Gratis muziek?
Luister nu gratis naar muziek!
www.nl.fm
Date Spotter
Nog geen date gespot?
www.datespotter.nl
Pagina maken?
Deel je kennis met anderen!
www.startspot.nl
StartVriend.nl
Maak een eigen website!
www.startvriend.nl

Doden kunnen (meestal) niet spreken !

Hieronder de bemerkingen van de Sarah Beweging bij het verslag van de Enquête Geestelijke Gezondheid in Test Gezondheid nr. 82 - dec. 2007/jan. 2008 (Test Aankoop).

Doden kunnen (meestal) niet spreken

In TEST GEZONDHEID nr. 82 van december 2007/januari 2008 lazen we een interessant artikel: “ENQUÊTE GEESTELIJKE GEZONDHEID, Zielenpijn niet enkel met chemie te bestrijden”

Graag willen we de resultaten van deze waardevolle enquête georganiseerd in België, Spanje, Italië en Portugal tussen maart en mei 2007 wat toelichten vanuit onze ervaring op het terrein. Het artikel in Test Gezondheid had betrekking op de resultaten uit België. Het gaat om een tweevoudige enquête: de eerste bij de bevolking in het algemeen (1), de tweede enkel bij personen die om de psychische problemen te verhelpen hun toevlucht zochten tot professionele hulp (2).

In alle aspecten werd deze enquête door Test Gezondheid professioneel georganiseerd van bij het opstellen van de vragenlijsten en het selecteren van de doelgroep tot en met de verwerking en bespreking van de resultaten van de tweevoudige enquête in één artikel. Dit artikel bracht bijzonder relevante bevindingen naar voren, maar niet iedereen heeft deze bevindingen met de nodige aandacht gelezen.

Daarom nemen wij de tweede enquête (2) even opnieuw onder de loep waarbij we onze eigen wetenschappelijke criteria op het lezen van dergelijk degelijk professioneel artikel toepassen. Wij willen de resultaten en onze kritische benadering ervan onder de aandacht brengen van beleidsverantwoordelijken en zij die duiding brengen naar de publieke opinie toe.

Opstelling van de vragenlijst (2):

•  De vragenlijst vertrok over het algemeen van erg dicht bij de stelling dat mensen die hun toevlucht zoeken tot de systemen van Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en psychiatrie in onze maatschappij dit doen omdat ze “psychisch ziek” zijn of psychische problemen hebben.

•  Tevens werd er in de vraagstelling van uitgegaan dat GGZ en psychiatrie in onze maatschappij een voor bijna honderd procent verzorgende en helende taak hebben, die kadert in ons Gezondheidszorgsysteem en in de geneeskunde.

Bereiken van de doelgroep (2):

•  De vragenlijst was enkel te beantwoorden door personen die in de voorbije vijf jaar in psychiatrische of psychologische professionele behandeling waren “voor hun psychische problemen”. Dit sluit een meer objectieve beoordeling van de eventueel ontvangen “hulp”, door mensen die langer dan vijf jaar geen beroep meer (moeten) doen op dergelijke hulp uit. Wanneer je nog in behandeling bent of in de voorbije jaren met GGZ of psychiatrie te maken had, is het moeilijker daar een genuanceerde en overwogen kijk op te ontwikkelen of er een beoordeling over te maken.

•  De vragenlijst was opgemaakt in de gangbare enquête-taal die voor een mens zonder psychische problemen of die niet in behandeling is, al dikwijls moeilijk leesbaar of niet op een redelijke manier beantwoordbaar is. Dat wil zeggen dat personen onder psychiatrische medicatie, in emotionele of psychische problemen, deze lijst zeer moeilijk werkelijkheidsgetrouw konden invullen.

•  Personen die zwaar in de problemen zitten door hun ziekte of door hun problemen, of door de problemen van de omgeving, door de behandeling,… konden uiteraard deze lijsten niet invullen, omdat ze meestal niet in staat zijn in dergelijke toestand normaal te spreken, te lezen of te schrijven of op een of andere manier normaal te communiceren.

•  De tegemoetkoming van de enquêteurs om personen in problemen daarom te laten bijstaan door een familielid, vriend of hulpverlener, zet geen zoden aan de dijk, want dan krijg je in dit geval wel de inzichten en mening van die familieleden, vrienden of hulpverleners, maar niet van de persoon in kwestie.

•  Personen die toch via familie,vrienden of hulpverlener dergelijke enquête gaan invullen, stellen zich mogelijk erg kwetsbaar op. Ze kunnen toch niet gaan melden dat de hulp ontoereikend of slecht of schadelijk is, of dat ze geen steun vinden bij hun familie of omgeving, op gevaar af nog slechter behandeld te worden?

•  Naar onze schatting 'leven' er dan ook minstens vijftigduizend personen van de doelgroep in ons land die uitgesloten zijn van deelname omdat ze (met of zonder behandeling) helemaal iets dergelijks niet meer normaal kunnen doen.

•  Door bepaalde medewerkende verenigingen, die door ons volkomen onbetrouwbaar geacht worden, werd gretig gebruik gemaakt, niet alleen van het “bijstaan” van de personen in problemen, maar werden ook op bedrieglijke wijze een onmogelijk hoog aantal inzendingen aangeleverd (verscheidene keren de werkelijk voor hen bereikbare personen van de doelgroep).

•  Doden kunnen niet spreken. Het aantal voortijdige en onnodige doden door ggz- en psychiatrische behandeling (zowat tienduizend personen in België in de voorbije 5 jaar) konden uiteraard niet deelnemen.

•  Vele personen die de voorbije vijf jaar in psychiatrische of GGZ-behandeling zijn of waren, zijn weinig of niet bereikbaar via de media, familie, vrienden, hulpverlening of het internet voor bekendmaking van dergelijke soort enquête. Precies in deze doelgroep is de mogelijkheid van communicatiemiddelen veel meer beperkt dan in gelijk welke andere groep in onze maatschappij (daklozen niet te na gesproken maar bv. gevangenen wel inbegrepen).

•  De meeste mensen die psychiatrische of GGZ-hulp ontvingen, durven of willen daar, om allerlei maatschappelijke redenen niet over spreken. Ook anoniem niet. Ze staan in een te zwakke, kwetsbare positie (wat de enquête onrechtstreeks bevestigt). Familie, buren, kennissen- en vriendenkring, het arbeidsmilieu, VDAB, RVA, mutualiteit, juridische kwesties, de hulpverlening, de mogelijkheid om opnieuw in de problemen en de behandeling te komen of om de behandeling nodeloos verslecht en verlengd te zien zijn legio. Om te vermijden dat ze de problemen nog doen verergeren zullen ze meestal liever zwijgen.

Verwerking en bespreking van de enquête-resultaten (2):

Om onder meer alle hier opgesomde redenen bijeen, die niets afdoen aan de waarde van deze enquête en aan de professionaliteit en de zuivere doelstellingen van de enquêteurs, is het redelijk te stellen dat geen tien procent van de beoogde doelgroep van deze enquête bewust kennis genomen heeft. En slechts een klein procent daarvan heeft effectief geantwoord, naast de door derden in hun plaats ingezonden antwoorden en naast ingezonden lijsten van fictieve personen.

Toch is deze enquête meer dan voldoende relevant als we ze toetsen aan de contacten met meer dan tienduizend personen die onze Sarah Beweging in de voorbije twintig jaar in dat kader contacteerden en daarbij al of niet onze hulp inriepen. Dit is de reden waarom we deze enquête-resultaten zoals ze gepubliceerd werden in het artikel in Test Gezondheid enigszins willen toelichten.

Zelfs rekening houdend met alle mogelijke wetenschappelijke enquête-methodes mogen we, zonder tekort te doen aan de verdiensten van dit onderzoek, stellen dat de resultaten gemiddeld een positieve overschatting i.v.m. tevredenheid over de psychiatrische en GGZ-zorg vertonen van minstens tussen 10 en 30 procent. Op sommige niet typisch (on)tevredenheidsvragen schatten we de reële situatie tussen 5 en 10% hoger in. Neutrale, niet typisch (on)tevredenheidsresultaten kunnen we uiteraard moeilijk anders inschatten dan wat uit de enquête blijkt, alhoewel de resultaten anders zouden geweest zijn als men een representatief staal van alle mensen op een neutrale manier had kunnen ondervragen die in hun leven (of bij leven) hulp zochten in de GGZ of psychiatrie.

Onze conclusies en bemerkingen in verband met de enquête-resultaten (2):

Resultaten Test Gezondheid nr. 82 (in het blauw). Onze inschatting of bemerkingen (in het rood)

PSYCHISCHE PROBLEMEN EN GEVOLGEN VOOR HET WERK

Ik was minstens 1 dag afwezig op het werk in de loop van de laatste 12 maanden. 19 %
Ik liep een promotie of andere carrièrekans mis. 11 %
Ik werd beledigd of gediscrimineerd. 20 %
Ik werd ontslagen. 3,5 %

BIJ WIE ZOCHT U STEUN?

Echtgenoot / Partner 36 %
Vriend / collega 32,5 %
Ander familielid 25 %
Geestelijke 2 %
Deskundige uit de gezondheidszorg 22 %
Niemand 35 %

INDIEN U EEN DESKUNDIGE RAADPLEEGDE, WIE WAS DAT DAN?

Huisarts 33 %
Psycholoog 25 %
Psychiater 18 %
Huwelijkstherapeut 9 %
Psycholoog + psychiater 5 %
Neuroloog 4 %
Andere consulent of therapeut 9 %

VOOR WELK(E) PROBLE(E)M(EN) DEED U EEN BEROEP OP PROFESSIONELE HULP?

Depressie 47 %
Angststoornis(sen) 35 %
Verdriet over het verlies van een geliefde 28 %
Depressie + angst 26 %
Problemen met de kinderen of anderen (niet de echtgenoot) 18 %
Huwelijksproblemen 17 %
Stressgebonden problemen 17 %

NAM U GENEESMIDDELEN OM UW PSYCHISCHE PROBLEMEN TE BEHANDELEN?

vrouwen 26 %
mannen 15 %
beide geslachten 22 %

HOEVEEL GENEESMIDDELEN NAM U?

1 46 %
2 28 %
3 14 %
4 5 %
5 of meer 6 %

“Mensen die behandeld werden, kregen doorgaans een of andere gesprekstherapie (cognitieve therapie, gedragstherapie, gezinstherapie, psychoanalyse ...), zonder geneesmiddelen (63 %). 26 % kreeg enkel een geneesmiddelenbehandeling, zonder enige gesprekstherapie. Slechts 11 % combineerde beide vormen van behandeling. Opmerkelijk is dat 14 % de soort van therapie die ze kregen niet kon thuiswijzen. Dat is betreurenswaardig. Wij zijn van mening dat de patiënt zich in hogere mate betrokken voelt als hij weet welke therapie hij volgt en als hij het werkingsprincipe daarvan kent. Tevens verklaren 15 % van de patiënten die werden opgenomen en 24 % van de patiënten die een ambulante behandeling ondergingen dat de therapeut hun nooit een diagnose heeft gesteld. Die hoge percentages doen eveneens vragen rijzen.”
(Enquête Test Gezondheid)

PERCENTAGE ONTEVREDEN OF ZEER ONTEVREDEN PATIËNTEN OVER ...

Opgenomen patiënten

... het gedrag en de deskundigheid van de therapeut 34% 60%

... de administratieve aspecten van de behandeling 40% 65%

... de toegankelijkheid (prijs, wachttijd ...) 43% 70%

... soorten interventies (ontmoetingen met de familie, hulp om werk te zoeken...) 49% 75 à 80%

... de doeltreffendheid van de behandeling 50 % 80%

... de algemene aanpak van de behandeling 51% 80%

... de betrokkenheid van familie en naasten bij de behandeling 57% 85%

... de informatie die de patiënt ontving 73% 90%

Algehele ontevredenheid 45% 70 à 75%

patiënten die enkel een ambulante behandeling kregen

... het gedrag en de deskundigheid van de therapeut 20% 40%

... de administratieve aspecten van de behandeling 43% 70 à 75%

... de toegankelijkheid (prijs, wachttijd ...) 39% 50%

... soorten interventies (ontmoetingen met de familie, hulp om werk te zoeken ...) 35% 65%

... de doeltreffendheid van de behandeling 33% 50%

... de algemene aanpak van de behandeling 40% 60%

... de betrokkenheid van familie en naasten bij de behandeling 41% 65%

... de informatie die de patiënt ontving 73% 85%

Algehele ontevredenheid 38% 60 à 65%

“In het algemeen geldt dat de tevredenheid van patiënten die opgenomen werden (in het ziekenhuis of in een andere zorginstelling) lager is dan die van patiënten die enkel een ambulante behandeling kregen.” (Enquête Test Gezondheid klopt hier met onze ervaring en bevindingen)

ZOU U DEZELFDE BEHANDELING AANRADEN AAN EEN FAMILIELID OF VRIEND MET HETZELFDE PROBLEEM? (% komen ongeveer overeen met de gemiddelde algemene (on)tevredenheidsgraad)

Opgenomen patiënten

ja, zeker 37 %
ja, waarschijnlijk 28 %

patiënten die enkel een ambulante behandeling kregen

ja, zeker 51 %
ja, waarschijnlijk 31 %

HEEFT DE BEHANDELING U GEHOLPEN?

Geen verandering of slechter bij

psychiater (enkel behandeling met geneesmiddelen): 35% 70%
psychiater (enkel gesprekstherapie): 39% 60 %
psychiater (geneesmiddelen + gesprekstherapie): 32% 65%
psycholoog: 37% 50%
huisarts: 51% 60%

“Meer dan 20 % van de Belgen nam in de loop van de laatste twee jaren geneesmiddelen om psychische problemen te boven te komen; vrouwen in hogere mate dan mannen.

Bijna de helft nam slechts een enkel geneesmiddel, maar 11 % nam er minstens 4 verschillende, successief of tegelijkertijd.

Om welke soorten van geneesmiddelen gaat het? Vooral antidepressiva (46 % van al wie geneesmiddelen nam) en angstwerende middelen (38 %). Dit is logisch aangezien de voornaamste problemen depressie en angst zijn. 8 % nam natuurproducten (sint-janskruid, valeriaan ...) en 5,5 % neuroleptica.

Verontrustend is dat niet minder dan 7 % van al wie geneesmiddelen nam, dat deed op eigen initiatief of op aanraden van een naaste, dus zonder medisch advies.” (Enquête Test Gezondheid)

De grote meerderheid van de patiënten die een behandeling volgde, is van oordeel dat die psychotrope geneesmiddelen veel tot zeer veel hielpen. (Enquête Test Gezondheid)
Onze bemerking: bij wie het niet hielp was het wellicht niet (of niet meer) mogelijk om op de vragen te antwoorden.

“De keerzijde van de medaille is dat meer dan 80 % van hen meldt dat ze last hadden van ongewenste nevenwerkingen door het geneesmiddelengebruik, hoofdzakelijk slaperigheid (geciteerd door 43 % van de mensen die nevenwerkingen rapporteren), futloosheid (32 %), geheugenverlies (32 %), onrust/zenuwachtigheid/slapeloosheid (31 %) en seksuele problemen (29 %).
(meestal precies de symptomen of oorzaken van symptomen waartegen het geneesmiddel voorgeschreven en genomen wordt)

De nevenwerkingen variëren van geneesmiddel tot geneesmiddel. En hoe meer geneesmiddelen een patiënt neemt, hoe groter het aantal nevenwerkingen.

Er dient wel te worden opgemerkt dat degenen die een goede relatie hadden met hun therapeut (met name wanneer die hen hielp om de nevenwerkingen te beheren) in veel hogere mate vinden dat de geneesmiddelen ook echt hielpen. Anders gezegd, de kwaliteit van de relatie tussen patiënt en deskundige vormt een essentieel criterium voor de doeltreffendheid van de behandeling .” (Enquête Test Gezondheid)
(onze bemerking: van een placebo-effect gesproken voor wat de positieve werking van die pillen betreft!!! Voor de negatieve werking is er zoveel placebo-effect niet mogelijk, want dan zou haast niemand nog door psychofarmaca geholpen zijn)

“Minpunten

– Een aspect van de behandeling laat duidelijk te wensen over, aangezien nauwelijks een kwart van de patiënten verklaart er (zeer) tevreden over te zijn: de verstrekte informatie .
(Dus bijna niemand is tevreden over de verstrekte informatie)

Voor wie opgenomen werd, ontbreekt het vooral aan informatie over de werkwijze om een klacht in te dienen, over de aard van het probleem, over de mogelijke evolutie van de stoornis en over zelfhulpgroepen en patiëntenverenigingen.

Het eerste punt (over de klacht) is ook de voornaamste lacune voor wie ambulant werd behandeld. Die groep klaagt bovendien over de hoge kosten , vooral in de privésector.

– Sommige aspecten betreffende de sociale re-integratie van residentiële patiënten leiden evenmin tot grote tevredenheid (hulp om werk te vinden en om de werkbekwaamheid te verbeteren, betrokkenheid van de familie en naasten, hulp om een uitkering of financiële hulp te krijgen ...). Toch zijn dat belangrijke criteria.

Zo'n 22 % van de patiënten zette de behandeling stop vooraleer ze ten einde was. (Slechts zeer weinigen die de behandeling stop zetten of eraan overleden zijn en dus ook de behandeling stop zetten zullen de enquête kunnen beantwoord hebben)

De voornaamste verklaringen daarvoor zijn dat de patiënten het gevoel hadden dat een voortzetting van de behandeling niet zou hebben geholpen of dat het probleem volgens hen opgelost was of makkelijker te dragen.
De hoge prijs van de behandeling ligt mee aan de basis van 17 % van vroegtijdige stopzettingen. Een derde van de mensen die opgenomen waren en hun behandeling staakten, verklaart dit doordat ze de hele dag nutteloze activiteiten moesten doen.

Wij zeiden al dat ongeveer 20 % van de bevolking meldt al beledigd of gediscrimineerd te zijn vanwege de psychische moeilijkheden .

Voor dat aspect ondervroegen wij de patiënten die een behandeling volgden meer in detail. Vooral patiënten die werden opgenomen, melden dit soort van situaties: niet minder dan 33 % van hen zegt verbale beledigingen of bedreigingen te hebben gekregen van andere patiënten en 17 % ... van het personeel van de instelling.
(resp. meer dan waarschijnlijk minstens 50% en 35%)

8 % verklaart fysiek te zijn bedreigd of aangevallen door andere patiënten, en 4,5 % door het personeel.
(volgens ons resp. minstens 25% en 20%)

Gevallen van ongewenste seksuele intimiteiten werden gemeld door respectievelijk 7 % (andere patiënten) en 2,3 % (het personeel).
(volgens ons resp. minstens 20% en 10%)

“Deze cijfers zijn vanzelfsprekend choquerend en wijzen erop dat patiënten zich niet steeds in een omgeving bevinden die genezing bevordert ...

– Een andere delicate kwestie is die van dwangmaatregelen. Zo zijn er de gedwongen opnamen (naar schatting 2 500/jaar), die altijd al controversieel zijn geweest; 14 % van de deelnemers die opgenomen werden, zegt dit te hebben meegemaakt. Ook verschillende andere vormen van dwangmaatregelen (44 % van de respondenten kreeg ermee te maken) staan ter discussie. Doorgaans komt het er daarbij op aan de patiënt te verbieden de afdeling te verlaten of hem in zijn kamer of in een isolatiekamer af te zonderen. Sommigen melden ook met armen en/of handen te zijn vastgebonden of onder dwang geneesmiddelen toegediend te hebben gekregen.” (Enquête Test Gezondheid)
(We hebben verscheidene honderden getuigenissen inzake onverantwoorde toepassing van dwangmaatregelen verzameld in de loop van de voorbije twintig jaar)

Algemene conclusie:

Waarom zou men meer geld investeren in het bestendigen van de manier waarop een sector georganiseerd is, een sector die niet alleen verlieslatend is, maar die tevens vele duizenden mensen per jaar in ons land niet kan helpen en vele honderden mensen per jaar in ons land onnodig en ongepast doet overlijden?

Om deze sector gezond te maken is er niet meer geld nodig, maar minder.

Er is in de eerste plaats een mentaliteitsverandering nodig.

De top van deze sector en ieder die er in werkt moet eerst leren luisteren naar de hulpvragers (dus niet naar de industrie en de nepverenigingen VVGG, VVMD (Ups & Downs), UilenSpiegel, Similes, Zitstil enz.) en naar wat er op het terrein leeft.

Deze sector moet herkennen en erkennen dat zijn (vooral biopsychiatrische en biopsychofarmacologische) methodes niet wetenschappelijk gefundeerd zijn maar behoren tot een machtsapparaat dat de maatschappelijke problemen moet opvangen op een pseudo-geneeskundige wijze.

Deze situatie brengt mee dat er meer “zieken'” en slachtoffers (doden, levenslang zwaar gehandicapten) gemaakt worden door dit systeem dan dat er leed door verholpen wordt.

De huidige GGZ en psychiatrie bij ons zouden eigenlijk voor zowat 90 % niet onder gezondheidszorg en geneeskunde mogen ressorteren maar behoren tot het domein van het psycho-sociaal welzijn.

Alleen als men bereid is verder te kijken dan wat door de top van de psychofarmaceutische en de psychiatrische industrie al meer dan een halve eeuw voorgeschoteld wordt, zijn er oplossingen en verbeteringen mogelijk.

Wie hier niet voor openstaat, kan hoegenaamd geen gesprekspartner zijn bij dit debat.

werken voorkomt en geneest depressie

Werk helpt depressie verwerken

Gaan werken is niet de oorzaak van een depressie, integendeel. De kans is groot dat je job en je collega's je net mentaal gezond houden. Werkende mensen herstellen sneller van een depressie dan niet-werkende.

Misschien omdat ze wisten dat ze zich moesten herpakken, maar het effect was het grootste bij degenen die een begrijpende en flexibele baas hadden, die contact hield met de depressieve werknemer. Ook op lange termijn is werken en de draad terug oppakken beter dan thuis zitten.

Dat kwam naar voren uit Brits onderzoek bij 500 mensen die na een depressie terug aan het werk gingen. Ze werden daarbij opgevolgd door gedragstherapeuten. "Bazen staan vaak weigerachtig om contact op te nemen met hun werknemers, omdat ze niet willen beschuldigd worden van vriendjespolitiek of lastig vallen. Maar sympathiek contact kan de gezondheid van de werknemer erg vooruit helpen.", verklaarde Gordon Parker in de Britse krant Daily Mail.

Wat ons nog allemaal te wachten staat

[Een oude tekst, ons doorgestuurd door Monica S., ondertussen zal men wel nog wat meer 'gevorderd' zijn. Met radio-golven onze chromosomen beïnvloeden kan natuurlijk aangewend worden om erfelijke ziekten te voorkomen, maar ook voor heel wat minder prettige zaken, afhankelijk van wie de radiogolven uitzendt. En het is geweten dat de militairen en de veiligheidsdiensten er altijd het eerst bij zijn om dat soort nieuwe uitvindingen of technologieën in te zetten, legaal of buiten elke democratische controle.]

MIT researchers control biological materials with radio waves

January 9, 2002

CAMBRIDGE, Mass. -- It's not exactly "ET, phone home," but researchers at the Massachusetts Institute of Technology report in the January 10 issue of Nature that they can "speak" to DNA biomolecules with radio waves.

The goal is to instruct biological materials how to act for a variety of purposes. Biological machines may one day be used to perform computation, assemble computer components or become part of computer hardware or circuitry. Radio-controlled biology may lead to single-atom or single-molecule machines or the ability to hook tiny antennae into living systems to turn genes on and off.

"Recent studies have provided new insights into the complexity, precision and efficiency of biomolecular machines at the molecular scale, inspiring the development of physical and chemical manipulation of biological systems," said Joseph M. Jacobson, associate professor at the MIT Media Lab and an author of the study. "Manipulation of DNA is interesting because it has been shown recently that is has potential as an actuator (a hard drive component) and can be used to perform computational operations."

MIT researchers predict that radio frequency (RF) biology will have a broad range of applications. Because virtually all biological molecules can be linked with gold or other semi-conducting nanoparticles, these molecules can be controlled electronically, remotely, reversibly and precisely, says Shuguang Zhang , associate director of MIT's Center for Biomedical Engineering and one of the study's authors. Such systems will have profound implications for finely dissecting detailed molecular interactions and formations, he said.

SINGLE-ATOM MACHINES

Jacobson, head of the Media Lab's Molecular Machine group , has a background in quantum physics. He became interested in using biology as a tool to create nanometer-length machines. The ultimate goal, he said, is a machine on the single-atom or single-molecule level.

It's hard to manufacture computer chips much smaller than 30 nanometers, but biology has an excellent track record at creating tiny workable systems. The cell itself is a phenomenal little machine with its own power supply and memory. "If we're interested in molecular-scale machines, biology is a wonderful place to start," Jacobson said.

He worked with researchers from MIT's Center for Biomedical Engineering to attach tiny radio-frequency antennae -- a metal nanocluster of less than 100 atoms -- to DNA.

When a radio-frequency magnetic field is transmitted into the little antennae, the molecule is zapped with energy and responds.

Hybridization is the process of joining two complementary strands of DNA or one each of DNA and RNA to form a double-stranded molecule. In dehybridization, the strands unwind. Using this technique, the researchers dehybridized double-stranded DNA in a matter of seconds. The switching is reversible, and did not effect neighboring molecules.

Nanocrystals can be attached to proteins as well as to nucleic acids. This opens the possibility of switching more complex processes such as enzymatic activity, biomolecular assembly, gene expression and protein folding. The function of cells' components and the cell life cycle itself may be electronically regulated with radio frequency, Jacobson said.

The goal is build molecules into systems that turn on and off depending on the electronic commands they receive. It may one day be possible to hook the antennae into living systems and turn genes on and off. "There are already numerous examples of nanocrystals attached to biological systems for the purpose of sensing," said co-author Kimberly Hamad-Schifferli , a postdoctoral associate in the MIT Media Lab. "However, we hadn't come across any examples where they are used as a means of controlling the biology."

SEEKING ULTIMATE ANSWERS

"The development of molecular biology has witnessed many examples of ways to design new tools that accelerated uncovering nature's secrets," Zhang said. "Regulation of biomolecules using electronic RF control represents a new dimension in biology."

The exquisitely fine electronic controls of biological regulation will likely become more and more important in understanding complex molecular interactions in great detail, he said, because there is currently no other way to achieve fine local control without disturbing neighboring molecules. He likened the level of communication to using a mobile phone to convey a message to a single person in a crowd.

"Radio frequency biology provides us with some extraordinary tools and with unprecedented precision controls to study biomolecules and their interactions. These new tools and technologies will undoubtedly accelerate and advance our knowledge in finest detail. It not only opens new avenues for us to ask big and deep questions but also to attain the ultimate answers in biology," Zhang said.

In addition to Jacobson, Hamad and Zhang, the study's authors are John J. Schwartz, a former postdoctoral associate in MIT's Center for Biomedical Engineering who now works for a company called engeneOS in Waltham, Mass., and MIT student Aaron Santos. Jacobson and Zhang also are affiliated with engeneOS, which designs and builds programmable biomolecular devices consisting of natural and non-natural materials for commercial applications.

This work is funded by the Defense Advanced Research Projects Agency (DARPA) and the Things That Think consortium at the MIT Media Lab.

Spirituele Quatsch

[De Standaard, zaterdag 07 juni 2008] 

Een baxter van spirituele quatsch

Deeksha blues: Gedrogeerd door een overdosis new age

Photobucket

Channelen met Orin, het lichtlichaam in jezelf laten ontwaken: voor de wetenschap is het klinkklare nonsens, maar het staat iedereen vrij te geloven wat hij wil. Tot je moeder haar hele gezin laat vallen omdat ze zich 'op een hoger energieniveau bevindt' dan haar omgeving.

15 mei: Heilige Dimpna

Dimpna van Geel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

De heilige Dimpna
De heilige Dimpna

De Heilige Dimpna (ook Dymfna, Dimfna, Dympna of Dymphna) is een vrouwelijke heilige (maagd en martelares) uit de zevende eeuw, waarschijnlijk geboren te Engeland. Ze is de patroonheilige van de Vlaamse stad Geel. Haar naamfeest is op 15 mei.

