Zwarte Marsj - 7 september
Zwarte Marsj, STOP DE WAANZIN
(herdenking slachtoffers van psychiatrie en dolgedraaide maatschappij)
Samenkomst:
ergens op een plein in het Centrum
(precieze plaats moet nog bepaald worden in overleg met de Stad Brussel
Zie ook: http://www.sarahbeweging.net/nieuwsbrief/manifestatie.html
(Meer info op 02 466 4850 : Jan Vanhaelen, woordvoerder Sarah Beweging
Meeting Forumpsy Bozar 14/06/2008
MEETING / BOZAR / 14.06.0810 > 18 u/h
"LUISTER EERST NAAR WAT MIJN GEDRAG VERZWIJGT,
ALVORENS HET WEG TE VEGEN"
Vragen bij de notie « gedragsstoornis » en het vroegtijdig opsporen ervan.
Les « Troubles de la conduite » et le dépistage précoce en question.
Beste,
U tekende de oproep "Luister eerst naar wat mijn gedrag verzwijgt, alvorens het weg te vegen" (www.forumpsy.be) – waarvoor onze dank.
Volgende afspraak wordt de Meeting op 14 juni, in het Paleis voor Schone Kunsten (BOZAR) te Brussel. Op het programma: een 30-tal interventies in zes uur tijd, door betrokken burgers uit psychosociale, juridische, filosofische hoek, door praktijkmensen, intellectuelen, kunstenaars. In het Nederlands en het Frans, mét simultaanvertaling. We rekenen op uw aanwezigheid als concrete uiting van uw steun.
U weet dat het onderzoek van de Hoge Gezondheidsraad naar 'gedragsstoornissen' slechts de lont in het kruitvat is geweest. Daaraan voorbij viseerden wij al van bij het begin de in opmars zijnde sciëntistische ideologie, die de mens tot een gedragsmachine reduceert, tot een pavloviaanse hond die op zijn omgeving zou reageren als ware die helemaal ontstaan in associatie met een stuk vlees. Men wil ons graag doen geloven dat dergelijke conditionering, of formattering, met de voorspelbaarheid die deze met zich meebrengt, een hele geruststelling, ja zelfs een vooruitgang voor de beschaving zou betekenen! Een mens is echter niet compleet becijfer- en voorspelbaar. Wij vertrekken dan ook vanuit het respect voor het singuliere van ieders verlangen, dat uiteindelijk elk determinisme ondermijnt, maar ook vanuit de vaststelling dat het mogelijk is dat, in een particuliere ontmoeting, in het spreken, het lot van iemand radicaal kan wijzigen.
Vanuit deze keuzes en vaststellingen wenden wij ons thans tot het beleid, tot de verantwoordelijken voor volksgezondheid. Tot nog toe zijn dezen vooral aangesproken, of belobbyd geworden door de adepten van een vorm van psychiatrie die symptomen reduceert tot gedragsstoornissen. Als gevolg daarvan is de geestelijke gezondheidszorg momenteel volledig in de tang aan het geraken van enerzijds een medicalisering (door de farmaceutische industrie) en anderzijds de cognitivistische gedragstherapie (door de universitaire psychologie). Als ook wij nu het beleid willen aanspreken, kan het niet de bedoeling zijn dat we daarbij meteen specifieke personen of instanties proberen te discrediteren; onze eerste zorg blijft van ons te verzekeren van de steun van de publieke opinie, van een publieke opinie die we ons nog altijd liever voorstellen als 'verlicht' (in de filosofische zin) dan 'voorgelicht' (in het kader van een of andere vorm van preventie) – we willen ons dus verzekeren van Uw steun.
U komt naar de meeting op 14 juni in BOZAR te Brussel? Reserveer via www.bozar.be (tickets – binnenkort operationeel) of 02/5078200
De initiatiefnemers van de Oproep
www.forumpsy.be
U wil affiches ?
Affiches op papier – voor Brussel: ACF, Koninklijke Prinsstraat 30-37 (maandag 17u-21u en zaterdag 13u-15u, 02/2302877); voor Gent: Nathalie Laceur 0495/998886; voor Brugge: Joost Demuynck 050/490057 of Peter Decuyper 0475/518666
Vrije Wil ??
Graag had ik onderstaande bijdrage opgenomen gezien in Uw rubriek als antwoord op de bijdrage van prof. moraalfilosofie Jan Verplaetse op 3/5/2008 "De Vrije Wil bestaat niet".
Vrije Wil? Liever meer dan minder !
Professor Jan Verplaetse, moraalfilosoof en moraalpsycholoog, wil ons in zijn bijdrage in De Morgen 3/5/2008 ervan overtuigen dat de vrije wil niet bestaat. Het begrip “vrije wil” wordt inderdaad, daar heeft hij ongetwijfeld gelijk, door veel “humanisten” gebruikt zonder dat ze precies aangeven wat ze ermee bedoelen. De vrije wil krijgt dan de mysterieuze allure van een buitenlichamelijke instantie die permanent ons gedrag stuurt en beslist over ons doen en laten. Het is in die zin dat Verplaetse deze “idealistische” vrije wil kan stellen tegenover het materialistische concept van het “brein”. Maar op deze manier ontsnapt hij ook niet aan een benadering van het probleem die eigenlijk 19de-eeuws is. We weten allang dat “geestelijke” processen in wezen lichamelijk van aard zijn, bijvoorbeeld dat het nemen van beslissingen, het hebben van emoties, het vellen van een moreel oordeel, etc. en meer in het algemeen het spreken van de mens, zowel met zichzelf als met medemensen, een pendant hebben in het functioneren van het brein (en niet alleen van het brein overigens; het dominante belang van het brein is ondertussen al meer dan 5 jaar op de achtergrond geraakt ten koste van het immuunsysteem). De tegenstelling brein versus vrije wil zien als een tegenstelling lichaam-geest is volkomen achterhaald. Dat ware niet zo erg, indien prof. Verplaetse zijn argumentatie ook niet zou verlengen met een pleidooi om bestaande maatschappelijke regelingen (bv. op het vlak van de rechtspraak) te herzien.
Jan Verplaetse baseert zich op een wereldvreemd experiment waarbij mensen moeten onthouden wanneer ze beslist hebben bij de projectie van een letter op een linker- of rechtertoets te drukken. Dit soort “laboratorium”-experimenten staan in geen enkel opzicht model voor het echte concrete leven van mensen. En de resultaten vergelijken breinactiviteiten met de herinnering aan de beslissing, niet met de beslissing zelf. Wij nemen in ons leven dagelijks beslissingen waarbij we al na tien seconden vergeten hebben dat we bij het uitvoeren van een handeling inwendig met ons zelf hebben overlegd. Doorheen ons leven zijn we voortdurend in overleg met onszelf (of met anderen) maar deze inwendige monoloog onthouden we natuurlijk niet, waarom zouden we. En als we nadien gevraagd worden waarom we iets gedaan hebben, verzinnen we dan meestal wel iets (“rationaliseren” noemt men dat doorgaans). Reconstructies van misdrijven waarbij de misdadiger geacht wordt te hebben gehandeld uit een “onweerstaanbare drang” laten zien dat deze misdadigers zich dikwijls wel de gedachte hadden gevormd: “het is wreed wat ik ga doen, maar ik doe het toch, foert! Dat ze me maar in de bak steken!”. Er is dus wel degelijk een vrije beslissing genomen, maar wel ene waar wij het moreel niet mee eens zijn en waarbij we denken: “hoe kan er iemand er nu toe komen zo wreed te willen zijn” (zoals bij zogenaamd “zinloos geweld” waarvan mensen – en journalisten – ons zeggen dat het “onbegrijpelijk” is, waarmee eigenlijk bedoeld wordt dat men het niet wil begrijpen). Anderzijds hebben we in heel veel gevallen voldoende tijd om vooraleer tot handelen over te gaan doordacht met onszelf of met anderen te overleggen en te kiezen uit diverse alternatieven met in acht name van de consequenties die aan elk der alternatieven verbonden zijn. Daarom bv. is BHV nog altijd niet gesplitst. En weten Jan en Miet nog niet wat ze morgen zullen eten, of ze al of niet de krant zullen kopen (en lezen), enz.
De mainstream-psychologie is zo “decadent” geworden dat ze nauwelijks nog nagaat wat mensen eigenlijk denken, doen, voelen, etc. bij psychologische “experimenten”. De onderzoeker meet alleen wat hem selectief interesseert (zoals in Verplaetse’s voorbeeld: de tijd waarop er op de hersenscans iets te zien is en de herinnering van de proefpersonen wanneer ze een beslissing genomen hebben). Ons doen en laten is echter een parallellisme van waarnemingen, gevoelens, gedragingen, bewustzijnsprocessen, etc. die zich allemaal tegelijk afspelen en die via zeer bijzondere patronen elkaar beïnvloeden. Maar de psychologie interesseert zich niet langer in de concreetheid en de raffinementen van het “psychische” leven van de mensen. Of iemand depressief is wordt tegenwoordig bepaald op basis van een standaard-vragenlijst: wat je echt over jezelf te vertellen hebt, hoe het bij jou aanvoelt om in de put te zitten, daar is geen kat in geïnteresseerd. Allen aan dezelfde Prozac, Seroxat of Serlain!
Wat Verplaetse met zijn verwerping van de vrije wil eigenlijk onder het tapijt veegt, is dat de mens een sprekend wezen is, een wezen dat via het spreken met zichzelf of het spreken met anderen ingrijpt in de loop van zijn of haar doen en laten of op de wijze waarop de wereld om hem of haar heen ook verandert. De breinactiviteiten die de hersenscans laten zien, omvatten ook dat spreken. Maar ja in een tijd en een “democratie” waarin het luisteren naar wat mensen te zeggen hebben in verval is geraakt, loont het uiteraard een psychologie en een moraalfilosofie te propageren die beweren dat mensen maar dieren zijn die signalen uitzenden in plaats van een taal te spreken en die stellen dat mensen dus geen vrije wil hebben. Zo’n visie is meegenomen voor Machten die er alleen op uit zijn om mensen tot op de milliseconde te controleren zonder dat mensen daartegen zouden protesteren. Want hoe zouden ze volgens deze “neurowetenschappers” kunnen protesteren? Ze stoten toch blijkbaar alleen maar dierlijke klanken uit en ze hebben geen “vrije wil”. Arme psychologie, arme moraalfilosofie, arme neurowetenschappen! Zoals Fernando Pessoa in zijn Ultimatum onder de naam Alvaro de Campos zei: “Uit mijn ogen met dat alles!”
Eric Rosseel
Dr. Psychologie
Gewezen docent psychologie VUB
Aanpak Gedragsstoornissen bij Kinderen
Hieronder een oproep van Lieven Jonckheere, doctor in de psychologie, psychotherapeut-psychoanalyticus, docent aan de Hogeschool Gent betreffende de aanpak van:GEDRAGSSTOORNISSEN BIJ KINDEREN
[Wij ondersteunen ten volle deze oproep]
Beste vrienden en kennissen,
Met deze mail wil ik graag jullie aandacht vestigen op een probleem dat mij zeer ter harte gaat – en waarvan ik veronderstel dat het ook jullie kan interesseren.
Een tijdje terug werd bekend dat de Hoge Gezondheidsraad een expertenrapport voorbereidt rond "gedragsstoornissen bij kinderen en adolescenten". Hoewel ditzelfde orgaan eerder al de psychoanalyse had erkend als effectieve vorm van psychotherapie, werd ze in deze volledig gepasseerd. Niet zonder reden, om het zo te zeggen. De psychoanalyse waarschuwt immers al een tijdlang luide tegen de nefaste gevolgen van dit soort expertenbenadering, niet alleen op korte termijn, in de opvoeding en heel het veld van de psycho-medisch-sociale 'zorg', maar ook op lange termijn, in de cultuur en de maatschappij in het algemeen. Een voorbeeld daarvan is de idee dat men, door het vroegtijdig opsporen én corrigeren van gedragsafwijkingen bij kinderen, door een uitgekiende combinatie van gedragstherapie en medicatie, in staat zou zijn om effectief aan preventie van later delinquent gedrag te doen.
Daartegen organiseren wij nu een nationale meeting voor al wie zich daar rond vragen stelt: en dat blijken gelukkig niet alleen praktijkmensen uit het psycho-medisch-sociaal veld te zijn, maar ook bepaalde intellectuelen, kunstenaars, politici, ...
Hieronder een meer uitgebreide argumentatie van deze oproep. Deze staat ook, samen met andere teksten, op www.forumpsy.be. Daar kan men deze oproep ook ondertekenen. Mag ik jullie vragen om dit ook te doen, om op deze wijze inderdaad jullie steun voor onze actie te betuigen? En houden jullie zich niet in om deze oproep verder te verspreiden to whom it may concern ...
Het spreekt vanzelf dat jullie commentaren of bedenkingen hierbij mij bijzonder interesseren, en dat ik graag bereid ben tot bijkomende tekst en uitleg.
Misschien tot op de Nationale Meeting, op 14 juni
Vriendelijke groet,
Lieven Jonckheere
Lieven Jonckheere
Ham 8
B-9000 Gent
0032 9 2232100
0032 476 428515
lieven.jonckheere@skynet.be
lieven.jonckheere@hogent.be
"Luister eerst naar wat mijn gedrag verzwijgt
voordat je het wegveegt ..."
Oproep van zij die in hun praktijk nog luisteren
Meeting Brussel 14 juni 2008
TEGEN DE BIO-DOMESTICATIE VAN AL WAT MENSELIJK IS
* “Gedragsstoornis” : een vreemde diagnose die de noties van ‘psychisch lijden’ en ‘afwijkend gedrag’ op één hoop gooit
* De impasses van een over-medicalisering van het psychisch lijden bij kinderen
* De ontsporingen waartoe het ‘voortijdig opsporen’ van onaangepast gedrag zal leiden
* Neen tegen de ideologie van de mens als machine, neen tegen de ideologie van de almacht van het cijfer
Onlangs heeft de Hoge Gezondheidsraad een onderzoek gelanceerd naar de zogenaamde diagnose van de “gedragsstoornissen”. Wij wensen hieraan onze bijdrage te leveren door de verlichte opinie te waarschuwen voor de mogelijke nefaste effecten van deze notie, niet alleen in de opvoeding en heel het psycho-medisch-sociaal veld, maar ook in de cultuur en de maatschappij in het algemeen. Daarom organiseren we een nationale meeting die praktijkmensen, publieke figuren, intellectuelen, kunstenaars, politici, universitairen zal samenbrengen. Dit evenement belangt elke burger aan die met stijgende bezorgdheid getuige is van de over-medicalisering van de kindertijd, van de sekwestratie van het psychisch lijden en, nog ruimer, van de controle van het meest intieme van de mens. In het herleiden van de psyche tot een reeks observeerbare en evualueerbare categorieën, verwerpt dit reductionisme de complexiteit van de mens als spreekwezen.
'gedragsstoornissen': gevaren, ontsporingen en impasses
Angel van het probleem is de notie 'gedragsstoornis', die fungeert als passe-partout waarin de meest uiteenlopende situaties en problematieken op één hoop worden gegooid. Dit is alleen maar mogelijk omdat men ervan uitgaat dat al die problematieken finaal eenzelfde oorsprong hebben, namelijk een neurobiologische oorsprong. De ideologie die achter deze notie schuilgaat, viseert de reductie van elk persoonlijk of sociaal lijden of onbehagen tot een strikt gedragsmatige of biologische oorzaak waardoor meteen brandhout wordt gemaakt van de psychische complexiteit eigen aan de mens. De promotoren van deze ideologie geven grif toe dat sociale- en onderwijshervormingen zich opdringen. De verantwoordelijkheid daarvoor laten ze echter maar al te graag aan andere instanties, druk doende als ze zijn om, in alle discretie, reeds in de prilste kindertijd de eerste gedragsmatige tekenen op te sporen van een soort 'voorbeschiktheid' tot later onaangepast gedrag. Ter preventie hiervan zal men dan gepaste maatregelen op gedragsmatig én medicamenteus vlak moeten voorstellen die ingrijpen op het zogenaamd predicatieve probleemgedrag van het kind.
Deze benadering wil ons doen geloven dat het mogelijk moet zijn om wetenschappelijker én vroeger dan ooit de eerste gedragsmatige voortekenen te detecteren van wat later zal ontaarden in 'echt delinquent gedrag'. Een voorspelling dus van de verhouding van het subject tot de wet, op grond van zogenaamde in het oog springende gedragingen in de prilste kindertijd ... Op deze wijze verwordt opvoeding tot een knechting en de ouder-kindverhouding tot een gedragspatroon.
Door de psychische complexiteit uitsluitend vanuit een ‘gedragsmatige’ invalshoek te benaderen gaat vooreerst de klinische rijkdom verloren, de particulariteit van elk probleem, zoals die verschijnt in allerlei vormen van niet gestandaardiseerde ontmoetingen en gesprekken waarin degene die lijdt zelf actief participeert. De verschillende persoonlijke, familiale en sociale problemen dreigen onderworpen te worden aan bepaalde common sense ideeën, die variëren met de schreeuw van de dag, en daarvan is duidelijk dat deze alsmaar sterker aandringt op een veralgemeend regime van 'apartheid' op alle fronten. Tevens kan de ‘gedragsmatige’ benadering al helemaal geen antwoord bieden op de therapeutische uitdagingen die de vele breuken en veranderingen van de sociale band heden stellen. Ze kan hoogstens leiden tot een uitgekiende combinatie van conditionering én medicamenteuze controle van het gedrag. Een controle die, zoals elke controle, uiteindelijk slechts uit de hand kan lopen, met desastreuze gevolgen, niet alleen voor de algemene geestelijke gezondheid, maar ook voor het sociale weefsel, de sociale orde.
Indien de ‘cognitieve’ benadering al van enige betekenis kan zijn voor de behandeling van strikt neurologische aandoeningen, dan verwordt ze tot een pure illusie wanneer ze ons voorspiegelt dat een volledige ‘visualisatie’ van denkprocessen enkel nog wacht op meer gesofistikeerde technieken van ‘mentale beeldvorming’. Ondertussen droomt men over de penetratie en de controle van een compleet transparant gemaakte menselijke geest. Met vooruitgang van de wetenschap heeft dat niets te maken, met een terugval in het obscurantisme des te meer.
We maken ons grote zorgen over de tendens - die zich vrijwel overal in Europa manifesteert - om de praktijkvoering te standaardiseren naar dit angelsaksisch reductionistisch model. Er is een grote opkuisactie aan de gang die de psychodynamische of psychoanalytische denk- en handelswijze viseert, die in Europa nochtans een lange traditie kent. Deze traditie heeft zich nooit afzijdig gehouden van het wetenschappelijk debat De reden waarom ze moet verdwijnen is haar onbuigzaam verzet tegen de reductie van psychische problemen tot ‘gedragsstoornissen’, haar weigering om die systematisch uit te roeien via een strategie van gestandaardiseerde doelstellingen en protocollen. Dat ze een plaats inruimt voor de implicatie van elk subject, voor ieders spreken - zowel in de formulering van de klacht als in haar eventuele behandeling - wordt in deze context alsmaar scherper als problematisch ervaren. Nochtans is dat de enige mogelijkheid om te komen tot iets als een ‘geïnterioriseerde’ gedragsverandering, een gedrag waarmee een subject zich kan identificeren, wat dan kan leiden tot enige leniging van het psychisch lijden.
Wat het zogenaamde ‘normoverschrijdend gedrag’ betreft, zijn er dus andere wegen te bewandelen dan die van de rigide preventie die alle afwijkingen stigmatiseert door ze uit het register van het psychische lijden te verbannen. Deze alternatieve wegen bestaan: er zijn tal van onthaal-, begeleidings- en behandelingsdispositieven waarin de praktijk van het luisteren nog centraal staat. Het volstaat deze bestaande netwerken verder uit te breiden en de dagelijkse inspanningen van deze practici verder aan te moedigen. Het opstarten van een onderzoek naar wat men a priori ‘gedragsstoornissen’ noemt, houdt op zich reeds een promotie in van de gedragsmatige en medicamenteuze behandelingen die men met deze zogenaamde stoornis associeert Deze pseudo-wetenschappelijke marketingpraktijk dreigt rampzalige effecten op de volksgezondheid en de sociale orde te hebben.
Wij zijn overtuigd van het sociale nut van het luisteren. Iedereen die de spectaculaire evolutie van de cultuur en de wetenschap benadert vanuit de psychodynamische concepten, kan vaststellen hoe actueel en praktisch bruikbaar ze wel zijn.
Kortom, in zij die het lijden beluisteren, zullen het sciëntisme dat de psyche verstikt en de ideologie die de mens tot machine maakt, geduchte tegenstanders vinden!
verenigingen die deze oproep meteen bij verschijning op 20 april 2008 ondertekenden
Association de
Euthanasie: de mens als lichaam en/of politiek rechthebbende
In het aan de gang zijnde euthanasiedebat voelen wij ons altijd ongemakkelijk met de reductie van dit debat tot een meningsverschil tussen vrijzinnigen en katholieken, waarmee de discussie ons inziens een typisch Vlaams provincialistisch karakter krijgt. Wij willen in deze bijdrage dit provincialisme overstijgen door erop te wijzen dat historisch en ook tegenwoordig internationaal de euthanasiediscussie, in het bijzonder deze m.b.t. wilsonbekwamen, zich eerder situeert op het niveau van de tegenstelling en/of complementariteit van de mens als biologisch lichaam en de mens als behept met onvervreemdbare mensen- en burgerrechten. Voor wilsbekwamen stelt zich het probleem niet: een mens beschikt soeverein over zijn leven. Maar bij wilsonbekwamen (kinderen, dementen, zekere geesteszieken) gaat het om het recht van anderen (in wezen de Staat) om een lichaam waaraan politieke mensenrechten worden ontzegd, te doden zonder dat er van moord sprake is. En dan raken we onmiddellijk aan de kern van de nazi-ideologie en van alle totalitarismen die stellen dat de mens maar een biologisch lichaam is dat ten dienste staat van de Staat en waarbij de Staat dus kan beschikken over diens leven en dood. Dat in de 20ste eeuw de burgerlijke democratie noch in haar christelijk denken, noch in haar liberaal of sociaaldemocratisch denken in staat was weerstand te bieden aan de nazi-willekeur om te beschikken over leven en dood van onderdanen, is ons inziens te wijten aan het gegeven dat de burgerlijke democratie in haar Staatsconcept zelf het probleem of de mens een biologisch lichaam dan wel een vrij burger is fundamenteel niet heeft kunnen oplossen. En dit onvermogen werpt een politiek-filosofische schaduw over het euthanasiedebat, waarbij we ons weer op het hellend vlak bevinden waar de euthanasie voor wilsonbekwamen kan afglijden naar de nazistische en fascistische aberraties en gruwel waarmee we in Europa dachten afgerekend te hebben.
Hetzelfde probleem stelt zich m.b.t. de vluchtelingen: het statuut van Het Hoog Commissariaat van de Vluchtelingen van de VN bepaalt dat de Hoge Raad alleen humanitaire en geen politieke bevoegdheden heeft. Hierdoor worden de Hoge Raad en de internationale humanitaire organisaties willens nillens medeplichtig aan een beleid waarbij de vluchtelingen uitsluitend benaderd kunnen worden als biologische lichamen en niet als politiek rechthebbenden. En om de kwestie nog te verruimen: de vlucht van het hersenonderzoek heeft binnen de psychiatrie ook de stroming weer stevig versterkt die de geestesgestoorde nog uitsluitend als lichaam en niet langer als burger beschouwt. In België vragen psychiaters momenteel een aanpassing van de Wet op de Patiëntenrechten waarbij zij naar goeddunken (zonder interventie van een rechter) een psychisch lijdende wegens ‘gebrek aan ziekte-inzicht’ wilsonbekwaam zouden kunnen verklaren, zodat zij eigenmachtig dwangbehandeling zouden mogen toepassen, m.a.w. zouden mogen beschikken over diens ‘leven en dood’.
Al deze discussies gaan over de vraag: wat is een mens - een lichaam en/of een burger? en wanneer beschikt hij over ‘mensenrechten’, m.a.w. wanneer verliest hij ze? Dat de discussie over euthanasie in veel gevallen tot een medische kwestie wordt herleid, wijst er al op dat het ‘object’ van de euthanasie gezien wordt als een rechteloze levensvorm, een zuiver biologisch lichaam, waarover beslist kan worden het te doden zonder dat van moord sprake is. De Italiaanse filosoof Giorgio Agamben heeft in zijn indrukwekkende boek ‘Homo Sacer’ (de ‘Heilige Mens’; Italiaans 1995; Ned. vertaling 2002) de geschiedenis geschetst van de ‘heilige mens’ die kan gedood worden zonder dat van moord sprake is: van een uitzonderingsfiguur in het recht van het Oude Rome tot het wezen van de relatie tussen individu en Staat in de politieke filosofie van de 20ste eeuw, zowel in de burgerlijk-democratische visies als in de visies van de totalitaire regimes. Wij zijn allen potentieel ‘heilige mensen’ geworden die desnoods mogen gedood worden zonder dat de doder een moordenaar is.
Het probleem van de mens als lichaam versus de mens als burger duikt al op in de ‘Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger’, die de grondslag was van de Franse Revolutie van 1789 maar ook van alle daarop volgende handvesten en verdragen met betrekking tot de mensenrechten. Artikel 1 stelt: ‘Mensen worden vrij geboren en blijven vrij en gelijk in rechten’ of in de formulering van La Fayette in juli 1789: ‘Ieder mens wordt met onvervreemdbare en onaantastbare rechten geboren.’ Kortom: elke geboren levensvorm heeft dezelfde onvervreemdbare rechten. Dat plaatst het voorbeeld waarmee vrijzinnig moraalfilosoof prof. Etienne Vermeersch (“intellectueel nummer 1 van Vlaanderen”) op 30 maart in De Zevende Dag het debat inleidde met Hans Geybels, woordvoerder van kardinaal Danneels, in een totaal nieuw daglicht. Met zijn voorbeeld van het kind dat geboren wordt met een als het ware totaal verbrande huid en waarmee hij op de sentimenten van de kijker wou werken, geeft hij wezenlijk aan dat hij de filosofische draagwijdte van dit eerste artikel van de Verklaring van de Rechten van de Mens óf niet kent óf gewoon aan zijn laars lapt. En zijn voorbeeld opent de deur naar het concept van ‘het leven dat het niet waard is geleefd te worden’, het concept waarop de nazi’s hun uitroeiing van alles wat Duits-onwaardig was hebben gebaseerd. Want wie beslist wanneer een leven ‘levenonwaardig’ is? Alleen een totalitaire Staat die haar onderdanen herleidt tot biologische lichamen, kan hier trouw blijven aan haar beginselen. Voor de democratie die elke biologisch lichaam ook burgerrechten toekent, is het een onoplosbare contradictie: zij geeft immers bij de geboorte zelf reeds aan elke menselijke levensvorm onvervreemdbare rechten.
Dat de Franse revolutionairen er zelf niet uitraakten, bleek al dat aan de Verklaring van 1789 onmiddellijk een met artikel 1 in tegenspraak zijnde bepaling werd toegevoegd: “sommigen mensen zijn geen burgers: kinderen, zwakzinnigen, gehandicapten, vrouwen, de tot lijf- of smaadstraffen veroordeelden, etc.”. Met andere woorden: deze categorieën worden herleid tot rechteloze biologische lichamen, naakt leven, ‘heilige mensen’ die gedood mogen worden zonder dat er van moord sprake is. We wijzen er hierbij op welke inspanningen wij ondertussen in de laatste decennia hebben ontplooid om de samenleving aan te passen aan de gehandicapten (bv. gebouwen aan rolstoelgebruikers), in welke mate vrouwen hun burgerrechten kregen en zelfs kinderrechten meer en meer worden uitgebreid: inspanningen die echter nog altijd niet voor geesteszieken zijn gebeurd. Anderzijds kan ook de traditie van de eremoord in sommige moslimlanden waarbij overspelige vrouwen omwille van het behoud van de eer van de familie mogen worden gedood zonder dat van moord sprake is, in deze context van de tot lichaam herleide mens worden geplaatst.
Daarnaast willen we erop wijzen dat het ganse euthanasiedebat op gang is getrokken door een in 1920 verschenen boekje van twee Duitsers, strafrechtspecialist Karl Binding en geneeskundeprofessor Alfred Hoche “Die Freigabe der Vernichtung lebensunwerten Lebens” (“Het toelaten van de vernietiging van levensonwaardig leven”). Daarin betoogden zij dat iemand die zijn eigen leven niet meer de moeite waard vindt, zelf kan beschikken om zelfmoord te plegen en dat een dergelijke zelfmoord op basis van de soevereiniteit van een mens over zijn eigen bestaan buiten het Recht valt, zodat de Staat zelfmoord ‘noch kan toestaan noch kan verbieden’. Maar Binding en Hoche leidden uit hun stelling ook onmiddellijk af dat het mensonwaardig, nutteloos en zinloos leven van gehandicapten, zwakzinnigen en een serie anderen, die allemaal zelf niet meer ‘weten of ze willen leven of sterven’, probleemloos door de Staat mag worden beëindigd, meer zelfs dat dit leven moet worden vernietigd. Binding & Hoche’s boekje werd onmiddellijk opgepikt door de grootste nazifilosoof Carl Schmitt en het werd de ultieme referentie voor de uitroeiing van wat Hitler de ‘luizen’ noemde: alles wat niet zuiver Arisch en niet Duits-waardig was.
De implicaties van Binding & Hoche’s boekje zijn in het huidig euthanasiedebat nog steeds geldig. Voor wilsbekwamen stelt zich geen enkel probleem: het gaat om het recht van een mens soeverein over zijn eigen leven te beschikken. Bij wilsonbekwamen duikt echter onvermijdelijk de vraag op: wat is ‘leven dat het niet waard is geleefd te worden’ en wie beslist daarover? En welk risico lopen we dat de grens van wat ‘levensonwaardig’ is meer en meer verschuift naar een zone die als misdaad tegen de menselijkheid kan worden geduid? En welke inspanningen doen we als samenleving om bizarre levensvormen toch levenskansen te bieden, zoals we bv. gedaan hebben voor de gehandicapten?
Wat bovenstaande beschouwingen betekenen voor de parlementsleden die moeten beslissen over de al of niet uitbreiding van de euthanasiewet, weten we niet: dit behoort tot hun verantwoordelijkheid. We wilden er alleen even op wijzen dat het euthanasiedebat raakt aan de fundamenten van de democratie en haar Staatsconcept.
Petitie Europese Richtlijn Databewaring
De respectievelijke administraties van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken en de Federale Overheidsdienst Justitie, de Federal Computer Crime Unit (FCCU) en het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie (BIPT) onderhandelen momenteel over een wetsontwerp om de Europese richtlijn inzake databewaring om te zetten naar Belgische wetgeving. De tekst wordt verwacht tegen eind maart of april 2008, maar de onderhandelingen zijn tot dan geheim.
Deze Europese richtlijn verplicht telecomoperatoren en internet providers om alle gegevens betreffende de betrokken personen, het tijdstip, de locatie, de duur, de omvang en de modaliteit van een telefoongesprek, SMS of e-mailbericht te bewaren. Op deze manier willen de Europese Commissie en de Raad van de Europese Unie garanderen dat dergelijke gegevens beschikbaar zijn voor het onderzoeken, opsporen en vervolgen van ernstige criminaliteit.
Tot nu toe blijkt uit de onderhandelingen dat België de richtlijn op een weinig privacy-vriendelijke manier wil toepassen. Hetgeen de
Concreet vragen de
Graag nodigen wij u uit om deze eisen mee te ondersteunen door het ondertekenen en verder mee helpen verspreiden van de petitie die u terugvindt via onderstaande link:
http://www.mensenrechten.be/main.php?action=start
Petitie tegen Mosquito
Jongeren zijn noch parasieten, noch schadelijk voor onze samenleving!
Deze petitie heeft als duidelijk doel om op Belgisch en Europees grondgebied het anti-jongerensysteem 'Mosquito' te laten verbieden. Deze commerciële apparatuur wordt geproduceerd door een Engelse onderneming en dient om 'ongewenste adolescenten' weg te jagen door een onverdraaglijk geluid te verspreiden dat alleen de jongeren kunnen horen. (zie uitgave van de krant Le Soir van dinsdag 4 maart 2008). 3500 van deze Mosquito-installaties zouden al geïnstalleerd zijn in Groot-Brittannië!!!
Test zelf dit principe:
http://www.trianglerouge.be/mosquito/ressources.php
De vzw 'Territoire de la Mémoire', een centrum van opvoeding tot tolerantie en verzet, verklaart vandaag dat de commercialisering van zulk een 'anti-jongeren middel' dichtbij de meest cynische fascistische ideeën ligt.
Een samenleving die schrik heeft voor haar eigen jeugd tot op het punt dat men de geestelijke en lichamelijke marteling van jongeren goedkeurt is een samenleving die ziek en neurotisch is en die op de afgrond afstevent. Apart van alle technische vragen en of het een middel is dat schade toebrengt aan de volksgezondheid, is het Mosquito-systeem volledig tegen de meest fundamentele mensenrechten. Wij mogen dat niet accepteren!
Alleen een politiek zijn die gericht is op opvoeding en begeleiding kan een antwoord bieden op jeugddelinquentie.
Laat ons aan de toekomst bouwen en NOOIT wanhopen in de jeugd!
TEKEN DE PETITIE ONLINE: http://www.trianglerouge.be/mosquito/signez.phpStilte aub... Silence svp...
We zijn bezig een bundeltje samen te stellen over "Schendingen van de mensenrechten in de Psychiatrie".
Tweetalig dan nog wel. België bestaat immers nog altijd. En wie ons kent weet dat we niet zo maar één en ander op een hoopje gooien, maar met een globale visie trachten uit te pakken. Dus veel werk, veel gepalaver langs allerlei kanten. En natuurlijk met een paar pikante verhalen, die ons wel weer het verwijt zullen opleveren dat we alleen maar de lelijke dingen tonen. Maar ons antwoord daarop is o zo simpel: de "anderen" met hun positieve verhalen hebben massa's geld achter zich om al dat moois aan kranten te verkopen (én aan de "patiëntenverenigingen"). Och, wij weten ook wel dat er prachtige dingen gebeuren in sommige psychiatrische afdelingen, maar iemand (en dat zijn wij) moet hoe dan ook laten zien dat mooi voedsel dikwijls lelijke stront voortbrengt. Kortom, dat bundeltje vraagt veel werk, want we willen vooral dat het ertoe bijdraagt dat we niet telkens een brandje moeten blussen (zo hebben we er wel een viertal serieuze op een maand), maar dat de psychiaters wat beter met lucifers leren omgaan. In ieder geval: de Liga voor de Mensenrechten kijkt uit naar ons bundeltje. Hopelijk hebben ze daar werkvolk om er dan wat ruchtbaarheid aan te geven. Want Mensenrechten: daar kan toch geen Belg tegen zijn. Hoewel!
Mensenrechten
in de Psychiatrie
Violations des Droits
de l’Homme
en Milieu Psychiatrique

Netwerk Psychiatrie & Samenleving
Réseau Psychiatrie & Société
Brief aan Iemand (Een Patiënt aan het Woord)
Een paar mensen maakten bij ons hun beklag over de misleidende en manipulerende wijze waarop in het project De Patiënt aan het Woord omgegaan wordt met schizofrenen en psychotici die bereid zijn mee te werken maar bij de minste kritische opmerking de mond worden gesnoerd (wegnemen van hun mededelingen op het Internet"forum" van het project, etc.). Het "project" is een mercantiel verbond tussen de vzw Uilenspiegel, zogenaamd een "vereniging van, door en voor psychiatrische patiënten", en de compleet incompetente professor Elke Van Hoof, gezondheidspsychologe van de Vrije Universiteit Brussel, om zich tot beider voordeel in de kijker te plaatsen. In de persoon van de geld- en machtbeluste heren Rafaël Daem, Kris Reeckmans en Kristof Stubbers, wordt in dit "project", voorgesteld als "wetenschappelijk onderzoek", met ons belastingsgeld inderdaad een wansmakelijk stuk theater opgevoerd. We zeggen alleen dit: hoe kan men verwachten van psychotici, waaronder dus een pak paranoïden, dat zij zich zullen openbaren aan onbekende lieden die zij (niet ten onrechte) ervaren als krachten die er alleen op uit zijn hen schade te berokkenen. Een professor gezondheidspsychologie, die een project leidt om psychotici aan het "woord te laten", zou tenminste toch de essentie van wat haar psychiaters-levensgezellen aanduiden als paranoïa, horen te kennen. Maar we maken er verder geen woord aan vuil. Met kruideniers die slechte waar verkopen, discussieer je toch ook niet: je stapt gewoon hun winkel voorbij.
Aan één van die klagers over "Patiënt aan het Woord", die zich naar aanleiding van zijn wedervaren met Uilenspiegel voorneemt om zich maar beter te koesteren in de liefde van zijn gezinsgenoten, schreven we:
Dag Servaas,
Dat is een wijs besluit: maar bitter moet je niet worden. Al begrijp ik die bitterheid. Ik heb er soms ook nog moeite mee dat de psychiatrie er uiteindelijk toe geleid heeft dat ik voortijdig op pensioen moest gaan (iets waarvoor ik nu blij ben, want ik heb veel aan vrijheid gewonnen) en dit uitsluitend op basis van macht toegepast op mensen in nood (of die stomweg denken dat ze in nood zijn, of dat zijn aangepraat geworden) en niet op basis van kennis. Want de psychiatrie, dat weet u wel, heeft wettelijk gezien eigenlijk alleen de taak "de maatschappij te beschermen". Een "helpende" opdracht is eigenlijk nergens voorzien. De psychiatrie (van dokter tot verplegers en het ganse systeem, de meeste medepatiënten incluis) heeft dan ook nooit meer gedaan dan me zelf pogen te vatten in haar eigen theorietjes en praktijken (gelukkig dat ik zelf psycholoog zijnde, mij daar veelal kon tegen verweren, en zelfs sommige psychiaters die mij hoorden te behandelen, tot wat meer zelfinzicht heb gebracht, niet waar Dr. A.C.?). Nooit heeft deze psychiatrie enige poging ondernomen te luisteren naar wat ik zelf, in mijn eigen woorden, te vertellen had. En de mensen die niet het geluk hadden/hebben een diploma te hebben zoals ik, daar weigerde/weigert men vlakaf mee te spreken (dat kun je dagelijks meemaken in elk psychiatrisch ziekenhuis; want patiënten "beelden zich maar wat in"!).
Het beste verweer is dus deze komedie te behandelen zoals ze is: als een wansmakelijke farce en ze dus compleet belachelijk te maken. Die mensen die het onderling totaal oneens zijn wat "schizofrenie" of "borderline" of "anorexia" of weet ik veel wat zouden zijn of zouden "moeten" zijn, zouden zich beter wat bescheidener opstellen in plaats van "schizofrenen" te "begeleiden", i.e. als deze mensen iets zeggen wat hen niet aanstaat, ze van hun vrijheid te beroven. Daarom, Servaas: beschouw uzelf niet als ziek of schizo, u hebt niets te "outen" (want al dat "outen" doet me alleen maar denken aan "publieke bekentenissen van schuld" in totalitaire regimes).
Het hoort bij het wezen van de mens dat hij bizarre of rare gedachten, gevoelens, waarnemingen, etc. kan hebben of rare dingen kan doen: was dit niet zo, dan was de mensheid al lang uitgestorven. Wij als Netwerk zijn dan ook geen patiëntenvereniging, omdat we gewoon onszelf niet als "patiënt" beschouwen, maar als strijders voor het recht om te mogen zijn wat we kunnen zijn, ook bizar en "raar" (wat wij, zoals iedereen, overigens ook maar "af en toe" zijn, waarom al ons doen en laten laten vangen in een ziekte-etiket: wij eten toch niet op een "schizofrene" manier met mes en vork?).
Dus: als u zelf anders gaat denken over wat u eventueel zelf in uw leven als "bizarre" verschijnselen hebt vertoond en in uw kring van geliefden daarover in volle oprechtheid van gedachten kunt wisselen zonder schrik met machtsargumenten te worden bestookt, dan, denk ik, is ons contact zinvol geweest.
En inderdaad: als u ooit nog eens de behoefte voelt u te "outen", doet het dan onder mensen die nooit in een machtsrelatie tot u kunnen staan. Maar er is geen reden dat een schizofreen/psychoticus die denkt dat de CIA hem achtervolgt, zich zou één moeten voelen met iemand die "contactgestoord" is en bv. de meest "dwaze" dingen doet om zich bij het ander geslacht interessant te maken.
Reeds Socrates verwachtte van de dokters dat ze de lichamen van de slechterikken zouden doen sterven (wat men in de filosofie 'thanatopolitiek' noemt). De wortels van het kwaad, van het uitschakelen van mensen die 'storend' zijn op een manier die op louter toevallige basis niet door een zekere omgeving wordt geaccepteerd, is heel oud. De geneeskunde heeft bijna altijd in de geschiedenis de taak op zich genomen om naast mensen te helpen leven, als handlanger van de Macht en de Soeverein mensen te doden. Die rol die ontstond in de historische overgang van 'samenleven als gelijken' naar een maatschappij waar sommigen Macht en Spreekrecht hebben en anderen maar onderdanen zijn en gevraagd worden hun bakkes te houden, moet dringend weer onderwerp worden van fundamentele kritiek.
Ik ben ook altijd blij als mijn partner beschikbaar is en ik kan genieten van wat het leven, naast zinvol werk, te bieden heeft: de warmte van elkaar te voelen in plaats van elkaar 'in het oog te houden'. En verenigingen als Uilenspiegel en deze professor, die tien jaar geleden nog mijn collega zou geweest zijn en haar bureau zou hebben gehad op 15 meter van het mijne, die doen maar doelbewust mee aan het creëren van deze sfeer van angst, van het uitroepen van "terreurdreiging" als het in hun kraam past. Als ik lees dat een professor Willem Betz (googelen, SKEPP) als professor huisartsgeneeskunde durft schrijven en uitdrukkelijk bevestigt dat hij nooit zijn rug zou tonen aan een psychoticus want die is op ieder moment in staat gevaarlijk en moorddadig te zijn (terwijl hij zelf zou moeten weten dat psychotici MINDER geweld plegen dan "gewone" burgers), ja, dan begrijp je, dat verenigingen zoals Uilenspiegel die voor hun centen afhankelijk zijn van dat soort sjarels in allerlei duistere overheidsorganen, op de Dag van het Laatste Oordeel (haha!) op niet veel begrip van de Rechtvaardige Rechters zullen moeten rekenen. Och, live and let die. Maar als ze zich met ons moeien, moeten ze toch niet gaan klagen dat wij ons ook met HEN gaan moeien, en als zij macht gebruiken, dan moeten zij beseffen dat er ook zoiets als tegenmacht is. En dat er altijd mensen bereid zijn te sterven voor de "goede zaak".
Wij hebben geen ambities behalve dan deze ganse wereld van de psychiatrie en de geestelijke gezondheidszorg IN NAAM VAN DE MENSHEID te ontmaskeren. En ik verzeker je: je zal misschien denken, waar maakt die Rosseel zich ongelukkig mee, nee, ik beleef daar immens plezier aan en krijg daarvoor van veel mensen waardering en vriendschap.
Groetjes, eric
Nutricide !!!
Een lange maar buitengewoon ontluisterende video over "Nutricide" ("genocide" op voedsel) en de handelsregels met betrekking tot voedsel, genaamd de Codex Alimentarius, onder auspiciën van de Verenigde Naties, gebaseerd op het motto "Who controls food, controls the world". De Code was het resultaat van een idee verspreid door Dr. Farben nadat hij vrijkwam na zijn veroordeling in 1945 door het Nürenberg-tribunaal voor misdaden tegen de menselijkheid.
http://tinyurl.com/yolyex (MP4 Video download - 126 MB)
De Vrijheid is Dood, Leve de Vrijheid!
Ooit was het Westen een oord van vrijheid. Zelfs Vlaanderen leek voor de vrijheid gewonnen, maar doordat Napoleon en zijn Franse revolutionairen hier bij ieder boerengezin (en er waren toen in Vlaanderen alleen boeren) een zoon vorderden voor het leger plus een paard, is het Vlaams vrijheidsbegrip niet verder geraakt dan wat laat ons zeggen een Bart De Wever eronder verstaat (Yves Leterme kent nog niet eens het begrip, al waren zijn ouders Walen en zingt hij voor de grap wel eens de Marseillaise zonder over de tekst ervan na te denken - Vlamingen denken nooit na als ze grote woorden gebruiken zoals 'democratie' en ze geloven dan ook dat een corrupt wijf als Benazir Bhutto een martelares voor de 'democratie' was!).Zelfs zot zijn was toegelaten, men zag er zelfs het nut van in, in sommige omstandigheden (zeker als bron van mensenhandel: met een zot kun je het RIZIV 8.000, zelfs tot 20.000 euro per jaar, afhandig maken). Voor sommige hoogwaardige functies zoals universiteitsprofessor hoorde je indertijd zelfs zot te zijn: anders bleef je enkel in functie als hulpje van het faculteitssecretariaat of als nachtwaker. Maar in 2008 bewaar je je zotheid best voor je privé-vertrekken. Ik bakte daarnet een SKEPP-er een poets (een SKEPP-er is zo'n type waarvan de menselijkheid niet verder gaat dan zijn of haar eeuwig gejammer dat hij/zij een "humanist" is, maar mens zijn die lieden nooit: in het publiek een robot, in privé een beest!) en de slechte verliezer ondernam meteen stappen om me te laten opnemen. Alles is goed voor die lieden om de vrijheid aan banden te leggen, zeker als ze zich uit in leuke kritiek- want kritiek doet geen zeer, dat is 'dialoog', maar leuke kritiek, daar zijn die fanatici en sekteleden van SKEPP niet tegen bestand. Geert Hoste: u bent gewaarschuwd.
De grootste tirannie momenteel is wel het rookverbod. Onder het mom van gezondheidsbeleid wordt de gewone mens uit de openbare sfeer verbannen en verplicht zijn rumoerige mond te houden. Maar misschien zal het geld- en winstbejag het wel halen op de 'hogere' waarden. De cafébazen en restauranthouders klagen immers steen en been, maar er is natuurlijk geen cafébaas als Stevie Stevaert meer om de 'goede zaak' te dienen. Die is jaren geleden al gevraagd in een merkwaardige deal van het publieke toneel te verdwijnen.
[Bron: De Morgen]
Minder koffie en dessert door rookverbod
De omzet van de helft van alle horecazaken is gedaald sinds de invoering van het rookverbod. Niet omdat rokers niet meer op restaurant gaan, wel omdat ze minder lang blijven. Koffie en dessert worden geskipt om de sigaret te kunnen roken. De cijfers komen uit een bevraging van het Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen (NSZ).Twee op drie restauranthouders noteerde ook gemiddeld een kwart minder reservaties voor oudejaarsavond. De horeca-uitbaters verklaren de terugval door de strenge alcoholcontroles en het rookverbod.
Sneller weg
Drieënvijftig procent van de restaurateurs zegt dat ze omzetverlies lijden sinds de invoering van het rookverbod. "Rokers blijven minder lang zitten na een maaltijd en dus vertrekken ook de niet-rokers van het gezelschap sneller", aldus het NSZ. Ook de beroepsvereniging van de Belgische restaurantketens, Bemora, stelt vast dat rokers meteen na de hoofdmaaltijd opstappen.
Rokerig Frans café is bijna geschiedenis
Een van de iconen van Frankrijk, het rokerige café, staat op het punt te verdwijnen. Op 1 januari wordt het Franse rookverbod uitgebreid tot bars, restaurants, discotheken, hotels, casino's en cafés.
In een land waarin denkers als Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir met sigaret in de hand hun bewonderaars ontvingen in cafés, voelt het als het einde van een tijdperk. "De Franse cultuur die wordt geassocieerd met roken is iets van de 20ste eeuw, maar we zullen de ervaring niet vergeten", zegt ex-roker Lisa Zane. Ze is een in Chicago geboren zangeres die in Parijs woont. "Roken lijkt nu te gek voor woorden, we moeten ons aanpassen."
Meeroken
Een op twee regelmatige rokers overlijdt aan zijn verslaving. Aan meeroken overlijden jaarlijks vijfduizend niet-rokers, stelt het Franse ministerie van gezondheidszorg. Een kwart van de zestig miljoen Fransen rookt.
Veel horeca-uitbaters vrezen verlies aan inkomsten. Bij de ochtendkoffie, op de dansvloer en na de maaltijd wordt immers veel gerookt. "Er zal zeker sprake zijn van een daling. De tabaksbar is onderdeel van de Franse traditie", zegt Christophe Mgo, eigenaar van de bar Le Marigny in Parijs. "Zij (de klanten, red.) die roken blijven zeker korter en ze zullen slechts één biertje of kopje koffie drinken, niet twee."
Omzetverlies
Een landelijke vereniging van disco-eigenaren verwacht op de korte termijn een daling van inkomsten van 5 tot 8 procent en heeft de regering aangespoord om de politie op te dragen 'begrip' te tonen bij het controleren van het verbod. Tienduizend demonstranten, vooral tabaksverkopers, hielden vorige maand een protestmars door Parijs. Tevergeefs poogden ze de regering er van te overtuigen het nieuwe rookverbod te versoepelen.
Voor degenen die blijven roken zal de bitterheid over de nieuwe beperking van hun vrijheid slechts langzaam vervagen. "Fantastisch idee", zegt roker Daniel Marierouyer sarcastisch. "Ik geniet wanneer dingen ons worden opgelegd. Doe je veiligheidsriem om, rook niet, je moet gezond zijn, je bent te dik."
Vanaf februari is roken op de werkvloer en vliegvelden en in scholen, treinen, ziekenhuizen en andere openbare gelegenheden al verboden. De Fransen mogen in het nieuwe jaar alleen nog rookwaar opsteken binnenshuis en in hotelkamers en afgesloten rookruimtes in de horeca. De politie heeft laten weten het nieuwe verbod pas op 2 januari af te dwingen. Rokers hebben één dag respijt gekregen.
**************************
Er zijn gelukkig wel meerdere manieren om de rokerigheid in de cafés en de restaurants terug te brengen. Cafebazen en restauranthouders zijn echter niet solidair maar denken alleen aan hun omzetverlies en hun centen. Maar waar rook is zal snel vuur zijn.
Voor de weldenkenden: ik doe 'dit' niet voor mezelf, maar voor mijn kinderen en kleinkinderen (die blijkbaar later over ons zullen oordelen, ik hoop dat ze zich met interessantere zaken bezighouden in plaats van zoals wij elke dag te "oordelen" en te "veroordelen"). Ik ben oud en ziek (geestesziek ook nog) en waag me dus niet meer op straat. Gisteren uitzonderlijk wel nog eens naar een restaurant, als onderdeel van mijn (gelukkig bescheiden) kudde-instinct. En na tien minuten liet ik me al ontvallen: "Ik zal die gnocchi du chef opeten en daarna stap ik onmiddellijk op zonder te betalen, mevrouw!". Wat ik ook heb gedaan en niemand heeft me tegengehouden. Nood breekt immers wet!
UIT DE REGIO (krant Het Belang van het Volk in De Morgen)
[Van onze correspondent Willem Rijk]De Haspengouwse huisarts op rust dr. Udo Enis laat zich op het kruispunt van vier “landen” (Vlaams-Brabant, Waals-Brabant, Limburg en Luik) bepaald niet onbetuigd. Hij is met name vooral bezorgd om de “voeding” van de psychiatrische patiënten, of nauwkeuriger gezegd de drastische toename van hun lichaamsgewicht dat hij als geneesheer de laatste jaren steeds meer heeft kunnen vaststellen.
Al een dik decennium geleden merkte hij dat de psychiatrische ziekenhuispatiënten in de fruitteeltstreek gestaag in lichaamsvolume begonnen toe te nemen, met uitschieters tot
Maar de opstoot van obesitas was geen Haspengouwse endemische ziekte. Zijn eerste observaties wezen op een idiosyncrasie van de lokale psychiatrische patiënten die daar op sommige aan heiligen gewijde plaatsen een concentratie van wel 55 eenheden per
Met een nog intacte herinnering aan zijn wetenschappelijke achtergrond opperde dr. Enis twee elkaar niet uitsluitende verklaringen, die de rechtervleugel van zijn bijzonder politiek actieve “patiëntenvereniging” vzw Uilenspiegel uiteraard niet echt zinde. Udo Enis behoort daar tot de ultra-uiterste-extreme-(zeer)kleinlinkse vleugel (Uilenspiegel heeft nl. noch een uiterst-linkse, noch een linkse noch een centrum-linkse fractie).
Zijn twee hypothesen luidden:
* of de patiënten krijgen tegenwoordig van hun afdelingshoofden zoveel meer tijd om het ziekenhuis te verlaten. En hun vrije tijd besteden ze dan uiteraard niet aan bezoeken aan musea of de Culturele Centra in de streek, maar wel aan het buitensporig rondhangen aan frietkotten in de buurt en andere snoepverschaffende winkels.
* de onrustwekkende frequentie van obesitasgevallen (met ernstig risico op mogelijk zelfs dodelijke diabetes) is te wijten aan de introductie op het eind van de jaren 1990 van de zogenaamde atypische antipsychotica zoals daar zijn Risperdal, Seroquel en Zyprexa. De nieuwe generatie atypische antipychotica (die in tegenstelling tot de vroegere door het RIZIV als neuroleptica aangeduide antischizofreniemedicijnen zoals Haldol of Orap, op meer dan één neurotransmitter - dopamine net name – inwerken) worden hier te provincialistische lande aangeprezen omdat ze de duur van de ziekenhuisopname zouden verminderen. Met het gevolg dat soms lichtzinnig hun nevenwerkingen worden veronachtzaamd. De voornaamste daarvan is soms extreem overgewicht met het risico op fatale diabetes.
Dr. Enis verlaat al een paar jaar zijn woonst niet meer zonder uitschuifbare meetlat en een lintmeter. Verder poogt hij bij de overheid statistieken te bekomen over de fysische antropologie van de psychiatrische patiënt, maar met onze ingewikkelde federale en regionale bureaucratieën – om van onwil niet te spreken - is dat geen sinecure, zeker niet in deze decembermaand als ook onze ambtenaren voorbereidingen treffen voor de jaarlijkse eetfestijnen en gastronomische acrobatieën op zijn Bourgondisch: veel fretten dus maar weinig vijfsterrenkwaliteit.
Een greep uit zijn pogingen gegevens in te winnen bij de overheden.
Adviseur-generaal - Coördinator a.i. Hoge Gezondheidsraad
Afdeling " Voedselketen" van de Hoge Gezondheidsraad.
Kan ik bij u informatie verkrijgen over de samenstelling van de voeding, gegeven aan psychiatrische patiënten? En eventuele wijzigingen daarin over de laatste decennia? Ik zag foto's en gewichten van groepen patiënten in 2 instellingen in St-Truiden in 1960. Hun gemiddeld gewicht lag rond de
Collegiale groeten
Dr. Udo Enis
Langenaken - Haspengouw
*****
Geachte Dokter Enis,
Met mijn verontschuldigingen voor een late reactie maar het heeft ons enige moeite gekost om een antwoord op uw probleem te vinden. Ik bezorg U in bijlage enkele elementen van antwoord opgesteld door Prof. Noirfalise, voorzitter van de werkgroep Voeding en voedselveiligheid, op basis van commentaar van een aantal collegae; de tekst is wel in het Frans en ik beschik niet over een vertaling in het Nederlands.
Groeten,
André Pauwels
Adviseur-generaal - Coördinator a.i. Hoge Gezondheidsraad
Zelfbestuurstraat 4
1070 BRUSSEL
tel.02/525.09.4 fax.02/525.09.7 andre.pauwels@health.fgov.be
Betreft: atypische neuroleptica
Kan je me verwijzen naar een dienst, die i.v.m de 3 onderstaande met elkaar verbonden onderwerpen een "Belgische consensus" kan geven?
1-. het jaarlijks "gecommentariëerd geneesmiddelen repertorium" i.v.m atypische neuroleptica. Uitgave 1999 : diabetes en obesitas worden niet vermeld als "ongewenst effect"; Uitgave 2006 : vermeld staat: gewichtstoename ( mogelijk
diabetes, hyperlipidemie.
2- De firma Eli Lilly betaalt in 2006 , zonder schuldbekentenis, een grote schadevergoeding uit i.v.m de Zyprexa-nevenwerkingen, die in de marketing van de jaren 1997 zijn verzwegen. Een nieuw vonnis legt op dat de "verzwegen" documentatie geheim moet blijven.
3- in 2007 blijft er onduidelijkheid en gebeuren dus "studies" in de psychiatrische instellingen: elke patiënt wordt 2x per jaar preventief "endocrinologisch" gescreend. In nov. 2006 waren er alzo 150 x OGTT's en insulinebepalingen in de kliniek te Kortenberg en in 1998 was er in november slechts 1x OGTT.
NB: deze medisch-juridische info staat uitgebreid op het WorldWideWeb en in de New York Times. Is er een Belgische instantie die dit item volgt en "interpreteert" ?
Hoogachtend,
Dr. Udo Enis
Langenaken
*****
Geachte,
Onderstaande e-mail werd via een aantal tussenposten naar onze dienst doorgestuurd.
1. Wat het gecommentarieerd geneesmiddelenrepertorium betreft, kan u best contact opnemen met het Belgisch Centrum voor Farmacotherapeutische Informatie.
http://www.bcfi.be - folia@UGent.be
2. Uw tweede vraag werd doorgestuurd naar de afdeling Geneesmiddelenbewaking van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten. De contactpersoon is Mevrouw K. Bernaert (E-mail: katrien.bernaert@fagg.be)
3. Voor uw derde vraag neemt u best contact op met het Directoraat-generaal Organisatie Gezondheidszorgvoorzieningen. Meer informatie vindt u op volgende webpagina https://portal.health.fgov.be/portal/page?_pageid=56,512866&_dad=portal&_schema=PORTAL. Contactpersonen staan vermeld in de rechterkolom, rubriek contact.Met vriendelijke groeten,
Ann VAN DEN BROUCKE
Goed Gebruik van het Geneesmiddel
Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten
Victor Hortaplein 40, bus 40
1060 Brussel
ann.vandenbroucke@fagg.be
Tel: + 32 (0)2/524.83.57 Fax: + 32 (0)2/524.80.01www.fagg.be
******
Deze bediende schuift dus de zaak door o.a. naar haar eigen dienst.
******
In okt/nov. 1998 vroeg het psychiatrisch ziekenhuis Sint Jozef te Kortenberg 1x een OGTT aan. In okt/nov. 2006 gebeurde dat 280 X, maar ook telkens gepaard met gewichtsbepaling, BMI, insulinebepalingen, lipidenspiegel en ECG (gegevens bekomen bij het labo H. Hartziekenhuis te Leuven). Deze metabole (obesitas en diabetes) interesse van de geneesheren is dus recent.
Onze vraag is: 1) krijgt het systeem van MKG zicht op de evolutie van gewicht na opname? 2) worden er gewichtsmetingen met een interval van bv. 3 maanden verzameld door uw diensten? 3) zo niet, worden deze data ("sine qua non" ), kortelings gevraagd bij de psychiatrische instellingen?
Hoogachtend
Dr. Udo Enis
Langenaken - Haspengouw
*****
Geachte,
Het systeem van MKG, MVG of MPG krijgt geen zicht op de evolutie van gewicht na opname en gegevens over gewicht zullen bij mijn weten ook niet kortelings opgevraagd worden bij de psychiatrische instellingen. In de gezondheidsenquête 2004 wordt wel aandacht gegeven aan dit onderwerp:
http://www.iph.fgov.be/epidemio/epinl/crospnl/hisnl/his04nl/hisnl.pdfIn bijlage vindt U per sector de ICD9-codes (gegroepeerd per hoofdstuk van de ICD-handleiding) die op as3 van de DSM-IV werden ingevuld in de MPG2004. De gegevens betreffen de laatste behandelperiode (MT-record) van alle verblijven die in
Met achting,
Gorissen JP
Datamanagement -- MPG/RPM
FOD Volksgezondheid / SPF Santé Publique
Mailto: jeanpierre.gorissen@health.fgov.be
Website MPG/RPM: https://portal.health.fgov.be/portal/page?_pageid=56,512879&_dad=portal&_schema=PORTAL
Geachte Lionel Laurier, FOD-Geneesmiddelenbewaking.
Kan je me verwijzen naar een dienst, die over de volgende onderwerpen een "Belgische consensus" kan geven?
1-. het jaarlijks "gecommentariëerd geneesmiddelen repertorium" ivm atypische neuroleptica.
Uitgave 1999 : diabetes en obesitas worden niet vermeld als "ongewenst effect"; Uitgave 2006 : vermeld staat : gewichtstoename ( ?
2- De firma Eli Lilly betaalt in 2006 , zonder schuldbekentenis, een grote schadevergoeding uit ivm met de Zyprexa nevenwerkingen, die in de marketing van de jaren 97 zijn verzwegen. Een nieuw vonnis legt op dat de "verzwegen" documentatie geheim moet blijven.
3- in 2007 blijft er onduidelijkheid en dus "studie" in de psychiatrische instellingen : elke patiënt wordt 2x per jaar preventief "endocrinologisch " gescreend. In nov 2006 waren er alzo 150 x OGTT's en insulinebepalingen in de kliniek te Kortenberg en in 1998 was er in november slechts 1x OGTT.
NB: deze medisch-juridische info staat uitgebreid op het Web en in de New York Times.
Is er een Belgische instantie die dit item volgt en "interpreteert"?
Dr. U. Enis - Langenaken
*****
Geachte dokter Enis,
We hebben uw mail van 24 april goed ontvangen. Graag volgende reactie.
In verband met uw eerste vraag. In het Repertorium wordt sedert de editie 2003 melding gemaakt van een mogelijk risico van ontwikkeling van diabetes door atypische antipsychotica. Jaarlijks wordt, in functie van nieuwe gegevens in de literatuur en op basis van de ervaring in het Belgisch Centrum voor Geneesmiddelenbewaking (de dienst binnen het “Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten” verantwoordelijk voor het volgen van een geneesmiddel na commercialisering inzake ongewenste effecten), nagegaan of nieuwe ongewenste effecten in het Repertorium moeten worden toegevoegd.
In verband met uw tweede vraag. We kunnen dit enkel bevestigen. Daarover wordt veel bericht in de Amerikaans lekenpers, maar dit jaar werd daarover ook melding gemaakt in de British Medical Journal [207;334:171] en de Lancet [2007;369:79 ].
In verband met uw derde vraag. In de bijsluiters (“Samenvatting van de Productkenmerken”) wordt geen melding gemaakt van hoe patiënten die behandeld worden met atypische antipsychotica, dienen te worden opgevolgd. Evenmin weet men op dit ogenblik hoe frequent metabole ongewenste effecten optreden met atypische antipsychotica, en of het risico even groot is voor alle stoffen uit deze klasse. Er zijn wel een aantal Belgische publicaties (opgesteld door o.a. Belgische psychiaters) waarin wordt bediscussieerd hoe dergelijke patiënten best worden opgevolgd. Bv.: 1) Abnormal glucose metabolism in patients treated with antipsychotics.
Diabetes Metab. 2007 Apr 6; [Epub ahead of print]; 2) Screening for diabetes and other metabolic abnormalities in patients with schizophrenia and schizoaffective disorder: evaluation of incidence and screening methods. J Clin Psychiatry. 2006 Oct;67(10):1493-500.
In België is het Belgisch Centrum voor Geneesmiddelenbewaking verantwoordelijk voor het volgen van een geneesmiddel na commercialisering inzake ongewenste effecten.
Met oprechte hoogachting,
Ap. Thierry Roisin
Afdelingshoofd Vigilantie
******
Geachte Mr. Roisin,
Bent u in bezit van een consensus-standpunt over dit item, dat reeds een paar jaar een onaanvaardbare twijfel in stand houdt?
Dr. U. Enis – Langenaken
*****
Antwoord:
Geachte Collega,
Ik denk dat de dienst Geneesmiddelenbewaking van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten best geplaatst is om U daarbij te helpen. De verantwoordelijke is apotheker Thierry Roisin (thierry.roisin@fagg-afmps.be )
Met vriendelijke groeten.
M. Bogaert, Redactiesecretaris BCFI.
Prof. Dr. M. Bogaert
Heymans Instituut - Vakgroep Farmacologie
De Pintelaan 185
B-9000 Gent
Tel. : +32 (0) 9 240 33 34
Fax : +32 (0) 9 240 49 88
E-mail : marc.bogaert@ugent.be
Kortom, iedereen stuurt onze Dr. Udo Enis van het kastje naar de muur en uiteindelijk komt hij weer bij de oorsponkelijke eerst aangeschreven dienst terecht.
Ondertussen organiseert Eli Lilly met haar actie ENERGIE LIVE bewegingsprogramma's in de psychiatrische ziekenhuizen om de psychiatrische patiënten te “helpen” om via lichaamsbeweging hun overgewicht weg te werken, uiteraard tegen betaling.


En er wordt ook gelobbyd!

Verantwoordelijke voor dat ENERGIE - LIVE programma van Eli Lilly is Mevr. Annie Van Cauwenberghe, enkele jaren geleden nog hoofdverpleegster bij Psychiater Marc De Hert, ja de man die in Kortenberg de diabetes-testen voor antipsychotica-gebruikers uitvoert. En ook de man die ons dus voor laster en eerroof, o.a. wegens deze affaire, voor de Rechtbank daagt.
Het is een kleine wereld!
Parlementaire Activiteit nav ons Persbericht over Risperdal
Naar aanleiding van onze informatie aan de pers m.b.t. het rechtsgeding dat de Staat Arkansas aanspant tegen Janssen Pharmaceutica wegens frauduleuze medische informatie zijn diverse volksvertegenwoordigers en senatoren in actie geschoten. Zo stelde Rita DE BONT (Vlaams Belang) meteen een schriftelijke vraag in verband met dit onderwerp, waarbij ook geïnformeerd wordt naar het gebruik van psychofarmaca in België en het buitenland. De vraag werd ingediend toen de regering van lopende zaken nog "aan het bewind" was. De diensten van de Kamer hebben deze vragen nu automatisch bezorgd worden aan Minister Onkelinckx, die uiteraard nog niet heeft kunnen antwoorden. De vraag is dus ook nog niet terug te vinden op de webstek van de Kamer.Hieronder de vraag van Rita De Bont:
Schriftelijke vraag aan Min. Van Volksgezondheid over gebruik van psychofarmaca in België en buurlanden
In een rechtsgeding vordert de overheid van de Amerikaanse Staat Arkansas van Janssen Pharmaceutica een schadevergoeding van enkele tientallen miljoenen euro voor frauduleuze medische informatie aan artsen en patiënten en misleidende marketingtechnieken.
Al is bij ons de marketing in de farmaceutische sector enigszins aan banden gelegd, dan heeft men nog steeds te maken met een vrij intensieve “informatie” aan artsen, sponsoring van “patiëntenverenigingen” of verenigingen van ouders van “geesteszieke” kinderen en kan zelfs manipulatie van het wetenschappelijk onderzoek worden vermoed.
Bovendien worden ook bij ons, naar mijn aanvoelen, enorm veel psychofarmaca (slaap-en kalmeermiddelen, antidepressiva,neuroleptica enz. ) voorgeschreven en gebruikt.
Kan de minister mij cijfers bezorgen over de verkoop van psychofarmaca in België van 1998 tot en met 2007, ingedeeld per soort en merknaam en ook ingedeeld in de verkoop in apotheken, de verkoop aan de psychiatrische ziekenhuizen en de verkoop aan de algemene ziekenhuizen.
Kan de minister mij ook die cijfers over de voorbije tien jaar geven voor de ons omringende landen (Nederland, Luxemburg, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië), eventueel zonder indeling per merknaam.
Met dank
Rita De Bont
Volksvertegenwoordiger
********************
Van zijn kant diende Jan LOONES (NVA) onderstaande vraag in op het niveau van het Vlaams Parlement:
Vraag om uitleg aan de heer Steven Vanackere, Vlaams minister van Welzlijn, Volksgezondheid en Gezin
Betreft: psychiatrie en geestelijke gezondheidszorg - onderzoekscommissie
M.,
Laat mij toe om, ten behoeve van mijn vraag om uitleg, meteen te citeren uit het Vlaams regeerakkoord 2004-2009: “Gezond blijven. Minder (snel) afhankelijk van zorg. Zo min mogelijk door ziekte of functionele beperkingen worden gehinderd. Dat is cruciaal voor de levenskwaliteit van eenieder …. Goede zorg is op de reële behoeften afgestemde zorg en gericht op duidelijke welzijns – gezondheidsdoelstellingen … “
Dit alles geldt zeker ook voor een van de meest kwetsbare groepen uit de samenleving: de psychiatrische patiënten.
