte in de driehoek tussen Gent, Antwerpen en Brussel, elke zaterdag de in het cafetaria verzamelde patiënten aangevuld met de zombies die deze onverlaten tussen 6 uur en 8 uur 's avonds komen bezoeken, opvrolijken met literaire allegretto's van het genre dat hieronder volgt (al zijn we vandaag maandag maar, heel toepasselijk, geen kat die daarnaar kraait):
De Onoverwinnelijke Jager
onder het Oog van de Heer
MUSSAH F J A RONSMANS
"Noem mij zaterdag, om het even wanneer"
EN NU IS HET GENOEG GEWEEST.
Kapitein en verstekeling, piraat en stoker, kwant en levende vergissing ben ik aan boord van Het Zinkend Schip, een initiatief dat gegroeid is uit De Groote Beer, zelf een gevolg van De Gele Gier, ontstaan uit De Graal, waar Animal Farm aan ten grondslag lag, nadat het gedaan was geraakt met Ranonkel, dat er trouwens nooit zou gekomen zijn zonder Hagelslag, dat zelf aanleiding was geweest tot onder andere Fluim. Allemaal namen van onzinhuizen, galeries en kleine uitgeverijtjes, die op stotterende en stuitende wijze het leven samenvatten van Fernand Ronsmans, waarover ik elders al las, maar die ik zelf ben, want voortdurend kom ik op en aanhoudend ga ik af achter al deze schermen, nadat ik lang geleden ook al aan de wieg stond van Ostentatief, de Fluitjeskrant, de Mestkever, enzovoorts. Zo en niet anders belandde ik jaren geleden op een Zuiderse bergtop, want wat anderen als een dessert hadden genuttigd werd mijn oneindige hoofdschotel: mei ‘68, en omdat ik dacht dat het zo hoorde bouwde ik elfhonderd meter hoog, onbereikbaar en ik vraag me nog steeds af waarom, geen drie tenten, maar een huis, doch eigenhandig en alleen, te eigenzinnig en vergeefs zoals achteraf zou blijken. In de winter groeide mijn berg drie meter van de sneeuw, en ook de rest van het jaar was hij onbegaanbaar en onbewoonbaar, vraten everzwijnen mijn groenten en snoepten herten van mijn fruit, loerden arenden op de kippen die ik niet hield en was in de lemen kachel rook nooit de voorbode van vuur; ziek worden, verhongeren, doodgaan, wat ooit veraf was bleek op eenzame hoogte vlakbij. Van toen af en dat is nu zeven jaar geleden ging het snel, helaas bergafwaarts. Paddestoelen, marmotten, gemzen en wilde appeltjes liet ik daarom op een dag waar ze goed voor waren, geld had ik al lang niet meer en mijn paspoort was ik ook kwijt, in Saint Girons miste ik de laatste en enige bus naar Toulouse, waar ik zonder ticket de trein naar Parijs op mocht, om van daaruit twee dagen later al liftend het Magisch Centrum te bereiken. Wees onbestaande, mijn adagio was werkelijkheid geworden, en de werkelijkheid bevestigde het vermoeden van mijn vroegere leraren: ik stelde niets voor. ‘Hoe laag kan een mens vallen?’ vroeg ik me af, en huurde in Amsterdam een woning vier meter onder de zeespiegel. Lang duurde het echter niet of ik werd teruggefloten naar mijn land van herkomst dat ondertussen zo multicultureel was geworden dat het mij niet meer herkende.