Onder Bisshop Guy I van Laon (1238-1247), schreef Pierre, een kanunnik aan de kerk van Saint-Aubert te Cambrai, een "Vita" van deze heilige. De auteur benadrukt dat hij de biografische gegevens slechts kent via mondelinge overlevering.

Biografie

Dimpna was de dochter van de heidense Ierse koning Damon en een christelijke moeder van grote schoonheid. Haar moeder liet Dimpna in het geheim dopen door Gerebernus. Als het meisje nog een kind is sterft haar moeder. Haar vader is radeloos en zoekt naarstig naar een nieuwe echtgenote. Maar niemand kan de plaats van zijn overleden vrouw innemen. Als laatste wil hij zijn dochter dwingen met hem te trouwen. Dimpna vlucht daarop, samen met haar biechtvader Gerebernus naar het vaste land van Europa. Ze komen in Vlaanderen terecht en vestigen zich in de bossen in de Kempen. Hier leven beiden als kluizenaars en zorgen voor de armen en behoeftigen. De kapel van de H.Martinus te Geel is dan weldra een bekende plaats. Haar vader is hen achtervolgd en na enkele jaren vindt hij beide in hun kluizenaarsverblijf. Wederom dwingt hij Dimpna om met hem te trouwen en haar biechtvader moet het huwelijk sluiten. Maar hun antwoord is een duidelijk neen. Hierop ontsteekt haar vader in razernij, onthoofdt zelf zijn dochter en laat Gerebernus door zijn dienaren onthoofden.

Haar relieken werden overgebracht naar Geel (die van Gerebernus naar Sonsbeck bij Xanten(D) - zijn hoofd echter bevindt zich nog te Geel). Op haar graf deden zich genezingen voor en dat bracht pelgrims, vooral geesteszieken, naar Geel. Deze devotie ligt aan de basis van de latere gezinsverpleging voor psychiatrische patiënten te Geel. In de 19de eeuw kwam deze zorg onder de staat en kende een grote bloei. In 1970 verbleven er ca. 1700 patiënten te Geel, 1350 bij pleeggezinnen en 350 in de gesloten inrichting.

Er is te Geel een Sint-Dimpnakerk opgetrokken in bruine en witte ijzerzandsteen (demergotiek), 1349-1480, met onvoltooide toren. Er bevinden zich het graf en de relikwieën van de Heilige Dimpna, fraaie Antwerpse retabels, het Dimpnaretabel van Jan van Wavere (1515) en een Passieretabel, met schilderwerk van Goswin van der Weyden, en in het koor het praalgraf van Jan van Mérode en zijn echtgenote Anna van Gistel door Cornelis Floris De Vriendt (1544). Tegen de zuidkant van de kerk is er een ziekenkamer, 16de eeuw, waar vroeger zieken verbleven. Voorts fraaie schilderijen en beeldhouwwerk. Tevens bevindt zich te Geel het Sint-Dimpna- en Gasthuismuseum. Het huidige gebouw, 1687, van het in de 12de eeuw gestichte hospitaal, herbergt een interessante collectie meubilair, schilderijen, voorwerpen van tin, ijzer, hout en glas, porselein en liturgische voorwerpen, naast andere bezienswaardigheden.

Dimpnadagen

Op 19 mei 1990 vond er een verbroedering plaats tussen het Vlaamse Geel en het Duitse Xanten. Reden voor deze toenadering van beide steden was een "vijandelijke overname". Volgens de legende roofden tijdens de middeleeuwen "Rovers uit Xanten", de schrijnen van de Heilige Dimpna en de Heilige Gerebernus. Deze scène wordt in het hoogaltaar van de Sint-Dimpnakerk in Geel voorgesteld. Om de 5 jaar wordt tijdens een folkloristische stoet de stadsgeschiedenis van Geel voorgesteld, waaronder ook de wandaad van Xanten. De laatste Dimpnadagen, met vele manifestaties en de stoet rond het spektakel Gheelamania vonden in mei 2005 plaats. De overblijfselen van de heilige Gerebernus bevinden zich in een kapel te Sonsbeck (D) bij Xanten, zijn hoofd nog te Geel.

Patrones

De Heilige Dimpna is de patrones van de bezetenen en geesteszieken en de beschermheilige tegen epilepsie en krankzinnigheid.

Dymphna, heilige patrones der zotten

DYMPHNA

From Wikipedia, the free encyclopedia

Saint Dymphna

Saint Dymphna: fanciful portrait from an old holy card
Died 7th century
Venerated in Roman Catholic Church
Feast May 15
Attributes being beheaded by the king; kneeling at Mass while her father murders the priest Gerebernus; lamp; praying in a cloud surrounded by a group of lunatics bound with golden chains; princess holding a lamp and sword; princess with a sword holding the devil on a leash; young woman with Saint Gerebernus
Patronage sleepwalking, mental health, epilepsy, possessed people, princesses, family happiness

Saint Dymphna (also: Dympna, Dimpna) is traditionally held to be the daughter of a pagan Irish chief and his Christian wife in the 7th century.

Contents

Life and death

Dymphna was born in Clogher in County Tyrone, Ireland. Her father was a local chieftain. When her mother died she was only fourteen.Her father Damon scoured the world for a suitable and equally beautiful replacement. After the search failed, his advisors pointed out to the chief that his teenage daughter had inherited her mother's looks. Driven mad by grief, Damon made advances on Dymphna. Together with her confessor, the elderly priest St. Gerebernus, she fled to Belgium. There they took refuge at a chapel near the present day site of Gheel, not far from Antwerp. However Damon's spies tracked them down and the chief set out after them. Confronting them at Gheel, he ordered his soldiers to slay Gerebernus and begged Dymphna to return with him to Ireland. When she refused, he decapitated her in a rage. Locals later buried the two bodies.

Medieval traditions

The historical basis for this story is uncertain. There are variations in the legend and it has counterparts in the folktales of many European countries. The Irish version of her name is Davnet and has given its name to the village and parish of Tydavnet in County Monaghan in Ireland, just 10 miles from her birthplace in Clogher. She is reputed to have established a church there and a Staff or Crozier attributed to her is now in the National Museum of Ireland in Dublin. Dympna also has associations with the parish of Lavey in County Cavan, Ireland. Dymphna enters the historical record in the 13th century after a local bishop commissioned her biography. Although it is clear that he was prompted by already existing practices of veneration by locals, it is also clear the story is derived entirely from oral tradition. Fragments of two sarcophagi that supposedly bore the bodies of Dymphna and Gerebernus were found in the area, as well as a brick inscribed "DYMPNA" that was purportedly laid in one of the coffins. This may have prompted the local traditions. The body of St. Dymphna is held in a silver reliquary in the Gheel church named in her honor, although the original church burnt down in the 15th century.

Burial place

The burial place of St. Dymphna has long been associated with accounts of miraculous cures of mental illness. An infirmary was built there in the 13th century and to this day Gheel hosts a world-class sanatorium. A peculiarity of the treatment at Gheel from the earliest days is that patients are hosted with local residents, living and working alongside them. This is remarkable considering the attitudes of indifference and hostility to the insane of the time.

Sainthood

St. Dymphna is also known as "Dimpna" or "Dympna" and may be synonymous with the Irish saints Davets and Damhnait (Damhnade). Her feast day is May 15 and she is the patron saint of those who suffer from mental illnesses and nervous system disorders, epileptics, mental health professionals, happy families, incest victims, and runaways.

Buitenaardse Geesteszieken

We kunnen niet genoeg herhalen hoezeer het begrip geestesziekte relatief is. De term slaat niet op de vaststelling van een feit, maar op een oordeel, volledig afhankelijk van wie over wie of wat oordeelt. Net zoals de meeste van onze begrippen waarmee we ons zelf of anderen menen te kunnen vatten (en immobiliseren!). Wanneer mijn partner me bij een meningsverschil bestookt met de uitspraak "Jij bent paranoïde, man!", dan is dit iets helemaal anders dan wanneer een psychiater me zegt: "U bent paranoïde, meneer!" (en ik ben geneigd mijn partner ernstiger te nemen dan die psychiater).
Er wordt al meer dan een halve eeuw rekening gehouden met de mogelijkheid van leven op andere plaatsen in ons universum, zelfs menselijk leven. Betekent dit dat onze spacewatchers voorzien dat als we contact zouden krijgen met buitenaardse wezens, we bij deze wezens ook geesteszieken zullen aantreffen? Zou er zoiets bestaan als buitenaardse neuroses en psychoses, zouden die wezens op het einde van hun leven het risico lopen dement of alzheimer te worden, zou er buitenaardse anorexia bestaan en zouden die buitenaardse wezens ook psychiatrische ziekenhuizen hebben met isolatiecellen en elektroshocks?
De term buitenaardse intelligentie is ook zo'n vreemd begrip. Wat bedoelen we daarmee? Betekent het dat die buitenaardse wezens op onze IQ-testen hoger zouden scoren dan ons aards menselijk gemiddelde? Zouden die extraterrestials ook onderling verschillen in intelligentie, met andere woorden: zouden er buitenaardse idioten en buitenaardse genieën bestaan?
Al onze begrippen zijn dwaas en drukken alleen ons verbazingwekkend vermogen uit om onze onwetendheid te verbloemen. En onze drang om anderen te vatten in modieuze termen die het hooguit een paar decennia volhouden. Geestesziekte is zo'n term. Want eigenlijk spreken we anno 2008 niet meer over ziekte maar over "stoornissen" of "gedragsproblemen". En in 2018 spreken we misschien over "herseninsufficiëntie" of "immunologisch deficit", weet ik veel. Misschien wordt er zelfs een wedstrijd uitgeschreven, waarin een nieuwe term wordt geproclameerd, een soort Gouden Uil van de Universal Psychiatric Association, rechtstreeks uitgezonden op tv en kan u met een sms-je deelnemen aan de verkiezing van de publieksvoorkeur.
      

Schending Mensenrechten Psychiatrie (Stuk 2.a)

Een inventaris van mogelijke mensenrechtenschendingen?
Vers un inventaire de possibles violations des droits de l’homme?

Een inventaris? U verwacht zich vermoedelijk aan een kurkdroge opsomming van harde, brutale en afgrijselijke feiten die zich in de psychiatrie voordoen of ooit hebben voorgedaan, zonder evenwel de wezenlijke samenhang tussen deze gevallen bloot te leggen. Dan leest U toch beter de publicaties van de Scientology Church over de wandaden van de psychiatrie. Wie ons kent, weet dat onze poëzie een delirisch amalgaam is, maar ons proza is doorgaans uitzonderlijk samenhangend en consistent, misschien zelfs te perfectionistisch consistent. Wij horen ook niet tot het soort Amerikanen die, als ze het over de folteringen op Guantanamo Bay hebben, zich beperken tot wat kreten over waterboarding. Wij beloofden u in het tweede deel een aantal flagrante gevallen van mensenrechtenschending te presenteren, maar deze gevallen zijn voor ons maar illustraties, geen poging tot een kwantitatieve inschatting van het fenomeen. Wat wij u in eerste instantie pogen duidelijk te maken zijn de ‘principes’ die deze gevallen schering en inslag maken, zelfs al weten wij ook dat er in elk psychiatrisch ziekenhuis wel minstens één psychiater rondloopt die prachtig werk levert. Maar de psychiatrie is niet te herleiden tot de activiteiten van een arts die na zijn geneeskundestudies een aantal boeken over de menselijke hersenen gelezen heeft met als aanvulling een aantal klassiekers uit de wereldliteratuur waar hij graag mee uitpakt. Die klassiekers wendt hij in zijn praktijk echter eigenlijk nauwelijks aan voor de verbetering van het lot van zijn patiënten: veeleer kunnen we zeggen dat hij Kafka of Dostojewski gebruikt om zijn toehoorders (de verpleegkundigen die, met diep in hun hart een rancuneuze jaloezie, tijdens de teamvergadering naar hem opkijken als naar Dieu et Maître) te overbluffen eerder dan dat hij deze kennis over de diepten van de psyche overdraagt op zijn patiënten. Het is in wezen hemeltergend dat een psychiater op lezingen uitpakt met straffe verhalen over bizarre individuen die het publiek boeien, terwijl hij de patiënten waarover hij het op die lezingen heeft nauwelijks weet te begeesteren en daar doorgaans niet eens een poging toe doet. Het is in de eerste plaats deze pretentie die wij als een schending van de mensenrechten zien. Temeer dat ook psychologen en seksuologen (seks is uiteraard een sexy thema voor lezinghouders) meer en meer deze toer opgaan: zij staan immers te springen om de psychiater van zijn troon te stoten. Een alom bekende Vlaamse seksuologe mag van geluk spreken dat wij, toen we nog aan de Vrije Universiteit Brussel werkten, examens de stomst denkbare procedure vonden om studenten op hun kwaliteiten te beoordelen en wij daarom nooit iemand minder dan 10 op 20 gaven. En dan spreken wij nog niet over haar eindwerk in de seksuologie aan de Katholieke Universiteit Leuven, waarbij wij de door haar verzamelde ‘empirische’ gegevens wat statistisch hebben geschminkt (we wisten toen niet over wiens werk het ging, we deden het voor de ‘vriendin van een vriendin’).  Och, we gaan niet roddelen, maar het geeft me wel een intro voor de formulering van onze eerste basisschending van de mensenrechten door de psychiatrie en de ermee verwante ‘wetenschappen’. Natuurlijk viseren we hier niet elke psychiater, psycholoog, etc. afzonderlijk, maar het aureool dat deze beroepen wordt toebedacht, in de eerste plaats door de beroepscorporaties zelf, die nauwelijks hun eigen vermogens relativeren.

Un inventaire? Sans doute vous vous attendez à une énumération sèche mais en même temps sentimentale de faits cruels et affreux qui se sont déroulés récemment ou dans un passé déterminé dans la psychiatrie, sans nénamoins révéler la cohérence entre ces cas plutôt spectaculaires. Dans ce cas, il vous convient peut-être mieux de lire les publications du Scientology Church sur les méfaits de la psychiatrie. Ceux qui nous connaissent, savent que notre poésie se présente comme un amalgame délirant, mais que nos textes prosaïques se caractérisent par une cohérence et une consistence qui tend à la perfectionnisme quasi-pathologique. Aussi nous ne sommes pas de ces Américains qui discutant des tortures qui s’effectuent ou se sont effectuées dans les cellules de Guantanamo Bay, se limitent à quelques cris concernant la pratique du waterboarding. Nous vous avons promis de commentarier un certian nombre de cas flagrants de violation des droits de l’homme dans la psychiatrie, mais ces cas figurent pour nous en tant qu’illustrations, pas des essais envers une estimation quantitative et complète du phénomène. Ce que nous voulons dévoiler en premier lieu, ce sont les ‘principes’ qui expliquent que ces cas ne sont pas des exceptions, même si, nous aussi, nous savons que chaque hôpital psychiatrique auberge au moins un psychiatrique qui fait un travail merveilleux avec ses patients. Mais la psychiatrie ne se laisse pas réduire aux activités d’un médecin qui ayant fini ses études de médecine, a lu quelques livres sur le cerveau humain et en complément un pair des classiques de la littérature mondiale dont il démontre volontiers sa connaissance. Ces classiques, en effet, ne servent très peu à améliorer les conditions de vie de ses patients. On peut plutôt affirmer qu’il introduit Kafka ou Dostojevski pour bluffer son audience (c.à.d. les infirmiers et infirmières qui durant les réunions du team, dans leur cœur une jalousie rancuneuse, le préconisent comme leur Dieu et Maître) plutôt qu’il essaie de transférer ce savoir concernant la profondeur de la psyché humaine à ses patients. Au fond, il est inouï qu’un psychiatre amuse une audience avec des récits forts d’individus bizarres, lorsqu’il ne sait nullement captiver ces patients dont il raconte des histoires au cours de ses lectures et ses conférences, et qu’il en général ne temoigne d’aucun effort dans ce sens. Donc nous aimerions plutôt présenter cette prétention arrogante comme une violation primaire des droits de l’homme. De plus que les psychologues et les sexuologues tentent de damer le pion aux psychiatres (le sexe est bien sûr un thème très sexy pour toute une sorte de conférenciers): eux, en effet, sont prêts à détrôner les psychiatres dans le domaine des sciences de la  psyché humaine. Une certaine sexuologue flamande de grande renommée peut s’estimer heureuse que quand nous étions encore actif comme professeur à la Vrije Universiteit Brussel, nous avons considéré l’examen comme l’instrument le plus stupide pour évaluer les qualités des étudiants, nous n’avons jamais donné une chiffre plus basse que 10 sur 20. Et nous ne mentionnons pas encore sa these de sexuologie à la Katholieke Universiteit Leuven. Parce que c’est nous qui avons orné ses données ‘empiriques’ (nous avons alors travaillé comme un brave homme pour ‘une amie d’une amie’ dont nous ne connaissions pas l’auteur à ce moment, comme nous étions prêts à aider tout le monde). Enfin, nous ne voulons pas nous engager dans le clabaudage, mais le palmarès des psychologues et des sexuologues n’est pas plus brillant que celui des psychiatres. Mais cette parenthèse nous permet de formuler clairement la première violation de base des droits de l’homme dans la psychiatrie et les sciences proche d’elle. Bien sûr, nous ne visons pas tout psychiatre, psychologue, etc. individuellement, mais l’auréole qui est tissée autour de ces professions, plus particulièrement par les corporations professionnelles elles-mêmes qui ne sont pas très disposées à relativer leur capacités et efficacités.

1.  De basisschending van de mensenrechten in de psychiatrie en in de hele sector van de psy-industrie berust ons inziens op een machtsongelijkheid tussen een deskundige (psychiater, psycholoog, …) en iemand die geacht wordt onwetend of onvaardig te zijn. Psychiaters, psychologen en co beweren te weten hoe een ander zijn of haar leven moet inrichten. De psychiater ‘weet’ wat een ‘gezonde’ geest of psyche is, de psycholoog ‘weet’ hoe je zo’n gezonde geest of psyche kunt ontwikkelen, de seksuoloog ‘kent’ het verschil tussen een ‘echt’ en een ‘vals’ orgasme, de gedragspsycholoog ‘weet’ wat ‘adequaat’ gedrag is, enz. Maar vraag hen niet teveel wat met ‘geest’, ‘psyche’, ‘orgasme’ of ‘gedrag’ bedoeld wordt (en vooral niet wat met deze termen NIET bedoeld wordt), want de antwoorden gaan alle richtingen uit. Nu is het inderdaad zo dat heel wat mensen in de knoop zitten met ‘zichzelf’ en die nood hebben aan een vorm van ‘hulp’, ‘zorg’ of ‘begeleiding’ om de knopen in hun leven te ontwarren en de ermee samenhangende stagnatie te doorbreken. Maar dat de psychiater of de psycholoog in hun plaats zou weten hoe ze deze levensproblemen moeten aanpakken en oplossen is een groteske aanmatiging die we graag aanduiden als psychocratie:  de Macht om anderen ertoe te brengen hun leven in te richten niet naar hun eigen inzicht maar naar het inzicht van een zogenaamde ‘deskundige’.

Le noyau de la violation des droits de l’homme dans la psychiatrie et dans tout le secteur de l’industrie psy se retrouve à notre avis dans une inégalité de pouvoir entre un expert (psychiatre, psychologue, …) et une autre personne qui est jugée ignorante ou incapable. Psychiatres, psychologies et co prétendent de savoir comment un ou une autre doit arranger sa vie. Le psychiatre ‘sait’ ce qu’est un esprit ou une psyché ‘sain’ ou ‘saine’. Le psychologue ‘sait’ comment nous pouvons apprendre à développer un tel esprit ou une telle psyché. Le sexuologue ‘connaît’ la différence entre un orgasme ‘vrai’ et un orgasme ‘faux’. Le thérapeute de comportement ‘sait’ quand un comportement est ‘adéquat’. Etc. Mais ne leur demande pas trop ce qu’ils entendent par ces mots comme ‘esprit’, ‘psyché’, ‘orgasme’, ‘comportment adéquat’, etc. (et surtout ce qu’ils N’entendent PAS par ces mots) puisque les réponses vont dans tous les sens. Bien sûr, il ya un tas de gens qui n’arrivent pas à bien fuseler leurs sentiments, leurs pensées et leurs actes et qui cherchent une forme d’aide, de ‘soin’ ou de ‘guidance’ pour démêler le nœud dans leur psyché et pour rompre avec la stagnation liée à leur souffrance. Mais que le psychiatre ou le psychologue saurait mieux qu’eux comment ils doivent s’y prendre pour résoudre leurs problèmes existentiels témoigne d’une arrogance grotesque que nous hésitons pas d’ appeler psychocratie: le Pouvoir qui consiste à séduire d’autres personnes à amenager leur vie non selon leur propre conception mais selon celle-çi d’un soi-disant ‘expert’.

Het wordt tegenwoordig zo vanzelfsprekend gevonden dat slachtoffers bij een ramp of een aanslag ‘slachtofferhulp’ krijgen dat deze ‘hulp’ weigeren je meteen verdacht maakt. We herinneren ons een voorval waarbij een jongen tijdens een ‘slachtofferhulp’-sessie na een bommelding op een school tegen de schoolpsychologe zei: “Ik vond dat eigenlijk heel cool, al dat gedoe!”, waarna de psychologe zijn klasgenootjes als groep verplichtte hem terecht te wijzen en hem te dwingen wat meer de slachtofferrol aan te nemen. Het wordt vanzelfsprekend gevonden dat we over onze problemen ‘praten’ met iemand die in deze zaken ‘deskundig’ zou zijn. Maar is het wel zo vanzelfsprekend en efficiënt dat wij al onze geheimen moeten prijsgeven aan iemand die er in wezen niets mee van doen heeft en aan dat gepraat in de eerste plaats geld verdient[1]. En dan te weten dat psychiaters en aanverwanten door de WGO worden aangegeven als de beroepsgroep met het hoogste zelfmoordpercentage en zij dus in de eerste plaats met zichzelf in de knoop zitten en daar niet uit geraken, laat staan dat zij het best geplaatst zouden zijn om anderen lessen in levenskunst te geven heeft. Meer dan tien jaar heeft de ‘wetenschappelijke’ (wat betekent dat woord overigens nog?) psychiatrie ons de indruk gegeven dat ze ons mensen gelukkiger kunnen maken door wat stoffen doorheen onze hersenen te sturen. Maar de hersenhype is over en de psychiaters geven toe dat depressie toch wel iets anders is dan war serotoninetekort in de hersenen (de fameuze ‘decade of the brain’ van de Amerikaanse regering  liep van 1990 tot 2000). Wel zijn er de voorbije decennia massa’s geld verdiend met de mensen wijs te maken dat depressie ‘maar’ een hersenziekte was die je met een antidepressivum kon ‘genezen’. Nu iedereen dik verdiend heeft aan deze antidepressiva, blijkt het plots allemaal veel ingewikkelder, alsof een bekwame psychiater ooit dat verhaaltje van de ‘chemical inbalance’ geloofd heeft. Dat soort pretenties van psychiaters stoelt natuurlijk ook op uitgekiende mediaondersteuning en op het verlangen van veel mensen liever ‘ziek’ zijn dan zich af te vragen waarom ze bij een partner blijven die hen nog nauwelijks interesseert of waarom ze als verko(o)p(st)er lachen tegen klanten waar ze eigenlijk vies van zijn.[2] De Macht van de psychiater (en de mogelijkheid tot machtsmisbruik) steunt in die zin dus ook op het verlangen van de patiënt zelf geen macht te hebben, bv. liever te denken dat het allemaal al in de genen zit, zodat hij of zij geen schuld en dus ook geen verantwoordelijkheid heeft, een fenomeen dat Erich Fromm al in 1941 kwalificeerde als Escape from Freedom (titel van zijn boek in de USA) of  Fear of Freedom (titel van hetzelfde boek op de Britse markt).

De ces jours, il est devenu tellement évident que les victimes d’une catastrophe ou d’un attentat reçoivent de l’aide aux victimes qu’il est fort risqué de refuser cette aide: on se fait plutôt suspect. Nous nous souvenons un incident après une alerte à la bombe dans une école où un garçon déclarait lors d’une session d’aide aux victimes à la psychologue: “Je trouvais tout ça très cool, tout ce tumulte!” La psychologue a alors obligé ses camarades de classe de lui reprocher son propos et il a été forcé de manifester une attitude plus déprimée et ‘plus digne d’une victime’. Aussi est-il devenu évident que nous ‘parlent’ de nos problèmes troublants avec quelqu’un qui se fait passer pour un expert en affaires humaines. Mais est-il vraiment si évident et efficace que nous racontons tous nos grands et petits secrets à quelqu’un qui n’a aucune relation profonde avec nous et qui au fond ne fait gagner que de l’argent en écoutant nos histories plus ou moins banales.[3] Surtout quand on est informé par les statistiques de l’Organisation Mondiale de la Santé que les professions psy et plus particulièrement les psychiatres constituent la catégorie professionnelle avec le plus haut pourcentage de suicide, en d’autres termes: ils ont eux-mêmes des problèmes de vivre avec leur propres image de soi et eux d’abord n’arrivent pas à trouver une issue satisfaisante pour se débarasser de leurs troubles psychiques. Et ces gens-là seraient le mieux plaçés pour donner des leçons aux autres pour qu’ils puissent se procurer un peu de joie de vivre? Plus de dix années la psychiatrie ‘scientifique’ (que signifie encore ce mot?) nous a fait croire que les gens deviendraient plus heureux et plus stables s’il chassaient un peu de chimiques à travers leurs nerfs cérébraux. Mais le hype du cerveau s’est découlé et maintenant les psychiatres admettent qu’une dépression est quand-même plus compliquée qu’une simple manque de sérotonine dans certains régions du cerveau (la fameuse ‘decade of the brain’ du gouvernement américain a commencé en 1990 et a été close en 2000!). Entretemps des firmes peu scrupuleuses se sont enrichies en convaincant les médecins et le public qu’une dépression n’était pas plus qu’une maladie organique du cerveau qu’on pourrait ‘guérir’ avec une thérapie disiciplinée d’antidépresseurs. Maintenant que les actionnaires de ces firmes ont gagné assez d’argent et que la marché des antidepresseurs est saturée, on vient nous raconter qu’une dépression est tout de même un phénomène pauvrement conceptualisé, comme si un psychiatre indépendant et critique qui connaît son métier ait jamais cru ces histoires qu’on appelle ‘la théorie de l’inbalance chimique’. Toutes ces prétensions de la biopsychiatrie ont aussi été fort soutenues par les media, mais elles sont aussi basées sur le désir des gens de préferer de se déclarer ‘malade’ plutôt de se questionner sur le problème pourquoi on conintue une vie de couple avec une personne auquel on n’éprouve plus d’un grain de sympathie ou pourquoi, par exemple, dans son job de vendeur ou de vendeuse on sourit gracieusement à des clients qui leur dégoûtent.[4] Le Pouvoir du psychiatre (et la possibilité d’abus de pouvoir) se fonde dans ce sens donc aussi sur le désir du patient de ne pas avoir du pouvoir lui-même, et sur son choix de penser par exemple que tout est déjà écrit dans les gènes. Cette attitude donne l’avantage qu’on n’est nullement ‘coupable’ pour ses conditons de vie et qu’on peut se défaire de toute responsabilité pour son propre existence, une attitude que le psychanalyste de gauche Erich Fromm qualifiait déjà en 1941 de ‘Escape from Freedom’ (titre de son ouvrage en USA) ou ‘Fear of Freedom’ (titre du même ouvrage sur la marché britannique).

U zal ongetwijfeld opwerpen dat een dergelijke aanmatiging en machtsongelijkheid vanwege de psychiatrie (waarmee de patiënt dan blijkbaar soms nog mee instemt) niet te vergelijken valt met ‘echte’ fysieke schendingen van de mensenrechten waarbij mensen gefolterd worden of op andere manieren wreed onmenselijk worden behandeld. Wij stellen echter klaar en duidelijk dat de manipulatie van de machtsongelijkheid (inbegrepen de ongelijkheid in ‘gerespecteerde kennis’) getuigt van een filosofische attitude zonder de welke geen schending van de mensenrechten zou optreden, ook niet in domeinen buiten de psychiatrie. Deze filosofische attitude bestaat erin dat een machthebbende op een systematische manier mag beschikken over het lichaam en het leven van een andere minder machtige persoon (of deze daarmee instemt is niet relevant) en ze ligt aan de basis van alle inbreuken die de psychiatrie als systeem (niet elke psychiater afzonderlijk) pleegt op de ‘natuurlijke’ rechten van anderen.