Deze vorm van gezondheidszorg, de psychiatrie, is nochtans opnieuw in opspraak gekomen.
Aanleiding is het proces dat de Amerikaanse staat Arkansas heeft ingespannen tegen Janssen Pharmaceutica, omwille van schade veroorzaakt aan de gezondheid van haar burgers door het anti-schizofreniemedicijn Risperdal (ook goed gekend in ons land) op basis van frauduleuze medische informatie en bedrieglijke marketing.
Er lopen momenteel in 15 Amerikaanse staten soortgelijke gerechtelijke onderzoeken.
Men vermoedt trouwens dat dit soort processen binnen 1 à 2 jaar zullen overwaaien naar Europa. Hier wordt de waarde van de nieuwste antipsychotica zoals Risperdal vooral voorgesteld als middel om de opnameduur van schizofrenen en aanverwanten te reduceren, maar worden de nevenwerkingen zedig geminimaliseerd.
Netwerk Psychiatrie & Samenleving en de Sarah Beweging voor Psychosociaal Welzijn trekken dan ook aan de alarmbel en zijn vragende partij voor een onderzoekscommissie binnen zowel het federaal als Vlaams Parlement.
Deze commissie zou zich dan moeten buigen over het geheel van de praktijken in de psychiatrie en de geestelijke gezondheidszorg.
Daarbij wordt bijzondere aandacht gevraagd voor een aantal punten, onder meer de zelfmoordproblematiek, de gedwongen opname, de beperking van patiëntenrechten voor mensen in psychiatrische behandeling, de marketingpraktijken van de farmaceutische industrie, …
Vragen:
1. Welke houding neemt de minister aan tegenover de aangeklaagde praktijken in psychiatrie en geestelijke gezondheidszorg, zoals naarvoren gebracht door Netwerk Psychiatrie & Samenleving en de Sarah Beweging voor Psychosociaal Welzijn?
2. Is de minister bereid om in te gaan op de vraag van Netwerk Psychiatrie & Samenleving en de Sarah Beweging voor Psychosociaal Welzijn tot aanstelling van een onderzoekscommissie rond de praktijken in de psychiatrie en de geestelijke gezondheidszorg?
Met dank voor de antwoorden.
*******
Van minister-president Kris Peeters kregen we via zijn raadgever te horen dat ons verzoek tot een onderzoek naar bepaalde praktijken in de "psychiatrie" en het falen van het ggz-beleid in Vlaanderen materies betrof die tot de bevoegdheid van de federale regering en parlement behoren. We antwoordden hem:
Geachte Raadgever Anne Martens,
Uiteraard verheugen wij er ons op dat de minister-president ons bericht ter harte heeft genomen.
Deslaniettemin zijn wij toch enigszins verbaasd over zijn antwoord dat de door ons aangehaalde punten in zijn geheel genomen tot de federale bevoegdheden zouden behoren. Wij denken maar aan het eerste punt (het probleem van de zelfdoding) waar de vorige minister Inge Vervotte toch een reeks initiatieven genomen heeft, die o.i. echter geen evaluatietoets hebben ondergaan.
Het is helemaal niet onze bedoeling te suggereren dat Vlaanderen het slechter zou doen dan andere regio's of landen. Toch zal ook de minister-president ervan overtuigd zijn dat geestelijke gezondheidsproblemen meer en meer de actuele samenlevingen kenmerken, ook Vlaanderen.
Ook als wij de beleidsnota van mevr. Inge Vervotte bij het aantreden van de regering van M. Yves Leterme lezen, kunnen we toch niet naast het hoofdstuk geestelijke gezondheidszorg heenkijken. Bij elke van de door ons genoemde 7 punten zijn aanknopingspunten te vinden met het welzijns- en gezondheidsbeleid van de regio's en gemeenschappen. Diverse door haar haar en haar voorgangers gesteunde of opgezette projecten die bij het lanceren ervan de media halen, zijn bij ons weten nooit publiekelijk geëvalueerd geworden: we denken bv. aan de "Fit in je hoofd, goed in je vel" campanje en aan het project ter ondersteuning van nabestaanden van zelfdoders (niet bepaald als suïcidepreventie te categoriseren).
In die zin menen wij dat na tien jaar de werking van de semi-officiële Vlaamse Vereniging Geestelijke Gezondheid eens grondig mag geëvalueerd worden. Tegenover de middelen die onze samenleving besteedt aan de begeleiding en behandeling van geesteszieken en mensen met een psychische stoornis, staan hoe dan ook relatief weinig hoopgevende resultaten, of gebrek aan resultaten.
Het is in die geest van beleidsoptimalisering en verhoging van de weerbaarheid van de Vlaamse bevolking dat wij dan ook ons verzoek tot U hebben gericht. Wij zouden U dan ook willen vragen ons verzoek in heroverweging te nemen.
Wij wachten nu op het antwoord van minister Vanackere op hetzelfde bericht dat aan de minister-president is gestuurd. Wij hebben ook een aantal parlementsleden gevraagd de bevoegde minister over één en ander te bevragen.
Met de meeste hoogachting,
Dr. Eric Rosseel
Netwerk Psychiatrie & Samenleving
*****************
Als al VB en NVA warm lopen voor onze bezorgdheden, wat dan niet ter "linkerzijde"? Daar zit men ook niet stil. In de eerste week van januari 2008 hebben we een meer diepgaand onderhoud met Tinne VANDERSTRAETEN (volksvertegenwoordiger voor Groen!) en met senator Christiane VIENNE (PS). Ook Hans BONTE (SP.a) bestudeert één en ander, maar zijn voorzitter Caroline Gennez reageert op de voor haar typische koele, onpersoonlijke, nietszeggende, ontwijkende en duidelijk ongeïnteresseerde manier. Dat belooft voor de verkiezingsuitslag van SP.a in 2009.
Verder zal vermoedelijk ook senator Patrik VAN KRUNKELSVEN (VLD) de minister interpelleren.
*****
Ter herinnering drukken we hier nog eens het uiteindelijke persbericht af. De kranten zullen niet vermoed hebben dat ons persbericht bij de politieke verantwoordelijken weerklank vindt.
Persbericht 19 december 2007
Info: Eric Rosseel 02 267 5220;
Het Netwerk Psychiatrie & Samenleving (http://psychiatrie.blogse.nl) en de
1. de zelfmoorden binnen de psychiatrie en de falende aanpak van de zelfmoordproblematiek in het algemeen;
2. de wijze waarop de wet betreffende de gedwongen opname in de praktijk functioneert en het probleem van de onverantwoorde vrijheidsberoving van vrijwillig opgenomen patiënten;
3. de voortschrijdende beperking van de patiëntenrechten voor mensen in psychiatrische behandeling of in psychiatrische opname en voor mensen met psychosociale problemen;
4. de marketingpraktijken van de farmaceutische industrie (“informatie” aan de artsen; manipulatie van het wetenschappelijk onderzoek; sponsoring van “patiëntenverenigingen” of verenigingen van ouders van “geesteszieke” kinderen; “voorlichting” van de publieke opinie);
5. de wijze waarop maatschappelijke en psychosociale problemen herleid worden tot inwendig psychische en biologische problemen;
6. de onverantwoorde propaganda voor dure maar therapeutisch betwistbare behandelingstechnieken zoals ElektroConvulsieTherapie (“elektroshocks”) en het gebrek aan middelen voor (meer) kleinschalige therapeutische gemeenschappen;
7. een herziening van de ziekenhuispsychiatrische methodiek van intake tot ontslag (wanneer we de miljarden euro’s die jaarlijks besteed worden aan psychiatrie en geestelijke gezondheidszorg, in rekening nemen, dan zijn de globale resultaten eerder mager); het aantal mensen dat van zijn “ziekte” nooit geneest en het FONA-niveau (Fouten Ongevallen & Near Accidents) zijn onrustwekkend hoog.
Namens
Jan Vanhaelen
woordvoerder
Kloosterstraat, 159
1700 Dilbeek
tel./fax 02 466 48 50
sarahbeweging@skynet.be
http://www.sarahbeweging.net
Namens Netwerk P & S
Eric Rosseel
coördinator
Grote Winkellaan, 94/2
1853 Strombeek-Bever
02 267 52 20
eric.rosseel@scarlet.be
http://psychiatrie.blogse.nl
Dit persbericht is onder studie van parlementsleden van diverse democratische politieke partijen en ook reeds overgemaakt aan de voorzitters van een paar parlementaire commissies.
In eerste instantie reeds gesteund door 65 personen uit de meest diverse milieus van "gewone mensen" tot politici (en ook artsen, therapeuten, "patiënten" en "ex-patiënten").
Dit nog: een cynische maar to-the-point commentaar van een ‘schizofrene patiënt’ (naam, voornaam en adres bij ons bekend) zoals deze die neerschreef op onze blog:
“en wij: gek, gekker, gekst ... we groeien in de hoogte en in de breedte, dankzij de nevenwerkingen van Risicoperdal.
Nevenwerkingen:
1. Obesitas: +
2. Diabetes: ze houden ons zoet. Oplossing: alle ongebruikte afdelingskeukens worden uitgebroken en vernieuwd door bevriende bedrijven
3. Verslaving: probeer maar eens zonder, na 3 maand uw spuit gekregen te hebben van 200 euro; door de ontwenningsverschijnselen zullen zelfs uw schaamharen voor uw ogen wapperen!!! Oplossing: therapie-trouwheid (= trendy woord voor verslaving) is de nieuwe therapie.”
zelfmoord: apotheose en verspilling van leven
Een mens die geleefd heeft, alles uit zichzelf gehaald heeft, die weet dat na de grootsheid de verlatenheid komt: zijn of haar zelfmoord is een apotheose, een kers op de taart, een teken van leven in volle intensiteit.
Maar al die sukkelaars die zelfs nooit hun naam hebben kunnen zijn en bij bosjes uit zelfmedelijden hun polsen oversnijden, in het kanaal springen, tegen een boom rijden, zich met 1000 pillen en een fles whisky te slapen leggen (en die zelfs nog op alle mogelijke manieren belet worden ultiem over zichzelf te beschikken, gedwongen worden mensonwaardig verder te sukkelen, verbod krijgen een appartement te huren op de 12de verdieping): da's pas een schande! da's pas een verspilling van leven. dat zijn geen zelfmoorden, maar het werk van "zachte moordenaars".
Persbericht n.a.v. Arkansas vs. Janssen (Risperdal)
Het Netwerk Psychiatrie & Samenleving (http://psychiatrie.blogse.nl) en de
1. de zelfmoorden binnen de psychiatrie en de falende aanpak van de zelfmoordproblematiek in het algemeen;
In eerste instantie reeds gesteund door 63 personen uit de meest diverse milieus: mannen en vrouwen; jong en oud; werklozen, arbeiders, bedienden en zelfstandigen; "patiënten", therapeuten en artsen, "gewone mensen" en politici. Gezien sommige ondertekenaars kwetsbaar zijn, plaatsen we deze hier niet. U kunt ze desgevallend op garantie van confidentialiteit altijd bekomen.
2. de wijze waarop de wet betreffende de gedwongen opname in de praktijk functioneert en het probleem van de onverantwoorde vrijheidsberoving van vrijwillig opgenomen patiënten;
3. de voortschrijdende beperking van de patiëntenrechten voor mensen in psychiatrische behandeling of in psychiatrische opname en voor mensen met psychosociale problemen;
4. de marketingpraktijken van de farmaceutische industrie (“informatie” aan de artsen; manipulatie van het wetenschappelijk onderzoek; sponsoring van “patiëntenverenigingen” of verenigingen van ouders van “geesteszieke” kinderen; “voorlichting” van de publieke opinie);
5. de wijze waarop maatschappelijke en psychosociale problemen herleid worden tot inwendig psychische en biologische problemen;
6. de onverantwoorde propaganda voor dure maar therapeutisch betwistbare behandelingstechnieken zoals ElektroConvulsieTherapie (“elektroshocks”) en het gebrek aan middelen voor (meer) kleinschalige therapeutische gemeenschappen;
7. een herziening van de ziekenhuispsychiatrische methodiek van intake tot ontslag (wanneer we de miljarden euro’s die jaarlijks besteed worden aan psychiatrie en geestelijke gezondheidszorg, in rekening nemen, dan zijn de globale resultaten eerder mager); het aantal mensen dat van zijn “ziekte” nooit geneest en het FONA-niveau (Fouten Ongevallen & Near Accidents) zijn onrustwekkend hoog.
Hieronder ook een snel verzamelde beperkte lijst van personen uit de meest diverse kringen en milieus, die ons voorstel steunen, om te benadrukken dat wij niet alleen staan in ons verzoek.
Namens
Jan Vanhaelen Eric Rosseel
woordvoerder
Kloosterstraat, 159 Grote Winkellaan, 94/2
1700 Dilbeek 1853 Strombeek-Bever
Tel./fax 02 466 48 50 02 267 52 20
sarahbeweging@skynet.be eric.rosseel@scarlet.be
http://www.sarahbeweging.net http://psychiatrie.blogse.nl
Tot slot: een cynische maar to-the-point commentaar van een ‘schizofrene patiënt’ (naam, voornaam en adres bij ons bekend) zoals deze die neerschreef op onze blog:
“en wij: gek, gekker, gekst ... we groeien in de hoogte en in de breedte, dankzij de nevenwerkingen van Risicoperdal.
Nevenwerkingen:
1. Obesitas: +
2. Diabetes: ze houden ons zoet. Oplossing: alle ongebruikte afdelingskeukens worden uitgebroken en vernieuwd door bevriende bedrijven
3. Verslaving: probeer maar eens zonder, na 3 maand uw spuit gekregen te hebben van 200 euro; door de ontwenningsverschijnselen zullen zelfs uw schaamharen voor uw ogen wapperen!!! Oplossing: therapie-trouwheid (= trendy woord voor verslaving) is de nieuwe therapie.”
Een reactie op "Zyprexa for Kids"
Op de vorige blog "Zyprexa for Kids" kregen we een interessante en tegelijk grappige (allez!) reactie.
Eli Lilly stichtte in 2003 een eigen vzw "Energie". Deze vzw. heeft een poot in vele keukens en turnzalen van de gekkenhuizen. Lilly wil de bijwerkingen obesitas en diabetes beperken door aan te dringen op dieet en beweging bij de luie patiënten.
Het opgestoken vingertje uit de katholieke internaten is helemaal terug.... maar nu inzake de vette buik.
Seffens weet wel niemand meer waar het ooit allemal om begon ...
Vroeger kreeg je moeiteloos 10 patiënten op een kleinbeeldfoto; nu krijg je er ternauwernood nog 8 op je Wide-screen.
Red onze "nationale economie" !!!
"Ze" zeggen dat de toekomst van onze Europese Naties afhangt van onze grijze cellen, van ons "human capital". En "ze" stoppen onze kinderen vol giftige pillen.
Elk kind dat wat bizar doet, "rare dingen" zegt, eens raak uit de hoek komt, kortom, dat getuigt van waarachtige innovatie en creativiteit, krijgt alras een afspraak met een kinderpsychiater of orthopedagoge (want dat soort lieden zijn tegenwoordig doorgaans vrouwen, surrogaat-moeders) en wordt dan naar de apotheker om de hoek gestuurd. Een kind dat eigenaardige oplossingen voorstelt om zichzelf en de medemens vooruit te helpen, krijgt te horen dat ie nonsens vertelt en als minister Frank Vandenbroucke ervan zou horen, moeten de ouders opletten of hij is in staat te dreigen de kindertoelage voor twee jaar te schorsen.
Solidariteit die verder gaat dan het jaarlijks rond 11 november met een ingestudeerd en onbegrepen verhaaltje de buren 5 of 10 euro af te pingelen voor de "Derde Wereld", wordt onze kinderen niet gegund. 1 dag per jaar "ver-van-mijn-bed" show, 364 dagen per jaar (365 in 2008) bedreigd worden met intoxicatie door ADHD-pillen, Risperdal in een roos kleurtje en een snoepvorm en zelfs elektroshocks: dat is wat we onze creatieve eigenzinnige kinderen bieden!
Stop de waanzin: WORD ZELF WAANZINNIG!
Het is goed voor onze "nationale economie". Wilt U dat de "komende generaties" moeten opdraaien voor onze dwaasheid onze kinderen vol pillen te stoppen?
Nieuwjaarswensen voor het NIMH
mindfreedom international -news@intenex.net
wrote:
To: "News: Human Rights in Mental Health"
Date: Sat, 15 Dec 2007 18:10:07 -0800
CC:
From: mindfreedom-news@intenex.net
Subject: MFI alert: NIMH deadline this Fri 12/21- mental health research future!
[NIMH is het Amerikaans National Institute for Mental Health dat het onderzoek m.b.t. geestelijke gezondheid en geestelijke gezondheidszorg poogt te stroomlijnen]
MindFreedom International Alert - 15 December 2007
United Independent Activism for Human Rights in Mental Health
http://www.mindfreedom.org - Urgent: Please Forward!
~~~~~~~~~~~~
You have six (6) more days to e-mail to USA
National Institute of Mental Health about their
"Strategic Plan." Deadline: This Fri., 21 Dec.
NEEDED: Voices for Choices in Mental Health!
Why you ought to call on NIMH for research on more
CHOICES in mental health system other than drugs,
drugs, drugs, drugs, drugs, drugs and more drugs.
One of the biggest funders of research in the mental health field on Earth is the USA National Institute of Mental Health (NIMH).
NIMH is requesting public comment, which you can e-mail to them, about a draft of their "Strategic Plan" about NIMH research goals over the next three to five years. Their deadline to receive e-mail comments is *this* Friday, 21 December, 2007.
E-mail to: strategicplanning2@mail.nih.gov
Why Bother? [Yes, why?]
MindFreedom International has a copy of the 26-page NIMH Draft Strategic Plan.
To help you understand it here is...
~~~~~~~~~~~
NIMH DRAFT STRATEGIC PLAN -- BY THE NUMBERS!
98 - number of times NIMH draft uses any of words "drug, medication, biological, illness, disease, genetics"
38 - number of times NIMH draft uses word "brain"
16 - number of times NIMH draft uses word "recovery"
2 - number of times NIMH draft refers to the "mind"
0 [zero] - number of times NIMH draft uses any of the words "counseling, consumers, survivors, peer, mutual support, empowerment, self-determination, rights, employment, jobs, housing, psychosocial, wholistic, holistic, psychotherapy"
~~~~~~~~~~~
Unfortunately, the lion's share of NIMH research on mental wellness in the past has with few exceptions gone to the following ten (10) research areas:
drugs, drugs, drugs, drugs, drugs, drugs, drugs, drugs, drugs, drugs
NIMH is considering getting into an 11th area.
And that would be "more drugs."
Seriously, MindFreedom is pro-choice about personal health care decisions, and many MFI members choose to take prescribed psychiatric drugs. But we all stand UNITED in saying that the corporate drug industry model is choking out non-drug choices, including jobs, housing, peer support, psychosocial approaches, and more.
Only one choice is no choice at all!
So why bother to e-mail in your comments?
Because, at least, that way NIMH can't claim they never heard from citizens with another point of view!
~~~~~~~~~~~
* * * ACTION ACTION ACTION * * *
VOICES FOR CHOICES IN MENTAL HEALTH CARE!
ACT NOW! DEADLINE: This Friday, 21 December 2007.
E-mail in *your* comment to NIMH.
Sample message: Ask in your own words that far more non-drug choices be included in the draft plan!
E-mail your comment TODAY to NIMH to:
strategicplanning2@mail.nih.gov
If you wish, bcc to news@mindfreedom.org for possible publication on the MFI web site.
~~~~~~~~~~~
MORE INFORMATION ON NIMH REQUEST FOR COMMENTS
You can read about the NIMH request for comments here:
http://www.nimh.nih.gov/about/strategic-planning-reports/nimh-draft-strategic-plan.shtml
or use this web address:
http://tinyurl.com/2w2fwq
You may download a PDF (789 kb) draft of the NIMH strategic plan here:
http://www.nimh.nih.gov/about/strategic-planning-reports/nimh-draft-strategic-plan.pdf
or use this web address:
http://tinyurl.com/37bzv7
You may e-mail your comment to NIMH to:
strategicplanning2@mail.nih.gov
~~~~~~~~~~~~
Why You Ought to Bother to E-Mail Your Input Into NIMH About their Draft Strategic Plan!
by Tom Wilson, MindFreedom Lane County Advisory Committee
This is an opportunity to contribute your thoughts to the direction and funding of mental health research in the USA over the next 3 to 5 years.
If we do not respond we can expect more of the same:
New drugs and more new drugs.
As we know, silence gets us no where, please respond!
If we want to get past temporary stability at a terrible cost through drug therapy it is imperative that we get research dollars focused dollars elsewhere also.
MindFreedom board member Al Galves, PhD, said, "I believe it is important to continue studying the brain, nervous system and its functioning. However, the scientific evidence is that direct manipulation of brain chemistry and brain structure through psychotropic drugs, electroconvulsive treatment and other psychosurgery is only marginally effective in helping individuals who are diagnosed with behavioral health disorders when compared to placebo and is very harmful.
"I would encourage the NIMH to put a significantly larger percentage of its budget and its effort into research on a wide variety of interventions that are more likely to be helpful to persons diagnosed with behavioral health disorders and less likely to harm them. Examples of such interventions include:
" * All kinds of non-drug psychotherapy - not just the ones that can be manualized. Included should be Gestalt therapies, psychoanalysis, other psychodynamic therapies, expressive therapies, narrative therapy, solution-focused therapy, hypnotherapy, modern group technique (based on Hyman Spotnitz' work), body-centered psychotherapy, Reikian therapy, etc., etc., etc.
" * Other forms of intervening to help persons diagnosed with behavioral health disorders including employment assistance, supportive housing, peer specialist training, Soteria-type houses, expanded clubhouses, traditional education, non-traditional education, self-directed care (giving patients control over some the money that is allocated for treatment), etc., etc., etc.
"The bottom line is that I encourage NIMH to spend a much larger percentage of its budget on research and demonstrations that promise to help people in the immediate future, i.e. within five to ten years. That is not true of brain research."
- end of alert -
E-mail your comment to NIMH by Friday, 21 December 2007:
strategicplanning2@mail.nih.gov
~~~~~~~~~~~~~~~
More news at the MindFreedom News Web Site:
http://www.mindfreedom.org
Don't see a news item? Submit it to news@mindfreedom.org
~~~~~~~~~~~~~~~
Build united strength in numbers!
JOIN MINDFREEDOM INTERNATIONAL!
http://www.mindfreedom.org/join-donate
* Win human rights campaigns in mental health.
* End abuse by the psychiatric drug industry.
* Support self-determination of psychiatric survivors.
* Promote safe, humane, effective options in mental health.
MindFreedom is a nonprofit human rights group that unites 100 sponsor and affiliate groups with individual members.
MindFreedom is one of the very few totally independent activist groups in the mental health field with no funding from governments, drug companies, religions, corporations, or the mental health system.
All human rights supporters are invited to join or donate here:
http://www.mindfreedom.org/join-donate
For hard-to-find books and gear go to:
http://www.madmarket.org
MindFreedom International Office:
454 Willamette, Suite 216 - POB 11284; Eugene, OR 97440-3484 USA
web site: http://www.mindfreedom.org
e-mail: office@mindfreedom(dot)org
office phone: (541) 345-9106
toll free: 1-877-MAD-PRIDe or 1-877-623-7743
fax: (541) 345-3737
Please forward.
~~~~~~~~~~~
Want to get off this MF News e-mail announcement list? Two easy ways:
1) To unsubscribe e-mail a blank email to
mindfreedom-news-unsubscribe@intenex.net
Be sure to "reply" when you get the automatic unsubscribe
confirmation message.
2) If you have any trouble getting off this list e-mail to office(at) mindfreedom(dot)org with these words in the subject line:
unsubscribe mindfreedom-news
_______________________________________________
If you are not on the MindFreedom-News alert list and wish to be, sign up for this free non-profit public service here:
http://www.intenex.net/lists/listinfo/mindfreedom-news
Daar heb je ze weer ...
Psychische patiënten zelf aan het woord
Het gaat om de patiëntenvereniging UilenSpiegel, de Belgische Schizofrenie Liga en de Vrije Universiteit Brussel. Ze vragen dat ex-patiënten of patiënten die langer aan deze ziekten lijden maar enigszins gestabiliseerd zijn, zich zouden melden. Ze zullen vrijuit kunnen spreken in een serene, discrete en veilige sfeer zonder dat er zorgverstrekkers of andere personen aanwezig zijn. De mensen die de interviews afnemen, garanderen de anonimiteit en de privacy van de deelnemers.
Schizofrenie komt voor bij 1 tot 2 procent van de bevolking. Mannen en vrouwen hebben evenveel kans om de ziekte te ontwikkelen, maar mannen worden meestal ziek in hun adolescentie, terwijl vrouwen pas een tiental jaren later getroffen worden. De aandoening bestaat erin dat men het contact met de werkelijkheid verliest, met mogelijk hallucinaties en wanen tot gevolg. Het onderzoeksproject loopt nog tot juni 2008 en het wordt ondersteund door professor Elke Van Hoof, professor in de gezondheidspsychologie aan de VU Brussel. (vbr)
Deelnemers kunnen zich melden bij: elke.van.hoof@vub.ac.be
of bij Rafaël Daem van Uilenspiegel, 02-410.19.99, rafael@uilenspiegel.net
****
Wat ons eerst en vooral opviel was:
3 Uilenspiegel? Tiens tiens. Ja, dan doen we zeker mee aan dit "anoniem" en "privacy-gegarandeerd" onderzoek. Dus schreef ik ten persoonlijke titel, niet namens het Netwerk, naar prof. Elke, de "gezondheidspsychologe":
Geachte Professor,
Graag wil ik meewerken aan Uw project "Patiënt aan het Woord". Of ik schizofreen ben weet ik niet: diverse psychiaters hebben mij zo genoemd en ik heb Risperdal, Zyprexa en zelfs Leponex te slikken gekregen, anderen noemen me dan weer manisch-depressief en weer anderen hysterisch (psychoanalytisch-Lacaniaans) of theatraal/histrionisch (à la DSM-IV) en ééntje zelfs "psychopaat", een paar ketters ook "100% normaal". Tot mijn 52ste was ik zelf professor psychologie aan de VUB (tot ze, begrijpelijk voor wie de omstandigheden kent - u kan er de Faculteitscollegeverslagen op nalezen, me daar ook zot verklaarden, ik was immers door het Rectoraat tien jaar daarvoor als "coming man" getaxeerd om de algemeen erkende onbenulligheid van de faculteit wat op te fleuren, dus moest ik geliquideerd worden, ik zal dus wel aan paranoia lijden; hoewel: in 1970 had ik op mijn studentenkamer een toen beroemde poster "Being paranoid doen't mean they are not out to get you" hangen).
Met Uilenspîegel wil ik echter onder geen beding samenwerken, gezien mijn ervaringen met deze corrupte vereniging (ik werd ooit betrokken bij de - "vernieuwde" - vormgeving ervan in 2001, maar gezien het een constructie van psychiaters betrof, en dan nog van onze niet VUB bijster welgezinde Caritas, heb ik toen mijn medewerking geweigerd, om vijf à zeven jaar later in 2006 te moeten merken wat voor een smerig ventje die Rafaël Daem is; zijn democratisch gekozen opvolgster als voorzitter Nadja Maghoub werd in de zomer 2006 weer in een psychose gewrongen omdat ze de macht van die (blijkbaar ook racistische) kaste op de achtergrond wou breken, waardoor ze dus ontslag moest nemen en die Mr. Daem weer alle macht kreeg onder een voorzitter-fantoche; een meneer Daem die er voorheen in 2001, als ik me goed herinner, niet bij was en die ik eerder niet kende, maar die me in 2006 persoonlijk diverse loeren heeft gedraaid; waarom verdedigde hij als "patiëntenvertegenwoordiger" belust op wat subsidies, op het Ministerie van Volksgezondheid de afschaffing van de wettelijk voorziene rechten voor psychiatrische patiënten? Gelukkig is de regering gevallen en we zullen daar met de volksvertegenwoordigers die ons steunen verder een stokje blijven voor steken; cf. parlementaire vraag van Senator Annemie Vandecasteele (Schriftelijke vraag 3-5857 van Van de Casteele Annemie - VLD - d.d. 14 september 2006 : Wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt - Psychiatrische patiënten - Notie "therapeutische onbekwaamheid").
Dus: U en Uilenspiegel laten de "patiënt" aan het woord, zolang de patiënten zichzelf maar als "patiënt" en "medisch ziek" definiëren! Viva la psichiatria rurale!
E R I C R O S S E E L
NPS op het Nieuws mbt Arkansas vs. Janssen
Voor het eerst haalt het Netwerk Psychiatrie & Samenleving de televisie. "Ze" hebben geen tijd gehad VTM te informeren dat het Netwerk een krabbenmand van zelfmoordterroristen is. De opname van om 16u30, de uitzending om 19u.
Woordvoerder "commandante" Eric Rosseel kun je zien op VTM via onderstaande site: het VTM-Nieuws (tv) van maandag 10/12/2007 ivm de zaak USA-Staat Arkansas tegen Janssen Pharmaceutica rond de misbruiken met het antipsychoticum Risperdal. Integraal: nieuws om 19u, maandag 10/12/2007 (als dit al op de site staat); of Reportages "Arkansas" tot morgenmiddag 12u (denken we), maar daar geven ze de intro door de nieuwslezer niet weer en weet je nauwelijks dat het over een proces gaat dat Arkansas heeft ingespannen tegen Janssen ivm Risperdal:
http://www.vtm.be/nieuws/index_bekijkonline.htm
Ze hebben die ouwe knul van Janssen natuurlijk probleemloos de "katholieker dan de paus" laten uithangen. Rosseel zelf ziet er wel wat vermagerd uit vgl. bij 6 maand geleden. Maar ja, doet niet terzake.
En sommige lokale radio's nemen deze informatie blijkbaar over van VTM: zo Vosta FM, De Panne, ook elders, op ùma om 22 u.
hoort u maar:
http://users.fulladsl.be/~spb13810/rommel/nieuws.mp3
Je kunt de mp3 zo afhalen:
http://users.fulladsl.be/~spb13810/rommel/
Het is wat met die psychische problemen! Zorgt niet alleen ...
... voor lijken maar ook al voor taalproblemen !
Over de moord van de Duitse moeder op haar vijf kinderen schrijft de wereldpers, in navolging van de Duitse persbureaus vermoedelijk, maar hier zouden dezelfde communiqués worden rondgestuurd:
"De geestelijke toestand is vermoedelijk het motief voor haar daad."
Kan een toestand een motief zijn? Ja? Waarom heeft die toestand dan niet eergisteren of een week geleden tot het drama geleid?
Blijkbaar wordt "psychische problemen" alsmaar meer een vermomming voor "het moeilijk hebben in het leven", kortom voor "armoede". Want de Duitse moeder had het bepaald niet gemakkelijk! Ze had niet alleen "psychische problemen" (die nooit gepreciseerd worden in dergelijke gevallen, herinner u de kinderontvoerster van Hasselt dit weekend), ze leefde ook in weinig benijdenswaardige omstandigheden. En betaalden de twee vaders wel alimentatiegeld of een andere tegemoetkoming? Hoeveel alleenstaande moeders in België wachten niet op het alimentatiegeld waar ze wettelijk recht op hebben gekregen?
De afhandeling van een zaak als een geval van "psychische problemen" laat toe: 1) de dader uit te schakelen met een soort levenslang in een psychiatrische instelling en 2) te zwijgen over de schrijnende omstandigheden en situatie waarin sommige mensen leven. Een moordenaar kan misschien een "aanleg" hebben, maar een moord gebeurt ook altijd in een bepaalde situatie! En op die situaties heeft het maatschappelijk beleid in principe meer vat dan de psychiatrie op de "psyche" van de aspirant-moordenaars. Nu wordt met de etikettering "psychische problemen" eigenlijk verzwegen dat de moeder in armoede leefde. En liep hier amper tien dagen geleden het bericht niet binnen van het semi-officiële "Jaarboek 2007 over Armoede en Sociale Uitsluiting" dat dit jaar in Vlaanderen het aantal alleenstaande ouders (voor meer dan 80% moeders) dat onder de armoedegrens leeft, gestegen is tot 35.1% tegenover 27.6% vorig jaar, een stijging dus met een kleine 8 (acht) %!
Natuurlijk zullen niet alle alleenstaande moeders die armoedig zijn of worden, hun kinderen vermoorden. Maar men moet de melk ook niet bij de kat zetten van diegenen die misschien meer "aanleg" hebben. Misschien moeten de beleidsmensen eens het standaardboek van Prof. Jean-Pierre De Waele (25 jaar lang hoofdpsychiater in de gevangenis van St-Gillis, waar toen het schuim van België doorgaans terecht kwam) "Daders van dodingen: Vergelijkende analyses. Antwerpen: Kluwer/Arnhem: Gouda Quint, 1990" lezen. Een boek waar ook Jef Vermassen zich o.a. op baseerde in zijn succesboek "Moordenaars en hun motieven. Meulenhoff/Manteau, 2004" (de opbrengst gaat naar een "goed doel", maar is tegenwoordig niet alles een goed doel?).
Hopelijk is het dus niet wachten op de volgende "zot" of "zotte" die als psychisch probleemgeval kan worden afgevoerd. De Duitse minister van Binnenlandse Zaken is alvast aan het nadenken geslagen. Want er zijn de laatste zes maanden een 15-tal kinderen door hun moeder vermoord! Zo snel verspreiden "genen" zich niet en psychische problemen worden ook niet door een virus overgedragen. Dus men moet nog niet gaan zoeken naar een vaccin!
Aantal Interneringen Verdubbeld
De verruiming van de psychiatrische diagnoses en de toename van het aantal mensen dat geestesziek wordt verklaard waar dit vroeger vermoedelijk niet het geval zou geweest zijn, leidden er blijkbaar ook toe dat meer en meer misdadigers niet tot een gevangenisstraf worden veroordeeld maar als geesteszieke worden geïnterneerd. In de praktijk betekent dat klaarblijkelijk dat deze mensen die normaal met een paar jaar gevangenis zouden weg komen, nu levenslang aan hun been hebben als geïnterneerde.
Zo blijkt althans uit onderstaand artikel uit De Standaard van vandaag 26 nov.
BRUSSEL - Een geïnterneerde keert niet gemakkelijk terug naar de samenleving. Eens geïnterneerd is vaak altijd geïnterneerd. Op die manier is het aantal geïnterneerden in tien jaar bijna verdubbeld.
Het aantal geïnterneerden is de voorbije tien jaar bijna verdubbeld. Er zijn vandaag ongeveer 3.300 geïnterneerden, dat is een toename van 82 procent in vergelijking met 1997. De gevangenisbevolking is, ter vergelijking, in die periode maar met een derde aangegroeid. De cijfers staan in de Artsenkrant en zijn afkomstig van het ministerie van Justitie.
Hoe valt die sterke aangroei te verklaren? Een eerste mogelijke verklaring is dat rechters meer mensen die een misdrijf plegen, interneren. Dankzij de bijstand van psychiatrische experts ontdekt Justitie nu sneller dan vroeger of een delinquent aan een geestesstoornis lijdt.
Maar evengoed geldt dat wie eens geïnterneerd wordt, nog moeilijk uit die situatie ontsnapt. Geïnterneerden die een gevaar voor de samenleving betekenen, komen in de gevangenis terecht waar ze geen aangepaste psychiatrische behandeling krijgen. 'Eens geïnterneerd, altijd geïnterneerd', besluit ook de Artsenkrant. 'Een geïnterneerde ontkomt nog nauwelijks aan zijn statuut.'
Tijdens het assisenproces tegen Hans Van Themsche stond de internering centraal in de discussie. Volgens zijn advocaten was Van Themsche geestesziek en had hij baat bij een internering. Maar de openbaar aanklager en de nabestaanden van de slachtoffers waarschuwden dat een internering in de feiten zou neerkomen op slechts een korte vrijheidsberoving. Deze cijfers die de Artsenkrant rapporteert, spreken dat tegen.
Een internering is geen straf zoals de vrijheidsberoving, maar een maatregel van onbepaalde duur ter bescherming van de samenleving. Voor wie lijdt aan een psychiatrische aandoening op het ogenblik van het misdrijf en nog altijd op het ogenblik van de beoordeling, volgt internering.
Er zijn iets meer geïnterneerden in Vlaanderen dan in Wallonië, 1.700 tegenover 1.600. En meer dan driekwart van de personen die de afgelopen tien jaar zijn geïnterneerd, is jonger dan 45 jaar. Het gaat ook vooral om mannen.
'De internering volgt het klassieke beeld van de gevangenisbevolking: vooral jonge mensen, en vooral mannen', zegt Raf De Rycke, gedelegeerd bestuurder van de Broeders van Liefde die heel wat geïnterneerden onder hun hoede hebben.
Momenteel zit nog een zeshonderdtal geïnterneerden in de gevangenissen (zonder aangepaste behandeling dus, zoals de Wet nochtans voorziet).
De helft van de geïnterneerden maakte zich schuldig aan misdrijven tegen personen, een kwart aan misdrijven tegen eigendommen en 16 procent beging een seksueel delict.
PS. België heeft bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg een bijzonder kwalijke reputatie voor wat betreft haar behandeling van geesteszieke misdadigers. In 1998 nog werd België door het Europees Hof veroordeeld wegens foltering en grove schending van de mensenrechten in de psychiatrische gevangenis Les Marronniers in Doornik.
Hoop?
Het was weer een merkwaardige dag vandaag!
1. een brave stadswerker is in Elsene met 10 schoolkinderen naar een warenhuis gestapt en heeft ze daar vergast op wat snoep. Na hooguit 10 minuten heeft hij ze mooi weer naar hun school gebracht. De man werd echter prompt opgepakt wegens "kinderontvoering met de verzachtende omstandigheid dat ze binnen de vijf dagen waren teruggebracht". De onderzoeksrechter zag gelukkig de banaliteit van de zaak in en liet de man vrij. Ondertussen is hij in de media, die dat soort banaliteiten natuurlijk graag opkloppen, wel voorgesteld als een gevaarlijke crimineel met Dutroux-allures. Ook zullen de Brusselse scholen de koppen bijeensteken om de "veiligheid" in de scholen te verhogen, m.a.w. om de scholen nog meer dan nu al het geval is het uitzicht te geven van een gevangenis.
Misschien kunnen ze overwegen boven de speelplaatsen stalen kabels te spannen zodanig dat er geen helikopters kunnen landen.
2. in het opvangcentrum voor probleemjongens De Markt in Mol wordt een gesloten containerpark gebouwd voor een tiental meisjes met opvoedingsproblemen. De meisjes, die helemaal geen bijzondere misdrijven hebben gepleegd (sommigen zijn borderliners die aan zelfverminking hebben gedaan), moeten er een maand in isolatie en totale afzondering verblijven: hun enige openluchtruimte is een naakte binnenkoer van 8 Op 16 meter "waar ze een sigaretje kunnen roken". In Vlaanderen heet zo'n beleid "welzijnszorg": moest minister van Welzijn Vanackere vernemen dat zoiets in China gebeurt, hij zou vermoedelijk vragen om de Olympische Spelen te boycotten.
3. Volgens een enquête van Test-Gezondheid (onderdeel van Test-Aankoop) lijdt ongeveer 1 op 5 volwassen Belgen aan een "depressie" (wat dat ook moge zijn), 17 procent om precies te zijn. Bijna twintig procent van de werkende bevolking en studenten beweert om die reden in de twaalf maanden voor de enquête afwezig te zijn geweest op werk of school.
Maar er is goed nieuws bij die cijfers. Heel wat van die 17% mensen die professionele hulp zouden kunnen gebruiken, doen daar geen beroep op. Dat is inderdaad het beste wat ze kunnen doen: uit alle onderzoeken blijkt dat 60% van de mensen met psychische problemen "uit zichzelf geneest" en maar 16% op basis van de specifieke hulpverlening. De rest blijkt beter te worden gewoon omdat ze met een therapeut kunnen praten, maar die therapeut had evengoed een vriend, familielid, prostituee of een toevallig op café ontmoette persoon kunnen zijn. Van de hulpverlening blijken vooral de hulpverleners zelf financieel beter te worden, veeleer dan de hulpvragers die door de therapie dikwijls zelfs van de regen in de drop komen. Inderdaad: als je naar de psychiater loopt, riskeer je ook nog dat als je iets doet wat die "deskundige" niet aanstaat, deze je gedwongen laat opnemen in de psychiatrie. Uitkijken dus!
4. En er is nog meer hoop in deze bange dagen. Binnen deze waanzinnige samenleving waar iedereen opgejut en opgejaagd wordt tot ie "geestesziek" of "crimineel" wordt, duiken de eerste signalen op dat de nieuwe generaties niet meer mee willen marsjeren. Het Nederlandse scholierenprotest vandaag tegen de werkdruk op school was massaal en bijzonder heftig. De scholieren zijn het spuugzat. Hieronder het verslag op de website van De Volkskrant:
Door het hele land zijn vrijdag scholierenacties uitgebroken. De scholieren van het voortgezet onderwijs protesteren tegen de hoge werkdruk en het aantal lesuren van 1.040 per jaar. In sommige steden lopen de acties uit de hand, in totaal zijn zeker twintig arrestaties verricht.
In sommige steden worden vernielingen verricht, gooien scholieren eieren naar de politie en steken ze vuurwerk af. In Middelburg hanteerde de politie de wapenstok. Er zijn zeker drie arrestaties verricht. Een politiewoordvoerder liet weten dat alles in het begin rustig verliep. ‘Maar daarna werden de scholieren baldadig en was er sprake van openbare ordeverstoring. Toen moesten wij als politie ingrijpen.’
Ook bij verschillende protesten van scholieren in Noord-Brabant zijn aanhoudingen verricht. Drie 15-jarige scholieren van het Dongemond College in Raamsdonksveer werden door de politie gearresteerd wegens openlijke geweldpleging. Het drietal zou tijdens een schoolstaking een bus hebben vernield. In Eindhoven werden twee scholieren opgepakt voor het gooien met eieren en het afsteken van vuurwerk, vertelden woordvoerders van de politie. In Drenthe zijn zeven arrestaties verricht. In Assen zijn zes leerlingen aangehouden en in Hoogeveen één. Zij gooiden met eieren.
De politie heeft in Purmerend twee scholieren opgepakt bij de vrijdag uitgebroken protestacties. Het tweetal luisterde niet naar de politie, zo maakte een woordvoerder vrijdagmiddag bekend.
Een cameraman van SBS6 is vrijdag door een scholier mishandeld tijdens de protestacties in Amsterdam. De cameraman heeft vrijdag bij de politie aangifte gedaan van de mishandeling, zo liet hij weten. Het slachtoffer was aan het filmen in de Pieter de Hoochstraat toen hij een harde klap op zijn hoofd kreeg. Hij hield er onder andere een scheur in zijn oor aan over. De dader is volgens hem door een fotograaf vastgelegd. De foto is aan de politie overhandigd.
Museumplein
Scholieren hebben rond het Museumplein in Amsterdam ruiten van auto's vernield tijdens hun protestactie. Op het plein kwamen vrijdagmiddag zeker duizend actievoerders bijeen. De politie is aanwezig maar had rond half twee nog geen arrestaties verricht. De leerlingen scanderen leuzen en maken herrie.
Op het Leidseplein, waar enkele honderden scholieren waren samengekomen, gooiden actievoerders met grote schaakstukken naar trams en winkels. De schaakstukken zijn afkomstig van het grote schaakbord in het trottoir op het Max Euweplein. Ook op het Leidseplein waren rond half twee nog geen aanhoudingen verricht door de politie.
Van Bijsterveldt
'Scholieren die zich bij protesten tegen de lesurennorm misdragen, plaatsen zich buiten de discussie', zei staatssecretaris Van Bijsterveldt van Onderwijs in een reactie op de scholierenacties. Ze vindt het wel goed dat scholieren willen meepraten over de kwaliteit van het onderwijs. ‘Maar het gooien van eieren en het trappen van rotzooi is geen constructieve bijdrage.’
Het Landelijk Aktie Komitee Scholieren LAKS wijst rellen af. Dat geldt ook voor bestuurslid Max Patelski van LAKS in Limburg. ‘Maar een eitje moet kunnen’, zei hij vrijdag.
Stadskantoor overhoop
In Roosendaal zijn scholieren van het Norbertus College naar het Stadskantoor van de gemeente gegaan en hebben de centrale hal overhoop gehaald. Dat zei een woordvoerster van de gemeente. ‘De situatie was voor de medewerkers best bedreigend’, vertelde ze.
Volgens haar ging het om een hele grote groep scholieren die stoelen en tafels omver gooiden. Ook werden informatiefolders uit rekken gehaald en op de vloer gestrooid. De actievoerders werden uiteindelijk met zachte hand door de bodes naar buiten gewerkt. Een klein groepje van de leerlingen bleef achter. ‘Ze waren duidelijk overdonderd en hebben zelf de rommel opgeruimd’, aldus de woordvoerster.
Msn-bericht
Via msn-messenger, vriendennetwerk Hyves en e-mail en sms stuurden scholieren massaal berichten naar elkaar door. De berichten gingen al sinds gisteravond als een lopend vuurtje rond, wat ervoor zorgde dat de staking massaal navolging kreeg, zo zeiden verschillende scholieren op het Museumplein. Het is niet bekend wie verantwoordelijk is voor de berichten.
Het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS) eist dat het minimumaantal lesuren van 1.040 per jaar wordt teruggebracht tot 960. De scholierenbond vindt verder dat de loze uren tussen lessen tot een minimum moeten worden beperkt. Nu zitten scholieren veel zinloze uren hun tijd uit op school.
Afgelopen weken
In de afgelopen weken werd ook gestaakt, maar op verschillende plekken en op verschillende dagen. Toen kwam het onder meer in Groningen het tot ongeregeldheden.
slangen vs. sanctorum
De VVJ wijst erop dat prijsvrijheid veronderstelt dat er geen ongepaste intimidatie wordt uitgeoefend op journalisten en publicisten die een kritische stem laten horen. De vorderingen van Slangen zijn dan ook allebei onaanvaardbaar."
MSN Groups & Communities
Op Microsoft Network MSN Groups & Communities wemelt het van de zelfhulpgroepen 'geestelijke gezondheid': depressie, angst & paniek, anorexia, borderline, etc. De leden opereren er quasi allemaal onder schuilnaam, uiteraard om hun privacy als psychiatrisch patiënt te beschermen. Maar hoeveel van die pseudo's eerlijk en integer zijn is uiteraard niet na te trekken. Ook weet je niets over de beheerders en hun (ware en onware) bedoelingen, want ook zij opereren onder een schuilnaam en hun ideniteit valt niet te achterhalen.Het wordt tijd dat MSN ingrijpt tegen het grote aantal lieden die de MSN faciliteiten misbruiken en zichzelf een pseudoniem geven, niet om hun privacy te beschermen, maar om munt te slaan uit de geestelijke nood van anderen. (als u mijn identiteit wilt kennen, mailt u me maar: lousalome1@msn.com ).
We zullen misschien eens een klein dossiertje maken van mensen die reeds ontmaskerd zijn omdat ze op de MSN groups geestelijke gezondheid alleen maar cliënten ronselen voor dubieuze "psychotherapie", reclame maken voor boekjes die ze nergens anders verkocht krijgen, soms gewoon leugens vertellen over bepaalde "ziektes" en hun behandeling en, jaja, zelfs propaganda maken voor nazistische ideeën, zoals Carl Gustav Jung's volkerenpsychologie (i.e. het verschil tussen de "psychologie" van Ariërs en Joden). De site die zich met deze nazi-porpagande verdienstelijk maakt, Manisch Depressief & Psychotisch hebben we verleden jaar na dreiging met gerechtelijke klacht "uit de ether gehaald". De beheerders zijn echter terug actief onder de naam "msn vzwpsychiatrisme".
Wij beschouwen het als onze opdracht de msn groups waarvan we weten dat de beheerders gesponsored zijn door belanghebbende farmaceutische bedrijven of samenwerken met psychiaters die openlijk pleiten voor meer dwangbehandeling, elektroshocks, isolatie etc. het leven zuur te maken.
Denken de msn groepsleden echt dat malafide personen en bedrijfjes niet weten dat zij hier een gemakkelijke prooi hebben aan kwetsbare mensen?
Lou Salomé, NPS-medewerkster
Armoede en Armen van Geest
We lazen net in Knack een uitgebreid artikel over de armoede in Brussel, hoofdstad van Europa. Eén op drie Brusselaars is arm, d.w.z. moet leven met minder dan 822 euro, het bedrag dat in België wordt gehanteerd als de 'armoedegrens'. Het is vooral in de Brusselse centrum-gemeenten (u weet Brussel telt 19 gemeenten) dat de toestanden schrijnend zijn: torenhoge werkloosheid, geen degelijk onderwijs (zeker niet voor de allochtonen die daar in grote getale wonen), geen sociale woningen, etc. De gemiddelde huurprijs voor een appartement van 1 kamer (zonder eigen bad, douche of toilet!) is in 2007 reeds opgelopen tot 420 euro. Mensen met een uitkering of een leefloon moeten tot 65% van hun inkomen besteden aan huur.
De kleine gemeente St-Joost-ten-Noode is er het ergst aan toe: de legendarische socialistische burgemeester Guy Cudell zette in de jaren 1970 en 1980 de deuren van zijn gemeente open voor politieke vluchtelingen en asielzoekers van overal ter wereld en schiep daarmee ruimte voor migranten van de meeste diverse continenten. Er zijn nu in St-Joost met haar bevolking van 24.000 inwoners meer dan 150 nationaliteiten, vooral Turken (maar ook veel Koerden en Armeniërs, aartsvijanden van de Turken dus). Een ingeschreven inwoner van St-Joost beschikt, zo heeft men uitgerekend, over 5 vierkante meter levensruimte. Reken je daarbij het grote aantal mensen in St-Joost die NIET ingeschreven zijn, dan wordt dit nog een pak minder.
We hebben er hier op deze site al meermaals voor gewaarschuwd dat de toename van de sociale ongelijkheden (in België, maar ook elders in Europa, zie maar de toenemende problemen in de Nederlandse steden ook) niet alleen een permanente bedreiging is voor de geestelijke gezondheid (maar daar leven de 'zorgverstrekkers', die tot de betere middenklasse, behoren nu natuurlijk juist van) en voor de veiligheid (en daar leeft nu juist de politie van; kunnen we het een maatschappelijk verwaarloosde jongere kwalijk nemen dat hij een rijk uitgedoste dame haar sjieke Delvaux handtas afhandig maakt?), maar vooral een tijdbom is die tot allerlei kleine burgeroorlogen zal leiden. En inderdaad: de boel is aan het ontploffen. De arme werkloze Turkse jongeren van St-Joost en Schaarbeek koelen nu, naar aanleiding van de spanningen in Koerdistan aan de Turks-Iraakse grens, hun woede op Koerden en Armeniërs. Dat de politie een betoging van Turkse jongeren verbood (zogezegd omdat er bij die betoging nog meer vernielingen zouden zijn geweest), doet de wenkbrauwen fronsen. Blijkbaar zoekt ook de overheid de confrontatie, zodat ook de politieagenten eindelijk eens kunnen tonen wat ze in hun opleiding hebben geleerd.
En twee bladzijden verder wordt in dezelfde Knack nog eens herinnerd aan de beruchte email waaruit bleek dat Greet Op de Beeck, VRT-medewerkster en levensgezellin van minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael, 35.000 euro betaald kreeg door de ondertussen naar aanleiding daarvan opgestapte Vlaamse minister van Economie Fientje Moerman. 35.000 euro voor wat? Om moderator te spelen voor 4 debatten van hooguit 3 uur lang. Minister Moerman was er snel bij om één en ander 'recht te zetten': in de email, nochtans nagezien door vijf medewerkers, was een tikfout geslopen: het hoorde 3.500 euro te zijn. Dat is ongeveer 600 euro per debat van 3 uur.
600 euro? Dit is iets minder dan het Belgische maandleefloon waarmee een sukkelaar in Brussel of elders dan nog een appartement (of beter gezegd kamer) van 300 à 400 euro moet betalen. Armoede en depressie? Och, wat Prozac, Seroxat of Efexor! Armoede en criminaliteit? Och wat jeugdgevangenissen voor 14-jarigen!
Leve Brussel-Halle-Vilvoorde!
Jeugdsanctierecht
Dat ze al dat geld om nieuwe kamers van jeugdrechters en andere rechters te benoemen en om mislukte pedagogen tot directeurs van nieuwe jeugdgevangenissen te promoveren plus het ganse bordeel errond te betalen met de Visa-kaarten erop en eraan, dat ze al dat geld toevoegen aan de pot voor de kinderbijslagen van minder begoede gezinnen, om het achterstallige alimentatiegeld uit te betalen aan gescheiden alleenstaande moeders met kinderen, enzovoort....Plus laat we de handtassenfabrikant Delvaux die uiteindelijk alleen dieren laat mishandelen, verplichten zijn winst over te maken aan deze diensten voor kinderbijslagen etc.
Teach your Parents well!
(Crosby, Stills, Nash & Young, 1971)
Allez, nog éénmaal dan!
De schuldgevoelens van de media zijn er al. Amper één uur na het vonnis programmeert Terzake VRT voor vanavond:
1. Levenslang krijgt Hans Van Themsche voor de moorden op de peuter Luna en haar Malinese oppas Oulematu. Terzake maakt de eindbalans op van tien bewogen procesdagen. Paul Vandemeulebroucke, advocaat van de veroordeelde Hans Van Themsche, komt naar de studie.
2. En is het voor een moordenaar mogelijk om terug te integreren in de maatschappij nadat hij zijn straf heeft uitgezeten? We vragen het aan advocaat Walter Vansteenbrugge. Hij verdedigde ooit een moordenaar die vandaag terug succesvol meedraait in de maatschappij.
Nu Hans gelukkig levenslang in de bak zit, mag er eindelijk ook iets goeds over hem worden gezegd. Wat een hypocrieten allemaal, die media!
Gevoelens en Emoties
Het ganse proces Hans Van Themsche was er één van gevoelens en emoties. Een hoogdag dus voor de mensheid, zo lijkt het. En Hans Van Themsche's laatste woorden klonken: "De afgelopen dagen waren hier veel zware en emotionele momenten die de hele zaal in hun greep hielden. Ik heb dat voor het eerst gemerkt en ik vind dat heel erg, heel erg. Wat ik heb gedaan was fout, fout, fout. Ik besef dat, maar ik voel het niet. En ik wil de emoties vatten, om het proces te kunnen begrijpen. Ik wil kunnen voelen. Ik wil een mens worden." De strategie van de verdediging waarbij Hans de koele emotieloze Asperger moest spelen om zo internering en kans op maatschappelijke reïntegratie af te dwingen, was dom, want ze maakte uiteraard geen kans bij onze betere middenklassers die tuk zijn op een bepaald soort emoties (eeuwenlang verdriet, verslagenheid, 'ik begrijp niet dat iemand zoiets kan doen', huilen bij een soort postmoderne biechtvader, etc.), althans als er camera's in de buurt zijn.
Nog niet zo lang geleden werd de Mens, die Hans dus wil worden, omschreven als een met "Rede begiftigd dier". In Vlaanderen ben je een mens als je de juiste trendy gevoelens hebt op het juiste moment.
1. heeft Hans geen gevoelens? Nu, dat zou ons ten zeerste verwonderen. Soit.
2. en zo nee: van wie moet hij die gevoelens dan leren? Van de elkaar kussende en knuffelende Jef Vermassen's en co die aan dit proces dik geld verdiend hebben aan honororia en kranten- en tv-interviews? Van de journalisten die zelfs binnen hun eigen redactie, over lijken gaan als ze in de running zijn voor eenzelfde bevordering of kans maken een collega voor te zijn als er ergens een journalist-vedette een debat van 2 uur moet modereren voor 5.000 euro? Van al die BV's en aspirant-BV's die hun kinderen hooguit 3 uur zien op een week, maar die de fotograaf (zelf van het genre) vragen een kind van 1 jaar mee te brengen zodat onze BV kindvriendelijk kan poseren? Van de politici die hun echtgenotes, schoonouders, zonen en dochters benoemen in vzw's die ze voor dat proles hebben opgezet en die de ambtenaar die dat door heeft, laten ontslaan? Van de KMO-ers, bedrijfsleiders en restauranthouders die illegalen te werk stellen aan 4 euro per week? Van de linksen die neerkijken op alles wat een beetje krapuul lijkt? Van de psychologen en psychiaters die in hun kennis over emoties en gevoelens een kind van 6 jaar ADHD noemen en, als de Rilatine niet werkt, het een week later autist noemen, ASS Asperger?
Kortom, van al die schijnheilige, koele op geld en villa's beluste egocentristen en narcisten die hun brood verdienen met het kopen en verkopen van gevoelens en emoties? Deze 'betere middenklasse' is er mooi ingeslaagd dat een sukkelaar hen levenslang niet meer voor de voeten loopt, wel wetende dat deze Hans zelf maar het slachtoffer is van een neoliberaal maatschappelijk klimaat van genadeloze wedijver en competitie dat ze zelf als samenzweerders in het begin van de jaren 1990 knoeiend in elkaar hebben geknutseld, met het oog op het binnenhalen van meer inkomens door het speculeren met beursaandelen. Deze middenklasse die voorop zal lopen als Iran de oorlog moet worden verklaard, maar zodra het eerste schot zal vallen de wijk zal nemen naar hun buitenverblijf op de verre Fidji-eilanden, omdat ze weten dat de schuilkelders in hun huizen op Antwerpen Zuid met smeergeld zijn betaald en qua kwaliteit niet eens bestand zijn tegen een traangasgranaat.
Voilà: laten we het doek vallen over deze zaak. We heropenen het dossier op het nieuwe Neurenberg-proces na de Derde Wereldoorlog. Nu eerst een paar jaar onderduiken bij de everzwijnen in de Ardennen.
Hans Van Themsche: Ons Verdict
Onze jury motiveert na beraadslaging haar verdict als volgt:
"Als je als meerderjarige op je internaatkamer nog geen foto van een blote babe moogt hangen, tja, dan wordt iemand met een zeker of een hoog risico of een overgevoeligheid wel eens een (zelf)moordenaar als ie naar aanleiding van een andere banaliteit (met name: roken op de kamer) als een klein kind wordt aangepakt. Wij vinden het vreemd dat de directie van de school en van dat internaat door de Rechtbank blijkbaar niet is opgeroepen en zich niet heeft moeten verantwoorden. Wie heeft hen buiten de zaak gehouden???
In dat internaat is nochtans de helse strooptocht van Hans VT ingezet! Misschien was dat internaat in wezen veel discriminerend en ja racistischer dan Hans VT zelf en dan het VB-lidmaatschap van zijn ouders en tante!"
Correspondentie Netwerk en MindFreedom International
MFI is een door de Verenigde Naties erkende ngo ter verdediging van de rechten van de 'mentally ill', de 'geestesgestoorden' dus.Dear Eric,
According to our database, we have zero (0) members, affiliates or sponsor groups in Belgium.
We have listed quite a number of MAD PRIDE related events all over the
world for 2007. We have added a disclaimer, a "Listing" of MAD PRIDE and
related events, but this is for information purposes only. A group listed is not
necessarily a member, sponsor or affiliate of MindFreedom, and listing is not necessarily an endorsement of the group."
Sincerely,
David
David Oaks, Director, MindFreedom International
(7th October 2007)
Dear David,
Indeed MFI has no member or affiliate group in Belgium. As I told you some months ago when Dan Kriegman transmitted us the Zyprexa-files, we (The Network Psychiatry and Society) would like to be a member as we share fully your goals, but we started our activities only since March 2006 and we have no income at all (no member fees, no money from government or sponsors as we want to be totally independent) and we have a lot of costs helping people in trouble, so we could not afford the donation for MFI. The Network has even a court charge for defamation of a leading Belgian psychiatrist who wants to broaden the cases for forced hospitalisation and forced treatment. And we critcized him on our blog.
However as I told you these association Uilenspiegel (Owlish Mirror) who organized the Mad Pride in Belgium (which was a complete failure, due to the ambiguous and vague revendiations: they are not against forced treatment, not against ECT, not against isolation cells, and so on, so only a few "mentally ill" people were attracted to that Mad Pride in Belgium; Uilenspiegel collaborates fully with the biopsychiatric system; most of their members are not 'mentally ill', but psychiatrists, psychologists, etc.) has all over a month long used the name of MindFreedom International and the Mad Pride International Campaign, saying that they had your support and so you were presented to the Belgian press. As they were even financed by banks and a lot of semigovernment associations, they have now the image of being the one and only association defending the rights of mentally ill in Belgium. And this also means that we and the Sarah Movement who is a christian inspired antipsychiatric organisation, particularly investigating death cases and suicides in psychiatry hospitals and acting against "euthanasia" of mentally ill, yes this is an issue in Belgium!) are handicaped by the fact they abused MFI for their purposes of getting government funds and power within
the system of councils deciding on issues concerning mental health.
So we would like to ask you to send a statement to the Belgian press that the Belgian Mad Pride of 6th October was not supported and endorsed by MFI, as we have always believed seen the divergence of the goals of MFI and this organisation Uilenspiegel. You can do this statement to redactie@belga.be (Belga is the belgian agency press, a thing like Reuter) and ips@ipsnews.be and persinfo@telenet.be (the last two press agencies are Flanders, the Dutch speaking Northern region of Belgium; Uilenspiegel is a Flemish association and has only Flemish members, no French speaking or Brussels' members). We would appreciate such a statement of yours because we consider their abuse of your name and the affirmation of your endorsement as totally immoral, not to say "criminal". Because it is a bad thing for the Belgian mentally ill and their rigths for emancipation and for voluntary treatment.
Anyhow, I will look for a means for becoming full meber of MFI.
Thank you for considering our request,
Eric
Coordinator Network Psychiatry & Society
Bert gefascineerd door Autisme.
Op zijn website www.bertanciaux.be/ trekt minister Bert Anciaux (terecht) van leer tegen de psychiaters en hun besmeuring van het imago van het autistisch kind in het proces Hans Van Themsche. Via zijn mail voegden we er het volgende aan toe (wij mogen met zijn toestemming de minister met 'je' aanspreken):Dag Bert,
Ik volg je volledig in je morele verontwaardiging. En autisme is inderdaad fascinerend. Het communiceren met echt autistische kinderen is een bijzondere opgave en verplicht ons telkens het beste uit ons te halen als mens. Maar ik vrees dat de autisten ook het slachtoffer zijn van een kwalijke ontwikkeling die de hele geestelijke gezondheidszorg van kinderen treft en waaraan jammer genoeg meer en meer ook échte en vermeende autisten en vooral hun ouders met steun van de Vlaamse Vereniging Autisme gretig aan meewerken.
Nog geen 10 à 15 jaar geleden was men zeer terughoudend met de diagnose autisme. Nu wordt er jammer genoeg mee gegooid, net zoals met ADHD en weet ik wat allemaal bij kinderen. Zelfs de alom bekende kinderpsychiater Peter Adriaenssens doet daar aardig aan mee. Hij vindt het nu al blijkens De Morgen een goede ontwikkeling dat ouders angstig en bezorgd zijn voor het welzijn van hun kinderen. Zijn stelling lijkt zo vanzelfsprekend dat de zielige perversie onopgemerkt voorbijgaat. Het is een teken dat dokter Adriaenssens zich erbij neerlegt dat deze samenleving angst oproept bij kinderen en ouders: natuulijk hij verdient er zijn brood mee. Wij vinden echter primair dat kinderen recht hebben op ouders die niet nodeloos angsten en zorgen moeten hebben voor hun welzijn en veiligheid. Het is een ontwikkeling waar vooral de psychologen, psychiaters en therapeuten zelf mee gebaat zijn en niet de kinderen, sorry.
Zieliger nog is de aandrang waarmee sommige (ik zeg wel sommige!) ouders, maar het zijn wel de hardste roepers en de grootste 'verdedigers' van autistische en ADHD-kinderen, zorgverstrekkers smeken om een etiket en een diagnose, liefst met de mededeling erbij dat het in de genen zit, zodanig dat ze hun eigen gedrag als ouder en opvoeder niet moeten bevragen en bijsturen en zij opgelucht business as usual kunnen doen, want ZIJ hebben geen schuld. En ze zien niet eens de paradox: als het in de genen zit, dan komt het OOK van hen, tenzij de moeder overspel heeft gepeegd en het alleen van haar komt (hihi, even een grapje!).
Autisme was vroeger een vakterm voor een vrij uitzonderlijke aandoening. Nu is het een dagelijks passe-partout woord geworden. En allerhande door ouders en leerkrachten ongewenste en 'storende gedragingen van kinderen ('storend' voor hen, doorgaans niet voor het kind!) worden nu met een consultatie van 30 minuten en betaling van 1250 euro gemedicaliseerd, gepsychologiseerd en gepsychiatriseerd tot autisme, ADHD, etc.. Een misschien ambetante karaktertrek van een kind (maar is dat niet het wezen van het kind: ambetant en een beetje stout te zijn?) wordt dan plots in de sfeer van de geestesziekte en de psychopatie getrokken. En dan krijg je op de duur inderdaad wat we in het proces Hans Van Themsche hebben gezien. Treurig dat heden ten dage nog kinderen en volwassenen zoals onze Hans op basis van Rorschach-vlekken en het tekenen van een boom worden 'bestudeerd' en van een indrukwekkende naam worden voorzien ('autist', 'narcist', 'Asperger', etc.). Zoals telkens maakt de psychiatrie en zeker de gerechtspsychiatrie een bijzonder slechte beurt. Maar goed ook! Zo worden op de duur deze lieden die doorgaans zelf niet tot een menselijke ontmoeting met een misdadiger in staat zijn of beter gezegd: niet bereid zijn, misschien gewoon uit de rechtszaal verwijderd en krijgen zij zoals iedereen het statuut van 'moraliteitsgetuigen' in plaats van 'experts'.
Een autist verdient beter dan deze komedie, dat is zeker.
Het Netwerk kan ook constructief zijn hoor!
Wij zijn bijzonder verheugd dat Uw voorzitter, Uw Studiedienst en U zelf in deze tijdsperiode, waarin U ongetwijfeld andere politieke katten te geselen hebt, aandacht hebben besteed aan onze vraag naar het onderzoeken van mogelijkheden voor de beroepsperspectieven en de kansen voor geesteszieken om een bijdrage te leveren aan de samenleving. Wij kunnen u nu reeds melden dat wij ook van de hoogste instanties van UNIZO, VBO, ACV en ABVV (zowel werkgevers als werknemers dus) een aanmoedigend antwoord hebben ontvangen. Er lijkt dus in ieder geval een draagvlak te zijn om deze materie zowel 'humaan' als 'sociaal-economisch' met een nieuwe frisse blik te bekijken. Wij verheugen er ons dan ook op dat U deze kwestie in het parlement ter bespreking en discussie aan de orde zal brengen.
Het is ons uiteraard niet enkel te doen om het aspect van de 'economische activering' van invaliden, in het bijzonder 'geesteszieken' dus. Centraal voor ons staat een humanisme (dat de VLD als liberaal-humanistische partij tot niet ongenegen is) dat mensen met psychische problemen of crisissen garanties biedt op een zinvol levensperspectief eerder dan via etiketten als schizofrenie, borderliner of manisch-depressief afgevoerd en maatschappelijk 'uitgeschakeld' te worden met methodes zoals vrijheidsberoving en feitelijke opsluiting, dwangbehandeling, elektroshocks, therapeutisch onverantwoorde overmedicatie, enz. De huidige aanpak kost de samenleving miljarden euro's zonder dat het duidelijk is welke baten deze aanpak oplevert voor de betrokken individuen (integendeel in de 'psychiatrie' zijn jaarlijks vele doden en zelfmoorden te betreuren) noch voor de samenleving noch voor de economie. Wij gaan uit van de gedachte dat een individu met psychische problemen dat het uitzicht blijft behouden op een zinvol levensperspectief zowel privé als professioneel, automatisch nuttig zal zijn voor de samenleving en de economie in de breedste zin van het woord, terwijl de huidige aanpak veeleer afgestemd is op de belangen van de zorgverstrekkers eerder dan op de mensenrechten van de 250.000 mensen met psychische problemen die ons land rijk (sic!) is. De miljarden die nu op deze manier worden besteed en zwaar wegen op de overheidsbudgetten, zouden dan beter kunnen worden besteed voor een beleid van echt psychosociaal welzijn voor de bevolking zodat automatisch ook het aantal geestesziekten en bv. het aantal zelfmoorden zou dalen (in Vlaanderen binnen de EU en de ganse wereld toch dramatisch en onaanvaardbaar hoog). Een samenleving met 40.000 mensen die feitelijk opgesloten zijn in instellingen waar ze in de praktijk soms nog niet eens het recht hebben om naar het Laatavondjournaal te kijken als dat na 23u. geprogrammeerd is, kan bezwaarlijk een beschaafde of gezonde samenleving worden genoemd.