Bloemen en bomen leken mij met een laag stof bedekt, van de muziek dacht ik dat het aan de versterkers lag, in slecht weer herkende ik de valse zet van weerman Erwin Krol, die hier Frank Deboosere heette. Karel, Sjarel en Piet hadden het gemaakt, Mien en Sien waren omgekomen bij een verkeersongeluk, en niet langer geleden dan elf maart van dat jaar, werd ik verdacht van wat ik niet eens vermoedde en in de boeien geslagen, maar veertien dagen later helaas weer vrijgelaten. Kort daarop, doch midden in de nacht stierf mijn moeder een natuurlijke dood, beweerde de arts die het jaar voordien mijn vader had vermoord, en ook de fiscus nam me in de maling en eiste van mij alles wat ik nooit had verdiend en besliste meteen dat ik nooit nog wat zou hebben, zijn land- en bondgenoten weigeren me sindsdien de uitkeringen waar ik recht op heb, zodat ik voortaan zelf neem waar ik behoefte aan heb, en soms iets meer, want de lucht van een ander beschouw ik thans ook als de mijne. Ondertussen doorrazen mijn tanden het verhaal der tien kleine negertjes, beven mijn handen zonder ophouden, en de dagen dat zelfs adem mij ontbreekt weet ik dat verandering op til is, want nu is het genoeg geweest, en daarom aas ik met dit verhaal van mij op de boekenbon van een ander, wetend dat wanneer het begin moeilijk is, het einde al in zicht is. Jaja, alle wegen kan ik uit, zoals boer Leo die in Portugal een dorp gaat bouwen maar ondertussen wegkwijnt in de stallen van Friesland, zoals de schrijvers Bert, Bart en Peter die op de rand van de pot verzen verzinnen over de drol die niet wil vallen, of zoals Mark en Bruno die het licht schilderen dat ze nooit zagen. Ik zet dat nu wel allemaal op papier, maar veel meer dan vijfentwintig hopeloze levensjaren resten me niet meer, en weldra korten weer de dagen. Wat ik dus zeker niet mag, is verder onthaasten.
Daarom denk ik vlug, en ook aan honderd mensen, die me maandelijks tien euronen schenken, waarvan één me een klein huis met een grote tuin ter beschikking stelt, want alleen dan hoef ik niet terug naar mijn schuldenberg, kan ik zwarte inkt kopen, en mijn dood alvast in kaart brengen. Helaas, ik ben telefonisch niet bereikbaar.
USA sturen geesteszieke soldaten naar Irak!
Washington heeft soldaten met psychische problemen naar Irak gestuurd en/of hen in de strijd gegooid niettegenstaande hun oversten tekenen van mentale ziektes hadden opgemerkt. Dat meldt de krant Hartford Courant zondag.
Niettegenstaande het Congres in 1997 heeft bepaald dat het leger de mentale gezondheid van alle uitgestuurde soldaten moet onderzoeken, krijgt minder dan één op de 300 soldaten een psychiatrische deskundige te zien vooraleer naar Irak te vertrekken, zegt de krant op basis van gegevens die zij op grond van de wet op de Vrijheid van Informatie heeft kunnen inkijken. Sommige onstabiele soldaten blijven aan het front, hoewel ze onder krachtige antidepressiva en angstbestrijdende geneesmiddelen zitten. Sommigen liepen posttraumatische stressstoornissen op na het dienen in Irak maar worden opnieuw naar de oorlog gestuurd, met het risico dat hun geestesziekte erger wordt, aldus de krant. Het blad voegt eraan toe dat deze praktijken het aantal zelfmoorden bij soldaten in Irak de hoogte heeft ingejaagd. Vorig jaar waren er dat 22. Het komt neer op 1 op 5 van de militairen die in Irak omgekomen zijn in niet-gevechtssituaties.
(Bron: De Standaard 15 mei 2006)
Niettegenstaande het Congres in 1997 heeft bepaald dat het leger de mentale gezondheid van alle uitgestuurde soldaten moet onderzoeken, krijgt minder dan één op de 300 soldaten een psychiatrische deskundige te zien vooraleer naar Irak te vertrekken, zegt de krant op basis van gegevens die zij op grond van de wet op de Vrijheid van Informatie heeft kunnen inkijken. Sommige onstabiele soldaten blijven aan het front, hoewel ze onder krachtige antidepressiva en angstbestrijdende geneesmiddelen zitten. Sommigen liepen posttraumatische stressstoornissen op na het dienen in Irak maar worden opnieuw naar de oorlog gestuurd, met het risico dat hun geestesziekte erger wordt, aldus de krant. Het blad voegt eraan toe dat deze praktijken het aantal zelfmoorden bij soldaten in Irak de hoogte heeft ingejaagd. Vorig jaar waren er dat 22. Het komt neer op 1 op 5 van de militairen die in Irak omgekomen zijn in niet-gevechtssituaties.
(Bron: De Standaard 15 mei 2006)
Uitreiking Prijs Aliënofilie
Op 27 april reikte het Netwerk Psychiatrie en Samenleving zijn Prijs Aliënofilie uit aan bioloog en philosooph Karin Verelst.