Sans doute vous allez soulever l’objection qu’une telle arrogance et inégalité de pouvoir en faveur de la psychiatrie (avec lesquelles le patient semble souvent se mettre d’accord) ne peuvent pas être comparées aux violations physiques ‘vraies’ des droits de l’homme comme la torture ou quelconqu’autre traitement brutalement inhumaine et cruelle. Nous posons néanmoins clairement que la manipulation de l’inégalité de pouvoir (y compris l’inégalité de ‘connaissance respectueuse’) témoigne d’une attitude philosophique sans laquelle aucune violation des droits de l’homme ne serait possible, non plus dans d’autres domaines que la psychiatrie. Cette attitude philosophique peut être définie comme le droit d’un homme du pouvoir de disposer d’une manière systématique du corps et de la vie d’une autre personne moins puissante (si ce dernier donne oui ou non son accord n’est pas relevant). Elle forme le base de toutes les infractions de la psychiatrie en tant que système (pas en tant que chaque psychiatre individuel) sur les droits ‘naturels’ des autres.

2.  De machtsongelijkheid laat een dusdanige expansie van de psychiatrie toe dat het aantal syndromen en mentale stoornissen zo uitgebreid wordt dat in principe iedereen zonder veel moeite geestesziek of mentaal gestoord kan worden verklaard en doorgaans zijn deze nieuwe syndromen ook weer gelinkt aan een therapie op basis van medicijnen, tegenwoordig bij voorkeur antipsychotica zoals Risperdal. Vooral kinderen lopen het risico dat elke vorm van ongehoorzaamheid thuis of op school of elke vorm van last die ze als uiting van hun gezonde maar nog niet gedisciplineerde levensenergie in bepaalde situaties veroorzaken, als psychiatrische stoornis wordt bestempeld. En heel dikwijls worden deze kinderen dan onder zachte dwang van schooldirecties of op initiatief van ouders die met hun kinderen blijkbaar geen raad weten of geen zin hebben om de nodige tijd en aandacht te besteden aan hun kinderen, onder psychiatrische behandeling geplaatst en behandeld met antipsychotica (“Zyprexa for kids”) waarvan de effecten op de lichamelijke en mentale groei van kinderen nooit zijn onderzocht. Binnen de Amerikaanse regering circuleren plannen opgesteld door de American Psychiatric Association (de Amerikaanse beroepsorganisatie van psychiaters) om over het geheel van de USA een screening te organiseren van alle kinderen van 5 tot 10 jaar om via bepaalde (overigens o.i. hoogst betwistbare tests) te detecteren welke kinderen eventueel een ‘antisociale persoonlijkheid’ zouden kunnen ontwikkelen en de aldus geïdentificeerde kinderen te onderwerpen aan ‘special treatments’ vóór ze ook maar iets mispeuterd hebben. De Franse socioloog Loic Wacquant heeft overduidelijk aangetoond hoe de budgetten die in de jaren 1970 en 1980 bestemd waren voor sociale en educatieve programma’s voor armen en kansarme kinderen (‘potentiële jeugddelinquenten’ met andere woorden) nu overgeheveld zijn naar repressieve matregelen waarbij armen en in veel gevallen jongeren meteen in de gevangenis worden gestopt of gedwongen psychiatrisch opgenomen worden (in de USA zit 1 op 100 mensen in de gevangenis, en ook Europa kent sinds 1995 eveneens een gestage toename van het aantal gevangenen en gedwongen opnames in de psychiatrie).[5] Kinderen waaraan eigenlijk niets mankeert, worden psychiatrisch aangepakt omdat ze soms op de zenuwen van hun ouders werken, die zelf al murw zijn van hun dagelijkse stressvolle tocht van douche naar koffiezetapparaat, van crèche of school naar werk, GB, Delhaize of Aldi en die dan ook nog eens in de bioscoop de laatste film willen zien waarin Nicole Kidman de hoofdrol speelt, waarna ze als moment suprême de dag willen afsluiten met een overhaastige seks met hun partner. Het valt niet te verwonderen dat de psychiatrie steeds meer werk heeft: de ouders zijn zo dolgedraaid dat ze amper nog iets van hun kinderen verdragen, dus zal hun kind misschien wel ADHD of autisme hebben. Dus kopen de ouders als het ware de huisarts om zo voor hun kind een psychiatrisch label in de wacht te slepen. En nu de hausse van ADHD en autisme voorbij is, worden in de USA tegenwoordig kinderen vanaf 2 jaar voor het minste euvel of kwaad ‘bipolair’ (vroeger heette dat ‘manisch-depressief’) verklaard en met antipsychotica behandeld, een trend die reeds bezig is naar Europa over te waaien. De ‘machtsontplooiing’ van artsen gaat tegenwoordig in de USA zelfs zo ver dat de American Academy of Pediatrics (de officiële Academie van kinderartsen) haar leden begin 2008 heeft aangespoord kinderen te gebruiken om, zonder de ouders ook maar wat te vragen of te informeren,  als informant op te treden over de levenswijze en eventueel illegale gewoontes (druggebruik, wapenbezit, …) van deze ouders en deze informatie desnoods door te spelen aan de politie. Ook wel een vorm van medische ‘zorg’ die naar onze Europese contreien zal overwaaien.

L’inégalité de pouvoir en faveur du médecin-psychiatre produit l’effet pervers d’une expansion de la psychiatrie d’une telle ampleur que le nombre de syndromes et de ‘désordres mentales’ devient si élargi qu’à la fin tout le monde peut être déclaré ‘malade’ sans beaucoup de peine. Généralement ces syndromes nouveaux sont de préférence traités par des médicaments, actuellement dans la majorité des cas des antipsychotiques comme le Risperdal. Surtout les enfants courent de plus en plus le risque que la moindre désobéissance envers leurs parents ou à l’école ou la moindre forme de problèmes qui ils causent en manifestant leur énergie de vie saine mais encore peu disciplinée, soit qualifiée de ‘désordre mentale’ et ressortisse à la compétence de la psychiatrie. Et souvent, en effet, avec un peu de contrainte douce de la part de la direction de leur école ou à l’initiative de parents qui ne savent plus à quel saint se vouer pour dresser leur enfant ou qui ne sentent pas le devoir d’offrir un peu de temps ou d’attention à leurs enfants, ces enfants sont orientés vers la psychiatrie et pourvu d’antipsychotiques (‘Zyprexa for kids’), dont les effets sur la croissance physique et le développement mental n’ont jamais été étudiés. Les autorités américaines, inspirées par le American Psychiatric Association (l’organisation professionnelle des psychiatres américains), ont même élaboré des plans pour un screening de tous les enfants de 5 à 10 ans: à l’aide de tests (à notre avis fort dubieux) on veut détecter les enfants qui pourraient développer ‘une personnalité antisociale’ afin de soumettre les enfants identifiés à des ‘traitements speciaux’ sans qu’ils se sont conduits mal d’une manière ou d’une autre. L’étude du sociologue français Loic Wacquant démontre clairement que les budgets qui pendant les années 1970 et 1980 étaient destinés à des programmes sociaux et éducatifs pour les pauvres et les enfants à la dérive (en d’autres termes, des ‘délinquants potentiels’) ont été transférés vers des mesures répressives: les pauvres, y compris des jeunes, sont simplement jetés en prison ou placés forcément dans des institutions psychiatriques (1 sur 100 Américains vit en prison; de même, en Europe le nombre de prisonniers et d’admissions forcées dans la psychiatrie ne cesse d’augmenter depuis environ 1995, comme c’est le cas en Belgique).[6] Des enfants, qui au fond ne manifestent aucune défectuosité, tombent sous la tutelle de la psychiatrie simplement parce que de temps en temps ils énervent leurs parents, qui eux-mêmes sont surstressés et battus comme plâtre par leur odyssée journalière de douche à machine à café, de crèche ou école à leur boulot, GB, Delhaize ou Aldi, désirant encore aller au cinéma pour voir le dernier film de Nicole Kidman et clôturer la journée par un moment suprême d’ un acte sexuel trop hâtif. Les conditions de vie actuelles des gens expliquent bien que la psychiatrie a de la besogne par-dessus de sa tête. Tant de parents sont si frénétiques qu’ils ne supportent plus rien de leurs enfants: donc, peut-être l’enfant souffre de ADHD ou d’autisme et pour ainsi dire ils gagnent leur médecin traitant de procurer leur enfant une étiquette psychiatrique. Et actuellement, comme la hausse de l’ADHD et de l’autisme a passée, des enfants américains d’à peine deux ans sont assez vite déclarés ‘bipolaire’ (anciennement nommé maniaco-dépressif) et traités de fortes doses d’antipsychotiques, un trend dont les retombées sont déjà observables en Europe. Le ‘deploiement de force’ des médecins américains va même si loin qu’ au début 2008 le American Academy of Pediatrics (l’Académie des Pédiatres) a motivé ses membres à demander à des enfants, sans prévenir les parents ou leur donner des renseignements, de se comporter comme informant concernant le mode de vie et les habitudes éventuellement illégales (usage de drogues, possession d’armes, …) de leurs parents et de transmettre les informations recueillies à la police. Sans doute aussi une forme de ‘soin médical’ qui sera mise en vogue dans les contrées européennes.


[1]  Pietikäinen, Petteri (ed.)  Modernity and Its Discontents: Sceptical Essays on the Psychomedical Management of Malaise. Stockholm, Axel and Margaret Ax:son Johnson Foundation, 2005.[2]  De negatieve gezondheidseffecten van de geveinsde lach zijn vooral bestudeerd in Japan, waar tweederden van alle gelach geveinsd zouden zijn.
[3]   Pietikäinen, Petteri (ed.)  Modernity and Its Discontents: Sceptical Essays on the Psychomedical Management of Malaise. Stockholm, Axel and Margaret Ax:son Johnson Foundation, 2005.
[4]  Les effets négatifs sur la santé du rire feint ont été particulèrement étudiés en Japon, où deux tiers des rires seraient feint.
[5]  Wacquant, Loïc  Punir les pauvres: Le nouveau gouvernement de l'insécurité sociale. Marseille, Agone, 2004 (Nederlandse vertaling: Straf de armen: Het Nieuwe Beleid van de Sociale Onzekerheid. Berchem-Antwerpen, EPO, 2006).
[6]   Wacquant, Loïc  Punir les pauvres: Le nouveau gouvernement de l'insécurité sociale. Marseille, Agone, 2004.

Schendingen van de Mensenrechten in de Psychiatrie (Stuk I)

Hieronder vindt u het eerste stukje van ons (tweetalig) rapport over schendingen van de mensenrechten in de psychiatrie. Het eerste deel is eerder beschouwend en "theoretisch": wat hier volgt is de intro. Het eerste deel hopen we eind deze week klaar te hebben. Het tweede deel beschrijft een aantal concrete gevallen ter illustratie. Het derde deel handelt over de geldende wetgeving.
Sorry voor het soms gebrekkig maar altijd perfect verstaanbaar Frans. Het rapport wordt immers voorgelegd aan tweetalige instanties en het Frans zal tijdig vervolmaakt worden. De song van Lou Reed dient uiteraard als motto.
_________________________________________________

Schending van de Mensenrechten in de Psychiatrie
Free Image Hosting at www.ImageShack.us
Violation des Droits de l’Homme en Milieu Psychiatrique

Netwerk Psychiatrie & Samenleving

Réseau Psychiatrie & Société

Eric Rosseel
Dr. Psychologie en/et ex-patiënt

(03/2008)

***


Lou Reed - Kill Your Sons

All your two-bit psychiatrists
Are giving you electroshock
They said, they'd let you live at home with mom and dad
Instead of mental hospitals
But every time you tried to read a book
You couldn't get to page 17
'cause you forgot where you were
So you couldn't even read

Don't you know they're gonna kill your sons
Don't you know gonna kill, kill your sons
They're gonna kill, kill your sons
Until they run, run, run, run, run, run, run, run away

Mom informed me on the phone
She didn't know what to do about dad
Took an axe and broke the table
Aren't you glad you're married
And sister, she got married on the island
And her husband takes the train
He's big and he's fat
And he doesn't even have a brain

They're gonna kill your sons
Don't you know they're gonna kill, kill your sons
Don't you know they're gonna kill, kill your sons
Until they run away

Creedmore treated me very good
But paine whitney was even better
And when I flipped out on phc
I was so sad, I didn't even get a letter
All of the drugs, that we took
It really was lots of fun
But when they shoot you up with thorizene on crystal smoke
You choke like a son of a gun

Don't you know they're gonna kill your sons
Don't you know they're gonna kill, kill your sons
Don't you know they're gonna kill, kill your sons
Until they run, run, run, run, run, run, run away

(Lou Reed, 1974)


I. Algemene Bedenkingen
Considérations générales
II.  Enkele flagrante gevallen
Quelques cas flagrants
III.  Analyse van de Belgische Wetgeving en de Europese Bepalingen
Analyse du Droit belge et des Traités européens


I.  Algemene Bedenkingen
Considérations générales

De ambiguïteiten van de psychiatrie.
Les ambiguités de la psychiatrie.

De problemen qua mensenrechtenschendingen in de psychiatrie liggen op de meest diverse vlakken. Let wel: we betrekken in deze tekst geenszins het probleem van de geïnterneerden. Daar stelt zich door de combinatie van misdaad en geestesziekte en door het oogmerk recidive te vermijden bv. de kwestie van de dwangbehandeling helemaal anders.

Les problèmes concernant la violation des droits de l’homme dans la psychiatrie se situent sur plusieurs plans. Notons bien que nous nous ne penchons içi point du tout sur les problèmes des internés. Là, la combinaison de crime et de maladie mentale plus le but final d’éviter le récidive mettent dans une toute autre lumière des thèmes comme par exemple le traitement forcé.

Schendingen van de mensenrechten in de psychiatrie situeren zich meestal in een schemerzone. Het gaat doorgaans om grensgevallen, maar deze laten op zichzelf wel zien dat een zekere willekeur tot misbruiken kan lijden. We wijzen hier maar op twee van de mogelijke punten waar een dergelijke willekeur aanleiding kan geven tot dubieuze praktijken waaromtrent heel wat klachten door de patiënten worden aangebracht.

Les cas de violations des droits de l’homme en milieu psychiatrique se situent pour la plupart dans une zone grise. En général, il s’agit de cas-limites, qui, à eux seuls, témoignent d’une certaine arbitraire qui peut aboutir à des abus intolérables. Nous ne nommons içi que deux de ces points qui sont à l’origine de beaucoup de plaintes, de mécontentement et de rancœur parmi les patients.

Een eerste punt betreft het recht of de macht van de psychiater om als  deskundige eigenmachtig een diagnose te stellen en om de daarbij aansluitende behandeling vast te leggen, zij het met een uiterst beperkte optie voor dwangbehandeling in het geval de patiënt een gevaar is of zou kunnen zijn voor zichzelf of voor anderen. De grote meerderheid van de patiënten staat tegenover deze macht van de psychiater in een bijzonder zwakke positie. In veel gevallen van gedwongen opname (de in 1990 ingevoerde term voor het huiveringwekkende woord ‘collocatie’, maar de oude term is nog steeds gangbaar) is de patiënt een arme persoon, die moet beroep doen op een door de vrederechter zelf aangestelde pro deo (die soms niet eens de moeite doet de patiënt te bezoeken, laat staan met hem of haar te overleggen). En  meestal heeft de patiënt niet de kennis noch de middelen om een weerwoord te formuleren, bv. door beroep te doen op een tweede psychiater voor een ‘second opinion’. Daarbij komt dat veel mensen totaal niet weten wat een gedwongen opname inhoudt, noch dat ze weten wat hun rechten zijn bij een vrijwillige opname.

Un premier point concerne le droit ou le pouvoir autonome du psychiatre de fixer un diagnostic et de proposer un traitement thérapeutique, y compris, bien que dans un cadre très limité, de prescrire un traitement forcé au cas où le patient est ou peut être un danger pour soî-même ou pour d’autres personnes. Une majorité forte des patients se trouvent dans une position extrêmement faible vis-à-vis le pouvoir du psychiatre. Maintes fois le patient, surtout en cas d’admission forcée (le terme introduit en 1990 pour remplacer l’effrayant mot de ‘collocation’, qui néanmoins a gardé son usage) est une personne de revenu et d’éducation modeste, qui doit se contenter d’un avocat pro deo (qui souvent ne discute ou ne négocie pas le cas avec le patient, s’il même lui rend visite!). La plupart des patients n’ont ni les connaissances ni les moyens pour argumenter avec le psychiatre, comme ils n’ont que rarement l’occasion de faire appel à une ‘second opinion’. Trop de patients ne savent pas ce qu’une admission forcée implique, comme la plupart des cas d’admissions volontaires ne connaissent nullement leurs droits de patients.

Een tweede punt betreft het onderscheid tussen ‘therapie’ en ‘toezicht’. Zowel de Belgische Wetten als de Europese regelgeving voorzien dat elke handeling vanwege de psychiater of het verplegend personeel een therapeutische draagwijdte moet hebben en nooit een louter toezicht mag zijn (zoals bv. in de gevangenis).  Dit onderscheid tussen ‘therapie’ en ‘toezicht’ is evenwel niet altijd vanzelfsprekend. In principe moet elke maatregel therapeutisch geargumenteerd zijn. De schemerzone tussen therapie en toezicht betreft bv. de isolatie; de eerste opnamedagen waarbij de patiënt de afdeling niet mag verlaten (en dus niet eens ‘gelucht’ wordt zoals een gevangene); het verplichte slaapuur; het verbod in sommige hospitalen per dag meer dan 2 of 5 sigaretten te roken; verbod om vrijuit te telefoneren of een gsm in bezit te hebben, enz. Soms gaat het om ‘banaal’ lijkende regels die dikwijls veel ongenoegen en wrevel veroorzaken en waarbij de vraag kan gesteld worden of ze bij sommige patiënten geen agressie uitlokken, agressie die dan afgestraft wordt met een verplicht verblijf in de isoleercel (plus een kalmerende spuit er bovenop uiteraard). In ieder geval wordt de therapeutische waarde van deze regels zelden of nooit aan de patiënten uitgelegd. Dikwijls beogen de regels eerst en vooral een vlotte taakuitoefening van de omkadering en soms komen ze zelfs tegemoet aan een zekere gemakzucht bij het personeel, in het bijzonder bij nachtverpleegkundigen.  Het reglement is het reglement en daarmee uit!  In veel gevallen respecteert het huishoudelijk reglement nauwelijks de diverse levensbeschouwelijke en religieuze overtuigingen van de patiënten, zeker in Vlaanderen waar omzeggens alle psychiatrische hospitalen tot de katholieke zuil behoren. En op veel plaatsen wordt dit katholicisme nog vrij rigoureus opgelegd: niet dat de patiënten naar de kapel moeten gaan, maar de handelwijze van het personeel is in veel gevallen heel eenzijdig ‘katholiek’, bv. op het vlak van liefdes- en seksrelaties tussen patiënten (met uiteraard veel hypocriet gedoe én onveilige seks – bv. in de douches en de toiletten - als gevolg).

Un deuxième point réfère à la distinction entre ‘thérapie’ et ‘surveillance’. Aussi bien les lois belges que les traités européens prévoient que chaque intervention du psychiatre ou du personnel infirmier ou paramédical ait une valeur thérapeutique qui surpasse la pure surveillance (comme c’est bien le cas dans le milieu prisonnier). Cette distinction entre ‘thérapie’ et ‘surveilalnce’ n’est pas toujours évidente, bien sûr. Par principe, chaque acte médical ou paramédical doit être basé sur des arguments thérapeutiques. La zone grise est au fond très élargie: la cellule d’isolation; les premiers jours d’admission où le patient ne peut en aucun cas quitter librement son unité (une unité qui est normalement assez restreinte) en ne voit donc pas de plein air; l’heure de sommeil collective et obligatoire; souvent le patient ne peut pas gérer ses cigarettes et ne peut que fumer 2 ou maximum 5 cigarettes par jour; souvent le patient ne peut pas téléphoner en solitude et ne peut pas avoir un gsm chez soi, etc. En plusieurs cas, il s’agit de règles assez ‘banales’, qui sont à l’origine de beaucoup de conflits entre personnel et patients et qui résultent en mécontentements et rancœurs quasi-permanents. Et dans ces circonstances la question peut être posée si ces règles ne provoquent pas assez naturellement des ‘crises de colère’ chez les patients, qui alors sont reprimées par un séjour dans la cellule d’isolation (avec en plus une séringue d’un antipsychotique). Très rarement la valeur thérapeutique de ces règles est explicitée. S’il y a une, bien sûr! En effet, le règlement intérieur sert plûtot à faciliter et organiser les tâches du personnel infirmier (ou même à garantir leur confort, p.e. pour les infirmiers ou infirmières de nuit). Le règlement, c’est le règlement; et puis zut! Le règlement intérieur souvent respecte guère la diversité des opinions philosophiques et religieuses des patients, surtout en Flandres où la très grande majorité des hôpitaux reste gérée par des congrégations religieuses. Et ce catholicisme est souvent présente d’une manière très rigoureuse: pas que les patients doivent visiter la chapelle mais les mentalités sont en général assez ‘catholique’, par exemple, au niveau des relations amoureuses et sexuelles entre patients (ce qui se traduit bien souvent dans la hypocrisie ét dans des pratiques sexuelles dangereuses, p. ex. dans les douches et les toilettes).

Zoals gezegd, bevinden veel psychiatrische theorieën én praktijken zich in een schemerzone, waardoor zowel vrederechters die moeten beslissen over een gedwongen opname als psychiaters en psychiatrisch personeel in zekere zin uitgenodigd worden tot een moeilijk te vermijden willekeur. De term ‘geestesziekte’ is op zichzelf al een zeer rekbaar begrip en er heerst rond veel geestesziektes niet alleen veel begripsverwarring, maar ook ernstige meningsverschillen qua etiologie (leer omtrent de oorzaken van ziekten en aandoeningen) en dus zeker qua gepaste behandeling en begeleiding. Neem bv. maar het fundamentele en zelfs vijandige verschil in zienswijze tussen psychoanalytische georiënteerde psychiatrie en de zogenaamde biopsychiatrie, met de daarbij aansluitende nadruk op psychotherapie versus medicinale behandeling. Veel onderzoeken laten dan ook zien dat een zelfde ‘geval’ voorgelegd aan een groep psychiaters tot vrij uiteenlopende diagnoses kan leiden. Dit alles impliceert uiteraard dat het ganse traject dat een psychiatrisch patiënt doorloopt, van diagnose/opname tot remissie en reïntegratie in de samenleving, in wezen betwistbaar is. Maar deze ‘onwetenschappelijkheid’  van de psychiatrie (tenslotte is een mens geen stuk maanrots dat men objectief  kan analyseren) hoeft op zichzelf uiteraard niet tot grove schending van de mensenrechten te leiden. Ze schept echter wel een gevaarlijke vorm van rechtsonzekerheid. De vrederechters die bv. moeten oordelen over een gedwongen opname of de verlenging ervan, worden er als het ware toe uitgenodigd er soms met de pet naar te slaan. Zij kunnen in heel veel gevallen niet anders dan vrij willekeurig beslissingen te nemen die meer dan eens beïnvloed kunnen zijn door toevalligheden en vooringenomenheden. Opvallend daarbij is dat de vrederechter zich in de meeste kantons laat leiden door het advies van de psychiater of de geneesheer die het vereiste attest of verslag uitschrijft, zeker als de patiënt financieel onbemiddeld is, cultureel gezien eerder onmondig is, hoe dan ook niet op de hoogte is van de geldende wetten en dikwijls vertegenwoordigd wordt door een pro deo advocaat. De pro deo advocaat heeft er immers financieel geen voordeel bij de zaak voor zijn cliënt te winnen en bovendien vertoeft hij dikwijls in dezelfde sociale en culturele middens als vrederechter en psychiater. Om het brutaal te stellen: soms zijn vrederechter, psychiater en (pro deo) advocaat in hun provinciestadje lid van bv. dezelfde Rotary-club. Of m.a.w. de kans bestaat dat deze figuren elkaar kennen, terwijl de patiënt voor elk van hen een volslagen vreemde is.

Comme cela a été dit, beaucoup de théories ET de pratiques psychiatriques se trouvent dans une zone grise, ce qui peut expliquer qu’aussi bien les juges de paix qui doivent décider d’une admission forcée, que les psychiatres eux-mêmes et tout le personnel psychiatrique  sont dans un certain sens invités à une arbitraire presque inévitable. Le terme de ‘maladie mentale’ à lui-même est déjà un concept très élastique. Non seulement beaucoup de maladies mentales souffrent d’une évidente confusion conceptuelle, en plus les différences d’opinion concernant l’étiologie et ensuite concernant le traitement et l’accompagnement adéquats sont très profondes. Prenons comme exemple les différences fondamentales et même hostiles entre les points de vue de la psychiatrie d’orientation psychoanalytique et ceux qui se nomment biopsychiatriques, avec leurs accents soit sur la psychothérapie soit sur le traitement médicinal. Pas étonnant qu’un tas d’études observe qu’un cas identique présenté à un groupe de psychiatres peut résoudre dans des diagnostics fort divergents. Tout cela implique évidemment que tout le trajet d’un patient psychiatrique, depuis le diagnostic/admission jusqu’à sa rémission et sa réinsertion dans la société, est essentiellement pavé de disputes. Mais cette ‘non-scientificité’  de la psychiatrie (un homme ou une femme reste toujours plus qu’une pierre lunaire qu’on peut analyser objectivement) ne doit pas in se aboutir à des violations grossières des droits de l’homme. Mais elle amène néanmoins une absence dangereuse de garanties légales. Les juges de paix qui par exemple doivent décider d’une admission forcée ou de sa prolongation, subissent la séduction de se laisser aller dans des jugements assez gratuits. Dans beaucoup de cas ils ne peuvent presque pas éviter les décisions plutôt arbitraires qui peuvent être fortement influencées par le hasard des choses ou par des préjudices concernant certaines catégories de personnes. Il est frappant que le juge de paix moyen suit asez aisément l’avis du psychiatre ou du médecin qui a rempli le certificat ou le rapport prévu, surtout si le patient ne fait pas partie de la haute finance, est peu éloquent dans ses répliques, et normalement n’a pas la moindre connaissance des lois en vigueur et est le plus souvent représenté par un avocat pro deo. L’avocat pro deo n’a pas beaucoup d’avantage financier à gagner la cause pour son client et en plus sa vie se déroule fort probablement dans les mêmes milieux sociaux et culturels que ceux du juge et du psychiatre. Disons le brutalement: souvent le juge de paix, le psychiatre et l’avocat fréquentent dans leur petite ville provinciale le même club de Rotary. En d’autres termes: la chance que ces trois acteurs se connaissent est assez réelle, alors que le patient est étranger à tous les trois.

We zouden dus snel kunnen besluiten dat de rechtszekerheid van de patiënt het meest gebaat is wanneer de psychiatrie zich zou ontpoppen tot een zuivere wetenschap waar de deskundigen het onderling roerend eens zijn. Iedereen kent de volkse minachting voor het spektakel waarbij de psychiaters voor de rechtbank tot diametraal tegengesteld visies komen afhankelijk van het feit of ze aangesteld zijn door de verdediging dan wel door het parket of de onderzoeksrechter. Maar dan vergeet men de fundamentele ambiguïteit die eigen is aan de psychiatrie: de psychiatrie beoogt niet alleen mensen te helpen om beter en gelukkiger te leven volgens hun eigen aard en persoonlijkheid, zij hoort ook de maatschappij te beschermen tegen de waanzin van zekere leden van de samenleving. De eis voor een meer wetenschappelijke psychiatrie sluit een beetje aan bij de bijzondere moeilijk te beantwoorden vraag of beroepsrechters rechtvaardigere oordelen zouden vellen dan assisenjury’s. Ons inziens wordt de rechtszekerheid van de patiënt beter gediend indien de wet hem de toegang zou verschaffen tot dezelfde kennisinstrumenten als deze waarover de psychiater beschikt. Of anders gezegd: de patiënt zou beter verdedigd worden door een psychiater van zijn keuze (of een pro deo psychiater) dan door een advocaat van zijn keuze (of een pro deo advocaat).