U zal het vermoedelijk met ons eens zijn dat de VLD (en het zelfde geldt voor de SP.a en andere partijen) in het verleden niet erg actief was op het terrein van de geestelijke gezondheidszorg en deze materie traditioneel overliet aan de zorgen van Caritas Catholica. Nu willen wij hier zeker geen levensbeschouwelijke kwestie van maken: wij werken als eerder vrijgeestig en vrijzinnig georiënteerde vereniging bijzonder intens samen met de eerder christelijk geïnspireerde Sarah Beweging; wij delen met Sarah het uitgangspunt dat de geestelijke gezondheidszorg een kwestie is van psychosocial welzijn en geen medische materie. (Noch wij noch de Sarah Beweging hebben ons dan ook ingelaten met de Mad Pride van 6 oktober 2007 waarbij de psychiatrische patiënten werden misbruikt door de vzw Uilenspiegel - officieel een erkende 'patiëntenvereniging', maar er dan wel eentje dat akkoord is met dwangbehandeling, uitholling van de patiëntenrechten voor psychiatrische patiënten zoals nu voorzien in de zeker onvolmaakte Wet betreffende de Patiëntenrechten, elektroshocks, etc.; overigens misbruikte Uilenspiegel ook de door de Verenigde Naties erkende ngo MindFreedom International, dat de internationale Mad Prides coördineert, en helemaal GEEN steun verleend heeft aan de Belgische "Mad Pride"; wij, het Netwerk en Sarah, ondersteunen geen acties die alleen bedoeld zijn om de leden van de raad van bestuur van zogenaamde patiëntenverenigingen zelf meer overheidsgeld en macht te geven via zittingen in federale en Vlaamse Commissies allerhande).
In het verleden hebben wij goed samengewerkt met VLD-senator Annemie Van de Casteele, die jammer genoeg op 10 juni geen kandidaat meer was. In die zin zou het ons vergenoegen te mogen weten wie binnen de VLD Uw aangekondigd initiatief zal nemen. Wij stellen onze eigen professionele competentie (ik ben zelf doctor in de psychologie) en ervaringsdeskundigheid zeker ter beschikking om met deze politieke mandataris(sen) naar constructieve min of meer haalbare voorstellen te zoeken en het debat op een nieuwe leest te schoeien.
Gelieve dan ook deze mail aan Uw voorzitter en Uw Studiedienst te bezorgen met nogmaals onze dank voor hun belangstellling.
Hoogachtend,
E R I C R O S S E E L
Netwerk Psychiatrie & Samenleving
http://psychiatrie.blogse.nl
Grtoe Winkellaan 94
***************************
Geachte heer Rosseel,
Namens voorzitter Bart Somers en Open Vld wens ik u van harte te danken voor uw mail d.d.17 september jl. Deze heeft onze volle aandacht genoten en werd tevens voorgelegd aan onze studiedienst. Gelieve onze oprechte excuses te aanvaarden voor het laattijdige antwoord.
Onder de paarse regeringen werd een regeling getroffen die voorziet in een progressieve werkhervatting van invaliden. Vermits Open Vld het opzet heeft om onze werkzaamheidsgraad te conformeren aan de Lissabondoelstellingen, is het van belang om zoveel mogelijk mensen aan de slag te helpen. Bovendien spelen niet alleen de nuchtere cijfers (de bewuste 70%-norm), maar ook het sociaal en geestelijk welzijn van de werknemers. In het geval van geesteszieken lijkt het ons dan ook wenselijk te zoeken naar methoden die hen ondanks hun ziekte toestaan om actief te zijn op de arbeidsmarkt. In deze gevallen is enige creativiteit aangewezen. De Nederlandse piste zoals die in de mail wordt aangehaald is daartoe een mogelijke inspiratiebron. Het streven naar administratieve transparantie is sowieso een algemeen objectief van Open Vld, dus ook in deze materie. Belangrijk is dat mensen die willen werken de kans krijgen om dat ook te doen en er bovendien financieel niet voor gesanctioneerd worden.
De aangebrachte problematiek lijkt ons dan ook interessant om aan te kaarten bij de bevoegde ministers aan de hand van een schriftelijke parlementaire vraag. We zullen dan ook niet nalaten om deze schriftelijke vraag te stellen van zodra de nieuwe federale ministers aan de slag kunnen gaan.
Met vriendelijke groeten,
Aubry Cornelis
OpenVld - Persdienst
En dan nog maar met 150?
Initiatiefnemer : UilenSpiegel vzw, Patiëntenvertegenwoordiging Geestelijke gezondheidszorg. Met bijzondere dank aan : Brandpunt 23 vzw (sociale fotografie) - ENUSP (Europees Netwerk voor gebruikers en overlevenden van de psychiatrie) - Luss asbl - Nationaal Intermutualistisch College - Pasifou asbl - Psytoyens asbl - De Schakel (Brussel) vzw - Trefpunt Zelfhulp vzw - Vlaamse Vereniging Geestelijke Gezondheid vzw - Vlaams Patiëntenplatform vzw - Fortis Foundation - Vlaamse Vereniging van Klinisch Psychologen (VVKP) - Belgische Federatie van Pychologen (BFP) - L’R de rien asbl - Stad Brussel - het volledige vrijwilligersteam voor hun steun. EN HUN GELD: geld van de bank en de overheid. Plus iemand die het zaakje op alle Nederlandse, Hollandse en Friese sites zette en tot op de Waddeneilanden reclame maakte.
Het heeft allemaal niet mogen baten. Toch maar 150 aanwezigen op de Mad Pride, ondanks de aanwezigheid van de brede heupen van Kristien Hemmerechts (zus van een schizo naar het schijnt, of omgekeerd).
De "patiënt" zal wel met de natte vinger gevoeld hebben welke machinatie hier achter zit. Uilenspiegel is maar in één ding geïnteresseerd: GELD en MACHT om overal "namens de patiënt" over mee te beslissen, samen met diegenen die rond 2000 Uilenspiegel hebben gekaapt: de psychiaters zelf, met natuurlijk deze van Kortenberg voorop: de meest kaloten van allemaal. Ja, je kan hun namen niet misverstaan. Maar sinds we een proces voor laster en eerroof aan ons been hebben, noemen we zolang we niet vrijgesproken zijn, best geen namen meer. Wij krijgen geen 100.000 euro overheidstoelage.
Maar tot op heden is machtswellust nog niet tot een "stoornis" of "ziekte" verklaard. Armoede wel bv. of in de klas je tong uitsteken naar de leraar.
EEN eis hebben wij maar:
ONMIDDELLIJKE SLUITING VAN ALLE PSYCHIATRISCHE ZIEKENHUIZEN !
Letter to Mindfreedom International
MindFreedom International (MFI) is een ngo voor de emancipatie van ‘geesteszieken’ erkend door de Verenigde Naties, die de internationale Mad Pride op gang tracht te brengen.
Dear President MFI,
Dear David,
How are you?
Sorry for the content of the following letter.
The Netwerk Psychiatrie & Samenleving (Network Psychiatry & Society) and the Sarah Beweging (Sarah Movement), the only antipsychiatric movements in Belgium, want to protest against your support of the Mad Pride in Belgium, organized on 6/10/2007 by Uilenspiegel, a corrupt 'patient organization' who is sponsored by the Association of Psychiatric Hospitals and by pharmaceutical firms. Uilenspiegel has no objection against forced treatment or ECT, and so on. We are available for more data concerning this organization. Moreover of the 150 demonstrators, only some 20 were "patients", the others were "care-takers".
Moreover the idea of the Belgian Mad Pride was ours: we foresaw a demonstration on the 30th of June but due to the fact that there is since the 11th of June no government in Belgium we delayed our radical and unambiguous protest till April 2008.
We ourselves are putting translated messages from the USA Freedom Center and Mindfreedom on our sites since the beginning of our existence in January 2006. We were the only ones for instance in Belgium to have a copy of the Zyprexa-files and make them available to the press. The organizer of the Mad Pride in Belgium, mr. Rafaël Daem, "president" of Uilenspiegel, even intervened among journalists not to make mention of the existence of the Zyprexa-files. They even refused to inform their members about the existence of Will Hall's Guide for Coming off Psychiatric Drugs.
These Uilenspiegel people are really corrupt and they have more psychiatrists among their members than "patients". They are even supporting forced treatment, ECT and forced medication. The only thing these people want is money from the government, from the industry, from medical associations and so on. Their political links are rather right wing and what we call in Belgium "extreme-right".
Best Greetings,
Eric Rosseel (officially "manic-depressive")
Coordinator Network Psychiatry & Society
Mad Pride een Complete Mislukking
De Sarah Beweging stuurde een bericht naar de media waarbij we ons 100% aansluiten.
Beste Redacteur,
http://psychiatrie.blogse.nl
Van: Sarah Beweging (sarahbeweging@skynet.be)
Onderwerp: mad pride, beschamend respectloos
Madpride, beschamend respectloos
Als stichter-voorzitter van de vzw UilenSpiegel (thans Sarah Beweging) en in naam van de 250.000 Vlaamse” psychiatrische patiënten” distanciëren wij ons volledig van het Madpride-evenement van vandaag zaterdag in Brussel. Er waren zaterdag in Brussel geen vijfhonderd deelnemers (zoals UilenSpiegel aankondigde in de kranten) maar wel een vijftiental leden van die vereniging naast een honderdtwintig hulpverleners uit de psychiatrische sector. UilenSpiegel telt namelijk slechts enkele tientallen leden-patiënten. Het getuigt van weinig respect voor de personen met een psychische problematiek deze te profileren als gekken en/of holebi’s. Ook is het niet erg respectvol dat holebi’s of mensen met een depressie of met een psychische problematiek bijna als vanzelfsprekend als psychiatrische patiënten bestempeld worden zoals dit hier door UilenSpiegel gebeurt.
We vragen ons wel af waarom dhr. Daem zo sceptisch doet tegenover de hulpverlening en tegenover de psychofarmaca-industrie die dit evenement gul mee ondersteunen en met wie hij voortdurend rond de tafel zit.
Ik vind de ‘madpride’ beschamend respectloos tegenover de duizenden onnodige doden die onze maatschappij in samenwerking met de traditionele bio-psychiatrie maakte in de afgelopen jaren.
Jan Vanhaelen
woordvoerder Sarah Beweging
Kloosterstraat 159
1700 Dilbeek
Tel./fax 02 466 48 50
Web: http://www.sarahbeweging.net
Haha, die experten toch ...
Gelezen op vrtnieuws.net naar aanleiding van het psychologisch en psychiatrisch onderzoek door deskundigen (psychiaters en psychologen) naar de persoonlijkheid en de geestesgesteldheid van onze brave moordenaar Hans V. T.:
(http://www.vrtnieuws.net/cm/):
"De voorzitter van het Hof wil morgen meer duidelijkheid krijgen over de geestelijke toestand van de dader. In de namiddag komt een college van deskundigen zijn visie geven op de psychiatrische expertises van beide partijen."
Een college deskundigen die dus deskundig zijn in deskundigheid. Een supercollege dat dus zal zeggen wie van de deskundigen deskundige is en wie beunhaas of kwakzalver. Dat lijkt verdraaid de moeite om even naar Antwerpen te sporen. Eindelijk antwoord op de vraag of psychiaters en psychologen wel begaafd genoeg zijn om te oordelen of iemand anders wel (hoog)begaafd is (Hans V.T. beweerde van zichzelf dat hij slimmer is dan de meeste van zijn medeleerlingen, en dus hebben de psychologen zijn 'hoogbegaafdheid' getest, maar Hans heeft nooit gezegd dat hij hoogbegaafd is, want inderdaad hoogbegaafden zijn doorgaans niet bepaald slim! En om te doen wat Hans deed moet je inderdaad slim zijn, maar je hoeft zoals minister Frank Vandenbroucke geen IQ van 160 of meer te hebben).
We zijn dus benieuwd naar de samenstelling van dit supercollege van sukkels dat zal oordelen over de sukkels die gooien met termen als narcist, psychopaat, autist, Asperger (en asperge) en naar hun argumenten. Wie zijn die supermensenkenners die de reeds opgevoerde mensenkenners zullen vragen een tekening te maken van een boom en uit de grootte van de wortels, het aantal takken en bladeren zullen afleiden wie in de toekomst zijn of haar carrière als mensenkenner mag voortzetten. En wee de slimmeriken die pogen te faken en te cheaten (zeuren in het Westvlaams) door hun STAMBOOM te tekenen.
Als van al dat bovenmenselijk Licht dat daar zal schijnen de elektriciteit maar niet uitvalt in de rechtszaal.
Gelukkig zal de volksjury zijn middelvinger in de lucht steken en daarna een dutje doen (de super- of metadeskundigen komen namelijk op het uur van de siësta!).
HVT en de Rorschach-test
Blijkbaar baseren de gerechtspsychiaters die op vraag van de onderzoeksrechter Hans V. T. hebben onderzocht, zich nog in de eerste plaats op de Rorschach-test, u weet wel: die inktvlekken waar je bij moet vertellen wat je erin ziet.
Reeds in de jaren 1970 werd deze test door de ganse internationale wetenschap reeds als 'onwetenschappelijk' beoordeeld, op basis van honderden onderzoeken.
Onze prof. psychologie, Jean-Pierre Dewaele, btw zelf gerechtspsychiater en bovendien hoofdpsychiater van de gevangenis van St-Gillis en die dus zelf moest oordelen over een 'toerekeningsvatbaarheid' van de ergste criminelen in dit land (hij is ondertussen gestorven), had die inktvlekken niet nodig. Hij SPRAK simpelweg met de betrokkene en observeerde ze. Hij was zelfs niet te lui of te hautain om de beschuldigde in zijn (er waren geen vrouwen in St-Gillis) cel te gaan opzoeken. Hij hanteerde een Biografische Inventaris: een 1000 blz. tellende reeks onderzoeken van de ganse leefomgeving van de beschuldigde, zijn ganse voorgeschiedenis vanaf de zwangerschap en zelfs ervoor (waarom hebben zijn ouders hem nota bene gemaakt?), zijn overtuigingen over van alles en nog wat, enz. Hij had geen etiketten nodig om zich achter te verschuilen. Hij wou gewoon in eer en geweten oordelen of op basis van de gegevens de beschuldigde op het moment der feiten 'toerekeningsvatbaar' was, een juridisch begrip en helemaal geen psychiatrisch of medisch begrip. We hebben hem nooit weten een beschuldigde op te zadelen met een nietszeggend begrip als 'narcist' of 'psychopaat' met alle connotaties die daar in de publieke opinie mee verbonden zijn, maar die geen deel uitmaken van de inhoud van deze begrippen zoals ze door psychiaters of Freuds allerhande worden gehanteerd. Dus gebruikte hij die begrippen niet voor een volksjury.
We herinneren ons een uitspraak van hem in een proces tegen een chirurg die een transseksueel had geopereerd en een vagina had bezorgd met uitzicht op een 'triple orgasm' (de chirurg was Amerikaan). "De enige triple die ik ken is Triple Piedboeuf!".
Toen wij in 2001 in St-Norbertus Duffel verbleven wou een psychologe ons ook een Rorschach afnemen. Ik vertelde haar dat wij indertijd cursus hadden gekregen om die test te hanteren en zelf af te nemen. Dat ik dus welk beeld van mezelf ook kon ophangen door bv. een antwoord te geven dat verwees naar het geheel van de inktvlek of naar een detail ervan, enz. "Afnemen", zei de dame die blijkbaar in de waan (jaja!) verkeerde dat ik in de waan verkeerde dat ik psycholoog was. Ik heb haar de antwoorden gegeven waaruit de dame zou moeten besluiten dat ik een lesbische kannibaal was. Ik heb nooit meer iets van haar gehoord. Gelukkig, want ze was het aanhoren niet waard.
Men zegge het voort!
Dat Hans VT nu een autist is, een Asperger, is natuurlijk al even idioot en door de verdediging bedoeld om de jury te imponeren met haar kennis van de diverse varianten van autisme. Want idd, de advocaten van de verdediging hebben gescoord door minstens psychiaters aan te brengen die toch al ooit eens in de 21ste eeuw een boek gelezen hebben.
Mad Pride !
Van alle kanten wordt ons onze mening gevraagd over de Mad Pride van 6 oktober. Ziehier onze korte mening.
Als de organisatoren van dit pseudo-karnaval de psychiaters en de industriëlen geloven die zeggen dat ze geestesziek zijn en 'behandeld' moeten worden, zonodig onder dwang, dan moeten ze dit maar weten. Maar wij beschouwen ons niet als geestesziek, noch 'fool' noch 'mad'.
We don't need no education. We don't need no thought control! It's just another brick in the wall (Pink Floyd).
Mad Pride en de Patiëntenrechten
We stuurden volgende lezersbrief aan de Knack-redactie. De tekst staat nu reeds op het forum van Knack www.knack.be onder:
Fora: Knack; Mad Pride en Patiëntenrechten
Zaterdag 6 oktober organiseert vzw Uilenspiegel (max. 100 leden) samen met de vzw Similes ("naastbestaanden" van psychiatrische patiënten) met veel marketingtechnieken de zogenaamde MAD PRIDE, waar 'geesteszieken' zich uiten als waren ze holebi's. Niets op tegen. Behalve dat Uilenspiegel en Similes (allebei rechtstreeks of onrechtstreeks verbonden met de overheid =Caritas Catholica, de psychiaters en de farma-industrie veeleer dan met de psychiatrische patiënten) via allerlei politieke connecties het gebracht hebben tot in het Staatsblad erkende Vlaamse 'patiëntenvertegenwoordigers' (ja zelfs Similes, die geen patiëntenvereniging is) in de Federale en Vlaamse Commissies Geestelijke Gezondheidszorg. En wat doen deze 'patiënten'vertegenwoordigers daar? Getrouw aan hun oorsprong (Uilenspiegel werd in 1999 gecreëerd door psychiaters; de voorzitter van Similes is een psychiater), zijn ze ermee akoord de nu bestaande wettelijk voorziene rechten op informatie, recht op toestemming en weigering van een behandeling, inzage in het patiëntendossier, enz. (die Wettelijk gezien gelden voor ALLE patiënten) af te schaffen voor diegenen die ze 'vertegenwoordigen', de geesteszieken, de psychisch gestoorden, de mensen met een psychische handicap en de psychiatrische patiënten dus. Zodoende zullen de patiënterechten voor deze mensen vervallen en zal elke vorm van DWABGBEHANDELING mogelijk worden , zodra de psychiater (privé of in een ziekenhuis) en hij alleen meent dat de cliënt of patiënt 'wilsonbekwaam' zou zijn door gebrek aan ziekteinzicht (zijn eigen inzicht in de stoornis van de patiënt is gebaseerd op een gesprek van hooguit 20 min. !?). En onder dat de patiënt hier ergens verhaal kan tegen aantekenen. De psychiater zal elke wettelijk voorziene weigering met een behandeling kunnen afdoen als een "symptoom" zelf van de "geestesziekte". Daartoe is door Prof. Rechten Marie-Noëlle Veys (UA) op verzoek van de Federale overheidscommissie "Rechten van de Patiënt" een onderzoesstudie op maat van de psychiatrie geschreven. U kan het volledig verslag van deze studie bij ons opvragen om u te gewissen van een en ander. Het verslag voorziet o.i. zelfs dat euthanasie bij psychiatrische patiënten zal kunnen zonder wilsverklaring van de betrokkene, m.a.w. volkomen volgens het procédé van de nazi's, waar de nazi-psychiatrie zonder verweermogelijkheid oordeelde dat iemands leven niet langer "een leven waard geleefd te worden" was. Leve dus de Mad Pride tot aan de ingang van de poort 'Arbeit macht Frei'.
Netwerk Psychiatrie & Samenleving
http://psychiatrie.blogse.nl
Grote Winkellaan, 94
1853 Strombeek-Bever 02 269 5220
Behoud Tewerkstelling Geesteszieken
Onze brief gericht aan de sociale partners en de bevoegde ministers met betrekking tot het tewerkstellingsbehoud van mensen met psychische problemen met periodes van normale gezondheid en periodes van arbeidsongeschiktheid kregen wij reeds aanmoedigende antwoorden van de UNIZO-woordvoerder (Kleine en Middelgrote Ondernemingen), de gedelegeerde bestuurder van VBO (Belgische werkgevers) en de voorzitters van het ABVV (socialistische vakbond) en ACV (christelijke vakbond). Van de bevoegde ministers ontvingen we nog geen reacties, maar deze natuurlijk allemaal bezig België te splitsen of te lijmen.Wij stellen hier wel duidelijk dat onze betrachting niet in de eerste plaats de reïntegratie van reeds invalide verklaarde werknemers betreft, maar het zoeken naar formules voor mensen met psychische problemen met de daaran verbonden periodes van min of meer lange arbeidsongeschiktheid om hun tewerkstellingscontract te handhaven, zodat ze niet in de invaliditeit terechtkomen en daarna na een paar jaar inactiviteit gereactiveerd moeten worden in jobs dikwijls ver beneden hun oorspronkelijk niveau of het vrijwilligerswerk. Het lijkt ons dat het actuele systeem heel wat mensen met tijdelijke arbeidsongeschiktheid (zeker als het over 'geesteszieken' gaat met het stigma dat dikwijls op hen rust) soms dwingt tot het invaliditeitsstatuut, waarbij veel productieve vaardigheden voor de samenleving en de economie verloren gaan.
U vindt hieronder de bewuste brief.
***
Geachte Minister Bert Anciaux, Cultuur
Geachte Minister Steven Vanackere, Welzijn
Geachte Minister Kathleen Van Brempt, Gelijke Kansen,
Geachte minister Frank Vandenbroucke, Werk,
Geachte voorzitter Johan Van Delanotte, SP.a,
Geachte Voorzitter Johan Vandeurzen, CD&V,
Geachte Voorzitter Geert Lambert, Spirit,
Geachte Voorzitter Vera Dua, Groen!,
Geachte Delegeerd Bestuurder Rudi Thomaes, VBO,
Geachte Delegeerd Bestuurder Karen Van Eetvelt, UNIZO,
Geachte Voorzitter Rudy De Leeuw, ABVV,
Geachte Voorzitter Luc Cortebeeck, ACV,
Geachte Voorzitter Jan Vercamst, ACLVB,
Graag hadden we Uw aandacht gevraagd voor een voorstel om de tewerkstellingsmogelijkheden van geesteszieken te verbeteren. Heel wat mensen die lijden aan psychische stoornissen of geestesziekten hebben min of meer lange periodes waarbij zij optimaal functioneren net zoals gewone werknemers (of zelfstandigen). Toch komen de meesten als gevolg van hun gezondheidsproblemen definitief in de invaliditeit terecht, waardoor zij niet alleen het risico lopen sociaal te marginaliseren, maar waarbij ook hun productieve vaardigheden voor de samenleving en de economie verloren gaan.
In verschillende landen wordt gezocht naar formules om deze periodische geesteszieken toch volwaardig in het arbeidsproces te houden. Zo circuleert in Nederland het voorstel om geesteszieken die regelmatig periodes hebben van normaal geestelijk en productief functioneren (zoals bv. veel manisch-depressieven) toe te laten te werken in het reguliere circuit met behoud van invaliditeitsuitkering waarbij de werkgever voor de gewerkte periode een loon betaalt overeenkomstig het niveau van het geleverde werk, en tijdens de periode van afwezigheid een uitzendkracht kan aantrekken. Vermoedelijk is dit maar één van de mogelijke formules.
Wij hebben de kwestie onder de aandacht gebracht van de directeur-generaal Sociaal Beleid van de FOD Sociale Zekerheid die ons schrijven daaromtrent nu bestudeert. Ons schrijven werd eveneens overgemaakt aan de federale ministers Werk en Sociale Zaken/Volksgezondheid, die omwille van het tegenwoordige lopende-zaken-statuut van de regering deze kwestie vermoedelijk niet kunnen behandelen.
Hieronder vindt u een omschrijving van de kwestie zoals deze zich stelt voor manisch-depressieven.
Met de meeste hoogachting,
Dr. Eric Rosseel
Netwerk Psychiatrie & Samenleving
Een alternatief plan voor manisch-depressieven
Manisch-depressieve psychose (tegenwoordig bipolaire stoornis genoemd) is een ‘geestesziekte’ die gekenmerkt wordt door cyclisch optredende stemmingsschommelingen: periodes van enorme gedrevenheid, levensdrang en enthousiasme (manie) worden afgewisseld met depressieve inzinkingen. De psychiatrie relateert deze stemmingsschommelingen aan vermeende genetisch bepaalde stoornissen in de biochemie van de hersenen, al heeft men zicht noch op de aard van deze genetische voorbestemming, noch op de onderliggende biochemische mechanismen. Het is ook zo dat de duur van de periodes van afwisselende manie en depressie nauwelijks voorspelbaar zijn en meestal ook niet samenvallen met natuurlijke cycli zoals de seizoenen. De activiteit van de manisch-depressieve wordt daarmee betekenisloos en zijn of haar moraliteit, zijn of haar morele verantwoordelijkheid voor de vormgeving van zijn of haar bestaan, wordt hem of haar ontnomen. Heel wat manisch-depressieven zijn daarmee tevreden: voor de problemen die hun ‘ziekte’ veroorzaakt zijn zij niet meer verantwoordelijk (‘het zijn mijn genen’), zij hoeven zichzelf niet af te vragen welke functie hun manie in hun leven vervult en wat er de grondslag van is, zij hoeven geen schuldgevoel te hebben voor de last die ze anderen eventueel berokkenen en ze hebben recht op een invaliditeitsuitkering.
Het lot van de manisch-depressieve (zeker van de ‘ernstige’ gevallen) is dus hoe dan ook de uitsluiting uit de samenleving van de actieven, de quasi-onmogelijkheid het invaliditeitsstatuut te verlaten, plus het stigma ‘gek’ te zijn. Nochtans zijn manisch-depressieven doorgaans bijzonder productief. Vóór hun behandeling (doorgaans een psychiatrische opname) bleken zij in hun job tijdens hun manische periodes een meerwaarde voor hun werkgever. Ook nadat ze invalide worden verklaard blijven ze tijdens hun soms langdurige betere periodes maatschappelijk op één of andere manier bijzonder nuttig: artistieke bezigheid, inzet in het vrijwilligerswerk, enz. Een terugkeer naar het reguliere arbeidscircuit is praktisch en administratief echter quasi volledig uitgesloten. Kortom, de vraag die we ons stellen luidt: wordt met het ‘afvoeren’ van manisch-depressieven niet een belangrijke bron van maatschappelijke verrijking verspild?
Ons inziens zijn manisch-depressieven in wezen personen die het belangrijker vinden gehoor te geven aan hun bijzondere gedrevenheid dan zich in te passen in het als normaal geachte dag- en nachtritme. Waarom ze dit belangrijker vinden is nooit onderzocht, omdat de afwisseling van waken en slapen als natuurlijk wordt beschouwd en dus door iedereen moet gerespecteerd worden. Nochtans is het velen gegund deze ‘natuurlijke’ cyclus van waken en slapen te veronachtzamen. Ministers die tijdens een politieke crisis soms een volle week lang marathonvergaderingen houden, worden daarvoor geprezen. Zij kunnen daarna zonder schuldgevoel en blij met de bereikte oplossing of het onderhandelde compromis, hun slaap inhalen. Gepensioneerde manisch-depressieven die zich uitputten in een manische activiteit, kunnen zich in principe daarna een inzinking veroorloven, zonder dat iemand hen op de vingers zal tikken.
Wij beschouwen manisch-depressieven als mensen die hun ‘manische’ activiteit zo belangrijk vinden dat ze er tijdelijk hun rust voor opofferen, ongeacht of deze activiteit zuiver privaat is dan wel deel uitmaakt van hun professionele bezigheid. Zij weten ook waarom zij deze activiteit zo belangrijk vinden. Hun productiviteit en maatschappelijke meerwaarde kaderen zij evenwel niet in een respect voor contractueel vastgelegde arbeidstijden. Desalniettemin worden zij daarvoor in de eerste fase van hun ‘ziekte’ ook maatschappelijk gewaardeerd, bv. door hun werkgever. Maar uiteraard geraken zij door hun manie in de problemen en in een vicieuze cirkel. Het niet naleven van hun maatschappelijke verplichtingen tijdens de periode van depressieve inzinking en het besef van de risico’s verbonden aan de tijdelijke arbeidsongeschiktheid dwingen de manisch-depressieve om tijdens de manische periode nog meer uit zichzelf te halen, m.a.w. nog manischer en uiteindelijk echt ‘psychotisch’ te worden, tot de psychiatrie er zich mee bemoeit en hen uit het circuit van de maatschappelijk actieven verwijdert. Wordt daarmee geen creatief potentieel in de samenleving nodeloos onnuttig verklaard, terwijl juist alle politieke verantwoordelijken vragen om meer human capital om onze economie op niveau te houden? De meeste manisch-depressieven zijn tijdens de periode vóórdat ze versukkelen in de uitzichtloze invaliditeit, professioneel veel productiever dan wat op basis van hun arbeidscontract verwacht wordt.
Voor heel wat ziekten en handicaps worden de contractuele arbeidsverbintenissen bijgesteld in functie van de aard van de ziekte of de handicap. Wij vragen ons dan ook af of de beleidsverantwoordelijken en de sociale partners niet kunnen voorzien in een bijzondere regeling voor manisch-depressieven, ongeacht de vraag of deze mensen nu ‘ziek’ zijn in de zuiver medische betekenis van het woord.
Nog over de Nobele Kunst van de Euthanasie van Geesteszieken of Ziekgemaakten
De Sarah Beweging bij monde van woordvoerder Jan Vanhaelen schreef De Standaard onderstaand antwoord op het artikel van gisteren over euthanasie bij geesteszieken:
In antwoord op uw artikel in De Standaard van vandaag, 20 september 2007, het volgende:
Wat zitten de Broeders van Liefde en Wim Distelmans en Jacinta De Roeck toch te bazelen over wilsbekwame of -onbekwame patiënten, jongeren of dementerenden, overplaatsing voor euthanasie naar andere ziekenhuizen, enz. enz.? Er ‘verdwijnen’ in België jaarlijks zo’n dertig, veertig psychiatrische patiënten door overlijden waarbij de doodsoorzaak als onbekend wordt opgegeven. Er sterven door toedoen van de psychiatrische hulpverlening in ons land meer dan duizend patiënten in psychiatrische behandeling te veel per jaar door wat we eigenlijk alleen moord kunnennoemen, zelfmoord, familiedrama’s, ongevallen, overmedicatie… Willen we eerst eens daarover praten en pas dan eens gaan kijken hoe we er nog meer het recht op leven kunnen laten omzeilen? Willen we eerst eens het recht op waardig sterven au serieux gaan nemen en, zoals het vroeger in onze geneeskunde in de praktijk beter gebeurde dan nu, met passieve euthanasie (in de echte zin van het woord) de echt terminale ongeneesbare patiënten met ondraaglijk lijden, stilletjes laten vertrekken, in plaats van hen aan allerlei dure machines en pillen en therapieën te onderwerpen? Maar dan moet eerst het debat ten gronde gevoerd worden over onze psychiatrische behandelingen die naar onze bevindingen, en die van professoren en wetenschappers over heel de wereld, eigenlijk nergens staan en niet eens op wetenschappelijke gronden berusten, laat staan dat ze een positieve resultatenbalans (voor dat kostenplaatje van meer dan 3 miljard euro per jaar voor België) zouden vertonen.
Jan Vanhaelen
woordvoerder Sarah Beweging
Kloosterstraat 159
1700 Dilbeek
Tel./fax 02 466 48 50
Web: http://www.sarahbeweging.net
Bijna 700 ontslagen bij Janssen Pharmaceutica
Janssen Pharmaceutica zal in haar vestiging in Beerse (Kempen) 688 werknemers ontslaan, o.a. wegens het verval van het patent op Risperdal (risperdone, het bekende en beruchte antipsychoticum waarmee dankzij de geraffineerde marketing wereldwijd een omzet van jaarlijks vijf miljard dollar is gemoeid).
De weduwe van Paul Janssen (Pharmaceutica) betreurt enerzijds dat de Amerikaanse overheid zeer streng is op het goedkeuren van nieuwe medicijnen. Anderzijds beschuldigt ze “de Amerikanen” (sic) ervan het financieel winstbejag op de eerste plaats te stellen en dat ze steeds meer geld willen verdienen. Ze spreekt zichzelf dus tegen. Misschien is haar echtgenoot ooit een idealist geweest die zieke mensen wilde helpen, daar tegelijk zijn brood mee kon verdienen en zijn medemensen in de regio werkgelegenheid heeft verschaft.
Het sprookje van Janssen Pharmaceutica kan echter niet anders dan op een tragedie eindigen. Het past volkomen in het kader van de tragedie die de psycho-farmaceutische industrie al meer dan 50 jaar veroorzaakt in heel de ‘beschaafde’ wereld en waardoor wij in ons land ieder jaar minstens meer dan duizend (bewezen) overbodige doden en meer dan tienduizend onnodig voor het leven zwaar gehavende mensen bij krijgen.
In het "Witboek, 25 jaar misbruiken en wantoestanden in de psychiatrie in Vlaanderen” van de Sarah Beweging kun je lezen gebaseerd op literatuur, studie en feiten, in 2003 reeds het volgende lezen:
“Samen met de schade die dergelijke firma’s aan de volksgezondheid aanrichten (moorden,zelfmoorden, depressies, ziekten, geweldpleging, ziekteverzuim, familiedrama’s, verkeersongevallen,…) zetten ze het RIZIV en de mutualiteiten jaarlijks voor miljarden Euro af. Mede door de miljardenwinsten grotendeels over te hevelen als fondsen voor wetenschappelijk onderzoek naar het moederbedrijf Johnson en Johnson in de Verenigde Staten. Daardoor vermindert hier de werkgelegenheid, doen ze aan concurrentievervalsing en verhinderen plaatselijke investeringen…
Tenzij die op lange termijn toch kunnen gerealiseerd worden met de steun van het moederbedrijf, dat zoals de meeste van die multinationals verankerd zit in de chemische en de oorlogs- en wapenmachine van een superlobbygroep in de VS die de hele wereld wil overheersen.”
Nu is die cirkel rond. Commentaar overbodig!
http://www.sarahbeweging.net
Tewerkstelling 'geesteszieken' met periodes normale gezondheid
Elke steun is welkom!
Geachte Minister Bert Anciaux, Cultuur
Graag hadden we Uw aandacht gevraagd voor een voorstel om de tewerkstellingsmogelijkheden van geesteszieken te verbeteren. Heel wat mensen die lijden aan psychische stoornissen of geestesziekten hebben min of meer lange periodes waarbij zij optimaal functioneren net zoals gewone werknemers (of zelfstandigen). Toch komen de meesten als gevolg van hun gezondheidsproblemen definitief in de invaliditeit terecht, waardoor zij niet alleen het risico lopen sociaal te marginaliseren, maar waarbij ook hun productieve vaardigheden voor de samenleving en de economie verloren gaan.
In verschillende landen wordt gezocht naar formules om deze periodische geesteszieken toch volwaardig in het arbeidsproces te houden. Zo circuleert in Nederland het voorstel om geesteszieken die regelmatig periodes hebben van normaal geestelijk en productief functioneren (zoals bv. veel manisch-depressieven) toe te laten te werken in het reguliere circuit met behoud van invaliditeitsuitkering waarbij de werkgever voor de gewerkte periode een loon betaalt overeenkomstig het niveau van het geleverde werk, en tijdens de periode van afwezigheid een uitzendkracht kan aantrekken. Vermoedelijk is dit maar één van de mogelijke formules.
Wij hebben de kwestie onder de aandacht gebracht van de directeur-generaal Sociaal Beleid van de FOD Sociale Zekerheid die ons schrijven daaromtrent nu bestudeert. Ons schrijven werd eveneens overgemaakt aan de federale ministers Werk en Sociale Zaken/Volksgezondheid, die omwille van het tegenwoordige lopende-zaken-statuut van de regering deze kwestie vermoedelijk niet kunnen behandelen.
Hieronder vindt u een omschrijving van de kwestie zoals deze zich stelt voor manisch-depressieven.
Met de meeste hoogachting,
Dr. Eric Rosseel
Een alternatief plan voor manisch-depressieven
Manisch-depressieve psychose (tegenwoordig bipolaire stoornis genoemd) is een ‘geestesziekte’ die gekenmerkt wordt door cyclisch optredende stemmingsschommelingen: periodes van enorme gedrevenheid, levensdrang en enthousiasme (manie) worden afgewisseld met depressieve inzinkingen. De psychiatrie relateert deze stemmingsschommelingen aan vermeende genetisch bepaalde stoornissen in de biochemie van de hersenen, al heeft men zicht noch op de aard van deze genetische voorbestemming, noch op de onderliggende biochemische mechanismen. Het is ook zo dat de duur van de periodes van afwisselende manie en depressie nauwelijks voorspelbaar zijn en meestal ook niet samenvallen met natuurlijke cycli zoals de seizoenen. De activiteit van de manisch-depressieve wordt daarmee betekenisloos en zijn of haar moraliteit, zijn of haar morele verantwoordelijkheid voor de vormgeving van zijn of haar bestaan, wordt hem of haar ontnomen. Heel wat manisch-depressieven zijn daarmee tevreden: voor de problemen die hun ‘ziekte’ veroorzaakt zijn zij niet meer verantwoordelijk (‘het zijn mijn genen’), zij hoeven zichzelf niet af te vragen welke functie hun manie in hun leven vervult en wat er de grondslag van is, zij hoeven geen schuldgevoel te hebben voor de last die ze anderen eventueel berokkenen en ze hebben recht op een invaliditeitsuitkering.
Het lot van de manisch-depressieve (zeker van de ‘ernstige’ gevallen) is dus hoe dan ook de uitsluiting uit de samenleving van de actieven, de quasi-onmogelijkheid het invalidteitsstatuut te verlaten, plus het stigma ‘gek’ te zijn. Nochtans zijn manisch-depressieven doorgaans bijzonder productief. Vóór hun behandeling (doorgaans een psychiatrische opname) bleken zij in hun job tijdens hun manische periodes een meerwaarde voor hun werkgever. Ook nadat ze invalide worden verklaard blijven ze tijdens hun soms langdurige betere periodes maatschappelijk op één of andere manier bijzonder nuttig: artistieke bezigheid, inzet in het vrijwilligerswerk, enz. Een terugkeer naar het reguliere arbeidscircuit is praktisch en administratief echter quasi volledig uitgesloten. Kortom, de vraag die we ons stellen luidt: wordt met het ‘afvoeren’ van manisch-depressieven niet een belangrijke bron van maatschappelijke verrijking verspild?
Ons inziens zijn manisch-depressieven in wezen personen die het belangrijker vinden gehoor te geven aan hun bijzondere gedrevenheid dan zich in te passen in het als normaal geachte dag- en nachtritme. Waarom ze dit belangrijker vinden is nooit onderzocht, omdat de afwisseling van waken en slapen als natuurlijk wordt beschouwd en dus door iedereen moet gerespecteerd worden. Nochtans is het velen gegund deze ‘natuurlijke’ cyclus van waken en slapen te veronachtzamen. Ministers die tijdens een politieke crisis soms een volle week lang marathonvergaderingen houden, worden daarvoor geprezen. Zij kunnen daarna zonder schuldgevoel en blij met de bereikte oplossing of het onderhandelde compromis, hun slaap inhalen. Gepensioneerde manisch-depressieven die zich uitputten in een manische activiteit, kunnen zich in principe daarna een inzinking veroorloven, zonder dat iemand hen op de vingers zal tikken.
Wij beschouwen manisch-depressieven als mensen die hun ‘manische’ activiteit zo belangrijk vinden dat ze er tijdelijk hun rust voor opofferen, ongeacht of deze activiteit zuiver privaat is dan wel deel uitmaakt van hun professionele bezigheid. Zij weten ook waarom zij deze activiteit zo belangrijk vinden. Hun productiviteit en maatschappelijke meerwaarde kaderen zij evenwel niet in een respect voor contractueel vastgelegde arbeidstijden. Desalniettemin worden zij daarvoor in de eerste fase van hun ‘ziekte’ ook maatschappelijk gewaardeerd, bv. door hun werkgever. Maar uiteraard geraken zij door hun manie in de problemen en in een vicieuze cirkel. Het niet naleven van hun maatschappelijke verplichtingen tijdens de periode van depressieve inzinking en het besef van de risico’s verbonden aan de tijdelijke arbeidsongeschiktheid dwingen de manisch-depressieve om tijdens de manische periode nog meer uit zichzelf te halen, m.a.w. nog manischer en uiteindelijk echt ‘psychotisch’ te worden, tot de psychiatrie er zich mee bemoeit en hen uit het circuit van de maatschappelijk actieven verwijdert. Wordt daarmee geen creatief potentieel in de samenleving nodeloos onnuttig verklaard, terwijl juist alle politieke verantwoordelijken vragen om meer human capital om onze economie op niveau te houden? De meeste manisch-depressieven zijn tijdens de periode vóórdat ze versukkelen in de uitzichtloze invaliditeit, professioneel veel productiever dan wat op basis van hun arbeidscontract verwacht wordt.
Voor heel wat ziekten en handicaps worden de contractuele arbeidsverbintenissen bijgesteld in functie van de aard van de ziekte of de handicap. Wij vragen ons dan ook af of de beleidsverantwoordelijken en de sociale partners niet kunnen voorzien in een bijzondere regeling voor manisch-depressieven, ongeacht de vraag of deze mensen nu ‘ziek’ zijn in de zuiver medische betekenis van het woord.
Spindoctor Noël Slangen contra filosoof johan Sanctorum
Hieronder een Opiniestuk, gepubliceerd in De Morgen van 14 september 2007 dat het Netwerk mee onderschreven heeft
Spindoctors en vrije meningsuiting: de zaak Slangen vs. Sanctorum
Terwijl het verzet tegen de Irak-oorlog steeds meer toeneemt in de V.S. en Groot-Brittanië, kwam pas recent aan het licht hoe tussen 1997 en 2003 Blair’s spindoctor, Alastair Campbell, de desinformatie organiseerde rond die oorlog en alle andere aspecten van het beleid. Hij was niet zomaar een woordvoerder of een ‘spreekbuis’ van de premier, maar iemand die controleerde hoe, wanneer en met welk nieuws de overheid naar buiten kwam. Hij zette de pers onder druk en orkestreerde mediacampagnes om politieke tegenstanders monddood te maken.
Het fenomeen is sinds eind de jaren ’90 schering en inslag geworden in de politieke wereld, die haar discours uitbesteedt aan marketingspecialisten, niet onderhevig aan enige democratische controle. In de schaduw van de legitieme politieke besluitvorming broeden deze ‘adviseurs’ strategieën uit om de publieke opinie te manipuleren en in het gareel te houden. Institutionele- en overheidscommunicatie verworden van langsom meer tot anti-communicatie, die eigenlijk een (post-)moderne versie is van de klassieke propagandatechnieken. De ingehuurde spindoctors zien het publiek als een vijand, of in het beste geval als een te bewerken markt: de invloed van de reclamewereld is dan ook opvallend. Bonafide communicatiewetenschappers ervaren dit als een smet op hun blazoen en willen hiermee allerminst geassocieerd worden.
In mei van 2006 publiceerde cultuurfilosoof en free lance journalist Johan Sanctorum in verschillende bladen een kritisch artikel waarin de machtspositie van de spindoctor aan de kaak werd gesteld. Hij constateerde een groeiende normvervaging in het politieke landschap, die ook gepaard gaat met een afbrokkeling van ideologische profielen: maatschappijvisies zijn steeds minder aan de orde,- de kiezer wordt een shoppende consument die moet verleid worden via imagocampagnes. Onvermijdelijk kwam in dit artikel ook de figuur van reclamemaker Noël Slangen ter sprake, tussen 1999 en 2003 communicatie-adviseur van premier Verhofstadt, en momenteel partijstrateeg van de VLD. Hoewel Sanctorum als voormalig werknemer niet eens focust op de figuur of het bedrijf van Slangen, maar eerder een globaal-politiek en cultuurhistorisch perspectief ontwikkelt, wordt hij door deze toch voor de rechter gedaagd. Behalve een exorbitante schadeclaim proberen Slangen’s advocaten ook een publicatieverbod bij de auteur af te dwingen omtrent teksten waarin zijn figuur ter discussie staat. De schadeclaim wordt handig verpakt als een ‘eis tot terugbetaling’ (nl. van het integrale loon dat Sanctorum tussen 2000 en 2003 als werknemer ontving, plus RSZ en allerlei andere verzonnen ‘kosten’). De zaak komt in eerste aanleg voor op 26 oktober e.k.
Sindsdien bleef Johan Sanctorum teksten publiceren rond het fenomeen van de spindoctor. Alle worden ze gedetailleerd geciteerd in de aanklacht, als ‘bewijsmateriaal’. Wij vinden dit een verontrustende evolutie. De reactie van Noël Slangen bewijst dat er wel degelijk iets loos is: in de coulissen van de democratie functioneren parallelle krachten die zich boven elke verdenking trachten te stellen. Ze willen de pers controleren maar dulden niet dat ze zelf geobserveerd worden. Het juridisch stalken van critici is daarbij een nieuwe vorm van censuur door intimidatie. Terwijl journalisten van grote media nog kunnen schuilen onder de paraplu van een machtige persgroep, pakt men momenteel vooral free-lance-publicisten en onafhankelijke onderzoekers aan.
Er is sinds 9/11, de antiterrorismewet en de bijzondere opsporingsmethodes een klimaat van repressie en censuur ontstaan: de aanklacht van Electrabel tegen Greenpeace voor bendevorming, de veroordeling van Bahar Kimyongür als terrorist, het afluisteren van activist Didier Brissa en de aanklacht tegen journalist Douglas De Coninck als bendeleider - zijn stuk voor stuk onaanvaardbaar. Daarenboven bestaat het risico dat activistische organisaties en zeker ook individuen aan zelfcensuur gaan doen. Dat is natuurlijk ook de bedoeling. Denk aan de roep om het stakingsrecht in te perken en de reflexen van zelfcensuur in vakbondsmilieus. Wij vinden dat een democratische rechtstaat niet alleen de vrije meningsuiting en het recht op activisme moet waarborgen, maar zichzelf ook bepaalde normen moet opleggen inzake openheid van discussie en transparante communicatiestijl - weg met de dictatuur van de marketeers en de spindoctors.
De zaak Slangen-Sanctorum heeft in al deze opzichten een belangrijke symboolwaarde, die de nodige aandacht verdient vanwege de media en de waakzaamheid van alle burgers. Voor de VLD, een partij die de vrijheid van meningsuiting historisch toch hoog in haar vaandel draagt, zijn deze intimidatiepogingen vanwege haar huisstrateeg beschamend. Wij verzoeken de heer Noël Slangen, naar eigen zeggen zowat de uitvinder van de ‘open-debatcultuur’, met aandrang om zijn klacht in te trekken.
(Het gewraakte stuk van Johan Sanctorum kan u lezen op: www.visionair-belgie.be/Artikels/Communicatie.htm)
Namens het platform voor vrije meningsuiting:
Prof. Dr. Jean Bricmont, fysicus UCL
Ludo De Brabander, Vrede
Prof. Dr. Lieven De Cauter, filosoof, Kuleuven/RITS
Peter Desmet, directeur Greenpeace België
Stephan Galon, vakbondsecretaris Algemene Centrale ABVV
Prof. Dr. Rudi Laermans, socioloog Kuleuven
Luk Vervaet, Clea
Mede-ondertekend door:
Prof. Ludo Abicht, docent filosofie
Frank Albers, publicist
Peter Algoet, filosoof
Manu Claeys, publicist
Lucas Catherine, auteur
Pol Deltour, Vlaamse Vereniging van Journalisten (VVJ) / Algemene Vereniging van Beroepsjournalisten in België (AVBB)
Mark Dermul, www.911belgium.be
Luc Desmedt, directeur Humanistisch Vrijzinnige Vereniging (HVV)
Guy Freiermuth, Vlaamse Journalistenvereniging
Prof. Dr. R. Lippens, Keele Unversity, UK
Maarten Loopmans, KULeuven
Prof. Dr. Rik Pinxten, voorzitter het Humanistisch Verbond
Anne Provoost, Schrijfster
Ruben Ramboer, weekblad 'Solidair'
Prof. Eric Swyngedouw, geograaf, university of Manchester
Prof. Dr. Godfried-Willem Raes, musicus, Hogeschool Gent
Jean–Pierre Rondas, Klara
Dr. Eric Rosseel, coördinator Netwerk Psychiatrie & Samenleving
Prof. Dr. Frank Thevissen, VUB
Prof. Klaas Tindemans, jurist, docent RITS
Julien Valentie, vzw Al Mara
Rik Van Cauwelaert, directeur Knack_Magazine
Prof. Frank vande Veire, filosoof, Academie voor Schone Kunsten, Gent
Jos Vander Velpen, advocaat, auteur
Werner van Ginneken, www.chaospunt.org
Jan Vanhaelen, Sarah Beweging
Dr. Karin Verelst, VUB/RITS
Vroegen, na lezing van dit artikel, om aan de lijst toegevoegd te worden (in volgorde van maildatum):
Prof. Dr. Ronald Commers, Universiteit Gent
André Posman, Voorzitter De Rode Pomp/Gent
Marc Ernst, directeur BizInfo
Jaak Peeters, auteur, publicist en partijraadslid N-VA
Jan-Pieter Everaerts en Dieter Mertens, Mediadoc
Theo Francken, Raadgever Minister Bourgeois - Kabinet Vlaams Minister van Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media en Toerisme
Dr. Luc van Doorslaer, academisch coördinator Master Journalistiek Lessius Antwerpen - KU Leuven
Ides Debruyne, directeur Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek vzw
Peter Urbanus, journalist-auteur (Goes/Nl.)
Hendrik Carette, tijdschrift 'Meervoud'
Het Netwerk Psychiatrie & Samenleving heft zich op ...
· Vermits het Netwerk Psychiatrie & Samenleving ontworpen is als een radicaal-politieke vereniging met als eerste doel de zelfervaring en het leven van zogenaamde geesteszieken te erkennen als één van de zovele gelijkwaardige mogelijkheden van menselijkheid die niet ziekelijker is dan welke andere menselijke mogelijkheid ook, en met als tweede doel de psychiatrie en eigenlijk ook de psychotherapie te ontmaskeren als middelen van de Macht om deze alternatieve mogelijkheden van menselijkheid letterlijk en figuurlijk te verdoven;
· Vermits omzeggens niemand in de kringen van de “geestelijke gezondheidszorg” de andere mens wil aanvaarden als mensen die gewoon op een eigenzinnige manier de wereld ervaren en op een eigen manier in de wereld staan, tenzij als middel om via de toediening van toxische medicijnen en andere dubieuze remediërend begeleidingen massa’s geldgewin te slaan uit de eigen wijze van zijn van medemensen die ze vanuit hun machtspositie als ziek en als maatschappelijk storend (indien niet crimineel) bestempelen;
· Vermits de meeste “patiënten” en de cliënten van de geestelijke gezondheidszorg heel gewillig verzaken aan hun persoonlijk verhaal en klakkeloos de pseudowetenschappelijke “theorieën”, “diagnoses”, etc. van zogenaamde experts overnemen, die doorgaans zelf niets bijzonders in hun leven hebben meegemaakt; zij zodoende de rijkdom van hun verhaal laten verschralen tot het dogmatisch doctrinair discours van “experts” die alleen uit zijn op hun geld;
· Vermits veel patiënten/cliënten zelf graag “ziek” zijn om zo financieel te genieten van de mogelijkheden die de sociale zekerheid hen biedt;
· Vermist “geesteszieken” die strafrechterlijke misdrijven begaan (en ze doen dit niet meer dan andere bevolkingscategorieën), nog uitsluitend bekeken worden vanuit een (totaal onbewezen) genetische voorbestemming en gedoemdheid of vanuit één of andere (al even onbewezen) defect functioneren van hun hersenen, dit zonder dat nog enig belang wordt gehecht aan hun maatschappelijke levensgeschiedenis (want dat zou de onrechtvaardigheden van deze maatschappij aan de oppervlakte brengen);
· Vermits de enige “geesteszieken” die zichzelf als gezond en wel beschouwen, zijnde de psychotici, zichzelf meer en meer verklaren tot een soort goddelijke uitverkorenen die vanuit spiritualistische mythes en nazi-achtige fantasieën projecten ontwikkelen om de “materialistische” mensheid met eigentijdse Zyklon-B producten te “ontsmetten”;
HEFT HET NETWERK PSYCHIATRIE & SAMENLEVING ZICH TOT NADER ORDE OP.
Haar medewerkers begeven zich naar alle uithoeken van de wereld. Het is overduidelijk dat het Netwerk zijn eigen doeleinden uit het oog verliest door de tijd en energie die het moet steken in de bijstand aan individuele gevallen, waarbij "succes" van onzentwege helemaal niets veranderd aan de bestaande structuren, het beleid en de heersende mentaliteiten.
Met dank aan de sympathisanten en medewerkers!
Voor hulp en bijstand kan u terecht bij de Sarah Beweging:
sarahbeweging@skynet.be
mhouthaeve@gmail.com
Ook bij ons kan u nog terecht op:
eric.rosseel@scarlet.be
Het Netwerk zelf concentreert zich ni op politieke en maatschappelijke veranderingen. Over de strategie hiervoor zijn de meningen binnen het Netwerk erg verdeeld en ieder gaat in die zin zijn eigen weg, zij het met hetzelfde einddoel voor ogen:
het recht en de vrijheid om anders te zijn.
Mariusz O. heropvoedbaar!
Mariusz O., de medeplichtige aan de mp3-moord op Joe Van Holsbeek, moet niet naar assissen. Het Hof in Beroep heeft beslist hem onder de hoede van de jeugdrechter te laten omdat hij spijt heeft en heropvoedbaar is.
Zo hoort het. Iedereen, zeker een minderjarige, heeft recht op een tweede kans. Het is prima dat de rechters zich niet laten meeslepen hebben door een extreem-rechtse "volkswoede" die misdadigers willen lynchen.
De vader van Joe Van Holsbeek liet zich na het vonnis zelf verleiden tot criminele uitspraken. "Ik roep de mensen op zelf aan justitie te doen!" "Als ik hem ooit op de tram tegenkom, klop ik hem in elkaar!" Dit zijn in wezen uitspraken die strafrechterlijk beteugeld kunnen worden. Zo zie je maar wat we altijd hebben beweerd. Diegenen die roepen om zware straffen voor de "beesten" die zogenaamd zinloos geweld plegen, vervallen zelf tot "beesten". Dat hij deze uitlatingen in volle besef voor een tv-micro doet, geeft aan dat het hier niet om een emotionele uitbarsting gaat, maar om een puur "politieke daad". Anders was hij zo wijs geweest de camera's te vragen hem even met hemzelf alleen te laten.
En de camera's hadden natuurlijk ook zo wijs kunnen zijn deze emotionele uitspraken niet als "politieke" uitspraken te verspreiden.
Het ggz-programma van de CD&V
We ontvingen een brief van Jo Vandeurzen, voorzitter van de christen-democratische CD&V, waarin hij ons meedeelt dat zijn partij van ons memorandum gebruik heeft gemaakt bij het opstellen van haar programmapunten geestelijke gezondheidszorg voor de verkiezingen van 10 juni. Dit is uiteraard heel fijn. We hadden niet verwacht daar gelezen te worden.
We nemen hier het ggz-luik van het CD&V-programma over (het gehele programma kan u vinden op www.cdenv.be/programma. , met daarna ons antwoord aan Jo Vandeurzen.
Geestelijke gezondheidszorg bevorderen
Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie kampt één op vier mensen in zijn leven met ernstige psychische
problemen. Ieder van ons heeft er mee te maken: persoonlijk, als partner, ouder, kind, broer, zus of vriend,….
Daarom wil CD&V het taboe en de stigmatisering van psychiatrische problemen doorbreken. Het negatieve
stigma ten opzichte van mensen met geestelijke gezondheidszorgproblemen moet bestreden worden door de
strijd aan te binden tegen uitsluitingsmechanismen op het vlak van werk en arbeidszorg, op het vlak van onderwijs en vorming, op het vlak van huisvesting, vrije tijd, sport en cultuur.
Geestelijke gezondheid bevorderen is bijdragen tot het psychisch evenwicht van mensen en het draaglijk maken
van psychische stoornissen voor patiënten en hun leefomgeving. Bedoeling is dat zij optimaal kunnen
functioneren in de samenleving, rekening houdend met de mogelijkheden en beperkingen van henzelf én van hun omgeving. Dit impliceert een versterking van de ambulante zorg, vanuit de filosofie: ambulant als het kan, residentieel als het moet, én kort als het kan, lang als het moet. Een flexibele overgang tussen beide hulpverleningsvormen is noodzakelijk.
De ontwikkeling van ziekenhuisoverschrijdende zorgprogramma’s, in het bijzonder de trajectbenadering, moet breed ingezet en toegepast worden. CD&V kiest ervoor om de voorzieningen de mogelijkheid te geven om mensen en middelen flexibel in te zetten voor nieuwe zorgvragen.
Hierdoor zullen nieuwe en meer aangepaste zorginhouden en zorgvormen mogelijk worden o.a. mobiele crisisteams voor kinderen.
De rol van de patiënt en zijn familie wordt versterkt. We besteden niet alleen aandacht aan de betrokkene,
maar ook aan diens omgeving. Dankzij een verstaanbare en eenvoudige communicatie worden drempels verlaagd.
In de geestelijke gezondheidszorg verruimt de beleidsvisie zich tot gemeenschapsgerichte zorg. Cliënten worden niet alleen behandeld voor hun aandoening, maar ook geholpen en begeleid in hun maatschappelijke (her)integratie en rehabilitatie. Het in stand houden van maatschappelijke verbanden en het herstellen van de sociale verbondenheid zijn in de geestelijke gezondheidszorg minstens zo belangrijk als de medische behandeling van de psychische aandoening.
De zorgvraag van de patiënt is het uitgangspunt in de geestelijke gezondheidszorg. De patiënt is veel meer
dan een stoornis of pathologie. Hij of zij is in de eerste plaats een persoon met mogelijkheden en beperkingen, binnen een bepaalde sociale context. Op het niveau van de organisatie vormen daarom niet de psychiatrische stoornissen, maar wel de doelgroepen het vertrekpunt. CD&V heeft bijzondere aandacht voor de doelgroep van ouderen (met bijzondere aandacht voor de problematiek van dementie) en kinderen
met een psychische problematiek. Ook mensen met kanker verdienen speciale aandacht voor hun psycho-sociale moeilijkheden. De door de Staten-Generaal voor de verkeersslachtoffers geformuleerde beleidsaanbevelingen voor een betere opvang van verkeersslachtoffers en hun nabestaanden vereisen ook op Federaal vlak navolging. Gelet op de specificiteit van de forensische gezondheidszorgproblematiek en van de justitiële context is het belangrijk om een gedifferentieerd aanbod van geestelijke gezondheidszorg voor deze doelgroep te waarborgen. Dit kan zowel in de ambulante sector (centra geestelijke gezondheidszorg, poliklinische settings) als in de residentiële sector (psychiatrisch ziekenhuis, psychiatrisch verzorgingstehuis, beschut wonen, een nieuw te realiseren categoraal ziekenhuis, of binnen de structuren van het
gevangeniswezen).
(In het luik over de algemene gezondheidszorg voorziet CD&V in een evaluatie van de Wet betreffende de Patiëntenrechten en in aanpassingen aan deze Wet, zonder deze aanpassingen te specifiëren.)
U kunt dus zelf oordelen over waar de CD&V voorstaat. Het antwoord dat wij stuurden aan voorzitter Jo Vandeurzen luidt:
Geachte Voorzitter Jo Vandeurzen,
Het doet ons genoegen dat u ons memorandum hebt aangewend ter vervolmaking van uw luik geestelijke gezondheidszorg.
Wij appreciëren ten zeerste uw erkenning dat de psychiatrische patiënt in zijn/haar globaal maatschappelijk kader moet worden bekeken en begeleid.
Verder valt het ons op dat u in uw programma niet pleit voor een regelgeving psychotherapie waarbij de belangen van een aantal corporatistische groepen die zich als "experts" definiëren, primeren op de emanciaptie van de patiënt. Dit verheugt ons.
Op twee punten, denken wij, zijn we het fundamenteel oneens:
1. uw programma wekt tezeer de indruk dat het lijden van de psychisch "gestoorde" in essentie een puur intrapsychische medische zaak is, waarbij de begeleiding die U voorstelt neerkomt op een soort "activering", een term waar wij zeer huiverig tegenover staan. Ons inziens weerspiegelt het lijden van de patiënt fundamentele onvolmaaktheden binnen de samenleving en dit lijden moet ons inziens ook in die zin erkend worden door de zorgverstrekkers en de "activering" zou best in dit kader plaats vinden.
2. uiteraard delen wij ook niet het belang dat u hecht aan het gezin van de cliënt/patiënt (de "omgeving") omdat wij uit ervaring maar al te goed weten dat het gezin in veel gevallen de ziekmakende factor is die heel dikwijls de psychisch gestoorde (in overeenkomst met de zorgverstrekkers, zeker bij jongeren) in zijn/haar lijden gevangen houdt.
Wij zijn uiteraard ook zeer benieuwd welke aanpassingen u in de Wet betreffende de Patiëntenrechten wil aanbrengen. De informatie die ons bereikt, is dat deze rechten voor wat betreft de psychiatrische patiënt zullen terug geschroefd worden zodat de psychiater naar willekeur over de patiënt zou kunnen beschikken. Wij menen hier een ernstige klok-achteruit te moeten waarnemen.
Wij zullen het betreffende luik van Uw programma op onze site zetten, met onze bedenkingen.
Wij staan uiteraard ter Uwer beschikking om over één en ander van gedachten te wisselen.
Hoogachtend,
Eric Rosseel
Dr. Psychologie
Netwerk Psychiatrie & Samenleving
Een woordje van minister Bert Anciaux
(van op de weblog van De Morgen, 31 mei 2007)
Zottekes om fier op te zijn
Als jonge stagiairadvocaat kwam ik ze al tegen, het uitschot van de maatschappij, de verworpenen der aarde. Ze werden weggestoken in duistere cellen. Ze werden opgesloten zonder enige vorm van proces. Ze werden opgevolgd door de ziekenboeg van de meest gruwelijke gevangenissen. Daar bleven ze zitten. Wegrotten. Zonder dat er nog iemand naar hen omkeek.
De geïnterneerden. Nooit echt verantwoordelijk voor hun daden, maar ook nooit meer welkom in de samenleving. Opgegeven mensen. Zelfs geen menselijke GAIA die erom gaf.
De situatie is natuurlijk wel wat verbeterd. Maar wezenlijk is er nog steeds geen beleid voor psychiatrische patiënten. Ik ben zielsgelukkig met de eerlijke inzet van vele vrijwilligers, maar structureel zitten we met ons beleid voor deze zieken nog in de middeleeuwen.
Ik kwam gisteren een oud-psychiater tegen op de markt in Vilvoorde. Sommige van mijn toenmalige cliënten moesten via hem passeren, voordat ze opnieuw een kans maakten op reïntegratie. Sommigen van hen waren minderjarige slachtoffers van beestachtige geweldplegingen. Het vaste ‘medicament’ waren elektroshocks. Dat was goed voor alles, gaande van behandeling tegen schizofrenie, het ‘genezen’ van homofilie en het voorkomen van gewelddaden. Die elektroshocks werden zelfs toegepast ter voorkoming van slapeloosheid en claustrofobie.
Goed, het is al enkele jaren geleden. Er zijn zeker schitterende instellingen en prachtige dokters werkzaam in de psychiatrie. Maar wezenlijk zijn de patiënten nog steeds rechteloos. Ze zijn nog steeds de paria’s van de samenleving. Zonder stem, zonder verhaal. Zelfs in de beste instellingen moet men dankbaar zijn voor de inspraak, voor het ontvangen respect. Rechten voor psychiatrische patiënten bestaan niet. Hun leven is overgenomen door de familie, door de dokters, door de verpleegkundigen. Nog steeds blijft de regeling voor collocatie uiterst bedenkelijk en vormen misbruiken schering en inslag.
Een samenleving moet zich wapenen tegen gevaren en misbruiken, maar anderzijds moeten we iedereen wapenen tegen misbruiken en geweld. Een zotteke is nog steeds een mens. Een psychiatrische patiënt moet met respect behandeld worden. In heel het verhaal rond justitie en volksgezondheid is deze groep mensen het meest verwaarloosd. De graad van democratie wordt gemeten aan de zorg die men besteedt voor de allerzwaksten. Onze democratie kan nog een stuk verbeteren. Deze rechtelozen rechten geven. Daar gaan we voor.
Bert
www.bertanciaux.be
Stemadvies Parlementsverkiezingen
Ongetwijfeld zijn er voor u belangrijkere materies om uw stemgedrag op 10 juni te bepalen dan de rechten van psychiatrische patiënten, geesteszieken en zij die zonder het te zijn toch die diagnose opgesolferd krijgen. Maar misschien wil u toch wel weten welke partijen er willen voor ijveren dat de geestelijke gezondheidszorg er is om mensen met psychische problemen te helpen hun leven weer in eigen hand te nemen en niet om de zorgverstrekkers (psychiaters, psychologen, therapeuten, ziekenhuizen, bedienaars van elektroshock-apparatuur, etcetera) de gelegenheid te geven de miserie van de mensen te misbruiken om poen te pakken. De zorgverstrekkers mogen voor ons part goed hun brood verdienen, maar dan moeten ze ook zorg of beter ondersteuning verstrekken in plaats van aan sociale controle te doen.
We hebben alle partijen aangeschreven en gevraagd wat ze voor psychiatrische patiënten willen doen. Het animo is niet groot. Het stigma dat op de geesteszieke kleeft ("gevaarlijk", "psychopaat", etc.), maakt dat weinig politici de moed hebben om wezenlijk iets te doen.
Voor twee partijen kunnen we echter melden dat ze zich geëngageerd hebben om initiatieven te nemen voor de emancipatie en de rechten van psychiatrische patiënten zoals deze die, los van het discours van de zorgverstrekkers, zelf formuleren: SPIRIT (die in kartel opkomt met SP.a) en CAP (Comité Andere Politiek).
Met politici van Spirit hebben we doorheen ons kort bestaan inderdaad positief kunnen samenwerken in verband met bepaalde dossiers. Annemie Roppe (Spirit Hasselt) en minister Bert Anciaux zijn bij een aantal gelegenheden openlijk (o.a. in het parlement) of discreet voor ons tussengekomen.
Spirit heeft ons nu beloofd dat ze een initiatief zal nemen om de psychiatrische patiënt te beschermen tegen de schering en inslag zijnde inbreuken op zijn grondwettelijk en internationaal vastgelegde en ook voor hem geldende mensenrechten.
Dit is een zeer belangijke en politiek bijzonder moedige stellingname.
Voor wat CAP (Comité Andere Politiek) betreft kunnen we zeggen dat heel wat psychiatrische patiënten of ex-patiënten lid zijn van deze politieke groepering. CAP heeft grote delen van het programma van het Netwerk overgenomen die gelden voor de gehele gezondheidszorg (dus ook de psychiatrie en de ggz) en ook een paar specifieke punten betreffende de rechten van psychiatrische patiënten.
We vinden het jammer dat Annemie Van de Casteele (VLD) die ook zeer ontvankelijk was voor onze standpunten en eveneens voor ons in het parlement is tussengekomen, geen verkiesbare kandidaat meer wou/kon/mocht zijn.
Kortom: ons advies luidt simpel. Indien u het thema van een degelijke geestelijke gezondheidszorg uitgaande van de noden en wensen van de patiënt wil laten meespelen in Uw stem op 10 juni, dan vragen wij u te overwegen
SPIRIT of CAP te stemmen.
Woont u in Limburg, dan vragen wij U te overwegen Uw stem te geven aan Annemie Roppe (4de plaats Kamer SP.A-Spirit; dit is een strijdplaats).
Manifestatie 30 juni Brusselse Beurs
VOOR PSYCHOSOCIAAL WELZIJN
TEGEN GEWELD EN DWANG IN DE
PSYCHIATRIE
MANIFESTATIE
30 JUNI 2007
13u30-16u30
OP DE TRAPPEN VAN DE BRUSSELSE
BEURS
België/Vlaanderen wordt genoemd als één der welvarendste regio’s ter wereld.
Maar hoe zit het met het WELZIJN?