Voor foto's zie:
http://users.telenet.be/psychiatrieensamenleving/index.html
Tot in het Najaar!
w. duron
wel wel ... zou de Willy Duron die tot 1 september 2006 CEO (chief executive officer, hoofd van het directiecomité) is bij de Almanij-groep, de holding die de in Vlaanderen almachtige KBC-bank, de vroegere Kredietbank, controleert, dezelfde zijn als de Willy Duron die voorzitter is van de Raad van Bestuur van het Universitair Centrum Sint-Jozef Kortenberg, bijgenaamd het 'laboratorium van de psychiatrie in Vlaanderen', en familie zijn van de W. Duron die indertijd professor psychologie was aan de KUL of van Willem Duron, human resources manager van Bekaert, één van België's meest toonaangevende bedrijven?
vanwaar die verstrengeling tussen bedrijfsleven en psychiatrie?
wullen over cioran
DE PARADOX VAN CIORAN
Het boekje lag al een paar weken in het uitstalraam van een Kortrijkse boekhandel. Maar ik kon er niet aan omdat de zaak geruime tijd gesloten was wegens verlof. Dagelijks rende of fietste ik voorbij de verlokking van die etalage. Ik kon bijna niet weerstaan aan die gitzwarte kaft met de gele letters. Dat ding zo snel mogelijk in handen krijgen, was op het laatst bijna mijn enige obsessie geworden! Werk in Nederlandse vertaling van E.M. Cioran is relatief moeilijk te vinden. Het gaat hem hier natuurlijk om de vertaling van ‘
‘Bestaan als Verleiding’ als titel lijkt me weinig toepasselijk. Zo’n titel wekt immers verkeerde connotaties op. Bijna zou je denken dat Cioran danig aan het bestaan verknocht was of het bestaan zag als een vorm van constante verleiding. Dat is niet zo! Naar analogie van de Amerikaanse of Duitse vertalingen zou je voor een titel moeten kiezen als ‘De Verlokking van het Bestaan’ of zelfs ‘De Verleiding om te Bestaan’. Ikzelf kies voor die laatste vertaling omdat hij de paradox van Cioran zo goed tot uitdrukking brengt. De ontwortelde Roemeen vertoefde jarenlang op het scherp van de snede en op het grensgebied van suïcidale wanhoop en radeloze levensdrift. In zijn jeugd leed hij aan een schier ongeneeslijke slapeloosheid. Later werd hij heen en weer geslingerd tussen het anonieme lot van de Roemeense banneling in Parijs en het schrijverschap dat hem in zijn latere leven enige roem verschafte in intellectuele kringen.
Daar sijpelt nu – meer dan tien jaar later – één en ander door in het Nederlandse taalgebied. Na ‘De l’Inconvénient d’être né’ – door De Arbeiderspers ook al zo ongelukkig vertaald als ‘Geboren zijn is ongemak’, het lijkt wel een handboek voor ongeboren kinderen – en ‘Syllogismes de l’Amertume’ – vertaald door De Arbeiderspers als ‘Bittere Syllogismen’. ‘Bestaan als Verleiding’ bevat wel een heel beknopte lijst van artikels en commentaren over Cioran. Da’s wel handig om even op zoek te gaan naar secundaire literatuur. Helaas, het meeste wordt niet eens vermeld. Neem nu Cafard: een luxueuze cd-uitgave met gesproken uittreksels uit interviews met Cioran in het Frans, Duits én het Roemeens. De cd werd uitgegeven door de Keulense uitgeverij Supposé en werpt een nieuw licht op de figuur Cioran. Het boekwerkje bij de cd bevat een schat aan biografische informatie en tal van foto’s van Cioran en zijn levensgezellin Simone Boué. Je hoeft zelfs de woorden niet te begrijpen. Het luisteren naar de zachte stem van de polyglot uit Sibiu legt de o zo noodzakelijke brug tussen het oeuvre en de mens Cioran.