On pourrait alors argumenter que les droits du patient seront le mieux garantis là où la psychiatrie serait une science pure avec des collègues qui entr’eux sont d’accord sur les causes, les symptômes et les conséquences d’une maladie mentale particulière. Tout le monde connaît le mépris populaire pour le spectacle des psychiatres qui devant le tribunal défendent des positions diamétralement contradictoires selon le fait qu’ils parlent pour un accusé ou pour le parquet ou le juge d’instruction. Le monde serait sans doute trop beau: car on oublie que l’ambiguité fondamentale de la psychiatrie est inhérente à sa mission. D’un côte le psychiatre veut aider les gens à vivre mieux et plus heureux selon leur nature ou leur personnalité, y compris leurs bizarreries, de l’autre côté le psychiatrie doit défendre la société contre la folie des gens  ou de certains gens. Revendiquer une psychiatrie plus scientifique réfère un peu à la question extrêmement compliquée si des juges professionnelles aboutiraient à des sentences plus justes que les jurys d’assises. Nous estimons plutôt que les droits du patient soient le mieux garantis si la loi lui donne accès aux mêmes instruments de connaissances dont dispose le psychiatre qui le déclare malade mentale. Ou dit plus clairement: le patient serait mieux défendu par un psychiatre de son choix (ou un psychiatre pro deo) que par un avocat de son choix (ou un avocat pro deo).

We mogen ook niet vergeten dat de psychiatrie een wetenschap is die in wezen mensen uitsluit uit het publieke leven. Zoals de arts de Macht is die iemand ziek verklaart (en dus ‘dwingt’ thuis in zetel of bed te blijven) en de Rechter de Macht is die een verdachte schuldig kan verklaren (en hem of haar de gevangenis in stopt of door het opleggen van een geldboete zijn of haar mogelijkheden om aan het publieke leven deel te nemen beperkt), zo is de psychiater de Macht die iemand ‘gek’ kan verklaren. De psychiater kan iemand laten opnemen in een bijzonder voor ‘gekken’ bedoelde inrichting. Zelfs de psychotherapie (bedreven door een psychiater, psycholoog of anders opgeleide therapeut) ‘dwingt’ eigenlijk de cliënt zichzelf in vraag te stellen en zich in zichzelf op te sluiten eerder dan de wereld te bevragen. De eerste mensenrechtenvraag die bij ons opkomt wanneer we de functie van de psychiatrie (en de psychologie) analyseren, luidt dan ook: waar haalt de psychiatrie het recht vandaan de bizarreries van een medemens met het etiket ‘ziekte’ of ‘stoornis’ te bedenken? En waarom heeft, als de psychiater zegt: “U bent geestesziek” en zijn tegenspeler zegt: “Ik voel mij uitstekend”, de psychiater per definitie gelijk, zo gelijk zelfs dat de tegenspeler op de duur wel moet denken dat hij of zij echt gek of geestesziek is. U zal als lezer vermoedelijk aan extreme gevallen denken waar de ‘patiënt’ lijdt aan verschrikkelijke angsten of gevaarlijke dingen zegt of doet, maar waarom wordt tegenwoordig iemand die meer dan een week rouwt om een overleden liefde met antidepressiva behandelt waar diezelfde persoon een halve eeuw geleden een maand in rouwkleren mocht rondlopen? Want zoals ziektes, die door een arts behandeld worden, veranderen in de tijd (als je een kromme neus hebt, ga je tegenwoordig naar de plastische chirurg alsof je neus ziek is) en zoals misdaden van vandaag dat gisteren dikwijls niet waren en in de toekomst misschien weer niet meer zullen zijn, zo ook zijn geestesziekten heel historisch bepaald: een halve eeuw geleden zou men het normaal gevonden hebben dat een jonge secretaresse bloosde voor haar baas, nu ga je voor zo’n soort verlegenheid naar de psychiater-therapeut. Uiteraard is iedereen wel ongelukkig met iets aan zijn of haar wezen, maar de psychiater is zo handig je tot slachtoffer te verklaren van een of ander trauma of van slechte genen. En tot slachtoffer verklaard worden, staat eigenlijk gelijk met schuldig verklaard worden: je moet er iets aan doen, je moet aan jezelf werken![1]

N’oublions pas que la psychiatrie est au fond une science qui exclut certaines personnes de la vie publique. Comme le médecin est le Pouvoir qui vous déclare malade (ce qui veut dire qu’il vous ‘commande’ de rester à la maison dans votre fauteuil ou dans votre lit), comme le juge est le Pouvoir qui peut vous condamner coupable (et vous mettre en prison ou limiter votre participation à la vie publique en vous forcant de payer une amende ‘qui fait mal’), ainsi le psychiatre est le Pouvoir qui peut vous déclarer ‘fou’ ou ‘malade mentale’. Le psychiatre peut ordonner votre admission dans un hôpital spécialement prévu pour des gens de votre sorte. Même le psychothérapeute (soit il psychiatre ou psycholoque ou d’une autre formation) au fond vous force de vous intérroger vous-même, de vous enfermer en vous-même au lieu d’intérroger le monde. La première question qui vient à notre esprit quand nous analysons la fonction de la psychiatrie (ou de la psychologie), se laisse alors formuler dans cette phrase assez bouleversante: où le psychiatre a-t-il trouvé le droit de faire cadeau de folie ou de maladie mentale aux bizarreries d’un concitoyen? Et pourquoi le psychiatre a-t-il raison quand il prétend “Vous êtes fou!” et vous même lui assurez: “Je me sens excellent!”. Le psychiatre a tellement raison que son ‘adversaire’ va à la longue bien croire qu’il ou elle est fou/folle ou malade mentale. Sans doute en tant que lecteur, vous allez penser au cas graves où la personne folle souffre d’anxiétés terribles et d’autres douleurs mentales ou dit ou fait des choses manifestement dangereuses ou insensées. Mais pourquoi se fait-il qu’une personne qui porte deuil à cause d’un bien-aimé décédé plus qu’une semaine, est muni d’antidepresseurs, là où cette même personne, il y a à peine un demi-siècle, portait ses habits de deuil pour tout un mois? Car, comme les maladies qui sont traités par un médecin, changent avec les temps (ces jours, quelqu’un avec un nez arqué rentre à la clinique pour une chirurgie plastique comme si son nez serait malade), comme les crimes d’aujourd’hui ne sont pas les crimes d’hier et sans doute ne seront pas les crimes du XIIième siècle, de la même façon les maladies et les désordres mentales sont particulièrement déterminées par l’histoire. Il y a un demi-siècle il était tout à fait normal qu’une jeune employée rougissait quand son patron la fixait: maintenant une telle jeune dame va faire traiter sa timidité par un psychiatre-thérapeute. Bien sûr, tout le monde reconnaît chez soi certains défauts ou vices, mais le psychiatre est si habile de vous déclarer victime d’un traumatisme ou de mauvais gènes.
Et être déclaré victime au fond revient à la même chose qu’être déclaré coupable: il faut y faire quelque chose, il faut faire un travail sur soi![2]


[1]  Dineen, Tana  Manufacturing Victims: What the Psychology Industry is Doing to People (3rd Ed.). Montréal, Robert Davies Publishing, 2001.

[2]  Dineen, Tana  Manufacturing Victims: What the Psychology Industry is Doing to People (3rd Ed.). Montréal, Robert Davies Publishing, 2001.

Kinderen weten toch ook niet wat hun ouders online uitspoken

Waarom zouden ouders moeten weten wat hun kinderen online doen als kinderen niet mogen weten wat hun ouders zelf uitspoken? Waarom mogen ouders hun kinderen terroriseren als kinderen dat niet mogen met hun ouders?

We hebben vandaag een volksvertegenwoordiger ontmoet die beweerde dat kinderen die drugs gebruiken hun gezin ontredderen. Antwoord: "Zou u niet beter spreken over ontredderende gezinen in plaats van ontredderde gezinnen?" Het zijn toch de ouders die door hun eigen terreur ervoor zorgen dat kinderen drugs gaan nemen.

"Kwart ouders weet niet wat kind online uitspookt"

[Bron: Belga]

Photobucket

Ouders zijn zich bewust van de gevaren die hun kinderen online lopen, maar onderschatten de risico's. Weinig ouders nemen maatregelen, zoals het instellen van ouderlijk toezicht op de computer. Ongeveer een kwart van de ouders zegt niet te weten wat hun kinderen online uitvoeren, blijkt uit een onderzoek van antivirusfabrikant Symantec.

Landen
In de Verenigde Staten heeft 21 procent van de ouders geen idee van de online bezigheden van hun kroost. In het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland is dat respectievelijk 25, 26 en 33 procent. Japanse ouders (43 procent) zijn het meest onwetend.

Realiteit
Het is dan ook niet verwonderlijk dat het beeld dat ouders hebben van de activiteiten van hun kinderen op het internet, niet overeenstemt met de realiteit. Gemiddeld één op de vijf kinderen in Europa en de VS geeft toe dingen te doen die de ouders niet zouden goedkeuren. In Duitsland vermoedt slechts 2 procent van de ouders dat hun kind op internet wel eens door een vreemde is benaderd, terwijl maar liefst 24 procent van de kinderen aangeeft dat dat wel eens is gebeurd.

Controle
Ook de controle laat te wensen over. Zo heeft in de Verenigde Staten iets minder dan de helft van de ouders ouderlijk toezicht ingesteld op de computer thuis. In Australië gaat het om 40 procent van de ouders, gevolgd door China (39 procent), het Verenigd Koninkrijk (37 procent), Brazilië (32 procent), Frankrijk (32 procent) en Duitsland (23 procent). Japan bengelt helemaal onderaan. Daar voorziet slechts 5 procent van de ouders ouderlijk toezicht op de pc. In Frankrijk en Brazilië wordt het meest meegekeken over de schouders van internettende kinderen (respectievelijk 41 en 39 procent), in Japan andermaal het minst.

Persoonlijk contact
Uit het rapport blijkt voorts dat mensen over de hele wereld persoonlijk contact leggen op internet. Ruim de helft (52 procent) van de volwassen internetgebruikers zegt online vrienden te hebben gemaakt en de helft (46 procent) van die groep geeft aan dergelijke vriendschappen minstens zo op prijs te stellen als vriendschappen buiten internet. Daarnaast wordt het internet veel gebruikt om te daten, voor sociale netwerksites en om spelletjes en games te spelen.

Aanval
Ook blijkt uit het onderzoek dat de meeste volwassenen (85 procent) en kinderen (52 procent) op internet ooit het slachtoffer geworden zijn van een digitale aanval (gaande van spam tot een inbraakpoging) en zich zorgen maken om hun veiligheid op internet.

Kredietkaarten
Opmerkelijk is dat meer dan een derde (34 procent) van de internetgebruikers in de VS wel eens kredietkaartgegevens heeft verstrekt op internet, een record. Ter vergelijking, in Brazilië geeft hoogstens 1 op de 10 internetgebruikers aan dat al ooit te hebben gedaan. Het Verenigd Koninkrijk staat met 29 procent op de tweede plaats als het gaat om het percentage internauten dat kredietkaartgegevens deelt met vreemden.

Onderzoek
Het onderzoek werd tussen 12 november en 17 december 2007 in acht landen (VS, Verenigd Koninkrijk, Australië, Duitsland, Frankrijk, Brazilië, China en Japan) uitgevoerd door Harris Interactive, in opdracht van Symantec. Het onderzoeksbureau ondervroeg 4.687 volwassenen van 18 jaar en ouder en 2.717 kinderen tussen 8 en 17 jaar. (belga)

NPS: Weg met de Ouders! Dood aan het Gezin, bron van neuroses en psychoses!

Speech Jeffrey Schaler, Thomas Szasz Award Winner 2006

JEFFREY SCHALLER, speech 2006

Na zijn ontvangst van de Thomas Szasz mensenrechten onderscheiding 2006, hield Dr. Jeffrey Schaler, psycholoog en Amerikaans universiteitsprofessor, een speech waar hij kort maar krachtig de psychiatrie als pseudo-wetenschap onthulde.

De Nederlandse tekst van deze speeck kunt u vinden op:
http://www.psychopolitiek.nl:80/dr.jeffrey%20schaler.htm

 

Het staat u vrij om deze documenten als geheel te gebruiken of te verspreiden. Voor elk ander gebruik van het materiaal, dient u eerst contact op te nemen met info@psychopolitiek.nl. Daar kunt u ook terecht met uw vragen over de inhoud.

"Vlaanderen Boven" - "Omdat ik Vlaming ben!"

Vlaanderen roemt zich als de welvarendste regio van de wereld. Ja zeker. Het hoogste aantal zelfmoorden per dag, het meest aantal psychiatrische ziekenhuizen, kampioen in het slikken van allerhande psychofarmaca (de Vlamingen zouden beter wat bourgondischer doen!), de helft van de mensen die naar de dokter gaat blijkt iets tussen de oren te hebben, ...

En nu scoren we in Europa ook het hoogst in het pesten van elkaar. De correlatie met de vrije val van onze Rode Duivels (ons nationaal voetbalteam voor de Hollandse lezers van deze site, want de lezers van deze blog zijn voor 43% SP'ers, PvdA'ers, Balkende Enden, Wilderse Ianen en Rita Verdronkenen) moet een oorzakelijk verband verbergen. Ja, Vlamingen zijn ook de pestkampioenen van Europa. Zo schrijft journalist Jeroen Verelst het vandaag in de "onafhankelijke" kwaliteitskrant De Morgen (vergeleken met De Volkskrant en de NRC een lokaal bladje eigenlijk).

Vlamingen zijn pestkampioenen

Photobucket

Vlaamse scholieren zijn de grootste pesters in Europa. Jongeren tussen 12 en 18 jaar worden gepest om afwijkende uiterlijke kenmerken zoals gewicht en grootte.

Opvallend is dat scholieren met een andere huidskleur in Vlaanderen veel minder gepest worden dan elders in Europa. Dat blijkt uit een onderzoek van de gereputeerde Britse overheidsinstelling British Council.

De British Council nam enquêtes af in 47 middelbare scholen, verspreid over zeven Europese landen: België, Duitsland, Nederland, Spanje, Italië, Groot-Brittannië en Portugal. Voor ons land werden alleen Vlaamse scholen onder de loep genomen. In totaal werden 3.500 scholieren ondervraagd, in Vlaanderen legden de Britse onderzoekers 350 leerlingen op de rooster.

Voor 55 procent van de jongeren tussen 12 en 18 zijn uiterlijke kenmerken zoals grootte en gewicht de voornaamste reden waarom leeftijdgenoten op school uitgelachen en gepest worden. Dat is het hoogste cijfer van alle onderzochte landen. Ook kleding is voor Vlaamse scholieren opvallend vaker dan elders een motivatie om medeleerlingen het leven zuur te maken. Jongeren met een handicap worden op Vlaamse scholen dan weer veel minder geviseerd dan in andere Europese landen.

Vlaamse scholieren tonen zich ook toleranter voor jongeren met een andere huidskleur. Bijna een derde van alle ondervraagde Europese scholieren bestempelt huidskleur als de belangrijkste reden om slachtoffer te worden van pesterijen. In Vlaanderen is dat bij 22 procent van de leerlingen het geval. Van de allochtone leerlingen die zelf aan het onderzoek deelnamen, werd 20 procent de afgelopen drie maanden gepest. De onderzoekers stelden vast dat het in Vlaanderen vooral de nieuwkomers zijn die zich uitgesloten voelen op school. De migranten van de tweede generatie hebben naar eigen zeggen minder last van pestgedrag.

De ondervraagde jongeren schuiven ook oplossingen naar voren om de uitsluiting en de pesterijen op school terug te dringen. Ze vinden dat er tijdens de lessen meer aandacht besteed moet worden aan culturele achtergronden en verschillen, en pleiten voor een betere begeleiding van allochtone leerlingen én hun ouders. Een vijfde van de migrantenleerlingen is er ook van overtuigd dat het begrip bij hun medeleerlingen zal groeien als ook andere religieuze feestdagen dan enkel en alleen de katholieke op school worden erkend. De British Council bundelde de aanbevelingen van de scholieren en bezorgde ze gisteren aan de leden van de Europese Commissie.

Vlaams onderwijsminister Frank Vandenbroucke (sp.a) plaatst kanttekeningen bij de relatief kleine steekproef van de studie, maar neemt de resultaten ernstig. "Ze tonen nog maar eens aan hoe ernstig deze problematiek is. Elk gepest kind is er een teveel. We moeten pestgedrag maximaal trachten te voorkomen en meteen ingrijpen waar het opduikt.

"De Vlaamse scholen hebben de voorbije jaren veel tijd en middelen geïnvesteerd in een antipestbeleid, dat veel verder gaat dan alleen maar brandjes blussen. De individuele aanpak van het probleem moet ingebed zijn in acties op het niveau van de hele school en de hele klas. We proberen vanuit de Vlaamse overheid ook overkoepelende ondersteuning te bieden aan de scholen. Die aandacht mag niet verslappen, het probleem vraagt blijvende aandacht." (Jeroen Verelst)

NPS: het best scoren in alles? hoe noemen ze dat? neoliberalisme! Jeder für sich und Gott gegen Allen (Elk voor zich en God gegen ons Allen!)! Jammer genoeg bestaat er wel een heilige voor de wanhopigen en voor wie aan geen lief raakt (de heilige Rita), maar een god der schizo's, een patroonheilige van de bipolairen of een godin van de anorexia-meisjes hebben onze almanak nooit gesierd, laat staan een God der Pesters, met een Vader, een Zoon en een Heilige Geest!

Einde van de Beeldcultuur; Begin van de Geurcultuur

Op 31 januari kondigden we in een visionair moment het begin van de geurcultuur aan als middel om mensen te conditioneren (ericrosseel.blogspot.com):

De Geuren van de Dood
Het gevaar van mensen te leren lezen en schrijven is dat ze boeken kunnen lezen - en er desnoods zelf schrijven. (Vandaar dat in de periode van de democratisering van het onderwijs in de jaren 1950 en 1960, de kinderen van hun ouders te horen kregen: "Zijt ge weeral boekskes aan het lezen?")
Dus, de oplossing van een halve eeuw geleden was: naar de radio luisteren en tv kijken. En het maken van radio en tv was een Staatsmonopolie. Nu kan iedereen met vrij eenvoudige middelen zelf radio en tv maken.
Dus, misschien zitten we binnen tien jaar geuren te snuiven. Want (zo denken we althans) alleen de Natuur kan geuren voortbrengen.
Tot ... (regressio ad infinitum!).

en zie !!!
[Bron: De Volkskrant 20/02/2008]:

Sinaasappellucht maakt arrestant kalm en schoon

Amsterdam - Gevangenen op het hoofdbureau van de Rotterdamse politie zijn volgens het korps ‘gelukkiger én schoner’ dan arrestanten elders in het land. De reden: geurzuilen en ventilatieroosters verspreiden een fris sinaasappelaroma over het cellencomplex. Het korps is na een maand citrusvruchtenlucht razend enthousiast.

Experimenteren met smaak, geur en geluid was het korps Rotterdam-Rijnmond toch al niet vreemd, getuige een eerdere proef waarbij agenten door het verstrekken van chocola agressie bij het uitgaanspubliek tegenging. Ook de Mosquito, die hangjongeren wegjaagt, is inmiddels befaamd. Het apparaat geeft een hoog piepsignaal af dat alleen binnen het gehoorbereik van 25-minners valt.

De eerste resultaten zijn volgens het korps zowel positief als verrassend. De proef, die bijna was afgelopen, is met een half jaar verlengd. Onderzoekster Britte Evegaars, die met het experiment afstudeerde aan de Radboud Universiteit Nijmegen, verwachtte van tevoren minder agressie bij arrestanten. Dat kwam uit, maar de sinaasappellucht had ook andere effecten: gevangenen vroegen vaker om een douche en hadden minder kalmerende medicijnen nodig. Dat laatste kan volgens de politie flink in de kosten schelen. ‘Als de tweede proef aantoont dat het medicijngebruik met 5 à 10 procent kan dalen, scheelt dat in de medische kosten zo’n 665 duizend euro per jaar’, liet hoofd arrestantenzorg Herma Heester in het personeelsblad Geboeid weten. Een dergelijke daling behoort tot de mogelijkheden, maar met precieze cijfers komt de politie pas na voortzetting van de proef naar buiten.

Sociaal psycholoog Henk Aarts, verbonden aan de Universiteit Utrecht, vindt het effect van sinaasappelgeur ‘leuk en intrigerend’. Volgens hem heeft het resultaat te maken met de associatie die mensen bij sinaasappellucht hebben. ‘Bij citrusvruchten denken mensen al snel aan gezond en fris. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat citroengeur mensen aanzet tot schoonmaken. Ik vraag me echter af of dit effect ook op de langere termijn zichtbaar blijft.’

Zal men nu echt geloven dat omdat men arrestanten wat kalmeert met appelsientjes, men de misddad uit de wereld zal helpen en dat men het Vade retro Satan! (die Satan waar toch nog veel Hollanders en Vlamingen in geloven) zal verwerkelijken?
Heeft het toelaten van alle mogelijke vormen van geweld in onze fantasie (m.a.w. op televisie, in de beeldcultuur dus) het reëel geweld in de wereld ook maar op één manier teruggedrongen?
Denkt men echt dat men mensen zo maar in het ootje kan nemen met het verspreiden van wat sinaasappellucht?
Nieuwe conditioneringen betekenen voor ons: nieuwe vormen van "zinloos geweld" waarvan we (sic!) dan weer niet zullen begrijpen (niet zullen willen begrijpen) waar het vandaan komt!
Het inzetten van meer politiegeweld zegt ons alleen maar dat er meer geweld is en vermits de politie daar de oorzaak niet van is, kan de politie dit geweld ook nooit verhinderen, want de intelligentie van de politie is altijd een jaar achter op de intelligentie van de "misdaad" (m.a.w. van onze "menselijke natuur" om onze zin te krijgen).
Dus: laat ons (en vooral onze kinderen) toe hun zin te doen, misschien zal er minder geweld zijn en zullen we dan niet besparen op wat kalmeermiddelen om arrestanten koest te houden, maar op die ganse uitbouw van een machts- en geweldapparaat dat de Politie en de Staat toch maar is!

De Belle Epoque

[Bron: De Morgen 19/02/2008, voor wat betreft het artikel hieronder]

Free Image Hosting at www.ImageShack.us

Vóór de Eerste Wereldoorlog (de Grote Oorlog 1914-1918, waarbij de éne helft van de mensheid de andere helft uitmoordde, tot groot profijt en jolijt van de aandeelhouders van wapenfrabrikanten) hadden we in Europa het tijdperk van de Belle Epoque (1900-1914). De elite vergat de komende ellende die ze in nuchtere toestand voorbereidde, door zich na het opstellen van haar blauwdrukken te bezatten in "origieën" met een pseudo-artistiek karakter. Centrum in België was Oostende, de koningin der badsteden, waar men toe ook al in badpakken rondliep. Nu is dat gedoe onder de "leidende" klassen weer trendy blijkbaar (zie hieronder). Kortom: de "Derde Wereldoorlog" is nakend, ze is trouwens overal periferisch reeds aan de gang, zowel "extern" (Darfur, Afghanistan, etc.) als "intern" (de "moslims" en hen die hun een hand boven het hoofd houden). Blijkbaar zijn we weer eerst aan een grote zuivering toe, vooraleer de "communistische hypothese" weer kan worden opgepakt (cf. Alian Badiou De quoi Sarkozy est-il le nom?, 2007). 

Studentes stoefen met drankuitspattingen op het net

De gêne compleet voorbij. Dat kan je rustig zeggen van de nieuwe trend waarbij meisjes hun dronken uitspattingen schaamteloos op het net zwieren. Het staat in de VS zelfs garant om je sociale status bij je studiegenoten op te vijzelen.

Geen job
De keerzijde van de medaille is dat werkgevers hoe langer hoe meer websites zoals facebook en myspace afschuimen om te zien wat ze zoal kunnen vinden over hun kandidaat-werknemers. De online losbandigheden in beschonken toestand zijn dan niet echt een pluspunt voor de sollicitant. Amerikaanse universiteiten als Yale raden hun studenten dan ook aan hun profiel eerst grondig op te kuisen. "Wat de student als cool beschouwt, kan hem of haar een job kosten".

Binge drinking

Artsen waarschuwen bovendien voor de kwalijke gevolgen op lange termijn van overmatig drankgebruik of 'binge drinking': hersenschade, traumatische verwondingen en een verhoogd risico op seksueel overdraagbare ziektes. Mannelijke 'binge drinkers' consumeren vijf of meer alcoholische dranken op rij, vrouwelijke vier of meer. De helft van de Amerikaanse studenten zou zich hieraan bezondigen.

Seksueel misbruik
Zo'n 1700 studenten tussen 18 en 24 jaar sterven jaarlijks aan de gevolgen van een overvloedige drankconsumptie in de VS. Op jaarbasis zijn meer dan 97.000 Amerikaanse studenten in diezelfde leeftijdscategorie slachtoffer van seksueel misbruik of verkrachting waarbij alcohol een nefaste rol speelt. (abc/jv)

als ze nu ook maar geen misdaden zouden plegen ...

dan leefden we in de beste aller mogelijke werelden!!!
[Bron: De Morgen]

Gedetineerden braver door juiste voeding

Voedingssupplementen kunnen agressieve jongeren terug op het juiste spoor zetten. Dat blijkt uit een Brits experiment bij gedetineerden die vrijwillig meewerkten.

'Gewone' stoffen
Elke dag kregen de agressievelingen een dosis vitamines, mineralen en vetzuren binnen. Bij de keuze van de stoffen werd gelet op de beschikbaarheid. De gedetineerden kregen met andere woorden niets dat niet gewoon in de supermarkt te koop is.

Minder
Het resultaat was algauw merkbaar: er werd minder agressie gemeten. Sterker nog: de jongeren waren ook minder somber, minder angstig en hadden minder slaapproblemen.
De onderzoekers zijn in de wolken: "Het ongewenst gedrag ontstaat vooral uit een combinatie van psychische klachten en slaaptekort. Met de supplementen haal je dat patroon duidelijk onderuit."

Nederland volgt
De resultaten van het Britse onderzoek hebben er inmiddels toe geleid dat men ook de voeding van jonge Nederlandse gedetineerden overweegt aan te passen, zo meldt De Telegraaf. Om welke stoffen het precies gaat, werd niet vermeld. (edp)

Persoonlijke Snelheid

Zaterdagnacht Canvas-VRT:

Geluk is Personal Velocity geworden.
Dus: laat je in snelheid nemen!

De Mens is meer dan een Diagnose

Overgenomen van de blog "Te Gek voor Woorden"
http://politiekenpsychiatrie.web-log.nl/

De mens is meer dan zijn diagnose; ofwel de foute ideologie van het “medisch model”

Een veel gehoorde klacht van de cliëntenbeweging is, dat psychiatrische patiënten slechts nog als een stoornis worden gezien, een “wandelend ziektebeeld”. Er is weinig aandacht voor jou als mens, maar slechts voor je “zieke”kant. Maar hoe komt het, dat deze benadering schering en inslag is in de GGZ? Mijns inziens heeft dat alles te maken met de dominantie van het “medisch model”, en de ideologie die daaraan ten grondslag ligt.

De tegenwoordige psychiatrie is erg biologisch gericht; psychische aandoeningen worden veroorzaakt doordat er iets mis is met stofjes in de hersenen, zo is de teneur. Als de oorzaak van een psychische aandoening vooral op medisch/biologisch vlak gezocht wordt, waarom zou je dan kijken naar wat voor leven iemand gehad heeft, welke mogelijkheden hij of zij heeft, welke toekomstwensen? Het gaat immers om dat stofje dat gecorrigeerd moet worden. Dus is het vooral van belang dat de patiënt zijn medicijnen slikt en het personeel en medepatiënten niet te moeilijk maakt.