In België zijn er 5 keer meer opnames in psychiatrie dan het Europese gemiddelde(!). Hier worden minstens 2 keer zoveel psychiatrische medicijnen voorgeschreven dan in vergelijkbare buurlanden. België heeft een veelvoud van psychiatrie- en ggz-voorzieningen vergeleken met de rest van de wereld.
Wij zouden dus een veel betere geestelijke gezondheid en psychosociaal welzijn moeten kennen. Toch tellen we in België 2 keer zoveel zelfmoorden als in vergelijkbare buurlanden en zijn we bij de koplopers in de wereld op gebied van zelfmoord, depressie en psychiatrische aandoeningen. Zijn er in België jaarlijks meer dan 30 overlijdens in psychiatrie waarvan de doodsoorzaak onbekend is. Tellen we in België van 2002 tot 2004, op amper 2 jaar tijd dus, 45,5% meer “natuurlijke” sterfgevallen in psychiatrische instellingen.
Het kostenplaatje voor deze waanzin : rond de 6.000 euro per opgenomen persoon per maand of ongeveer 200 euro per persoon per dag.
-------------------------------------------------------------------------Organisatie: Sarah Beweging voor Psychosociaal Welzijn sarahbeweging@skynet.be
Met steun van: Netwerk Psychiatrie & Samenleving netwerk@mail.be
ach margrietje !!!!
[overgenomen uit De Standaard, 5 maart 2007]
"Overigens wordt de Senaatslijst van de PS getrokken door voorzitster Anne-Marie Lizin. In haar assemblee is gisteren het verbod op seks met dieren goedgekeurd. Dat is een teken van beschaving. Nu nog een verbod op seks met senator Margriet Hermans, die drugsverslaafden wil beletten om zich voort te planten (sic). Ook het gedachtegoed van mevrouw Hermans hoort zich niet verder voort te planten."
En effet! [Inderdaad: pour les flamands la même chose!]
persmededeling Fernand Haesbrouck
Apotheker Fernand Haesbrouck, onvermoeide strijder tegen het toedienen van onverantwoorde medicatie, in het bijzonder bij kinderen, verspreidde deze morgen onderstaande persmededeling.
Apotheker Fernand Haesbrouck, die vorige week het boek publiceerde: “ADHD-medicatie: medische megablunder” (http://www.wwaow.com) moet zich woensdagavond 21/2 bij het bureau van de Orde van Apothekers verantwoorden op een klacht van de Orde van Geneesheren, wegens het onwettig uitoefenen van de geneeskunde. De inhoud van het boek zou diagnoses van dokters in de geneeskunde in vraag stellen, terwijl het boek alleen over de werking van de gebruikte medicatie handelt.
Intussen staat het boek al een week op nummer een van de "best selling authors" van het uitgeversbedrijf.
Het vermoeden bestaat daarom dat de farmaceutische industrie, net zoals verleden jaar in de USA bij de FDA (Food & Drug Administration) gebeurde, alle zeilen bijzet om de markt van de legale harddrugs bij kinderen in de geneeskunde te vrijwaren. Of zoals de kranten in de VS toen kopten: "Drug industry mobilizes to defend ADHD-market". In februari 2006 immers, hadden 2 wetenschappelijke commissies van FDA erop aangedrongen om zware maatregelen te nemen,nadat bleek dat in de VS 50% van de behandelde kinderen met ADHD-medicatie psychiatrische stoornissen vertoonden en dat verontrustend veel meldingen gemaakt werden van hartproblemen en sterfgevallen. Na tussenkomst van lobbywerk door de industrie is toen door de FDA beslist om niets te beslissen en om de verkoop van ADHD-medicatie niet in gevaar te brengen.
In oktober 2006 verscheen al het boek "Psychiaters te koop" van Dr.Walter VanderEycken, die dat soort economische manipulaties in de psychiatrie aan de kaak stelde.
Men is er deze keer heel snel bij.
Fernand Haesbrouck
Wij wensen Fernand Haesbrouck alle sterkte toe om zich sereen maar zelfverzekerd te verdedigen.
Politiek en beleid m.b.t. zelfmoordprobleem
Volksvertegenwoordiger Magda De Meyer (SP.a) vraagt de initiatiefnemers van de campanje "Gezonde samenleving, gezonde mensen" (Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging plus een resem anderen waaronder ons Netwerk) ideeën te formuleren waarbij de "politiek" (voor wat haar betreft het federale "nationale" niveau, de Kamer dus) zou kunnen bijdragen tot het bestrijden van de hoge zelfmoordcijfers in België.
Alle suggesties worden gebundeld.
Oranje: ook jouw visies zijn welkom. Eén der verklaringen voor het lager zelfmoordcijfer in Nederland is dat Nederlanders gemakkelijker zouden praten over hun gevoelens en levensproblemen en eerder anderen (zowel vrienden en familie als hulpverleners) in vertrouwen nemen. Sinds de Hertog van Alva in de late 16de eeuw hebben de Vlamingen die in Vlaanderen leven (de anderen trokken precies naar het Noorden) geleerd hun mening voor zich te houden (alsook hun belastingen uiteraard!). Dus mensen van boven en onder de Moerdijk: hoe doen jullie dat? Er ellendig aan toe zijn en toch niet kiezen voor een langdurig verblijf als 'limbe' in het vagevuur?
PersConferentie Wetsontwerp GGZ-beroepen Demotte
Op 31 januari organiseren het Netwerk en het Platform van de Beroepen in de Geestelijke Gezondheidszorg een persconferentie en debat omtrent het wetsontwerp geestelijke gezondheidsberoepen en psychotherapie van minister van Volksgezondheid Rudy Demotte.
Wij verwerpen principieel elke corporatistische wetgeving, het Platform steunt het ontwerp omdat vermoedelijk onder een volgende regering een veel oninteressante regeling zal uitgedokterd worden op basis van een visie op de therapeut als expert die technisch kennis uit universitaire handboeken toepast (en daarin heeft het Platform wel gelijk). Maar er is voorlopig nog geen volgende regering.
De Persconferentie-debat gaat door aan de Vrije Universiteit Brussel (Triomflaan, Ingang 6), Trefcentrum Y' (1ste verdiep, het zogenaamde Kultuurkafé), 11u-13u.
De minister zal zelf aanwezig zijn.
We hebben hier reeds onze visie kenbaar gemaakt. We hebben rond de materie een dossier van 85 blz. samengesteld, met samenvatting op 1 en 6 bladzijden. U kan dit hier altijd opvragen.
Euthanasie en Psychisch Lijden volgens Sarah
Een brief van de Sarah Beweging aan de pers:Uitbreiding van de euthanasiewet naar psychiatriepatiënten, depressieven, dementerenden, kinderen is geen zaak van vóór of tegen. Het ligt veel genuanceerder en complexer.
Ik moet besluiten, na vele gesprekken en studie in verband met dit thema, en met concrete situaties geconfronteerd, dat er eerst aan een aantal voorwaarden moet voldaan zijn, wil men euthanasie in de ware betekenis van het woord (een goede dood, een goed levenseinde) kunnen in de praktijk brengen. Dit werd trouwens reeds vóór de wetgeving ter zake tot stand kwam in de praktijk dikwijls zo geregeld en toegepast.
Vooraleer er aan euthanasie zelfs maar gedacht wordt, moet het beste voorzien worden inzake geneeskunde, psycho-sociale zorg, palliatieve zorg enz. De levensvatbaarheid moet terminaal zijn en men moet alle mogelijke middelen eerst optimaal aangewend hebben om het lijden te verzachten of de levenskwaliteit te verhogen. Dit is een absolute prioriteit waaraan nu dikwijls niet is voldaan.
Dit wil bij voorbeeld zeggen dat psychiatriepatiënten of personen met depressie volgens ons nooit in aanmerking kunnen komen voor euthanasie als ze bv. met psychofarmaka (slaap- en kalmeermiddelen, antidepressiva, antipsychotica enz.) behandeld worden, nl. omdat er voldoende wetenschappelijk bewijs bestaat dat deze middelen suïcidaliteit kunnen genereren en mogelijk de belangrijkste uitlokkende oorzaak zijn van meer dan de helft van de zelfmoorden in ons land. De toestand van verlangen naar de dood wegens onleefbaarheid van de situatie van psychisch lijdenden wordt eigenlijk technisch (niet inhoudelijk) veroorzaakt door de geldende traditionele hulpverlening, en dan zou diezelfde hulpverlening uiteindelijk mogen en zelfs moeten ( een "recht"!) ingaan op de wens van de patiënt om te sterven?
Waar zijn we dan mee bezig?
woordvoerder Sarah Beweging
Kloosterstraat 159
1700 Dilbeek
tel./fax: 02 466 48 50
www.sarahbeweging.tk
Comment NPS: We zijn het niet met alle conclusies van Sarah eens en voor ons mag de huidige wetgeving behouden blijven. Maar we volgen zeker 100% Sarah als het over uitbreiding van euthanasie naar dementen of psychisch lijdenden gaat. De uitzichtloosheid van de levenssituatie is in veel gevallen het GEVOLG van de 'zorg' (levensvoorwaarden in bepaalde rusthuizen b.v.; verdwazing door veelvuldig gebruik van psychofarmaca bij zowel bejaarden als bij psychiatrische patiënten). Vooraleer men hier een 'goede' dood wil invoeren, moet eerst het beleid qua 'goede' leven alle hens aan dek zetten. Anders is de enige winnaar de producent van pentothal en diegene die als 'medische act' (terugbetaald door het RIZIV?) diegene die de pentothal mag inspuiten. Straks ontstaat er nog een strijd tussen diverse beroepsgroepen voor het 'recht' om pentothal te mogen inspuiten, m.a.w. om het geld dat daarmee te verdienen valt
Fernand Haesbrouck door "zijn" ziekenhuis aan de deur gezet!!!
Fernand Haesbrouck, de onvermoeibare strijder tegen het toedienen van rilatine en andere schadelijke psychofarmaca aan ADHD-kinderen of zogenaamde ADHD-kinderen (zie: http://blog.seniorennet.be/rilatine/ ), is door zijn ziekenhuis Psychiatrisch Centrum Beernem (behorende tot de multiprovincial van de Broeders van Liefde) aan de deur gezet, zogezegd als verplicht vervroegd brugpensioen omdat het om een bedrijf in moeilijkheden zou gaan. Fernand wou tot zijn 64 blijven werken en er zijn ook geen klachten over zijn prestaties. Fernand werd vroeger al door de Orde van Geneesheren bedreigd met een proces wegens onwettige uitoefening van de geneeskunde, maar dat bleek intimidatie.
Fernand heeft nog twee kinderen van 11 en 13 jaar en lijdt nu behoorlijk inkomensverlies. Het gaat hier duidelijk om een gemene streek. U kan Uw solidariteit betuigen op fernand@haesbrouck.be of door zijn hierboven vermelde weblog te bestuderen: zeer leerrijk.
Kinderen belanden in psychiatrie voor volwassenen
[Bron: De Morgen 2 jan. 2006]
Nieuw jeugdrecht leidt tot wantoestanden
Het versneld goedgekeurde jeugdsanctierecht zorgt voor onvoorziene [NPS: echt onvoorzien?] neveneffecten. Zeker in de jeugdpsychiatrie leiden hiaten in de nieuwe wetgeving, in combinatie met de gewijzigde 'collocatiewet', tot wantoestanden.
Onlangs werden opvallend veel en erg jonge minderjarigen opgenomen in psychiatrische instellingen voor volwassenen, zegt professor Dirk Deboutte van het Universitair Centrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie Antwerpen. Volgens prof. Deboutte, één van de autoriteiten op vlak van kinderpsychiatrie in België, leidt de nieuwe wet tot schrijnende toestanden. "In november zijn in Antwerpen in tien dagen dertien minderjarigen gecolloceerd", getuigt hij. "Zo is een meisje van dertien met een mentale handicap twee weken opgesloten in een psychiatrische afdeling voor volwassen mannen."
Vlak na de mp3-moord vorig jaar werd het vernieuwde jeugdsanctierecht goedgekeurd. Dat delen daarvan nog niet goed geregeld zijn, zorgt volgens Deboutte voor "zorgwekkende ontwikkelingen in het beleid inzake jeugdige delinquenten met psychiatrische aandoeningen". Hij trekt aan de alarmbel. "De aanpassingen aan beide wetten zijn waarschijnlijk goed bedoeld, maar ze hebben nefaste gevolgen."
[Netwerk: wij hebben onmiddellijk na de moord op Joe van Holsbeeck - de mp3-moord - gewaarschuwd voor een tendens dat al wie de samenleving verstoord in kampen zou terechtkomen. Prof. Deboutte neemt geen afstand van deze tendens, maar vindt eigenlijk dat iedereen op zijn plaats moet zitten. Meisjes bij meisjes, jongens bij jongens, kinderen bij kinderen en volwassen bij volwassenen. Wie tussen de regels doorleest, merkt al gauw dat hij eigenlijk ook vraagt om meer kampen, maar dan kampen die speciaal zijn uitgerust voor jonge delinquenten met psychiatrische andoeningen. Och een kamp blijft een kamp! Over sociale preventiemaatregelen zodanig dat jongeren geen misdrijven - diefstallen - moeten plegen spreekt hij niet.]
Zo kan een jeugdrechter nu jongeren die een zogenaamd 'als misdrijf omschreven feit' (mof) gepleegd hebben, plaatsen in een gesloten kinder- of jeugdpsychiatrische dienst. Dat kan op basis van een eenvoudig medisch attest, zonder enige jeugdpsychiatrische evaluatie. Vroeger, toen de vrederechter daarover besliste, lag de drempel tot collocatie terecht hoger volgens Deboutte.
[Deze tendens bevestigt de discussie die momenteel gevoerd wordt in de Federale Commissie Patiëntenrechten van het Ministerie Volksgezondheid. Ook daar wordt er voor geijverd om de criteria voor gedwongen opname te verruimen. En die vraag krijgt zelfs steun van de twee Vlaamse patiëntenvertegenwoordigers, in het bijzonder van Mieke Craeymeersch, directrice Similes, de vereniging van de familieleden en nabestaanden van psychiatrische patiënten. Similes is natuurlijk GEEN patiëntenvereniging maar ze hebben in het wereldje wel veel macht. Ruimere criteria voor gedwongen opname laat families immers toe zich te ontdoen van een lastige zoon of dochter, een ambetante partner of een moeilijke grootouder, temeer daar de gedwongen opname verhindert dat de 'patiënt' zijn geld uitgeeft aan andere zaken dan de familie en zijn fortuin verbrast zodat de erfgenamen op hun kin kunnen kloppen. Similes is ook akkoord met de invoering van dwangbehandeling en van de notie 'therapeutische onbekwaamheid', een wilsonbekwaamheid waarover de psychiater zelf en niet de rechter zou kunnen beslissen, zodat het wettelijk voorziene recht van de patiënt op instemming met de behandeling komt te vervallen. Inderdaad: in veel gevallen komen psychiaters beter overeen met de familieleden van een patiënt dan met de patiënt zelf! De andere Vlaamse 'patiëntenvertegenwoordiger' Rafaël Daem, van de door de overheid en door psychiaters opgerichte patiëntenvereniging Uilenspiegel, speelt dit spelletje mee, om zeker te blijven van de erkenning door de overheid. Dit alles in naam van de patiënten.
Maar kom: ook hier zien we dus de tendens om de uitschakeling van rare, bizarre en lastige mensen onder het mom van 'geestesziekte' te voltrekken door ze in gesloten instellingen, concentratiekampen dus, op te sluiten. Door de door de overheid en de psychiatrie opgezette patiëntenverenigingen (de voorzitter van Similes is een psychiater) hierbij te betrekken, zal men kunnen zeggen dat dwangbehandeling, opsluiting in isoleercellen en willekeurige gedwongen opname, eigenlijk een vraag is van de patiënten zelf.]
"Het probleem is dat zulke gesloten kinder - of jeugdpsychiatrische diensten niet bestaan. Ze bestaan enkel voor volwassenen. Bovendien is niet duidelijk op basis van welke criteria zulke jongeren kunnen worden opgenomen. Dat zorgt voor schrijnende verhalen waarbij kinderen van twaalf tot dertien met suïcidaal gedrag bij de politie zijn terechtgekomen en na een eenvoudig medisch attestje gecolloceerd zijn op een volwassenafdeling.
Tot voor kort werden jongeren wel eens in gevangenissen geplaatst. Nu dit, na een veroordeling door het Europees Hof, niet meer mag, gebeurt het kennelijk in psychiatrische ziekenhuizen voor volwassenen."
[Prof. Deboutte wijst er terecht op met het nieuwe jeugdrecht kinderen in de vorm van een collocatie in een gesloten volwassenenafdeling eigenlijk in een gevangenis terecht komen. Moeten de ziekenhuisbedden die vrij komen door de tendens naar beschut wonen e.d. nu gevuld worden door jeugdige delinquenten op basis van een simpel medisch attestje, gestigmatilseerd als "geestesziek"? Over gans het land merken we dat, vooral op de uitgangsdag die vrijdag is, allerlei mensen die overlast bezorgen maar niet geestesziek zijn door de politie op basis van een spoedprocedure aangevraagd bij de procureur des Konings in de psychiatrie belanden. Wordt de psychiatrie die meer en meer opteert voor thuiszorg, nu een oplossing voor het nijpend tekort aan gevangenissen, waarvoor de mutualiteiten en het RIZIV opdraaien tot groot profijt van de Broerders van Liefde en andere eigenaars van psychiatrische ziekenhuizen?]
Kinderpsychiater Eric Schoentjes van het UZ Gent beaamt het risico op wantoestanden. "Bijzondere jeugdzorg wordt vaalk geconfronteerd met jongeren die op korte termijn oplossingen vereisen. Met het jeugdsanctierecht kunnen ze ook geplaatst worden in psychiatrische instellingen, maar de voorwaarden zijn niet duidelijk. Wij ijveren voor duidelijke indicaties zodat ze 'moeilijke' jongeren niet zomaar op die diensten droppen."
Bijkomend probleem is volgens de kinderpsychiaters dat nu zoveel aandacht gaat naar de delinquente jongeren dat andere minderjarigen met psychiatrische problemen dreigen te moeten wijken. Bij het kabinet Volksgezondheid van minister Demotte zeggen ze over de problemen gehoord te hebben, maar noemen ze de collocaties een bevoegdheid van het kabinet Justitie. Bij Justitie was niemand beschikbaar voor commentaar.
[De ganse situatie laat nog maar eens zien dat bestraffing als methode voor misdaadpreventie alleen maar tot schrijnende toestanden leidt waar op de duur niemand raad mee weet. Allerlei jongeren die iets mispeuteren krijgen nu een psychiatrisch etiket opgeplakt om ze op die manier toch maar te kunnen opsluiten. Dit is een straatje zonder einde. Er is maar één zinvolle oplossing: de sociale ongelijkheid uit de wereld helpen zodat jongeren niet verplicht worden te stelen of op rooftocht te gaan en dat hun gemoedstoestand dusdanig vredig is dat ze niet om de haverklap herrie moeten schoppen!]
ZIJ zijn niet gek!
ZIJ zijn niet gek, nee hoor! Zij weten perfect wat ze doen.
Zij hangen Saddam Hoessein o.a. opdat de wereld niet zou weten wie het gifgas leverde waarmee in 1988 de Koerden in Halabja werden vermoord en welke autoriteiten de uitvoer van het gas naar Irak toelieten. Irak kon zelf het gifgas niet produceren, dus het kwam elders vandaan, uit de USA of Europa. In 2005 werd de Nederlandse zakenman Frans van Anraat tot 15 jaar veroordeeld omdat wegens zijn aandeel in de bevoorrading van Irak met chemische wapens. Van Anraat zou aan het Iraakse regime onder meer 538 ton thiodiglycol hebben verkocht, dat gecombineerd met zoutzuur 700 ton mosterdgas kon opleveren. Een deel van de thiodiglycol werd aan Van Anraat geleverd door Alcolac Inc. uit Baltimore. Het werd via Antwerpen naar Akaba verscheept, en werd vandaar naar Irak getransporteerd.
De Koerden wilden dat het tweede proces tegen Saddam betreffende de aanval op Halabja zou verdergaan, maar niemand heeft natuurlijk oren naar de Koerden.
ZIJ zijn niet gek, nee. Zij hangen er liever eentje van hun soort op omdat zekere waarheden niet zozeer kwetsend zijn, maar ontluisterend.
WIJ zijn wel gek en leven met weggevreten hersenen opgesloten in isoleercellen tot ons hart het begeeft. Wij hebben niemand met gifgas bestookt en wij hebben niemand opgehangen. Wij hebben geen bloed aan onze handen. Wij zijn alleen maar een beetje gek.
Gelukkig Nieuwjaar, Mr. Bush! Maar ook voor de Antwerpse havenautoriteiten die wel namaaksigaretten kunnen onderscheppen maar gifgas probleemloos laten passeren.
Rukt de homofobie weer op?
De christelijke geïnspireerde 'wetenschapper' en 'filosoof' Gerard Bodifée laat van zich spreken door zijn uitlatingen dat homoseksualiteit 'abnormaal' is. Gerard is filosofisch niet van de snuggerste en als wetenschapper meer een populariserend wetenschapsjournalist dan een echte wetenschapper, de reden uiteraard waarom hij op de VRT als 'opiniemaker' mag en kan opdraaien. Was hij een echte wetenschapper dan zat hij daar niet te pogen het volk te vermaken. En natuurlijk dankt hij die eer ook aan zijn typische 'tsjeventaal', een ballonnetje oplaten en als het niet pakt, rap wat terugkrabbelen.
Zijn vriend en ook al "filosoof" Jan Klüssendorf verdedigde hem in De Standaard als volgt:
"WAT beweert Gerard Bodifée nu eigenlijk? Dat homoseksualiteit abnormaal zou zijn? Dat hangt ervan af hoe je abnormaal definieert. Eén betekenis is een soort moreel oordeel: al wat niet normaal is, is verwerpelijk. Maar 'normaal' betekent ook ,,zoals de norm'', een vaststelling zonder waardeoordeel.
Ik behoor niet tot de groep mensen die ervan uitgaan dat onze schepping een doel heeft. Wel weet ik dat de wetten van Darwin gelden en dat seksualiteit daarbij de rol vervult van het instandhouden (en verbeteren) van de soort. In die zin is homoseksualiteit een vrij zinloze eigenaardigheid, net zoals albino's of andere 'afwijkingen' dat zijn. En ik gebruik het woord 'afwijking' hier niet in de morele betekenis van verwerpelijk, maar in de strikte taalkundige zin: afwijkend van de norm. Het is dus een soort evolutionair foutje.
Ikzelf ben linkshandig. Niet echt een probleem, al weet ik - zucht - dat linkshandigen iets minder lang leven dan rechtshandigen. Als linkshandige wijk ik van de evolutionaire norm af: negentig procent van de bevolking wordt in principe rechtshandig geboren. Ben ik daarom minderwaardig? Nee, we hebben in onze cultuur, terecht, afgesproken dat we alle mensen, wat ook hun toestand, handicap, rijkdom, intelligentie en geaardheid mag wezen, gelijkwaardig zullen behandelen. Zijn we allemaal gelijk? Nee, duidelijk niet, maar we hebben afgesproken elkaar wel zo te behandelen.
De vaststelling dat homoseksualiteit evolutionair gezien een afwijking is (maar dan in de juiste betekenis van de term) houdt dus helemaal niet in dat we homoseksuele medemensen niet met evenveel respect moeten bejegenen als, bijvoorbeeld, linkshandigen, of albino’s.
Is het nu moreel verwerpelijk om als samenleving ernaar te streven zo weinig mogelijk ‘afwijkingen’ te hebben? Bodifée vindt duidelijk van niet, tenminste als dat gecombineerd wordt met het streven om ‘afwijkelingen’, die er altijd zullen zijn, als evenwaardige medemensen te behandelen. Ik ben geneigd hem daarin te volgen. Biologische wezens, zoals de mens er ook een is, hebben de neiging om afwijkend gedrag of afwijkende soortgenoten (soms zeer) negatief te behandelen. Dat zien we bij dieren en dat zien we ook bij kinderen. Of we dat nu graag hebben of niet: de natuur heeft de neiging afwijk(el)ingen te verstoten. Wij mensen hebben daar met ons dun laagje cultuur - opnieuw: terecht - een ander standpunt ingenomen. En we slagen er ook steeds beter in om dat standpunt ook maatschappelijk af te dwingen. Maar het blijft een culturele correctie en dus is dat gedrag zeer kwetsbaar en onstabiel.
Daarom ook lijkt het mij verstandig om homoseksuele mensen en linkshandigen en albino’s wel als volwaardige en evenwaardige mensen te behandelen, maar er tegelijk naar te streven om het aantal mensen met zo’n afwijking zo laag mogelijk te houden."
Kortom, homo's moet je respecteren, maar eigenlijk moet je er in de eerste plaats voor zorgen dat ze niet bestaan. En dit alles wordt als wetenschap verkocht, dit terwijl homoseksualiteit in de natuur bij de meest diverse soorten zeer frequent voorkomt. Bodifiée en Klüssendorf zullen toch wel beseffen dat woorden als 'abnormaal' en 'afwijking' in een krant of op tv door de lezer of kijker niet begrepen worden in de statistische betekenis van het woord, nl. in de zin dat ze numeriek een minderheid zijn. Dat soort lieden weet goed wat ze doen, daarvoor zijn ze te vertrouwd met de media.
En zijn ook Bekende Vlamingen dan geen afwijkende soort? Waarom worden zij dan niet afgestoten? Wat Bodifée en Klüsseendorf als biologie verkopen is wel echt 19de eeuws. En dan die vergelijking met linkshandigen en albino's: waarom zouden wij ernaar moeten streven het aantal linkshandigen zo laag mogelijk te houden? En bij ons weten is het helemaal niet bewezen dat linkshandigheid een zuiver erfelijk en 'biologisch' gegeven zou zijn.
En dan die typische tsjevenverdedigingsargumenten die Remco Campert al in 1968 in 'Tjeempie! of Liesje in Luiletterland' belachelijk maakte: 'Ik ben zelf linkshandig!', 'Ik heb vrienden die homo zijn!'.
Gerard Bodifée kreeg dan ook terecht op 15 december de homofobie-prijs van de Holebi-federatie. De prijs gaat ieder jaar naar een persoon die zich negatief heeft uitgelaten over holebi's. Bodifée werd 'gehuldigd' omdat hij zijn positie als wetenschapper zou hebben misbruikt om ,,foutieve ideeën over holebiseksualiteit voor te stellen als algemene waarheid''. Daarmee haalde hij het van Vlaams Belang, dat een ,,haatcampagne tegen holebi's'' voert.
De reactie van Bodifiée is navenant en van een soort plat "anti-communisme" dat we al in jaren niet meer hebben gehoord en in ieder geval een wetenschapper/filosoof onwaardig, nl. dat we in een totalitaire maatschappij zouden leven waar de progressieven de vrije meningsuiting verhinderen.
,,Weet je wat ik heb gezegd? Dat het recht van een kind op een mama en een papa belangrijker is dan het recht op adoptie van een minderheidsgroep. Mag ik dat niet zeggen? Ik wil daar een discussie over. Maar in de plaats daarvan krijg ik deze belediging.'' Volgens Bodifée toont deze ,,belachelijke'' prijsuitreiking aan dat we in een gevaarlijke tijd leven. ,,We mogen blijkbaar niet meer van mening verschillen. Ik kom op voor de vrijheid van meningsuiting. Blijkbaar mogen veel mensen wel iets denken, maar mag niemand dat openbaar zeggen. Dat is een ongezonde evolutie, want voor een samenleving is het belangrijk om te discussiëren, om ideeën te toetsen.'' ,,Nu moet je verplicht progressief zijn. Dat merk je ook in de media. Over het homohuwelijk bijvoorbeeld lees en hoor ik alleen maar argumenten pro. De argumenten contra bestaan toch ook? Maar die krijgen we niet te horen, hoewel die bij veel mensen leven. Ik vrees dat we meer en meer in een totalitair mentaliteitsregime leven.'' Dat hij de homofobieprijs krijgt, ,,verbaast en beledigt'' Gerard Bodifée. ,,Ik heb heel veel respect voor verschillen tussen mensen. Ik vind dat we mekaar moeten respecteren in het verschillend zijn. Ik heb ook vrienden die homo zijn, ik heb dus helemaal niets tegen holebi's. Maar ik zou nog homofoob worden als ik zie dat dit een beweging is die geen enkele kritiek meer duldt.''
Kortom, Gerard Bodifiée vindt dat hij ook nog de stok heeft gevonden om de hond te slaan. Vermits hij de homofobie-prijs gekregen heeft, besluit hij maar om ook 'echt' homofoob te worden.
Commentaar van Mieke Stessers, woordvoerdster van de Holebi-federatie:
'Gerard Bodifée reageert verontwaardigd op de hem toegekende Homofobieprijs. Hij beschouwt de holebi's als ,,een groep mensen die geen enkele kritiek meer verdraagt'' en beweert dat ,,men tegenwoordig niet meer mag zeggen wat men denkt'' (DS 19 december). Bodifée heeft de homofobieprijs niet gekregen omdat hij enkele ongelukkige uitspraken over holebi's deed. Wel omdat hij als opiniemaker - die rol krijgt hij toebedeeld omdat hij wetenschapper is - een discours over holebiseksualiteit verspreidt dat alles behalve wetenschappelijk onderbouwd is. Dat is oneerlijk.
De holebifederatie is het recht op vrije meningsuiting en kritisch denken erg genegen. Zonder zouden de bestaande rechten voor holebi's nooit verworven zijn. Bodifée verdraait de waarheid door de slachtofferrol op te nemen en zich te profileren als verdediger van de vrije meningsuiting.
Mieke Stessens, Woordvoerster Holebifederatie'
Het is inderdaad zielig om zien hoe de genetica en de biologie in het algemeen door wetenschappelijke kwakzalvers misbruikt wordt om uiterst betwistbare opinies als wetenschappelijke waarheid te verkopen. Maar misschien geeft het toekennen van de homofobie-prijs aan de denkbealden van zo'n nuttige idioot alleen nog meer publiciteit. Want wij hebben dit elders al vermeld: ons inziens rukt de homofobie zoals andere reactionaire ideeën in het tegenwoordig heersend intellectuele klimaat weer op, en niet alleen in Polen.
Antwoord aan Katrien Vanhauwaert
Naar aanleiding van de 'casus West-Vlaanderen' die we hier enkele dagen geleden ten berde brachten, ontvingen we een schrijven van mevr. Katrien Vanhauwaert, ombudspersoon West-Vlaanderen in het kader van de Wet betreffende de Rechten van de Patiënt. Daarop gaven we onderstaand antwoord:Wij zelf weten ook altijd niet in hoeverre iemand die bij ons zijn of haar klachten formuleert het volledige verhaal vertelt. Wij trachten dit wel altijd via één van onze Netwerkers ter plaatse te beoordelen. Wanneer wij echter 'voelen' dat de bestaande wetten noch naar de letter noch naar de geest correct worden geïnterpreteerd en moeten vaststellen dat vrederechters en psychiaters onder elkaar afspraken maken, dan voelen wij ons geroepen radikaal op te treden. Bij de Heilige Familie in Kortrijk weten ze ondertussen wat dat betekent: al hebben ze daar ons mogen belachelijk maken in de Krant van West-Vlaanderen, de signalen die ze van het federale en van het Vlaamse ministerie ontvangen hebben, hebben ze toch duidelijk als 'verwittigingen' begrepen. En ondanks al hun gezwaai hebben ze tegen ons geen juridische klacht ingediend: ze wisten dus wel dat we in de grond van de zaak gelijk hadden. En of! Wij gaan niet over één nacht ijs. Als de zaken op het terrein als gevolg van ons optreden wat ernstiger gebeuren, gunnen wij de ziekenhuispsychiaters graag het plezier wat stoom af te blazen door in de lokale kranten onszelf als 'geestesziek' voor te stellen: dat zijn we officieel ook, maar dat betekent niet dat we beschaamd of idioot zijn. Onlangs hebben we nog de collocatie van een persoon kunnen breken en we zijn vast van plan individuele gevallen die zich lenen tot interventie, te blijven steunen, liefst in samenspraak met de ombudspersonen. Maar we moeten vaststellen dat in veel gevallen de ombudspersonen niet willen of niet kunnen optreden, precies omwille van hun 'neutraliteit'.
Wij zullen de betrokkene waar het hier in concreto om gaat, vragen met U contact op te nemen.
From: Katrien Vanhauwaert
Geachte heer,
Het klopt dat de psychiater niet te beslissen heeft over de verlenging van de gedwongen opname. Hij kan hoogstens een aanvraag van verlenging doen uiterlijk 15 dagen voor de afloop van de observatietermijn van 40 dagen ( zie regelgeving onderaan atikel 13). Het is de vrederechter die beslist. De patiënt kan hierbij de voorziene wettelijke verweermiddelen aanwenden (eigen advocaat, eigen vertrouwenspersoon en eigen arts, zie regelgeving atikel 7 §4).
Wij realiseren ons ten volle dat dit in de praktijk niet altijd even eenvoudig is. Als ombudspersoon is het gezien onze neutraliteit niet mogelijk op te treden als vertrouwenspersoon, mocht de patiënt daarom vragen. Ook een tegenexpertise door een patiënt gekozen psychiater is niet altijd eenvoudig (dikwijls omwille van de prijs en het is ook niet makkelijk om een psychiater te vinden die tegen een collega wil ingaan).
Het verheugt ons dan ook dat u de patiënt wil ondersteunen door de betrokken vrederechter te contacteren. Indien dat voor u mogelijk is, kan u zich door de patiënt als vertrouwenspersoon laten aanstellen.
Ook het feit dat de psychiater van uw netwerk bereid is om een expertiseverslag te maken of nog beter aanwezig wil zijn op de zitting, lijkt ons een belangrijke troef. Vele patiënten kunnen van deze ondersteuning maar dromen.
Indien de verlenging door de vrederechter wordt uitgesproken, kunt u binnen 15 dagen in hoger beroep gaan (zie bijgevoegd wettelijke bepalingen, zie regelgeving onderaan artikel 30).
Het is ook altijd mogelijk om een herziening aan te vragen bij de vrederechter bv. wanneer de voorwaarden (geestesziekte, gevaar, geen andere oplossing cfr. uw mail) voor de gedwongen opname niet langer van toepassing zijn (zie regelgeving artikel 22).
Als ombudspersonen in de geestelijke gezondheidszorg zijn wij ons bewust van de conflicten die er bestaan tussen de patiëntenrechten en de wet op de bescherming van de persoon. Wij weten dat er in de werkgroep geestelijke gezondheidszorg van de federale commissie rechten van de patiënt voorstellen worden uitgewerkt rond deze problematiek.
In de praktijk proberen wij als ombudspersonen de patiënt voldoende te informeren over zijn rechten binnen de procedure gedwongen opname. De patiënt uit de casus die u beschrijft kan rechtstreeks met mij contact opnemen. Tot op heden werd door de patiënt uit de door u omschreven casus nog geen contact met mij opgenomen.
In de mate van het mogelijke blijven wij bereid om te helpen bij het versterken van de rechtspositie van de patiënt, ook binnen de procedure van de gedwongen opname.
http://www.juridat.be/cgi_loi/loi_a1.pl?DETAIL=1990062632%2FN&caller=list&row_id=1&numero=7&rech=10&cn=1990062632&la=N&chercher=t&language=nl&trier=afkondiging&choix1=EN&choix2=EN&tri=dd+AS+RANK+&text1=geesteszieke&dt=WET+-&nl=n&set1=SET+TERM_GENERATOR+%27word%21ftelp%2Flang%3Ddutch%2Fbase%2Froot%2Fderive%2Finflect%27&set3=set+character_variant+%27dutch.ftl%27&fromtab=wet&sql=dt+contains++%27WET%27+and+%28+text+contains++%28+%27geesteszieke%27%29+++%29&imgcn.x=53&imgcn.y=6
Met vriendelijke groeten,
Katrien Vanhauwaert
Ombudsfunctie GGZ West-Vlaanderen
een "echte" campanje: dan doen wij natuurlijk mee
neem eens een kijkje op de website:http://www.gezondesamenleving.be
een campanje 'gezonde samenleving, gezonde mensen' op initiatief van Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging, samen met o.a. de Sarah Beweging, de Holebi-federatie en aantal academici die actief zijn op het terrein van de geestelijke gezondheidszorg, de armoedebestrijding, e.d.
Je kan op deze site je steun betuigen aan deze campanje door de Platformtekst te onderschrijven. Kritische commentaren kan je er ook kwijt.
De website is overigens ontworpen door een Psychische Aangedane Mens, een 'pam' die lid is van het Netwerk.
Prof. Guislain, behoeder van de geesteszieken
Joseph Guislain is de "grootste prof van de UGent"
"Volgens een verkiezing van de UGent en Radio 2 Oost-Vlaanderen is professor Joseph Guislain, de man van het gelijknamige museum, de grootste prof van de Universiteit Gent.
Nadat een interne rondvraag een lijst van tien vooraanstaande academici opleverde, konden de luisteraars de afgelopen week beslissen wie de absolute nummer een was. Dat werd dus Guislain (1797-1860), de eerste zenuwspecialist van de lage landen en een vernieuwer van de psychiatrische gezondheidszorg. Hij schiep het eerste echte "gesticht", dat een model werd voor het hele land en de geesteszieken bevrijdde uit de mensonterende "dolhuizen".
Joseph Guislain was niet alleen een groot geleerde en een wetenschappelijk pionier, maar ook een sociaal bewogen humanist en filantroop. Zo liet hij in zijn testament zijn vermogen aan de behoeftigen na. In Gent is Joseph Guislain vooral bekend van het gelijknamige Guislaininstituut. Binnen de muren van dat instituut opende in 1986 een museum, gewijd aan de geschiedenis van de psychiatrische zorgverlening en de bijzondere inbreng van Guislain.
Guislain liet Nobelprijswinnaar en fysioloog Corneel Heyman achter zich. Op de derde plaats strandde Gustave Magnel, specialist in gewapend beton.
Bron: De Morgen van 13 december 2006"
NPS: googelt u maar eens en u zal zien aan welke mensonterende mishandelingen prof. Guislain de geesteszieken onderwierp. Guislain is eerder voorloper van elektroshocks dan van psychotherapie.
Leve Rhode-St-Genèse
De Vlaamse regering vindt het nodig met haar agressief linguïstisch racisme (die ik als ik psychiater was met Risperdal en Seroquel zou behandelen) onze franstalige vrienden weer de gordijnen in te jagen.
Ondertussen gebruikt ze zelf in haar officiële stukken meer en meer Engelse woorden waar gangbare Dutch woorden voor bestaan.
Sinds vandaag woon ik niet langer in Strombeek maar schrijf ik in al mijn correspondentie met de overheid Strombeeck. Het zal hen leren. Dat ze zich bezighouden met tewerkstelling, de onderwijsachterstand van de allochtonen, de gezondheidszorg. Kortom met 'goed bestuur'.
Mijn adres is vanaf nu:
Eric Rosseel
Grote Winkellaan, 94, avenue Grote Winkel
1853 Strombeeck
Kakania
(U weet wel: Kakania uit Robert Musil's De Man zonder Eigenschappen)
Toch maar een oproep aan het VVGG !
Vlaamse gezondheidzorg gedeeltelijk in vraag
Het werk dat door sommigen binnen de Vlaamse Vereniging Geestelijke Gezondheid gedaan werd vind ik effenaf bewonderenswaardig, zoniet schitterend, en dan heb ik het vooral over het project HAIA waarbij men het taboe rond GGZ in de scholen probeert te doorbreken. Een spreekbuis leveren voor 'psychisch gekwetste mensen', lijkt mij een essentiële opgave in onze maatschappij, temeer daar deze mensen er niet om gevraagd hebben, een schizofrene of manisch-depresieve of nog een andere psycho-sociale aandoening te hebben.
Het lijkt me dat onze overheid steeds minder aandacht aan deze sector kan schenken, omdat haar budgetten te klein zijn of omdat ze soms naar minder zinvolle projecten gaan of omdat ze informatie krijgt vanuit de verkeerde hoek.
Er is dus nog bijzonder veel werk voor de boeg voor de VVGG.
Jammer genoeg merk ik sinds jaren een ongenoegen onder vele patiënten over de gang van zaken binnen de VVGG. Het SUV (afkorting voor Similes, Uilenspiegel en VVMD), dat het zogenaamde patiëntenplatform zou moeten zijn van de VVGG vertegenwoordigt nauwelijks nog patiënten. Pogingen om dat te hervormen werden 2 jaar geleden tegengewerkt, door de VVGG zelf, terwijl men het naar de overheid toe anders voorstelt
Het lukte ook niet echt om binnen de VVGG het psychotherapeutisch denken meer cliënt-centered te oriënteren. Daardoor daalde het vertrouwen van de patiënten in haar. Dat is ook niet goed voor onze maatschappij.
De invloed van Similes, die geen patiëntenvereniging is, werd te groot binnen het SUV. In andere woorden de psychosociaal geraakte patiënt komt binnen dit huidig VVGG nog weinig aan bod.
Verder dat de 2 resterende patiëntenverenigingen (VVMD en Uilenspiegel) het vaak moeilijk hebben, daar kan ik begrip voor opbrengen. Vooral lokaal worden soms bewonderenswaardige inspanningen gedaan, maar ook af en toe teleurstellende. Bovendoen, centraal gaat te veel energie verloren, wat voor de psycho-sociale vrijwilligers te betreuren is.
Joost mag bovendien weten, wat cultuur met Geestelijke Gezondheid te maken heeft, want daar haalt men nogal wat subsidies met het SUV en of de VVGG, niet? Bovendien, bij de bindingen met een aantal farmaceutische bedrijven kunnen stilaan ernstige vragen gesteld worden.
Deze nota stuur ik naar leden van de Raad van Bestuur van de VVGG waarvan ik het mailadres nog heb en ook naar een aantal betrokken overheden. Deze RvBS van de VVGG kan niet beweren dat ze niet gewaarschuwd geweest is door ondergetekende twee jaar geleden. De leugenachtige verklaringen van het voorjaar doen echter helemaal het ergste vrezen. Het HAIA-project staat nu ook al ter discissie binnen de VVGG, naar ik vernam.. Dit initiatief had echter meer aandacht verdiend en een structuur en middelen, los van de VVGG. Ik hoop dat de overheid dit beseft.
Ondertussen blijft de discussie over de psychotherapie in Vlaanderen een machtsspel en een getouwtrek, terwijl de patiënt er alsmaar minder te zeggen heeft, er slechter aan toe is en de zelfmoordcijfers of pogingen de pan uit swingen, ook onder jongeren. De Vlaamse Minister van Welzijn wil daar iets aan doen.
Bravo, maar ik raad haar toch aan de gebruikte kanalen te onderzoeken. Misschien dient de overheid, vooral de federale, eens na te denken over het gebrek aan perspectief waarmee ze veel mensen opzadelt, in de eerste plaats veel jongeren. Zonder te willen negeren dat sommigen de capaciteit tot verantwoordelijkheid vergeten tegenover hun behoefte aan vrijheid.
Tenslotte blijft het een aberatie dat een aantal mensen met een psychosociale aandoening onbehandeld in gevangenissen terecht komen, waar ze er alleen maar slechter van worden.
Ondergetekende is steeds bereid een open gesprek aan te gaan.
Een mens is meer dan zijn aandoening alleen!
Psycho-sociaal geraakte mensen verdienen
een stem in het debat rond psychotherapie!
Met vriendelijke groeten, Philippe Deleu,
ph.deleu@scarlet.be
Philippe Deleu is oud-voorzitter VVMD en was tot hij werd weggepest bijzonder actief binnen het VVGG en meer in het algemeen in de actie voor 'respect' voor psychisch en mentaal 'gestoorden'..
Oproep van een Lotgenoot
Lieve lotgenoten,ik heb een oproepje gekregen van een lotgenoot van ons en ik ga hem hier proberen een beetje in te korten.
Harry bijt zich al meer dan drie jaar vast in een strijd naar rechtvaardigheid rond mijn verzekering gewaarborgd inkomen bij Fortis die ik intussen heb laten dagvaarden door een advocaat.
Ik gebruik hier even zijn woorden:"Maar er blijft iets in mijn hoofd spoken waarmee ik mijn advocaat mogelijk een (klein) stapje mee vooruit kan helpen... De tegen-advocaat van Fortis durft het nl. zelfs zo ver te drijven dat hij zijn twijfels uitdrukt over het feit of CVS / Fibromyalgie wel een ziekte is... stel je voor ! In mijn voorafgaande poging via een minnelijke
arbitrageprocedure werd ik wel 100% economisch onbekwaam verklaard door de arbitragearts, echter proberen ze er zich nu vanaf te maken met een uitsluitingsclausule en door mijn aandoening niet objectief te bestempelen.
Ik was nl. vorig jaar aanwezig op "de protestdag" (van de actiegroep cvs-fibromyalgie) in het bouwcentrum waar ik na afloop nog een gesprek had met Marc Van Impe (promotor van die actie). Terwijl ik bij hem stond kwam er een koppel, waarvan de vrouw in een rolstoel zat (ik veronderstel dat zij dus cvs, fibromyalgie of beide had), met het verhaal bij Marc dat zij gebouwd hadden, waarbij alles gelijkvloers was en aangepast voor een rolstoel wegens de ziekte van mevrouw. Zij hadden hiervoor een lening aangegaan bij Fortis, waarbij ze als motivatie bij die aanvraag ook melding maakten van mevrouw haar ziekte cvs. Nu kregen zij op een bepaald moment een brief van Fortis met de mededeling dat mevrouw vanwege "haar ziekte" haar rijbewijs diende in te leveren en Fortis hen dus niet langer meer kon verzekeren voor de auto. Marc was erg druk omringd op dat moment en vroeg hen dat op mail te zetten en hem eventueel een kopie van dat schrijven van Fortis te bezorgen, met de bemerking "t is verdorie Fortis op kop die de ziekte niet wil erkennen!"
Inderdaad, dit is dus wel een contradictie bij Fortis ! Ik vertelde het aan mijn advocaat die vroeg of ik daar een bewijs van had... maar jammer genoeg heb ik er op dat moment niet aan gedacht die mensen hun gegevens te vragen.
Zouden jullie voor mij niet een mail-oproep willen doen met de hoop die mensen te bereiken met de vraag of ze me zouden willen contacteren op mijn mail-adres: harry.herkes@scarlet.be ?
Mogelijk kan dit schrijven van Fortis aan hun een beetje extra helpen bij mijn rechtzaak. Misschien kunnen jullie dan bij die gelegenheid ineens vragen of ieder die mogelijke interessante info heeft die zou kunnen bijdragen bij mijn proces, mij eveneens zou willen contacteren? Ik voer tot nu toe een vrij eenzame strijd voor mezelf, en hoop enorm deze zaak te winnen (ondanks dat er velen zijn die mij voor gek verklaren daar in te geloven en het op voorhand een verloren strijd noemen...), maar het zou wel eens een precedent kunnen scheppen voor procesvoeringen van lotgenoten in eenzelfde situatie... dus is mijn strijd ook een beetje voor ons algemeen belang naar erkenning! Mijn advocaat zegt alvast er goede hoop op te hebben (maar ja, zeggen ze dat niet altijd om hun cliënt tevereden te houden ????) Ikzelf heb er in ieder geval de energie niet voor om er me zelf verder in vast te bijten en stel dus mijn volle vertrouwen in mijn advocaat... maar alle beetjes van buitenaf kunnen helpen hé..."
Dus lieve mensen, ben jij degene die Harry zoekt of ken je deze persoon of denk je andere info te hebben die deze man kunnen helpen, mail hem dan a.u.b.! Hij zal u eeuwig dankbaar zijn.
Groetjes,
Katrien
www.cvs-fibro-monster.be
Opiniestuk De Vlaamse Epidemie in de krant De Morgen
Het Netwerk Psychiatrie & Samenleving is een actieve partner in een anti-neoliberale geestelijke-gezondheidszorg-campagne die vandaag van start gaat. De campagne, een initiaitief van de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging, start met een Opiniebijdrage in de krant De Morgen en met het vrijgeven van een ruimere platformtekst (kan je hier bekomen). Ook worden op verschillende plaatsen in Vlaanderen zogenaamde boomerang-kaarten (een soort postkaarten met daarop cartoons die de kernpunten van de campagne uitbeelden) verspreid. Woordvoerder is Björn Siffer van de Humanistisch-Vrijzinige Vereniging. Hieronder het Opiniestuk:
De Vlaamse epidemie
door Björn Siffer
Willen we evolueren naar een New Yorks model waar elk individu twee jobs en twee psychiaters nodig heeft?
Björn Siffer meent dat zelfdoding meer dan een individueel probleem is.
Elk jaar zijn er twintigduizend zelfmoordpogingen in Vlaanderen. Driemaal zoveel mensen hebben het ooit overwogen. Iedere dag sterven drie Vlamingen door zelfdoding. In 2004 stierven in totaal 1.085 individuen door zelfdoding. Per honderdduizend inwoners maken hier negentien mensen een einde aan hun leven, het wereldgemiddelde ligt op veertien. Zelfdoding is de meest voorkomende doodsoorzaak bij mannen tussen 30 en 49 jaar, en bij vrouwen tussen 20 en 34 jaar. Eén op de acht Vlamingen kampt met ernstige psychische problemen. Volgens een recent onderzoek zou 42 procent van de consultaties bij de huisarts deels of volledig betrekking hebben op psychische problemen. Tele-Onthaal krijgt gemiddeld 335 telefoontjes per dag. Deprimerende cijfers en dan hebben we het nog niet eens over de 20 procent met slaapproblemen, de 6 procent met angstgevoelens en de 8 procent met somatische klachten. Nochtans is Vlaanderen een welvarende regio.
De Vlaamse overheid erkent de problemen wel - dat blijkt uit haar doelstellingen die sinds
De ondertekenaars van dit platform vinden dat een inclusief welzijnsbeleid niet blind mag blijven voor de maatschappelijke dimensie van onze geestelijke gezondheid. Welvaart vertaalt zich niet automatisch in welzijn. De economische ratrace zorgt ervoor dat een enorme stress alle sferen van ons bestaan aantast. Flexibilisering en herstructurering eisen hun tol. Klachten als depressies, burn-outs, angst- en paniekaanvallen en het chronische vermoeidheidssyndroom (CVS) zijn duidelijk stressgerelateerd en bevatten dus een maatschappelijke dimensie. Uit vele onderzoeken blijkt dat geestelijke (on)gezondheid mee wordt bepaald door structurele of maatschappelijke factoren die het niveau van het individu overstijgen. Hoe hoog ben ik geschoold? Zit ik onder of boven de armoedegrens? Ben ik getrouwd of alleenstaand? Ook de verwachtingen over succes zijn in onze prestatiemaatschappij enorm hoog, zodat mensen, in het bijzonder kinderen, snel het gevoel hebben te mislukken.
Die normerende benadering, waarbij het individu gevraagd wordt enkel naar zichzelf te kijken, werkt de medicalisering van onze samenleving in de hand. Voor elke ziekte een pil, zeg maar. De farmaceutische industrie bloeit als nooit tevoren. Het propageren en verhandelen van ziektes neemt onrustwekkende proporties aan. Onder het mom van 'voorlichting' worden door farmaceutische bedrijven ziektes gepropageerd bij media, dokters en publieke opinie. En voor die ziektes worden dan gretig geneesmiddelen geproduceerd. Een typisch voorbeeld is het zogenaamde erectieprobleem bij veertigplussers, een hype die in gang werd gezet door de producent van... Viagra.
Het wordt hoog tijd om de problematiek eens globaal te bekijken en duidelijk te maken waar we met onze samenleving naartoe willen. Willen we evolueren naar een New Yorks model waar elk individu twee jobs en twee psychiaters nodig heeft om het hoofd boven water te houden? In die optiek pleiten wij ervoor om ook structurele en maatschappelijke factoren van de geestelijke gezondheid in kaart te brengen en daar de gepaste maatregelen tegenover te zetten. In welke mate blijven holebi's gebukt gaan onder de heteronorm? Wat doen we aan de hoge depressiviteit bij alleenstaande vrouwen boven de veertig? Leven we in een waan van bio-optimisme of is er meer aan de hand? Wij passen voor een maatschappij waarin we enkel produceren, consumeren, visites betalen en pillen slikken. We staan voor een samenlevingsmodel waarin geestelijke gezondheid geen zaak is van het individu alleen, maar een zorg van iedereen. Wij vragen de Vlaming en de overheid om zich te bezinnen over de oorzaken van de geestelijke ongezondheid, die stilaan epidemische proporties aanneemt.
Björn Siffer, Peter Algoet en Wouter Aers (Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging). Het humanistische platform bestaat uit: Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging vzw, Sarah Beweging, Holebifederatie vzw, Netwerk Psychiatrie en Samenleving, Els Ooms, Prof. dr. Ronald Commers, Prof. dr. Filip Geerardyn, Prof. dr. Fred Louckx, Prof. dr. Walter Vandereycken, Prof. dr. Jan Vranken.
Dringend gezocht: een West-Vlaams psychiater !
|
|
Wij ook eens op "missie" naar een ander welvarend land
Twee topmannen van het Netwerk brengen een aantal dagen door in Amsterdam om kennis te maken met de anti-psychiatrische beweging aldaar en om meer inzicht te krijgen in het thema dat daar de discussies beheerst: de separeer (de isoleercel!). Nederland is rijk aan isoleercellen en ze worden bijna volgens een just-in-time management bemand. Een ander heet discussiepunt is de dwangbehandeling van diverse categorieën zieken: van schizofrenen tot drugverslaafden en overlastbezorgers van allerlei slag. Ook het verzet tegen elektroshocks die net zoals bij ons de laatste decennia welig zijn gaan tieren, krijgt er weer meer armslag. En dan hebben we bij onze noorderburen ook nog de bloei of de wildgroei aan alternatieve en min of meer spiritueel geïnspireerde therapieën: in Nederland bloeien, naar het schijnt, zo maar eventjes een 150-tal 'psychotherapieën', waar de overheid weinig vat op heeft en die steeds meer bijval genieten.
Verkiezingsprogramma Netwerk Psychiatrie & Samenleving
Netwerk Psychiatrie & Samenleving
Voorstel Programma Welzijns- en Gezondheidszorg
Federale Verkiezingen 2007
voorgelegd aan de politieke partijen en bewegingen
Het Netwerk Psychiatrie en Samenleving (http://psychiatrie.blogse.nl) is in februari 2006 eerder toevallig en ongepland ontstaan uit informele discussies over waanzin, psychiatrie en geestelijke gezondheidszorg tussen therapeuten, psychiatrische patiënten, dichters en een aantal ervaringsdeskundigen waarvan sommigen tegelijk ook deskundigen zijn in de betrokken materies. Het Netwerk is radicaal-emancipatorisch en opteert duidelijk en zonder veel zin voor compromissen voor een geestelijke gezondheidszorg die de psychisch lijdende in zijn volle menselijkheid en subjectiviteit erkent als een wezen dat niet alleen genen en een zenuwstelsel heeft maar leeft en lijdt in een samenleving die fundamenteel onrechtvaardig is en de psychisch lijdende wil herleiden tot een object waar zorgverstrekkers vrij willekeurig hun therapeutische vrijheid op kunnen botvieren. Het Netwerk haalde al snel de media met een onderzoek naar het (weer toenemend) gebruik van elektroshocks in de Vlaamse psychiatrische ziekenhuizen en ziekenhuisafdelingen. In het kleine jaar van zijn bestaan heeft het Netwerk zich gemoeid in discussies over de dominantie van de medicamenteuze therapie, de wettelijke regeling van de patiëntenrechten en de dreigende afbraak van deze rechten, het intellectuele gevecht tussen psychoanalyse en cognitieve gedragstherapie, de problematiek van de euthanasie voor dementen en psychisch lijdenden, het wetsontwerp Demotte dat de psychotherapie wettelijk wil regelen, enz. Het Netwerk is erin geslaagd in die tijd bijna tien vragen te laten stellen in het federale en het Vlaamse parlement. Zij begeleidt en oriënteert mensen met specifieke problemen en heeft ook publiekelijk een aantal gevallen van psychiatrische mishandeling aangeklaagd. Zelf niet echt een patiëntenvereniging, werkt het Netwerk vrij nauw samen met de Sarah Beweging voor psychosociaal welzijn (die net zoals het Netwerk de gezondheidszorg ziet binnen een brede mens- en maatschappijvisie) en het discussieert en overlegt met verantwoordelijken en woordvoerders van diverse politieke partijen, bewegingen en verenigingen.
In het vooruitzicht van de federale verkiezingen van 2007 is binnen het Netwerk Psychiatrie en Samenleving een politiek programmavoorstel Welzijns- en Gezondheidszorg opgesteld dat in de eerste plaats discussie wil uitlokken en stimuleren. Het Netwerk stelt hier dit programma voor in 12 punten. Het programma streeft geen volledigheid na: het wil in de eerste plaats een coherent kader schetsen voor het geheel van de gezondheidszorg (en meer in het bijzonder de geestelijke gezondheidszorg) en in die zin biedt het b.v. geen concrete en in detail uitgewerkte voorstellen voor geïsoleerde kwesties zoals euthanasie voor ondraaglijk psychisch lijden of de terugbetaling van bepaalde psychotherapieën door het RIZIV: het Netwerk opteert voor een politiek van betaalbaarheid van alle therapievormen zonder zich te verliezen in concrete voorstellen die geïsoleerd dikwijls bijzonder perverse effecten kunnen hebben. Het programma gaat uit van het toenemend belang van de geestelijke gezondheid voor het algeheel menselijk welzijn, van de toenemende aandacht voor geestelijke gezondheidsthema’s in de publieke opinie en dus ook van de toenemende kans dat psychiatrie en geestelijke gezondheidszorg gevat en georganiseerd worden binnen het steeds maar meer om zich heen grijpend neoliberaal beleid in een context waar ook de geestelijke gezondheid voor vele “ondernemers” een gelegenheid vormt voor winstgevende “investeringen”.
1. Onafhankelijke financiering wetenschappelijk onderzoek in de ganse sector van de gezondheidszorg.
1a. zowel de wetgevende macht (het parlement) als de uitvoerende macht (de regering en de minister Volksgezondheid) moeten meer greep krijgen op de algemene oriëntaties in het wetenschappelijk onderzoek en de nodige klemtonen kunnen leggen die aansluiten bij de bekommernissen van de publieke opinie en in het bijzonder bij de opinie van de patiënten en de sociale groepen die met ziektes worden bedreigd.
1b. elk wetenschappelijk onderzoeksprogramma moet voorgelegd worden aan een Commissie die paritair samengesteld is uit onderzoekers, vertegenwoordigers van de belanghebbende patiëntenverenigingen en parlementairen die deel uitmaken van de Commissies Volksgezondheid van Kamer en Senaat (of hun vertegenwoordigers).
We beginnen met een vanzelfsprekendheid en wat oud zeer. Iedereen weet ondertussen hoe het wetenschappelijk onderzoek naar gezondheid, ziekten en behandelingen meer dan grotendeels in handen is van kapitaalkrachtige ondernemingen die er met een heus leger lobbyisten in slagen ministers de wet te dicteren. Iedereen kent de aberraties van deze situatie: zoals disease mongering waarbij de mensen ziektes aangepraat worden en b.v. mannelijke veertigplussers gewezen worden op hun erectiestoornissen of via in populaire weekbladen verspreide zelftests vrouwen van middelbare leeftijd “wetenschappelijk” kunnen vaststellen hoe bedenkelijk hun menopauze verloopt met daarop aansluitend de voor de betrokken firma’s “gepaste” behandeling. Aberraties die dikwijls betaald worden met gelden die eigenlijk voor research waren bedoeld. De greep die de farma-industrie en de industrie van medische hoogtechnologie hebben op de faculteiten geneeskunde aan de universiteiten, oriënteert ook in sterke mate de medische research die onafhankelijk gefinancierd wordt door overheidsinstellingen als het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek (FWO). In zijn geheel genomen gaat ongetwijfeld massa’s meer geld naar onderzoek m.b.t. plastische chirurgie dan naar ziektes veroorzaakt door het eten van voedsel van lage nutritionele kwaliteit of het leven in krotwoningen. En dan kunnen we besluiten dat het wetenschappelijk gezondheidsonderzoek zelf meewerkt aan de installatie van een twee-snelheden-geneeskunde waar geavanceerde behandelingen beschikbaar zijn voor rijken en goedverdieners maar de gezondheidszorg omzeggens ontoegankelijk wordt voor armen die nochtans via veelal onderbetaalde jobs toch ook bijdragen tot de economische groei. Ook het aanbod aan therapieën en behandelingen wordt via marktmechanismen gestroomlijnd. Zo bieden psychiatrische ziekenhuizen geen psychotherapie aan omdat dit door het RIZIV niet wordt terugbetaald en het niet ondersteund is door zware marketing. Kruidengeneeskunde (OK! We weten zelf ook niet wat die precies waard is) krijgt gewoon geen kans omdat een machtige marketingmachine van allopathische medicijnen beklemtoont dat ook kruiden soms kankers kunnen veroorzaken maar zwijgt over de lijst iatrogene bijwerkingen op de bijsluiters van hun eigen producten.
Vandaar onze voorstellen 1a en 1b. De oriëntaties van het wetenschappelijk onderzoek moeten zoveel als mogelijk en wenselijk is onttrokken worden aan een vrijemarktspel waar het onderzoek van privé-firma’s door een “onzichtbare hand” gestuurd wordt naar die domeinen waar winstmaximalisatie waarschijnlijk is en waar bij het onafhankelijk onderzoek individuele onderzoekers door het indienen van voorstellen kunnen dingen naar de eerder povere kredieten. Langs democratische wetgevende weg moeten richtlijnen worden vastgelegd die aangeven welke onderzoeksdomeinen prioritair zijn vanuit een jaarlijks rapport over de toestand van de volksgezondheid, over een evaluatie van de therapeutische effectiviteit van de behandeling van de meest voorkomende ziektes en stoornissen en over de toegankelijkheid van de gezondheidszorg voor het geheel van de samenleving. Meer concrete voorstellen kunnen daaraan gekoppeld worden: ons voorstel 1b om elke onderzoeksprogramma te laten keuren door een tripartite commissie van onderzoekers (die weten wat onderzoekstechnologisch haalbaar is), van de betrokken patiëntenverenigingen (die de facto vragende partij zijn) en van politieke verantwoordelijken (die het programma kunnen kaderen in het globaal volksgezondheidsbeleid) is zo”n concreet voorstel. Een ander concreet voorstel zou kunnen zijn de firma’s die actief zijn op het medisch en farmacologisch terrein wettelijk te verplichten een relatief belangrijk deel van hun winsten om te zetten in research of af te staan aan de onafhankelijke onderzoeksinstanties.
2. Het oprichten van een onafhankelijke onderzoekscommissie die de geldstromen in de ziekenhuissector en de implicaties van de toenemende verstrengeling tussen ziekenhuismanagement en de banksector doorlicht.
Zoals iedereen weet dat het wetenschappelijk onderzoek in handen is van kapitaalkrachtige ondernemingen, zo kent ook iedereen wel ongeveer de banden tussen de ziekenhuissector (die grotendeels privaat is) en het financieringskapitaal van de banksector. De kruisbestuiving tussen het privaatchristelijk Verbond van Verzorgingsinstellingen VVI (= Caritas Catholica Vlaanderen) en de wereld van de banken (in het bijzonder KBC) zal de ingewijden ook wel bekend zijn. Tot het recente verleden traden de banken eigenlijk op als verstrekkers van leningen en kredietlijnen zonder zich rechtstreeks te moeien met het eigenlijke ziekenhuisbeleid. Maar er zijn tekenen dat ze zich meer en meer actief gaan opstellen en de chronische afhankelijkheid van de ziekenhuizen voor financierings- en investeringskapitaal als een hefboom gaan gebruiken om als bankiers zelf gepland en strategisch tussen te komen in de ruimtelijke ordening van het ziekenhuislandschap en de binnenhuisinrichting van de “woningen “ in dat landschap. De banken zouden de motor zijn achter de groeiende concentratie in de ziekenhuissector. Zo is er momenteel in de sector van de psychiatrische ziekenhuizen onder impuls van de banken een concentratie-operatie aan de gang en kunnen we vaststellen dat bijzonder invloedrijke managers uit de industrie en de banksector zetelen in de Raden van Bestuur van psychiatrische ziekenhuizen. Rond de KUL-Leuven zijn er al een aantal van die concentraties in de loop van dit jaar (2006) gerealiseerd. Analoge plannen staan op papier om via de connecties van de betrokken bestuursverantwoordelijken ook in West-Vlaanderen concentraties van ziekenhuizen door te voeren. We mogen vermoeden dat als de wereld van het financiekapitaal belangstelling heeft voor de psychiatrie dat zeker het geval zal zijn voor andere ziekenhuizen waar veel ruimere winstgevende operaties kunnen worden opgezet.
Het streven naar economische rendabilisering, voorwaarde van de banken voor hun investeringsinspanningen, bepaalt rechtstreeks de klemtonen binnen de medische ziekenhuispraktijken en op deze manier ook de personeelsomkadering. Een voorbeeld: passen de inspanningen van UC-Kortenberg om de elektroshock-therapie overal in Vlaanderen nieuw leven in te blazen waarbij ook de media worden ingeschakeld in dat raamwerk van optimale rendabilisering (want met ElektroConvulsieTherapie ECT kun je via de RIZIV-terugbetaling meer financiële middelen binnenrijven dan met psychosociale omkadering van of gesprekstherapie met depressieve patiënten). Het niet-voorzien van psychosociale opvang voor depressieve patiënten in de beginfase van de “ziekte” (werk voor therapeuten allerhande; verlieslatende investering voor het ziekenhuis) leidt namelijk na het uitproberen van een drietal antidepressiva (goed voor de farma-industrie) in een redelijk aantal gevallen tot zogenaamde therapieresistente depressie (TRD) waarbij dan het “laatste redmiddel” van de elektroshocks kan worden toegepast (werk voor anesthesisten, verplegers en dokters; goed voor het ziekenhuis dat de investering in een cleane ECT-uitrusting met winst kan afsluiten). We zien hier hoe de economische rendabilisering direct ingrijpt op de therapeutische aanpak en op de samenstelling van het ziekenhuispersoneel.
Anderen die meer thuis zijn in andere ziekenhuisafdelingen, zullen ongetwijfeld ons verhaal kunnen aanvullen met andere “anecdotes”.
3. Het volksgezondheidsbeleid moet meer dan nu het geval is gecoördineerd worden met de sociale beleidsdomeinen die kunnen bijdragen tot een waarlijk preventieve gezondheidszorg.
3a. heroriëntatie van de diagnostiek en coördinatie van de therapie met het sociaal werk.
3b. coördinatie-initiatieven op lokaal vlak.
3c. coördinatie-initiatieven op gewestelijk en federaal niveau.
Nog een dooddoener: onze geneeskunde is essentieel curatief en nauwelijks preventief. Geneeskunde is natuurlijk per definitie curatief: de arts grijpt in nadat de ziekte is ingetreden. Preventie is geen medische zaak, maar een zaak van het algemeen sociaal beleid waarin artsen natuurlijk wel hun plaats hebben, in het bijzonder op het niveau van een ruimer opgevatte niet eng-medische diagnostiek. Menige ziekte, zoniet het merendeel, wordt veroorzaakt door armoede (met haar desastreuze impact op zowel de fysieke als de geestelijke gezondheid), slechte huisvesting, kwaliteitsloze voeding en slechte voedingsgewoontes, stress op het werk, arbeidsflexibilisering met haar nefaste consequenties voor de onderlinge afstemming van werk, gezin en vrije tijd, de povere kwaliteit van ons milieu die resulteert in kankers en allergieën allerhande en het gebrekkig algemeen psychosociaal welzijn (vereenzaming; genadeloze concurrentie tussen de individuen, ook voor kinderen en jongeren, met als gevolg allerlei drugsproblematieken; etc.). Dit zijn allemaal sociale “factoren” die dus via het sociaal beleid moeten worden aangepakt.
De medische professie moet aangemoedigd worden in deze context een constructieve rol te spelen: diagnostisch maar ook “curatief” waarbij zij, naast de onmiddellijke herstelbehandeling, de maatschappelijk verantwoordelijken op “lokaal” en op structureel vlak moet wijzen op de concrete ziekmakende factoren die bij een bepaalde ziektegeval of ziektebeeld in het geding zijn. Daarnaast kan zij haar therapeutische aanpak coördineren met interventies vanuit het sociaal werk.