Ik maakte me er enkele jaren geleden druk om dat iemand als de Amerikaanse punkzangeres Lydia Lunch op ‘Matrikamantra’ de figuur Cioran zo verkeerd begreep en vertolkte. Hij is helemaal geen neogothische, baarlijke duivel of decadente doemdenker die het einde der tijden voorspelt. Luisterend naar de gesproken commentaren hoor je integendeel een zelfrelativerende denker met veel zin voor humor, die voortdurend weifelt tussen leven en dood, tussen schrijven en niet schrijven en vanaf het midden van de jaren zeventig geheel moedwillig geen woord meer toevertrouwde aan het papier. Geen Nietschzeaanse uistpraken hier, maar bijna gefluisterde reflecties over zijn Roemeense jeugd en over zijn leven in Parijs en zijn relatie tot de Franse taal. Ik betrap me er trouwens altijd op dat ik alle werken van Cioran koop omwille van de inleidingen. Tijdens het wachten op de heropening van de boekhandel nam ik de gelegenheid te baat om één en ander te hernemen. De inleidingen van landgenote Ilinca Zarifopol-Johnston (bij ‘On The Heights of Despair’ en ‘Tears and Saints’) zijn telkens doorvoeld en verhelderend. ‘A Short History of Decay’ komt zo op ons af zonder inleiding. De inleiding van Tom McGonigle bij Cioran’s belangrijkste werk ‘Anathemas and Admirations’ is kort maar krachtig.
Maarten van Buuren legt in zijn inleiding vrij terloops even de link naar de onderbelichte, politieke omstandigheden van Cioran’s jeugd. Het is inderdaad even schrikken wanneer je leest dat Cioran in zijn jeugd een actief lid was van de fascistische jongerenbeweging ‘IJzeren Garde’ en dat hij in ’35 dweepte met Hitler en het opkomende nationaal-socialisme. In latere werken kwam dat politieke aspect nooit meer uitdrukkelijk naar voor. Cioran deed er het zwijgen toe! Alleen in het naïeve en misbegrepen utopische jeugdwerk ‘Romania’s Transfiguration’ waagde hij zich - met weinig succes overigens - op het politiek gladde ijs van zijn getergde vaderland. Misschien ligt hier wel een beter begrip van de filosoof Cioran? Na die ‘misstappen’ trok hij zich vanaf ’37 helemaal terug in het politiek, sociaal en filosofisch vacuüm van zijn Parijse ballingsoord en zweeg voor de rest van zijn leven als vermoord over politiek. Men zou er zich eens aan moeten wijden om deze ongetwijfeld belangrijke politieke en sociale dimensies van het geval Cioran wat beter uit te spitten. Voor een beter begrip van één van de belangrijkse denkers van de twintigste eeuw… (wordt ongetwijfeld vervolgd!)
Emil Cioran, ‘Bestaan als Verleiding’, vertaald door Maarten van Buuren, Historische Uitgeverij Utrecht, Essays Beschouwelijk Werk, 2001, ISBN 90 6554 412 7.
Peter Wullen.
sex cex zacks
Beste Eric,
Ik heb je vraag om een column te schrijven over seks en waanzin dan toch even ter harte genomen. Na wat reflectie merk ik echter dat er niet zoveel waanzin zit in mijn seks. En ook niet veel seks in mijn waanzin. Ik grijp naar aanleiding van je vraag gewoon even terug naar de correspondentie, die ik voerde met een Gentse wetenschapster enkele jaren geleden, en waarin ik mijn ideeën daaromtrent uiteenzette. We onderhielden een soms prettig gestoorde emailconversatie over onderwerpen, die je normaliter niet op papier zet of aan je computer toevertrouwt. Dat was toch haar commentaar erover. In mijn exposé had ik het over het feit dat mannelijke seksualiteit voor mij iets heel subtiels is. Iets waar ik nooit aan gewoon raak. Ik ben ermee geboren en ik moet er zo goed mogelijk mee omgaan, zonder er misbruik van te maken. Aan de ene kant moet je je dingetje goed onderhouden - ik zou op mijn vijftigste niet met een halfslappe tussen de benen willen rondlopen! - anderzijds moet je je hoeden voor een overdosis. Niet ongevoelig worden voor vrouwelijk schoon en ook niet te gevoelig. Bekijk elke vrouw alsof ze je bedgenoot kan worden, maar ga niet met elke vrouw naar bed. Anonieme seks lijkt me daarbij zelfs niet eens uitgesloten, omdat anonimiteit een garantie kan zijn voor discretie en omdat je met iemand die je niet kent vrijelijker en zonder schaamte kan experimenteren met elkaars lichaam. Er is geen enkele gene