Er is een tijd geweest, dat de aandacht niet vrijwel uitsluitend op lichamelijke processen werd gericht als verklaring voor psychiatrische aandoeningen. Met name in de 70er jaren eiste de stroming van de “anti-psychiatrie” de aandacht op voor de (negatieve) invloed van de maatschappij. Zelfs tot in het extreme: er werd gesteld dat het de maatschappij was, die ziek was; dat psychiatrisch patiënten eigenlijk de “gezonden” waren omdat ze stuk liepen op dit zieke systeem, en de “normale” mensen die zich aanpasten eigenlijk de “zieken”waren. Tegenwoordig lijkt de anti-psychiatrie af te hebben gedaan. Met de vorderingen in hersenonderzoek is bewezen, dat psychiatrische ziekte bestaat – er is immers iets afwijkends aan de hersenen te zien. Dat moet vervolgens door middel van medicijnen gecorrigeerd worden. Maar ligt de reden dat er iets mis is met dat stofje enkel in de biologie of chemie? Het lichaam is een uiterst complex organisme, dat leeft in wisselwerking met zijn omgeving, waarbij het verleden ook nog een rol speelt. Bijvoorbeeld: hoe het lichaam op stress reageert, heeft nog veel te maken met de tijd, dat die stress bestond uit de dreiging van een roofdier. Stress was een middel, om het lichaam te alarmeren en klaar te maken voor een grote fysieke inspanning. Tegenwoordig is de dreiging meestal mentaal of sociaal: geen wolf, maar een baas die je wil ontslaan bijvoorbeeld ligt op de loer. De stress hoopt zich op, maar de fysieke inspanning blijft achterwege, waardoor de stress in het lichaam opgehoopt blijft zitten – en als dit vaak voorkomt, chronisch kan worden en tot depressie kan leiden. En ja, bij depressie is er inderdaad wat mis met een stofje in de hersenen.

Enorm veel mensen worden daarom aan de anti-depressiva gezet. De farmaceutische industrie en zijn aandeelhouders varen daar wel bij. Maar ondertussen blijven de oorzaken voor die depressieve klachten bestaan, en die zijn maar al te vaak maatschappelijk – hoge werkdruk, geen zekerheid op een vaste baan, die voor vroegere generaties nog vanzelfsprekend was, armoede, slechte huisvesting en sociale voorzieningen, een onzekere toekomst en de ideologie van de “eigen verantwoordelijkheid” die de schuld van maatschappelijk falen bij het individu legt.

Psychoses worden in de geest van het medisch model ook voornamelijk verklaard op medisch/biologische gronden – weer dat beroemde stofje in de hersenen. Toch zijn er ook psychiaters, die er van overtuigd zijn, dat ook een psychosegevoeligheid te maken heeft met levensgebeurtenissen. Ook zijn er onderzoeken geweest, die een duidelijk verband aangetoond hebben tussen armoede (soms nog in eerdere generaties) en schizofrenie.

Dat persoonlijkheidsstoornissen meestal het gevolg zijn van traumatische jeugdervaringen, is wel algemeen aanvaard. Sexueel misbruik en kindermishandeling bijvoorbeeld liggen nogal eens ten grondslag aan een borderlinestoornis.  Maar vaak worden dergelijke problemen toch gezien als “problemen binnen het gezin”, niet als maatschappelijke problemen. Terwijl ik denk dat sexueel misbruik en huiselijk geweld wel degelijk in verband te brengen zijn met de harde maatschappij waar we in leven, die vaak het slechtste in mensen naar boven brengt. Waarin men zich bovendien maar liever niet bemoeit met wat er in het gezin, die heilige hoeksteen van de samenleving, gebeurt. Waar de jeugdzorg door onderfinanciering schandalig slecht functioneert, met soms letterlijk dodelijke gevolgen.

Elke belangrijke stroming in de psychiatrie, op de anti-psychiatrie na, droeg het stempel van de kapitalistische ideologie. Nooit werd er een duidelijk verband gelegd tussen (de misstanden van) het kapitalistisch systeem en psychische aandoeningen. Kort door de bocht: de psycho-analyse legde de oorzaak van psychische problemen bij individuele jeugdervaringen, niet bij maatschappelijke invloeden. Terwijl het gezin per definitie een maatschappelijk fenomeen is – het is aan de ene kant voor veel mensen een middel om de kilte van de samenleving te ontvluchten door je “eigen nestje” te bouwen, het is ook een instrument om hiërarchische verhoudingen tussen mannen en vrouwen en tussen ouderen en jongeren er al met de paplepel in te gieten. Het behaviorisme keek niet naar oorzaken van gedrag, maar probeerde dat gedrag te beïnvloeden door te belonen en te straffen.

Alleen de anti-psychiatrie legde een duidelijk verband tussen maatschappij en psychisch lijden. Niet voor niets bloeide de anti-psychiatrie vooral in de 70er jaren – jaren van radicalisatie naar links, van grote protestbewegingen van arbeiders en jongeren. Socialisme was populair, kapitalisme een scheldwoord. De anti-psychiatrie kwam omhoog op deze golf van links protest, die ook ideologisch een alternatief wilde bieden. Hoewel ook de anti-psychiatrie zijn uitwassen kende, is veel nog steeds van waarde. De repressieve tendenzen in de psychiatrie werden blootgelegd en er werd actie tegen gevoerd: tegen de electroshocks, het separeren, het platspuiten en wegstoppen van cliënten in inrichtingen ergens in de bossen, ver van de maatschappij. De psychiatrie werd gezien als een systeem, dat diende om degenen, die zich niet wilden aanpassen aan de heersende normen en waarden, te onderdrukken en op te sluiten. En daar zat een kern van waarheid in. Het gebeurde bijvoorbeeld ook in het “vrije Westen”, dat homosexuele mannen of vrouwen in inrichtingen werden opgesloten, puur vanwege hun geaardheid.

Hoewel er veel veranderd en verbeterd is, leven we nog steeds in een kapitalistische maatschappij, in een periode van economische crisis. De druk vanuit de maatschappij op het individu wordt alleen maar groter, en ook de GGZ zelf verschraalt en verhardt. Verworvenheden uit het verleden dreigen weer weggenomen te worden. De socialistische beweging heeft na de val van de Muur sterk aan kracht ingeboet, de leiders van bijvoorbeeld de SP (de Nederlandse Socialistische Partij) en de vakbeweging hebben vaak geen goed weerwoord op de kapitalistische ideologie.

In die situatie kan het medisch model domineren, en is de praktijk van “stop er maar een pil in” wijdverspreid. Empowerment, patiënten die opkomen voor zichzelf en voor wat ze zelf willen, worden vaak nog steeds alleen maar gezien als lastig. Terwijl ik denk, dat veel psychisch lijden er juist mee te maken heeft, dat mensen zich machteloos voelen, een speelbal van hun omgeving en van maatschappelijke krachten. Om dat te boven te komen, om te herstellen,  is het van levensbelang om voor jezelf op te komen, om opstandig te zijn, al is het maar op kleine schaal. De maatschappelijke misstanden die vaak ten grondslag liggen aan psychisch lijden de wereld uit helpen, dat kan een individuele cliënt niet. Een individuele hulpverlener trouwens ook niet. Daarvoor is massa-actie nodig, tegen concrete misstanden en voor een andere, socialistische maatschappij. Kritische hulpverleners en cliënten die voldoende hersteld zijn, kunnen daar wel een bijdrage aan leveren. Maar die strijd begint met het ontkrachten van de ideologie die de status quo verdedigt, in het geval van de psychiatrie het medisch model. Ik hoop hier met dit stukje een bijdrage te kunnen leveren.

Goed Nieuws

"Psychische problemen vaak taboe bij jonge mensen"

[Bron: anp/ De Morgen]

Slechts één op de drie jonge Nederlanders met psychische problemen zoekt hulp. Dat concludeert psychologe Kathleen Vanheusden in een proefschrift waarop ze woensdag promoveert aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit.

Van de mensen van negentien tot 32 jaar heeft 16 procent professionele hulp nodig. Het gros van die groep laat de hulpverlening links liggen omdat de mensen, volgens de promovenda, hun probleem ontkennen of onderschatten. Het kan volgens haar ook zijn dat de jongere niet gelooft dat de psychische hulp werkt.

Met name allochtone jongeren zouden minder aankloppen bij GGZ-instellingen. De promovenda pleit voor meer voorlichtingscampagnes. (anp)

***

Precies! "Psychische hulp" werkt niet. Je riskeert vooral volgestopt te worden met medicijnen, de oren afgezaagd te worden door therapeuten die zogezegd luisteren en al direct weten wat "je eigenlijk wil zeggen" en vooral je, zodra ze controle over je verliezen, je gedwongen laten opnemen en in de isoleercel stoppen, zeker in Nederland, waar de "separeer" zeer populair is. En dat risico loop je zeker als allochtoon, ook in België. Dus liever zot zijn dan je tijd en je leven verliezen aan de ggz.   

In de reeks hoogstaand wetenschappelijk onderzoek ...

Kleinste borelingen lopen groter risico op zelfmoord

Free Image Hosting at www.ImageShack.us

[Bron: Belga, De Morgen]

Jongens die bij hun geboorte minder dan 2,5 kilogram wogen en kleiner dan 47 centimeter waren, lopen als volwassene een duidelijk hoger risico op zelfdoding dan borelingen die zwaarder en langer zijn, blijkt uit een Zweedse studie waarover de Artsenkrant bericht.

Laag geboortegewicht
De onderzoekers baseerden zich op gegevens van ongeveer 320.000 mannen die in Zweden werden geboren tussen 1973 en 1980. Hun geboortegegevens werden gelinkt aan gegevens over zelfdoding en pogingen. Daaruit bleek dat een laag geboortegewicht (lager dan 2,5 kilogram) en zelfs een relatief laag geboortegewicht (tussen 2,5 kilogram en 3,0 kilogram) bij jongens gepaard gaan met een hoger risico op zelfdodingspogingen op volwassen leeftijd.

Kleinste boorlingen
Ook werd duidelijk dat het risico op zelfdoding hoger was in de groep met de laagste geboortelengte, een lengte lager dan 47 centimeter.
De geboortegestalte heeft ook een invloed op de aard van de zelfdoding. De onderzoekers stelden een hoger risico vast voor niet-gewelddadige zelfdodingspogingen in de groep met de laagste geboortelengte. Anderzijds zouden jongens die bij de geboorte zowel kleiner dan 47 centimeter zijn als minder dan 2,5 kilogram wegen op volwassen leeftijd vaker kiezen voor een gewelddadige suïcidepoging zoals verhanging of onder de trein springen.

Gestalte bepalend
Het onderzoek gaf ook aan dat de gestalte op volwassen leeftijd het suïciderisico bij mannen beïnvloedt. De auteurs stelden vast dat er een hoger risico is bij de kleinste mannen, ongeacht hun geboortelengte. Hoe groter een man is, hoe kleiner dus het risico dat hij ooit een poging tot zelfdoding onderneemt. Het lichaamsgewicht blijkt hier geen rol te spelen.

Serotonine
Een verklaring ligt mogelijk in de rol van serotonine. "Deze stof is onontbeerlijk voor de ontwikkeling van de hersenen", zeggen de onderzoekers. "Afwijkingen in het serotoninemetabolisme kunnen een rol spelen bij impulsiviteit, agressie en suïcidegedrag. Mogelijk wijken de serotoninewaarden af in geval van een premature geboorte of onder invloed van andere factoren die de groei in de baarmoeder vertragen."

Vroege interventie noodzakelijk
De onderzoekers wijzen op het belang van een vroege interventie bij prematuur geboren kinderen of kinderen met een laag geboortegewicht of kleine geboortegestalte. "Studies leren immers dat alertheid voor en een vroege behandeling van verschillende predictoren van suïcidaal gedrag een gunstig effect hebben", besluiten de onderzoekers.

*****
Weer zo'n onderzoek waarbij op basis van het linken van gegevens via correlationele methodes (kijken of in een subgroep een bepaald kenmerk meer voorkomt dan in een andere subgroep zonder dat het onderzoek zelf ook maar een poging doet om oorzakelijke verbanden op te sporen) de wildste speculaties worden gemaakt. Waarbij dan de spectaculaire aspecten met grote gulheid via de media aan de publieke opinie worden gepresenteerd.

Vijf opmerkingen maar:
1. hoeveel van die kleingestaltigen en lichtgewichtjes zijn te vroeg geboren kinderen of prematuren? Kortom: wat is de betekenis van "lager dan 2,5 kg. geboortegewicht" en "minder dan 47 cm. geboortelengte"? En waarom geen 48 of 46 cm? Of levert dit andere resultaten?
2. waarom meet men het serotoninegehalte van deze groepen niet? Als serotonine in het spel is, is het toch een simpele zaak om het serotoninegehalte of het tryptofaangehalte (tryptofaan is de aanmaker van serotonine) via een eenvoudig bloedonderzoek (weliswaar niet goedkoop, maar toch een zinvolle investering lijkt het ons) te meten.
3. te vroeg geboren kinderen en zeker premature kinderen komen in hun eerste levensmaanden en jaren dikwijls op een dramatische manier met de wereld van de mensen en de dingen in contact, wat ongetwijfeld hun emotionele ontwikkeling zal beïnvloeden. Prematuren brengen soms maanden in couveuse door, verbonden aan allerhande medisch-technologsiche apparatuur. Dikwijls heeft de moeder dan nog af te rekenen met een postnatale depressie. De eerste sociale contacten van prematuren en ook van van heel wat te vroeg geboren kinderen met de buitenwereld zijn dan ook doorgaans niet bepaald 'warm', maar koel-technisch en bijzonder artificieel, welke inspanningen verplegers ook leveren om er voor het kind nog het beste van te maken. Kortom: met de verwijzing naar serotonine wordt hier weer gesuggereerd dat de mogelijk hogere kans op zelfmoord bij prematuren een "puur biologische" zaak is, zonder sociale, relationele of psychologische dimensies en dat dus ook de pistes voor eventuele preventie tot puur medisch-biologische interventies worden beperkt.
4. en waarom wordt nergens de vraag gesteld waarom dit onderzoek zich beperkt tot jongens? Waren de resultaten bij de meisjes anders en hadden ze geen spektakelwaarde, zodat ze dus maar niet werden gepubliceerd?
5. speculeren over de wijze van zelfmoord plegen op basis van zuiver administratieve gegevens getuigt niet bepaald van kwaliteitsonderzoek. In hoeverre zijn de gegevens over de zelfmoordmanier correct, volledig en betrouwbaar? Wordt dit sowieso wel altijd geregistreerd? Als je het hoofstuk "Discussion" (het hoofdstuk in een studie of artikel in een vaktijdschrift waarin de onderzoekers hun eigen onderzoek becommentariëren, relativeren en verdere onderzoekspistes voorstellen) van deze studie leest, dan merk je dat de onderzoekers zelf bijzonder veel vragen stellen bij het opzet en de resultaten van hun eigen onderzoek.  
      

Erfelijk ja, maar de onze niet hoor!

Schizofrenie en intelligentie (plus de ganse bataclan) zijn ongetwijfeld erfelijk. Ze mogen voor ons part zo erfelijk zijn als maar mogelijk is. Het leven is nu eenmaal erfelijk.

Maar weet dat jouw en mijn leven, jouw en mijn schizofrenie, jouw en mijn intelligentie (plus de ganse bataclan) NIET erfelijk zijn, gelukkig.

[Is het niet vreemd dat men voor homoseksualiteit ongeveer weet op welk chromosoom men moet zoeken, Xq28 met name, maar dat voor intelligentie en andere geestesziekten waarvan al sinds 1870 met de grootste trom de erfelijkheid wordt geponeerd, ons nog niemand meegedeeld heeft waar op Watson & Crick's dubbelhelixen men naar schizofrenie, depressie, antisociale persoonlijkheid (psychopatie) plus de rest van de bataclan aan het zoeken is?]

Nog eens de puntjes op de i.

[Toch eens één van de vele brieven beantwoorden, publiekelijk dan!]

Dag Netwerk,

Eerst en vooral wil il mijn verontschuldigingen aanbieden, ik weet niet wat ik gisteren allemaal uitgekraamd heb maar veel bijzonders zal het niet zijn geweest. Maar zo erg is dat nu ook weer niet, vooral omdat ik zeker ben dat het fatum ingreep.
Maar goed,  ik heb het netwerk gelezen en wou je toch op iets attent maken.
Het is zo dat ik mensen zie open bloeien dank zij medicatie.
Ik weet dat er grof geld verdiend wordt maar niet alle medicatie is slecht, als iemand zijn medicatie weigert, bij ons hebben de geïnterneerden daar het recht toe dan zie je ze achteruit gaan tot op een bepaald moment ze toch weer hun medicatie innemen, ze komen terug tot leven, ze functioneren weer.
Daarom vind ik dat je rekening moet houden met de voordelen ook.
Niet elke psychiater is een boeman, niet elke pil is vergif.
Ik sta zelfs niet meer achter het artikel tegen die hetze tegen Janssens, ze zullen uiteraard op winst uit zijn en dat moet veranderen, kinderen vooral mogen niet naar willekeur medicatie krijgen, de psychiater moet zijn oordeel niet bouwen op de vraag van de ouders die een pop ipv een kind in huis willen MAAR neem niet alle medicatie weg, er worden mensen geholpen.
Ik schrijf jullie dit in de hoop dat jullie niet in alle staten zijn omdat ik het waag maar lees eens rustig en bekijk eens de andere kant van de medaille.
Sommige mensen kunnen dank aan de medicatie een menswaardig leven hebben.
Dag Netwerk. Vanwege Hannah 25 december 2007
 
Och Hannah,
wij zijn helemaal niet tegen medicatie op zich, dat hebben we tot telkens toe geschreven en herhaald, maar tegen overmedicatie, daar waar ze helemaal niet nodig is en blijkbaar ook niet helpt: als bv. een eerste antidepressivum na 6 weken niet werkt om welke reden dan ook, stop de mensen dan niet vol met een 2de of een 3de merk. Dan zijn er immers reeds bijna 6 maanden voorbij en we weten allen dat 80% van de depressies op een "natuurlijke" wijze verdwijnen, tenzij het geen depressie is maar een structurele levenssituatie (bv. armoede, aanhoudende morele wreedheid of partnergeweld, etc.). Of als Risperdal niet alleen de paniekerige "wanen" wegneemt, maar ook de levensdrang in het algemeen. Dat men eerst luistert naar waar die wanen overgaan in plaats van als psychiater te denken: "een waan is een waan is een waan is bij iedereen eigenlijk dezelfde waan". Wij hebben nog niet veel schizofrenen ontmoet die genoten hebben van het recht dat de psychiater in plaats van reeds naar zijn voorschrijfboekje te grijpen, inging op de wanen van de "patiënt" en onbevoordeeld checkte wat er al of niet van waar was. Maar psychiaters die ingaan op de razernij van ouders die komen klagen dat hun zoon of dochter hen gek maakt en het gezin ontreddert, ja dat wel. In plaats van te zeggen: "U wordt gek? dan zal ik u wat Risperdal voorschrijven, 2 maal 1.5 mg per dag, als startdosis! Uw Jefke en uw Suzanneke ontredderen het gezin? En wie heeft hen ontredderd? U? De leraar aardrijkskunde? WIE, brave mensen? Hier uw doosje Risperdal en ga elders zeuren en klagen!"
Bovendien hebben de psychiatrie en de farma-industrie miljoenen euro ter beschikking voor hun propaganda, dus mag een roepende in de woestijn die het met 0 euro moet doen, wel eens overdrijven in het weerwerk tegen die massale en dagelijkse werelwijde overdrijvingen van een bende immorelen. Want van amorelen: daar houden we van, die geven medicijnen waar ze goed voor zijn in zuivere "onverschilligheid", zoals de Franse filosofen zeggen. Maar immorelen, nee: bij het altruïsme en de "onbaatzuchtige plicht tot hulp en zorg" van dat soort lui is het altijd uitkijken geblazen. Dus wees blij dat er nog mensen zijn die uitkijken.

Netwerk, 25-12-2007

Is the Revolution here to come? Psychiaters onder elkaar!

Zelfs de psychiaters zelf verwijzen al naar onze "Karl" !!!
Leest u maar:
t i j d s c h r i f t  v o o r  p s y c h i a t r i e  nr.  4 9 ( 2 0 0 7 ) 1 2
r e d a c t i o n e e l

Psychiatrie op de kop?
c . f . a . m i l d e r s

De psychiatrische praktijk wordt tegenwoordig in belangrijke mate bepaald door de principes van evidence-based medicine, door richtlijnen en daarvan afgeleide zorgprogramma’s. Er is dus sprake van een vergaande verwetenschappelijking en systematisering van de psychiatrische praktijk. De gemiddelde psychiater lijkt zeer tevreden te zijn met deze ontwikkeling. Uit een onlangs gehouden enquête blijkt dat psychiaters hun werksituatie met een 7,5 waarderen en dat richtlijnen als positief worden beoordeeld. Is het terecht om hieruit de conclusie te trekken dat de psychiatrie (met een parafrasering van Rümke) ‘bloeit en niet meer in gevaar is’? Kunnen we ‘rustig gaan slapen’?

Kritische stemmen In dit ‘vredige’ psychiatrische domein kan men de laatste jaren echter kritische stemmen horen, die wijzen op min of meer verborgen, ‘gevaarlijke’ gevolgen van deze verwetenschappelijking van de klinische praktijk. Zo vernemen we de waarschuwende stem van Pols (2004), die de kwade kanten beschrijft van de in principe goed bedoelde richtlijnen. Hoewel richtlijnen zijn bedoeld om de kwaliteit van het klinisch denken en handelen te bevorderen, kunnen ze de complexiteit van de klinische werkelijkheid te veel inperken. Het gaat in de praktijk juist om allerlei individuele factoren bij de patiënt en de psychiater, in samenhang met unieke contextvariabelen. Deze factoren zijn medebepalend voor diagnostiek en behandeling. Pols is het dan ook oneens met de opvatting dat richtlijnen fungeren als een standaard waarvan men alleen gemotiveerd mag afwijken, temeer daar over de aard van een geldig geachte motivatie niets bekend is. Het uiteindelijke beoordelingscriterium voor een goede psychiatrische behandeling op maat ligt in de dokter-patiënt dialoog. Richtlijnen zijn volgens Pols geen opdrachten, maar hulpmiddelen.

Een andere stem die wij duidelijk vernemen, is die van de filosoof Harry Kunneman (2005). Hij beschrijft hoe professionele kwaliteitsnormen (waarin objectiverende kennisvormen centraal staan) verstrengeld zijn geraakt met beheersingsstrategieën uit economische en politieke krachtenvelden (overheid, zorgverzekeraars en dbc’s). Dit monsterverbond verdringt de voor het zorgproces wezenlijke humanistische waarden. Hierdoor ontstaan volgens Kunneman ondemocratische verhoudingen en irrationele processen. Ondemocratisch omdat in de geïnstitutionaliseerde psychiatrie niet-kritiseerbare en verborgen machtsverhoudingen de dagelijkse praktijk gaan bepalen. Irrationeel omdat men daardoor ‘wegkijkt van de plek der moeite’. Men houdt geen rekening meer met onontkoombare existentiële en morele vragen rond de eindigheid van ons beheersingsvermogen. Begrippen zoals compassie, trouw en solidariteit als centrale hulpbronnen voor het vinden van menswaardige vormen van omgang met praktische problemen, dreigen aan betekenis in te boeten. Als Kunneman ten slotte wijst op de reductie van de complexiteit en meervoudigheid van de psychiatrische beroepspraktijk met negatieve gevolgen voor de professionele kwaliteit en de kwaliteit van het leven van de patiënt, valt een verwant geluid op bij Giel Hutschemaekers e.a. (2006). Deze auteurs stellen dat met de invoering van richtlijnen en zorgprogramma’s een beroepsmatige paradigmaverandering heeft plaatsgevonden. De psychiater handelt niet meer als een professional in de volle breedte met een min of meer paternalistische verantwoordelijkheid, maar als een in zijn professie ingeperkte interventiespecialist. De onttroonde professional is niet langer de eigenaar van de kennis en zijn rol is gekrompen tot die van goede uitvoerder. De professional is geen probleemeigenaar meer en de patiënt ook niet. Alleen datgene wordt in de behandeling uitgevoerd wat anderen voor de professional bedacht hebben. Leidt dit niet tot het gewenste resultaat, dan houdt de verantwoordelijkheid van de professional op. Tot zover Hutschemaekers e.a..

Wetenschapsfilosofische aanscherping Deze drie kritische geluiden wijzen duidelijk op gevaren die de psychiatrische behandelpraktijk kunnen bedreigen. Naar mijn idee is het zinvol om het probleem nog scherper te stellen met behulp van wetenschapsfilosofische argumenten. Het uitgangspunt daarbij is dat de psychiatrie een talige discipline is, zowel praktisch als wetenschappelijk. Het psychiatrisch denken heeft een narratieve structuur en de belangrijkste (richtinggevende) begrippen die de psychiater gebruikt, zijn metaforen (Feer ,1987), bijvoorbeeld de termen ‘depressie’ en ‘schizofrenie’. Vrijwel alle definities van psychopathologische verschijnselen en psychiatrische klassen zijn een mengeling van feiten en waarden. In wetenschappelijke modellen spelen metaforen een sleutelrol (bijvoorbeeld de metafoor ‘kwetsbaarheid’ en het begrip ‘ziekte’). Het belangrijkste probleem van de psychiatrie is hoe taal (begrippen) en klinische werkelijkheid op elkaar betrokken zijn; de validiteit van de begrippen is in het geding. Voor sommigen is dat een probleem dat zij vermijden en het liefst verdringen. Oplossingen worden dan gezocht in het harder (lees biologischer) maken van de psychiatrie.

Naar mijn idee behoort het talige karakter van de psychiatrie zeer serieus genomen te worden. Dan wordt onder meer de relatie praktijk–wetenschap verhelderd. Gevoeligheid voor het talige karakter van de psychiatrie geeft ook een idee over de chemie tussen de verschillende begrippen onder invloed van belangen en ideologieën. Zo heeft Van den Hoofdakker (2003) gewezen op de geheimzinnige relatie tussen de begrippen ‘fundamenteel’, ‘hard’, ‘basaal’, ‘moleculair’, ‘fysiologisch’, ‘animaal’, ‘monodisciplinair’, en ‘haalbaar’. Dit cluster van begrippen staat binnen de wetenschappelijke psychiatrie hiërarchisch hoger dan het volgende cluster begrippen, dat een even geheimzinnige samenhang vertoont: ‘toegepast’, ‘soft’, ‘gedragsmatig’, ‘humaan’, ‘klinisch’, ‘multidisciplinair’ en ‘riskant’. Vanuit een modern wetenschapsfilosofisch standpunt klopt die hiërarchie niet. Klinische uitspraken bestrijken een veel omvangrijker en concreter werkelijkheidsdomein dan wetenschappelijke uitspraken.

Het gaat in de klinische praktijk om normatieve rationaliteit en in de wetenschap om methodisch ingeperkte rationaliteit. Van groot belang is dat de normatieve rationaliteit de uiteindelijke toetssteen is voor de wetenschappelijke rationaliteit (Van Peursen 1992). Dus de klinische praktijk staat - wetenschapsfilosofisch gezien – hiërarchisch hoger dan de wetenschap. De klinische praktijk heeft dus het primaat. Dan zijn richtlijnen inderdaad hulpmiddelen en nooit standaarden. Dit betekent voorts dat evidence-based medicine geherformuleerd moet worden. Bij de toepassing van wetenschappelijke bevindingen in de praktijk is het beoordelingscriterium niet ‘waar’ of ‘onwaar’ (wetenschappelijke rationaliteit), maar ‘geloofwaardig’ of ‘ongeloofwaardig’ (normatieve rationaliteit). Het gaat dus om ‘veracity-based medicine’.