De steden en gemeenten zouden binnen hun schepencollege een duidelijke bevoegdheid “Welzijn en Volksgezondheid” kunnen afbakenen. Een overlegcomité van alle gezondheidsberoepen in de stad of gemeente, aangevuld met OCMW-raadsleden en burgers zou door die schepen kunnen voorgezeten worden met het oog op een opstellen van een lokaal actieplan. Als een stad of gemeente zich een schepen voor dierenwelzijn kan veroorloven, dan moet het zeker mogelijk zijn de thema’s met betrekking tot menselijk welzijn en volksgezondheid binnen een schepenbevoegdheid te bundelen en te coördineren.
Maar natuurlijk ligt het zwaartepunt van de verantwoordelijkheid voor een preventieve gezondheidszorg op gewestelijk en federaal niveau. Een interdepartementaal overlegorgaan van de ministeries voor werk, sociale zaken, volksgezondheid, leefmilieu en gelijke kansenbeleid met de bevoegdheid koninklijke en ministeriële besluiten die betrekking hebben op de preventieve gezondheidszorg, moet worden geïnstalleerd. En op parlementair niveau kunnen eveneens dergelijke coördinerende kamer- en senaatscommissies worden samengesteld die de armoedebestrijding, de huisvestingsproblematiek, de milieuproblematiek, de gezondheidsaspecten verbonden met werk en de relatie werk-gezin-vrijetijd en de bevordering van het psychosociaal welzijn op elkaar betrekken met het oog op het ontwikkelen van een beleid van een preventieve gezondheidszorg op gewestelijk en federaal niveau.
4. Radicale hervorming van de corporatistische organen en de hiërarchische structuren in de gezondheidszorg.
4a. hervorming van de Orde van Geneesheren.
4b. herwaardering en verzelfstandiging van het paramedisch personeel.
De sociologie van de gezondheidsberoepen laat een eng corporatisme zien en een strenge hiërarchische scheiding tussen medisch en paramedisch personeel. Deze hiërarchische scheiding wordt door minister van Volksgezondheid Rudy Demotte ook voorzien in zijn wetsontwerp voor de regeling van de geestelijke gezondheidsberoepen waarbij autonome beroepen (psychiaters, psychologen en een paar aanverwante universitaire collega’s, psychotherapeuten) gezag kunnen uitoefenen op zogenaamde assistenten geestelijke gezondheidszorg (sociale werkers, logopedisten, ergotherapeuten, verpleegkundigen, criminologen en nog wat schoon volk). Slaagt de minister erin zijn ontwerp in die gewijzigde vorm te laten goedkeuren door het parlement van de huidige legislatuur, dan moet dit ontwerp op het punt van deze voor de assistenten vernederende regelgeving herzien worden.
Inderdaad in de praktijk, zowel in de ziekenhuizen, in de thuiszorg als in de psychiatrie zijn het paramedisch personeel en de “assistenten” veelal meer op de hoogte van de vele dimensies van de gezondheidsproblemen van de patiënt (en in de psychiatrie hebben vooral de bevriende medepatiënten het meest zicht op de geestesproblemen van een patiënt). Toch zijn het steeds de geneesheren die pretenderen het meest inzicht te hebben in het gezondheidsprobleem en zij uitsluitend hebben de statutaire macht hun (al of niet gebrekkige) kennis van de patiënt om te zetten in diagnostische en therapeutische interventies. De frustraties die het paramedisch en het assisterend personeel hierbij moet zien te verdragen, voegen zich dan bij de doorgaans niet benijdende arbeidsvoorwaarden van het ondergeschikt personeel in de witte sector. In de psychiatrie moeten we daarenboven vaststellen dat de verpleegkundigen doorgaans veel beter getraind zijn in sociale en psychotherapeutische vaardigheden dan de psychiaters die vooral goed kunnen omgaan met hun diagnostisch handboek van de DSM-IV en wiens kennis van de farmacologie van de medicijnen die ze toedienen vooral en in veel gevallen uitsluitend is gebaseerd op de marketing van de farma-industrie.
De op basis van ervaring en van de dikwijls op eigen initiatief gevolgde bijscholing gevormde reële professionele potentialiteiten van het paramedisch personeel moeten zich dan ook vertalen in het reduceren van de remuneratiekloof tussen medisch en paramedisch personeel én in een verhoogde en statutair geregelde mogelijkheid voor het paramedisch personeel om zelfstandig te interveniëren in de behandeling en de begeleiding van de patiënt.
De hervorming van de corporatistische structuur van de artsenverenigingen vergt weinig toelichting. Zelfs de artsen zijn het er grotendeels over eens geworden dat hun corporatisme “niet meer van deze tijd is” en dat hervormingen zich opdringen. Minstens moet het zo zijn dat artsen alleen gesanctioneerd kunnen worden indien ze deontologische fouten hebben gemaakt die betrekking hebben op de feitelijke diagnostische of therapeutische praktijk. Maar de vraag moet gesteld worden of de collegiale tuchtorganen niet moeten afgeschaft worden: is het ethisch verantwoord dat artsen gesanctioneerd worden door collega’s? Een vraag die voor wat ons betreft ook geldig is voor de tuchtrechtspraak in andere beroepen. M.a.w. ideaal is voor ons dat de sanctioneringsbevoegdheid toekomt aan de gewone arbeidsrechtbanken.
5. Radicale optie voor uitbouw van de thuiszorg.
5a. ziekenhuisopname beperken tot patiënten die nood hebben aan urgente diagnose of aan de aanwezigheid van spoedvoorzieningen.
5b. ondersteuning van de thuiszorg door wijk- of buurtcomités.
Het ziekenhuismilieu is in veel opzichten niet bevorderlijk voor een snel herstel van de patiënt. Het metalen meubilair in de ziekenhuiskamers, de bijna onbestaande bewegingsmogelijkheden, het ontbreken van ontspanningsmogelijkheden, de weinig aantrekkelijke eetfaciliteiten, de gecomprimeerde bezoekuren, het ontbreken van privacy in meerpersoonskamers, het gebrek aan uitzicht op een groene of stimulerende omgeving (het is bewezen dat een ziekenhuispatiënt die uitzicht heeft op bomen, bosjes of levendige pleintjes sneller geneest), enz.: het zijn allemaal factoren die ons doen besluiten dat de ziekenhuisopname moet beperkt worden tot die patiënten die nood hebben aan urgente onderzoeken of die gevaar lopen op onvoorspelbare complicaties die de nabijheid van hoogtechnologische spoedzorg noodzaken.
M.a.w. wij opteren voor een radicale en doorgedreven uitbouw van de thuiszorg en de thuisverpleging voor een maximaal aantal patiënten. De thuiszorg moet daarbij meer zijn dan een verlengde van de puur medische hulp waarbij thuisverplegers alleen ingeschakeld worden als toezichters op de door geneesheren ingestelde therapie (zoals nu voorzien is in de plannen van de psychiatrische thuiszorg). De thuiszorg moet gezien worden als een raakvlak waar medische zorg en psychosociale zorg elkaar ontmoeten en in elkaar worden gepast. In die zin menen wij dat de thuiszorg moet gestuurd worden vanuit wijk- of buurtcomités (of comités op het niveau van de deelgemeenten) met een inbreng van het OCMW, de diverse zorgverstrekkers en de gebruikers.
6. Versterking van de Wet betreffende de Rechten van de Patiënt
6a. mogelijkheid tot juridische sanctionering van overtredingen.
6b. behoud van alle rechten voor alle patiënten.
6c. expliciet verbod op dwangbehandeling.
6d. geen euthanasie op basis van een beoordeling door “experten”.
De Wet van 22 augustus 2002 betreffende de Rechten van de Patiënt moet inderdaad “geëvalueerd” worden, maar niet in de zin dat die rechten moeten beknot worden zoals zekere fracties van het geneesherenkorps willen. Integendeel de patiëntenrechten moeten steviger verankerd worden en een aantal dubbelzinnigheden moeten worden opgeklaard. Eerst en vooral zal het eenieder duidelijk zijn dat het gebrek aan sancties bij overtredingen de taak van de nu voorziene ombudspersonen totaal inhoudsloos maakt. De ombudspersonen kunnen eigenlijk hoogstens klachten noteren en die signaleren aan de aangeklaagde die op die klacht eigenlijk niet eens moet antwoorden. De ombudspersonen moeten, in het geval via bemiddeling geen schikking kan gevonden worden, de bevoegdheid hebben om onderzoek uit te voeren en proces-verbaal op te stellen waarbij een wetswijziging effectieve straffen voor overtreders voorziet.
De vraag van zekere geneesheercategorieën om bepaalde patiënten uit de Wet te lichten omdat ze wegens ‘gebrek aan ziekte-inzicht’ en een door de geneesheer als rechter en partij zelf vastgestelde ‘wilsonbekwaamheid’ niet in staat zouden zijn de draagwijdte van een diagnose of een therapie te begrijpen, moet om humanistische maar ook om feitelijke redenen verworpen worden. M.b.t. heel wat ziekten ontbreekt het de medische wetenschap zelf aan inzicht in de oorzaken en het verloop van de ziekte of in het mechanisme van de al of niet succesvolle behandeling. Zeker in de psychiatrie doen geneesheren soms nauwelijks de moeite om zelf inzicht te verwerven in de aard en de achtergrond van de klachten van de patiënt. Bovendien is het de taak van de geneesheer om in de aan de taal van de patiënt aangepaste bewoordingen diagnose en voorgestelde behandeling toe te lichten. In deze context gezien getuigen de voorstellen tot het invoeren van de notie van ‘therapeutische onbekwaamheid’ voor bepaalde categorieën patiënten van een verregaande arrogantie van experts die expert zijn in domeinen waar de kennis bijzonder onvolledig en éénzijdig is. Die notie van ‘therapeutische wilsonbekwaamheid’ opent ook de weg tot een verregaande ‘therapeutische vrijheid’ voor de artsen, m.a.w. de introductie van dwangbehandeling die nu eigenlijk door de Wet niet toegelaten is, maar ook niet expliciet verboden wordt.
Het recht op euthanasie op basis van een wilsbeschikking moet volledig worden gehandhaafd, maar een wilsbeschikking die in het verleden werd opgesteld kan niet dienen voor de euthanasie van dementen en mensen die psychisch ondraaglijk zouden lijden op basis van een beoordeling van “experten” met betrekking tot het lijden van deze patiënten. Dementen en psychisch zieken zijn perfect in staat hun lijden tot uitdrukking te brengen en aan te geven of ze al dan niet willen sterven. De veralgemening van het begrip wilsonbekwaamheid tot dementen en psychisch zieken opent immers de weg tot nazi-achtige praktijken waarbij experten gaan oordelen over de menswaardigheid van het leven van anderen. Nu al wordt in de discussie rond euthanasie voor mensen die psychisch ondraaglijk zouden lijden, amper nog gewag gemaakt van het feit dat een wilsbeschikking nodig is om euthanasie te kunnen toepassen. Deze onrustwekkende ontwikkelingen staan haaks op het humanisme waarop onze beschaving is gebaseerd. Zeker in het geval van ondraaglijk psychisch lijden menen wij dat de psychiatrie en de geestelijke gezondheidszorg in veel gevallen in de aanvangsfasen van de ‘ziekte’ niet alle in de samenleving aanwezige zorg heeft verstrekt en dat ze in een aantal gevallen zelf verantwoordelijk is voor het dramatisch verloop van de ziekte. Euthanasie kan dus alleen als zoals bij kankerpatiënten en dergelijke, de gezondheidszorg kan aantonen dat alle in de samenleving aanwezige zorg is aangeboden en verstrekt. Euthanasieprocedures voor zogenaamde wilsonbekwamen moeten worden opgeschort wanneer een belanghebbende kan “bewijzen” dat een meer aangepaste zorg en omkadering, zowel in de privé-sfeer als in de psychiatrische inrichtingen, de degradatie van de geestesziekte kan of had kunnen voorkomen. Zo zullen de zorgverantwoordelijken gedwongen eerst te voorzien in een menswaardig leven vooraleer een menswaardig sterven te overwegen.
7. Wettelijke vertegenwoordiging van patiënten en gebruikers in alle beslissingsorganen van de gezondheidszorg
In de beheersorganen van alle gezondheidscentra en zorginstellingen moet ruimte gemaakt worden voor een significante vertegenwoordiging van gebruikers en patiënten (mutualiteiten, patiëntenverenigingen, …). Ook in alle advies- en beslissingsorganen op lokaal, regionaal en federaal niveau moeten vertegenwoordigers van gebruikers en patiënten een volwaardige stem hebben.
8. Omvorming van de psychiatrie tot bio-psycho-sociale emancipatie in plaats van gedragscontrole
8a. prioriteit voor de begeleiding in het normale leefmilieu met respect voor de mensenrechten.
8b. uitbouw van therapeutische gemeenschappen (gerund door vzw’s) in plaats van grootschalige profit-gerichte psychiatrische ziekenhuizen.
8c. afbouw van de Psychiatrische Afdelingen Algemene Ziekenhuizen (PAAZ’s) en vervanging door Crisiscentra met aangepaste architectuur en voorzieningen, geïntegreerd in de stads- en gemeentekernen.
8d. uitbouw van de psychotherapie en de sociale begeleiding in al hun vormen als gelijkwaardig alternatief voor de nu heersende eenzijdige medicamenteuze therapie.
8e. grondig onderzoek naar de sociale effectiviteit van de gedwongen opname.
Psychische problemen zijn veeleer dan organische stoornissen een gevolg van een gebrek aan levenskwaliteit op psychosociaal niveau. De psychiatrie en de geestelijke gezondheidszorg moet dan ook eerst en vooral ingepast worden in een apart (sub)departement Welzijn waar het beheer gelijkwaardig in handen is van medici, psychologen en sociaal-werkers.
De afzondering van psychisch zieken en de eenzijdige medicamenteuze therapie met al haar nevenwerkingen voor lichaam en geest, die in al te veel gevallen de patiënt veroordelen tot een ‘carrière’ in de vergeetputten van de psychiatrie, moet zoveel mogelijk tegengegaan worden. De isolering van psychisch zieken leidt er ook veel te vaak toe dat fundamentele mensenrechten niet worden gerespecteerd zoals al het recht op bewegingsvrijheid. Het verval van het recht op beheer van de eigen financiën mag ook niet langer gebaseerd zijn op een moreel oordeel van de psychiater omtrent de geldbesteding van de patiënt of op de belangen van de erfgenamen. Wetsovertredingen ten gevolge van een tijdelijke toestand van overmatig alcohol- of druggebruik tijdens het uitgangsleven (overlast, openbare dronkenschap, vandalisme) moeten puur politioneel en niet psychiatrisch aangepakt worden en moeten expliciet uit de bepalingen m.b.t. de gedwongen opname worden geweerd.
Voor psychisch zieken die nood hebben aan residentiële begeleiding, moet voorzien worden in een netwerk van kleinschalige crisiscentra met een volwaardige medische, psychologische en sociale omkadering en met een verifieerbaar vzw-statuut, dit in tegenstelling tot de verkapte vzw’s die de meeste psychiatrische ziekenhuizen nu zijn. Deze centra moeten bij voorkeur ingeplant zijn in de bebouwde kernen zodat de band met het gemeenschapsleven maximaal gewaarborgd blijft. Psychisch zieken horen ook niet huis op een Psychiatrische Afdeling van een Algemeen Ziekenhuis (op het 4de of 5de verdiep daarvan), waar ze omwille van de rendabiliteit onderworpen worden aan allerhande onderzoeken (ECG, radiologie, etc.) waar doorgaans geen enkele indicatie voor is en die alleen bedoeld zijn om het RIZIV te ‘plunderen’.
Zowel bij de diagnose als bij de therapie moet er een gelijkwaardige inbreng zijn van medici, psychologen/psychotherapeuten en sociale werkers, die omwille van de vertrouwensrelatie met de patiënt elk afzonderlijk gebonden zijn aan het beroepsgeheim. Bij interdisciplinaire teams moet de als vanzelfsprekend beschouwde dominantie van de psychiater opgeheven worden. Het aanbod aan psychotherapie en sociale begeleiding (b.v. volwassenonderwijs) moet afgestemd zijn op het individu en volwaardig zijn aan het medisch-medicamenteus aanbod. Daarbij moet ook onderzocht worden hoe kwaliteitsvolle psychotherapie financieel toegankelijk kan gemaakt worden voor het geheel van de bevolking.
Het geheel van deze aanpak moet uitmonden in een samenwerking tussen patiënt en zorgverstrekkers die de patiënt toelaat zijn leven her in te richten eerder dan dat hij het voorwerp wordt van een doorgedreven controle en infantilisering. Om die reden ook moet, zeker bij residentiële opname, de multidisciplinaire zorg bij de aanvang van de behandeling verzekerd zijn (daar waar nu de regel geldt dat in de eerste week van de opname omzeggens niets gebeurt). Juist omdat het beroep doen op elektroshocks doorgaans het gevolg is van een (eufemistisch gezegd) gebrekkige begeleiding moet ElektroConvulsieTherapie in principe verboden worden, met uitzondering voor die gevallen waar gebleken is dat én medische zorg én individuele psychotherapie én sociale begeleiding hebben gefaald.
In dit kader moet de wetgeving m.b.t. de gedwongen opname in zijn geheel worden geëvalueerd op zijn maatschappelijke effectiviteit, met een duidelijke inbreng van ervaringsdeskundigen. Ondertussen horen alle betrokkenen (geneesheren, vrederechters, etc.) zich minstens houden aan de wet: als iedereen die dreigt met zelfmoord of zegt dat hij X of Y zal vermoorden, een gevaar is voor zichzelf of voor anderen en dus gedwongen in de psychiatrie moet opgenomen worden, dan moeten wel 2/3 van de Belgen gedwongen opgenomen worden. De willekeur die regel is bij de gedwongen opname, moet dringend ingeperkt worden.
Het inschakelen van ervaringsdeskundigen in het geheel van de psychiatrie is overigens in zijn geheel een praktijk die moet gestimuleerd worden.
(De programmapunten 9 tot 12 zullen we minder uitgewerkt behandelen omdat ze betrekking hebben op specifieke deeldomeinen van de welzijns- en gezondheidszorg.)
9. Doorgedreven humanisering van de rustoorden voor bejaarden
Wij pleiten voor een gerichte maar niet opgedrongen aanbod van psychosociale omkadering van senioren en bejaarden, in het bijzonder voor de alleenstaanden die mogelijk lijden onder vereenzaming. Dit moet in de eerste plaats lokaal en gemeentelijk worden georganiseerd met regionale en federale ondersteuning. In die zin menen wij dat dementie preventief kan aangepakt worden door senioren en ouderen de toegang tot activiteiten die lichaam en geest stimuleren te vergemakkelijken. Dementie beschouwen wij in die zin eerder als een gevolg van een psychosociaal armoedig bestaan eerder dan als een organische stoornis.
Verder moeten rusthuizen prioritair aandacht besteden aan een diversiteit van animatie voor de residenten en aan een huiselijke inrichting van de individuele kamers waar men zich met familie en vrienden kan terugtrekken en die meer moeten zijn dan een slaapkamer. Sancties moeten voorzien worden voor rusthuizen die hierin niet willen investeren. Het vastbinden van “lastige” bejaarden moet principieel verboden worden, met alleen uitzonderingen voor werkelijk levensgevaarlijke situaties.
De intellectuele bekwaamheden van dementen moeten niet nodeloos worden geminimaliseerd: mits enige inspanning is communicatie in veel gevallen perfect mogelijk. Zoals voor ondraaglijk psychisch lijden moet de euthanasieprocedure voor dementen worden opgeschort wanneer een belanghebbende kan “bewijzen” dat een meer aangepaste psychosociale zorg en omkadering, zowel in de privé-sfeer als in de rustoorden, de degradatie van de dementie kan of had kunnen voorkomen. Dit eveneens om de zorgverantwoordelijken te dwingen tot het scheppen van een kader voor een psychosociaal welzijn voor bejaarden.
De raden van beheer van rusthuizen moeten voorzien in een vertegenwoordiging van senioren en bejaarden, liefst een vertegenwoordiging van de residenten zelf.
10. Bijzondere aandacht voor het psychosociaal welzijn van kinderen
10a. geen eenzijdige medicalisering van opvoedingsproblemen.
10b. totaal verbod op psychofarmaca voor kinderen.
10c. uitbreiding van het bevallingsverlof tot 6 maand (voor minstens één van de ouders).
10d. bijzonder ondersteuningsprogramma voor alleenstaande ouders.
10e. verdere ondersteuning van de opvoedkundige functie van kindercrèches en onthaalgezinnen.
Vanuit hun opleiding kunnen artsen, zelfs kinderpsychiaters, opvoeders niet vervangen. De medicalisering van opvoedingsproblemen lijkt ons dan ook een kwalijke zaak, zeker als we zien dat deze gepaard gaat met eenzijdig wordende medicamenteuze behandeling. De samenleving moet voorzien in de nodige (uit)leefmogelijkheden voor kinderen zodat het “kalmeren” met voor kinderen bijzonder gevaarlijke psychofarmaca kan worden vermeden. In die zin opteren wij voor een verbod op psychofarmaca en zeker ECT voor kinderen. Maatregelen op het gebied van huisvesting en speelmogelijkheden zijn meer aangewezen dan medische behandeling. Voorts moeten o.i. ouders en leerkrachten die amper kunnen verdragen dat kinderen rumoerig zijn, worden begeleid eerder dan die rumoerige kinderen zelf.
Ondersteuning van de ouders is ook aangewezen: het bevallingsverlof moet opgetrokken worden tot 6 maand voor minstens één van de ouders en een bijzonder programma moet uitgewerkt worden voor de psychosociale ondersteuning van alleenstaande ouders.
Daarnaast moet geaccepteerd worden dat biologische ouders vervangbaar zijn. Kindercrèches en onthaalouders moeten dan ook meer middelen krijgen om niet alleen te fungeren als “oppassers” maar ook als volwaardige opvoeders en overdragers van kennis en vaardigheden.
11. Een bijzonder plan voor het terugdringen van het hoge aantal zelfmoorden
Vlaanderen scoort niet alleen bijzonder hoog qua racisme en leerachterstand van allochtone kinderen, ook het hoge zelfmoordcijfer vraagt dringend om een ernstige aanpak. Momenteel lijkt het dan budgettair meer geld wordt gestopt in een gerichte bijstand aan nabestaanden van zelfdoders dan aan een gerichte preventie van zelfmoordgedrag. Een zelfmoord kost het RIZIV natuurlijk minder dan een verder aanslepende depressie. Ook op dit domein moet de medicalisering van het zelfmoordgedrag dringend aangevuld worden met een werkelijke aandacht voor de maatschappelijke factoren die het zelfmoordgedrag in de hand werken: dat men gewoon de mensen die een zelfmoordpoging hebben ondernomen, eens via een professioneel diepte-interview aan het woord laat en de politici en beleidsmakers zullen aardig wat kunnen leren.
Ook is dringend een onderzoek nodig naar het onrustwekkend aantal zelfmoorden in de psychiatrie zelf.
12. Een realistisch beleid met betrekking tot de alternatieve geneeskunde
Zoals ook in Nederland wenden steeds meer mensen zich af van de “reguliere” geneeskunde en richten zich tot alternatieve geneeswijzen. Van deze geneeswijzen is het niet duidelijk is of hun relatief maar nauwelijks te miskennen therapeutisch succes te wijten is aan de aard zelf van hun geneeswijze dan wel aan het feit dat ze meer aandacht hebben voor de persoon in zijn totaliteit en ze daardoor dus op een grotere therapietrouwheid kunnen rekenen of op een sterker placebo-effect (let wel: een placebobehandeling is in de geneeskunde en volwaardige therapie). We vragen dan ook een realistische benadering van de alternatieve geneeswijzen waarbij men er zich er niet van af maakt met deze helers tot charlatans en kwakzalvers te verklaren. Want inderdaad, deze verkettering leidt er alleen maar toe dat deze geneeswijzen aan elke controle van de gemeenschap ontsnappen, een situatie waarin alleen de gebruiker het potentiële slachtoffer is. Een open benadering van alternatieve geneeswijzen laat ook toe uit te maken of deze in aanmerking komen voor terugbetaling vanwege het RIZIV, zodat de patiënt een reële keuze kan maken tussen diverse vormen van geneeskunde.
euthanasie
Het gaat bij de euthanasie-discussie al lang niet meer om de zelfbeschikking van een individu over zijn eigen leven en dood, maar om een soort propaganda van zogenaamde vrijzinnigen om mensen op te roepen op hun 20ste jaar een wilsbeschikking te tekenen waarbij ze anderen toestemming geven om hen op een bepaald moment te vermoorden, waarbij niet de betrokkenen oordelen over hun levenskwaliteit maar de moordenaars zelf zich de volledige vrijheid hebben toegekend om te oordelen of het leven van die betrokkenen nog een menswaardig leven is. Dat is zo bij de discussie over euthanasie bij dementen (die zogezegd niet meer zouden kunnen 'spreken') en ook bij psychisch zieken, waar voorzien wordt dat een commissie van een drietal psychiaters zal oordelen dat ze 'ondraaglijk' lijden. Telkens zal het aan 'experten', geneesheren met name, overgelaten worden te oordelen of de man of vrouw 'mag' sterven.
Deze plannen komen al zeer dicht bij de nazi-euthanasie: alleen de voorheen geschreven wilsbeschikking moet nog vervallen. In de discussie over psyschisch zieken die ondraaglijk lijden, is die voorwaarde van de voorheen geschreven wilsbeschikking al volledig op de achtergrond geraakt en lijkt ze in de geest van de 'menslievende' psychiaters volledig overbodig. Wel worden één à twee patiënten ten tonele gevoerd die om euthanasie zouden smeken.
O ironie van de geschiedenis. Zoals in Nazi-Duitsland de weerstand tegen euthanasie politiek gesproken vooral kwam van die andere 'wakers' over leven en dood, nl. de dominees en de bisschoppen, moeten we nu in Vlaanderen blijkbaar rekenen op kardinaal Danneels om de euthanasie-plannen van de zogenaamde upper middle class vrijzinnigen, die meer bezig zijn met de 'kwaliteit van de dood' (van de onderklasse) dan met de kwaliteit van het leven, te dwarsbomen.
Leven na Volkswagen
De VRT - als onderdeel van de strategie om de arbeiders te helpen "sereen" te blijven - doet er alles aan om de draagwijdte van de herstructurering bij Volkswagen te minimaliseren. Ze toont ons een Ford-arbeider die nu apothekers bevoorraadt en glimlachend erkent: "Er is leven na Ford".
De VRT benadrukt dat de 3/4 van de ontslagenen van zware herstructureringen (Renault-Vilvoorde, Sabena, Ford-Genk) "snel weer werk vond, zij het doorgaans tegen lager loon maar MET BETERE LEVENSKWALITEIT". Hoe hebben ze die kwaliteit gemeten?
Waarom ook geen voorbeeld getoond van de 1/4 die blijkbaar aan lagerwal is geraakt, misschien zelfs in de criminaliteit is gegaan en mogelijk al een beetje verder in de buurt van Volkswagen nu "werkt" in de gevangenis van Vorst? 25% totaal verloren levens blijkbaar: is dat geen zware prijs?
Verder moet de VRT wel aangeven dat de ontslagen arbeiders er eerst 3 tot 6 maanden zwaar emotioneel en psychisch onderdoor zijn gegaan vóór ze in staat waren ander werk te zoeken.
De VRT maakt hier duidelijk en vrij cynisch reclame voor een privé-bedrijf ASCENTO dat voor de outplacement van de ontslagen werknemers van Ford-Genk mocht zorgen, uiteraard met een meer dan behoorlijke winstmarge.
Ascento staat blijkbaar te popelen om het drama van Volkswagen voor haar eigen winstdoeleinden aan te wenden.
"Een groep met een visie. een onderneming met een missie", zo stelt Ascento zich voor op haar site. Een "missie": zeer christelijk. Waar hebben we dat nog gehoord? Hebben de psychiatrische ziekenhuizen van de Broeders van Liefde en van de andere middeleeuwse congregaties van nonnen die werken met zware medicijnen, isoleercellen en elektroshocks ook niet allemaal een "missie"?
Het Netwerk heeft nu reeds een lijst van 5 psychologen/therapeuten die VW-werknemers die het psychisch bijzonder moeilijk zouden hebben, kunnen begeleiden. Deze mensen zijn allen zelf syndicaal actief. We wijzen er ook op dat de Centra voor Morele Dienstverlening (Brussel, Aalst, Halle, Dendermonde, Vilvoorde) over gekwalificeerd personeel beschikken dat GRATIS ondersteuning kan bieden. Ook langs christelijke zijde moet een soortgelijke dienstverlening aanwezig zijn.
Ook de VDAB, het ORBEM-BGDA (Brussel) en FOREM (Wallonië) beschikken over gekwalificeerd personeel dat voor de nodige psychologische begeleiding kan zorgen. De overheid zou beter haar eigen personeel en diensten aanspreken dan ook hier gemeenschapsgelden te versassen naar privé-ondernemingen die ondanks hun "missie" in de eerste plaats winst nastreven.
Hoera voor de Nederlandse SP
De Nederlandse SP van Jan Marijnissen heeft met haar programma voor een sociaal beleid op mensenmaat de Nederlandse verkiezingen met glans gewonnen. Wij wensen hen graag proficiat. Hieronder vanop de website van de SP wat deze partij over "zorg" te zeggen heeft (www.sp.nl/zorg).
De zorg
De SP voert al sinds jaar en dag actie voor een ander en socialer beleid in de zorg. Het beleid van schaalvergroting en marktwerking van de afgelopen jaren heeft de kwaliteit van de zorg aangetast. Patiënten voelen zich als een nummer behandeld en werknemers kampen met te hoge werkdruk en uit de hand gelopen bureaucratie. De menselijke maat moet terug in de zorg.
Op deze site staan enkele voorbeelden van acties die de SP de afgelopen jaren heeft georganiseerd en ondersteund voor een betere zorg.
Al in de jaren negentig, toen de paarse kabinetten het voortouw namen bij de introductie van marktwerking in de gezondheidszorg, voorzag de SP welke problemen het centraal stellen van winst in plaats van mensen veroorzaakt. Overal in het land werden acties ondersteund van werknemers in de zorg, en van patiënten, ouderen, chronisch zieken en gehandicapten. Ook nam de SP het initiatief tot de oprichting van het Comité "Zorg voor iedereen", een krachtenbundeling van zorgwerkers die zich verzetten tegen de sluipende tweedeling die het gevolg is van marktwerking in de zorg.
In de Kamer laat de SP geen mogelijkheid onbenut om de problemen in de zorgsector aan de kaak te stellen. Zo hield Tweede Kamerlid Agnes Kant tijdens de begrotingsdebatten in 2001 een vurig pleidooi voor het verbeteren van de werkomstandigheden en de beloning van werkers in de zorg.
De afgelopen jaren gaf de SP verschillende rapporten uit over de problemen in de zorg. De voorstellen die daarin worden gedaan om de zorg te verbeteren zijn tot stand gekomen in nauw overleg met werknemers uit de zorgsector. Anders dan veel beleidsmakers vindt de SP dat de werknemers in de zorg veel beter in staat zijn om oplossingen aan te dragen dan de farmaceutische industrie en de zorgverzekeraars.
De zorg is geen markt (PDF)
Meer zorg met minder bureaucratie (PDF)
Zorgelijke stages
Met de invoering van het nieuwe zorgstelsel kregen patiënten en artsen er een zorg bij. Toen in 2004 de contouren van het nieuwe zorgstelsel van het kabinet-Balkenende duidelijk werden, startte de SP de Actie Noodrem.
Aan de vooravond van de invoering van het nieuwe zorgstelsel werd een laatste oproep gedaan aan het kabinet om de plannen in te trekken. Honderden werknemers in de zorg vroegen met klem om een socialere ziektenkostenverzekering waarin niet de marktwerking, maar solidariteit centraal staat.
De asociale no-claim is de SP een doorn in het oog. De premie die gezonde mensen terugkrijgen, wordt mede betaald door zieken, ouderen en gehandicapten. De SP heeft zich dan ook van meet af aan verzet tegen invoering van de no-claim. Agnes Kant, SP-Tweede Kamerlid, toerde door het land onder het motto 'No Claim? No Way!'
In het verkiezingsprogramma 'Een beter Nederland, voor hetzelfde geld' gaat veel aandacht uit naar het verbeteren van de positie van werkers in de zorgsector. In de top tien van redenen om NU SP te stemmen staan er maar liefst drie die betrekking hebben op de zorg.
Ook het volledige verkiezingsprogramma is online te bekijken. In het hoofdstuk 'Beter zorgen' staat welke concrete verbeteringen de SP de komende vier jaar wil doorvoeren. Werken aan een betere zorg betekent onder meer het verbeteren van de arbeidsvoorwaarden, minder bureaucratie, meer handen aan het bed, minder managers en topsalarissen en meer zeggenschap voor het personeel.
De marktwerking in de zorg moet worden gestopt, dat vond de SP in de jaren negentig en dat vindt de SP nog steeds. Een grote groep van mensen die in de zorg werkzaam is, deelt die mening.
Op de site is nog veel meer informatie te vinden over de acties van de SP voor een betere gezondheidszorg, zoals het initiatief "De zorg is geen markt".
Binnen de zorgsector is de SP erg populair. Onder huisartsen is de SP de grootste partij en een meerderheid van hen wil dat Agnes Kant na 22 november minister van Volksgezondheid wordt. Ook onder ziekenhuispersoneel doet de SP het goed, evenals in de thuiszorg, ouderenzorg, psychiatrie en jeugdzorg. De SP en de mensen in de zorg hebben iets met elkaar.
Solidariteit van het Netwerk met Volkswagen-Vorst
Vandaag hebben wij bij de werknemersvergadering van Volkswagen-Vorst, waar duizenden banen op de tocht staan en de fabrieksluiting tot de mogelijke scenario's behoort, bij de aankomst van de namiddagploeg om 14 uur in samenspraak met de syndikaal afgevaardigden onderstaand pamflet verdeeld onder vakbondsmilitanten.Netwerk Psychiatrie en Samenleving
Het Netwerk Psychiatrie en Samenleving is een breed netwerk van verschillende vrijwilligers: ervaringsdeskundigen, psychiatrische patiënten, “geesteszieken”, therapeuten, psychiaters, psychologen, kunstenaars, geïnteresseerden….
Het Netwerk ijvert o.a. voor een geestelijke gezondheidszorg waarbij meer aandacht is voor de maatschappelijke context van psychische aandoeningen. Onze actie is mede geïnspireerd door een analyse van de neoliberale context die in haar verontmenselijkende politiek massaal de geestelijke gezondheid van iedereen bedreigt. Het neoliberalisme creëert door zijn systematische politiek een toestand waarbij elke mens een vijand of concurrent kan zijn voor zijn of haar medemens, en zo depressie en agressie in de vorm van criminaliteit allerhande, een soort burgeroorlog van iedereen tegen iedereen.
Le Netwerk Psychiatrie & Samenleving, Réseau Psychiatrie & Société milite pour une psychiatrie et une politique de la santé mental humaine, respectant la particularité et la subjectivité du malade mentale et du fou. Notre action est liée à une analyse sans merci du contexte néoliberale dont la politique déshumanisante menace la santé mentale de chacun et de tout le monde. Le néoliberalisme systématiquement crée une situation où chacun est l’ennemi de chacun, il crée dépression et aggressivité sous forme de criminalités diverses, il crée une guerre civile de tous contre tous.
Wij stellen de medewerkers van ons Netwerk ter beschikking van de werknemers van Volkswagen-Vorst in het geval zij op het geestelijk, emotioneel en psychologisch vlak ernstige moeilijkheden zouden ondervinden om om te gaan met de onzekerheid rond de toekomst van hun bedrijf en de kopzorgen die de werkonzekerheid met zich meebrengt.
Nous mettons les cooperants de notre Réseau à la disposition des ouvriers et employés de Volkswagen-Forest en cas de problèmes graves au niveau mental, émotionnel et psychologique pour manier l’insécurité liée à l’avenir de l’entreprise et les soucis entraînés par l’insécurité de travail.
Adres(se): Grote Winkellaan, 94
1853 Grimbergen-Strombeek
Tel: 02/ 267 5220
email: netwerk@mail.be
Coördinator/eur: Eric Rosseel,
doctor/docteur psychologie
militant ABVV-FGTB
eric.rosseel@scarlet.be
Het pamflet werd door de meeste militanten als uiterst zinvol ervaren. Enkele jaren geleden pleegde een arbeider van VW-Vorst nog zelfmoord OP DE WERKVLOER ZELF: in zijn afscheidsbrief gaf hij aan dat geen enkel privé-probleem de aanleiding was voor zijn wanhoopsdaad maar enkel en alleen de onmenselijke werkdruk en de steeds toenemende druk van het management dat de arbeiders aanspoorde elkaar onderling te controleren en elkaar elk "tijdverlies" (b.v. een klein grapje met een collega) te verwijten. Er zijn meerder gevallen bekend van arbeiders in andere fabrieken die zelfmoord pleegden en waarbij de toegenomen werkdruk een rol speelde, maar het "geval" in Volkwagen-Vorst is het enig gekende voorbeeld waarbij een werknemer zelfmoord pleegde binnen de muren van zijn fabriek zelf. De verslagenheid onder de VW-arbeiders was toen ook bijzonder groot en werd binnen de syndicale comités besproken met o.a. de steun van de Franse psychiater Christophe Dejours, auteru van Souffrance en France (Paris, Le Seuil, 1998), een boek dat de geestelijke gezondheidsproblemen door de toenemende werkdruk beschrijft en ontleedt.
Uiteraard hebben wij tegenover de militanten beklemtoond dat in de huidge fase van het conflict de collectieve actie en het enthousiasme dat daarbij nodig is, centraal moet staan. Het Netwerk voorziet vooral problemen indien een bijzonder ongunstig scenario uit de bus komt en ontslagen arbeiders die het contact met hun collega's verliezen, het onrechtvaardig ontslag individueel moeten verwerken. Wij als Netwerk hopen dan steun en bijstand te kunnen verlenen indien daarom gevraagd wordt.
Solidariteit met VW-Vorst
Het Netwerk Psychiatrie & Samenleving is SOLIDAIR met de arbeiders en bedienden van Volkswagen-Vorst en met de werknemers in de toeleveringsbedrijven.Uitholling patiëntenrechten: parlementaire vraag van senator Annemie Van de Casteele
Op verzoek van het Netwerk stelde senator Annemie Van de Casteele onderstaande vraag aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid:
Schriftelijke vraag 3-5857 van Van de Casteele Annemie (VLD) d.d. 14 september 2006 :
| Wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt - Psychiatrische patiënten - Notie "therapeutische onbekwaamheid". |
Momenteel zou er een evaluatie lopen over de toepassing van de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt met betrekking tot de psychiatrie en de geestelijke gezondheidszorg.
Op dit ogenblik kan de onbekwaamheidsverklaring van een geesteszieke enkel uitgesproken worden door een rechter.
Volgens sommigen zou daarbij de notie 'therapeutische onbekwaamheid' worden ingevoerd voor psychiatrische patiënten die een gebrek aan ziekte-inzicht vertonen. In casu kan de psychiater dan eigenmachtig besluiten tot onbekwaamheidsverklaring zonder het oordeel van een rechter en zonder dat de patiënt zich door een medisch of juridisch raadsheer of vertrouwenspersoon kan laten bijstaan.
Deze 'therapeutische onbekwaamheid' zou impliceren dat voor psychiatrische patiënten het recht op informatie omtrent de gezondheidstoestand en de behandeling en het recht op toestemming/weigering van een vooropgestelde behandeling komen te vervallen en dit enkel en alleen op basis van het oordeel van de psychiater.
Het begrip 'gebrek aan ziekte-inzicht' blijkt in internationale psychiatrisch-wetenschappelijke middens bijzonder omstreden.
Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen:
1. Staat het begrip 'gebrek aan ziekte-inzicht' niet haaks op de bestaande aanbevelingen en aanvullingen op het Europees Verdrag over de Fundamentele Rechten van de Mens?
2. Zullen de humanistische principes die aan de basis liggen van de wet van 22 augustus 2002 intact blijven versus personen met een mentale aandoening en geesteszieken?
3. Zal de niet-discriminatie tussen patiënten niet uitgehold worden door de invoering van de 'therapeutische onbekwaamheid'?
Wij zijn zeer benieuwd naar het antwoord van de minister. Wij herhalen hier nogmaals dat de begrippen "wilsonbekwaam" en "gebrek aan ziekte-inzicht" wetenschappelijk zeer omstreden zijn, zoals ook recent in Nederland bleek naar aanleiding van aanpassingen aan de wet op de gedwongen opname en de eventuele invoering van dwangbehandeling.
Googelt u maar eens op "gebrek ziekte-inzicht" of "lack of insight": nergens zal u een omschrijving van deze begrippen op Internet vinden. Het zijn begrippen waar iedereen zijn goesting mee kan doen, en dat doen psychiaters dan ook dagelijks. Als de psychiaters zelf maar een kwart inzicht zouden hebben in wat hun patiënten beroert, dan willen wij best wel eens over "therapeutische onbekwaamheid" praten.
Jacinta Deroeck en euthanasie: een verduidelijking
Naar aanleiding van de reacties op het interview met senator Jacinta Deroeck (beschermvrouwe van ons Netwerk) over euthanasie voor psychisch lijdenden ontvingen wij namens haar volgend schrijven (dat overigens niet alleen aan ons gericht was).
Geachte Mevrouw, Heer,
u ontvangt deze mail omdat u (of uw organisatie) nauw betrokken bent bij psychiatrische zorgverlening en/of de problematiek van het levenseinde.
Woensdag jl verscheen in De Morgen een interview met senator Jacinta De Roeck onder de enigszins uitdagende titel “Euthanasie moet ook in de psychiatrie kunnen”. Gezien de vele reacties (via mails, telefoons, lezersbrieven edm) is het duidelijk dat dit interview het debat over dit delicate thema opnieuw wat aangezwengeld heeft. Daarom is het zinvol het interview correct te kaderen om misverstanden te vermijden.
1. Het interview was ruim opgevat: diverse thema’s uit de sector van de psychiatrie kwamen aan bod: het algemene beleid geestelijke gezondheidszorg, de patiëntenrechten en die van hun organisaties, de reïntegratie van psychiatrische patiënten, de financiering van de sector, vragen rond het levenseinde enz. De uiteindelijke weerslag van het gesprek bleef in de krant echter voornamelijk beperkt tot dat laatste item. Niet verwonderlijk natuurlijk gezien de actualiteit en de interesses van het brede publiek. Maar u, die nauw verbonden bent met de diverse problematieken van de sector, moet daardoor wel een ruim stuk van het interview missen. Ook de keuze van de titel belicht slechts één deel van het gesprek. Vandaar de aanvullingen die wij u hierbij geven.
2. Het interview vond plaats n.a.v. de redactie van twee opiniestukken van senator Jacinta De Roeck, respectievelijk over de reïntegratie van psychiatrische patiënten en over de euthanasieproblematiek in een psychiatrische context. U vindt ze beide in bijlage.
3. Niet alleen uit de geciteerde opiniestukken, maar ook uit de actieve deelname van de senator aan studiedagen en overleg met diverse instellingen en deskundigen uit de sector van de palliatieve zorgen, de euthanasie en de psychiatrie, en niet in het minst uit de jaarlijkse stages die ze in psychiatrische en klinische instellingen doorloopt, blijkt haar niet aflatende inzet voor de geestelijke gezondheidszorg en het levenseinde. Zoals expliciet vermeld in haar opiniestuk rond ondraaglijk geestelijk lijden (zie bvb de laatste paragraaf), is ze ervan overtuigd dat elk beleid zichzelf constant moet bevragen en aftoetsen bij de verantwoordelijken en patiënten. Veel vragen om euthanasie kunnen vermeden of opgevangen worden door een goede verzorging en begeleiding en door een grote luisterbereidheid.
Via deze mail met wat duiding en achtergrondinformatie hoopt Jacinta De Roeck een antwoord te bieden op de diverse vragen die nu gerezen zijn. Uiteraard blijft ze ter uwer beschikking voor verdere toelichtingen:
jacinta.deroeck@pandora.be
Met oprechte achting,
Dirk Dalle, parlementair medewerker Jacinta De Roeck
Wij drukken omwille van de beknoptheid beide opiniebijdragen waarnaar verwezen wordt hier niet af. U kunt ze evenwel altijd bij ons bekomen.
Wij erkennen ten volle de betrokkenheid van Jacinta op de algemene en veelzijdige problematiek van de psychiatrische patiënt en diens recht op een menswaardig leven en sterven. En wij weten dat Jacinta met het recht op euthanasie voor psychisch lijdenden (en fysiek lijdenden) geenszins lichtzinnig omspringt. Het gaat inderdaad om een delicate maar ook complexe "materie" om dit ongepast woord te gebruiken. Graag hadden wij bij haar schrijven toch een paar kanttekeningen gemaakt.
1. Het recht op euthanasie moet uiteindelijk gekaderd worden binnen het recht op zelfbeschikking over eigen leven en dood. Wij erkennen het recht op zelfmoord en betreuren dat de maatschappij het individu dit recht niet gunt. Schrijver dezes is een ervaringsdeskundige wiens vader zelfmoord heeft gepleegd, die in zijn leven meermaals is geconfronteerd is geweest met de zelfdoding van vrienden en kennissen en met het uitgesproken stervensverlangen van mensen van verschillende achtergrond. Zelf heeft hij meerdere malen met de gedachte gespeeld zelfmoord te plegen.
Het verlangen om te sterven is echter een zeer complex en dubbelzinnig verlangen. In veel gevallen is het het opgeven van de hoop dat het leven ooit weer leefbaar kan worden. Zeer dikwijls is de wil om te sterven tegelijk een PROTEST tegen de onwil van de omgeving om mee te werken aan het leefbaar maken van het leven dat men leidt en lijdt, zoals ook hongerstakende asielzoekers door hun wil om te sterven precies het recht op een menswaardig bestaan willen afdwingen.
Wij benadrukken dan ook nogmaals dat de organisatie van euthanasie voor ondraaglijk lijdenden ondergeschikt moet zijn aan de verantwoordelijkheid van de samenleving om iedereen een menswaardig bestaan te verzekeren, zeker bij minderjarigen die geen juridische zelfstandigheid hebben en dus hun leven niet naar eigen wens kunnen inrichten. Bij terminale kankerpatiënten kan de samenleving doorgaans niet veel doen. Maar in de psychiatrie zijn wij er geenszins van overtuigd dat het onmogelijke is gedaan om het lijden te verzachten en in veel gevallen achten wij gewoon de psychiatrie zelf verantwoordelijk voor het ondraaglijk lijden. Wij willen ons dan ook niet aansluiten bij diegenen in de psychiatrische sector die (zoals de redacteur van De Morgen blijkbaar graag doet) palaveren over euthanasie maar bijzonder snel hun verantwoordelijkheid ontlopen als er moet gepraat worden over een radicale humanisering van de psychiatrie.
2. Jacinta suggereert in haar opiniebijdrage dat sommige mensen in de psychiatrie zelfmoord zouden plegen omdat hun het recht op euthanasie is ontzegd. Dat aantal dat zeker niet groter zal zijn dan drie man en een paardekop steekt toch schril af tegen het aantal mensen dat in de psychiatrie zelfmoord pleegt omdat ze het daar helemaal niet leuk en gezellig vinden en zich een plaats kunnen voorstellen waar ze liever zouden vertoeven. Wij steunen dan ook de vraag van de Sarah Beweging dat in eerste instantie een onderzoek wordt uitgevoerd naar het hoge aantal niet-natuurlijke overlijdens binnen de muren van de psychiatrische inrichtingen: dan zal wel blijken op basis van welke motieven daar zoveel mensen zelfmoord plegen. Overigens zullen psychisch lijdenden die absoluut willen sterven, wel een manier vinden om een einde te maken aan hun leven: niemand hoeft daarvoor te wachten tot een kant en klare euthanasieprocedure rond is of werk wordt gemaakt van de uitvoering van de bestaande procedures.
3. In de mate dat het thema van euthanasie bij ondraaglijk psychisch lijden ook over dementie gaat zijn wij als deskundigen terzake de mening toegedaan dat dementie niet zomaar een fysieke fataliteit is. De aftakeling van de hersenen wordt sterk en misschien zelfs in eerste instantie in de hand gewerkt door een leven dat zich kenmerkt door een armoedig psychosociaal welzijn. Met andere woorden ook op het vlak van de humanisering van de leefvoorwaarden voor bejaarden (ook in de rusthuizen) is zeker niet al het mogelijke gedaan op het vlak van de preventie van dementie.
4. Wij hebben absoluut geen vertrouwen in een multidisciplinair team dat in de plaats van de psychisch lijdende zou uitmaken wanneer de grens van het ondraaglijk psychisch lijden is bereikt. Zal men het ondraaglijk psychisch lijden nu ook al kwoteren op een rating scale gaande van 1 tot 5? En zal men dan het gemiddelde nemen van die drie à vijf experts die (tegen honorarium uiteraard) dat waarderingsschaaltje hanteren? Een fysiek lijdende terminale patiënt kan doorgaans nog amper spreken en is meestal niet in staat zijn hoofd tegen de muur kapot te slaan. Maar een psychisch lijdende kan spreken en kan wel de daad bij het woord voegen. De patiënt kan dus zelf wel uitmaken of zijn lijden ondraaglijk is of niet. Jacinta sluit zich aan bij een aanbeveling van een "publiekspanel" op een congres dat besluit: ‘We bevelen aan dat een multidisciplinaire groep moet definiëren wat ondraaglijk psychisch lijden is. Indien men tot criteria kan komen, moet op basis daarvan de euthanasiewet voor personen die ondraaglijk geestelijk lijden opnieuw besproken worden. Hierbij mag men zich niet laten afremmen door het al dan niet aanwezig zijn van een maatschappelijk draagvlak over dit onderwerp.’ Kortom, die experts zouden zelfs tot euthanasie mogen overgaan als daar geen maatschappelijk draagvlak voor is, m.a.w. als euthanasie politiek-juridisch niet eens is voorzien. Dit sluit wonder wel aan bij het soort ziekenhuispsychiaters die het dikwijls vertikken hun betaalde 38 uur te kloppen maar wel graag voor psychiatrische patiënten de Wet betreffende de Rechten van de Patiënt zouden willen uithollen door zich de bevoegdheid toe te eigenen om een psychiatrisch patiënt bij "gebrek aan ziekte-inzicht" therapeutisch onbekwaam te verklaren om op die patiënt dus puur willekeurig dwangbehandeling toe te kunnen passen (die nu bij Wet verboden is).
5. tenslotte hebben wij ook geen vertrouwen in de mening van de familieleden van psychiatrisch patiënten in deze materie. Gevallen zijn genoeg bekend waarbij families zo rap mogelijk ontdaan willen worden van de last van hun waanzinnig familielid die dikwijls voor hen alleen nog waarde heeft als eigenaar van te erven goederen en bezittingen. Dat de vereniging van familieleden van psychiatrische patiënten vragende partij is om dwangbehandeling toe te staan en om de mogelijkheden tot gedwongen psychiatrische opname te verruimen om zo bevrijd te zijn van een kind of een grootouder die een beetje zotte kuren uithaalt, zegt voor ons al voldoende.
Kortom, het debat is verre van gesloten.
Discussievoorstel Programma Volksgezondheid - Federale Verkiezingen
Beste,
Met genoegen legt het Netwerk Psychiatrie en Samenleving U/je hieronder zijn discussievoorstel tot programma Volksgezondheid voor, dit in het kader van de nakende parlementsverkiezingen.
Uiteraard zijn Uw/jouw commentaren en aanvullingen bijzonder welkom. U mag uiteraard dit voorstel in Uw kennissenkring laten circuleren.
Op basis ervan zullen wij het programma aanpassen.
Finaal voorzien we ons programma eind deze maand door te sturen naar alle partijen en bewegingen die deelnemen aan de federale verkiezingen.
Discussievoorstel Programma Volksgezondheid Federale Verkiezingen
Netwerk Psychiatrie en Samenleving
1. onafhankelijke financiering wetenschappelijk onderzoek in de ganse sector van de gezondheidszorg.
1.a. zowel de wetgevende macht (het parlement) als de uitvoerende macht (de regering en de minister Volksgezondheid) moeten meer greep krijgen op de algemene oriëntaties in het wetenschappelijk onderzoek en de nodige klemtonen kunnen leggen die aansluiten bij de bekommernissen van de publieke opinie en in het bijzonder bij de opinie van de patiënten en de sociale groepen die met ziektes worden bedreigd.
1.b. elk wetenschappelijk onderzoeksprogramma moet voorgelegd worden aan een Commissie die paritair samengesteld is uit onderzoekers, vertegenwoordigers van de belanghebbende patiëntenverenigingen en parlementairen die deel uitmaken van de Commissies Volksgezondheid van Kamer en Senaat (of hun vertegenwoordigers).
2. de geldstromen in de ziekenhuissector en de implicaties van de toenemende verstrengeling tussen ziekenhuismanagement en de banksector op het personeel en op de klemtonen van het ziekenhuisbeleid moeten door een onafhankelijke onderzoekscommissie worden doorgelicht.
3. het volksgezondheidsbeleid moet meer dan nu het geval is gecoördineerd worden met de sociale beleidsdomeinen die kunnen bijdragen tot een waarlijk preventieve geneeskunde (armoedebestrijding; huisvestingsproblematiek; milieuproblematiek; bevordering psychosociaal welzijn).
4. radicale hervorming van de corporatistische organen en de hiërarchische structuren in de gezondheidszorg
4.a. hervorming van de Orde van Geneesheren
4.b. herwaardering en verzelfstandiging van het paramedisch personeel
5. radicale optie voor uitbouw van de thuiszorg (op basis van wijkcomités met overleg OCMW, zorgverstrekkers en gebruikers).
6. versterking van de Wet betreffende de Rechten van de Patiënt(juridische sanctionering van overtredingen in plaats van het falende “ombuds”beleid; behoud van alle rechten voor alle patiënten; expliciet wettelijk verbod op dwangbehandeling; radicale verwerping van de notie "therapeutische onbekwaamheid" en "gebrek aan ziekte-inzicht" zoals sommige belangengroepen die willen invoeren voor bepaalde categorieën van patiënten).
7. wettelijke vertegenwoordiging van patiënten en gebruikers in alle beslissingsorganen van de gezondheidszorg
8. omvorming van de psychiatrie tot bio-psycho-sociale emancipatie in plaats van gedragscontrole
8.a. uitbouw van therapeutische gemeenschappen (gerund door vzw’s) in plaats van grootschalige profit-gerichte psychiatrische ziekenhuizen
8.b. afbouwen van de Psychiatrische Afdelingen Algemene Ziekenhuizen (PAAZ’s) en vervanging door Crisiscentra met aangepaste architectuur en voorzieningen, geïntegreerd in de stads- en gemeentekernen
8.c. uitbouw van de psychotherapie in al zijn vormen als alternatief voor de nu heersende eenzijdige medicamenteuze therapie
9. doorgedreven humanisering van de rustoorden voor bejaarden (sancties voor rusthuizen die bejaarden alleen surveilleren en niet zorgen voor degelijke animatie en “huiselijke” inrichting van de individuele kamers; psychosociale aanpak van dementie; wettelijk verbod op het vastbinden van "lastige" bejaarden).
10. bijzondere aandacht voor het psychosociaal welzijn van de kinderen
10.a. halt aan de eenzijdige medicalisering van opvoedingsproblemen
10.b. totaal verbod op psychofarmaca voor minderjarigen
10.c. uitbreiding van het bevallingsverlof tot 6 maand (voor minstens één van de ouders)
10.d. bijzonder ondersteuningsprogramma voor alleenstaande moeders
10.e. verdere ondersteuning van de opvoedkundige functie van kindercrèches en onthaalgezinnen
11. een bijzonder meerjarenplan voor het terugdringen van het hoge aantal zelfmoorden
12. een realistisch beleid met betrekking tot de alternatieve geneeskunde (die steeds belangrijker wordt t.o.v. de reguliere geneeskunde en steeds meer patiënten aantrekt).
namens
Netwerk Psychiatrie en Samenleving
netwerk@mail.be
Toevoeging bij "euthanasie en psychisch lijden"
Een toevoeging van apotheker Fernand Haesbrouck, onvermoeibaar strijder tegen Rilatine en andere psychofarmaca die de zenuwstelsels van onze kinderen kapot maken.
"Bij deze wil ik eraan toevoegen dat momenteel veel psychisch lijden eigenlijk wordt veroorzaakt door het ongepast toedienen van stoffen die een controle van het individu op zijn zenuwstelsel kapotmaken. En dat terwijl men de patienten wijsmaakt dat men ze gaat behandelen door ze tijdelijk een veranderde perceptie op de realiteit te geven.
De geneeskunde beseft momenteel amper hoeveel psychisch lijden men kunstmatig doet ontstaan door het kapotmaken van een gezond zenuwstelsel dat men eigenlijk zou nodig hebben om problemen wel aan te kunnen. Op mijn bijdrage van vandaag (zie onder blog) probeer ik uit te leggen hoe de nieuwe 'gedragsmedicatie' nu eigenlijk wel werkt, terwijl men die werking liever als onbekend aanmerkt om de verkoop van die producten niet in gevaar te brengen."
http://blog.seniorennet.be/rilatine/archief.php?ID=228
Met vriendelijke groeten,
Apotheker Fernand Haesbrouck
fernand@haesbrouck.be
Euthanasie en Psychisch Lijden
Wij willen echter wel duidelijk stellen dat o.i. prioritair eerst een debat gevoerd wordt over een menswaardig leven voor psychisch lijdenden en daarna pas een debat over een menswaardige dood. Idem overigens voor dementie: onlangs nog hebben we een demente half genezen door haar te laten overplaatsen naar een rustoord met meer humane omkadering (ook qua "architectuur"), "idealistisch" management, meer animatie- en bezigheidsmogelijkheden, leefbare privé-kamers (waar men b.v. bezoekers kan ontvangen als was het een huiskamertje); de extra-prijs voor dit rustoord was 2 euro per dag die de familie graag heeft betaald. Twee euro: dus het moet voor de overheid mogelijk zijn met geringe kosten de levenskwaliteit in de rustoorden radicaal op te trekken: dementie is voor een stuk een sociale ziekte die door kwaliteitsloze leefomstandigheden (zoals het geval is een aantal rustoorden) alleen maar wordt versterkt en in een aantal gevallen zelfs wordt veroorzaakt.
Maar zeker in de psychiatrie zijn de leefvoorwaarden voor velen nog steeds bijzonder mensonwaardig. Vele patiënten worden nog altijd ondeskundig en soms zelfs gewoon onmenselijk wreed opgevangen en komen precies daardoor in een situatie van ondraaglijk lijden terecht. Euthanasie beschouwen wij hier als een executie van een verdachte die achteraf onschuldig blijkt te zijn.
Uit ervaring weten wij dat de wens om te sterven bij heel wat psychisch lijdenden een GEVOLG is van een jarenlange onoordeelkundige opvang. Zo weigeren sommige patiënten in de loop van de "behandeling" nog te eten of te drinken waarna deze hongerstaking dan "behandeld" wordt met elektroshocks, etc. Wij vrezen dan ook dat pleidooien voor euthanasie voor psychisch lijdenden bij sommige "deskundigen" de idee zal versterken om een Endlösungstherapie voor psychisch zieken in te voeren. Zeker wordt de aandacht weggetrokken van de meer dan noodzakelijke hervormingen die in de psychiatriesector moeten worden doorgevoerd (o.a. deskundige individu-gerichte psychotherapie van bij de aanvang van de opname, zowel bij drugverslaafden, manisch-depressieven, psychotici en zeker bij borderliners; omvorming van de klinieken tot therapeutische gemeenschappen; uitbouw van de thuiszorg, e.d.). Deze hervormingen kunnen gemakkelijk gefinancierd worden door de vele financiële belangen die met de psychiatrie gemoeid zijn, wat te kortwieken.
Verder sluiten wij ons aan bij de bedenkingen van de Sarah Beweging die eerst en vooral vraagt om een degelijk onderzoek naar het hoge aantal niet-natuurlijke overlijdens binnen de muren van de psychiatrische ziekenhuizen, een vraag waar de overheid blijkbaar geen oren naar heeft.
De toestanden in de psychiatrie zijn er de laatste jaren niet op verbeterd, integendeel. De mogelijkheid tot euthanasie voor een vijftal patiënten per jaar lijkt ons dan ook een luxe-probleem vergeleken met al het lijden dat op basis van een aangepast humanistisch en humanitair beleid zou kunnen verzacht worden. Kortom: laat er eerst LEVEN voor de DOOD zijn, ook voor psychisch lijdenden (in plaats van het kwistig gebruik van isoleercellen, apathisch makende overmedicatie, elektroshocks, etc.).
beheersovereenkomst Vlaamse regering - VVGG
Waarde vrienden en bevriende organisaties,
Wij vragen U onderstaande brief van het Netwerk Psychiatrie en Samenleving aan de Vlaamse ministers Vervotte (en Ven Brempt en Anciaux) omtrent de nieuwe beheersovereenkomst tussen de Vlaamse regering en de Vl. Ver. Geestelijke Gezondheid aandachtig te lezen en zelf ook Uw ongerustheid over te maken aan de dames en heren excellenties, via de mailadressen vernoemd in dit schrijven.
Aan de bevriende organisaties vragen wij contact op te nemen om gezamenlijk te overleggen hoe we ons protest tegen de hier te berde gebrachte gang van zaken kunnen versterken.
Beste groeten,
Netwerk Psychiatrie en Samenlevinghttp://psychiatrie.blogse.nl
netwerk@mail.be
To: kabinet.vervotte@vlaanderen.be; inge.vervotte@vlaanderen.be;
kabinet.vanbrempt@vlaanderen.be;
kabinet.anciaux@vlaanderen.be; Anciaux, Bert; Bert Anciaux; info@vvgg.be;
Paul ARTEEL
Subject: beheersovereenkomst Vlaamse regering - VVGG
Aan mevr. Inge Vervotte, minister Volksgezondheid, Gezin en Welzijn
kabinet.vervotte@vlaanderen.be; inge.vervotte@vlaanderen.be
Aan Mevr. Kathleen Van Brempt, minister Gelijke Kansenbeleid
kabinet.vanbrempt@vlaanderen.be; kathleen.vanbrempt@vlaanderen.be
Aan minister Bert Anciaux, minister van Cultuur, Sport en Jeugd
kabinet.anciaux@vlaanderen.be;
Aan dhr. Paul Arteel, directeur Vlaamse Vereniging Geestelijke Gezondheid
info@vvgg.be; paul@vvgg.be
Geachte Ministers,
Geachte Directeur,
Wij hebben kennis genomen van de nieuwe beheersovereenkomst tussen de Vlaamse Regering (bevoegdheid minister Inge Vervotte) en de adviserende ngo Vlaamse Vereniging Geestelijke Gezondheid VVGG, bij name van directeur dhr. Paul Arteel.
Deze beheersovereenkomst komt ons over als een bedenkelijke maatschappelijke en politieke achteruitgang waarbij het niveau van de geestelijke gezondheidszorg meer en meer begint te lijken op de Staatspsychiatrie die indertijd in het stalinistisch en post-stalinistisch tijdperk van het Sovjet-communisme voor officiële wetenschappelijke psychiatrie moest doorgaan.
De exclusieve focus op het wetenschappelijk onderzoek in de nieuwe beheersovereenkomst moet de indruk wekken van een deskundige aanpak van de problemen op het vlak van de geestelijke gezondheid in Vlaanderen. Eén ieder die deze materie met een zekere kritische afstandelijkheid volgt, weet evenwel dat dit wetenschappelijk onderzoek grotendeels om niet te zeggen uitsluitend gefinancierd wordt door belanghebbende kapitaalkrachtige groepen die er alleen op uit zijn hun winsten te verhogen door een eenzijdige therapeutische aanpak van de geesteszieken en de mentaal gestoorden, en dat dit onderzoek uitgevoerd wordt door universiteitspsychiaters die nauwelijks nog een poging doen om rekening te houden met wat de patiënt of de cliënt zelf over zijn of haar “stoornis” te zeggen heeft.
De zogenaamde “evidence-based” aanpak creëert rond zich een illusie en een aureool van onpartijdigheid en vanzelfsprekendheid (“evidence”) waarbij alleen nog technocratische en dus wereldvreemde “deskundigen” het woord krijgen en waardoor elke discussie verengd wordt tot het elitair clubje van deze deskundigen en die discussie in zekere zin door de “evidence” zelfs overbodig wordt. U weet ongetwijfeld ook dat het zgn. “evidence-based” onderzoek uitsluitend gebaseerd is op de statistische vergelijking van groepen en daardoor tot zeer misleidende resultaten komt voor wat betreft de individuele begeleiding van patiënten en cliënten die genadeloos in hokjes worden gestopt zonder dat hun eigenheid, hun zelfbeleving en hun persoonlijke kenmerken nog aan bod komen. Bovendien spreken de resultaten m.b.t. het “wetenschappelijk” onderzoek omtrent omzeggens alle thema’s van de geestelijke gezondheidsproblematiek (etiologie van de “geestesziekten” en de “mentale stoornissen”, therapeutische aanpak, organisatie van de ggz, enz.) elkaar voortdurend tegen, zowel op het fundamentele vlak als in de details van de onderzoeksbevindingen. Elkeen die het GEHEEL van deze materies op wereldvlak volgt is daarvan op de hoogte, maar het kabinet Volksgezondheid blijkbaar niet.
De aangelegde documentatie die de Vlaamse Vereniging Geestelijke Gezondheidszorg zal aanbieden, zal dan ook grotendeels tot dat soort eenzijdige onderzoeksresultaten beperkt blijven. Het wereldwijd groeiend verzet tegen deze ondemocratische en patiënt-onvriendelijke evolutie van de psychiatrie en de officiële geestelijke gezondheidszorg, o.a. gecoördineerd door de internationale ngo Mindfreedom die door de Verenigde Naties is erkend en wordt gesubsidieerd, zal hier nergens meer aan bod komen, als dat binnen de VVGG ooit al het geval is geweest (de VVGG is immers in haar oprichting in de jaren 1990 een pure dirigistische overheidsconstructie; zelfs de patiëntenverenigingen – Uilenspiegel, Vereniging Vlaamse Manisch-Depressieven - waren oorspronkelijk pure artificiële constructies waarvoor door “verlichte” psychiaters wat patiënten werden aangetrokken om de indruk te wekken dat de patiënten er het laatste woord hadden).
Het intrekken van de ondersteuning aan de ondertussen geëmancipeerde patiëntenverenigingen en aan aanverwante initiatieven bevestigt deze tendens naar een puur totalitaire aanpak van de geestelijke gezondheidzorg in Vlaanderen.
Wij wensen U dan ook onze ongerustheid omtrent deze beleidsontwikkelingen over te maken en wij zullen onze bevriende politici, organisaties, medewerkers van ons Netwerk en andere belanghebbenden vragen bij U protest aan te tekenen tegen deze bedenkelijke evolutie.
Hoogachtend,
Netwerk Psychiatrie en Samenleving
4.000 meer gevangenen binnen vier jaar
Belgie telt momenteel 9.700 gevangenen, al bedraagt de gevangeniscapaciteit hooguit 8.500 plaatsen. Vandaar de voortdurende onrust in de gevangenissen, zowel bij de cipiers als bij de gevangenen zelf. Chaos en opstand dreigen elke dag.
De meest natuurlijke oplossing zou natuurlijk te zijn ervoor te zorgen dat mensen minder misdaden (moeten) plegen. Maar zo zien wij het in België niet.
Nee, de Belgische regering voorziet tegen 2010 de gevangeniscapaciteit op te trekken tot 12.000. M.a.w. zij neemt zich voor een extra 4.000 mensen aan te houden en achter slot en grendel te zetten. In plaats van aan misdaadpreventie te doen zet deze "humanistische" regering zich schrap tegen een verwachte stijging van de criminaliteit (van de interne "burgeroorlog" dus) en maakt zij zich klaar om al deze boefjes, schurken en topgangsters waardig te ontvangen in nieuwe gevangenissen.
Voorwaar een bijzonder sociaal project.
meer dan een oorlogsverklaring aan de psychoanalyse !!
Ons Netwerk is geen kritiekloze fan van de psychoanalyse maar een fervent voorstander van de diversiteit in het psychotherapeutisch landschap en veroordeelt de monopolistische pretenties van om het even wie. Om maar iets te zeggen: de zogenaamde op de wetenschap gebaseerde psychotherapieën zoals de Cognitieve Gedragstherapie slagen er toch ook niet in het aantal psychische problemen in te dijken en vormen zeker geen leidraad voor een adequate preventie, aangezien ze puur curatief met "symptomen" zijn. Integendeel, we zien dat de opgang van de zogenaamde depressie-epidemie hand in hand gaat met de "vooruitgang" in de wetenschappelijke psychologie. Wij, schrijvers dezes die zelf een diploma grootste onderscheiding hebben in de psychologische wetenschappen, veroordelen dan ook met klem onderstaande laffe "extreem-rechtse" aanval in De Maere, bekende e-site van de "Vlaamse" klinische psychologen, op de psychoanalyse waarvoor geen aanleiding is en waarvan we weten dat de daders nog niets eens moeite doen om te glimlachen tegen hun cliënten en een dwangneuroticus de hand niet durven drukken uit vrees besmet te worden met allerhande bacterieën.