en geen enkele rem. Je hoeft alleen rekening te houden met wat je partner wil en niet wil. Je kunt enorm veel leren uit zo'n relatie en het geleerde later in de praktijk brengen bij iemand waar je wel gevoelens voor hebt. Voor een man is zelfbeheersing bovendien ontzettend belangrijk. Masturbeer met mate, leerde ik van de wijze filosofieprofessor Hubert Dethier, geniet beheerst. Hou je seksualiteit goed in de hand (!). Zorg voor voldoende erotische prikkels. Dat heb je nodig om goed te blijven functioneren! Zonder wordt het een saaie en slappe boel. Maar verslijt je lid niet aan slechte pornofilms, boekskes, internet en overmatig masturberen, want op den duur word je ongevoelig voor alles. Je moet ergens een tussenweg kunnen vinden tussen erotische extase en beheersing. God - in wie ik niet geloof - zegende me met een fors en goed geschapen lid. Ik hoop dat ik het lang zo mag houden. Soms ontpopt het ding zich tot een onding door zijn onwilligheid, grilligheid en oncontroleerbaarheid. In een gepast kader - met een mooie vrouw, zacht licht en gepaste muziek - kan ik er wonderen mee doen. Ik probeer mijn edelste deel in elk geval zo goed mogelijk te omringen en te verzorgen zodat het ook op mijn tachtigste nog perfect functioneert. Dat laatste zal wel overdreven zijn en een illusie zijn, maar ik denk dat je dat voor het grootste deel zelf controleert. Het is een perfect samenspel tussen brein en onderbuik. Tussen de laagste en de hoogste instincten. Tussen intellect en lust. Tussen fantasie en scrotum. Mijn zin voor erotiek is naast mijn schrijverschap mijn allerkostbaarste bezit. Kijk, ik krijg nu in elk geval een signaal van mijn op het computerklavier hamerende vingers naar mijn brein en mijn onderbuik en terug in een subtiel spel van schrijven en seksuele verlangens.... Het antwoord dat de Gentse wetenschapster formuleerde op deze bedenkingen van seksuele aard krijg je in een volgende column.
Peter Wullen 23 maart 2006
in opmaak
we wachten op een tekst van de opgewonden Peter Wullen die zoals elke gek uiteraard niet gek is.niets zijn is alles kunnen worden
In 1969, ik was toen 18, heb ik thuis achter mij gelaten: het beeld van mijn moeder, het beeld van mijn vader, zeker dat van mijn stiefvader, dat van mijn zus, de cafés waar ik pinten dronk met mijn vrienden, mijn hond. Ik heb niets meegenomen en trok met mijn bromfiets van Koekelare naar Brussel. Niets meegenomen: geen boek, geen herinnering. Even nog het schriftje met porno-foto's waarmee ik me masturbeerde, maar dat ik heb bij mijn doortocht door Gent in de Schelde gekieperd.
Ik was niets, ik was een mogelijkheid, ik kon alles worden. En ik ben alles geworden wat ik me op mijn vijftiende had voorgenomen: een schrijver, een intellectueel, een minnaar en een drinker.
Niets zijn betekent alles kunnen worden. Niets hebben betekent alles kunnen krijgen of verwerven. Elk moment in je leven kan je beslissen niets of niemand meer te zijn, alles achter je te laten. Te vertrekken vanuit het besef dat je een mogelijkheid bent.
Ik ben verzeild geraakt in de psychiatrie. Tot op een niveau dat ik lichamelijk en geestelijk een wrak was. Dan heeft men, niet wetend wat met me aan te vangen, me van de éne op de andere dag op straat gezet (in het St-Norbertus-huis in Duffel). Ik was wel verplicht te beseffen dat ik niets meer was, dat ik alleen iets kon worden. Een dichter, een geacht intellectueel, een compagnon voor drie katten, een hulp voor anderen in existentiële nood.
De loutering die de psychiatrische patiënt kan bereiken door te beslissing niets te zijn, alles letterlijk of figuurlijk achter zich te laten, kan hem of haar behoeden voor het eindeloos gezwalp van Seroxat naar Zoloft, van het elektroshock-toestel naar het TMS-apparaat, van de éne zelfmoordgedachte naar het andere fantasma.
Niets zijn is een mogelijkheid: iets kunnen worden.
het goede leven
De Staat maakt onderscheid tussen het 'naakte leven' en de 'burger'. De man op de operatietafel, de vrouw aan het elektroshock-apparaat, zij zijn 'naakt leven' geworden, leven zonder rechten. Zij houden tijdelijk op burger te zijn.