Als wij de drie kritische stemmen en het voorgaande wetenschapsfilosofische betoog serieus nemen, staat de huidige psychiatrie op de kop: de wetenschap vormt nu de basis en de praktijk hangt in de lucht. Voor zover richtlijnen en zorgprogramma’s ideologisch gestuurd worden, is die omkering eigenlijk niet zo vreemd. Iedere ideologie wordt gekenmerkt door een verzaking van het werkelijke leven als basis ten gunste van een ideaal of een abstractie. Zo draait religie (volgens Karl Marx de ideologie par excellence) hemel en aarde om en bewerkstelligt dat mensen op hun hoofd staan. Bedreigd evenwicht De psychiatrie is door haar complexiteit en kwetsbare talige structuur voortdurend in een bedreigde evenwichtstoestand. Zij is gevoelig voor taalvervuiling en taalinflatie, realistische interpretaties en (vaak) subtiele betekenisverschuivingen van psychiatrische begrippen onder invloed van maatschappelijke, wetenschappelijke en levensbeschouwelijke belangen en ideologieën. In dit stuk staat de omkering van wetenschap en praktijk centraal. Kort samengevat, is de conclusie dat de psychiatrische praktijk geen toegepaste wetenschap is. Richtlijnen zijn geen standaarden en geen voorschriften met een normatief karakter. De intentieverklaring van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (nvvp) over richtlijnen is ambigu en dwingend. Daarentegen zijn de apa-richtlijnen volstrekt helder: richtlijnen zijn slechts hulpmiddelen en de clinicus heeft altijd het laatste woord. Waarom kiest de nvvp voor een strenge strategie, gelet op de negatieve consequenties voor de praktijk?

Tot slot, het spreekt vanzelf dat, waar het gaat om de ontwikkeling van het vak, de psychiater waakzaam moet zijn. Mijn advies: ‘nooit meer slapen!’

literatuur

Feer, H. (1987). Die Sprache der Psychiatrie. Eine linguistische Untersuchung. Berlin: Springer.
Hoofdakker, R.H. van den (2003). Twee ambachten. Amsterdam: Uitgeverij G.A. Van Oorschot.
Hutschemaekers, G., Tiemens, B., & Smit, A. (2006). Weg van professionalisering; paradoxale bewegingen in de geestelijke gezondheidszorg. Wolfheze: grip-De Gelderse Roos.
Kunneman, H. (2005). Voorbij het dikke-ik. Amsterdam: Uitgeverij SWP.
Peursen, C.A. van (1992). Verhaal en werkelijkheid. Een deiktische ontologie. Kampen: Kok Agora/Kapellen: d n b Pelckmans.
Pols, J. (2004). Richtlijnen in de psychiatrie. De kwade kanten van het goed bedoelde. In A. Kaasenbrood, T. Kuipers, & B. van der Werf (Red.). Dilemma’s in de psychiatrische praktijk. Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum.

Toch Oorlog? (of nog erger?)

Nooit meer oorlog, zeiden we in Europa na de twee Grote Oorlogen van de vorige eeuw. En wat zegt onze vredelievende Al Gore nu?
"In de strijd tegen de opwarming van de aarde moeten we ons en allen mobiliseren als in een OORLOG."
Op de duur moeten we de mensen geloven die beweren dat Gore's kruistocht maar een soort oorlog tegen de nieuwe Aziatische supermachten is. Voordeel: in oorlogstijd daalt het aantal zelfmoorden.

Nobelprijs literatuur hekelt Internetgeneratie

Doris Lessing staat de pers te woord op de stoep van haar huis in de noord-Londense wijk Hampstead    (Foto AFP/Shaun Curry) Doris Lessing staat de pers te woord op de stoep van haar huis in de noord-Londense wijk Hampstead  (Foto AFP/Shaun Curry)

Nobelprijswinnares hekelt ‘leeg’ internet

Londen, 11 dec. De Britse schrijfster Doris Lessing heeft de aanvaarding van haar Nobelprijs voor literatuur aangegrepen voor een felle aanklacht tegen internet. Volgens haar heeft het nieuwe medium „een hele generatie meegesleept in zijn leegheid".

Wegens haar gebrekkige gezondheid kon Lessing niet persoonlijk naar Stockholm komen voor de uitreiking. Zij hekelde bij een aparte bijeenkomst in haar woonplaats Londen tevens de verbrokkeling in de moderne wereld. Volgens haar is het gewoon geworden dat veel jonge mannen en vrouwen ondanks jarenlang onderwijs „niets van de wereld weten, niets gelezen hebben en alleen maar een bepaald specialisme kennen, computers bijvoorbeeld”.

Lessing (87) contrasteerde de geringe lust bij de westerse jeugd om de rijk gevulde schoolbibliotheken te gebruiken met de honger naar boeken in Afrika. In het bijzonder in Zimbabwe, waar ze zelf opgroeide. Zelfs in dorpen waar mensen al dagenlang niet hebben gegeten, gaan gesprekken vaak over boeken. Door geldgebrek en corruptie hebben de scholen echter geen boeken. In dit verband oefende ze harde kritiek uit op het bewind van president Mugabe.

In algemene zin waarschuwde Lessing dat schrijvers vaak voortkomen uit een omgeving met boeken. „Er komen geen schrijvers uit huizen zonder boeken.” Kritiek had Lessing ook op de toegenomen aandacht voor het uiterlijk en de presentatie van schrijvers en schrijfsters, dikwijls met voorbijgaan aan de inhoud van hun werk.

Homoseks genetisch bepaald?

Homoseksualiteit is genetisch bepaald bij fruitvliegjes

Wetenschappers hebben ontdekt dat homoseksualiteit genetisch bepaald is bij fruitvliegjes. De vliegjes kunnen door het verwisselen van een gen homo kunnen worden.

Aantrekkingskracht geuren
Ook door een medicijn kunnen mannetjesvliegen plots aangetrokken worden door andere mannetjesvliegen. De resultaten van de genwisseling spreken voor zich, maar het experiment met het medicijn roept nieuwe vragen op. Waarschijnlijk heeft het te maken met de aantrekkingskracht van geuren, schrijft De Telegraaf. (vsv)

Studenten slagen of mislukken via pillen

80 procent studenten slikt medicatie tijdens examens

Uit een enquête van CM Midden-Vlaanderen bij 3.000 Gentse studenten aan de universiteit en de Arteveldehogeschool, blijkt dat 90 procent van de jongeren tijdens de examenperiode kampt met psychische ongemakken en 80 procent hiervoor medicatie neemt. "Het is onrustwekkend dat ouders aan hun studerende kroost medicatie aanbieden als hulpfactor", reageert Guido Galle, directeur onderwijs en studentenbeleid van de Arteveldehogeschool. Hij roept op om een integraal gezondheidsbeleid door te voeren.

"Zo geschokt over het hoge aantal studenten die medicatie nemen om de examens te doorworstelen, ben ik niet", verklaart Galle. "Wat me vooral verbaast, is dat de ouders dergelijk aandeel hebben in het medicatiegebruik van hun kinderen."

Ouders

Volgens de studie komt meer dan de helft van de studenten in aanraking met de middelen via de ouders. Zestig procent blokt tijdens de examenperiode overigens thuis. Drie op de tien studenten lopen langs de apotheek en 15 procent bevoorraadt zich bij vrienden. De huisarts komt er vrijwel nooit aan te pas.

"Het is een algemene trend dat deze generatie studenten steeds vaker naar medicatie grijpt. Ouders leiden een heel druk leven en medicatie is een gemakkelijk hulpmiddel", aldus Galle. "Bovendien kopiëren veel studenten ook het gedrag van de peergroup." Opvallend is dat vrouwen meer naar slaap- en kalmeermiddelen grijpen en de mannelijke studenten meer hun toevlucht zoeken tot stimulerende of pepmiddelen.

Momenteel biedt het studieadviescentrum trainingen aan voor studenten die kampen met faalangst. "Er wordt al veel gebruik gemaakt van het adviescentrum. We richten er trainingen in rond bijvoorbeeld examenstress, planning en het spreken voor een groep. Dergelijke trainingen zijn al een onderdeel van de preventie en zijn beter dan medicatie", aldus Galle.

Alarmerend

Blijkbaar volstaat dat alles niet en daarom pleit de directeur ervoor om een integraal gezondheidsbeleid op te stellen waarbij de nadruk meer komt te liggen op gezond leven. "Het is belangrijk dat we ons ook gaan focussen op de groei van de competenties bij de studenten", zegt hij. Want het is alarmerend dat 17 procent van de ondervraagden ook buiten de examenperiode heil zoekt in medicatie, aldus de enquête.

Volgens Galle liggen er verschillende factoren aan de basis van het hoge medicatiegebruik. "Studenten nemen niet enkel het gedrag van hun ouders en studiegenoten over, maar ook het nieuwe semestersysteem zorgt voor een extra druk. De jongeren ervaren een meer constante studiedruk waarbij ze meer ge'valueerd worden." Daarnaast is het aantal jongeren dat het studeren met werken combineert ontzettend gestegen. "Jongeren houden er nu een bepaalde levensstijl op na die bekostigd moet worden. Een studentenjob brengt het studeren in de verdrukking, waardoor de stressfactor opnieuw stijgt", besluit Galle.

De volledige resultaten van dit onderzoek zijn gepubliceerd in het decembernummer van het tijdschrift "ça va?". (belga/dm)

Armoede en Gezondheid in België

Grote gezondheidskloof tussen arm en rijk in België

[Bron: Belga]

Er bestaat in België een grote gezondheidskloof tussen "rijken" en "armen". Mensen uit lagere inkomensgroepen hebben meer te kampen met chronische aandoeningen, handicaps, depressies en slaapstoornissen. Laaggeschoolden hebben minder gezonde jaren te leven en hun leven is gemiddeld ook vijf jaar korter.

Dat blijkt uit cijfers van het Jaarboek 2007 over Armoede en Sociale Uitsluiting dat donderdag werd voorgesteld door de Universiteit Antwerpen.

De verschillen in gezondheidstoestand tussen armen en niet-armen kunnen gedeeltelijk verklaard worden door een verschil in levensstijl. Armen roken vaker en gebruiken vaker te veel alcohol. Een andere oorzaak is dat armen dikwijls veel stress ervaren door de situatie waarin ze leven.

Medische kosten

Een van de uitdagingen uit het Jaarboek luidt dat de gezondheidszorg betaalbaar moet blijven. Liefst 17 procent van de armen zegt soms medische zorgen uit te stellen vanwege de kostprijs. De voorbije jaren zijn de medische kosten sterk toegenomen en de persoonlijke bijdragen (remgelden) en supplementen wegen zwaarder door. Bij de laagste inkomensgroepen, die de grootste zorgbehoeften hebben, kunnen de kosten voor gezondheidszorg daardoor oplopen tot een ondraaglijk deel van het huishoudbudget.

In Vlaanderen leeft 10,7 procent van de bevolking onder de armoedegrens, tegenover 11,3 procent vorig jaar. Voor heel België ligt dat cijfer op 14,7 procent (14,8 procent vorig jaar). Een alleenstaande leeft onder de armoedegrens als zijn netto-inkomen onder de 850 euro ligt. Bij een koppel ligt die grens op 1.233 euro, bij een alleenstaande ouder met twee kinderen op 1.315 euro. Opvallend is dat dit jaar in Vlaanderen 35,1 procent van de alleenstaande ouders onder de armoedegrens leeft, tegenover 27,6 procent vorig jaar.

Bij de Vlaamse werklozen zit een op de vijf onder de armoederisicodrempel, in Wallonië is dat het geval voor 35,8 procent van de werklozen. De laagste uitkeringen liggen nu nog onder de armoedegrens. Zo krijgt een alleenstaande met een leefloon 657,37 euro per maand, een bedrag dat 20 procent onder de armoedegrens ligt. Daarom pleiten de onderzoekers die het jaarboek hebben samengesteld er voor om die uitkeringen op te trekken tot een behoorlijk niveau en welvaartsvast te maken.

Huisvesting

Volgens de onderzoekers moet het sociale woningbestand dringend vergroot worden. Momenteel komen 180.000 personen in aanmerking voor een sociale huurwoning. Om de volledige doelgroep te huisvesten, is tegen het huidige tempo 155 jaar nodig.

De kosten voor wonen nemen een steeds grotere hap uit het gezinsbudget. Dat is vooral het geval bij financieel zwakkere gezinnen. Gezinnen die behoren tot de 10 procent laagste inkomens, besteedden in 2005 36,5 procent van hun huishoudbudget aan wonen. Bij de hoogste 10 procent was dat 19,3 procent van de inkomens. Door de hoge koopprijzen en de lange wachtlijsten in de sociale huisvesting, moeten de financieel zwakkeren het vaakst hun toevlucht zoeken tot de private huurmarkt.

Het Jaarboek is opgesteld door de Onderzoeksgroep "Armoede, Sociale Uitsluiting en de Stad" van de faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Het wordt gefinancierd door de Vlaamse regering. (belga/dm)

Onze baby's kruipen te weinig

[Bron: de kranten van vandaag]

BRUSSEL - De populariteit van moderne kinderzitjes en houten vloeren maken dat baby's tegenwoordig minder vaak over de grond kruipen dan vorige generaties, zo schrijft de Sunday Telegraph. En volgens deskundigen is dat geen goede zaak.

Baby's brengen minder tijd op hun buikje door dan vroeger. Of, om met onderzoekster Sally Goddard Blythe te spreken, 'ze krijgen minder tummy time'. En dat vindt deze directeur van het Instituut voor Neurofysiologische Psychologie in het Engelse Chester geen goeie zaak. Want daardoor leren ze minder goed kruipen, en die activiteit is juist van zeer groot belang voor het evenwichtsgevoel, de hand-oog-coördinatie en de motorische vaardigheden die de mens nu eenmaal nodig heeft.

Volgens Goddard Blythe heeft een baby de vloer nodig om zich goed te ontwikkelen. Maar in plaats daarvan, brengt de kleine tegenwoordig steeds meer tijd door in speciale, comfortabele stoeltjes of kinderwagens. En als gevolg van de campagne om kinderen op hun rug te laten slapen, waar op zichzelf niets mis mee is, worden ze wanneer ze wakker zijn ook minder vaak op hun buikje gelegd dan vroeger. Daardoor, zo vreest de psychologe, maken baby's een aantal zeer belangrijke ontwikkelingsfases niet meer door, met alle gevolgen vandien. Voor hun evenwichtsgevoel bijvoorbeeld. Of voor de kracht in hun nek en bovenlichaam, die bij het kruipen wordt ontwikkeld. Ook de coördinatie tussen oog en hand die nodig is om later goed te kunnen schrijven, wordt hierdoor onvoldoende ontwikkeld.

Ook Christine Macintyre, van de universiteit van Edinburgh, waarschuwt voor de negatieve gevolgen van het feit dat kinderen steeds minder vaak kruipen. 'Ouders vinden het erg indrukwekkend als een baby die fase overslaat en meteen gaat lopen. Ook denken ze hun kind te beschermen tegen verwondingen bij het kruipen over de houten vloeren die we steeds vaker hebben. Maar de kruipbeweging, waarbij steeds tegelijk één hand en één been aan de andere kant van het lichaam worden opgeheven, is juist bijzonder belangrijk. Kinderen die problemen hebben met hun handschrift of met de coördinatie, hebben heel vaak als baby te weinig gekropen.'

Verklaar Jezelf niet tot Slachtoffer !

De geneeskunde leeft van het gegeven dat als mensen zich over iets ongerust maken, ze denken dat ze "ziek" zijn. Ze krijgen dan van de dokter te horen dat er niets aan de hand is en krijgen één of ander kalmeermiddeltje of iets om "beter te slapen".

Het psychologendom leeft van het gegeven dat mensen denken dat, als hen iets overkomt, ze "slachtoffer" zijn en dat ze "getraumatiseerd" zijn, dat ze lijden aan Post-Traumatische Stress Stoornis (PTSD in het Engels, D van 'disorder'). De media praten ons aan dat als er ergens een bom ontploft, we "getraumatiseerd" moeten zijn en dat we "slachtofferhulp" nodig hebben. Valt je werkgever je lastig, dan ben je "slachtoffer" van seksueel misbruik en in plaats van hem een klap in zijn gezicht te geven, hoor je je "trauma" te verwerken onder begeleiding van een psycholoog. Wordt er ergens een kind vermoord, dan horen we als natie in haar geheel in "rouw" te zijn en moeten we het jammerlijk verlies "verwerken", wat dat woord ook moge betekenen. Wat er ook gebeurt, we horen "depressief" te zijn en aan "verwerking" te doen. Natuurlijk onder professionele begeleiding van psychologen en therapeuten, die op geen enkele manier kunnen bewijzen dat ze ons beter kunnen helpen dan een vriend of dan dat we dat zelf kunnen, zonder ons geld te moeten vergooien aan mensen die niet meer doen dan wat luisteren en af en toe glimlachen. Kortom, knuffel thuis even je teddybeer en je bent meer geholpen dan door die schare van kwakzalvers. Het is wetenschappelijk bewezen dat op 100 mensen met psychische problemen, 60 tot beterschap komt zonder enige hulp of tussenkomst en maar 15 op basis van zogenaamde "psychotherapie". Het is bewezen dat psychotherapie alleen maar helpt omdat de psycholoog gewoon vriendelijk is. Nu: een warm lief gezicht kun je in een kroeg ook vinden en daar kost een pint 1euro 20cent: een psycholoog kost je minstens 25 euro. En op Internet vind je zelfs gemakkelijk een lief gezicht gratis en voor niets. En terwijl je de kroeg verlaat met een blij gezicht, ga je bij de psycholoog buiten met gefronste wenkbrauwen en een bittere trek op je lippen.

Maak jezelf niet tot "slachtoffer". Het is een dwaze strategie!

Aanval Scientology op Psychiatrie

Zowel in Nederland als in Vlaanderen stuurde Scientology dezer dagen de beruchte dvd "Psychiatrie: Een Industrie des Doods" naar huisartsen en apothekers. De dvd, die wij al lang in ons bezit hebben, is een samenraapsel van veel waarheden maar ook veel uit hun verband gerukte uitspraken en "feiten". Wat het effect zal zijn op de artsen is dan ook totaal onduidelijk. Hieronder een bericht uit Nederland én uit Vlaanderen.

***************

CCHR (NCRM) waarschuwt artsen voor de psychiatrie

UTRECHT - Duizenden artsen en apothekers hebben in hun brievenbus een dvd en begeleidende brochure aangetroffen waarin de vele gevaren van de psychiatrie aan het licht worden gebracht. De afzender van het pakket is de Citizen Commission on Human Rights (CCHR), een organisatie die is opgericht door de beroemde emeritus-hoogleraar psychiatrie Dr. Thomas S. Szasz en welke financiële banden heeft met de Scientologykerk, zegt Le Journal du Médecin woensdag in een persbericht.

De CCHR verklaart "een einde te willen stellen aan de misbruiken en het bedrog binnen de psychiatrie". Het pakket dat verzonden werd naar dokters en apothekers, kreeg de titel "De psychiatrie, een industrie des doods". Het pakket is ook door particulieren te bemachtigen via de Nederlandse afdeling van de CCHR, de NCRM (Nederlands Comite voor de Rechten van de Mens). Klik hier voor een preview van de DVD.

In het pakket zit een dvd die anderhalf uur duurt en de vele voor velen onbekende misbruiken en bedrog binnen de psychiatrie via een hoogwaardige documentaire waarin hoogleraren, artsen en wetenschappers geïnterviewd worden, aan het licht brengt, aldus Le Journal du Médecin. In de DVD wordt o.a. aandacht besteed aan de hedendaagse behandelmethoden alsmede de zeer wrede en misdadige geschiedenis van de psychaitrie.

De brochure maakt duidelijk dat de psychiatrie "pseudowetenschappelijk" is en waarschuwt artsen en apothekers dat ze schadevergoedingen riskeren als ze psychotropen (die wijzigingen teweegbrengen in de gemoedstoestand of in de geestelijke functies) voorschrijven of afleveren.

Nederlandse tak van de CCHR, de NCRM, voert campagnes om mensen meer bewust te maken van de risico's. In Nederland zijn aprox. 7.000 exemplaren van de dvd verdeeld onder mensen die actief zijn in de gezondheidszorg.

Bron: Rknieuws.net

***************

Scientology zet aanval op psychiatrie in

[Bron: De Standaard 8/11/2007]

BRUSSEL - Huisartsen en apothekers kregen een agressieve dvd in de bus tegen wat de 'industrie van de dood' genoemd wordt.

Duizenden dokters en apothekers in Vlaanderen en Nederland hebben een dvd en een brochure in de bus gekregen waarin op de gevaren van de psychiatrie wordt gewezen. De afzender is de Citizen Commission on Human Rights (CCHR), een organisatie die verbonden is met de omstreden Scientology-kerk, dat meldt het vaktijdschrift De Huisarts.

De CCHR laakt de 'misbruiken en het bedrog in de psychiatrie'. Het postpakje kreeg de veelzeggende titel De psychiatrie, een industrie van de dood. De dvd duurt anderhalf uur en behandelt de vermeende misbruiken in de psychiatrie, zoals folteringen en dwangmaatregelen.

De brochure bestempelt de psychiatrie als 'pseudo-wetenschappelijk' en waarschuwt dokters en apothekers dat ze schadevergoedingen riskeren als ze medicijnen voorschrijven die wijzigingen teweegbrengen in de gemoedstoestand of in de geestelijke functies (psychotropen).

In Nederland werden zowat 7.000exemplaren van de dvd verdeeld bij professionelen in de gezondheidszorg.

De Limburgse huisarts Michel Bottu is geschokt door de dvd. 'Dit is een degoutant samenraapsel van leugens en onzin', zegt hij in De Huisarts. 'Psychiaters zouden toegeven dat ze niet weten wat een geestesziekte is, dat ze niemand kunnen genezen en het alleen maar voor het geld doen.'

De Gentse psychiater Myriam Van Moffaert is niet echt verbaasd over de aanval. 'De psychiatrie staat al langer bloot aan allerlei kritiek. Dat mag. Alleen komt ze nu wel uit erg dubieuze hoek. Bang hoeven we er niet van te zijn. Ik mag hopen dat de huisartsen hun oordeel om iemand naar de psychiatrie door te verwijzen, op rationele gronden baseren en niet op dergelijke hetze.'

De afkeer van Scientology tegen de psychiatrie is verklaarbaar vanuit hun visie dat het individu een onsterfelijke geest is die een lichaam heeft en een verstand om met het lichaam in de materiële wereld te verkeren.

In ons land loopt sinds 4 september een rechtszaak tegen de Belgische Scientology-kerk en de Church of Scientology International voor fraude en afpersing. (ty) 

 

We verminken ons mank en kreupel (Jouissance !?)

[Bron: De Standaard  30 oktober 2007]

Eén op vijf jongeren verwondt zichzelf

BRUSSEL - Eén jongere op de vijf heeft zichzelf al met opzet pijn gedaan. Bij meisjes ligt dat cijfer nog hoger: een kwart van hen heeft zich al opzettelijk verwond.

De alarmerende cijfers over zelfverminking blijken uit onderzoek van de Vlaamse jeugddienst In Petto samen met onderzoekers van de Vrije Universiteit Brussel.

In het voorjaar van 2007 legden zij aan 748 jongeren tussen 14 en 20 jaar een waslijst vragen voor over wat hen (on)gelukkig maakt. Heb je een goeie band met je ouders? Ben je tevreden als je in de spiegel kijkt? Hoeveel vrienden heb je? Ben je op school gelukkig? Heb je jezelf al eens pijn gedaan?

Het antwoord op die laatste vraag was schokkend. Eén vijfde van de jongeren gaf aan zichzelf al eens met opzet te hebben pijn gedaan. Meisjes doen dat nog vaker dan jongens: één op vier meisjes heeft zich al met opzet verwondingen toegebracht.

Deze automutilatie gebeurt door zich opzettelijk met een sigaret of aansteker te verbranden, woorden of tekens in de huid te krassen. Of ze hebben zich zo erg gekrabd of gebeten dat het ging bloeden. Nog een manier is opzettelijk met het hoofd tegen een muur botsen.

Verontrustend zijn ook de antwoorden over depressie en zelfmoord. Eén op de vier jongeren denkt wel eens dat het leven niet meer de moeite waard is en dat het beter zou zijn om dood te zijn. Meisjes zijn opnieuw kwetsbaarder dan jongens. Jongeren van wie de ouders gescheiden zijn, hebben vaker zelfmoordgedachten dan jongeren van wie de ouders nog samen zijn.

De resultaten bevestigen vroeger onderzoek over jongeren en zelfmoord. Uit cijfers van 2006 blijkt dat elke week zeker één jongere vrijwillig uit het leven stapt. Meer dan één op de tien 15-tot 19-jarigen deed ooit een zelfmoordpoging. De afgelopen tien jaar is het aantal zelfmoorden bij 10- tot 24-jarigen verdubbeld. Zelfmoord is na verkeersongevallen de belangrijkste doodsoorzaak bij jongeren.

De onderzoekers van In Petto hebben niet echt een verklaring voor de sombere gevoelens van de tieners. Concrete redenen voor het zelfdestructieve gedrag (ruzie met vrienden, verveling, behoefte aan aandacht...) konden de tieners niet geven.

Tijdens meer diepgravende gesprekken kregen de onderzoekers er wel een vaag idee van wat de jongeren dwars zit: een algemeen onbehagen over de samenleving. Jongeren hebben het gevoel in een maatschappij te leven waar er wel welvaart is, maar geen welzijn. Het zijn emoties waar ze geen blijf mee weten. De onderzoekers beklemtonen dat hier verder onderzoek naar moet gebeuren.

Ondanks hun zelfdestructieve gedrag zoeken de jongeren zelden professionele hulp. De helft zegt dat ze nooit de stap zouden doen naar een hulpverlener
.

[Aansluitend]

Vlaamse jongeren lijden aan de wereld

BRUSSEL - Jongeren zijn erg gelukkig met hun vrienden en hun lief. Ook met hun ouders hebben ze een hechte band. In hun eigen vertrouwde kring voelen tieners zich lekker, maar de wereld daarbuiten jaagt hen schrik aan.

Vrienden, vrienden, vrienden... daar draait het in het leven van jongeren om. En ze hebben er een pak. Een op de drie jongeren beweert tussen de twintig en de vijftig vrienden te hebben. Een vierde zegt zelfs meer dan vijftig jongens en meisjes in zijn vriendenkring te tellen. Als je aan tieners vraagt wat hen gelukkig maakt, geven ze hun vrienden een score van 8,7 op 10. Het is de geluksfactor nummer één.

Ook bij hun lief voelen jongeren zich erg gelukkig. Ze genieten van de gesprekken en de intimiteit, hun lief is een belangrijke steun wanneer ze het moeilijk hebben. Meer dan een derde van de Vlaamse jongeren heeft een relatie. Slechts 15 procent heeft nog nooit een lief gehad.

Woelige generatieconflicten blijken niet meer van deze tijd. Met hun ouders hebben jongeren een hechte band. Opvallend is wel dat moeders dichter bij hun kinderen staan dan vaders. De relatie tussen moeder en zoon scoort nog net iets hoger dan die tussen moeder en dochter. Scheidingen vertroebelen de band met de vader.

De Vlaamse jongeren weten zich dus goed omringd. En in hun eigen vertrouwde kring voelen ze zich best lekker. Dat blijkt als je ze vraagt hoe gelukkig ze zich in het algemeen voelen. Dan geven tieners zichzelf een 7,66 op 10.

Hoe verklaar je dan dat een vijfde van de Vlaamse jongeren zichzelf met opzet verwondt en een vierde zelfmoordgedachten heeft?

De onderzoekers van In Petto, die samen met de VUB naar het geluksgevoel bij Vlaamse jongeren peilden, hebben er niet echt een verklaring voor, hoewel ze wel gezocht hebben. Ze legden aan de jongeren die aangaven zichzelf met opzet pijn te doen, een lijstje voor met 27 hele concrete redenen. Bijvoorbeeld: omdat ik mezelf wou straffen, omdat ik opgemerkt wou worden, omdat ik wraak wou nemen op iemand, omdat ik me niet meer verlamd en verdoofd wou voelen. Bij al die redenen kruisten jongeren meestal het vakje 'niet op mij van toepassing' aan. De onderzoekers kwamen dus vooral te weten wat de redenen voor zelfverminking niet waren.