NB: Een en ander moet natuurlijk gezien worden in de context van de de psychotherapie-oorlog rond het wetsontwerp van minister Demotte dat de psychotherapie in België wil regelen. Wie daarover meer wil weten, mailt ons en krijgt het ganse dossier "Psychotherapie" (87 blz.) per mail toegestuurd.
Hier de aanval:
Hoelang nog miljoenen euro's gemeenschapsgeld
voor opleidingen in een
pseudowetenschap ?
Laat ons duidelijk zijn: het wetenschappelijk gehalte van de psychoanalyse is vergelijkbaar met dat van de homeopathie. Wie meer wil lezen over de kritiek op de psychoanalyse vanuit de wetenschap en vanuit de wetenschapsleer vindt een goed vertrekpunt in het KlinPsy-dossier Freud op de sofa.
De opleiding van een universiteitsstudent kost per jaar 14326 euro aan de gemeenschap en ongeveer 4000 euro aan het gezin. Bij een ruwe schatting zou men kunnen stellen dat er aan de drie Vlaamse universiteiten samen elk jaar een honderdtal psychologiestudenten gekozen hebben voor de psychoanalytische richting. Drie licentiejaren maal 100 studenten maal 14326 euro overheidsgeld levert een som van meer dan 4 miljoen euro. In het Franstalig landsgedeelte zijn er minder studenten maar ligt de interesse voor de psychoanalyse wel twee keer hoger dan in Vlaanderen. Dus zelfs als er slechts half zoveel psychologiestudenten zouden zijn als in Vlaanderen betekent dat nog een grote vier miljoen euro. Hiermee is nog niets gezegd over de opleidingen aan de hogescholen. Daarbij dient men nog eens 2.4 miljoen euro te rekenen die opgehoest wordt door de gezinnen. De maatschappelijke investering in een paar jaar leeranalyse, wat eveneens op 10 % van het budget van de betrokkene kan berekend worden, vertegenwoordigt ook nog eens een belangrijk kapitaal. Het gaat dus om zeer belangrijke kapitalen die elk jaar opnieuw geïnvesteerd worden in de opleiding van de psychoanalytici.
Honderdduizenden uren studie van de intelligentsten van ons volk worden jammerlijk geïnvesteerd in hersenspinsels die niet bestand zijn tegen de kritiek van de wetenschap noch van de wetenschapsleer. Wie zich de vraag stelt hoe het komt dat de psychoanalyse dan nog steeds succes kent kan best eens het boek 'Freuds vergissing' van Filip Buekens of het artikel "Een zero theorie" van de filosoof Mikkel Borch-Jacobsen lezen.
De academische psychoanalytici leveren aan de psychoanalyse ten onrechte een kwaliteitslabel. Ze spelen voor de psychoanalyse het academisch schaamlapje dat dient om de wetenschappelijke impotentie te verbergen van een groep pseudowetenschappers die zelfs niet verstoppen dat ze eigenlijk de pest hebben aan de universitaire bemoeiing. Zie hun petitie, ook door professoren ondertekend ("Deze [vorming] wordt door onze verenigingen op zich genomen, op grond van een persoonlijk traject (waarvan de eigen psychoanalyse de basis vormt) en kan bijgevolg niet verzekerd worden door de universiteiten."). Zie ook de tekst van Dohmen ("Il faut bien se rendre compte que ces exigences ont comme adversaires : les Flamands, les médecins, les comportementalistes et les universités.")
Van twee zaken één: ofwel stellen alle universitaire psychoanalytici zich op als wetenschappers die het academisch niveau waardig zijn, sturen ze de psychoanalyse bij in functie van de kritiek vanuit de wetenschap en de wetenschapsleer, distantiëren ze zich duidelijk van een dogmatische geloofsovertuiging die zich vijandig opstelt tegenover de wetenschappelijke opleiding op academisch niveau, ofwel wordt de psychoanalyse geschrapt uit de universitaire opleiding en stopt de gemeenschap ermee om duur verdiend belastinggeld te investeren in een pseudowetenschap die honderden mensen de arbeidsmarkt opstuurt die daar goed geld verdienen met praktijken die in de essentie een wetenschappelijke basis missen.
Het is duidelijk dat de mildheid (zie artikel in De Maere van 16.10.2006) die vereist is tegenover de psychoanalytici die vroeger ter goeder trouw het psychoanalytisch denken eigen maakten, niet meer geldt voor personen die nu nog wetens en willens kritiekloos blijven doorgaan met het opleiden in de psychoanalyse niettegenstaande de onwetenschappelijkheid ervan herhaaldelijk is aangetoond.
Het wordt tijd dat de politici daar eens over nadenken in plaats van zich te laten bespelen door de psychoanalytici die grotendeels het ontwerp Demotte geschreven hebben. Om de laatste druppel uit de citroen te persen manipuleerden deze ondertussen op de meest grove wijze hun eigen achterban om een protestbrief te schrijven omdat ze zogezegd niet geraadpleegd werden. Men kan zich overigens afvragen waar het zelfrespect zit bij al die ondertekenaars die zomaar accepteren dat ze door hun geloofsgenoten via een leugen gebruikt werden.
hier de vraag van annemie omtrent allochtonen in de psychiatrie
Schriftelijke vraag aan de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, Rudy Demotte.
1. Beschikt u over cijfers die de evolutie weergeven van het aantal allochtonen die vrijwillig of gedwongen in psychiatrische inrichtingen en psychiatrische afdelingen binnen algemene ziekenhuizen behandeld werden?
2. Welk is de verhouding van het aantal allochtone patiënten ten opzichte van het aantal autochtone patiënten?
3. In mei 2005 pleitte u voor een betere toegankelijkheid van de geestelijke gezondheidszorg voor allochtonen.
a. Welke maatregelen zijn hieromtrent al genomen?
b. Welke maatregelen wenst de Minister in de toekomst hieromtrent nog te nemen?
c. Wordt in dit kader ook gedacht aan de zogenaamde etnopsychiatrie waarbij de psychiatrie uitgaat van de etnische eigenheid over wat gezond zijn en ziek zijn, betekent in andere culturen?
Annemie Roppe 120606
Hier het antwoord van de minister. Kopie van een fax: op de site van de Kamer zijn vraag en antwoord nog niet beschikbaar. Het antwoord is mager en van de genoemde interculturele bemiddelaars hebben wij in Vlaanderen nog niet veel gehoord of gezien.


hier de vraag van annemie omtrent gedwongen opnames
Mondelinge vraag van Volksvertegenwoordiger Annemie Roppe aan de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, Rudy Demotte, over het stijgend aantal gedwongen opnames in de psychiatrie.
Uit recente cijfers blijkt dat 2005 kan beschouwd worden als een recordjaar voor het stijgend aantal gedwongen opnames in de psychiatrie. Elk jaar zijn er dit blijkbaar meer en meer. In 1999 telde Vlaanderen slechts 1.454 gedwongen opnames. Vorig jaar kwamen we echter voor Vlaanderen reeds op ongeveer een 2.500 gedwongen opnames.
Er worden een aantal mogelijke oorzaken aangehaald om deze stijging te verklaren:
- De politiediensten zouden inmiddels meer vertrouwd geraakt zijn met de procedure van de gedwongen opname. Deze procedure werd evenwel ingevoerd in 1991.
- Er is het stijgende middelenmisbruik, van alcohol, drugs en medicamenten.
- Aan het einde van de week worden meer mensen verplicht opgenomen, vermoedelijk omdat de gewone toegang tot de hulpverlening dan moeilijker is.
- Een gedwongen opname zou bovendien vaak fungeren als ultieme redmiddel als men niet weet wat men met die mensen moet doen.
Uitgezonderd de werking van de politiediensten, worden al deze verklaringen aangegeven door de psychiatrische sector zelf, o.m. door de heer Raf De Rycke, gedelegeerd bestuurder van de Broeders van Liefde en dus beheerder van heel wat psychiatrische ziekenhuizen in Vlaanderen.
Een echte éénduidige oorzaak voor het stijgend aantal opnames is echter niet bekend. De voorwaarden voor zo'n verplicht verblijf in de psychiatrie zijn nochtans streng en duidelijk. De betrokkene moet geestesziek zijn, hij moet een gevaar zijn voor zichzelf of voor de maatschappij en er mag geen alternatieve behandelingsmogelijkheid zijn. Zowel de vrederechter als het parket moet zich baseren op een medisch attest om een gedwongen opname te kunnen toestaan. Eens opgenomen ligt het lot van de patiënten feitelijk (maar niet juridisch!) in de handen van de artsen in de psychiatrische ziekenhuizen.
Gezien deze recente cijfers, hadden we graag van de Minister een antwoord ontvangen op volgende vragen:
1) Bent u op de hoogte van het stijgend aantal opnames in de psychiatrie?
a. Zo ja, heeft u hiervoor een eenduidige verklaring?
b. Zo nee, bent u bereid onderzoek te doen naar de oorzaak/oorzaken van deze stijging?
c. Heeft u de intentie om deze stijging in de mate van het mogelijke een halt toe te roepen via eventuele maatregelen?
- Zo ja, via welke maatregelen wenst u dit te doen?
- Zo neen, kan u verduidelijken waarom u aan dit probleem niets wenst te doen?
2) Er wordt als reden aangehaald dat de politiediensten pas de laatste jaren meer vertrouwd geraakt zijn met de procedure die nochtans reeds in 1991 werd ingevoerd.
a. Wat is de oorzaak van het feit dat het zo lang geduurd heeft vooraleer deze procedure naar wet werd toegepast?
b. Welke procedure werd tot 2000 dan wel toegepast voor een gedwongen opname in de psychiatrie?
3) Zijn er in de praktijk stappen ondernomen opdat patiënten hun rechten voldoende kennen én kunnen toepassen wanneer blijkt dat zij onterecht gedwongen werden opgenomen?
a. Zo ja, welke maatregelen werden hieromtrent getroffen?
b. Zo nee, bent u bereid de positie van de psychiatrische patiënt, zowel op emancipatorisch vlak als op juridisch vlak, via maatregelen te versterken?
Annemie Roppe 120606
Het antwoord van de minister hebben we voorlopig alleen op fax. Op de website van De Kamer is het antwoord nog niet weergegeven.
Zoals u kan lezen: het antwoord van de minister is bijzonder mager. Rudy is nochtans welbespraakt.

vragen van annemie aan minister demotte
O.a. op ons verzoek stelde volksvertegenwoordiger Annemie Roppe een paar vragen aan minister Demotte over de toename van het aantal gedwongen opnames. Zijn antwoorden konden haar maar matig bevredigen.
Hieronder het persbericht dat ze daarom de wereld instuurde:
Demotte heeft geen zicht op stijging gedwongen opnames in de psychiatrie
Steeds meer mensen worden in Vlaanderen gedwongen opgenomen in de psychiatrie. Spiritkamerlid Annemie Roppe stelde daarover vandaag enkele vragen aan minister van volksgezondheid Demotte. "Ik kreeg op beide vragen een antwoord waaruit duidelijk blijkt dat de minister niet geïnteresseerd is in de psychiatrie", aldus Roppe.
De eerste vraag dat het Hasseltse kamerlid stelde had te maken met de recente stijging van het aantal gedwongen opnames in de psychiatrie. 2005 kan volgens Raf De Rycke, gedelegeerd bestuurder van de Broeders van Liefde, beschouwd worden als een recordjaar. In 1999 telde Vlaanderen slechts 1.454 gedwongen opnames. Vorig jaar echter steeg dit aantal tot 2.500.
"Alarmerend vind ik de oorzaken die door de psychiatrie zelf worden aangehaald voor deze toename. Er wordt onder meer gesproken over een stijgend misbruik van alcohol, drugs en geneesmiddelen. Een gedwongen opname zou blijkbaar ook vaak fungeren als uitweg als men geen blijf weet met mensen. De voorwaarden voor een verplicht verblijf zijn nochtans duidelijk. De betrokkene moet geestesziek zijn, hij moet een gevaar zijn voor zichzelf en voor de maatschappij en er mag geen alternatieve behandelingsmogelijkheid zijn. Mijn vragen aan minister Demotte hierover waren of hij zich bewust was van de oorzaken van deze stijging en wat hij van plan was hieromtrent te doen. Maar ook, en misschien nog belangrijker, vroeg ik hem of er in de praktijk stappen zijn ondernomen opdat patiënten hun rechten voldoende kennen en kunnen toepassen wanneer blijkt dat zij onterecht gedwongen werden opgenomen.
Het enige antwoord dat ik hierop kreeg, was dat hij zich bewust was van deze stijging en dat patiënten verplicht zijn bij wet zich in een procedure door een advocaat te laten bijstaan. Ik had niet de indruk dat hij bereid was om de oorzaken van deze toename verder te onderzoeken of de intentie had om dit aan te pakken", voegt Roppe er aan toe. "Dit getuigt op zijn minst van een gebrek aan visie, en erger nog, een gebrek aan interesse."
De tweede vraag aan Demotte had te maken met de stijging van het aantal allochtonen dat gedwongen opgenomen wordt. Hulpverleners signaleren immers dat vooral bij die groep de voorwaarden voor een gedwongen opname niet altijd nageleefd worden. Demotte pleitte in 2005 zelf voor een betere begeleiding van allochtonen in de psychiatrie. Roppe wilde weten in welke mate hier intussen reeds initiatieven rond werden ondernomen. Cijfers over het aantal allochtone psychiatrische patiënten kon Demotte echter niet geven. Hij beloofde echter wel in de toekomst gegevens rond nationaliteit op te vragen.
"Het lijkt mij dat het lot van de psychiatrische patiënt meer aandacht verdient dan er hier vandaag aan werd gegeven." besluit het kamerlid verontwaardigd.
Annemie Roppe Volksvertegenwoordiger spirit
Vaarwel Julien Schoenaerts
Wij betuigen onze innige deelneming aan de familie, vrienden, vriendinnen en collega's van de gisteren overleden (non-)acteur JULIEN SCHOENAERTS.
Na zijn eerste uitingen van morele verontwaardiging op het eind van de jaren 1960 (o.a. acties ter ondersteuning van de stakende Limburgse mijnwerkers) bleek hij alras "manisch-depressief" en werd door artistiek en politiek analfabete psychiaters gedwongen opgenomen in de psychiatrie. Met zijn sterke persoonlijkheid en de steun van vriend(inn)en wist hij later gelukkig uit de handen van de conservatieve psychiatrie te blijven.
een bericht van de Sarah Beweging
Strattera-Strategie of … “Zit stil!” ???
Gisteren en vandaag lanceerde de vereniging Zit Stil haar klassiek verhaal over ADHD-kinderen die nood hebben aan begeleiding en pillen.
Als voorzitter van de Sarah Beweging voor meer psychosociaal welzijn wens ik erop te wijzen dat uit ontvangen documenten blijkt dat de vereniging Zit Stil gesponsord is door de farma-industrie die miljoenen euro’s winst maken met de verkoop van drugs (amfetamine-achtigen verwant met de SSRI-antidepressiva) zoals Rilatine, Concerta of Strattera.
Wetenschappers in binnen- en buitenland wijzen erop dat deze middelen blijvende schadelijke gevolgen meebrengen.
Wij zijn van mening dat deze middelen zo snel mogelijk op de lijst van de verboden schadelijke producten moeten komen en dat aanmaak, verkoop en gebruik ervan aan banden moet gelegd worden.
Wij roepen de ouders van kinderen met problemen en de overheid op meer aandacht en tijd aan de kinderen te besteden en een medicamenteuze behandeling slechts in uiterste nood (1 op duizend zal zelfs te veel zijn) als mogelijke oplossing voor het probleem te overwegen.
Jan Vanhaelen
voorzitter Sarah Beweging
Kloosterstraat 159
1700 Dilbeek
tel./fax: 02 466 48 50
www.sarahbeweging.tk
http://users.belgacom.net/sarahvzw/
dreiging met "therapeutische onbekwaamheidsverklaring"
Er hangt de psychiatrische patiënten weer wat boven het hoofd.
De psychiaters willen een aantal bepalingen van de Wet betreffende de Rechten van de Patiënt opheffen voor psychiatrische patiënten. Wanneer een psychiatrisch patiënt (zowel ambulant als vrijwillig of gedwongen opgenomen) "gebrek aan ziekte-inzicht" zou vertonen, zou de psychiater het recht moeten hebben om de patiënt "therapeutisch onbekwaam" te verklaren zodat deze patiënt, in vergelijking met andere patiënten, niet meer moet instemmen met de behandeling en zelfs niet meer geïnformeerd moet worden over zijn of haar gezondheidstoestand en over de efficiëntie, de voor- en de nadelen van de voorgestelde behandeling. Met andere woorden: de psychiaters zouden hun "therapeutische vrijheid" kunnen botvieren.
Wij in het verweer dus. Eerst politiek en diplomatiek. Dus hebben we volgende brief geschreven aan de voorzitters van de Vlaamse regeringspartijen, met kopie aan de volksvertegenwoordigers en senatoren verbonden met ons Netwerk.
Geachte Voorzitters SP.A, Spirit en VLD,
Aan de Heren Johan Vande Lanotte, Geert Lambert en Bart Somers,
Ons Netwerk Psychiatrie en Samenleving, waarvan o.a. Spirit-volksvertegenwoordiger Annemie Roppe, SP.A-volksvertegenwoordigers Jacinta De Roeck en Michèle Hostekint, en VLD-volksvertegenwoordiger Sven Gatz, onze beschermvrouwen/heren zijn, maakt zich bezorgd over een eventuele aanpassing van de Wet betreffende de Rechten van de Patiënt. Deze wet kent dezelfde rechten toe aan elke patiënt, ambulant of opgenomen in een ziekenhuis; kankerpatiënt of diabeticus. Ook de niet wilsonbekwaam verklaarde psychiatrische patiënt (m.a.w. 99.9% van de psychiatrische patiënten) geniet volledig van de patiëntenrechten.
Binnen de Federale Commissie Patiëntenrechten van het Ministerie voor Volsgezondheid buigt zich momenteel een werkgroep Geestelijke Gezondheidszorg over een evaluatie van de toepassing van de Wet met betrekking tot de psychiatrie en de geestelijke gezondheidszorg. Daar stellen zekere vertegenwoordigers van de artsen-psychiaters voor naast de bestaande door een rechter uit te spreken onbekwaamheidsverklaring van een geesteszieke (een maatregel die nog bijzonder zelden wordt genomen) de notie "therapeutische onbekwaamheid" in te voeren voor psychiatrische patiënten (ook voor een patiënt die zich vrijwillig en uit eigen beweging laat behandelen) in het bijzonder wanneer de patiënt "gebrek aan ziekte-inzicht" zou vertonen. Tot deze therapeutische onbekwaamheidsverklaring zou een psychiater eigenmachtig kunnen besluiten, zonder oordeel van een rechter en dus zonder dat de patiënt zich door een medisch of juridisch raadsheer of vertrouwenspersoon kan laten bijstaan. Dit zou impliceren dat voor psychiatrische patiënten het recht op informatie omtrent de gezondheidstoestand en de behandeling en het recht op toestemming/weigering van een voorgestelde behandeling enkel en alleen op basis van het oordeel van de psychiater zouden komen te vervallen. Het begrip "gebrek aan ziekte-inzicht" ("lack of insight") is in internationale psychiatrisch-wetenschappelijke middens bijzonder omstreden en staat ons inziens ook haaks op de bestaande Aanbevelingen en Aanvullingen op het Europees Verdrag over de Fundamentele Rechten van de Mens, aanvullingen die betrekking hebben op de rechten van geesteszieken en personen met een mentale aandoening.
Wij zouden U willen verzoeken erop toe te zien dat de humanistische principes die aan de basis liggen van de Wet betreffende de Rechten van de Patiënt ook voor personen met een mentale aandoening en geesteszieken behouden zouden blijven en dat de niet-discriminatie die de Wet nu waarborgt, niet zou uitgehold worden. Mogen wij U vragen dat de mandatarissen van Uw partij die zich met materies van geestelijke gezondheidszorg inlaten, aandacht zouden blijven besteden aan deze zaak die, gezien het sterk toenemend aantal personen dat door psychiatrische diensten en geestelijke gezondheidscentra wordt begeleid, mogelijk een groot deel van de bevolking aangaat.
Met de meeste hoogachting,
Prof. Dr. Eric Rosseel
Coördinator Netwerk Psychiatrie en Samenleving
Grote Winkellaan, 94
1853 Strombeek-Bever
02/267 5220
WIE IS NU GEK ?
37 kinderen en 20 volwassen worden gedood bij een Israëlisch bombardement op een dorp in Libanon. Er blijken geen raketinstallaties van de Hezbollah in de buurt.
Zeg ook: WIE is nu gek?
De psychoticus met zijn/haar over het algemeen vreedzame wanen en hallucinaties?
De angstneuroticus met zijn/haar paniekaanvallen?
De depressieve met zijn/haar zelfmoordneigingen?
Of deze machtswellustelingen die zich zo graag presenteren als Holocaust-erfgenamen en hun Amerikaanse broodheren?
Murat Kaplan: een schande!
Het Netwerk Psychiatrie en Samenleving veroordeelt met klem de met volle voorbedachtheid geplande vrijheidsberoving en voorlopige in hechtenisneming van Mevr. Virginie Barré, als pervers middel om Murat Kaplan terug op te pakken.De vrijheid zou in onze democratie een "goed" moeten zijn waarmee niet gesjacherd wordt. Uiteraard aanvaarden we de wettelijk vastgelegde vrijheidsberoving van gevaarlijke individuen maar het wordt stilaan duidelijk dat niet alleen gevaarlijke criminelen worden geviseerd, maar
dat tegenwoordig niemand meer veilig is.
Vlaams Humanisme
Met een gangster onderhandel je niet. Zelfs niet met zijn advocaat. Daar spreek je niet mee. Criminelen zijn beesten, die hebben geen spreekrecht!
Net zo voor die andere mensen die de goegemeente op stang jagen: de geesteszieken. Platspuiten en wat elektroshocks! Zeker hun mond niet laten opendoen.
Allez, vas-y Meneer Van Parijs, Bert Laermans en Gerolf Annemans!
Persbericht discriminaite psy. patiënten
Persbericht 22 juni 2006Uit antwoorden van Minister Marc Verwilghen op vragen van volksvertegenwoordiger
Netwerk Psychiatrie en Samenleving
http://psychiatrie.blogse.nl
http://www.similes.org/
UilenSpiegel vzw
www.uilenspiegel.net
Uit het Verslag van de Kamer:
Commissie voor het bedrijfsleven, het wetenschapsbeleid,het onderwijs, de nationale wetenschappelijke en culturele instellingen, de middenstand en de landbouw van dinsdag 13 juni ’06.
Vraag van mevrouw Annemie Roppe aan de vice -eerste minister en minister van Begroting en Consumentenzaken over “de discriminatie ten opzichte van psychiatrische patiënten en mensen met een chronische aandoening in de verzekeringssector” (nr. 11964)
Annemie Roppe (sp.a -spirit): Mijnheer de voorzitter, ik excuseer mij omdat ik iedereen heb laten wachten, maar ik was even in de war over mijn vraag. Ik had ze immers gesteld aan mevrouw Van den Bossche. IK had derhalve niet door dat minister Verwilghen de vraag zou beantwoorden.
Eigenlijk kan ik verwijzen naar de vorige vragen die ik al heb gesteld over discriminatie bij de hospitalisatieverzekering van psychiatrische patiënten. Ik heb de voorganger van minister Verwilghen en minister Verwilghen zelf al gewezen op de discriminatie die bestaat en ook niet wordt ontkend. Psychiatrische patiënten worden na een bepaalde tijd uitgesloten van de voordelen van de hospitalisatieverzekering. De laatste maal dat ik de minister daarover ondervroeg, heeft hij de discriminatie ook toegegeven en gezegd dat daartegen kan worden opgetreden door degene die zich benadeeld voelt. Dat lijkt mij niet direct de aangepaste oplossing.
Daarom kom ik op mijn vraag terug.
Mijnheer de minister, is het niet mogelijk om een globale oplossing voor het probleem te bieden?
Minister Marc Verwilghen: Mevrouw Roppe, ik zie dat uw vraag dateert van 6 juni 2006 (06/06/06). Men zegt dat dit een datum is die behekst is. Sta mij tegelijk echter toe te zeggen dat de problematiek met betrekking tot de chronisch zieken en de personen met een handicap sedert de twee vragen die u mij gesteld hebt, toch wel in een stroomversnelling is gekomen. U weet dat dit punt een aantal keer op de agenda van de Ministerraad stond.
Op 2 juni 2006 is er een voorontwerp goedgekeurd waarbij een onderscheid moet worden gemaakt tussen psychiatrische patiënten en chronisch zieken en personen met een handicap. Het is een realiteit dat de verzekeringsdekking van psychiatrische patiënten niet onbeperkt is. Dat geldt echter ook bij de mutualiteiten omdat het risico en de duur van deze aandoeningen onmogelijk precies afgebakend of voorspeld kunnen worden. Ik denk dat er toch geen sprake is van een ontoelaatbare discriminatie in de zin van de antidiscriminatiewet van 25 februari 2003, omdat de beperkte dekking die terzake zowel door de verzekeringsondernemingen als de mutualiteiten wordt toegepast objectief is en redelijkerwijze gerechtvaardigd kan worden.
Wat de chronisch zieken en personen met een handicap betreft, hebben we nu en wetsontwerp dat kort uiteengezet twee problemen regelt. Het eerste probleem dat wordt geregeld is dat de individuele ziekteverzekering – ik denk dan aan de hospitalisatie- verzekering, de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de invaliditeitsverzekering en het gewaarborgd inkomen – levenslang wordt gemaakt, zowel voor de verzekeringsnemers als voor de gezinsleden die mee in de verzekering zijn opgenomen.
Ten tweede wordt ook een recht op individuele voortzetting van de verzekering gecreëerd voor elke verzekerde, zowel de werknemer als zijn familieleden, in een groepsverzekering. Dit recht kan uitgeoefend worden zodra de verzekerde om gelijk welke redenen het voordeel van de groepsverzekering verliest, bijvoorbeeld vrijwillig of gedwongen ontslag, faillissement, liquidatie van het bedrijf van de werkgever, pensionering en dergelijke.
Dit betekent concreet dat de problematiek van de verzekering van de chronisch zieken en de personen met een handicap op termijn is opgelost. Zodra zij als gezinslid in een individuele ziekteverzekering of in een groepsverzekering als verzekerde zijn opgenomen, kan hen de verzekeringsdekking niet meer ontnomen worden. Ze zijn levenslang gedenkt, onafhankelijk van de evolutie van die toestand.
Dit is het probleem dat nog moest geregeld worden. Voor zij die op vandaag chronisch ziek zijn of een handicap hebben en geen verzekering hebben kunnen afsluiten, wordt erin voorzien dat zij gedurende een overgangsperiode van twee jaar zullen kunnen intekenen op een hospitalisatieverzekering. Daarbij zullen de kosten die geen verband houden met de pathologie of de aandoening die bestaat op het ogenblik van het afsluiten van de verzekeringsovereenkomst verplicht gedekt worden. Voor de kosten die verband houden met de pathologie en de aandoening zullen zij terugvallen op hun mutualiteit.
Voor het saldo zal de minister van Sociale Zaken een gerichte uitbreiding van de maximumfactuur ten gunste van de chronisch zieken en personen met een handicap organiseren, een uitbreiding waarin voor deze categorie specifiek is voorzien. Op die manier hebben we dan toch een systeem kunnen uitwerken waarbij iedereen in die boot zit en niemand meer uit de boot valt.
Annemie Roppe (spa. – spirit): Ik dank de minister voor zijn antwoord.
Ik ben eigenlijk heel blij om te horen dat er voor de chronisch zieken en gehandicapten een aangepaste oplossing is gevonden.
Blijft uiteraard de problematiek van de psychiatrische patiënten. De minister zegt dat ook daarvoor dit systeem van beperktheid in tijd wordt toegepast door de mutualiteiten. Tijdens een studiedag in dit huis ongeveer twee jaar geleden werd die problematiek aangehaald en waren het de mutualiteiten die ook toegaven dat daarin een ongeoorloofde discriminatie bestond. De minister zegt wel dat er geen discriminatie zou zijn, omdat het bij psychiatrische patiënten moeilijk te weten is wat de duur van hun ziekte is. Het is natuurlijk nogal evident dat dat bij andere ziekten ook heel dikwijls moeilijk in te schatten is.
Ik blijf eigenlijk met mijn vraag zitten omtrent het probleem naar de psychiatrische patiënten, maar ik ben dus wel blij dat er voor de chronisch zieken en gehandicapten wel al een oplossing gegeven is.
Het incident is gesloten.
Wetenschapswinkel
De Wetenschapswinkelis langs geweest bij
Netwerk Psychiatrie en Samenleving!
De Wetenschapswinkel zoekt aan de universiteiten studenten en professoren die in de vorm van een thesis onderzoek willen verrichten ten behoeve van organisaties met een goed doel en zonder centen. Sukkels zoals wij dus.
Wij hebben twee onderwerpen ingediend:
1. een analyse naar de juridische grond van alle vormen van vrijheidsberoving en vrijheidsbeperking in de psychiatrie
2. de beleving van vrijheidsbeperking en vrijheidsberoving door psychiatrische patiënten
Het Netwerk mag echter nog meer onderwerpen indienen.
DUS: heb je een lumineus ideetje, laat het ons weten.
Wij gieten het desnoods wel in het gepast academisch taaltje.
Psychotherapie als beroep of praktijk
Dit is het eerste deel van een tekst die moet uitmonden in een voorstel tot regelgeving voor een gedemocratiseerde psychotherapie.
Netwerk Psychiatrie en Samenleving
Psychotherapie:een beroep of een praktijk?
Intro
De psychotherapeutische realiteit anno 2006
De actuele discussie op het niveau van de wetgever
Intro
* Enkele jaren reeds poogt het Belgisch parlement een regelgeving uit te werken met betrekking tot de ‘psychotherapie’ en de erkenning van geestelijke gezondheidsberoepen. Tegenwoordig is het immers zo dat iedereen, van de meest gediplomeerde psychiater tot de eerste de beste kwakzalver, het bordje ‘psychotherapeut’ aan zijn of haar huisdeur mag bevestigen zonder dat de gebruiker, cliënt of patiënt enige garantie heeft omtrent de kwalificaties van deze persoon. De eerste wetsvoorstellen die de facto de psychotherapeutische praktijk wilden regelen, werden dan ook ingediend met o.a. het argument de goegemeente te beschermen tegen kwakzalvers en sekten allerhande door de ‘preventie, de diagnose en de behandeling van geestelijke gezondheidsproblemen’ (het woord psychotherapie werd aanvankelijk niet genoemd) voor te behouden aan welbepaalde eerbare (i.e. academische) beroepen[1].
* Gekoppeld aan deze discussie omtrent de vraag wie zich psychotherapeut mag noemen, is de vraag naar de wettelijke erkenning van bepaalde geestelijke gezondheidsberoepen zoals de ‘klinische psycholoog’, de ‘seksuoloog’ en de ‘orthopedagoog’. Deze drie beroepen hebben blijkbaar de handen ineen geslagen om via de wettelijke erkenning van hun beroep greep te krijgen op de niet-medische psychotherapie. Het zijn inderdaad vooral deze drie beroepen die in de circulerende wetsvoorstellen expliciet worden genoemd en daarmee niet (echt) letterlijk maar dan toch naar de geest van deze voorstellen met psychotherapie in verband worden gebracht. De wetsvoorstellen dienaangaande doen meer dan suggereren dat, naast uiteraard de geneesheren-psychiaters, deze drie beroepen de enige zouden zijn die specifiek en als het ware van nature werkzaam zijn op het terrein van de psychotherapie binnen het bredere veld van de geestelijke gezondheidszorg. En zoals we zullen zien: dit is hoegenaamd niet zo.
* Maar belangrijker is misschien nog de in het vooruitzicht gestelde terugbetaling van de psychotherapie door het RIZIV. Wie zich psychotherapeut mag noemen, zal dan immers kunnen genieten van een cliëntèle dat nu reeds aanzienlijk is maar dat door een democratisering van de psychotherapie via een eventuele terugbetaling door het RIZIV ongetwijfeld sterk zal toenemen. Begrijpelijk dus dat bepaalde beroepsgroepen het laken van de psychotherapie naar zich toe willen halen en anderen als onbevoegden willen uitsluiten. Tevens impliceert dit dat de erkenning van het beroep van psychotherapeut dus voor de Staat een niet onbelangrijke budgettaire weerslag heeft. De Staat kan niet de prestaties van om het even wie die het in zijn of haar hoofd haalt zich psychotherapeut te noemen, via het RIZIV volledig of gedeeltelijk laten terugbetalen aan de cliënt, zoals dit het geval is bij de prestaties van huisartsen en geneesheren-specialisten. Wil de overheid de psychotherapie door de terugbetaling via het RIZIV financieel toegankelijk maken voor alle lagen van de bevolking (daar waar de toegang tot ervaren psychotherapeuten en bijvoorbeeld beoefenaars van de psychoanalyse nu nog grotendeels een privilege van een elite is[2]) en wil de overheid deze terugbetaling budgettair kunnen ophoesten, dan zal de wetgever dus restricties en beperkingen moeten invoeren en het beroep van psychotherapeut in een bepaald keurslijf duwen, waarbij een kandidaat psychotherapeut aan bepaalde wettelijke vereisten zal moeten voldoen om effectief een psychotherapeutische praktijk te kunnen uitvoeren. Of ze zal een nomenclatuur moeten uitwerken, waarbij bepaalde psychotherapeutische prestaties ruim worden terugbetaald en andere slechts zeer gedeeltelijk.
Deze drie aspecten (psychotherapie als beroep, erkenning van geestelijke gezondheidsberoepen, terugbetaling van psychotherapie) worden momenteel schijnbaar afzonderlijk van elkaar behandeld, daar waar ze in wezen nauw met elkaar verbonden zijn. Wettelijk erkende geestelijke gezondheidsberoepen zullen mogelijk gemakkelijker de koek van de psychotherapie naar zich toe kunnen halen en zo ze in hun streven slagen, zal het RIZIV de terugbetaling kunnen beperken tot deze erkende beroepen.
Het zal dan ook niet verwonderen dat de meeste parlementairen die in deze materie wetsvoorstellen of amendementen op deze wetsvoorstellen hebben ingediend, gelieerd zijn aan of overlegd hebben met één of andere belangengroep van beroepsbeoefenaars zoals daar zijn de Belgische Federatie van Psychologen / Fédération Belge des Psychologues (BFP/FBP), de Vlaamse Vereniging van Klinische Psychologen (VVKP), de Vlaamse Vereniging Seksuologie (VVS), de Belgische Vereniging voor Psychoanalyse / Société Belge de Psychanalyse (BVP/SBP), de Belgische School voor Pyschoanalyse / Ecole Belge de Psychanalyse (een concurrerende vereniging van psychoanalytici, er zijn er nog wel meer dan een paar[3]), de Vlaamse Vereniging voor Orthopedagogen (VVO), l’Association des Psychologues Praticiens d'Orientation Psychanalytique (APPsy), l'Association des Psychologues de
Al deze beroepsverenigingen trachten hun belangen in de diverse ingediende wetsvoorstellen maximaal te vertalen, al zijn niet alle onder hen op even intensieve wijze geconsulteerd geworden. De ganse discussie rond de erkenning van de zogenaamde nieuwe gezondheidsberoepen en meer specifiek van de psychotherapie als (medische of niet-medische) prestatie of als beroep wordt dan ook bijna uitsluitend benaderd vanuit de dikwijls tegenstrijdige belangen van die beroepsgroepen. Daarbij wordt wel regelmatig geschermd met ‘het belang van de patiënt’ maar op geen enkele manier is overgegaan tot een werkelijke consultatie van de gebruikers van de bijzonder heterogene praktijken en diensten die als psychotherapie of geestelijke gezondheidszorg aan de bevolking worden aangeboden. Hierbij mag opgemerkt worden dat patiëntenverenigingen zoals Uilenspiegel omwille van hun relatief geringe wervingskracht niet echt beschouwd kunnen worden als de representatieve stem van de gebruikers of van de potentiële gebruikers van psychotherapie of geestelijke gezondheidszorg. Kortom, in zijn geheel genomen (b)lijkt over het ganse dossier een walm van onverbloemd corporatisme te hangen.
In onderstaand betoog willen wij komen tot een realistische en geïntegreerde visie op de drie geschetste aspecten (de regelgeving omtrent psychotherapie, de erkenning van geestelijke gezondheidsberoepen en de terugbetaling van psychotherapie via het RIZIV). Wij willen daarbij uitgaan van het belang van de gebruiker en van de realiteit van de maatschappelijke praktijken die op de ‘markt van welzijn en geluk’ aan de bevolking als psychotherapie worden gepresenteerd of die als dusdanig door de mensen worden beleefd.
Uitgaan van het belang van de gebruiker betekent voor ons dat de regelgeving van de psychotherapie gestoeld moet zijn op het gegeven dat de bevolking vragende partij is voor bepaalde vormen van psychotherapie en verwacht dat de vormen van psychotherapie die haar worden aangeboden via een beroepsbeoefenaar waarmee een cliënt/therapeut-relatie of patiënt/therapeut-relatie wordt aangegaan, de nodige waarborgen bieden qua kwaliteit en dat deze therapievormen in overeenstemming zijn met de Wet betreffende de Rechten van de Patiënt. Totnogtoe is geen enkel degelijk en systematisch onderzoek uitgevoerd dat peilt naar de verwachtingen van de bevolking of potentiële gebruikers (of hun vertegenwoordigers) met betrekking tot de inhoud en de vorm van de psychotherapieën die haar of hun ter beschikking zouden moeten staan. In de huidige situatie is het zo dat het aanbod quasi volledig de vraag bepaalt. Zo wordt bijvoorbeeld de vraag of een therapeut blijk moet geven van persoonlijke betrokkenheid bij zijn of haar cliënt of zich daarentegen als persoon 100% afstandelijk moet gedragen, als een puur academische kwestie afgedaan daar waar kennis van de wensen en verzuchtingen van de potentiële gebruikers op dit vlak toch wel bijzonder relevant lijken. Dat betekent natuurlijk niet dat de vragen van potentiële gebruikers zo maar kunnen indruisen tegen de logica van therapeutische methoden en technieken zoals die op basis van een wetenschappelijke of culturele traditie zijn uitgebouwd. Wel: dat gebruikers en potentiële gebruikers hun autonome zeg mogen hebben in het kapittel en dat een permanente interactie gebruikers en therapeuten/beroepsbeoefenaars wenselijk en aangewezen is. Een concreet voorbeeld in deze context betreft de inhoud en de vorm van psychotherapieën die aangeboden worden aan mensen van andere culturen.
Uitgaan van de maatschappelijke realiteit houdt in dat in de eerste plaats gekeken wordt naar wat er hic et nunc allemaal aan de bevolking aangeboden wordt als psychotherapie en geestelijke gezondheidszorg en in hoeverre de opleiding en vorming van de ermee verbonden therapeuten of gezondheidswerkers waarborgen biedt voor een kwaliteitsvolle dienstverlening. Binnen deze diversiteit moet de overheid tot een oordeel komen van wat ze wel dan niet erkent als psychotherapie en geestelijke gezondheidszorg en een regelgeving uitwerken met betrekking tot de opleiding en de vorming van diegenen die deze erkende maatschappelijke praktijken uitoefenen of de beroepsuitoefening ervan aspireren.
De psychotherapeutische realiteit anno 2006
Anno 2006 erkent de Wet de psychotherapie niet als een beroep maar als een medische act met een welbepaalde RIZIV-nomenclatuur waarbij ondermeer onderscheid wordt gemaakt tussen individuele en groepssessies (b.v. met een gezin of familie). Het RIZIV houdt hierbij aan dat een psychotherapeutische sessie ongeveer 45 minuten duurt. Wie geen psychiater is, kan dus wettelijk gezien niet aan psychotherapie doen.
Als opleiding of beroep bestaat de psychotherapie wettelijk dus niet. Geen enkele hogeschool of universiteit biedt een wettelijk erkende afstudeerrichting psychotherapie aan en psychoterapie bestaat eigenlijk enkel als vak of als onderdeel van stage-activiteiten in de opleiding tot beroepen als arts, psycholoog, sociaal werker, ergotherapeut, zorgkundige (vroeger ‘verpleegkundige’), enzovoort.
Ook de psychiater-psychotherapeut hoeft dus om zijn medische ‘act’ als psychotherapie aan te geven geen enkele specifieke psychotherapeutische opleiding te hebben doorlopen. Het studiecurriculum voorziet wel verplichte (in wezen theoretische) vakken zoals psychotherapie en communicatievaardigheden en de wet stelt dat de aspirant-geneesheer gedurende zijn stages ervaring opdoet met psychotherapeutische praktijken, maar nergens staat vermeld dat hij of zij een psychotherapeutische opleiding of vorming moet hebben genoten. Wettelijk bestaan dergelijke opleidingen overigens niet.[4] Met andere woorden de psychiater kan u rustig een halfuur laten zeveren over wat ge allemaal hebt gedaan of niet hebt gedaan sinds de vorige consultatie en u daarna wat Seroxat voorschrijven tegen uw depressie, en dat aanrekenen als een sessie psychotherapie. Heel wat psychiaters (en ook psychologen overigens) gaan ervan uit dat de gelegenheid geven aan de patiënt/cliënt om te vertellen over wat op zijn of haar lever ligt, voldoende is om van psychotherapie te gewagen.[5] Dat de Wet op geen enkele wijze voorziet wat onder de medische act ‘psychotherapie’ moet worden verstaan, zou men kunnen toeschrijven aan het gegeven dat de RIZIV-regeling dateert uit de tijd toen er nog maar één psychotherapie bestond, namelijk de historische freudiaanse psychoanalyse, maar dat klopt niet: de regeling is ingevoerd op een moment dat alle door de Hoge GezondheidsRaad in 2005 geadviseerde en aanbevolen psychotherapieën[6] in België reeds jaren actief waren.
Kortom: psychotherapie bestaat wettelijk en tegelijk bestaat ze wettelijk niet. Deze situatie is manifest onhoudbaar geworden. De publieke opinie associeert psychotherapie al lang niet meer met het beroep van geneesheer of psychiater. Allerhande praktijken van niet-medici worden door de publieke opinie als psychotherapie geduid en als dusdanig algemeen aanvaard. Overigens hebben sommige mutualiteiten reeds akkoorden afgesloten met individuele door hen erkende ‘psychotherapeuten’ om hun prestaties terug te betalen: ze verplichten op die manier eigenlijk de wetgever tot het uitstippelen van een duidelijke regelgeving. De handelwijze van deze mutualiteiten betreffen trouwens niet alleen de psychotherapie maar ook alternatieve geneeswijzen zoals de homeopathie (de homeopathie, de chiropraxie, de osteopathie en de acupunctuur zijn wettelijk erkend onder de noemer van de zogenaamde non-conventionele praktijken[7], maar er is geen RIZIV-regeling voor de terugbetaling van hun diensten).
Doorheen de laatste decennia hebben zich diverse bewegingen en maatschappelijke veranderingen voorgedaan die de basis vormen van de huidige problematiek en die tegelijk deze problematiek vrij onoverzienbaar en quasi onoplosbaar maken:
1. de opkomst van nieuwe geestelijke gezondheidsberoepen, en meer in het bijzonder deze van (klinisch) psycholoog.
2. het ontstaan van een georganiseerd ‘alternatief’ circuit buiten de officiële geneeskunde en buiten de academische wereld
3. de verruiming van het begrip ‘therapie’
Een historische schets van de geestelijke gezondheidszorg en de psychotherapie sinds 1960-1970 zal ons toelaten de voornaamste knelpunten in de politieke discussie rond de erkenning van de geestelijke gezondheidsberoepen en van de psychotherapie beter te begrijpen.
1. de opkomst van nieuwe geestelijke gezondheidsberoepen, en meer in het bijzonder deze van (klinisch) psycholoog.
Sinds de jaren 1965-1970 kennen we een onstuitbare opkomst van het beroep van psycholoog en andere aanverwante geestelijke gezondheidsberoepen die zich, steunend op academisch-wetenschappelijke kennis, beroepsmatig inlaten met de zorg voor mensen die lijden aan of onder een psychische of psychosomatische aandoening of stoornis of die zich onledig houden met het bijsturen van onaangepast of inadequaat gedrag (bijvoorbeeld bij kinderen). In gewone mensentaal: deze nieuwe beroepen houden zich bezig met de ‘ziel’ of de ‘geest’ van de mens, met zijn ‘psyche’. Het gaat hierbij telkens om beroepen met een academische, universitaire opleiding. De meest bekende, want professioneel het stevigst georganiseerd, zijn de klinische psycholoog, de seksuoloog en de orthopedagoog.
Deze nieuwe gezondheidsberoepen houden zich professioneel eigenlijk niet bezig met de ‘ziel’, ‘geest’ of ‘psyche’ van de gewone ‘gezonde’ mens, maar met de ‘problematische’, ‘gestoorde’ of ‘defecte’ ziel of geest. Een klinische psycholoog werkt doorgaans met mensen die weliswaar niet altijd lijden aan of onder een medisch gediagnosticeerde aandoening maar meestal toch door een arts (huisarts of psychiater) naar een psycholoog zijn doorverwezen; een seksuoloog behandelt ‘gestoorde’ seksualiteit of seksualiteitsbeleving en een orthopedagoog treedt remediërend op bij kinderen met een psychisch of mentaal defect of bij kinderen die moeilijk opvoedbaar zijn en onaangepast gedrag vertonen.
Het nieuwe geestelijke gezondheidsberoep dat numeriek overwegend is geworden en ook het meest tot de verbeelding van de publieke opinie spreekt, is uiteraard dat van de psycholoog. Maar als dusdanig deed de psycholoog aanvankelijk werk dat weinig beroep deed op diens eigen verbeelding: zijn of haar taak beperkte zich grotendeels tot een eerder saaie vorm van psychodiagnostiek: het afnemen van allerhande als summum van wetenschap beschouwde tests om tot een oordeel te komen over iemands mentale vaardigheden of over iemands persoonlijkheidsprofiel. Door hun gebrekkige kennis van de statistiek waren psychiaters (en sociale assistenten!) immers niet in staat zelf testen te ontwerpen of testresultaten te interpreteren: psychologen waren dat wel! Zo kwam een deel van de psychodiagnostiek in handen van min of meer wiskundig onderlegde psychologen en pedagogen (al kostte dit heel wat psychologie- en pedagogiestudenten wel een tweede examenzittijd voor de vakken wiskunde en statistiek).
In de beginperiode waren de psychologen via twee afstudeerrichtingen opgedeeld in twee ‘soorten’: de ontwikkelingspsychologen (die zich bezig hielden met problemen van kinderen en volwassenen, van senioren was toen nog geen sprake; het merendeel der ontwikkelingspsychologen waren toen vooral tewerkgesteld in de toenmalige PMS-centra, de Psycho-Medico-Sociale Centra, de huidige Centra voor Leerlingen Begeleiding) en de bedrijfspsychologen, maar beide soorten hadden eigenlijk uitzicht op dezelfde beroepen: de zaken waren toen nog niet zo gecompartimentaliseerd als nu. In de bedrijven (voor de personeelsselectie), in de PMS-centra en ook in het leger kregen psychologen zo relatief veel autonomie om in psychologische diensten naar eigen goeddunken hun beroep uit te oefenen en beheersten ze veelal ook de besluitvorming die op de psychodiagnostische resultaten steunde. Met de professionalisering en modernisering van de psychiatrie kwamen echter ook meer en meer psychologen in de zuiver “klinische” sector terecht. In de kliniek echter was de psycholoog echter veeleer een hulpje van de psychiater. Het was de psychiater die besliste welke therapeutische conclusies uit de psychodiagnostische resultaten dienden getrokken te worden. In ziekenhuisverband werkten psychologen onder het directe gezag van een psychiater. Nu nog is het zo dat in de Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg die vanaf 1999 door de Vlaamse overheid konden erkend worden en die ondertussen door die overheid gefinancierd worden, werken met een team dat bij decreet[8] onder leiding moet staan van een psychiater, die dus in laatste instantie het “behandelplan” bepaalt. Ook in de forensische sfeer waren (en zijn) psychologen doorgaans direct ondergeschikt aan de gerechtspsychiater (of de gevangenispsychiater) of de jeugdrechter.
De meeste psychologen, zeker deze in de sector van de geestelijke gezondheidszorg (een term die pas in de jaren 1990 ingang vond) werkten oorspronkelijk in dienstverband: een zelfstandige praktijk was nauwelijks realistisch. De psychologen in de sector van de geestelijke gezondheidszorg (de “kliniek”) waren dus ondergeschikten in dubbel opzicht: juridisch (t.o.v. het ziekenhuis of de Staat voor wat betreft de gevangenissen) en moreel (t.o.v. hun diensthoofd-psychiater).
De psychologen (zowel de ontwikkelingspsychologen als de bedrijfspsychologen) voerden echter doorheen de jaren 1970 vanuit de USA een bijzondere vorm van psychotherapie in die begon te concurreren met de klassieke freudiaanse psychoanalyse. Zeggen we eerst en vooral dat de psychoanalyse vanaf haar beginjaren in het eerste helft van de 20ste eeuw met haar psychotherapie gebaseerd op de ‘vrije associatie’ (de ‘analysand’ spreekt liggend in een divan over wat hem voor de geest komt waarbij de psychoanalyticus deze associaties gaat interpreteren vanuit de psychoanalytische theorie van het Onbewuste, het Ego en het Superego) open stond voor zowel medici als niet-medici: een postbode of een architect kon in principe even goed psychonalyticus worden als een arts.[9] Telde en telt de psychoanalyse onder haar leden ook filosofen, schrijvers, kunstenaars, theologen, priesters en tutti quanti, het merendeel van de psychoanalytici waren en zijn toch artsen: generalisten, neurologen of psychiaters. Vermelden we ook nog dat de psychoanalyse als gemeenschap al snel uiteengevallen was in verschillende fracties: de voornaamste (maar niet de enige) waren zij die Freud trouw bleven en zij die overhelden naar zijn leerling en rivaal Carl Gustav Jung. Nu nog steeds bestaat er in België, naast de diverse freudiaanse en neo-freudiaanse psychoanalytici en de lacanianen (op basis van de ‘retour à Freud’ van de in 1981 overleden Franse meester-psychoanalyticus Jacques Lacan) een Belgische School voor Jungiaanse Pyschoanalyse - Ecole Belge de Psychanalyse Jungienne met een vijfentwintigtal leden. De diepe onderlinge verdeeldheid van de psychoanalytici is nog altijd haar voornaamste hinderpaal op de weg naar wetenschappelijke (academische) erkenning en therapeutische uitstraling. Zo: daarmee is meteen de plaats van de psychoanalyse in het psychotherapeutisch landschap ruwweg geschetst.
De psychotherapie die in het bijzonder door psychologen vanuit de USA in België werd geïmporteerd, droeg de naam client-centered therapy, in het Nederlands ook wel aangeduid als niet-directieve therapie. Zij is niet-directief en cliëntgericht in de zin dat de therapeut de cliënt (er wordt gesproken van een ‘cliënt’, niet van een ‘patiënt’) geen instructies geeft hoe hij of zij moet handelen (b.v. ‘ge moogt geen alcohol meer drinken’) maar via een open conversatie in de eerste plaats luistert naar wat de cliënt te vertellen heeft en hem of haar aanmoedigt zichzelf open te stellen voor de therapeut. Deze vorm van therapie en hulpverlening werd ontwikkeld door de Amerikaanse psycholoog Carl Rogers (daarom ook soms rogeriaanse therapie genoemd) en verspreidde zich internationaal zo eerder onder psychologen dan onder psychiaters. De clientgerichte therapie vertrekt ook niet van grootse theorieën zoals de psychoanalyse en ze viseert ook niet in de eerste plaats ‘gestoorde’ persoonlijkheden maar de vrij ‘gewone’ levensproblemen van vrij gewone mensen zoals gebrek aan zelfvertrouwen, gevoelens van zelfvervreemding of gebrek aan existentiële zingeving. Om mensen bij dergelijke levensproblemen te begeleiden hoefde men geen arts of psychiater te zijn en de cliëntgerichte therapie was ook gemakkelijker in overeenstemming te brengen met een academische psychologie die even wetenschappelijk wou zijn als de fysica en die wel wat moeite had met de moeilijk empirisch toetsbare stellingen van de psychoanalyse. Kortom: de psychologen hadden een eigen psychotherapie, al zal straks blijken dat zij niet de enige waren die de praktijk van de client-centeredness in hun beroepsuitoefening integreerden. En er ontstond een begin van een tweedeling: de artsen/psychiaters met de psychoanalyse, de psychologen met softere psychotherapeutische vormen. Aan de faculteiten psychologie en opvoedkunde van de universiteiten werd vanaf 1975-1980 dan ook meer plaats ingeruimd voor psychotherapeutische vakken. Belangrijk om te vermelden is dat heel wat van die rogeriaanse therapeuten zichzelf geen ‘therapeut’ noemden en noemen maar counselor (consulent) en hun praktijk aanduid(d)en als counseling, een woord dat in het Nederlands overgenomen is en tot op heden blijft voortbestaan. De ‘adviseurs’ in de Centra voor Morele Dienstverlening van de Unie voor Vrijzinnige Verenigingen in Vlaanderen noemen zich bijvoorbeeld naar dat rogeriaans model ‘consulenten’, zelfs al hebben zij soms een heuse opleiding psychotherapie. Ook adviseurs van huwelijks- en relatiebureaus noemen zich ‘consulenten’.
Er dienden zich echter nog andere therapieën die in het bijzonder door psychologen werden geclaimd. Rond 1975-1980 kreeg onder invloed van de toen populaire cybernetica en systeemtheorie de systeemtherapie een professionele vorm. Deze therapie bekeek het individu niet als een afzonderlijke eenheid maar als een component van een ruimer sociaal systeem en zij beoogde het individuele probleem op te lossen door dat ganse systeem aan te pakken. De systeemtherapie was echter geen uitvinding van psychologen. De grootste inspirator was Gregory Bateson, een antropoloog die vrij afkerig stond tegenover het academisch wereldje. De tweede groter inspirator, Paul Watzlawick, was filoloog en psycholoog van opleiding en specialiseerde zich in de communicatieleer, die toen onder sterke invloed stond van de cybernetica en de systeemtheorie (deze beide werden trouwens door sommigen met elkaar vereenzelvigd). De psychologen namen de systeemtherapie over en vulden ze aan met bijzondere technieken, maar weer zullen zij niet de enigen blijken te zijn die zich op deze systeemtherapie toeleggen. De systeemtherapie werd in de loop van de jaren 1980, vooral onder de impuls van de psychologen, verengd tot familie- en gezinstherapie (marriage therapy en family therapy in het Engels) en werd b.v. aan de Katholieke Universiteit Leuven vooral uitgebouwd als relatietherapie.
Tenslotte kreeg in onze contreien in de jaren 1980, vooral onder Nederlandse invloed, ook stilaan de gedragstherapie voet aan de grond. Deze therapie steunde op de leertheorie van het Amerikaanse behaviorisme en ging ervan uit dat pathologische of onaangepaste gedragingen aangeleerd waren en dus ook via bepaalde leertechnieken konden worden afgeleerd. Het behaviorisme was een puur academisch-psychologische aangelegenheid die door sociale critici bijna permanent werd geridiculiseerd (deze critici stelden niet ten onrechte dat het behaviorisme de mens beschouwt als een “hond van Pavlov”). In 1990 werd het behaviorisme uitgebreid tot de cognitieve psychologie die ook cognities (i.e. gedachten, voorstellingen, overtuigingen) bestudeert en zo vormde zich de cognitieve gedragstherapie CGT. De CGT pakt niet alleen onaangepaste gedragingen aan (b.v. “de armen laten zakken” als teken van depressie) maar ook de gedachten die deze gedragingen bestendigen (“het zal mij niet lukken om zonder angst de bus of trein te nemen”). De CGT stelde zich zeer militant “sciëntistisch” op en viel in het bijzonder de psychoanalyse aan als onwetenschappelijke en misleidende kwakzalverij. Die offensieve strategie die tegenwoordig Freud-bashing wordt genoemd, bereikt eigenlijk pas in de tegenwoordige jaren zijn hoogtepunt, bijvoorbeeld in Frankrijk (en dus ook in Wallonië).
Zo hebben we hier doorheen de geschiedenis van de psychologen als beroep meteen ook de meeste maar nog niet alle psychotherapieën aangeduid: met name alleen deze die in het bijzonder door psychologen worden beoefend.
Hoe dan ook, doorheen de jaren 1970 begon het zelfvertrouwen van de psychologen snel te groeien. Het aantal studenten nam gestaag toe en meer en meer organisaties en instellingen vonden het normaal beroep te doen op de diensten van psychologen. Nieuwe terreinen openden zich traag maar zeker (zoals slachtofferhulp). Zelfs een vestiging als zelfstandig psycholoog werd meer en meer haalbaar. De splitsing tussen ontwikkelingspsychologen en bedrijfspsychologen kreeg een nieuwe vorm: de eersten noemden zich nu klinische psychologen en de tweeden arbeids- en organisatiepsychologen. Dit werd vertaald in de afstudeerrichtingen: de twee voornaamste werden klinische psychologie en arbeids- en organisatiepsychologie (A&O-psychologie). De beroesverenigingen VVKP (Vlaamse Vereniging van Klinische Psychologen) en VOCAP (Vereniging van Organisatie-, Consumptie- en Arbeidspsychologen) werden de twee belangrijkste pijlers van de Belgische Federatie van Psychologen (BFP).
Die BFP begon aan invloed te winnen (een paar psychologen werden parlementairen) en in 1993 slaagde de Federatie erin de beroepstitel “psycholoog” wettelijk te laten beschermen (Wet van 8 november 1993 ter bescherming van de titel van psycholoog (Staatsblad van 31 mei 1994). Wettelijk werd overgegaan tot de oprichting van de oprichting van de Psychologencommissie die als opdracht heeft de lijst bij te houden van degenen die de titel van psycholoog mogen dragen en de bevoegde minister van advies te dienen omtrent de materie die de titel van psycholoog aangaat. De psycholoog hoeft niet tot een federatie of beroepsvereniging toe te treden, maar indien hij of zij evenwel de beschermde titel wil dragen dan is hij of zij wel verplicht om op de lijst ingeschreven te zijn die door de Commissie wordt bijgehouden.[10] Benadrukt moet worden dat alleen het voeren van de titel gereglementeerd is en niet de uitoefening van het beroep als dusdanig. De Wet zegt dus op geen enkele manier wat een psycholoog doet of niet doet.
Een verdere stap was dus het reeds in voetnoot aangehaalde wetsontwerp Aelvoet-Tavernier dat dus de klinische psycholoog, de klinische seksuoloog en de klinische orthopedagoog wou toevoegen aan de lijst van de in het KB78 van 1967 opgesomde gezondheidsberoepen. Dit voorstel legde de basis van twee discussies die het ganse dossier in zekere zin sindsdien hebben vergiftigd: a) kunnen de klinische psycholoog, de seksuoloog en de orthopedagoog rechtmatig genieten van het privilege expliciet erkend te worden als een gezondheidsberoep, meer specifieker nog als de enige wettelijk erkende specialisten in de ‘preventie, diagnose en behandeling van geestelijke gezondheidsproblemen’ (sindsdien spreekt men van geestelijke gezondheidsberoepen, soms wordt ook de term ‘geestelijke gezondheidszorgberoepen gebruikt)? en b) worden zij door de wettelijke omschrijving van hun beroep als diagnostiek en behandeling van ‘psychisch lijden’ ook niet wettelijk de facto erkend als psychotherapeuten? Kwam in eerste instantie het verweer tegen het wetsontwerp Aelvoet-Tavernier vanuit de medische hoek, al snel verplaatste zich dat dan ook naar andere beroepsbeoefenaars die evenzeer het recht opeisten als gezondheidsberoepen en zeker als geestelijke gezondheidsberoepen erkend te worden én naar groepen van psychotherapeuten (zoals de psychoanalytici, maar zij niet alleen!) die niet geheel ten onrechte het wetsontwerp ervoeren als een tactiek van vooral de psychologen om achter hun rug de psychotherapie als dusdanig te regelen. Het Wetsontwerp Aelvoet-Tavernier dat de psychologen wou beschermen tegen de almacht van de geneesheren, kwam dus in een groot deel van de wereld van de geestelijke gezondheidszorg en de psychotherapie over als een bijzonder gevaarlijk Trojaans Paard. In de nasleep van de politieke discussie kwam daar nog bij dat psychotherapie ‘negatief’ werd omschreven als een behandeling die verbonden was met een soort diagnosticeerbare pathologie, een ‘ziekte’ in de strikte medische zin (‘probleem’ of ‘stoornis’), waar dit zoals we zullen zien helemaal niet zo vanzelfsprekend is. Het psychotherapeutische begrip therapie is stricto sensu niet verbonden met een psychopathologie als een ziekte waaraan moet verholpen worden.
We vermelden reeds dat de psychologen twee therapieën claimden (cliëntgerichte therapie en systeemtherapie) die eigenlijk niet echt hun eigendom waren. De vormingsinstellingen die begonnen met client-centered therapy en systeemtherapie en van in den beginne ook opleidingen in deze therapieën verzorgden, waren geen hogescholen of universiteiten maar privé-initiatieven die helemaal niet geïnteresseerd waren in de vooropleiding van hun cliënten maar veeleer in de “ideologische” overeenstemming. Hun opleidingen stonden niet alleen open voor psychologen of pedagogen, maar evenzeer voor maatschappelijke werkers, verpleegkundigen, ergotherapeuten, leerkrachten, criminologen en in wezen voor iedereen die blijk gaf van een ernstige motivatie. Client-centeredness en systeemtheorie overstegen namelijk beide het domein van de pure geestelijke gezondheidszorg. De oorspronkelijke bedrijfspsychologen gebruikten cliëntgerichtheid bijvoorbeeld voor een nieuwe aanpak van selectie-interviews en leerkrachten de systeemtechnieken voor een vernieuwing van de klasdynamiek. Maar al deze trainees, de niet-psychologen evenzeer als de psychologen, beheersten door hun opleiding het geheel van de therapeutische technieken zoals die aangewend werden in de cliëntgerichte en systemische psychotherapie in enge zin.
Een bijzondere plaats nemen de sociale assistenten in en de maatschappelijke werkers. Deze beroepen waren al van vóór WO II actief op het terrein van de geestelijke gezondheidszorg, b.v. in de strijd tegen het alcoholisme binnen de arbeidersklasse en de preventie van criminaliteit verbonden aan werkloosheid en armoede. Sociale assistenten in bedrijven stonden tot diep in de jaren
2. het ontstaan van een georganiseerd ‘alternatief’ circuit buiten de officiële geneeskunde en buiten de academische wereld.
We hebben reeds opgemerkt dat de cliëntgerichte therapie en de systeemtherapie geen “uitvindingen” waren van de universiteiten. In wezen zijn zij opgedoken in een bijzonder heterogeen circuit van therapeutische praktijken dat zich op het einde van de jaren 1960 begon te ontwikkelen als onderdeel van de emancipatie- en contestatiegolf die eigen was aan dat decennium (“Mei
Het was ook de bloeitijd van de antipsychiatrie met haar bijzondere belangstelling voor de eigen ervaring van de waanzinnige en de geesteszieke en van de aanvaarding van diens hallucinaties en wanen als “reële” ervaringsgegevens. Alle therapieën in het “alternatieve” circuit hebben dan ook met elkaar gemeen dat ze uitgaan van de ervaring van de cliënt. Vandaar dat ze soms samengebracht worden onder de noemer van experiëntiële therapieën. Een tweede kenmerk is hun holistische benadering van lichaam en geest: de meeste van deze therapieën zijn vormen van body-mind therapieën. Er wordt gewerkt zowel op het niveau van het lichaam als op het niveau van de geest. Voorbeelden zijn legio: Gestalttherapie, bioenergetica, emotioneel lichaamswerk (ELW), meditatietraining, yoga, rebirthing, etc. Een derde kenmerk is dat de therapieën om inhoudelijke redenen (leren van elkaars ervaringen) en uit kostenbesparing (om de deelname voor particulieren betaalbaar te houden) veelal in groep gebeurden: het alternatieve circuit introduceerde de groepstherapie en het groepsgesprek zoals dat ondertussen gemeengoed is in psychiatrische ziekenhuizen. Praktisch werden veel therapieën georganiseerd in de vorm van een weekend-training van vrijdagavond tot zondagnamiddag. Maar deze groepspraktijk sloot de individuele begeleiding van cliënten geenszins uit: dikwijls fungeerden de groepstrainingen als een soort initiatie die dan via individuele begeleiding werd uitgediept. Een vierde kenmerk is dat deze therapieën niet uitgingen van het concept van het genezen van een ziekte of stoornis maar voorgesteld werden als toegangswegen tot een optimaler functioneren van geest en/of lichaam. Leden heel wat deelnemers effectief aan een lichamelijke of geestelijke aandoening of stoornis, velen hadden helemaal geen klachten en waren er enkel op uit meer uit zichzelf te halen dat ze tot dan toe gedaan hadden of waren gewoon op zoek naar “iets anders” en deden wat aan therapie-shopping. De therapieën beoogden persoonlijke groei en waren in die zin ook sterk beïnvloed door de humanistische psychologie van Abraham Maslow wiens idee van een behoeftenpiramide uitmondend in de behoefte aan zelfontplooiing en zelfrealisatie omwille van haar relatief simplisme bijzonder populair was. De deelnemers aan deze therapieën waren dan ook uiterst gevarieerd: van “gewone” mensen met de meest diverse beroepen tot journalisten, kunstenaars, schrijvers, acteurs, filosofen, priesters en politici. Aansluitend bij dit vierde kenmerk is dat de vormingsinstellingen in hun gamma soms ook zaken aanboden als cursussen Oosterse filosofie of Japans bloemschikken. Een vijfde kenmerk is dat een strikte scheiding tussen diagnose en therapie in de meeste experiëntiële therapieën absurd is. Zijn in de psychoanalyse zeker in het begin van de “kuur” diagnose en therapie met elkaar verweven, dan vervalt in de experiëntiële therapie de notie van diagnose quasi-volledig. Er is helemaal geen diagnose nodig om zinvol deel te nemen aan een therapie. In wezen kan iedereen een weekend bioenergetica of Gestalttherapie volgen en deze therapieën zullen op geen enkel moment de cliënt opzadelen met één of ander etiket. Lijdt de deelnemer aan een “ziekte” waaraan hij of zij via de therapie wil verhelpen, dan wordt dit gewoon als één van de vele aspecten van zijn wezen beschouwd.
Sommige instellingen werkten ook voor bedrijven en zij werden de succesvolste: vandaar dat in de alternatieve middens ook de cliëntgerichte therapie en de systeemtherapie een stevige basis vonden. Het pakket dat deze instellingen aanboden ging dus van individueel-gerichte tot systemische technieken waarbij deze laatste vooral bedrijfsgericht waren en onderdeel vormden van wat aan de universiteiten bekend stond als “organisatie-ontwikkeling”. De Hoge GezondheidsRaad brengt in haar advies en aanbevelingen van 2005 de clientgerichte therapie en de experiëntiële therapieën dan samen onder één noemer: cliëntgerichte-experiëntiële psychotherapie. Kijken we naar de mensen die de therapie-opleidingen van deze centra volgden en volgen, dan vinden we daar veel verpleegkundigen, ergotherapeuten, maatschappelijke werkers, psychologen en ook veel mensen die uitgekeken waren op hun actueel beroep (het begrip “burn-out” is pas in de jaren 1990 geïntroduceerd).