Maar zijn zij het niet precies die op zoek zijn naar het GOEDE LEVEN? Is diegene die zich laat opereren, niet hij of zij die met zich een beeld draagt van een beter leven? Is de depressieveling niet als het ware per definitie, hij of zij die snakt naar het 'goede leven'?
Bij de Grieken was het nastreven van het 'goede leven' de essentie van het politieke leven, het leven als burger. Nu wij deze politieke macht hebben overgedragen aan de regering en van de psychiatrie verwachten dat zij ons het goede leven dat we ooit hadden zal terug bezorgen, nu zien wij dat deze overheid en deze psychiatrie zich als een macht tegen ons keert, ons onze rechten ontneemt en ons herleid tot 'naakt leven'!
Daarom moeten wij ons verzetten tegen de tendens die de scheiding tussen 'naakt leven' en 'burger', de scheiding tussen ons biologisch 'dierlijk' leven en ons maatschappelijk leven opheft. Ons dwingen in alle omstandigheden politiek zelfstandig te zijn en onze rechten niet afstaan aan een vreemde macht die zich als een demon tegen ons keert en ons wil terugbrengen tot de status van een dier!
(op basis van: Giorgio Agamben, zwaar aanbevolen)

God en de Duivel, maar waarschijnlijk geen van beiden, hebben er voor gezorgd dat thans op aarde zes of meer miljard mensen verblijven, en dat daar nog eens evenveel of meer andere dieren en zo mogen aan toegevoegd worden. Een verwaarloosbaar klein aantal der mensen acht zich daarenboven geroepen om alle anderen inclusief die dieren en zo een onbestaande Codex Vitae voor te houden, ja, zelfs de naleving ervan af te dwingen. Stevenen we daarom op de finale klippen af, of bevaren we op die wijze juist immer kalme zeeën? De vraag stel ik me dikwijls, het antwoord zal ik nooit weten. Tenslotte is het allemaal niet meer dan “Ikke ben grood, en gij ben klijn.”, en al de rest, vind ik, maakt deel uit van het ‘normen en waarden’-ballet gedanst door hen die niet tot dansen in staat zijn.
Iedereen smeert de Modern Times op zijn manier, maar wie met zand strooit wordt met eliminatie beloond. Een leger ambtenaren, een massa geweldenaars, een horde godendienaars, een klad onderdanigen en onderkruipers, een bende liegers en bedriegers, kortom, wat naam heeft maar geen faam geniet, wat leeft maar helaas nog niet dood is, wat dus als volk wordt benoemd en inderdaad gevaarlijk is, staat al te trappelen om de Codex, waarvan ze de inhoud vermoeden, maar de schrijvers niet kennen te verdedigen, liefst manu militari; lang leve de koning, vive la république, ja baas, neen baas! Al vele tientallen jaren heeft ook de psychiatrie zich in dat gelid opgesteld, en over veel meer dan wat vormelijke aspecten en nevenverschijnselen wordt niet meer gesproken door de hooggeleerden, waarvan een deel het Derde Rijk als nog niet voorbij beschouwen. Elektroshocks, medicamenten, gedwongen opnames, ziektebewijzen, enzovoorts, het zijn niet meer dan ongeoorloofde wapens in handen van ziekelijken. Omdat van psychiatrie twijfel nooit de grond van het bestaan is, is het bestaan ervan ongegrond. Dat sommige mensen gevaarlijk zijn, en dienen behandeld te worden, en dat anderen pijn lijden en moeten geholpen worden, dat kan wel volgens het boekje, zeg maar de Codex zo zijn, maar is dat in mijn ogen niet. Niet de pijn of de kwaadaardigheid van de enkeling telt, maar het lot der mensheid is van belang, nu meer dan ooit.
Is het niet zo dat de ongeneesbaar zieke beter sterft dan nodeloos in zijn lijden te blijven, dat wie honger heeft en geen eten de plicht tot stelen heeft, dat geen mens het recht heeft zijn wil op te dringen, enzovoorts. Dat de maatschappij dan onleefbaar wordt, ja, en dan? Trouwens, gaat het nu zoveel beter?
A bas la psychiatrie, dehors les psychiatres!