Tijdens diepgravendere gesprekken met jongeren kregen de onderzoekers er wel een vaag idee van wat de jongeren zo somber stemt. Een algemeen gevoel van onbehagen over de samenleving zou jongeren zelfdestructief maken. Ze hebben het gevoel in een maatschappij te leven waar er wel welvaart is, maar geen welzijn. De onderzoekers beklemtonen dat hier verder onderzoek naar moet gebeuren.

Uit het onderzoek blijkt ook duidelijk het belang van het klassieke kerngezin. Jongeren die bij hun beide ouders wonen, voelen zich gelukkiger dan kinderen van gescheiden ouders. Hun geluksscores zijn respectievelijk 8 op 10 en 7,33 op 10.

Jongeren die bij beide ouders wonen, zitten beter in hun vel: ze hebben meer zelfvertrouwen en ze vinden bijna altijd dat ze er goed uitzien. Kinderen van gescheiden ouders geven vaker aan dat ze vaak heel erg huilen, zonder dat daar veel aanleiding voor is. Ze zijn ook vaker angstig.

Jongeren zijn over het algemeen trouwens vrij bang: maar liefst acht op de tien leven met de angst iets of iemand te verliezen. Tieners hebben vooral schrik dat iemand uit hun omgeving zou sterven, dat vriendschappen zouden ophouden of hun relatie zou afspringen.

Als jongeren verdrietig zijn, zoeken ze in de eerste plaats steun bij hun beste vriend(in) of bij hun partner. Een op de vier jongeren geeft aan zich met zijn gevoelens af te sluiten van de buitenwereld en het verdriet op te kroppen.

www.inpetto-jeugddienst.be

Allen racist ??

Bioloog, Knack-redacteur en tv-vedette (een autoriteit dus!) beweert in Knack dat wij allen door onze genen geboren worden als racist. We hebben namelijk schrik voor onbekenden.
1. wat heeft 'schrik voor onbekenden' te maken met racisme als theorie dat sommige rassen superieur zijn en andere (de niet-blanke) minderwaardig ?
2. wijzelf zagen de eerste neger in ons leven toen we 17 jaar waren (in 1968). Het was een Amerikaanse basket-ball-speler die onze plaatselijke ploeg in Koekelare (W-Vl) kwam versterken. Hij kwam een druk bezocht café binnen: niemand had schrik van hem.
3. noch in Afrika noch bij de aboriginals in Australië hebben wij ooit iets gemerkt van 'angst voor onbekenden'. In alle verhalen over onze klassieke Oudheid kun je lezen dat een vreemdeling in een stad verwelkomd werd met de uitnodiging uit te rusten bij een tempeldienares. Kortom: we gaven de 'angstaanjagende' vreemdeling onmiddelijk één van onze maagdelijke vrouwen cadeau!

Angst voor onbekenden is blijkbaar een gen dat vooral in Vlaanderen wijd verspreid is. En nu het land gaat splitsen zal het Vlaamse racisme door inteelt dus alleen maar erger worden: je zal het racisme-gen nu krijgen van je moederskant én van je vaderskant.

Overigens slaat het woord racisme nergens meer op. Iemand racist noemen, doet men tegenwoordig met iedereen waar men het niet eens mee is. Brusselhaters als wij aangeboren zijn noemen wij als Vlaamsgezinden FDF-voorman Olivier Mangain een 'taalracist'. Even aan bioloog Draulans vragen of het Brusselse ecosysteem als ecologische niche de verspreiding van een taalracisme-gen bevordert. Overigens spreekt Mangain keurig Nederlands, beter dan de flamingant burgemeester van ons dorp die niet boven zijn dialect uitstijgt.

Kortom: een triestig boeltje!

Angst voor onbekenden? Blijkbaar lijd ik aan een erfelijke ziekte: de deur van mijn appartement is nooit op slot (behalve als ik op weekendtrip ga).
   

Zorgen voor Morgen !?

Driekwart Belgen bang om zorgbehoevend oud te worden

Drie kwart van de Belgen is bang om met het ouder worden zijn zelfstandigheid te verliezen. Dertig procent weet niet of ze deze zorgfase zullen kunnen betalen, zeventien procent zegt dit sowieso niet te zullen kunnen. Dat blijkt uit de pensioenpeiling van SwissLife.

Uit de enquête blijkt ook dat bijna de helft van de Belgen zegt nu geen geld te kunnen opzijzetten om latere zorgbehoevendheid te dekken. Vooral bij jongeren is dit een probleem. Ook wil 64 procent van de Belgen thuis blijven wonen en daar verzorging genieten. Toch verwacht 43 procent in een rusthuis te zullen belanden. (belga/dm)

Op het VRT-Nieuws van 13uur raden ze ons, ouder wordenden, alvast aan "geen vertrouwen te hebben in de sociale zekerheid". Kortom, de VRT maakt hier openlijk reclame voor de verzekeringsmaatschappijen, die, nadat mensen 40 jaar lang sociale bijdragen hebben betaald, nu nog eens willen dat we bij hen een spaarrekening openen voor onze laatste "zorgfase".
Indien de winsten van de verzekeringsmaatschappijen behoorlijk waren belast, zou er misschien geen reden zijn om ons vertrouwen in de sociale zekerheid te verliezen. Kortom, ze rollen ons weer dubbel: de overheid die de fiscale fraude etc. niet aanpakt om de kas van de sociale zekerheid te spijzen; en die verzekeringsmaatschappijen en privé-pensioenfondsen die ons nog eens extra doen betalen voor iets waarvoor we reeds 40 jaar betaald hebben.

Einde van de Vrije Artsenkeuze ?

Blijkens de vrije tribunes van bestuursleden van artsenverenigingen worden de paar incidenten waarbij moslims weigeren dat hun vrouw behandeld wordt door een mannelijke arts, in het bijzonder een gynekoloog, aangegrepen om de vrije artsenkeuze in zijn geheel in vraag te stellen. Deze artsen wekken ook de indruk dat de Wet betreffende de Rechten van de Patiënt niet zou gelden in spoeddiensten. Hier wordt onder het mom dat het om een kwestie over de "scheiding tussen Kerk en Staat" gaat, blijkbaar weer een machtsgreep door de artsen voorbereid. Een machtsgreep die de naam draagt "therapeutische vrijheid", een principe waar ook de psychiaters zo aan gehecht zijn zodat ze naar believen mensen van hun vrijheid zouden kunnen beroven, isoleren en vol stoppen met waardeloze en zelfs schadelijke pillen.

Zomertijd afschaffen ?

Wetenschappers pleiten voor afschaffen zomertijd

[Bron: De Volkskrant 25/10/2007]

Amsterdam - De aanpassingsproblemen van mensen aan de zomertijd zijn zo groot dat afschaffing moet worden overwogen. Hiervoor pleiten wetenschappers van de Rijksuniversiteit Groningen en de Ludwig Maximilians Universiteit van München. Zij baseren zich op een grootschalig onderzoek onder 50 duizend mensen.

Volgens dit onderzoek heeft de zomertijd een veel groter en langduriger effect op onze biologische klok dan tot nu toe is gedacht. Niet alleen tast het de timing van activiteiten aan – mensen zijn actief op een moment dat ze niet optimaal geconcentreerd zijn – ook is het mogelijk een van de factoren die de voortplanting beïnvloedt. ‘Duidelijk is dat de traditionele cyclus van de voortplanting de laatste decennia is veranderd. Het in de war raken van de biologische klok zou er mede de oorzaak van kunnen zijn dat het voortplantingsgedrag minder seizoensgebonden is geworden’, aldus Martha Merrow, hoogleraar moleculaire en genetische chronobiologie, aan de Rijksuniversiteit Groningen.

De zomertijd werd in Nederland na de oorlog afgeschaft, maar in 1977 weer ingevoerd. Komend weekeinde eindigt de zomertijd voor dit jaar. Volgens Merrow wordt het interne ritme van de mens bepaald door de licht-donker-cyclus. Een tijdverandering verstoort dit interne ritme en ondermijnt onder meer de kwaliteit van de slaap. Vooral avondmensen hebben hier last van.

Merrow vindt de resultaten zo zorgelijk dat ze verdere evaluatie wil en eventueel het afschaffen van de zomertijd. Een andere optie is de zomertijd het hele jaar te houden. 'Het probleem is niet de tijd zelf, maar de tijdsverandering.'

Maar dan dit weer !

Belgische gezondheidszorg zakt in Europese rangschikking

BRUSSEL - Ons land staat op de tiende plaats in de consumentenindex. Het duurt te lang voor nieuwe medicijnen beschikbaar zijn.
België is gezakt van de zevende naar de tiende plaats in de 'Euro Health Consumer Index'. Deze jaarlijkse Europese rangschikking is gebaseerd op de kwaliteit die de consumenten van de gezondheidszorg ervaren.

Volgens de Europese consumentenorganisatie duurt het in ons land te lang vooraleer nieuwe medicijnen in het systeem van terugbetalingen komen. 'België is daarin extreem langzaam', aldus Arne Björnberg, directeur van de Euro Health Consumer Index. 'Deze systematische vertraging, vaak van meer dan een jaar, lijkt de kwaliteit van de zorg aan te tasten en gevolgen te hebben voor het overleven van de Belgische patiënten.'

Op de eerste plaats van de consumentenindex staat dit jaar Oostenrijk. Daarna volgen Nederland en Frankrijk. Het gaat om een jaarlijks onderzoek in 29 Europese landen. De index is gebaseerd op de rechten en de informatie van patiënten, de wachttijd voor gewone behandelingen, de resultaten van de zorg, de vrijgevigheid van het systeem en de toegang tot medicijnen. (pl)

www.healthpowerhouse.com/ehci

Oudjes gezonder maar niet minder arm !

65-plussers almaar gezonder

(Bron: De Standaard 02/10/2007)

BRUSSEL - Ouderen zijn almaar gezonder. In 35 jaar is het aandeel 65-plusser met zware beperkingen met 40 procent verminderd.

In 1966 had één op de vier 65-plussers last van ernstige tot zware lichamelijke beperkingen ('invalide' of 'semi-invalide'). In 2001, 35 jaar later, was dat minder dan één op de zes: 40 procent minder. En dat ondanks de sterke toename van het aantal ouderen.

Professor Jozef Pacolet (KU Leuven) maakte die cijfers gisteren bekend op een colloquium van de federale overheidsdienst Sociale Zekerheid. Ze stoelen op de nationale gezondheidsenquête.

De gemiddelde levensverwachting (gemeten op nul jaar) bedraagt vandaag 81 à 82 jaar voor vrouwen, en 75 à 76 voor mannen.

Degenen die 65 worden, worden ouder: vrouwen die 65 worden, hebben dan nog een levensverwachting van ruim 20 jaar; mannen die de officiële pensioenleeftijd bereiken, hebben dan gemiddeld nog 16 à 17 jaar te leven.

Mannen sterven vroeger dan vrouwen maar hebben in dat kortere leven minder jaren met gezondheidsbeperkingen.

Berekeningen van professor Pacolet leren dat ouderen met chronische aandoeningen, hoge zorguitgaven hebben, vooral niet-medische zorguitgaven. Die brengen veel ouderen onder de armoedegrens. In Vlaanderen en in Brussel haalt de Vlaamse zorgverzekering een pak mensen weer boven de armoedegrens. Franstalig België laat na zijn bevolking ook een zorgverzekering aan te bieden, zei professor Pacolet.

Karel Van Den Bosch van de Universiteit Antwerpen toonde aan dat België er de afgelopen dertig jaar niet in slaagde het aantal armen onder zijn gepensioneerden te verminderen, terwijl andere EU-landen dat wel deden (DS 29 september). Pacolet stelde vast dat de uitgaven van de gepensioneerden sterker stegen dan hun inkomsten. Dat verklaart meteen dat veel 65-plussers die vroeger nog spaarden, nu 'ontsparen' of hun spaarcentjes opeten.

Zelfs onder 55-65'ers wordt veel 'ontspaard': vooral degenen die vervroegd op pensioen gaan, moeten al vroeg aan hun spaarcentjes beginnen knabbelen.

Balans werk en privé

Ruim helft werknemers wil parttime werken

DIEMEN - Meer dan de helft (57 procent) van de werknemers in Nederland wil graag in deeltijd werken. Maar in de praktijk is slechts een kwart van de werkenden parttimer. Dat blijkt uit de Randstad Werkmonitor van oktober, waarvoor ruim achthonderd werkenden zijn ondervraagd. Voor het onderzoek is voor parttime werk uitgegaan van minimaal 24 en maximaal 34 uur per week.

Bij mannen is de kloof tussen wens en werkelijkheid nog groter: 42 procent van de mannen wil minder dan 35 uur werken, slechts 13 procent doet het.

Ook chefs en afdelingshoofden kunnen best een dag in de week thuis blijven, zeggen vier op de tien managers. Toch krijgen in sommige organisaties mensen met een hogere functie minder gemakkelijk toestemming minder te gaan werken dan mensen met een lagere functie.

Van de werkenden vindt 10 procent dat op dit moment de balans tussen werk en privé zoek is, blijkt uit het onderzoek. Volgens een op de vijf geeft de werkgever onvoldoende ruimte om een goede balans na te streven. Ruim 40 procent vindt het ook een taak van de werkgever om personeelsleden actief te steunen bij het vinden van een goede balans.

Maar veel werknemers die parttime willen werken, kaarten dit niet aan bij de baas. Ook zien veel werkenden ervan af minder te gaan werken als zij daartoe de kans krijgen. Zij zien op tegen het lagere salaris en zijn bang voor een negatieve beeldvorming. Zij hebben het gevoel dat zij minder ambitieus en minder collegiaal worden gevonden.

Werknemers geven aan dat zij een betere relatie hebben met collega's die fulltime werken dan met parttimers. Ook vinden zij dat mensen met een volledige baan beter in staat zijn hun werk te plannen.

Lang niet alle werknemers weten dat een bedrijf deeltijdwerk in principe moet toestaan. Vier op de tien weten het niet en een vijfde heeft er hoogstens wel eens van gehoord.

(De Volkskrant 02/10/2007)

Het Einde van de Middenklasse

We hebben er hier reeds meermaals op gewezen dat de groeiende maatschappelijke ongelijkheden een onderklasse schept die meer en meer medisch en psychiatrisch wordt aangepakt met betrekking tot de problemen van depressie, zelfmoordgedachten en -gedrag die in deze onderklasse voorkomen. Terwijl sociale maatregelen zoals de verhoging van het leefloon, het welvaartsvast maken van uitkeringen en een gemakkelijke toegang tot goedkope huisvesting heel wat psychische problemen van deze mensen zou kunnen oplossen.
Maar blijkens onderstaand artikel uit Knack Nieuwsbrief van vandaag 25 sept. ontsnapt ook de middenklasse niet aan de verpaupering. En gezien middle class people veel meer individualistisch zijn ingesteld zullen zij zich ook gemakkelijker tot psychiater en psycholoog wenden voor de aanpak van hun levensproblemen eerder dan zich in te zetten voor het afdwingen van sociale en structurele maatregelen.

Het einde van de middenklasse
25/09/2007
De globalisering maakt de wereld rijker. Maar de kloof tussen arm en rijk wordt groter, en de loontrekkende middenklasse verarmt zienderogen. Oók bij ons. Knack verzamelde nieuwe cijfers, die de mythe van de verzuurde, vadsige Vlaming onderuithalen.

Een van de centrale ijkpunten die het verdwijnen van de middenklasse kunnen illustreren, zijn de kosten van het wonen. Houden we meer over dan vroeger nadat we de huur of hypotheekrente betaald hebben?
Veel mensen hebben de indruk dat het vroeger makkelijker was om met het inkomen van één enkele broodwinner een woning te kopen of te huren. Dat zou te wijten zijn aan het feit dat de woonkosten sneller zijn gestegen dan de inkomens. Kristof Heylen van het Hoger Instituut van de Arbeid (HIVA-KU-Leuven) onderzocht het voor ons.

De tabel 'De prijs van het wonen' toont een groot verschil tussen huurders en afbetalende eigenaars. Wat de huurder overhoudt na de betaling van zijn huur (het resterende inkomen), ligt nu bijna 500 euro lager dan in 1976. Bij de afbetalende eigenaars is het resterende inkomen juist sterk gegroeid.
Dat 'tweestromenland' heeft niet enkel te maken met de huurprijzen, maar evenzeer met het feit dat de groep huurders nu meer bestaat uit mensen met een lager inkomen.

Kristof Heylen van het HIVA splitste de gegevens verder uit naar hoge en lage inkomens. Daaruit blijkt dat er ook bij afbetalende eigenaars grote verschillen zitten achter de gemiddelden: het resterende inkomen bij de 20 procent eigenaars met de laagste inkomens ligt nu lager dan in 1985. De 30 procent hoogste inkomens zagen hun resterend inkomen fors stijgen. Het is hier - op dit snijpunt van de evolutie van arbeidsinkomens met de evolutie van onroerende vermogens(inkomens) - dat de dualisering in de Vlaamse samenleving het best zichtbaar wordt.

Toekomst Mensheid: Machine worden of Mens blijven?

De toekomst van de mensheid: mens blijven of machine worden

In de gedachten van heel wat experts en in het intuïtief aanvoelen van leken en ‘gewone’ mensen heerst de overtuiging dat in deze 21ste eeuw, in de komende decennia zelfs, de toekomst van de mensheid op het spel staat. De mogelijkheid van een globale ecologische catastrofe, die niet alleen het leven op deze planeet maar de planeet in haar geheel zou kunnen bedreigen, brengt velen ertoe te pleiten voor een halt aan verdere (economische) groei. Anderen nemen een volkomen tegengestelde optie. Volgens de eminente Britse fysicus Stephen Hawking (vooral bekend omdat hij als een Marc Herremans van de wetenschap opereert vanuit een rolstoel) zal de mens de Aarde moeten verlaten om op lange termijn het voortbestaan van zijn soort te verzekeren. Een nucleaire ramp of een voorspelbare botsing met een asteroïde zal ons volgens Hawking dwingen elders ons heil te zoeken. (Op het moment dat Hawking die uitspraken deed, was de opwarming van de aarde nog niet zo ‘hot spot’.) De vraag is: in welke biologische, psychische en sociale vorm zullen wij naar een ver sterrenbeeld verhuizen? Zullen wij nog vlees aan ons lijf hebben of alleen cyborg’s, zullen wij nog mogen of kunnen lachen en wenen, zullen wij nog overleggen wat ons als gemeenschap te doen staat? Zal ons lichaam door allerlei levenloze implantaten, elektroden en ‘geneesmiddelen’, die eigenlijk niet meer genezen maar elke ‘passionele’ onvoorspelbaarheid van onze menselijkheid uitschakelen en instrumenten zijn geworden in een preprogrammatie van ons lichamen, niet verworden zijn tot een machine? Met andere woorden: zal het de mens zijn die een ander zonnestelsel opzoekt of een machinale postmens? Zal het een geselecteerde elite van postmensen zijn die de aarde zal verlaten, terwijl de mensheid zelf zal creperen in gifwolken en ondrinkbaar geworden water? En is dat allemaal wel waar dat wij bedreigd zijn door een asteroïde of een nucleaire ramp? Het is natuurlijk het recht van de mens om te overwegen zich als soort te transformeren tot een wezen dat eigenlijk niet meer menselijk is. Maar het gaat hier wel om een politieke keuze, niet om een wetenschappelijke waarheid.

Wat is er zo tegenstrijdig in de mens dat hij/zij blijkbaar om te overleven de woning waar hij/zij in woont in brand moet steken? Wij ontdoen ons niet van de indruk dat deze vraag de wetenschap vreemd is. Wij hebben als goddeloze weinig respect voor de koele ‘rationele’ berekening van een bepaald soort atheïsten dat elk contact met de diepe wortels van het mens zijn verloren heeft en zijn tijd vergooit aan het weerleggen van Godsbewijzen uit de periode van de Middeleeuwse scholastiek. Wij hebben ook weinig respect voor de caritas van de katholieken die voor ons teveel gelijk staat met het project: ‘we maken de mensen eerst ziek en zot en dan kloppen we het geld uit hun zakken als prijs voor de zorg die we ze geven’. Maar we voelen ons wel zeer verwant met het christelijk vermogen tot ‘communio’, tot belangloze en ondoordacht (‘onmiddellijke en onbemiddelde’) verbondenheid zowel met anderen als met hun concept van het Al en het Ene (zoals ook de islam en alle religies dit vermogen uitdrukken). Zeker als deze ‘communio’, zoals in de oorspronkelijke Heilige Mis, vergezeld gaat met het delen van een beker onversneden wijn en een al of niet Frans brood. En we zijn ervan overtuigd dat deze ‘communio’ in de samenlevingsordening niet haaks hoeft te staan op het liberaal-humanistische project van de emancipatie van de enkeling. ‘Communio’ en persoonlijke eigenheid, zelfs bizarheid, zijn de twee elkaar bevruchtende facetten van de mens als mens: zij horen geen vijanden te zijn, maar kunnen o.i. best vrienden zijn. Bij de dagelijkse mens, de ‘mens in de straat’, vormen zij afwisselende aspecten van het bestaan. Het is o.i. een historische zij het begrijpbare vergissing geweest ‘lichaam’ en ‘geest’, ‘gevoel’ en ‘ratio’, ‘verbondenheid’ en ‘ontbinding’, ‘natuur’ en ‘mens’, enz. tegen elkaar op te zetten, zoals dit verwoord werd en wordt én in de joods-christelijke theologie én in de Westerse wetenschap die er eigenlijk maar een verlengde van is. Waar men de erotische verbondenheid onderdrukt, komt ze in de vorm van ‘zinloos geweld’ terug. Wij beseffen bv. doorgaans niet hoeveel erotische fantasie verweven zit in goed doordachte sciencefiction films over ‘zwarte gaten (!?) waar de wetten van de fysica niet meer gelden’.

Wij vragen ons dan ook af of we niet wat meer beroep moeten doen op onze ‘goede wil’ in plaats van op de Rede, waarvan Schopenhauer reeds zij dat ze geen doel is maar een middel waarvan onze levenswil zich bedient om in welbehagen van zichzelf te genieten.

Je moet wel gek zijn om naar de psychiater te gaan

“Je moet wel gek zijn om naar een psychiater te gaan”

In Het Laatste Nieuws van 15 september vertelt psychiater Kees van Heeringen (professor Universiteit Gent, Nederlander sinds een paar jaar werkzaam in Vlaanderen) enkele al lang bekende zinnige dingen, maar meer dan enkele clichés haalt hij niet uit de hoek om enige verklaring te brengen in het bijzonder hoge aantal zelfmoorden in Vlaanderen.

“In Vlaanderen is er geen ruimte voor problemen.” Daar heeft hij volkomen gelijk in want hij en zijn medepsychiaters-professoren sluiten alle ruimte om het probleem ten gronde aan te pakken hermetisch af.

Kees van Heeringen verdoezelt de waarheid als hij zegt dat Vlamingen minder naar de hulpverlening gaan bij depressie of psychische problemen. In geen enkel land ter wereld gaat men daarvoor zo veel naar psychiatrische hulpverlening als bij ons.

In vergelijking met Nederland gaan wij namelijk ongeveer dubbel zo veel naar alle mogelijke vormen van geestelijke gezondheidszorg, welzijnszorg en psychiatrie en ook de huisartsen tellen in hun zorgverstrekking meer dan een vierde psychische problemen, waarvan hoofdzakelijk depressie. Wij hebben vijf keer meer opnames in psychiatrie dan het Europese gemiddelde(!). Wij gebruiken minstens dubbel zo veel psychomedicatie (waaronder antidepressiva, adhd-middelen, neuroleptica, slaap- en kalmeermiddelen) als in Nederland.

En wij hebben niettegenstaande een veel meer dan dubbele zorgverstrekking toch twee keer zoveel zelfmoorden als in Nederland; bij jongeren zelfs meer dan het dubbele. Dat wil zeggen, alles in acht genomen - ook familiedrama’s, ongevallen, geweldplegingen en andere gecamoufleerde zelfmoorden -  zo’n duizend doden te veel per jaar in Vlaanderen en dat al minstens 25 jaar lang, en dat met de ‘beste’, de duurste en de meeste zorg ter wereld. Dan creëer je natuurlijk een mentaliteit. Het ontzaglijk hoog aantal psychiatrische opnames bij ons kost onze maatschappij, alles in acht genomen, meer dan tienduizend euro per maand per opgenomen persoon. Een beetje meer kwaliteitszorg en menselijkheid zou voor die vele miljarden euro wel mogen!

De psychiatrische hulpverlening heeft dus bewezen dat ze het probleem niet aankan en meer zelfmoord in de hand werkt dan dat ze kan voorkomen. Ik ben het dus volkomen oneens met de denigrerende uitspraak van de Nederlandse psychiater Van Heeringen die de Vlamingen blameert door te zeggen: “Hier leeft nog altijd de gedachte dat wie naar een psychiater gaat, gek is.”  Ik zou veeleer willen stellen (maar dan op basis van wetenschappelijke en concrete vaststellingen): “Je moet wel gek zijn om naar een psychiater te gaan.”

Jan Vanhaelen
woordvoerder Sarah Beweging
http://www.sarahbeweging.net

Zwakbegaafdheid en doodstraf in de USA

  • Zwakbegaafden speelbal in doodstrafsysteem VS

  • TAMPA, FLORIDA, 11 september 2007 (IPS) - Activisten in de VS maken zich zorgen over de terdoodveroordeling van een man die twee keer extreem laag scoorde op IQ-testen. Ze vrezen dat zwakbegaafden die verdacht worden van ernstige misdrijven, door de uitspraak een grotere kans lopen op de doodstraf.

    Op 24 augustus kreeg John Couey op 49-jarige leeftijd de doodstraf voor het kidnappen, verkrachten en vermoorden van de 9 jaar oude Jessica Lunsford in februari 2005. Coueys advocaten bepleitten dat Couey met een IQ-score van 64 zwakbegaafd is. Dit zou betekenen dat zijn veroordeling omgezet zou moeten worden in een levenslange gevangenisstraf.

    Volgens de wetgeving van Florida ligt de wettelijke definitie van zwakbegaafd bij een IQ-score van minder dan 70. De gemiddelde IQ-score van een inwoner van de Verenigde Staten is 100.

    In 2002 heeft het Hooggerechtshof van de Verenigde Staten besloten dat het executeren van zwakbegaafden illegaal is. Een dergelijke executie zou ingaan tegen het achtste amendement van de grondwet die het gebruik van wrede of ongebruikelijke straffen verbiedt.

    In de zaak rondom Couey ging rechter Ric Howard hier niet tegen in, maar hij wees de IQ-test van de verdediging af. Hij gaf de voorkeur aan de IQ-test die geleverd werd door de aanklagers, die aangaf dat Couey een IQ had van 89. Twee weken later sprak hij de doodstraf uit. Drie dagen na de uitspraak werd Couey overgeplaatst naar de dodencel in Starke, waar hij zijn vonnis aanvecht. Door de mogelijkheid bezwaar in te dienen en het lage tempo waarin executies worden uitgevoerd, loopt de verblijftijd in een dodencel in Florida op tot ongeveer tien à twaalf jaar.

    Recentelijk hebben nog twee andere doodstrafzaken aan de onrust omtrent veroordelingen van gevangenen met een laag IQ bijgedragen. Op 11 april werd James Lee Clark in Texas geëxecuteerd door middel van een dodelijke injectie. Veel activisten protesteerden tegen de executie omdat het IQ van Clarck lager dan 70 was. Hij was veroordeeld voor de moord op een tienermeisje in 1993.

    In Pennsylvania heeft de vraag rondom de geestelijke gesteldheid van Jose DeJesus, veroordeeld voor het plegen van twee moorden, gezorgd voor een strafverlichting. Enkele psychologen hadden vraagtekens gezet bij zijn geestelijke capaciteiten, waarna de rechtbank de doodstraf introk, aangezien de veroordeelde “lichtelijk verstandelijk gehandicapt” was bevonden.