De invloed van het alternatieve circuit was enorm: zij fungeerde als psychotherapie in enge zin (voor mensen dus met een “stoornis” of “ziekte”, als professionele vervolmaking (ook voor huisartsen en psychiaters), als persoonlijke ontplooiing en in zekere zin zelfs als vrijetijdsbesteding voor maatschappijkritische mensen en lieden die op zoek waren naar nieuwe ervaringen. Heel wat “officiële” hulpverleners introduceerden alternatieve elementen in hun praktijk: een psychiater die zijn therapieën baseert op boeddhistische relaxatie- en meditatietechnieken, kun je tegenwoordig nog nauwelijks uitzonderlijk noemen. Sommige huisartsen of psychiaters gebruiken bioenergetische elementen, psychodrama of facetten van de Gestalttherapie. Enzovoort. Maar veruit het belangrijkst was de invloed op de publieke opinie: het alternatief circuit drong door zijn succes bij de beter opgeleide maar niet-elitaire middenklasse door tot de media en bepaalde sterk het beeld van wat mensen zich van “therapie” voorstelden en nu nog voorstellen. Dat popidolen alternatieve therapieën volgden (zoals de “primal scream therapy” die vooral bekend werd doordat John Lennon openbaarde dat hij met succes deze therapie had gevolgd en op basis van zijn ervaringen zijn bekende song Mother schreef), droeg ertoe bij dat therapie bij jongeren een niet onbekend fenomeen werd.
Overigens is het alternatief circuit tegenwoordig helemaal niet meer zo “alternatief” en is het in zijn geheel genomen maatschappelijk perfect geïntegreerd. Vertrokken veel initiatieven oorspronkelijk vanuit een sterk radicale, maatschappijkritische en politiek-oppositionele opstelling, dan is deze oppositionele houding grotendeels verdwenen al kan van sommige therapieën zeker nog gezegd worden dat ze beogen de cliënt afstand te doen nemen van onze Westerse “hyperindividualistische en materialistische consumptiecultuur”. De wijze waarop dit gebeurt, wordt tegenwoordig echter nog nauwelijks politiek-oppositioneel ingevuld.
De “alternatievc” therapieën kregen uiteraard veel tegenwind vanuit de “officiële” wetenschap en de geneeskunde en zelfs vanuit het gerecht in de mate dat sommige therapievormen konden teruggevonden worden in de praktijken van sekten of als sekte aangeduide bewegingen zoals Baghwan en Hare Krishna en in de mate dat deze sekten op basis van deze praktijken bepaalde personen (in het bijzonder weggelopen minderjarige kinderen) “tegen hun vrije wil in” binnen hun kring opnamen. De vraag naar de wetenschappelijkheid van de experiëntiële therapieën staat natuurlijk ook in verband met het gegeven dat een aantal van deze therapieën een sterk religieuze of semi-religieuze inslag hebben. De reïncarnatietherapie gaat er b.v. van uit dat onze “ziel” reminiscenties heeft van het lijden van overleden personen en zij baseert zich daarvoor op studies die zouden moeten aantonen dat sommige kinderen blijk geven van ervaringen die verwijzen naar de levensgeschiedenis van overleden personen die zij noch hun omgeving kunnen hebben gekend. Binnen een eng-wetenschappelijke visie zijn inderdaad veel “theorieën” van de alternatieve therapieën nauwelijks toetsbaar en in die popperiaanse wetenschapsopvatting dus onzin, om niet te zeggen kwakzalverij. We moeten evenwel opmerken dat nog niet zo lang geleden meditatie ook hoogstens als een baat-het-niet-schaadt-het-niet praktijk werd beschouwd tot de neurowetenschappelijke onderzoeken naar de effecten van meditatie niet langer ontkend konden worden en zelfs de Dalai Lama met de meest gerenommerde neurowetenschappers ging corresponderen en aan tafel zitten.
Het hoort inderdaad tot het wezen van de alternatieve therapieën dat ze door de officiële wetenschap niet ernstig worden genomen en dat er dus ook nauwelijks degelijke studies zijn gebeurd naar wat er precies doorheen deze therapieën met de deelnemers gebeurt en in hoeverre deze therapieën kunnen bogen op effectiviteit. Het relatieve succes van heel wat van deze therapieën geeft in ieder geval aan dat de deelnemers er “iets” aan hebben en dat de satisfactie met deze therapieën relatief groot moet zijn.
3. de verruiming van het begrip therapie
Therapie is in de geneeskunde een behandeling tot herstel van een aandoening of een stoornis, op basis van een specifieke diagnose en dit binnen een contractuele relatie tussen een zorgverstrekker en een patiënt. In de geneeskunde is er dus steeds een duidelijks scheiding tussen diagnose en therapie. De diagnose gaat vooraf aan de therapie en de diagnose verandert niet op basis van de therapeutische interventies (tenzij het gebrek aan succes van een behandeling tot nieuwe diagnostische onderzoeken noopt). In die zin kan men ook psychotherapie beschouwen. En in die zin is ze vandaag ook wettelijk geregeld via de RIZIV-nomenclatuur. De psychotherapeutische interventie van de geneesheer-psychiater is gebonden aan een psychopathologische diagnose van een “anomalie”, “aandoening” of “stoornis”.
De psychotherapie, indien ze uitsluitend in die zin wordt opgevat, wordt dan in een medisch keurslijf geplaatst. Ze is gekoppeld aan een geëxpliciteerde psychiatrische diagnose. Het reeds besproken wetsontwerp Aelvoet-Tavernier, dat dus de erkenning van de klinische psycholoog, seksuoloog en orthopedagoog wou regelen, verandert in feite weinig aan de opvatting betreffende de scheiding tussen diagnose en therapie. Zij voerde wel het onderschei in tussen “probleem” en “stoornis” waarbij de behandeling van stoornissen het privilege blijft van artsen. Het geestelijk gezondheidsprobleem wordt gedefinieerd als “psychisch lijden”. Ook minister Demotte’s voorontwerp dat als een soort politiek aanvaardbare synthese van alle sinds 2003 ingediende voorstellen moet gelden en dat de minister hoopt voor het einde van de legislatuur door het Parlement te laten goedkeuren[11], verstaat de uitoefening van een geestelijk gezondheidsberoep als “de gebruikelijke verrichting van handelingen inzake preventie, onderzoek, screening, verzorging en begeleiding van psychische lijden” (onze cursivering). De diagnostische praktijken van de klinische psychologie, de klinische seksuologie en de klinische orthopedagogie alsmede de “uitoefening van de psychotherapie” worden expliciet en uitsluitend in verband gebracht met vormen van psychisch of geestelijk lijden, m.a.w. met een vorm van “afwijking”, “abnormaliteit”, “anomalie”, “ongezondheid”, “ziekte”, “aandoening” of “stoornis” of hoe men het ook wenst te noemen. Of die diagnose moet resulteren in een specifieke psychopathologische “disorder” zoals b.v. vervat in de DSM-IV (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (de diagnostische “bijbel” die een overzicht geeft van alle psychische aandoeningen en hun symptomen) of in een door het RIZIV-erkende aandoening is niet duidelijk: het lijkt van niet. Wanneer de terugbetaling van de psychotherapie aan de orde zal zijn, zal dit probleem echter ongetwijfeld opduiken: de RIZIV-terugbetaling van medische prestaties en de toegang tot uitkeringen via de sociale zekerheid voorziet immers dat de diagnose moet gesteld zijn in termen van een als dusdanig erkende en vaststelbare aandoening. Men mag redelijkerwijs verwachten dat een terugbetaling van de psychotherapie via het RIZIV ook zal impliceren dat deze psychotherapie als meest adequate behandeling aansluit bij een erkende of te erkennen “aandoening” die op deskundige basis is gediagnosticeerd.
De definiëring van psychotherapie volgens een “medisch” model als een behandeling die volgt op de diagnose van een anomalie, ongeacht of het om een fysische of een psychische pathologie gaat, ongeacht of het “lijden” door een psychiater dan wel door een geestelijk gezondheidsberoep (“psycholoog, seksuoloog of orthopedagoog”) moet worden vastgesteld, schept zowel theoretische als praktische problemen wanneer we kijken naar de bestaande maatschappelijke praktijken qua psychotherapie. We hebben in het voorgaande reeds gezien dat heel wat psychotherapieën niet aansluiten bij een wel omschreven probleem of aandoening maar dat het volgen van een therapie ingegeven kan zijn door een relatief vaag verlangen om zijn potentialiteiten maximaal of optimaal te realiseren, persoonlijk te “groeien” of zijn persoonlijk en maatschappelijk functioneren te verbeteren zonder dat men zichzelf ervaart als problematisch of lijdend aan een aandoening of stoornis. Wijzen we erop dat de eerste psychotherapie, de psychoanalyse, van in den beginne open stond voor zowel pathologische gevallen als perfect normale mensen die niet gekweld werden door fysisch of psychisch pijnlijke “symptomen”. Tenslotte heeft Freud de eerste psychoanalyse uitgevoerd op zichzelf en moet elke aspirant-psychoanalyticus beginnen met een leeranalyse waarin hij of zij als analysand zichzelf aan een psychoanalyse onderwerpt. Die aspiranten zijn dikwijls misschien excentrieke gevallen, maar in principe zijn ze geestelijk gezond en lijden ze niet onder een geestelijk gezondheidsprobleem. Ook nu nog volgen sommige mensen een psychoanalyse omdat ze b.v. in het reine willen komen met hun relatie met hun ouders zonder dat zij als dusdanig psychisch “lijden”.
In de tegenwoordige socio-culturele beeldvorming van de praktijken van de psychotherapie verschijnt psychotherapie duidelijk ook als “werken aan jezelf in dialoog met of onder begeleiding van een professionele hulpverlener” naast het beeld of het concept van de “behandeling van een pathologische aandoening”. Zoals men om de gezondheid te bevorderen een dieet kan volgen of sport kan beoefenen zonder dat men eerst via een medische diagnose ziek is verklaard, zo kan men ook aan psychotherapie doen zonder dat men ‘psychisch gestoord’ of ‘geestelijk ongezond’ is verklaard. De sportbeoefening word weliswaar niet door het RIZIV terugbetaald maar de maatschappij spendeert wel ettelijke miljarden om de bevolking aan te moedigen en aan te sporen een sport te beoefenen. Wijzen we er ook op dat het oud-griekse woord “therapeia” (therapie) in zijn eerste betekenis “dienst” betekent en pas in tweede instantie “bijstand, verpleging, zorg”. De therapeut is dus eigenlijk oorspronkelijk een dienaar en geen genezer. Iedereen kon iemand anders een “therapeia” verlenen: de “therapeia” was hoegenaamd geen dienst geleverd door een “iatros” (geneesheer). In de negatieve[12] definitie van psychotherapie als de behandeling en vermindering van “lijden”, zoals b.v. vervat in het voorontwerp van minister Demotte, wordt geen recht gedaan aan de enorme diversiteit aan therapieën die momenteel aan de bevolking worden aangeboden. Herinneren we er daarenboven aan dat de Wereldgezondheidsorganisatie WHO gezondheid niet definieert als de “afwezigheid van ziekte of een handicap” maar als “een toestand van algeheel lichamelijk, psychisch en sociaal welbevinden". Elke professionele praktijk die de psychische component van dit welbevinden bevordert, mag dus als psychotherapie worden gekenschetst. En dit is in zekere zin wat de publieke opinie ook doet.
In de geneeskunde is er geen inherente associatie tussen een organisch-fysische stoornis en lijden. Een persoon kan aan een aandoening “lijden” zonder dat hij “lijdt”, b.v. in de eerste fasen van een kanker. Kan in de geneeskunde het lijden “objectief” omschreven worden als het vaststellen via onderzoek van zekere symptomen, zoals b.v. via een bloedonderzoek of een scan, zonder dat de betrokkene subjectief “lijdt”, dan is de term “psychisch of geestelijk lijden” per definitie subjectief. Zij slaat rechtstreeks op een beleving van de persoon van zichzelf als gebrekkig in één of andere zin, als gebrekkig in de zin van “ondraaglijk of toch minstens moeilijk draaglijk”. Nu is het zo dat echter ook in de sfeer van de geestelijke gezondheidszorg psychotherapie soms betrekking heeft op situaties waar de te behandelen persoon zelf geen vorm van subjectief lijden vertoont maar waar een maatschappelijke consensus bestaat om een bepaald gedrag van die persoon als onaanvaardbaar te beschouwen. Het is geweten dat veel ADHD-kinderen rilatine slikken en een psychologische begeleiding volgen niet omdat ze zelf lijden maar om hun ouders tegemoet te komen. Veroordeelde serieverkrachters en pedofielen worden b.v. als onderdeel van een voorwaardelijke invrijheidsstelling “opgelegd” een psychotherapie te volgen: zij werken mee aan deze therapie niet omdat zij geestelijk lijden onder hun stoornis maar omdat zij vinden dat zij belang hebben bij een handelen dat in overeenstemming is met de maatschappelijke normen. Kortom: de maatschappelijke praktijk laat niet toe het geheel van de psychotherapie te vatten binnen de omschrijving van de “behandeling van psychisch of geestelijk lijden”. We komen op deze kwestie terug wanneer we later zelf een definitie van psychotherapie voorstellen.
Daarbij aansluitend is de vraag of het (psychisch) lijden in se negatief is. Het leven kan geen vreugde kennen als het ook geen lijden kent. We vinden het (nog altijd) normaal dat een persoon die een geliefde verliest, lijdt en rouwt en dat het sterven met lijden gepaard gaat. Er bestaat in onze moderne cultuur echter een onmiskenbare tendens om het “lijden” uit onze samenleving te bannen, de duur van de rouw steeds maar in te perken en het sterven te vervangen door de “productie van lijken”[13]. Het is een vraag voor ethici en moraalfilosofen (en voor elk van ons als burger) of de psychotherapie moet ingezet worden om deze totale eliminatie van het lijden als onderdeel van het leven mee te helpen realiseren: dit is een hoogst belangrijke discussie maar ze gaat wel de kwestie van ons betoog te buiten. Ze geeft wel aan dat een wettelijke omschrijving van de psychotherapie als “behandeling van lijden” een ernstige toelichting vraagt.
Lees verder...
holebi's in Rusland
Het Netwerk drukt zijn bezorgdheid en ontzetting uit over het geweld waarmee holebi's gisteren (27 mei 2006) met geweld door de overheid, ultra-nationalisten en orthodoxe christenen verhinderd werden een vreedzame optocht te houden. Het Netwerk hoopt dat de Russische overheden maatregelen zullen nemen om het middeleeuwse vooroordeel dat homoseksualiteit en lesbianisme perversies en geestesziektes zijn uit de wereld te helpen.
Het Netwerk heeft deze boodschap overgemaakt aan de holebi-federatie en aan de Russische ambassade in Brussel.
stille marsen
Wij nemen afstand van
Door stad en staat
georganiseerde stille marsen
waar Verdriet wordt opgelegd
En woede verboden is
In alle talen
GEZWEGEN wordT
Waar de wolven
Zich mengen onder de schapen
Het wordt stilaan een gewoonte in België: STILLE MARSEN georganiseerd door de Staat (al zijn de politici zogezegd niet aanwezig; maar de Staat – hier de Stad Antwerpen - heeft met de organisatoren duidelijke afspraken gemaakt over inhoud en vorm) en door de media (met een duistere agenda). Drie dingen vallen daarbij op:
1. woede, verbijstering en morele verontwaardiging, nochtans normale menselijke gevoelens bij onmiskenbaar onrechtvaardige handelingen van medemensen, mogen niet worden geuit maar moeten zich schikken naar een georchestreerde en artificiële uiting van ‘collectieve rouw’. Gevraagd wordt dat mensen ‘stil’ zijn in plaats van hun woede en verontwaardiging uit te schreeuwen. De deelnemers aan de Stille Mars wordt gevraagd hun 'verdriet te verwerken', te doen alsof ze verdrietig en rouwig zijn in plaats van boos en geschokt. Maar waarom zouden wij verdrietig en rouwig zijn? Wij hebben persoonlijk geen reden om verdrietig te zijn, wel alle reden om boos en ontzet te zijn dat dergelijke racistische moorden kunnen plaats vinden in een klimaat waar meer dan een decenniumlang het racisme is gedoogd.
Voor zo’n stille marsen hebben de overheden natuurlijk alle respect en de organisatoren krijgen alle dank. Maar van zo’n marsen gaat geen appel uit en de overheden zullen zich dan ook niet geroepen voelen om het racisme wezenlijk aan te pakken. Het is voor de organisatoren en de observator dan ook uitkijken naar mogelijke rellen van mensen wier woede een hoogtepunt heeft bereikt en die in de vorm van deze stille mars geen uiting hebben kunnen geven aan hun afschuw en verontwaardiging. Er wordt in verband met deze Stille Mars dan ook gesproken van de 'grootste politieoperatie ooit in Antwerpen'. 1 op 30 deelnemers van de Stille Mars is lid van de eigen ordedienst. Dat geeft wel te denken.
WOEDE KAN IN DEZE KOELE, HARDE, SCHIJNHEILIGE EN ONRECHTVAARDIGE SAMENLEVING BLIJKBAAR NIET MEER WORDEN GEUIT. Ze is zo te zien te bedreigend voor de 'orde'. Wie last heeft van woede, moet maar naar de therapeut en krijgt een kalmeerpilletje. Blijkbaar hebben de overheden liever dat de woede zich uit via individuele misdadigheid dan via een lawaaierige manifestatie van solidariteit.
2. politieke eisen mogen niet worden gesteld. Geen spandoeken, geen slogans, geen vlaggen, geen pamfletten. De manifesterende bevolking hult zich in de uiting van door de organisatoren opgelegde gevoelens van rouw en verdriet, maar vraagt verder niets meer dan het hol klinkende ‘een warme samenleving’. Een warme samenleving veronderstelt echter bepaalde gegevens zoals het wegwerken van discriminaties in het onderwijs en op de arbeidsmarkt, het inperken van de sociale ongelijkheden, de door de economie geïnstalleerde concurrentie tussen de individuen, enz. allemaal gegevens die een ‘warme’ maatschappij in de weg staan. In plaats van eisen te benadrukken (desnoods eisen waarmee niet alle marcheerders het eens zijn) wordt GEZWEGEN. De bevolking maakt geen gebruik van het feit dat ze ook buiten verkiezingsdagen een STEM heeft. De indruk wordt gewekt van een allesoverheersende eenheid en gelijkgezindheid. Triest is het dan te moeten vaststellen dat extreem-rechts zijn aanhangers opgeroepen heeft aan de manifestatie deel te nemen. In een betoging mét politieke eisen hadden deze wolven zich niet onder de schapen gemengd.
3. stille marsen zijn dan ook uitingen van zelfvoldane machteloosheid, het is een abdicatie van de democratie. Immers, in een democratie kan de bevolking via demonstraties en dergelijke haar wensen kenbaar maken. Hier hebben de organisatoren van de Stille Mars, zoals het geval was bij de Stille Mars rond Joe Van Holsbeeck, de mensen gevraagd te zwijgen. De Stille Mars zwijgt in alle talen over de wijze waarop het racisme bestreden moet worden: dat wordt in deze Stille Mars volledig overgelaten aan de politici en de overheden die dan gaan beweren dat het niet alleen een probleem is van de politiek maar ook van de 'samenleving', van u en ik die helemaal geen racisten zijn. Zoals in het kielzog van de Stille Mars rond Joe van Holsbeeck langs verschillende politieke kanten gevraagd werd naar zowel progressieve als repressieve maatregelen (waarvan uiteindelijk alleen de repressieve overbleven), zal ook nu de bevolking geen dringende vingerwijzingen geven en zal het racisme zich rustig kunnen bestendigen. Erger zelfs: het racisme wordt nu al door zekere politici (en niet de minste: o.a. Yves Leterme zelf) vergoelijkt door te verwijzen naar de 5% criminelen onder de allochtone jongeren. Alsof die criminaliteit in een wereld van ongelijkheden en discriminaties zomaar uit de lucht komt vallen.
Vraag Senator Jacinta De Roeck over ECT
Schriftelijke vraag 3-5035
van De Roeck Jacinta (SP.A-SPIRIT)
d.d. 8 mei 2006 :
| Electro ConvulsieTherapie - Toepassingen. |
minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
Vraag
Sinds de succesvolle film van Milos Forman 'One flew over the Cuckoo's Nest.' staat het toepassen van elektroshocks in de psychiatrie in een kwalijk daglicht.
In tegenstelling tot wat velen denken worden elektroshocks sinds 1990 overal ter wereld weer regelmatig gebruikt. Dit gebeurt thans onder de naam ECT en vooral voor zogenaamde therapieresistente depressies. De behandeling vindt nu vooral plaats onder verdoving en met veel meer voorzorgen en een betere bescherming van de patiënt.
Ook in België steeg de toepassing ervan in de laatste jaren.
Onlangs verschenen de resultaten van een enquête, uitgevoerd door het Netwerk Psychiatrie en Samenleving. Alhoewel deze enquête eerder bescheiden is in haar opzet, bracht ze de nodige reacties op gang in de sector.
Ik heb dan ook enkele vragen voor de minister :
1. In welke Europese landen wordt de ECT techniek verboden ? Welke argumentatie gebruikt men daarvoor ? Waarom verbiedt België deze techniek niet ? Is deze techniek compatibel met het IVRM en gebeurt de toepassing ervan steeds in overeenstemming met de patiëntenwet ?
2. Bij welke psychiatrische aandoeningen wordt ECT in ons land toegepast ? Onder welke voorwaarden ?
3. Welke wetgeving, reglementering en/of ethische codes zijn van toepassing op de ECT-praktijk ?
4. Voorstanders van ECT lieten in de pers blijken dat bijkomende regelgeving wenselijk is. Bent u in uw beleid met een antwoord op deze stelling bezig ?
5. Aan welke regelgeving is de mildere vorm van hersenstimulatie, nl TMS (Transcraniële Magnetische Stimulatie) momenteel in ons land onderworpen ? Deze techniek wordt gehanteerd bij hallucinaties, wanen en zware depressies, die niet met de bestaande medicijnen en therapieën verholpen kunnen worden. Is er voldoende wetenschappelijke kennis over hoe TMS precies op de hersenen inwerkt en bij welke patiënten het effectief resultaat heeft, om de toepassing ervan te kunnen verantwoorden ?
hans van themsche - prototype van een gek?
Er is weer wat gestigmatiseerd rond psychiatrische patiënten de laatste dagen, niet door gewone mensen, maar door mensen met grote politieke verantwoordelijkheden én door psychiaters allerhande! Unaniem wordt Hans Van Themsche door die elitaire goegemeente tot 'geïsoleerde gek' verklaard, zonder dat men deze persoon ook maar van haar of pluimen kent en wordt de mening versterkt dat psychiatrische patiënten potentiële misdadigers zijn, wat geenszins het geval is. Ze plegen minder misdrijven dan 'normale' mensen.
De partijvoorzitters gezien op Terzake vrijdagavond? Eensluidend werden de Antwerpse moorden toegeschreven aan een psychiatrisch geval, een 'geïsoleerde gek'! Blijkbaar menen de partijvoorzitters de groeiende onrust onder de bevolking te moeten bezweren door deze 'onverklaarbare misdaad' (die blijkens alle gegevens helemaal niet zo onverklaarbaar is en al via diverse hypotheses verklaard is geworden, o.a. door de eerste minister zelf) zonder enige reserve toe te schrijven aan een geestesgestoorde, een psychiatrisch geval, een 'gek'. Alsof psychopathologie synoniem is met misdadigheid en zware misdadigheid per definitie het werk is van een 'gek'?
Tegelijk suggereren zij dat gekken en psychiatrische gevallen in een maatschappelijk vacuüm opereren, dat hun gekte dus inhoudt dat het feit psychiatrisch patiënt te zijn onverenigbaar is met een 'normale' inschakeling in het maatschappelijk leven. Heel wat geslaagde en wereldberoemde kunstenaars uit verleden en heden zijn naar psychiatrische normen 'gek'. En Hans Van Themsche opereerde zeker niet in een maatschappelijk vacuüm.
Mogen wij erop wijzen dat psychiatrische patiënten blijkens alle nationale en internationale onderzoeken veel eerder slachtoffers zijn van misdrijven en misdaden dan plegers van dit soort criminele acten?
De psychiaters die het woord genomen hebben, gaan nog een stapje verder. Zijn de partijvoorzitters geen deskundigen, dan zijn deze lieden het wel. Zelfs een gerechtspsychiater die mogelijk als expert Van Themsche zal moeten onderzoeken, heeft al een 'diagnose' gesteld. Een ander noemde hem 'borderliner', blijkbaar niet wetende dat borderliners eerder aan zelfagressie (zelfverminking e.d.) doen dan aan zware agressie tegenover anderen. Al deze psychiaters deden hun uitspraken en diagnoses ZONDER DAT ZIJ HANS VAN THEMSCHE OOIT HEBBEN GEZIEN OF ZELFS MAAR EEN WOORD MET HEM HEBBEN GESPROKEN, vóór dat de onderzoeksrechter en de politie hem de eerste keer hadden verhoord. De psychiaters gooiden in het wilde weg met allerlei etiketten zonder ook maar oog te hebben voor de persoonlijke levensgeschiedenis, de familiale situatie, de schoolsituatie (in een internaat waar het meerderjarigen blijkbaar verboden is een foto van een halfnaakte vrouw aan de muur te hangen) en de politiek-ideologische motieven van Hans Van Themsche. Blijkbaar leven de psychiaters zelf in een maatschappelijk vacuüm! Worden racisme en psychische gestoordheid straks ook synoniemen? En zullen alle psychiatrische patiënten dan dus opgezadeld worden met een aanleg of voorbestemdheid voor racisme?
Het siert de meeste kranten dat zij zo goed als mogelijk verslag hebben gegeven van de vele dimensies die aan deze zaak zijn verbonden en op die manier simplisme hebben vermeden.
Zinneke Parade
Het Netwerk Psychiatrie en Samenleving
Steunt
De Zinneke Parade
Zaterdag 13 mei 15.00 u. Brussel Centrum
www.zinneke.org
De Antwerpse Moorden
Met de moord op Joe Van Holsbeeck, het in elkaar slaan van een paar allochtonen door skinheads in Brugge en nu deze racistische moorden in Antwerpen wordt het steeds maar duidelijker dat de 'globalisering' zoals ze zich bij ons voltrekt doorheen:
a. het scheppen van nieuwe scherpe sociale ongelijkheden
b. de noodzaak van het individu om voor zijn sociale 'overleving' in de meest verschillende domeinen enkel en uitsluitend nog terug te vallen op zichzelf
dat deze 'globalisering' nieuwe vormen van PSYCHISCH ONTWRICHTE individuen creëert in een klimaat waar elkeen de ander gaat wantrouwen en verdacht maken.
Deze spiraal van sociale en culturele ontwrichting doorbreken betekent in onze ogen sleutelen aan de groeiende dualisering van de samenleving die steeds meer mensen dwingt naar overlevings- en expressiemiddelen te grijpen die haaks staan op de progressieve geest van samenwerking waarop elke samenleving en elke beschaving is gebaseerd.
Uitbreiding Wet Rechten van de Patiënt
Voor het Wetsvoorstel en de toelichting, zie:
http://www.dekamer.be/FLWB/PDF/51/2402/51K2402001.pdf
Nogmaals de zaak Dr. Vincent Martin!
De patiëntenvereniging Uilenspiegel vroeg ons te ageren tegen de 'milde' veroordeling door de Orde van Geneesheren van Dr. Vincent Martin. We zijn er na lang beraad en intens onderling overleg NIET op ingegaan.
Ter herinnering: Op 6 december 2006 zal dr. Vincent Martin, gerechtspsychiater en Bekende Vlaming als deelnemer aan allerlei televisieprogramma’s, opnieuw het beroep van psychiater kunnen uitoefenen. In oktober 2005 werd hij door de rechtbank van Dendermonde in eerste aanleg veroordeeld tot 4 jaar cel met uitstel wegens verkrachting en aanranding van de eerbaarheid van zes vrouwelijke patiënten. Een beroepsverbod kon de rechter niet opleggen. Alleen de Orde van Geneesheren heeft de bevoegdheid artsen te schorsen. De Orde heeft hem dan op 5 december 2005 geschorst voor één jaar. Op 6 december 2006 kan hij dus theoretisch opnieuw zijn beroep uitoefenen, hoewel zijn reputatie uiteraard totaal geschonden is.
Dr. Martin (verdedigd door de bekende strafpleiter Jef Vermassen) gaat echter bij de rechtbank van eerste aanleg in beroep met de stelling dat de patiënten bij volledig bewustzijn hebben ingestemd met alle handelingen die tijdens de therapeutische sessies hebben plaatsgevonden.
Waarom zijn we niet ingegaan op het voorstel van Uilenspiegel? Hieronder ons standpunt terzake!
1. het Netwerk wenst zich niet in de plaats te stellen van een rechtbank of een tuchtcollege in een dossier waar ze geen toegang toe heeft en waar ze dus niet over kan oordelen. Het meent dan ook niet te kunnen oordelen over de rechtmatigheid van de aan Dr. Martin toegemeten straf, temeer daar de rechtsgang blijkbaar nog niet is afgelopen. Het stelt vast dat Dr. Martin door de rechtbank slechts 'voorwaardelijk' is veroordeeld. Of de Orde 'mild' is geweest is een gegeven waarover wij niet kunnen oordelen.
2. wij sluiten ons wel aan bij de voorstellen om de Orde van geneesheren grondig te hervormen en desgevallend zelfs in zijn huidige vorm af te schaffen. Ook wordt binnen het Netwerk de vraag gesteld of een zorgverstrekker niet moet beschikken over een getuigschrift van goed gedrag en zeden dat vrij is van inbreuken op de wetgeving m.b.t. interpersoonlijke relaties en misdrijven tegen personen.
3. het Netwerk ageert echter in de eerste plaats tegen bepaalde SYSTEMEN in de psychiatrie en de geestelijke gezondheidszorg en niet tegen individuele hulpverleners.
4. het Netwerk kan zich niet ontdoen van de indruk dat sommige slachtoffers via een hetze in de media dr. Martin tot levenslang willen laten veroordelen via de techniek van de systematische stemmingmakerij. De anonieme 'getuigenis' van het slachtoffer in Terzake dat niet eens de moed heeft haar gezicht te laten zien, bevestigen ons in ons vermoeden dat de slachtoffers zelf niet helemaal op de graat zijn. Wij voegen er uiteraard aan toe dat zekere dubbelzinnige gedragingen van patiënten NOOIT een excuus kunnen vormen voor strafrechterlijk of deontologisch ongeoorloofd gedrag van een hulpverlener of zorgverstrekker.
5. het Netwerk meent dat de bescherming van patiënten moet gebeuren door op alle mogelijke manieren de weerbaarheid van de patiënten te verhogen, niet door patiënten voor te stellen als weerloze sukkels die afhankelijk zijn van de beroepsethiek van zorgverstrekkers. Het vastpinnen van patiënten in de slachtofferrol, in de rol van 'weerloze sukkels' legt nogmaals alle macht over misbruiken en beteugeling van misbruiken bij de ethiek van zorgverstrekkers zoals die geregeld worden door de deontologie van corporatistische beroepsorganisaties zoals precies de Orde van Geneesheren. Veeleer zouden maatregelen kunnen genomen worden die de emancipatie en de weerbaarheid van de patiënten verhogen en preventief werken zoals b.v. het wettelijk verplichten dat de wet op de patiëntenrechten in een bij KB vastgelegde vorm zichtbaar aanwezig zou moeten zijn in de wachtkamer van alle zorgverstrekkers en hulpverleners.
6. het Netwerk wenst niet mee te werken aan het scheppen van een klimaat waarin hulpvragers en hulpverleners met getrokken messen tegenover elkaar komen te staan, een klimaat dat haaks staat op de nood aan wederzijds vertrouwen in de (psycho)therapeutische relatie.
7. het Netwerk wenst dan ook haar standpunten gescheiden te houden van een oordeel over een individuele affaire, temeer daar elk oordeel door de 'lynch'-technieken van de media wordt scheefgetrokken. Het Netwerk baseert haar standpunten op een systematische analyse van een problematiek, niet op de 'waan van de dag' zoals de Hollanders dat zo mooi zeggen, ingegeven door emoties rond één bepaald dossier.
8. de wetenschappers van het Netwerk weigeren te oordelen over een individueel geval op basis van zogenaamde wetenschappelijke kennis die alleen op statistische gegevens is gebaseerd, zoals de Nederlandse vereniging www.misbruikdoorhulpverleners.nl wenst te doen. De kans op recidive bij Dr. Martin moet afgeleid worden uit een wetenschappelijk onderzoek van zijn biografie, niet uit zogenaamde wetenschappelijke kennis van een populatie van verkrachters en aanranders die enkel statistisch wordt geanalyseerd en waaruit zou moeten blijken dat er 80% kans op recidive zou zijn. Dr. Martin is nu ongeveer 45-50 jaar. Als uit het onderzoek van zijn verleden zou blijken dat hij zich vroeger reeds te buiten is gegaan aan aanranding van de eerbaarheid van anderen, wil het Netwerk desnoods een oordeel vellen over de kans op recidive in ZIJN geval, maar we willen dit niet doen op basis van statistische gegevens van lukraak tot een categorie samengebrachte delinquenten. Als de Rechtbank en de Orde gekeken hebben naar het verleden van de betrokkene, vindt het Netwerk dat ze wel degelijk wetenschappelijk te werk zijn gegaan.
Het Netwerk weigert een INDIVIDU te beoordelen op basis van kennis over de 'categorie' waartoe hij zou behoren, zoals we een genaamde Mohammed ook niet beoordelen op basis van zijn vermeende Noord-Afrikaanse etnie of ras of een genaamde Maria op basis van theorieën over 'vrouwelijkheid'. De redenering die www.misbruikdoorhulpverleners.nl gebruikt om uit een populatie van personen een oordeel te vellen over een individu (waarvan niet eens zeker is dat hij tot die categorie behoort) lijkt ons een soort 'racistische' redenering.
Wij respecteren het recht van andere groepen en organisaties in deze materie een ander standpunt in te nemen en zijn uiteraard tot discussie bereid.
Het Netwerk Psychiatrie en Samenleving
de zaak Vincent Martin
Op 6 december 2006 zal dr. Vincent Martin, gerechtspsychiater en Bekende Vlaming als deelnemer aan allerlei televisieprogramma’s, opnieuw het beroep van psychiater kunnen uitoefenen. In oktober 2005 werd hij door de rechtbank van Dendermonde veroordeeld tot 4 jaar cel met uitstel wegens verkrachting en aanranding van de eerbaarheid van zes vrouwelijke patiënten. Een beroepsverbod kon de rechter niet opleggen. Alleen de Orde van Geneesheren heeft de bevoegdheid artsen te schorsen. De Orde heeft hem dan op 5 december 2005 geschorst voor één jaar. Op 6 december 2006 kan hij dus opnieuw zijn beroep uitoefenen.
(Laat ons eerst wijzen op het mild oordeel van de Orde. Wanneer je als arts je bijdrage aan de Orde niet betaald, dan kan je al snel twee maanden geschorst worden. Per aanranding krijgt Dr. Martin hier dus een straf die overeenkomt met een zacht ‘misdrijf’ als het niet-betalen van de bijdrage aan de Orde!).
Dr. Martin heeft ongetwijfeld strafrechterlijke feiten en zware beroepsfouten gepleegd. Het inbrengen van de eigen seksuele behoeften in een psychotherapeutische relatie en het voorstellen dat de bevrediging door de patiënt van deze behoeften, een vorm van ‘therapie’ is waaraan de patiënt zich voor zijn ‘genezing’ best zou aan onderwerpen, is onvergeeflijk. Op basis van onze kennis van het dossier heeft Dr. Martin echter geen geweld of bedreiging met geweld gebruikt om de bevrediging van zijn behoeften af te dwingen. Alleen de aanranding van een onder hypnose geplaatste patiënte blijkt als geweld te kunnen worden gekenschetst. Vanuit zijn gezagsrelatie als geneesheer kan zijn handelswijze uiteraard als een duidelijk vorm van morele chantage en machtsmisbruik worden aangerekend. De betrokken patiënten waren echter geen weerloze sukkels, maar goed opgeleide vrouwen die weten hoe het er in de wereld aan toegaat. Zij hadden ‘nee’ kunnen zeggen tegen de uitnodigingen vanwege Dr. Martin om hem te knuffelen, te zoenen, te masseren en oraal te bevredigen. Eén van de patiënten gaf toe vragende partij te zijn voor een psychisch ondersteunende ‘hand op de schouder’ vanwege de psychiater.
Dr. Martin (verdedigd door de bekende strafpleiter Jef Vermassen) gaat in beroep met de stelling dat de patiënten bij volledig bewustzijn hebben ingestemd met alle handelingen die tijdens de therapeutische sessies hebben plaatsgevonden.
Kortom, een bijzonder complexe zaak.
Deze zaak krijgt ondertussen internationale dimensies. Dr. Martin zou zijn professionele toekomst verder zetten in Nederland (waar niemand zijn verleden zal kennen). Door de uitspraak van de Orde kan hem in Nederland niet het recht ontzegd worden de psychiatrie te beoefenen. De Nederlandse actiegroep tegen GrensOverschrijdend Gedrag (GOG) www.misbruikdoorhulpverleners.nl wil nu via juridische weg nog beletten dat dr. Martin in Nederland aan de slag kan en geeft aan de zaak zelfs een Europese dimensie.
De verdediging van de zes aangerande patiënten vindt de schorsing van één jaar door de Orde een te lichte straf. Zij voert ook aan dat het feit dat Martin geen schuld bekent, de kans op recidive verhoogt.
Aan deze zaak zijn verschillende dimensies verbonden die vatbaar zijn voor serene discussie:
1. de psychotherapeutische relatie. De psychotherapeutische relatie is een relatie waar ALLES KAN BESPROKEN worden. De kans is relatief groot dat een patiënt(e) bij de overdracht (de projectie van gevoelens t.o.v. betekenisvolle personen uit het leven van de patiënt op de therapeut) seksuele verlangens kan ontwikkelen en ‘verliefd’ worden op de therapeut. De therapeut moet hierop door zijn opleiding voorzien zijn en hij kan in ieder geval nooit het argument gebruiken dat de patiënt één en ander ‘uitgelokt’ heeft. Gaat de therapeut toch in op zekere avances van de patiënt, dan begaat hij onmiskenbaar geen strafrechterlijke fout maar in ieder geval wel een zware deontologische fout en getuigt hij van het feit dat hij niet echt geschikt is om een volwaardige psychotherapeutische relatie aan te gaan. De relatie therapeut-patiënt is dan immers niet langer een therapeutische relatie maar een loutere privé-zaak die dus volledig buiten de context van wat ‘therapie’ genoemd wordt moet gehouden worden. Op dat moment kan de verliefde therapeut een normale erotische relatie aangaan met de patiënt die ophoudt patiënt te zijn en moet hij voor de therapie doorverwijzen naar een collega.
De therapeut kan in het kader van een therapie ook eventueel het advies opperen dat de betrokken patiënt zich misschien zou kunnen begeven in bepaalde vormen van erotisch-seksueel gedrag, maar hij kan zichzelf nooit voorstellen en presenteren als de persoon waarmee dit geadviseerd gedrag moet voltrokken worden. Dan maakt hij immers misbruik van zijn gezagspositie en plaatst de patiënt in een bijna onmogelijke positie om de ‘uitnodiging’ tot seks vanwege de therapeut als een integraal deel van de therapie te beschouwen. Zo’n houding van de therapeut kan onmiskenbaar als een vorm van morele chantage worden geduid en kan op geen enkele manier deontologisch verantwoord worden, ook niet als de patiënt zelf de therapeut zou vragen die rol van seksueel ‘object’ aan te nemen.
2. de persoon Vincent Martin. Zoals elke misdadiger heeft Dr. Martin het recht doorheen zijn straf tot inkeer te komen en zich te herstellen. Zoals elke mens kan hij fouten begaan en deze via straf en boete herstellen. Is Dr. Martin een ongeneeslijk pervert? De psychiaters die zich in de rechtszaak over hem gebogen hebben, hebben zich niet in die zin uitgelaten. Blijkbaar had Dr. Martin in de periode van de feiten min of meer tijdelijke persoonlijke problemen. Geen excuus voor de gepleegde feiten, maar wel een kans om zichzelf, desnoods via begeleiding, te ‘herpakken’.
3. de straf. Ons lijkt het dat gezien de strafrechterlijke feiten als bewezen werden beschouwd, de rechtbank de fout heeft begaan de beklaagde te veroordelen tot een straf met uitstel. Misschien ware het beter geweest in plaats van vier jaar met uitstel twee jaar met zes maanden effectief uit te spreken. Dat zou Dr. Martin verplicht hebben zich serieus te bezinnen en vermoedelijk zou de Orde dan ook een langere schorsing hebben kunnen verantwoorden.
Moet Dr. Martin levenslang geschorst worden als arts en psychiater?
Moet hij een levenslang beroepsverbod krijgen?
De verlenging van de schorsing, b.v. van één jaar tot twee jaar, verschuift het probleem. Het argument dat de ernst van de gepleegde feiten en de mogelijke kans op recidive, verantwoorden dat Dr. Martin nooit meer in de gelegenheid mag worden gesteld patiënten te misbruiken, gaat voorbij aan het feit dat Dr. Martin ook in andere situaties vrouwen zal ontmoeten en in de gelegenheid zal komen vrouwen eventueel aan te randen. Dan komen we terug bij de vraag of Dr. Martin een ongeneeslijke pervert-psychopaat is waartegen ALLE vrouwen beschermd moeten worden. Bij ons weten is het nog nooit gebeurd dat een verkrachter verbod kreeg om ooit nog met vrouwen om te gaan, zoals een winkeldief ook nog nooit het verbod heeft gekregen om ooit nog een winkel te betreden. Hardnekkige, gewelddadige verkrachters worden soms weliswaar chemisch behandeld (chemische castratie), maar uit de behandeling van de rechtszaak is niet gebleken dat Dr. Martin een dergelijke psychopaat zou zijn. Zelfs roofmoordenaars komen na 15 jaar terug vrij en komen in de gelegenheid als ze dat willen, te hervallen in hun misdadig gedrag. Vanuit ons humanistisch perspectief moet dan ook Dr. Martin, net zoals elke misdadiger, genieten van het recht zich te herstellen, tot inkeer te komen en na zijn straf zijn leven zoveel mogelijk verder te zetten op een niet-criminele manier.
De Orde had daarom beter beslist dat Dr. Martin, naast zijn schorsing, in de eerste drie of vijf jaar zijn beroep enkel onder strikte supervisie zou kunnen uitoefenen en zodra uit deze supervisie bleek dat hij zich ontdaan had van de neiging misbruik te maken van zijn patiënten, hem een volwaardige nieuwe kans te geven. Misschien had de Orde er ook beter aan gedaan met dr. Martin te onderhandelen over de vraag of hij zijn medische loopbaan niet beter verder zou zetten in een setting waar hij niet met vrouwelijke hulpvragers in contact zou komen, zeker niet als deze hulpvragers dan nog precies problemen van seksuele aard zouden vertonen. In de mate dat dr. Martin dus geen perversie zou kunnen aangewreven worden, leggen wij dus de nadruk op een ernstige supervisie van zijn beroepsuitoefening in de eerste jaren van zijn werkhervatting.
Mogelijk vertoont Dr. Martin niet het juiste profiel om als een degelijk psychotherapeut op te treden. Wij vrezen echter dat in dat geval wel zeker minstens een kwart van de therapeuten en hulpverleners ‘beroepsverbod’ moeten krijgen. Ook is het zeker zo dat een degelijk therapeut, door zekere omstandigheden, soms tijdelijk niet meer in de ideale voorwaarden verkeert om zijn beroep 100% naar behoren uit te oefenen. Dit is evenwel een probleem dat zich stelt in alle beroepen. Geen enkele beroepsbeoefenaar kan garanderen in zijn beroep altijd 100% optimaal te functioneren.
Wij gaan hoe dan ook niet mee in een heksenjacht tegen hulpverleners die aan GrensOverschrijdend Gedrag (GOG) doen, een heksenjacht zoals die tegenwoordig door sommige Nederlandse actiegroepen wordt gepropageerd. Dit schept op de duur alleen maar een klimaat waarin kwaliteitsvolle psychotherapie niet meer mogelijk wordt en waarbij hulpverlener en hulpvrager door wederzijdse achterdocht niet meer in staat zijn een vertrouwensrelatie op te bouwen. Het is bewezen dat de intensiteit van de vertrouwensrelatie tussen hulpverlener en hulpvrager belangrijker is voor de ‘genezing’ dan de aard van de therapeutische techniek die de therapeut aanwendt.
GOG is een complex fenomeen en in heel veel gevallen dragen zowel hulpverlener als hulpvrager een zware verantwoordelijkheid. Naast gevallen van GOG door hulpverleners en therapeuten zijn er voldoende gevallen bekend van therapeuten die door hun patiënten op de meest diverse manieren gechanteerd worden (b.v. door te dreigen met zelfmoord indien de therapeut niet aan seks wil doen of door te dreigen de partner van de therapeut over onbestaande feiten ‘in te lichten’). De therapeutische relatie is een complexe relatie en daarom is het essentieel dat de therapeut zich steeds laat superviseren door een onafhankelijke collega die als derde partij garant kan staan dat de therapeut zich houdt aan de regels van een kwaliteitsvolle therapie.
4. de patient. Van de patiënt, zeker van patiënten met een diploma hoger onderwijs, mag verwacht worden dat ze beschikken over een zekere kennis over wat een psychotherapie inhoudt en mag verwacht worden dat ze daar niet lichtzinnig aan beginnen. Patiënten moeten ook beseffen dat het optreden van een psychotherapeut in populaire tv-programma’s en zijn status als BV (Bekende Vlaming) geen garantie zijn voor professionele kwaliteit en integriteit. Therapeuten die hun geld moeten zien te verdienen met tv-optredens, verkiezen doorgaans hun tijd te verspillen aan beroepsirrelevante bezigheden in plaats van b.v. de vaktijdschriften te lezen of zich professioneel te updaten. Dat patiënten er eerst menen prat op te mogen gaan bij een BV in therapie te zijn om deze daarna bij misbruik te laten veroordelen, getuigt o.i. niet bepaald van morele voortreffelijkheid. Van maatschappelijk goed gekwalificeerde patiënten, hoe psychisch kwetsbaar ze ook zijn, die zich blijkbaar uit eigen beweging aanmelden bij een zelfgekozen psychiater mag o.i. verwacht worden dat ze zich niet zo maar als de eerste de beste laten knuffelen, tongzoenen en bereid gevonden worden de therapeut te ‘pijpen’ om dan weken of maanden later klacht in te dienen. Kortom: het lijkt ons dat in deze zaak ook de patiënten best eens in eigen boezem mogen kijken.
Karel Appel
Het Netwerk staat stil bij de dood van Karel Appel
die als geeneen
het 'primitieve',
het 'kind' in de mens
tot kunst wist te verheffen.
Voor een betaalbare psychotherapie !!!
(Van een netwerker)
"Als hulpverlener wil ik wel iets doen aan de financiële toegankelijkheid van psychotherapie en counseling. Enerzijds door mijn eigen werk als counselor op een psychosociaal centrum (kosteloos voor de gebruiker!); anderzijds door een redelijke prijs te vragen aan mensen die bij mij thuis op gesprek komen. Ik werk momenteel aan de prijs van een bezoek aan een bijgeschoolde huisarts, d.w.z. 20 euro voor minstens 50 minuten consultatie; gezien het noodzakelijk reflectiewerk zou daar voor de eerste 4 gesprekken eigenlijk iedere keer 5 euro moeten bijkomen, 20 euro dossier- en studiekosten zou je kunnen zeggen.
Een probleem dat zich ook stelt is de betaalbaarheid van de psychotherapie-opleiding. Aan de UGent vraagt men nu al per deeltijds jaar van het driejarig postgraduaat 1500 euro, maar dat is exclusief leertherapie (3 sessies per week bij een psychoanalyse-opleiding b.v.) en individuele supervisie (1 tot 2 sessies per maand) buiten de universiteit. De opleidingskosten zullen zich natuurlijk vertalen in de prijzen die nadien aan consultanten en cliënten gevraagd worden, alhoewel een deel van die gemaakte kosten dikwijls door de eigen werkgever (voor wie aan een centrum of een kliniek verbonden is) en door de belastingbetaler (belastingaftrek beroepskosten) betaald worden.
Eén van de mogelijke pistes die we dus verder kunnen bewandelen, is de uitbouw van een netwerk van counselors-psychotherapeuten-psychoanalytici die zich achter het idee van "betaalbare psychotherapie voor iedereen" scharen."
Vandaar dus deze OPROEP:
Voor wie wil ijveren voor een BETAALBARE EN KWALITEITSVOLLE PSYCHOTHERAPIE VOOR IEDEREEN,
één adres: dit NETWERK !!!
Ook Nederlanders zijn van harte welkom!
We zeggen zelfs meer: zelfs Luxemburgers zijn welkom!
het Netwerk en de zaak Joe Van Holsbeeck
De theorie en de praktijk van de rotte appelsNetwerk Psychiatrie en Samenleving
‘Elke gemeenschap heeft zijn rotte appels’! Doorheen de ganse affaire Joe Van Holsbeeck en zeker erna, nu blijkt dat de daders Polen zijn en geen Noord-Afrikaanse kutmarokkaantjes, klinkt deze stelling doorheen de ganse media: van het min of meer linkse maar eigen ‘onafhankelijke’ De Morgen tot De Standaard en Het Laatste Nieuws.
Het Netwerk Psychiatrie en Samenleving laat zich in deze kwestie uiteraard niet onbetuigd. Het gaat immers in de praktijk niet alleen om een criminalisering van de ‘rotte appels’ maar ook om een psychologisering en een psychiatrisering van deze harde kern van boefjes en kruimeldieven. ‘Harde kern’ is overigens ook een term die te pas en te onpas wordt gebruikt zonder dat iemand ook maar weet wat daar precies mee wordt bedoeld. Is deze psychologisering/psychiatrisering verantwoord of is het niet meer dan een nieuwe theoretische en praktische verschuiving van het probleem? Het Netwerk heeft er nog geen eensgezindheid over bereikt, dat hoeft ook niet. Belangrijk is de kritische geest levend te houden en, zoals de CD&V dat als niet één zo mooi kan zeggen, ’alert’ te zijn.
Eigenlijk circuleerden er twee stellingen in de ganse commotie rond de zaak Joe Van Holsbeeck. De eerste luidt: de daders zijn een emanatie, een symptoom van een problematiek, een (maatschappelijke, ja zelfs religieuze) ‘ziekte’ van de hele gemeenschap, in casu de Noord-Afrikaanse allochtonen. Deze etnosociologische benadering (typisch b.v. voor mensen zoals de criminologe Marion Van San) bakent dus in de eerste plaats een gemeenschap af op etnische gronden (autochtonen versus allochtonen, en dan binnen die allochtonen de Turken versus de Marokkanen, etc.) en binnen een gemeenschap worden dan figuren aangeduid die fungeren als excessen in de wijze waarop deze gemeenschap haar sociale, culturele en economische integratie moet zien te bewerkstelligen, in dagdagelijkse termen gezegd: hoe ze moet zien te overleven en hoe de leden van die gemeenschap als individuen moeten zien te overleven. Afhankelijk van de morele sympathie die men dan koestert jegens de betrokken gemeenschap, wordt die gemeenschap dan vergoelijkt (door de ‘linksen’ die zich opstellen als sociale werkers) of gestigmatiseerd (door ‘rechtsen’ die zich opstellen als politieagenten en rechters).
We zagen in de ‘oplossing’ van de zaak Joe Van Holsbeeck (niet zozeer de aanhouding van de daders als personen, maar de vaststelling dat de daders geen Marokkanen maar Polen waren) dan in eerste instantie een verplaatsing van het racisme jegens Arabieren naar een racisme jegens de Poolse gemeenschap! Nu plots stonden de Polen in het brandpunt van de belangstelling. Onze 'Polen' bleken plots een 'Poolse gemeenschap' te vormen, met hun eigen kerken en winkels waar alleen Polen zouden komen. Polen zijn 'katholiek', ze werken vijftien uur per dag en houden zich dus niet met hun kinderen bezig. Enzovoort. M.a.w. in plaats zich te richten op de eigenheid van de daders (tenslotte weten we nog altijd niet precies wat zich vanuit de visie van de daders heeft afgespeeld, en daders hebben toch ook mensenrechten) werd meteen binnen de publieke opinie een nieuwe voordien niet bestaande gemeenschap ‘geconstrueerd’: de Polen (voordien kenden we enkel de Poolse loodgieter, die als een soort desolate lonely rider in de media werd gerepresenteerd). Al kan iedereen die kijken wil toch gemakkelijk zien dat het in de zaak Joe Van Holsbeeck gaat om jongeren uit achtergestelde sociale groepen die, ongeacht hun etnische origine, moeten weten te overleven in een maatschappij vol sociale ongelijkheden. De etnische origine van die jongeren speelt daarbij geen enkele rol zoals in deze zaak nog maar eens blijkt: 'Noord-Afrikanen' blijken 'Polen' te zijn. De media die dagenlang de Noord-Afrikaanse gemeenschap hebben gestigmatiseerd, gaan zich nu richten op de Polen in plaats van zichzelf te bezinnen over de wijze waarop ze individuen (en dan nog minderjarigen) onderbrengen in bepaalde identiteitscategorieën die ze dan zoals aangehaald ofwel gaan vergoelijken ofwel gaan stigmatiseren. De Polen zelf verdedigen zich dan met de stelling dat de moordenaar ‘eigenlijk geen Pool maar een romazigeuner is’. Kortom, een onverbloemde carrousel van onverbloemd racisme. Ons standpunt is klaar als pompwater: elke reductie van een persoon tot de identiteit van zijn origine (ras, nationaliteit) is al een DAAD VAN RACISME op zichzelf! Dit is de enig mogelijke consequente houding om in het vervolg blunders als in deze affaire te vermijden.
De etnosociologische stelling is doorheen de affaire afgezwakt en eigenlijk verlaten door de ‘linksen’ die plots gingen inzien en toegeven dat er wel degelijk problemen (‘ziektes’) waren binnen de Noord-Afrikaanse gemeenschap. En om met dat nieuwe inzicht politiek te koop te kunnen lopen namen ze dan de reeds ter rechterzijde bestaande ‘theorie van de rotte appels’ over. Niet de etnisch-culturele gemeenschap is ziek, maar enkele individuen binnen die gemeenschap. De meeste allochtonen gaan net zoals ‘wij’ uit werken, lopen school, betalen hun huur en gaan op zondagnamiddag wandelen in het park zoals ‘wij’ allen doen. Maar binnen elke gemeenschap zijn er ‘rotte appelen’, ook onder ‘ons’ Vlamingen en Belgen. Met de ontdekking dat de daders geen Marokkanen maar Polen waren, heeft eigenlijk het geheel van de media en van de politieke klasse de ‘theorie van de rotte appelen’ overgenomen. Daarmee verplaatst het discours zich van een etnosociologische naar een individueel-psychologische en dus psychopathologische/psychiatrische benadering.
De psychologische benadering heeft het voordeel dat de zaak toegespitst wordt en beperkt blijft tot de persoon van de dader, tot de daad zelf en tot de omstandigheden waarin de daad is gepleegd (hoe en wanneer zijn de messteken toegebracht? was er intentie om te doden? enzovoort). Nu staat niet langer een individu als vertegenwoordiger van een bepaalde categorie (de Noord-Afrikaan, de Pool en in extenso b.v. de homoseksueel of de Jood) terecht maar een enkeling die zelf de vrijheid heeft zich te definiëren in de termen die hij verkiest (b.v. “wij zijn arme Polen en moeten om te overleven wel stelen en aan steaming doen”). De misdaad wordt gezien in het licht van de persoonlijkheid en de persoonlijkheidsstructuur van de dader. En hier zitten we binnen het Netwerk niet allemaal precies op dezelfde golflengte. Minstens vier visies zijn mogelijk:
1) de persoonlijkheidstructuur ligt genetisch min of meer vast (‘neurobiopsychologisch’ standpunt)
2) de ‘persoonlijkheid’ is de uiting van onbewuste impulsen waarop de vrije wil van de persoon niet zo maar vat heeft (‘psychoanalytisch’ standpunt)
3) de persoonlijkheid is onderworpen aan de vrije wil van het individu (‘humanistisch’ standpunt)
4) de persoonlijkheid is zelf een maatschappelijk product (‘marxistisch’ standpunt)
Van 1) tot 4) neemt de gradatie van ‘heropvoedbaarheid’ toe: de kans dus dat van de misdadiger een niet-misdadiger kan worden gemaakt. Bij positie 3) en 4) heeft ofwel het individu zelf ofwel de ‘maatschappij’ als een reeks ervaringen die een individu meemaakt/ondergaat vat op de maakbaarheid van mens en samenleving. Het ‘humanistische’ individu kan zichzelf in handen nemen, het ‘marxistische’ individu kan in een maatschappelijke situatie worden geplaatst waar misdaad geen zinvol perspectief is en het criminele motief wegvalt (in het algemeen: door het sleutelen aan sociale ongelijkheden en wantoestanden). Opgemerkt moet worden dat in het ‘marxistisch’ standpunt de persoon en zijn lijfelijkheid deel uitmaken van de krachten die vorm geven aan de persoonlijkheid, maar het probleem blijft dat vooraleer maatschappelijke veranderingen en hervormingen effect sorteren, er op korte termijn ‘iets’ moet gebeuren met de probleemgevallen die de veiligheid en de integriteit van anderen bedreigen. Bij het ‘psychoanalytische’ individu ligt de basisstructuur van de persoonlijkheid bij tieners al vast: de ontwikkelingsgeschiedenis van het kind is reeds geresulteerd in een basismoulure, een neurotische, psychotische of perverte basisstructuur van in het leven staan en omgaan met anderen. Die basisstructuur kan nog nauwelijks bijgestuurd worden maar een verschuiving van een positie op de zogenaamd ‘aktual-psychopathologische’ as blijft mogelijk: van acting-out naar symbolisatie (b.v. in het spreken in de psychoanalytische kuur) en/of sublimatie. Die verschuiving kan ook gerealiseerd worden via politieke of maatschappelijke actie, m.a.w. door politieke maatregelen die de levenskwaliteit van de jeugddelinquent en van de jongeren (en meer in het algemeen de mensen) die in gelijkaardige sociaal-economische condities moeten leven, gevoelig verbeteren. Het ‘neurobiopsychologische ‘individu is het minst soepel: in de mate dat zijn genoom zijn fenotype (en dus zijn gedrag) determineert is hij als dusdanig amper beïnvloedbaar door sociale en pedagogische maatregelen. Bij het ‘neurobiopsychologische’ is er een strikte theoretische scheiding tussen genetische bepaaldheid en omgevingsinvloeden, hoezeer men ook de mond vol heeft over interactie tussen beide.
Uiteraard zijn niet alle misdaden verbonden met sociale ongelijkheid: kruimeldiefstallen kunnen veelal in verband worden gebracht met de sociale levensvoorwaarden van de delinquenten maar bij zaken als een passionele moord ligt dit al veel minder voor de hand. Meer fundamenteel is de kwestie of sociaal-economische achterstand als een excuus kan gelden voor het plegen van misdaden. In psychoanalytische termen gesteld: vervalt de ‘wet van de vader’ (de tien geboden, de universele mensenrechten, enz.) voor mensen die van kleinsaf in miserie en ellende moeten opgroeien? hebben zij het recht een ander fysiek te kwetsen en desnoods te doden omdat men niet in de eigen basisbehoeften kan voldoen? We moeten wel vaststellen dat deze mensen dikwijls de facto dat recht nemen. Althans sommigen eigenen zich dat recht toe. Dat zijn de ‘rotte appels’.
Eerste bemerking: een rotte appel is ook een appel, hij ligt net zoals de rijpe appelen in de mand. De ‘harde kern’ is de kern van iets. De juridische en fysieke afzondering van de rotte appelen gebeurt in het kader van een bepaalde aanpak van de mand, van dat iets waarvan zij de harde kern vormen. En daar stellen we vast dat de ‘globale’ aanpak van de mand niet werkt en dat ook de afzondering van de rotte appelen niet (langer) werkt. De beschermende maatregelen die de jeugdrechter de jeugddelinquent kan opleggen, zijn blijkbaar weinig effectief en strafrechterlijk blijkt dat ook de straf nauwelijks effect sorteert: de straf brengt de delinquent niet tot inkeer en zij functioneert ook niet als afschrikking voor andere potentiële delinquenten. Vandaar dat sommige rechts-conservatieve voorstanders van het neurobiopsychologisch standpunt voorstellen om vanaf een bepaalde leeftijd de ‘geestelijke gezondheid’ van alle kinderen psychologisch, ja zelfs genetisch te testen. Er wordt in de USA door dat soort lieden druk gezocht naar het gen of de genen voor ‘anti-sociaal gedrag’ (dat uiteraard vooral bij zwarten zou voorkomen). Daarbij wordt dan meer dan geopperd om de kinderen die blijkens deze testing aanleg zouden vertonen voor anti-sociaal gedrag, aan special treatments te onderwerpen vóór ze ook maar iets mispeuterd hebben. Met andere woorden: ze te isoleren en ze uit de samenleving te verwijderen. Kortom: ze in kampen te plaatsen.
De Italiaanse filosoof Giorgio Agamben (binnenkort in Antwerpen te gast) heeft ons duidelijk laten zien wat een kamp (van Nazi-concentratiekampen tot transitzones in luchthavens voor asielzoekers, etc.) is: een kamp is een ruimte waar de uitzondering regel is. In het kamp is, zoals Hannah Arendt zei, in principe ‘alles mogelijk’. De ingezetenen hebben geen of een duister juridisch statuut: ze kunnen zich voor een menswaardige behandeling niet beroepen op politieke of burgerlijke rechten maar zijn afhankelijk van de goodwill van bewakers en opzichters. Zijn de politiemensen in de transitzone van Zaventem vriendelijk, dan heb je geluk; zijn ze brutaal dan heb je pech. Zo simpel is dat.
In een context waarin sociale en pedagogische maatregelen blijken te falen (o.i. in eerste instantie omwille van hun ondoordachtheid) en waarin het neurogenetische discours via allerlei megafonen in de media overheersend is geworden, zien we dan de jongste jaren een duidelijke tendens naar de oprichting van nieuwe kampen. Het enige tastbare antwoord dat de politici in de zaak Joe Van Holsbeeck weten te verzinnen is de oprichting van een nieuwe jeugdgevangenis. Stilaan staat ons land zo vol concentratiekampen (de gewone gevangenissen, de gesloten asielcentra, de transitzones in Zaventem, de psychiatrische inrichtingen, de heropvoedingsgestichten allerhande). Terwijl de rijken zich gaan verschansen in 'gated communities' zoals Bokrijkpark, wordt al wie de maatschappij kan verstoren in kampen geconcentreerd. Criminaliteit blijkt dan in zijn naakte vorm uiteindelijk een vorm van burgeroorlog te zijn zij het dat de criminelen geen politieke eisen stellen maar hun sociale problematiek door het plegen van een individuele misdaad pogen op te lossen. Het hyperindividualisme van de rijken wordt op die manier door het hyperindividualisme van de arme delinquenten bestreden.
Dit is het resultaat van de depolitisering van de samenleving zoals we die de laatste decennia hebben meegemaakt en waarbij zoals Slavoj Žižek het stelt politiek verworden is tot het administratief beheer van de sociale problemen. Wie problemen stelt, wordt een politieke stem ontzegd. Hij/zij wordt herleid tot naakt leven. Het is daarbij opvallend dat juist die mensen die het meest gevaar lopen slachtoffer te worden van de criminaliteit (zoals handelaars, winkeliers, e.d.) de hardste roepers zijn voor deze uitzichtloze praktijk.
We eindigen met een verwijzing naar het gevleugeld woord van Willem Elsschot: “Tussen droom en daad, staan wetten in de weg en praktische bezwaren”. De droom geldt ook voor al wie in miserie moet leven. En dan kunnen we zeggen: Wel! Praktische bezwaren kunnen weggewerkt worden en wetten kunnen herschreven worden.
blunder !?
Wat is nu het eigenlijke tastbare resultaat van de enorme blunder in de zaak Joe Van Holsbeeck, nu blijkt dat de daders geen Noord-Afrikanen zijn maar 'Polen'?
1. een verplaatsing van het racisme jegens Arabieren naar een racisme jegens de Poolse gemeenschap! Nu plots staan de Polen in het brandpunt van de belangstelling. Onze 'Polen' blijken plots een 'Poolse gemeenschap' te vormen, met hun eigen kerken en winkels waar alleen Polen zouden komen. Polen zijn 'katholiek', ze werken vijftien uur per dag en houden zich dus niet met hun kinderen bezig. Enzovoort.
Terwijl toch iedereen kan zien dat het in de zaak Joe Van Holsbeeck gaat om jongeren uit achtergestelde sociale groepen die moeten zien te overleven in een maatschappij vol sociale ongelijkheden! De etnische origine van die jongeren speelt daarbij geen enkele rol. De media die dagenlang de Noord-Afrikaanse gemeenschap hebben gestigmatiseerd, gaan zich nu richten op de Polen in plaats van zichzelf te bezinnen over de wijze waarop ze individuen (en dan nog minderjarigen) onderbrengen in bepaalde identiteitscategorieën die ze dan ofwel gaan vergoelijken ofwel gaan stigmatiseren. Elke reductie van een persoon tot de identiteit van zijn origine (ras, nationaliteit) is al een DAAD VAN RACISME op zichzelf!
2. de oprichting van nieuwe kampen. Het enige antwoord dat de politici weten te verzinnen is de oprichting van een nieuwe jeugdgevangenis. Stilaan staat ons land vol concentratiekampen (de gewone gevangenissen, de gesloten asielcentra, de psychiatrische inrichtingen, heropvoedingsgestichten allerhande). Terwijl de rijken zich gaan verschansen in 'gated communities' zoals Bokrijkpark, wordt al wie de maatschappij kan verstoren in kampen geconcentreerd. Criminaliteit blijkt dan uiteindelijk een vorm van burgeroorlog te zijn zij het dat de criminelen geen politieke eisen stellen maar hun sociale problematiek door het plegen van een individuele misdaad pogen op te lossen.
Het hyperindividualisme van de rijken wordt op die manier door het hyperindividualisme van de arme delinquenten bestreden. Dit is het resultaat van een degepolitiseerde gemeenschap waar 'politiek' en verenigingen die opkomen voor de rechten van de mensen zoals vakbonden, steeds verdacht worden gemaakt, juist door die mensen die het meest gevaar lopen slachtoffer te worden van de criminaliteit (zoals handelaars, winkeliers, e.d.).
LENTEKRIEBELS Vragenbundel van het Netwerk aan de Politiek
Netwerk Psychiatrie en Samenleving
http://psychiatrie.blogse.nl
Lentekriebels
Vragenbundel aan de Politiek Verantwoordelijken
Het Netwerk Psychiatrie en Samenleving is een los samenwerkingsverband van beroepsbeoefenaars (psychologen, psychotherapeuten, psychiaters, apothekers, e.d.) en psychiatrische patiënten en ex-patiënten met als oogmerk de geestelijke gezondheidszorg te heroriënteren in de richting van persoonlijke emancipatie in een maatschappij die oog heeft voor de creatie van psychosociaal welzijn binnen een sociaal-economisch rechtvaardige samenleving, dit in tegenstelling tot het veelzijdig falen van de huidige psychiatrie en geestelijke gezondheidszorg op preventief en curatief vlak.
In deze vragenbundel spitsen we ons als Netwerk toe op een aantal concrete punten die onderwerp kunnen vormen van politiek debat op korte termijn, zowel in het federaal als het Vlaams parlement. Het is niet onze bedoeling hier het geheel van de gebreken m.b.t. de regelingen rond geestelijke gezondheidszorg en psychiatrie aan de orde te brengen. We hebben ons beperkt tot een selectie van een aantal concrete punten om op die manier het geheel van de psychiatrie en de geestelijke gezondheidszorg onder de aandacht van de publieke opinie te brengen en een debat op gang te brengen omtrent de richting waarop de psychiatrie en de geestelijke gezondheidszorg best zouden evolueren in het licht van de toename van de problematiek van de ‘geestesziekten’ (‘epidemie’ van angst-, paniek- en depressiestoornissen), de rol van de psychotherapie en de psychofarmaca, de behandeling van de psychiatrische patiënt binnen de institutionele psychiatrie, enz.
Overgemaakt aan:
- federaal minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Rudy Demotte
- federaal minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael
- federaal minster van Justitie Laurette Onckelinx
- gemeenschapsminister voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Inge Vervotte
- voorzitter van de Kamercommissie Sociale Zaken Hans Bonte
- voorzitter van de Kamercommissie voor Volksgezondheid, Leefmilieu en Maatschappelijke Hernieuwing Yvan Mayeur
- voorzitster van de Senaatscommissie Sociale Aangelegenheden Annemie Van de Casteele
- voorzitter van de Commissie voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Vlaams Parlement Luc Martens
- de parlementairen verbonden met ons Netwerk Annemie Roppe, Jacinta De Roeck, Sven Gatz, Michèle Hostekint, Stijn Bex, Fatma Pehlivan, Maya Detiège, Patrik Van Krunkelsven en Els De Wachter
- de voorzitters van de Vlaamse politieke partijen
Federale Bevoegdheid:
M.b.t. de Wet betreffende de Rechten van de Patiënt van 22 augustus 2002
* In zijn geheel genomen is de Wet betreffende de Rechten van de Patiënt van 22 augustus 2002 een goede wet. Zeker moeten echter de pogingen van zekere belangengroepen om die rechten (meer in het bijzonder m.b.t. de psychiatrische patiënt) in te perken in naam van de ‘therapeutische vrijheid’ gekeerd worden. Onder andere vragen zekere figuren om de psychiatrische patiënt gemakkelijker onbekwaam te laten verklaren zodat zijn toestemming met een behandeling niet langer vereist is. Dit is gewoon de deur openen voor middeleeuws machtsmisbruik in een sector waar al genoeg zaken het daglicht niet kunnen zien.
Toch zijn er o.i. zeker verschillende punten waaraan kan gesleuteld worden:
- Artikel 8: ‘§1. De patiënt heeft het recht om geïnformeerd, voorafgaandelijk en vrij toe te stemmen in iedere tussenkomst van de beroepsbeoefenaar. Deze toestemming wordt uitdrukkelijk gegeven behalve wanneer de beroepsbeoefenaar, na de patiënt voldoende te hebben geïnformeerd, uit de gedragingen van de patiënt redelijkerwijze diens toestemming kan afleiden.’ Deze laatste zinsnede laat teveel ruimte toe voor misbruiken, zeker m.b.t. de psychiatrische patiënt. Ze zou dan ook beter geschrapt worden, conform aan de Aanbeveling nr. REC(2004)10 aangenomen door het Ministercomité van de Raad van Europa op 22 september 2004 'concerning the protection of the human rights and dignity of persons with mental disorder'.
- In de Wet zou bepaald moeten worden dat bij het verstrekken in ziekenhuisverband van een geneesmiddel dat langer dan een week moet ingenomen worden (zoals bij antidepressiva e.d. het geval is) aan de patiënt een bijsluiter van het geneesmiddel overhandigd wordt, zoals ook de ‘gewone’ patiënt steeds via de verpakking toegang heeft tot informatie m.b.t. het geneesmiddel.
- M.b.t. de mogelijkheid klacht in te dienen bij de ombudsfunctie: Hoe kunnen patiënten in psychiatrische ziekenhuizen beschermd worden tegen gevreesde ‘represailles’ (zoals vrijheidsbeperking) wanneer zij klachten kenbaar zouden maken, zoals de nu bij menig gedwongen opgenomen patiënt bestaande vrees dat zijn gedwongen opname zou kunnen worden verlengd of zijn ‘régime’ strenger zou kunnen worden gemaakt? De ombudspersonen, voorzien in de Wet, kennen deze vrees en terughoudendheid bij zekere patiënten die klachten willen indienen tegen bepaalde aspecten van hun behandeling.
- Er zijn geen sancties voorzien tegen inbreuken op de Wet. Er kan alleen klacht ingediend worden bij de ombudsfunctie die zelf echter geen enkele mogelijkheid heeft om correctief op te treden. Dit betekent in de praktijk dat elke beroepsbeoefenaar de Wet gewoon naast zich neer kan leggen. Sancties moeten op één of andere manier in de Wet voorzien worden en deze sancties moeten vallen onder de jurisdictie van de gewone democratische rechtbanken, niet onder deze van beroepsverenigingen zoals de Orde van Geneesheren.
M.b.t. de Wet betreffende de Bescherming van de Persoon van de Geesteszieke van 26 juni 1990
* M.b.t. de Wet betreffende de Bescherming van de Persoon van de Geesteszieke van 26 juni 1990 geldt o.i. dat de vraag van zekere belangengroepen om geestesgestoorden gedwongen te laten opnemen ook wanneer ze geen gevaar vormen voor zichzelf noch voor anderen, niet kan ingewilligd worden. Dit opent immers de deur voor de ergste misbruiken en schendingen van de internationale verdragen betreffende de mensenrechten, met name het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (4-11-1950), het Verdrag inzake de Rechten van de Mens en de Biogeneeskunde (Raad van Europa, 4-4-1997, zij het dat België dit verdrag nog niet heeft geratificeerd) en Aanbeveling nr. REC(2004)10 aangenomen door het Ministercomité van de Raad van Europa op 22 september 2004 'concerning the protection of the human rights and dignity of persons with mental disorder'.
* Verder zou de vermelding ‘dat de persoon ernstig zijn gezondheid en veiligheid in gevaar brengt’, dus een gevaar voor zichzelf vormt (als reden voor gedwongen opname; artikel 2 van de Wet), moeten gespecifieerd worden. Immers zelfmoord plegen kan ook in een gesloten instelling zoals blijkt uit het antwoord van minister Demotte op een parlementaire vraag van Mevr. Hilde Dierickx (maart 2006). Zijn antwoord doet meer dan suggereren dat er zelfs aanwijzingen zijn dat de gedwongen opname de kans op zelfmoord verhoogt eerder dan verkleint.
* Conform Aanbeveling nr. REC(2004)10 aangenomen door het Ministercomité van de Raad van Europa op 22 september 2004 'concerning the protection of the human rights and dignity of persons with mental disorder' zou de Wet moeten voorzien dat GEEN ENKELE VRIJHEIDSBEPERKING (niet alleen opsluiting maar ook de dagelijkse maatregelen zoals verbod met bezoek te gaan wandelen, e.d.) toegelaten is tenzij ze SPECIFIEK therapeutisch verantwoord kan worden. Elke algemene vrijheidsbeperking t.o.v. een patiënt moet uit den boze zijn: elke vrijheidsbeperking (isolatie, verbod de afdeling te verlaten) moet onderdeel zijn van een patiëntspecifieke maatregel en mag geen onderdeel zijn van een of ander algemeen inwendig of huishoudelijk reglement en zeker geen gevolg van het feit dat de betrokkene klachten uit m.b.t. de ervaren behandeling. Verhindering zelfmoord te plegen kan, gezien bovenstaande opmerking, geen therapeutische indicatie voor vrijheidsbeperking vormen, gezien de vrijheidsbeperking o.i. eerder aanleiding geeft tot suïcidariteit dan deze vermindert. Kan het anno 2006 b.v. nog dat een persoon die zich voor depressie VRIJWILLIG laat opnemen terecht komt in een semi-gesloten en soms zelfs volledig gesloten centrum en op allerlei manier in zijn vrijheid wordt beperkt (b.v. de eerste vijf dagen de afdeling niet mag verlaten)? Dit lijkt ons eerder de depressie uit te diepen dan verbeterend te zijn voor het humeur van de patiënt. De vrijheidsbeperking geldt in het algemeen in PAAZ’s (Psychiatrische Afdeling van Algemene Ziekenhuis), waar depressies in eerste instantie worden opgevangen: psychiatrische ziekenhuizen daarentegen beschikken doorgaans over een domein waar de patiënt kan wandelen, mensen buiten de afdeling kan ontmoeten, e.d.
* de vrije tijd van de patiënt en de gelegenheid om vrij met elkaar van gedachte te wisselen moeten maximaal behouden blijven. De trend om ook deze vrije tijd via zgn. vrijetijdsconsulenten en vrijetijdsmanagement te gaan beheren, loopt het gevaar neer te komen op een totale ‘disciplinering’ van de patiënt zonder dat de therapeutische waarde van dat vrijetijdsmanagement kan aangetoond worden. Er zijn nauwelijks aanwijzingen dat patiënten die gewillig of opgelegd aan de zgn. ‘therapeutische activiteiten’ deelnemen, sneller ‘genezen’ dan zij die zich daaraan weten te onttrekken. Tegenwoordig wordt alles wat tussen wakker zijn en gaan slapen voor de psychiatrische patiënten in instellingen wordt georganiseerd met de term ‘therapie’ bedacht. Er is nauwelijks onderzoek om na te gaan in hoeverre deze ‘therapeutische’ over-organisatie productief dan wel contraproductief werkt. Beter zouden mogelijkheden moeten verruimd worden opdat de patiënt, individueel of met anderen, buiten de inrichting zou kunnen deelnemen aan zelf gekozen activiteiten van ontspanning of vorming.
M.b.t. het Voorontwerp wet ter invoeging van een Hoofdstuk III in het koninklijk besluit van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, betreffende de reglementering van de uitoefening van geestelijke gezondheidsberoepen.
Wij ondersteunen de inspanningen van minister Demotte om via het wetsontwerp het recht op kwaliteitsvolle zorg in de sector van de geestelijke gezondheidszorg te waarborgen. Wel willen we volgende punten benadrukken:
* we vinden in het ontwerp geen aanwijzingen voor overgangsmodaliteiten. Nochtans hebben we in de sector ook te maken met heel wat ervaren mensen die een ander parcours hebben gevolgd dan de wet voorziet (licentiaten godsdienstwetenschappen, moraalwetenschappen, filosofie, psychologische en pedagogische wetenschappen........) terwijl de in het voorontwerp geselecteerde basisopleidingen zelf ook niet altijd zo’n lange traditie hebben. We begrijpen niet waarom filosofen, moraalwetenschappers, godsdienstwetenschappers, niet-klinische psychologen en pedagogen of criminologen NIET tot de psychotherapie-opleiding zouden mogen worden toegelaten.
* voor wat betreft de psychoanalyse wordt de waarde van de bestaande lekenanalyse ons inziens totaal miskend.
* nergens uit het voorontwerp blijkt dat de ‘gebruikers’ en ervaringsdeskundigen een stem hebben of hebben gehad in het debat over het ontwerp of in de bepalingen van het ontwerp betrokken worden bij het reilen en zeilen van de psychotherapie in België.
Essentieel is in de psychotherapeutische relatie het vermogen van de therapeut een vertrouwensrelatie aan te gaan met de cliënt. (Universitaire) diploma’s van beperkte disciplines zijn niet altijd een garantie voor dit vermogen.
De doelstelling van psychotherapie is ook uitsluitend NEGATIEF geformuleerd als ‘vermindering van psychisch lijden’. Evenzeer zou o.i. de positieve emancipatorische functie moeten worden vermeld: het helpen van de cliënt bij de persoonlijke vormgeving van zijn bestaan.
K.B. van 06.02.70 tot regeling van de organisatie en werking der Raden van de Orde van Geneesheren
* De artikelen 24 en volgende van het K.B. van 06.02.70 tot regeling van de organisatie en werking der Raden van de Orde van Geneesheren die bepalen dat deze Raden de indiener van een klacht NIET MOGEN inlichten over het gevolg dat aan de klacht verleend werd,.moet dringend opgeheven worden. Dit is in tegenspraak met elke moderne rechtspraak.
De provinciale overlegplatforms geestelijke gezondheidszorg
Deze zijn ingesteld door allerhande K.B.’s om het aanbod op elkaar af te stemmen en tevens het aanbod af te stemmen op de vraag. Momenteel bestaan deze platforms bijna uitsluitend tot zelfs 100% uit personen die instaan voor het aanbod en contractueel verbonden zijn aan verzorgingsvoorzieningen (directeurs en adjuncten, hoofdgeneesheren, psychiaters e.d.).
Wij vragen dat deze overlegplatforms uitgroeien tot werkelijk democratische overlegorganen m.b.t. de uitbouw van de geestelijke gezondheidszorg (ggz) en dat hun beheers- en bestuursorganen daarom wettelijk als volgt zouden worden samengesteld:
- 25 % van de leden van de beheersorganen mogen contractueel verbonden zijn aan verzorgingsvoorzieningen
- 25 % vertegenwoordigen de zelfstandige praktijk van de hulpverlening
- 25 % moet erkend zijn als vertegenwoordigers van gebruikers en patiënten
- 25% moet bestaan uit personen die de maatschappij vertegenwoordigen en blijk hebben gegeven van initiatief en activiteit m.b.t. de problematiek van de ggz.
Riziv-nomenclatuur
Een ‘consult’ van een patiënt door een neuropsychiater in een ziekenhuis duurt, zo weten wij op basis van ervaringsdeskundigheid en honderden patiënten, hooguit 5 à max. 10 minuten. Dit wordt als een volwaardige consultatie aangerekend. Ook als men de verhouding omkadering en aantal bedden berekent, komt men tot de slotsom dat een psychiater gemiddeld hooguit 10 min. per week kan besteden aan een patiënt.
Wij stellen volgende herziening voor van de RIZIV-nomenclatuur:
- gewone raadpleging tijdens verblijf van een patiënt in een ziekenhuis (duur max. 15 min.)
- gewone consultatie door (neuro)psychiater (20 à 30 min.)
o bij hem/haar thuis
o poliklinisch
o in een centrum geestelijke gezondheidszorg
- psychotherapeutische sessie (door psychiater met een erkend getuigschrift psychotherapie) ongeacht of dit privé is dan wel in polyklinisch, cgg- of in ziekenhuisverband
o individueel
o groep (bvb. familie)
Omkadering en omkaderingsnormen in psychiatrische ziekenhuizen
* Gestreefd zou moeten worden naar een wettelijk voorzien relatief evenwicht tussen neuropsychiaters en psychotherapeuten (ongeacht hun medische of niet-medishce basiskwalificatie). Het gewicht van de psychotherapeut op het behandelplan moet substantieel toenemen.
* De vrijwillig opgenomen patiënt die geen of slechts zeer vage lichamelijke klachten heeft en wiens medische toestand door een generalist als gezond wordt beoordeeld, zou de wettelijk voorziene mogelijkheid moeten hebben te kiezen tussen een psychiater en een psychotherapeut als de persoon die verantwoordelijk is voor zijn behandelplan. In die zin moet de psychotherapeut ook instructies kunnen geven aan het paramedisch personeel.
* Alle professionelen moeten zich houden aan hun contractuele verplichtingen. Zo moet een hoofdgeneesheer die voor 38 uur betaald wordt, ook effectief 38 uur aanwezig zijn. Anderzijds mogen psychotherapeuten en psychologen niet belast worden met semi-administratieve taken of andere taken buiten het psychotherapeutische of psychologische domein. Ziekenhuisdirecties die zich niet houden aan deze twee bepalingen, zouden juridisch moeten kunnen worden gesanctioneerd. De directies moeten maar eens bewijzen dat de ‘mens centraal staat’.
Recht op deelname aan de (gemeenteraads)verkiezingen
Het recht van institutioneel opgenomen psychiatrische patiënten om deel te nemen aan democratische verkiezingen moet gewaarborgd zijn. Al te veel bestaat in de inrichtingen de praktijk om patiënten te ontraden aan verkiezingen deel te nemen of om hen de verkiezingsdag de toelating te weigeren de instelling te verlaten. Dit is volkomen in strijd met Aanbeveling nr. REC(2004)10 aangenomen door het Ministercomité van de Raad van Europa op 22 september 2004 'concerning the protection of the human rights and dignity of persons with mental disorder'.
Vlaamse Bevoegdheid
We beperken ons hier tot de zogenaamde kwaliteitsdecreten en de wijze waarop ze toegepast worden. De teksten van de zogenaamde ‘kwaliteitsdecreten’ zijn in hun geheel qua taalgebruik uiterst vaag en vrijblijvend (met uitzondering over financiële materies), met bijzonder veel juridisch niet omschreven termen, wat maakt dat het decreet in de praktijk op de meeste punten alleen puur willekeurig controleerbaar is. M.a.w. eigenlijk oncontroleerbaar is.
Vragen m.b.t.:
Decreet van 25 februari 1997 betreffende de integrale kwaliteitszorg in de verzorgingsvoorzieningen;
Besluit van de Vlaamse regering van 23 juli 1997 houdende uitvoering van het decreet van 25 februari 1997 betreffende de integrale kwaliteitszorg in de verzorgingsvoorzieningen:
Ministerieel besluit van 15 februari 1999 betreffende de uitvoering van het kwaliteitsdecreet in psychiatrische ziekenhuizen;
Omzendbrief van 20 april 1999 betreffende de uitvoering van het kwaliteitsdecreet in algemene, universitaire, categorale en psychiatrische ziekenhuizen
1. Wie precies (m.a.w. wat is hun kwalificatie of deskundigheid m.b.t. kwaliteitszorg) gaat voor de Vlaamse regering na of de verzorgingsvoorzieningen voldoen aan de ‘verplichtingen’ van het decreet en hoe doen ze dit, in acht nemende de vaagheid van die verplichtingen en de daaruit logisch voortvloeiende vaagheid van het kwaliteitshandboek en het kwaliteitsplan?
2. Waarom bevat het decreet nauwelijks inhoudelijke bepalingen omtrent wat kwaliteitsvolle zorg is, meer bepaald met betrekking tot de opvang en de behandeling van geesteszieken? Waarom gaat het om het aantal thema’s en niet om de inhoudelijke gewichtigheid van de thema’s? Waarom bepaalt het decreet b.v. niet dat een mentale stoornis niet enkel tot een medisch gegeven mag beperkt worden maar ook een minimum aan psychologisch/psychotherapeutische aanpak vergt, gezien minstens de helft der bestaande theorieën over mentale stoornissen ervan uitgaat dat het hier om psychische deficiënties gaat?
3. Meer concreet: de door de minister aan de voorzieningen opgelegde thema’s (onthaal, geneesmiddelendistributie, zorgcommunicatie) geven aan dat de wijze waarop de zorgverstrekkers zelf omgaan met de patiënt van volkomen bijkomstig belang zijn voor de minister. De ministeriële nadruk op het onthaal lijkt erop te wijzen dat het er in de praktijk vooral om te doen zou moeten zijn te verhinderen dat de patiënt na 5 min. weer gaat lopen en dat de kwaliteit van de verdere interactie tussen patiënt en medische en paramedische zorgverstrekkers secundair is. M.a.w. dat de zorgverstrekkers volkomen vrij spel hebben in hun zogenaamde therapeutische vrijheid en geen enkele verantwoordelijkheid hoeven af te leggen. Kortom, de kwaliteit van de eigenlijke zorg valt volkomen buiten de reikwijdte van de decreten en besluiten.
Bovendien voorziet de omzendbrief van de minister dat de tevredenheid met het ‘onthaal’ ‘gemeten’ wordt via een enquête, d.i. een bijzonder oppervlakkige techniek, zonder enige kwalitatieve informatie. Die meting wordt zoals iedereen kan vaststellen door de patiënt doorgaans ondergaan als een onderdeel van de administratieve procedures en niet als een eigenlijke satisfactie-evaluatie. Overigens kan de bekomen informatie doorgaans niet worden benut omdat ze dikwijls alleen cijfertjes op meetschalen bevat (van het genre ‘helemaal tevreden =
Voor het verplichte thema ‘zorgcommunicatie’ zou de minister beter opleggen dat er effectief gevalsbesprekingen worden gehouden (wat nu geenszins overal het geval is) en dat de betrokkene die daarom verzoekt, erbij aanwezig kan zijn. En dat er effectief een ontslaggesprek is van minimum een half uur en dat de patiënt de ontslagbrief bedoeld voor de persoonlijke arts van de patiënt kan inkijken.
4. Waarom voorziet het decreet niet dat, met name in de psychiatrische sector, de behandelende psychiater een minimum aan tijd besteedt aan het onderzoek van zijn patiënt vooraleer een diagnose en een behandeling te bepalen, aangezien deze behandeling het ganse verdere levensloop van de patiënt kan bepalen?
5. Is het ooit gebeurd dat een kwaliteitshandboek of kwaliteitsplan van een instelling, in het bijzonder van een psychiatrisch ziekenhuis, onvoldoende werd geacht of dat de erkenning van een instelling voorlopig voor hooguit 1 jaar werd verlengd of werd ingetrokken?
6. Wat doet de kwaliteitscoördinator in de praktijk eigenlijk? Waar houdt die zich nu écht mee bezig, in het bijzonder in een psychiatrisch ziekenhuis? Waarom volstaat in de psychiatrische ziekenhuizen een betrokkenheid die beperkt wordt tot een halftijdse aanwezigheid? Is zijn inbreng eventueel ongewenst en storend?
Wij vragen dat, zeker voor wat betreft de psychiatrische sector, de kwaliteitsdecreten in hun geheel herdacht worden en dit met minstens evenveel aandacht voor het perspectief van de patiënten als die van de verzorgingsvoorzieningen en van de daarin werkzame beroepsbeoefenaars.
Vragen m.b.t.:
Decreet van 18 mei 1999 betreffende de geestelijke gezondheidszorg
Ministerieel Besluit van 3 juni 1999 betreffende de uitvoering van het kwaliteitsdecreet in de centra voor geestelijke gezondheidszorg
1. Staat het principe van de multidisciplinariteit (hulpverlener tegenover een team van experts) niet haaks op het perspectief van het uitbouwen van een waarlijk diepe vertrouwensrelatie hulpvrager-hulpverlener waardoor de privacy van de hulpvrager (eventueel ten onrechte) in het gedrang lijkt te komen en de hulpverleningsrelatie blijft steken in oppervlakkigheid, met verhoging van de kans dat de relatie vroegtijdig wordt afgebroken, precies dat wat de minister in haar kwaliteitsdoelstellingen tracht te vermijden?
2. Maakt de minister in de opdrachtverklaring van de centra voor geestelijke gezondheidszorg geen verwarring tussen het belang van de hulpvrager én het belang van derden die niet in de hulpverleningsrelatie betrokken zijn? M.a.w. verwart zij psychotherapie niet met sociale controle? Duwt zij de hulpverlener niet tegelijk in de rol van iemand die de hulpvrager helpt bij zijn emancipatie én tegelijk in de rol van een soort politieagent?
Vragen m.b.t.:
Decreet van 17 oktober 2003 betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen
Besluit van 27 januari 2006 van de Vlaamse Regering houdende de uitvoering van het decreet van 17 oktober 2003 betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen in de psychiatrische ziekenhuizen en de centra voor geestelijke gezondheidszorg
1. de termen ‘zorg’ en ‘voorziening’ vertolken o.i. een filosofie die haaks staat op wat het wezen is van een begeleidingsrelatie in de sfeer van de geestelijke gezondheid: het helpen van de persoon in de eigenmachtige vormgeving van zijn leven. ‘Zorg’ impliceert teveel dat de hulpverlenende voorziening ‘weet’ wat goed is voor de gebruiker. En ‘voorziening’ laat uitschijnen dat de gebruiker zich moet verantwoorden tegenover een normerend systeem eerder dan zich te begeven in een intersubjectieve relatie met een hulpverlener.
2. waarom is de functie van kwaliteitscoördinator vervangen door het moeilijk grijpbare begrip ‘kwaliteitsmanagementsysteem’ waar men alle kanten mee op kan, m.a.w. dat in de praktijk bij de inspectie en evaluatie tot de meest groteske willekeur aanleiding kan geven? Het gebruik van een term als kwaliteitsmanagement suggereert dat wat zich afspeelt tussen hulpvrager en hulpverlener (m.a.w. de eigenlijke dienstverlening zelf) gevangen wordt in organisatiestructuren en procedures die de kwaliteit van de dienstverlening eigenlijk alleen maar in het gedrang kunnen brengen. Het organisatorisch kader gaat primeren op de dienstverlening zelf.
3. Lijkt het er niet teveel op dat de voorziene ‘zelfevaluatie’ meer betrekking heeft op de interne structuren van de organisatie als geheel dan op de eigenlijke kwaliteit van de interactie tussen hulpvrager en hulpverlener? Is de gebruiker die verlichting vraagt van zekere klachten of hulp zoekt bij het oplossen van levensproblemen daar allemaal wel mee gebaat?
4. Hoe kunnen ‘gebruikers‘ in psychiatrische ziekenhuizen (in het kader van de evaluatie) beschermd worden tegen gevreesde ‘represailles’ (zoals vrijheidsbeperking) wanneer zij klachten kenbaar zouden maken, zoals de nu bij menig gedwongen opgenomen patiënt bestaande vrees dat de gedwongen opname zou kunnen worden verlengd of dat het opgelegde ziekenhuisrégime onder het mom van ‘medische behandeling’ strenger en strikter wordt gemaakt?
5. Waarom zijn de drie door de regering opgelegde thema's aan de psychiatrische ziekenhuizen (Ministerieel Besluit van 15 februari 1999) en de twee opgelegde thema's aan de centra voor geestelijke gezondheidszorg (Ministerieel Besluit van 3 juni 1999) nu plots teruggebracht tot ‘minstens één domein [dat de voorziening mag/moet] moet selecteren om verbeteracties uit te werken’?
M.b.t. het geheel van de Decreten en Besluiten en het geheel van het geestelijk gezondheidsbeleid terzake:
1) Hoe denkt de Minister de tegenstrijd op te lossen tussen het recht van de gebruiker beschermd te worden tegen kwaliteitsloze begeleiding en behandeling (zijn recht dus op deskundige en kwaliteitsvolle zorg) aan de éne kant en aan de andere kant het ontegensprekelijk gevaar dat regelgeving en transparantie leiden tot een gestandaardiseerde en gebureaucratiseerde ‘Staatstherapie’ waar de autonomie van de gebruiker en de competente zorgverstrekker om gezamenlijk de inhoud en de vorm van de begeleiding en de behandeling te bepalen tot op een ontoelaatbaar niveau zijn uitgehold in die mate zelfs dat productieve en kwaliteitsvolle zorg paradoxaal genoeg volkomen zijn ondergraven?
2) Ons inziens zou de Minister een poging moeten ondernemen om de dominantie van de (neuro)psychiater in het multidisciplinair team van de centra voor ggz dat de gebruiker begeleidt en behandelt (in zoverre zo’n team niet strijdig is met het recht op privacy van de gebruiker) te doorbreken. Het begeleidings- en behandelingsplan zou in handen moeten zijn van een ervaren psychotherapeut (ongeacht zijn medische of niet-medische kwalificatie) op basis van een VRIJ AANGEGANE OVEREENKOMST TUSSEN ZORGVERSTREKKER EN GEBRUIKER.
3) De gebruiker van een centrum voor geestelijke gezondheidszorg zou steeds VRIJ moeten zijn te kiezen uit het aanbod aan zorgverstrekkers dat binnen het centrum aanwezig is. In die zin moet een nieuwe gebruiker bij de intake geïnformeerd worden omtrent het aanbod binnen het centrum zodat indien hij b.v. een niet-geneesheer boven een geneesheer verkiest of omgekeerd dit verzoek steeds kan ingewilligd worden.
4) Op veel punten blijkt lichtzinnig omgesprongen te worden met de privacy van de gebruiker en van zijn recht op geheimhouding. De geheimhouding bepaalt in veel gevallen de diepgang van de vertrouwensrelatie tussen hulpverlener en hulpvrager, m.a.w. ze is een voorwaarde voor het succes van de begeleiding en de behandeling. In het algemeen geven de teksten ook de indruk dat de gebruiker geen relatie aangaat met een hulpverlener maar eerder met een kafkaiaans aandoende ‘organisatie’.
5) De teksten geven een enigszins wereldvreemd karakter. Eén ieder die in een psychiatrische inrichting verbleven heeft (de ‘ervaringsdeskundige’), heeft ervaren te staan tegenover een in laatste instantie repressief systeem dat elk moment van radicaal niet-akkoord zijn vanwege de patiënt/gebruiker uiteindelijk steeds weer met autoritaire machtsmiddelen bekampt. Het doorbreken van deze realiteit vraagt een fundamentele herziening van ons begrip ‘geestesgestoorde’ en een fundamentele herbezinning over wat het betekent psychiater of therapeut te zijn. Enkel een geestelijke gezondheidszorg die uitgaat van de subjectiviteit en de singulariteit (éénmaligheid) van de gebruiker (cliënt, patiënt) en die steunt op de zelfde singulariteit en bijzonderheid van de ontmoeting tussen hulpvrager en hulpverlener biedt perspectief op een werkelijke humanisering van de geestelijke gezondheidszorg.
Onderzoeksvragen
1. Wij vragen federaal minister Demotte dat een volledig en onafhankelijk onderzoek zou uitgevoerd worden naar zelfmoord (en zelfmoordpogingen) in psychiatrische ziekenhuizen en PAAZ’s, zowel bij kortdurend als bij langdurige opgenomen patiënten, zowel bij vrijwillig als gedwongen opgenomen patiënten. Wij vragen in het bijzonder te onderzoeken in hoeverre het klimaat in deze instellingen (vrijheidsbeperking, zachte en harde vormen van dwangbehandeling, uitzichtloosheid van de behandeling, gebrek aan psychotherapeutische ondersteuning, etc.) de suïcidariteit niet eerder bevordert dan vermindert.
2. Wij vragen federaal minister Demotte en gemeenschapsminister Vervotte een onderzoek in te stellen naar de behandelingsvoorgeschiedenis van mensen die behandeld worden met elektroshocks (ECT). Meer in het algemeen vragen wij te onderzoeken hoeveel en in welke mate patiënten intramuraal individueel begeleid worden met systematische psychotherapie of een andere vorm van doordachte counseling, in de mate dat ‘therapieresistentie’ (in wezen gedefinieerd als farmaco-resistentie) en dus ECT kan vermeden worden.
Artikel 28 van Aanbeveling nr. REC(2004)10 aangenomen door het Ministercomité van de Raad van Europa op 22 september 2004 'concerning the protection of the human rights and dignity of persons with mental disorder' maakt voor wat betreft special treatments onderscheid tussen behandelingen die geen onomkeerbare lichamelijke effecten beogen (zoals ECT) en deze die dat wel doen (psychochirurgische ingrepen zoals lobotomie). Voor behandelingen zoals elektroshocks wordt bepaald dat het gebruik ervan:
• onderworpen wordt aan een aangepast ethisch onderzoek
• in overeenstemming is met geëigende klinische protocollen volgens internationale standaarden
• met (behalve in noodsituaties) schriftelijke toestemming van de betrokkene of als de persoon onbekwaam is, van, de rechtbank of het bevoegde orgaan
• van bewijsstukken wordt voorzien en gerapporteerd in het medisch dossier.
Wij vragen dat de ECT-toepassing in België geregeld wordt in het licht van de Europese aanbeveling en dat dus zoals bij andere ethisch geladen behandelingen (zoals euthanasie) gerapporteerd wordt aan een ethische controlecommissie.
3. Wij vragen gemeenschapsminister Vervotte dat een degelijk en onafhankelijk onderzoek wordt uitgevoerd naar de kwaliteitsverwachtingen van de patiënten/cliënten/gebruikers zelf van de verzorgingsvoorzieningen en naar hun bedenkingen omtrent en hun satisfactie met het geheel van hun verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis of het ‘gebruik’ van de diensten van een centrum voor geestelijke gezondheidszorg (en niet enkel het onthaal). En dit op basis van diepgaande, zonodig anonieme interviews in plaats van op basis van getechnocratiseerde en gestandaardiseerde meetinstrumenten.
De Rechtsstaat en haar vijanden!
Wij steunen, in de zaak-Erdal, al diegenen die de rechtsstaat verdedigen tegen krachten die heimelijk een politiestaat willen invoeren. Of het nu gaat om zogenaamde terroristen, van delinquentie verdachte personen of wie dan ook: het beroep op de rechten van de mens moet in alle omstandigheden gevrijwaard blijven.
Het zijn dezelfde niet zo duistere krachten die ervoor pleiten dat geestesgestoorden vrij willekeurig onderworpen zouden kunnen worden aan vormen van gedwongen opname waartegen geen verweer zou worden voorzien. Wij wensen deze krachten eraan te herinneren dat geestesgestoorden dezelfde nationaal en internationaal gewaarborgde rechten genieten als 'gewone' burgers. Deze krachten creëren bij elke gelegenheid (zoals nu bij de zaak Joe Van Holsbeeck) ook een klimaat waarin jeugddelinquenten genadeloos zouden moeten worden gestraft in plaats dat zij een degelijke kans krijgen op heropvoeding en psychische rehabilitatie. Deze krachten ondernemen voortdurend ongenuanceerde pogingen om alle vormen van maatschappelijke preventie van delinquentie en geestesstoornissen te ridiculiseren.
Onderzoek Elektroshocks Vlaanderen (plus Brussel)
Onderzoek naar de toepassing van ECT- en TMS-behandelingen in Vlaamse (psychiatrische) ziekenhuizen
Eric Rosseel, dr. psychologie
Netwerk Psychiatrie en Samenleving
http://psychiatrie.blogse.nl
Hieronder het verslag van ons onderzoek naar elektroshocks (elektroconvulsietherapie) en transcraniële magnetische stimulatie bij 42 psychiatrische voorzieningen in Vlaanderen (en Brussel). Voor de detailresultaten: gelieve contact op te nemen:
eric.rosseel@tiscali.be
02/ 267 5220
U krijgt het volledig rapport toegestuurd.
Heel wat mensen denken verkeerdelijk dat “elektroshocks” (elektroconvulsietherapie, ECT) niet meer worden gebruikt voor de behandeling van psychiatrische patiënten, zeker niet in België. Na het succes van Milos Forman’s film One Flew Over the Cuckoos’s Nest (1975: Jack Nicholson in de hoofdrol; 5 Oscars) kwam er een taboe op elektroshocks. Maar vanaf 1990 worden elektroshocks onder de naam ElektroConvulsieTherapie (ECT) overal ter wereld opnieuw regelmatig gebruikt, vooral voor zogenaamde therapieresistente depressies (TRD; patiënten dus waarbij andere therapeutische middelen, i.h.b. psychofarmaca, niet hebben geholpen), zij het onder verdoving en met veel meer voorzorgen en een betere bescherming van de patiënt. Ook in Nederland en België is het gebruik van ECT-behandeling het laatste decennium weer gestaag gestegen. In sommige landen (met name Slovenië) is de toepassing echter wettelijk verboden; in sommige regio’s (in het Italiaanse Piedmonte) verboden voor kinderen, zwangere vrouwen en bejaarden; in vier Amerikaanse staten verboden voor kinderen.
Een nog meer propere techniek geraakt daarnaast stilaan in zwang: Transcraniële Magnetische Stimulatie (TMS), waarbij artificieel in de hersenen een magnetisch veld wordt opgewekt. TMS, oorspronkelijk een neurologische behandeling (in het bijzonder voor epilepsie), werd rond 1995 geïntroduceerd in de psychiatrie, na onderzoek op dieren (zoals gewoonlijk hoofdzakelijk ratten). TMS wordt vooralsnog omzeggens uitsluitend aangewend voor therapieresistente patiënten en meer in het bijzonder therapieresistente depressies, maar er wordt overwogen TMS ook te gebruiken als eerste-keuze therapie voor ‘gewone’ depressie-patiënten.
Hoe zit het met de toepassing van ECT en TMS in de Vlaamse (psychiatrische) ziekenhuizen?
Op een vraag van CD&V-senator Mia DeSchamphelaere (vraag nr. 3-2770 d.d. 26 mei 2005) antwoordde minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Rudy Demotte dat we in België over weinig gegevens beschikken met betrekking tot de toepassing van ECT.
Bevraagden
42 Vlaamse en Brusselse ziekenhuizen werden bevraagd. Daarnaast werden de PAAZ-afdelingen (Psychiatrische Afdeling Algemeen Ziekenhuis) van de universitaire ziekenhuizen van Antwerpen, Gent, Leuven en Brussel (met inbegrip van de bicommunautaire ziekenhuizen Brugmann en Sint-Pieter) en van de Algemene Ziekenhuizen Sint-Jan Brugge, Sint-Lucas Brugge en Virga Jesse Hasselt in het onderzoek betrokken. Dit geeft ons 33 psychiatrische ziekenhuizen en 9 PAAZ-afdelingen van algemene of universitaire ziekenhuizen.
Vragenlijst
De vragenlijst bestaat uit 24 vragen met subvragen die peilen naar het al of niet gebruik van ECT en TMS, de aard van de indicaties, het aantal behandelde patiënten, de gegeven informatie over de behandeling, de weigering of instemming, e.d. De vragenlijst werd relatief kort gehouden om de responskans niet te verkleinen. Het zijn alle relatief open vragen: zo worden rijkere antwoorden bekomen, zij het dat de verwerking van de data daardoor moeilijker maar ook boeiender wordt.
De vragenlijsten werden in de eerste helft van maart 2006 per email gestuurd naar de hoofdgeneesheer van de psychiatrische instellingen of naar de hoofdpsychiater/diensthoofd van de PAAZ-afdelingen. In de tweede helft van maart werden de ziekenhuizen die nog niet hadden geantwoord, telefonisch gecontacteerd.
Respondenten
41 van de 42 hebben geantwoord, waarvan 3 slechts partieel. Dit geeft dus een quasi volledig beeld, zeker voor Vlaanderen.
Resultaten en Conclusies
(voor details en cijfers: gelieve contact op te nemen met eric.rosseel@tiscali.be : U krijgt het volledig rapport per email toegestuurd)
Een belangrijker gebrek van ons onderzoek is natuurlijk dat we geen patiënten in het onderzoek hebben betrokken. We hebben dus geen informatie over de aard van eventuele ervaren bijwerkingen en de ernst ervan. Het leek ons niet bijzonder betrouwbaar de hoofdgeneesheren naar dat soort informatie te vragen omdat we er niet geheel ten onrechte van uit zijn gegaan dat artsen teveel geneigd zijn de bijwerkingen of nadelen van hun behandelingen te minimaliseren zoals elkeen weet die ooit psychofarmaca voorgeschreven kreeg. We hopen echter dat ons onderzoek het publiek debat rond ECT weer zal openen en dat anderen zich gestimuleerd zullen voelen om onafhankelijk onderzoek te doen naar de beleving van ECT door de patiënten zelf (en door deze die ECT weigeren). Want inderdaad: ook omtrent de redenen waarom sommige patiënten ECT weigeren beschikken we in ons onderzoek slechts over gegevens vanwege de arts.
Partiële of potentiële gebreken duiken op met betrekking tot volgende punten: het mogelijk niet uit elkaar houden van ‘eigen’ patiënten van een ECT-ziekenhuis en patiënten doorverwezen vanuit een niet-ECT-ziekenhuis; geen inzicht in de verhouding tussen eventuele ambulante patiënten versus patiënten in ziekenhuisverband; een onderschatting van het ECT-gebruik in de PAAZ-diensten van Algemene Ziekenhuizen.
In acht genomen deze onvolkomenheden, blijft het zo dat ons onderzoek een bijzonder representatief beeld heeft van de toepassing van ElektroConvulsieTherapie (en TMS) in Vlaanderen en in mindere mate Brussel. Het onderzoek kan dus zeker de basis vormen voor een open discussie over de plaats van ECT en TMS in het therapeutisch aanbod: en dit was toch onze primaire bedoeling. Van de 42 gecontacteerde ziekenhuizen hebben 41 geantwoord (97.6%), waarvan alle 9 PAAZ-diensten.
14 ziekenhuizen (34.1% van de respondenten) gebruiken zelf in de eigen instelling ECT om eventueel patiënten te behandelen. Het valt op dat verhoudingsgewijze vooral Algemene Ziekenhuizen ECT aanbieden. De gegevens wijzen op een verruiming van het ECT-aanbod sinds 1990 en vooral sinds 2000.
Van de 26 ziekenhuizen die zelf in de eigen instelling geen ECT toepassen, zijn er 14 (54%) die NOOIT elektroconvulsietherapie hebben gebruikt in hun instelling, en 12 die elektroshocks VROEGER gebruikten. Van de 12 ziekenhuizen die zijn gestopt met ECT, zijn er 9 die nu doorverwijzen naar een Algemeen Ziekenhuis of een goed uitgerust ECT-centrum en 1 is onlangs met die doorverwijzing moeten stoppen omdat het Algemeen Ziekenhuis in de buurt sinds 2004 geen ECT meer aanbiedt. M.a.w. na de heftige protesten in de jaren 1970 (met als gevolg de invoering van anesthesie wat paramedische omkadering veronderstelde) en de langzame veroudering van de ter beschikking staande apparatuur, heeft de elektroconvulsietherapie zich in de jaren 1980 en 1990 verplaatst naar specifieke centra, meestal in Algemene Ziekenhuizen, waar aanwezig waren: 1) mogelijkheden tot anesthesie; 2) verpleegkundige omkadering en 3) spoedhulp in geval van complicaties of accidenten. De meeste psychiatrische ziekenhuizen beschikten niet over de financiële middelen om in deze uitrusting zelf te voorzien of rekenden uit dat de kosten hiervan niet opwogen tegen het relatief beperkte aantal indicaties binnen hun ‘populatie’.
Kijken we naar het doorverwijzingsgedrag, dan stellen we vast dat:
- bijna alle ziekenhuizen die vroeger zelf ECT binnen hun instelling toepasten, nu doorverwijzen naar een ECT-centrum. Dit zijn doorgaans Algemene Ziekenhuizen.
- bijna een derde van de respondenten heeft zelf nooit ECT toegepast, maar verwijzen wel door. We hebben echter niet gevraagd sinds wanneer ze dit doen en kunnen dus in principe niet nagaan of het aantal doorverwijzers de laatste decennia is gestegen. We vermoeden van wel.
- in totaal herbergen dus 35 ziekenhuizen (85.4%) patiënten die ofwel zelf ECT toepassen op geïndiceerde patiënten ofwel sommige patiënten extramuraal laten behandelen in gespecialiseerde centra.
In zijn geheel genomen is er binnen de ziekenhuizen dus weinig weerstand tegen ECT als behandeling voor daarvoor geïndiceerde patiënten.
Voor wat betreft de indicaties voor doorverwijzing zien we dat majeure therapieresistente depressies het beeld volkomen beheersen: ze komen terug in alle antwoordcategorieën die we hebben onderscheiden.
Wat betreft het aantal doorverwijzingen, blijkt dat het in bijna alle gevallen om bescheiden tot zeer bescheiden aantallen gaat (hooguit een paar tot 5 gevallen per jaar). De doorverwijzing is dus eerder uitzonderlijk. Blijkbaar zullen de ziekenhuizen effectief alle andere therapeutische vormen aanwenden vooraleer de patiënt door te sturen voor een ECT-behandeling. Eén West-Vlaams ziekenhuis met 50 doorverwijzingen per jaar steekt torenhoog boven het algemeen patroon uit.
Vrij geregeld weigert een patiënt ECT en in andere gevallen moet extra inspanning geleverd worden om de patiënt van de behandeling te overtuigen. Uit de gegevens kan echter afgeleid worden dat de overgrote meerderheid van de geïndiceerde patiënten zich niet tegen de behandeling verzet.
Bij de 14 ziekenhuizen die zelf over een eigen ECT-uitrusting beschikken valt op dat depressies nog altijd de voornaamste indicatie zijn maar dat andere aandoeningen veel meer op de voorgrond treden. Zelfs neurotici worden blijkbaar met ECT behandeld. Ten tweede valt op dat ook niet-therapieresistente aandoeningen via ECT worden aangepakt. Men wacht dus blijkbaar niet tot gebleken is dat psychofarmaca (of psychotherapie) niet effectief zijn. Vergeleken met het onderzoek van Pascal Sienaert uit 2003 geven onze gegevens aan dat het indicatiegebied voor ECT duidelijk verruimt. De ECT-centra grijpen dus sneller naar ECT dan de psychiatrische ziekenhuizen die over geen ECT-uitrusting beschikken. We kunnen ons de vraag stellen of hierbij ook geen economische motieven een rol spelen in de zin dat de investering in de uitrusting moet ‘renderen’. Op basis van onze gegevens komen we voor 2005 zeker boven de schatting van 900 met ECT behandelde patiënten voor 2003 (op basis van de gegevens van minister Demotte): we moeten voor
De respondenten laten uitschijnen dat over het geheel genomen hun gebruik van ECT de laatste jaren niet verminderd is en vermoedelijk is toegenomen, zij het niet spectaculair. De gegevens laten ook geen duidelijke conclusie toe over de wijze waarop de indicatiestelling in de loop van de laatste jaren is geëvolueerd. Wel moeten we bedenken dat sinds 1990 een ware ‘epidemie’ van depressies is ontstaan, zodat een zekere striktere indicatiestelling toch gepaard kan zijn gegaan met een ruimere toepassing van ECT.
Alle ziekenhuizen die patiënten indiceren voor ECT, communiceren met de betrokken patiënten over de aard en het wezen van ECT. De meeste ziekenhuizen blijken zich te beperken zich tot mondelinge communicatie, desnoods aangevuld door de overhandiging van een brochure. Ongeveer 5% van de patiënten weigert de ECT-behandeling. We beschikken niet over gegevens van de patiënten zelf maar op basis van de antwoorden van de hoofdgeneesheren kunnen we besluiten dat angst voor de behandeling vrij ruim verspreid is.
Gedwongen behandeling met ECT als spoedbehandeling komt blijkbaar toch wel eens voor. De zeldzame keren dat blijkbaar afgeweken wordt van het wettelijk recht van de patiënt op informatie en toestemming, lijkt dit te gebeuren in overeenstemming met de letter en in ieder geval met de geest van de Wet (patiënt in levensgevaar, gebrekkig begripsvermogen van de patiënt). Echte misbruiken komen uit ons onderzoek niet naar voren, maar dit kan uiteraard niet op basis van een bevraging van de hoofdgeneesheren die toch ook een beetje PR-man voor hun instelling zijn.
Door de meeste hoofdgeneesheren wordt ECT als effectief tot zeer effectief ingeschat, zeker als de indicatie met de nodige deskundigheid is gebeurd. Wel wordt bevestigd dat, in ieder geval in een aantal gevallen, het positief effect van korte duur is. Geen enkele respondent verwijst naar bijwerkingen. Ons onderzoek vraagt hoe dan ook naar een complement waarbij de hulpbehoevende wordt bevraagd: ook in de geestelijke gezondheidszorg geldt dat een behandeling pas als geslaagd kan worden beschouwd als ook de zieke zich beter voelt.
Uit de algemene toon van de beantwoording van de vragenlijst in zijn geheel en de telefonische contacten blijkt dat ECT voor het ogenblik nauwelijks emoties of controverse oproept. ECT is een bijzonder cleane behandeling geworden, zowel fysiek als psychologisch.
Voor wat betreft Transcraniële Magnetische Stimulatie kunnen we kort zijn. De technologie wordt in Vlaanderen en Brussel nauwelijks toegepast en ze zit duidelijk nog in het stadium van het experimenteel onderzoek. Slechts 10% van de respondenten heeft er (doorgaans bijzonder minimale) ervaring mee. De bekomen behandelingsresultaten zijn daarenboven bijzonder teleurstellend en er is dan ook helemaal geen tendens tot toename van de toepassing van TMS vast te stellen.
Samen met de supplementaire randinformatie die we in het kader van dit onderzoek hebben kunnen inwinnen en die gevoegd kan worden bij onze kennis terzake als psycholoog en ervaringsdeskundige, bevestigt het onderzoek onze ALGEMENE CONCLUSIE (DIE HET BESTEK VAN DIT ONDERZOEK WELISWAAR TE BUITEN GAAT) DAT HET GEBRUIK VAN ECT (EN TMS) MOET GEKADERD WORDEN BINNEN HET (RELATIEF) FALEN VAN DE PSYCHIATRISCHE EN PARAMEDISCHE BEGELEIDING VAN DEPRESSIES EN PSYCHOSEN IN ZIEKENHUISVERBAND. ER IS VANWEGE DE PSYCHIATERS EN HET VERPLEEGKUNDIG PERSONEEL NAUWELIJKS AANDACHT VOOR DE INHOUD VAN DEPRESSIES EN PSYCHOSEN, DIT TERWIJL ONZE EIGEN ERVARING ALS PSYCHOLOOG MET DEZE PATIËNTEN ÉN ONZE ERVARINGSDESKUNDIGHEID IN DE INSTITUTIONELE PSYCHIATRIE RUIM AANGEEFT DAT DE MEESTE DEPRESSIEVE EN PSYCHOTISCHE PATIËNTEN WEL DEGELIJK VATBAAR EN ZELFS VRAGENDE PARTIJ ZIJN (!) VOOR EEN SUBJECT-GERICHTE PSYCHOTHERAPEUTISCHE AANPAK. HET OVERHEERSEN VAN EEN NEUROBIOLOGISCHE CONCEPTIE OP DEPRESSIES EN PSYCHOSEN VERHINDERT DE PATIËNTEN IN HUN PSYCHISCHE PROBLEMATIEK EEN WERKELIJKE DOORBRAAK TE BEREIKEN. ZELFS PSYCHOANALYTISCH GERICHTE PSYCHIATERS BEGEVEN ZICH IN ZIEKENHUIZEN ZELDEN IN PSYCHOTHERAPEUTISCHE SESSIES MET DE RESIDENTEN. OVERIGENS ZIJN OOK DE AANWEZIGE PSYCHOLOGEN NAUWELIJKS PSYCHOTHERAPEUTISCH ONDERLEGD EN ZO ZE DIT WEL DEGELIJK ZIJN, DAN WORDT HUN DESKUNDIGHEID VOORAL AANGEWEND IN EERDER AMATEURISTISCH OPGEZETTE GROEPSTHERAPIEËN ZOALS VRIJBLIJVENDE ‘PRAATGROEPEN’ EN SOCIALE VAARDIGHEIDSTRAININGEN ALLERHANDE. ONS INZIENS KOMT DAAR DAN NOG BOVENOP DAT VEEL VRIJWILLIG OPGENOMEN PSYCHIATRISCHE PATIËNTEN HUN GEZONDHEIDSTOESTAND AMPER KUNNEN VERBETEREN IN EEN INSTITUTIONELE STRUCTUUR DIE TOCH IN EERSTE INSTANTIE GEKENMERKT WORDT DOOR ERNSTIGE VORMEN VAN FYSIEKE (EN UITERAARD PSYCHISCHE) VRIJHEIDSBEPERKING. HET ENIGE VOORDEEL DAT DE KLINIEK BIEDT IS DAT DE PATIËNTEN NIET THUIS GEÏSOLEERD ZITTEN EN IN DE INSTELLING EEN RIJK SOCIAAL CONTACT HEBBEN. IN DEZE CONTEXT RAKEN HEEL WAT RESIDENTIEEL OPGENOMEN DEPRESSIEPATIËNTEN EN PSYCHOTICI IN EEN SUKKELSTRAATJE. TOT ZE ZO ‘THERAPIERESISTENT’ ZIJN DAT NOG ENKEL DE BEHANDELING MET ELEKTROSHOCKS OVERBLIJFT, DIE ZICH ZELF DAN OMWILLE VAN HAAR ZEKER MAAR BEPERKT REVITALISEREND EFFECT WEET TE BESTENDIGEN EN HET AUREOOL KRIJGT VAN EEN ECHTE THERAPIE.
DE MIDDELEN BESTEED AAN PSYCHOFARMACA EN AAN HET ONDERZOEK NAAR PSEUDO-NIEUWE PSYCHOFARMACA WORDEN O.I. BETER AANGEWEND VOOR DE VERBETERING VAN DE LEEFBAARHEID VAN DE PSYCHIATRISCHE INSTELLINGEN (B.V. VERPLICHTING EENPERSOONSKAMERS TE VOORZIEN; RUIMERE PSYCHOTHERAPEUTISCHE OPLEIDING VAN HET VERPLEEGKUNDIG PERSONEEL; VERPLICHTING DAT PSYCHIATERS HUN OPGENOMEN PATIËNTEN MINSTENS EEN HALFUUR TOT EEN UUR PER WEEK ZIEN, ZEKER IN DE BEGINMAANDEN VAN DE BEHANDELING; RUIMERE, INTENSIEVERE EN VOORAL PATIËNTSPECIFIEKE PSYCHOTHERAPEUTISCHE BEGELEIDING).
paasgebed
"JUDAS, JUDAS, WAAROM HEBT GIJ MIJ VERLATEN?"
"Niet bang zijn, Heer, ik zal morgen verrijzen, net als gij"
Aan allen een gretig weekeinde!
Reve
Controversieel zijn, het is het hoogste dat men in het leven kan bereiken. Onderwerp en voorwerp zijn van liefde en haat, van bewondering en verguizing: het betekent dat je een plaats hebt ingenomen in de geschiedenis, dat je lijnen hebt getrokken in het landschap. Dat je niet voor niets hebt geleefd.
Ook de psychiatrische patiënt is dikwijls in zijn familie, zijn vriendenkring, zijn gemeenschap controversieel, voorwerp van liefde en haat, van begrip en minachting. De psychiatrische patiënt die kan genieten van de controverse rond hem, is een gelukkig man of een gelukkige vrouw, gelukkiger dan de psychiater die hem in zijn doodse taal de mond wil snoeren en zijn subjectiviteit ontkent. Omwille van dat geluk precies dat de psychiater niet kan, niet wil begrijpen, wordt hij platgespoten, onder de pillen bedolven en gepaaid met wat bezigheidstherapie. Toch blijft hij jubelen als een leeuwerik, zolang hij kan.
Reve laat zien dat achter de Mens met een grote M nog een mens met een kleine m blijft schuilen, een 'on-mens', een 'god'. Dat hij de beleving van deze verbeelding van het on-menselijke en het goddelijke zocht in een liturgisch katholicisme behoort tot zijn vrijheid al is het de onze niet.
Het lichaam van de waanzinnige, van de 'psychiatrische patiënt' vormt dikwijls het strijdtoneel waar deze spanning tussen het Menselijke en het (on)menselijke tot uitbarsting komt. Dit lijden wordt door de neurobiologische psychiatrie herleid tot een pijn die verdoofd moet worden omdat het ons maatschappelijk functioneren zou verstoren. Maar elke maatschappij, elke samenleving is precies gebouwd op deze spanning tussen het groot-Menselijke (het 'objectief-maatschappelijke') en het klein-menselijke (het 'subjectief-maatschappelijke', het lichaam dus), tussen het 'Ik die spreekt' en het 'het dat spreekt'. Op dat spanningsveld speelt zich, al lijkt het niet altijd zo, de politiek af, de wijze waarop lichamen samenlevingen en maatschappijen vormen en dit elke generatie op een nieuwe manier doen, in een beweging die we vooruitgang noemen. Elke maatschappij die deze spanning heeft ontkend, heeft het leven gedood voor het sterven wou.
(Nederland had Reve, wij Vlaanderen hebben blijkens Canvas-televisie vanavond, pater Versteylen, de 'trouw aan de gelofte en de roeping', de gelofte aan de Dood, het vermoorde en verstikte verlangen: wat een wereld van verschil!)
HOERAH!
De Franse jongeren hebben hun slag thuisgehaald: het CPE, het banenplan dat toeliet jongeren zonder opgave van reden te ontslaan, is ingetrokken. De bijzonder goede verstandhouding tussen scholieren, studenten,werknemers en werklozen (onder het motto van Léo Ferré 'Ça descend dans la rue') heeft de Franse regering op de knieën gekregen. Daarmee zijn we o.i. een nieuw tijdperk ingetreden (zie 'De Lange Golven van de Psyche' http://home.tiscali.be/ericrosseel/golven.htm en ook hier op de site onder 'principes'). Een nieuw tijdperk van eigentijdse emancipatie en herontdekking van de eigen subjectiviteit in solidair verband met anderen. Jongeren en mensen in het algemeen zullen weer beseffen dat actie lonend kan zijn en zo een impuls geven aan acties voor verdere maatschappelijke vooruitgang over gans Europa.
Dit is ook voor de psychiatrische 'patiënten' van groot belang. Wij zijn ervan overtuigd dat de decennialange dominantie van het neurobiologisme dat de eigenheid en eigenzinnigheid van het individu ontkent, stilaan afgelopen is en dat weer een tijdperk aanbreekt van (re)subjectivering.
Nu straks nog een overwinning voor links in Italië en deze dag kan niet meer stuk!
Prijzen Aliënofilie en Aliënofobie voorjaar 2006
Het Netwerk Psychiatrie en Samenleving (deze weblog dus) reikt in de loop van de maand april voor de eerste keer haar prijs Aliënofilie uit (het Latijnse ‘alienus’ betekent ‘vreemd, anders’ en komt terug in het Franse woord ‘aliéné’, synoniem voor ‘gek, geestesgestoord’ en het Engelse ‘alien’ voor ‘vreemd, afwijkend’; ‘filie’ voor ‘liefde, genegenheid’ vinden we bvb. terug in homofilie = liefde voor iemand van hetzelfde geslacht of in bibliofilie = boekenliefhebberij). De prijs Aliënofilie bekroont een persoon, vereniging, organisatie of instelling die het recht op anders-zijn, in het bijzonder het ‘geestelijk’ of ‘psychisch’ anders-zijn, daadwerkelijk ondersteunt in woord en daad. Deze prijs zal tweemaal per jaar toegekend worden: in het voorjaar en in het najaar. De prijst behelst de eer en er is geen geldelijk bedrag mee gemoeid. Voor het voorjaar 2006 valt het toekennen van deze prijs onder het privilege van de initiatiefnemers van het Netwerk Psychiatrie en Samenleving. Voor de najaarsprijs vragen wij u, netwerkers aller landen, nu reeds voorstellen en nominaties kenbaar te maken. Een echte jury zal paritair samengesteld worden uit een vijftal intellectuelen en psychiatrische patiënten.De prijs Aliënofilie is voor het voorjaar 2006, voor het eerst dus, toegekend aan KARIN VERELST, bioloog en philosooph aan de Vrije Universiteit Brussel voor haar decennialange niet aflatende en consequente ijver bij het opkomen voor het recht anders te zijn, vooral dan anders qua denken en voelen (en in haar geval ook het recht om het Nederlands in een traditionele ‘rijkere’ schrijfwijze te hanteren). Drie argumenten gaven de doorslag bij de keuze: 1) sinds haar studiejaren heeft Karin Verelst geijverd voor respect voor andersdenkenden en andersvoelenden van allerlei slag, ook psychiatriepatiënten, en in het bijzonder de erkenning van dromen, wanen en hallucinaties als een subjectief gegeven met een duidelijke existentiële betekenis voor de dromende, de wanende en de hallucinant; 2) zij heeft dit respect ingekaderd in een brede filosofische kijk op mens en samenleving en op een visie hoe in deze technocratische samenleving het subjectieve element van het bestaan in de verdrukking komt en 3) in haar concrete levenswandel en omgang met haar medemensen getuigt zij onmiddellijk van deze betrokkenheid op het anderszijn van anderen, op welke wijze deze ander ook ‘afwijkt’ van de gangbare patronen. De prijs Aliënofilie bestaat uit een gefotografeerd of gefilmd souper in een nog nader te bepalen cultuurdivers restaurant, waarbij de laureate plechtig en met de nodige égards het diploma Prijs Aliënofilie voorjaar 2006 zal overhandigd worden.
We hadden er ook aan gedacht voor de grap een prijs Aliënofobie in te stellen gaande naar een persoon of instelling die zich ‘verdienstelijk’ heeft gemaakt met het niet respecteren van het recht op anders-zijn, in het bijzonder op dit recht van de psychiatrische ander. Het lijkt ons echter beter ons te concentreren op de viering van een waardige winnaar/winnares en daar de nodige luister aan te geven.
site dePsychiatrie.com
Het Netwerk Psychiatrie en Samenleving http://psychiatrie.blogse.nl distantieert zich van onderstaande boodschap:
"dePsychiatrie.com - De Publieke Opinie
Bericht van Mitch Plat gepost op 09th April 2006 - 08:45:58 AM
Hoi Lotje, We zijn bezig met de ontwikkeling van een nieuw forum systeem, in dit systeem zul je betaald krijgen om af en toe goede reacties te geven of interesante (topic relevante) berichten te posten. Ik zal hier een bericht plaatsen zodra het online is!
Groetjes, Mitch
Wilt u reageren op dit bericht ? Bezoek http://www.depsychiatrie.com/ "
Via reclame verdient de webmatser met de site dePsychiatrie.com ongeveer 40 à 50 euro per dag (op voorwaarde uiteraard dat de site goed bezocht wordt). Via de betaling van boodschappen worden dus alleen de inkomsten van de webmaster opgedreven. Bovendien dreigen er allerlei onzin- en nepboodschappen, mogelijk zelfs verzinsels gepost te worden. Het Netwerk overweegt dan ook zijn link naar deze site te verwijderen.
Namens het Netwerk: Eric Rosseel
De link is effectief verwijderd.
zelfmoorden in de psychiatrie: een reactie van de sarah beweging
Netwerk Psychiatrie en Samenleving sluit zich aan bij onderstaande reactie van Jan Vanhaelen van de Sarah Beweging.
Ter informatie: een vandaag verschenen lezersbrief in De Standaard en mijn reactie:
Opinie De Standaard
woensdag 22 maart 2006
Gestorven in de psychiatrie
,,Te veel sterfgevallen in de psychiatrie'' titelde De Standaard vorige week dinsdag, en voegde daaraan toe: ,,Een kwart van de sterfte in de psychiatrie kan niet toegeschreven worden aan een natuurlijke dood'' (DS 13 maart) . Het artikel verwees naar een antwoord van minister van Volksgezondheid Rudy Demotte op een parlementaire vraag van VLD-volksvertegenwoordiger Hilde Dierickx. Behalve de kop zelf zijn twee conclusies uit het artikel betwistbaar: ,,Er sterven te veel mensen onnodig in de psychiatrische ziekenhuizen en de afdelingen psychiatrie van algemene ziekenhuizen'' en ,,Bij ruim negen procent kan de doodsoorzaak niet worden vastgesteld''.
Op basis van de meest recente, beschikbare registratieresultaten bedraagt het totale aantal sterfgevallen in psychiatrische ziekenhuizen en in afdelingen psychiatrie van algemene ziekenhuizen in België 682, tegenover 83.217 geregistreerde ontslagen patiënten. Daarbij hoort de volgende onderverdeling: 573 patiënten stierven een natuurlijke dood, 88 patiënten stierven door zelfdoding, 4 door accidentele sterfgevallen, 2 door doodslag en 15 door een onbekende oorzaak. Het aandeel niet-natuurlijke dood blijft dus relatief beperkt.
Dat de doodsoorzaak niet altijd kan vastgesteld worden, heeft te maken met patiënten die overlijden tijdens het zogenaamd ,,intermediair ontslag''. Als een patiënt ernstige lichamelijke problemen vertoont, zal hij vaak verwezen worden naar een algemeen ziekenhuis. Maar als hij daar overlijdt, wordt hij ook in het registratiesysteem van het psychiatrisch ziekenhuis als overleden vermeld. Vaak is de juiste reden niet bekend, zodat die dan ook niet kan meegaan bij de registratie. Dat is een verklaring voor het aantal sterfgevallen met een onbekende oorzaak.
Het aantal sterfgevallen als gevolg van een niet-natuurlijke dood (zelfdoding en accidenteel overlijden) mag je dus zeker niet overdrijven. Een steeds beter kwalitatief uitgebouwd preventie- en behandelingsbeleid liggen ongetwijfeld aan de basis daarvan. Wat niet wegneemt dat elke zelfdoding er één te veel is.
Raf De Rycke
(De auteur is gedelegeerd bestuurder van de Broeders van Liefde.)
-------------------------------------------------------
Reactie aan De Standaard 22 maart 2006
Gestorven in de psychiatrie
Lezer Raf De Rycke, gedelegeerd bestuurder van de Broeders van Liefde, betwist vandaag 22 maart 2006, in De Standaard, de kop van het artikel van vorige week "Te veel sterfgevallen in de psychiatrie" en twee conclusies uit het artikel. Mag ik opmerken dat deze conclusies niet door de krant maar door de volksvertegenwoordiger die de vraag aan minister Demotte stelde, gemaakt werden. Deze conclusies zijn overigens, tenzij men over andere inside-information beschikt, volkomen logisch én terecht.
De cijfers en bemerkingen die de heer De Rycke aanbrengt roepen wel nieuwe vragen op. Zijn cijfers, op basis van de meest recente, beschikbare registratieresultaten (sic), betreffen dus waarschijnlijk ofwel 2004 of 2005, dat is niet vermeld.
Als we verder tellen stellen we vast dat het aantal overlijdens in psychiatrie op drie of vier jaar tijd gestegen is van 514 naar 682, een toename dus met ongeveer 32 %. De natuurlijke overlijdens zijn op die tijd zelfs gestegen van 394 naar 573, dus met 45,5 %. Dit is alleszins een zeer eigenaardig resultaat, dat iedere verantwoordelijke beleidspersoon moet alarmeren. Stel je voor dat in de algemene ziekenhuizen dergelijke resultaten geboekt werden.
Dat men overlijdens in de gezondheidszorg dubbel registreert, lijkt me eigenaardig. En dat een algemeen ziekenhuis ofwel de doodsoorzaak niet kan verklaren en die ook niet kan doorgeven aan het psychiatrisch ziekenhuis, is pas helemaal mooi! Blijft dat de heer De Rycke stelt dat de juiste reden van de doodsoorzaak vaak niet bekend is. Zeker in geval van overlijden van een psychiatriepatiënt is er meer dan reden te over dat het parket dan ter plaatse komt en dat er onderzoek ingesteld wordt.
Ik stel me, eerlijk gezegd, met alle informatie waarover onze 'Sarah Beweging voor meer psychosociaal welzijn' beschikt, ernstige vragen over de officiële registratie in de psychiatrische sector. En er is zeker geen sprake van een beter uitgebouwd preventie- en behandelingsbeleid inzake geestelijke gezondheidszorg en psychiatrie, hun eigen cijfers bewijzen eerder het tegendeel.
Jan Vanhaelen
voorzitter Sarah Beweging
ons standpunt m.b.t. de psychotherapie-opleiding
ziehier ons standpunt m.b.t. de psychotherapie-opleiding in het kader van de nakende erkenning van het beroep van psychotherapeut:
(overgemaakt aan minister Rudy Demotte)
gezien de grote nood aan goed gevormde counselors en psychotherapeuten en de noodzaak aan een zeer brede multidisciplinariteit in deze aangelegenheid pleiten wij voor wat de opleiding counseling en psychotherapie betreft voor: een naar keuze en mogelijkheden van de betrokkene deeltijdse of voltijdse 5-jarige masteropleiding toegankelijk voor zowel professionele als academische bachelors waarbij in deze specifieke masteropleiding counseling en psychotherapie evenredige aandacht gaat naar:
-eigen leertherapie
-klinische stages
-therapie onder supervisie/controle
-multi-modale theoretisch-technische vorming
en dat in door de overheid erkende opleidingsinstituten zowel buiten als binnen de universiteiten en hogescholen.
acties
* ECT (elektroshocks) - in voorbereiding
zie o.a. http://www.ncrm.nl/elektroshocks.htm
http://www.antipsychiatry.org/ect.htm
http://www.sntp.net/ect/breggin1.htm
* onverantwoorde vrijheidsberoving in psychiatrische klinieken en ziekenhuisdepartementen (zgn. PAAZ-afdelingen). Met Annemie Roppe (volksvertegenwoordiger SPIRIT) wordt gewerkt aan een aanpassing van de (on)wettelijke bepalingen terzake. We houden u op de hoogte.
* wetenschappelijke presentatie:
‘Philosophy, Psychiatry and the Neurosciences'
9th International Conference on Philosophy, Psychiatry and Psychology
June 28 - July 1 2006 Leiden, The Netherlands
ABSTRACT
On a false scent:
Neurophilosophy and the question of human freedom.
Eric Rosseel, Centre Leo Apostel, Free University of Brussels
Neurophilosophy and neurogenetic determinism (as termed by brain science pioneer Steven Rose) embrace an unjustified reductionism in which social and personal problems are confined to matters of biochemical interactions and genetic predetermination. As such, they thwart the hegelian self-perfection and self-consciousness of Spirit (Mind) and the marxist emancipatory development of mankind: drugs and genetic manipulation substitute for personal and social interventions in matters of personal and social interest.. Biopsychiatry, brain imaging and psychopharmacology offer the technology to create a psychic situation in which humans no longer can and want to grasp the conditions of their existence. I develop my fundamental counterarguments along two lines:
1. neurophysiology dissipates the delicate problem of ‘free will' and ‘moral responsiblility'. So, I present a psychological and philosophical sketch of the development of free will and moral responsibility in the process of anthropogenesis. I will describe the concrete material process through which sensory ‘information-processing' and sensory-motor connections are transformed into mental processes by the insertion of ‘mental slide-ins' such as memory images and ego-speech that came to stand between perception and action. Part of the development of this mental process is the construction of a ‘conscious' Ego that is able to intervene in the stream of behaviour and consciousness of a living body (becoming a moral ‘person').
2. connected to this first line of argument is a scientific plea for an episodic and autobiographical psychology which analyzes behaviour and ‘states of minds' in their situational and temporal context, as sequences and episodes. In this respect, psychiatric symptoms must not be understood as manifestations of an underlying personal disorder but as moments in an episode. Implications for therapy are outlined.
My philosophy is based upon a connection between Hegel, Marx and Deleuze, the psychoanalysis of Lacan, the forgotten psychology of Kurt Lewin and the underdeveloped psychology of single persons.