    “De Verenigde Staten executeren momenteel zwakbegaafden omdat ze door de mazen van het strafrechtelijk systeem heen kruipen”, zegt Jonathan Brown, advocaat en expert op het gebied van zulke grensgevallen.

    Cassandra Stubbs, woordvoerder van de American Civil Liberties Union, beweert dat zulke problemen naar boven komen wegens vele onduidelijkheden na de uitspraak van het Hooggerechtshof in 2002. Er werd namelijk niet vastgelegd bij welke IQ-score iemand als zwakbegaafd zou moeten worden beschouwd, en of zo’n IQ-test überhaupt noodzakelijk is om erover te beslissen.

    ”In Florida heb je een IQ-score van 70 of lager nodig om als zwakbegaafd te worden gezien”, aldus Stubbs. Maar iedere staat, waarvan er 38 de doodstraf in het rechtssysteem hebben, mag zijn eigen standaard hanteren.” Stubbs voorspelt daarom dat advocaten soortgelijke zaken voor het Hooggerechtshof zullen brengen om duidelijkheid te verkrijgen.

    De Couey-zaak in Florida liet echter ook zien dat er binnen de Verenigde Saten geen eenduidige IQ-test in gebruik is. Door de meeste staten worden er twee types gehanteerd, de Stanford-Binet methode en de Wechsler Adult Intelligence Scale (WAIS III).

    Ook is er geen eenduidig antwoord op de vraag wanneer het wel of niet zwakbegaafd zijn van belang is in een rechtzaak, volgens Richard Dieter van het Death Penalty Information Centre in Washington. “Er bestaan in de verschillende staten veel variabelen op dit gebied. Sommige staten hebben vastgelegd dat een procureur dit in een rechtzaak naar voren moet brengen. Andere staten stellen dat dit ook nog na een zaak naar voren gebracht mag worden. Texas, bijvoorbeeld, heeft helemaal geen wetgeving over dit onderwerp.”

    Ronald J. Tabak, een belangrijke burgerrechten- en doodstrafadvocaat uit New York, vertelt dat normaal gesproken de kwestie rondom zwakbegaafdheid wordt opgelost voordat een zaak begint. Maar het Hooggerechtshof heeft niet vastgelegd of het uiteindelijk de rechter of de jury is die dit bepaalt.

    De controverse rondom de IQ-tests zal waarschijnlijk het debat in de Verenigde Staten rondom de doodstraf weer doen oplaaien. Steeds meer staten trekken zich terug als het gaat om het executeren van ter dood veroordeelden en geven de voorkeur aan levenslange gevangenisstraffen. Maar de staat Texas “gaat stevig door met het uitvoeren van door de staat gefinancierde moorden” schreef de Dallas Morning News deze maand in een kritisch artikel.

    Zowel Texas als Florida bevinden zich onder het handjevol staten die ook centraal staan in een andere zaak omtrent de doodstraf, het gebruik van dodelijke injecties. Vorig jaar werd bij het toedienen van de injectie door een executeur uit Florida een ader gemist waardoor het 34 minuten duurde voordat de veroordeelde stierf.

    ”Van de ongeveer 900 executies door dodelijke injecties sinds 1977, zijn er 40 fout gegaan” schreven Willian Laner en Keith H. Berge in de laatste uitgave van Mayo Clinic Proceedings. Hoofdreden hiervoor was het gebrek aan training van de executeurs.

    Maar Laner en Berge melden dat onder geen enkele omstandigheid artsen betrokken mogen raken bij de “technologie van moord”. “Artsen en hun medicijnen mogen fysiek, filosofisch en symbolisch niets met de executiekamers te maken hebben” schreven ze. De American Medical Association verbiedt artsen om deel te nemen aan door de staat geautoriseerde executies.

    Het vertrouwen in het rechtssysteem van de Verenigde Staten staat ook onder druk door de meer dan 2.000 ter dood veroordeelden die sinds 1973 de beschuldigingen ingetrokken zagen worden. De opkomst van het gebruik van DNA en andere uitvindingen hebben de vraag rondom de mogelijkheid van gerechtelijke dwalingen in doodstrafzaken op de agenda gezet.

    De Verenigde Staten worden ook steeds eenzamer in het handhaven van de doodstraf nu ook landen als Kirgizië hun rechtssysteem humaner maken en de doodstraf hebben afgeschaft.

    De Amerikaanse Orde van Advocaten brengt naar verwachting dit jaar een rapport uit over de doodstraf in de VS, met daarin een hoofdstuk over zwakbegaafden. De verschijningsdatum van dit rapport is nog niet bekend.

The Shock Doctrine

Een nieuwe Amerikaanse 'systeemkritische' documentaire van formaat: "The Shock doctrine", met andersglobaliste Naomi Klein in een hoofdrol. Hieronder een korte inhoud van waar de documentaire over gaat. Lees de tekst aandachtig: het is werkelijk onthutsend hoe het crapuul dat de V.S. leidt, met de mensheid omspringt.

Fragmenten zijn te bekijken op You Tube:
http://www.youtube.com/watch?v=kieyjfZDUIc (met beelden van elektroshocktherapie). Veel kijk- en leesgenoegen en moge deze kritische Amerikaanse geest ook over onze contreien neerdalen want ons eigen land is onder andere via de Navo medeplichtig aan de gruwel die de Amerikaanse "elite" de wereld 'aandoet'. Amen.

The Shock Doctrine: The Rise of Disaster Capitalism

In THE SHOCK DOCTRINE, Naomi Klein explodes the myth that the global free market triumphed democratically. Exposing the thinking, the money trail and the puppet strings behind the world-changing crises and wars of the last four decades, The Shock Doctrine is the gripping story of how America’s “free market” policies have come to dominate the world-- through the exploitation of disaster-shocked people and countries.


At the most chaotic juncture in Iraq’s civil war, a new law is unveiled that would allow Shell and BP to claim the country’s vast oil reserves…. Immediately following September 11, the Bush Administration quietly out-sources the running of the “War on Terror” to Halliburton and Blackwater…. After a tsunami wipes out the coasts of Southeast Asia, the pristine beaches are auctioned off to tourist resorts.... New Orleans’s residents, scattered from Hurricane Katrina, discover that their public housing, hospitals and schools will never be reopened…. These events are examples of “the shock doctrine”: using the public’s disorientation following massive collective shocks – wars, terrorist attacks, or natural disasters -- to achieve control by imposing economic shock therapy. Sometimes, when the first two shocks don’t succeed in wiping out resistance, a third shock is employed: the electrode in the prison cell or the Taser gun on the streets.

Based on breakthrough historical research and four years of on-the-ground reporting in disaster zones, The Shock Doctrine vividly shows how disaster capitalism – the rapid-fire corporate reengineering of societies still reeling from shock – did not begin with September 11, 2001. The book traces its origins back fifty years, to the University of Chicago under Milton Friedman, which produced many of the leading neo-conservative and neo-liberal thinkers whose influence is still profound in Washington today. New, surprising connections are drawn between economic policy, “shock and awe” warfare and covert CIA-funded experiments in electroshock and sensory deprivation in the 1950s, research that helped write the torture manuals used today in Guantanamo Bay.

The Shock Doctrine follows the application of these ideas though our contemporary history, showing in riveting detail how well-known events of the recent past have been deliberate, active theatres for the shock doctrine, among them: Pinochet’s coup in Chile in 1973, the Falklands War in 1982, the Tiananmen Square Massacre in 1989, the collapse of the Soviet Union in 1991, the Asian Financial crisis in 1997 and Hurricane Mitch in 1998.

Waan

Geen enkele rechter, jurist of advocaat zal iemand een misdadiger noemen wanneer die vindt dat het rechtssysteem onrechtvaardig is.
Geen enkel (huis)arts zal zeggen dat een patiënt kanker heeft als die zegt dat onze Westerse geneeskunde nergens op trekt.
Maar menig psychiater zal van een patiënt zeggen dat ie aan schizofrene wanen lijdt als ie zegt dat de psychiatrie een systeem is van machtsmisbruik.

parlementsverkiezingen juni 2007

Zoals u zal gemerkt hebben ligt de weblog een beetje stil. We zijn momenteel vooral op pad om bij de diverse politieke partijen en hun kandidaten voor 10 juni aandacht te vragen voor de thema's met betrekking tot geestelijke gezondheidszorg, de misbruiken in de psychiatrie.

Het zal niet toevallig zijn dat na 15 jaar neoliberalisme de mensen die op de rand leven van wat mag en niet mag, van wat hoort en niet hoort het voornaamste slachtoffer zijn van de onmenselijkheid van het neoliberaal systeem. Net zoals het aantal mensen dat in de gevangenis zit spectaculair gestegen is, is het aantal mensen dat gedwongen opgenomen is in de psychiatrie het laatste decennium sterk toegenomen.

Het is overduidelijk dat de erfelijke factoren die een rol kunnen spelen bij geestesziekten, criminaliteit en psychopathie, deze stijgingen niet kunnen verklaren. Wel de totale verslechtering van het psychosociaal klimaat waarin de minder begoeden en de jongeren moeten leven. Psychische ontwrichting die zich kan uiten in "zinloos" geweld is een direct gevolg van de psychosociale verloedering.

Wij vragen de politieke partijen dan ook een politiek te voeren waarbij de toename van de sociale ongelijkheden en de armoedebestrijding prioriteiten zijn.

Efficiënte vrijwilligers

Vrijwilligers Zelfmoordlijn moeten niet onderdoen voor professionelen

Uit recent onderzoek blijkt dat vrijwilligers van de Zelfmoordlijn niet moeten onderdoen voor professionele hulpverleners. Het onderzoek gebeurde aan de hand van de VROS: de Vragenlijst Reacties Op Suïcidaliteit, die vaardigheden meet in het omgaan met mensen die suïcidaal zijn. De Nederlandstalige versie van deze vragenlijst werd ontwikkeld door LUCAS in samenwerking met het CPZ, het Centrum voor Preventie van Zelfmoord.

Alexandre Reynders, onderzoeksmedewerker: "Onze vrijwilligers behoren tot de groep die het hoogst scoort van alle bevraagde hulpverleners. Mits een degelijke selectie en permanente vorming hoeven vrijwilligers dus niet onder te doen voor professionele hulpverleners". Met diezelfde vragenlijst kon men eveneens aantonen dat de interne en externe vormingen van het Centrum effectief de vaardigheden van de deelnemers verbeteren.

Opvallend is de intrinsieke motivatie van de vrijwilligers. Leen Willems, stafmedewerkster vrijwilligersbeleid: "Onze vrijwilligers doen dit niet voor geld of prestige. De mooiste beloning die een CPZ-vrijwilliger kan krijgen, is nog altijd de voldoening na het kwaliteitsvol beantwoorden van een crisisoproep."

In 2006 beantwoordden de vrijwilligers aan de Zelfmoordlijn zo’n 30 oproepen per dag. De gemiddelde gespreksduur nam opnieuw toe: een gesprek duurt nu gemiddeld 25 minuten.

Sinds juli 2006 zijn de vrijwilligers van de Zelfmoordlijn ook twee avonden per week via chat bereikbaar. Het online aanbod blijkt een belangrijke aanvulling op de telefoon. 89% van de online oproepers is jonger dan 30 (vgl. 29% aan de telefoon). Zij vermelden ongeveer dezelfde problemen als oproepers aan de telefoon, maar zijn verder gevorderd in het suïcidale proces. Maar liefst 34% van hen heeft reeds een uitgewerkt plan om zelfmoord te plegen (vgl. 21% aan de telefoon). 60% heeft al ooit een poging ondernomen (vgl. 38% aan de telefoon).

"Hoe verder mensen geëvolueerd zijn in het suïcidale proces, hoe minder ze geneigd zijn om professionele hulp te zoeken. In die zin kan onze online hulp voor heel wat jongeren de laatste strohalm zijn…”

www.zelfmoordlijn.be

De Politieke Economie van de Psychotherapie

In het 2006 zomernummer van New Politics (vol. 21, nummer 2) kan U een artikel lezen van de psycholoog-socioloog David Singer over de teloorgang van de psychotherapie binnen het Amerikaanse zorgsysteem: "The Political Economy of Psychotherapy". U vindt het artikel op:
http://www.wpunj.edu/icip/newpol/issue41/singer41.htm 

David Singer laat zien hoe de zorg in Amerika in handen gekomen is van verzekeringsmaatschappijen die de patiënten dwingen te kiezen voor lage-kost zorgen (in de praktijk pillen slikken of kortdurende psychotherapie) en van de farmaceutische industrie waarbij de langzaam gegroeide banden tussen overheidsambtenaren en universitaire onderzoekers worden belicht, vergelijkbaar met de analyses van Walter Vandereycken in zijn boek "Psychiaters te koop?".

Tevens laat hij zien hoe op die manier elke benadering van psychische stoornissen in termen van maatschappelijke factoren (verkeerd gelopen opvoeding, kansarmoede) wordt weggedrukt ten voordele van een visie in termen van een biochemische oorzakelijkheid. De alliantie tussen de industrie en de verenigingen van familieleden van geesteszieken wordt ook belicht: de industrie speelt handig in op de neiging van ouders om elke verantwoordelijkheid in het ontstaan van psychische problemen bij hun kinderen te ontkennen. Ook hierdoor verdwijnt psychotherapie uit het gezichtveld.

Singer analyseert de "zorg" voor mensen met psychische problemen in het licht van de wijze waarop diensten in de kapitalistische sfeer zijn geraakt en onderdeel vormen van een systeem waarin winst prevaleert. Gezondheidswerkers leveren diensten net zoals arbeiders goederen produceren: tegen zo laag mogelijke kost en met zo hoog mogelijke winst.    

Mensen met een handicap, Armoede en Sociale Uitsluiting

Er zijn meer mensen met een handicap dan gedacht

Hoe is het in Vlaanderen gesteld met mensen die een handicap of langdurige gezondheidsproblemen hebben? De studiedienst van het Vlaams Fonds en de Vlaamse administratie Planning en Statistiek hebben het uitgezocht. En wat blijkt: er zijn veel meer mensen met een handicap dan algemeen wordt aangenomen.

’Mensen met een handicap’ staat in de studie zeker niet gelijk aan ’cliënten van het Vlaams Fonds’, zeggen Jan Verbelen en Erik Samoy, de Vlaams Fonds-onderzoekers die aan de studie meewerkten. ’De definitie was: mensen met een langdurige functiebeperking. In België zijn dat onder meer de 200.000 mensen die minstens een jaar op de ziekteverzekering staan, 80.000 die een inkomensvervangende tegemoetkoming hebben en 100.000 mensen die een arbeidsongeval meemaakten of een beroepsziekte hebben. Tegenover die groepen is de Vlaams Fonds-bevolking maar een kleine groep.’

Zo gedefinieerd, is het percentage mensen met een handicap of langdurige gezondheidsproblemen verrassend groot. ’Alleen al als we de bevolking tussen 15 en 64 jaar oud nemen, komen we op 10 à 15%. Als we iedereen vanaf zes jaar rekenen, komen we aan 786.189 Vlamingen die verklaren dat ze een handicap of langdurige gezondheidsproblemen hebben. En nog: in meer dan één huishouden op vier verblijft iemand met een functiebeperking.’

Het is een cijfer dat gelijkloopt met de ons omringende landen, maar de man in de straat beseft niet hoeveel mensen dat eigenlijk zijn. Het is geen kleine, marginale groep in onze samenleving: zowat iedereen heeft beperkingen of krijgt met beperkingen te maken.’

Minder werk

Hoe zit het nu met de situatie van die 10 à 15% van de bevolking? ’Niet denderend. Onder meer uit onze vorige studies was bekend dat mensen met een handicap minder vaak werk hebben, en dat wordt hier bevestigd. In 2001 was 64% procent van de bevolking op arbeidsleeftijd (15- 64 jaar oud) aan het werk. Bij mensen met functiebeperkingen is dat slechts 40%.’ Een van de gevolgen is dat mensen met functiebeperkingen minder geld hebben: meer dan de helft heeft een netto maandinkomen van minder dan 1.100 euro. Bij de andere Vlamingen is dat maar 33%.

Ook op andere vlakken is de sociale positie van mensen met een handicap slechter dan gemiddeld. Ze hebben minder vrijetijdsbestedingen, gaan minder naar de bibliotheek of bioscoop en minder naar klassieke of popconcerten.

Weinig rooskleurige kijk

Tot slot zijn ook de directe sociale netwerken van de Vlamingen met functiebeperkingen kleiner en anders dan die van de andere Vlamingen. Ze hebben minder vrienden en ook minder vertrouwenspersonen waarbij ze terechtkunnen om persoonlijke zaken te bespreken. Vaak vallen ze terug op ouders, kinderen, broers of zussen in plaats van op vrienden, zoals de Vlamingen zonder functiebeperkingen.

Hoeft het te verwonderen dat mensen met een handicap gemiddeld een veel minder rooskleurige kijk op het leven hebben? Volgens het onderzoek maken ze zich beduidend meer zorgen over geld, politiek, gezondheid, gezin, de eigen toekomst en de eigen veiligheid. Mensen met een handicap vrezen voor meer werklozen binnen tien jaar, voor meer sociale uitsluiting en een alsmaar groter wordende kloof tussen de laagste en de hoogste inkomens. En aangezien ze zichzelf meer dan de anderen op de laagste treden van de sociale ladder situeren, is dat geen hoopgevend vooruitzicht. Het gaat hierbij natuurlijk om een subjectief beeld - maar dan wel een beeld dat mee gestoeld is op objectieve feiten.

Meer aandacht gevraagd

Tot zover de studie. En wat nu? ’Dat is moeilijker te zeggen’, vinden Erik Samoy en Jan Verbelen. ’Veel van wat de studie signaleert, zijn brede maatschappelijke fenomenen die niet zomaar in een vingerknip op te lossen zijn. De verdienste van de studie is onder meer dat het die problemen op de voorgrond heeft gebracht met objectieve, controleerbare cijfers. Het is nu onder meer aan de politiek om er iets aan te doen.’

’Belangrijk is ook dat zowel de maatschappij als wetenschappelijke onderzoekers meer aandacht zouden krijgen voor de belangrijke groep van mensen met functiebeperkingen. De gemiddelde studie over pakweg armoede maakt een onderscheid tussen allerlei subgroepen, van jongeren over laaggeschoolden en allochtonen tot vrouwen - maar mensen met een
handicap? Nee, die worden niet apart in kaart gebracht. Ja, dan kun je ook niet weten of die handicap al dan niet een invloed heeft.’

[De studie Stativaria 34: De sociale positie van Vlamingen met een handicap of langdurige gezondheidsproblemen kunt u bestellen bij:
Administratie Planning en Statistiek
Caroline Temmerman, Boudewijnlaan 30n 1000 Brussel
telefoon: 02/553.57.84
fax: 02/553.58.08
e-mail: caroline.temmerman@azf.vlaanderen.be
Bron: http://www.vlafo.be/vlafo/view/nl/549362-Er+zijn+meer+mensen+met+een+handicap+dan+gedacht.html ]

Ongeveer 20% van de mensen met een handicap is arm. Dit zijn er nog steeds 20% teveel. De armoedegrens bevindt zich nu op € 19.520 voor een koppel met twee kinderen of € 9.295 voor een alleenstaande. Veel mensen met een handicap zitten onder deze armoedegrens, en dan voornamelijk de mensen met de laagste uitkeringen. Bron: 'Databank en Jaarboek Armoede en Sociale Uitsluiting' , Universiteit Antwerpen.

Artikel 25  Universele Verklaring van de Rechten van de Mens

1. Een ieder heeft recht op een levensstandaard, die hoog genoeg is voor de gezondheid en het welzijn van zichzelf en zijn gezin, waaronder inbegrepen voeding, kleding, huisvesting en geneeskundige verzorging en de noodzakelijke sociale diensten, alsmede het recht op voorziening in geval van werkloosheid, ziekte, invaliditeit, overlijden van de echtgenoot, ouderdom of een ander gemis aan bestaansmiddelen, ontstaan ten gevolge van omstandigheden onafhankelijk van zijn wil.
2. Moeder en kind hebben recht op bijzondere zorg en bijstand. Alle kinderen, al dan niet wettig, zullen dezelfde sociale bescherming genieten.

Mensen die in armoede leven hebben een lagere levensverwachting dan mensen die boven de armoedegrens leven. Tevens zijn mensen die in armoede leven veel vatbaarder voor depressies, en dan vooral als het zieken en/of invaliden betreft. Tevens is er een duidelijk verband tussen gezondheid en armoede. Zieken en/of invaliden die langer in de armoede blijven zitten, hebben minder kansen om te herstellen. Patiënten die in armoede leven hebben minder kapitaal ter beschikking om artsen te betalen. Hierdoor worden doktersbezoeken uitgesteld en sleept de slechte gezondheidstoestand langer aan, of hij verergert.
Bron:
http://www.armoedebestrijding.be/cijfers_gezondheid.htm

Vanuit de wet van Engel weten we dat wanneer mensen in armoede terecht komen, een groot deel van het budget naar voeding gaat. Voor de meest arme groep van de bevolking gaat het geld integraal naar huisvesting en voeding. Er is geen geld meer over om te voorzien in kleding en men komt terecht in sociale uitsluiting. Een culturele uitstap of een menswaardig ontplooiing (uitstap naar een buurthuis, drankje en praatje op café) is voor deze mensen niet betaalbaar. Om dan nog te zwijgen over het feit dat velen niet kunnen voorzien in hun gezondheidsonkosten, en hiervoor zijn aangewezen op de OCMW-centra, die meestal tussenkomen in medische kosten, net terwijl de integratie-en de inkomensvervangende tegemoetkoming net bedoeld is om deze medische onkosten te betalen.

Met armoede komt alvast een zekere maatschappelijke betrokkenheid onder de vorm van vrijwilligerswerk in het gedrang. De meeste invaliden en chronische zieken organiseren op eigen houtje dingen van thuis uit. Hun handicap laat vaak geen andere arbeid toe. Echter, wanneer men in de armoede terecht komt, is er van deze mogelijkheid tot vrijwillige maatschappelijke betrokkenheid geen sprake. Met een lege maag kan men onmogelijk werken, zelfs niet wanneer dit vrijwilligerswerk betreft. Als vrijwilliger pleit ik dan ook meer dan zeker voor het verhogen van de uitkeringen aan personen met een handicap, minstens tot aan de armoedegrens zoals deze is bepaald door de Universiteit van Antwerpen, dus € 19.520 voor een koppel met twee kinderen of € 9.295 voor een alleenstaande. Vlaams Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Inge Vervotte, verwees ons door naar de Staatssecretaris, omdat zij over de federale bevoegdheden beschikt. Het is dan ook aan de Staatssecretaris om hier werk van te maken en dit te realiseren, zoniet begaan wij een schending tegen artikel 25 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Ik hoop erop dat het verhogen van de uitkeringen tot aan de armoedegrens spoedig een realiteit zal zijn.
Met meeste hoogachting,
Kristof Van Hooymissen
Student Sociologie, vrijwilliger

 

duifke lacht (preventie van zelfmoord)

Onderstaande bijdrage van Lieven Deflandre verschijnt vandaag (of morgen) in de Gentse stadskrant TienTiens (http://www.tienstiens.org ).

Duifke lacht

Minister van Welzijn Inge Vervotte heeft een plan.
Ze wil het zelfmoordcijfer in Vlaanderen, dat het hoogste is ter wereld, met acht procent reduceren. Voetballen kunnen we niet, maar in het plegen van zelfmoord behoren wij Vlamingen tot de absolute wereldtop. Zelfmoord is één van de voornaamste doodsoorzaken bij twintigers, dertigers en mannelijke veertigers.

Acht procent, het is een bescheiden getal, maar alle kleine beetjes helpen.

De minister wil dit doen via preventieve maatregelen. Dat lijkt me een logische redenering, de zelfdoders onverwijld weer tot leven wekken is zelfs voor een minister van christen-democratische signatuur een schier onmogelijke opdracht.

Dus moeten er nog meer meldpunten komen op het vlak van de geestelijke gezondheidszorg en dringt nog meer psychiatrische hulp zich op.

Nog meer psychiatrische hulp? Ook inzake psychiatrische opnames is België de absolute wereldrecordhouder. Vijf procent van de Belgen is al één of meer keer in een psychiatrische opstelling opgenomen omwille van psychologische of emotionele problemen. Dat is vijf keer meer dan de gemiddelde EU-burger. Zijn wij dan vijf keer zotter dan onze Franse, Duitse of Nederlandse buren?
Niet dus. In geen enkel land in Europa is de psychiatrische zorg zo toegankelijk en zijn er zoveel psychiatrische ziekenbedden als in dit tochtgat aan de Noordzee.
En zou het niet bijzonder jammer zijn en economisch onrendabel om die capaciteit en die investeringen in infrastructuur niet maximaal te benutten?

Minister Vermotte heeft nog meer troefkaarten in haar hoge hoed zitten.
Ze wil spoorwegen, bruggen, flatgebouwen en dergelijke beter beveiligen ten einde potentiële zelfdoders af te schrikken.
Dat noem ik nu eens een sterk staaltje van voluntaristische beleidsvoering, maar het gaat niet ver genoeg.
Waarom de verkoop van touwen en appelmoes niet wettelijk aan banden leggen, en de zee droogleggen? Appelmoes wordt door pillenslikkers namelijk gebruikt om een fond te leggen in de maag tegen het braken. Er moet onverwijld onderhandeld worden met de Franse autoriteiten om de rotsen van Cape Gris Nez in Pas-de-Calais te dynamiteren want dat is de favoriete zelfmoordbestemming van de zelfmoordenaars aller landen. De IJzertoren zou ik er één moeite bij nemen.

Wij Vlamingen zijn niet alleen zelfmoordkampioenen, ook in het slikken van medicatie kan geen enkel volk aan ons tippen.
Vindt u dat niet een beetje paradoxaal mevrouw de minister?
We zitten massaal aan de antidepressiva en andere gelukspilletjes en toch plegen we zelfmoord in hetzelfde tempo als de konijnen kweken?

Zou het niet kunnen dat we ons beter eerst zouden buigen over de dieperliggende oorzaken van de onthutsende zelfmoordcijfers in plaats van de Broeders van Liefde en de farmareuzen nog wat rijker te maken?
Ik zeg zo maar iets, misschien hebben sommige mensen wel een reden om bewust een finaal punt te zetten achter hun bestaan? Misschien is de actieve welvaartsstaat wel niet voor iedereen het summum van gelukzaligheid.

Ik geloof best dat je de prestaties van wedstrijdduiven met acht procent kunt opfokken, door hen krachtvoer toe te dienen, maar u bent minister van welzijn, niet van de duivensport.

Hoogachtend dus.

Depressie ? Euthanasie ?

Het "doktersdrama" in Sint-Niklaas waarbij een huisarts met een injectie haar 32-jarige teruggetrokken levende "depressieve" zoon om het leven bracht en daarna op dezelfde manier zelfmoord wou plegen, laat zien waar de roep van sommige onbesuisden voor euthanasie voor psychisch ondraaglijk lijden, zoals dat wordt genoemd, kan en zal leiden. In de flat van de zoon waar de lichamen werden aangetroffen, zou een brief zijn gevonden zijn waarin de zoon zijn moeder om "euthanasie" verzocht.
Uit de beschikbare informatie lijkt het te gaan om een soort "folie à deux" van twee sterk affectief op elkaar aangewezen personen, de moeder overgestresseerd, de zoon blijkbaar danig in de knoei met zichzelf. Juridisch gezien is hier hoe dan ook geen sprake van euthanasie, maar van moord, want voorbedachte rade. Uiteraard lijkt het ons dat 10 jaar gevangenis niet de gepaste "strafmaatregel" is om de zaak juridisch te beslissen, maar de assisenjury zal alleen kunnen kiezen tussen vrijspraak of schuldig aan moord.

Enkele bedenkingen:
1. Zoals meer en meer gewoonte wordt wanneer iemand psychische problemen heeft, wordt de zoon maar zonder verdere verduidelijking  als "depressief" aangeduid, een term die op een paar jaar tijd vrijwel inhoudsloos is geworden. Ook wat hier met "ondraaglijk lijden" wordt bedoeld, is niet klaar. Gaat het hier om een moeder die uit mededogen haar zoon uit zijn lijden wou verlossen of gaat het eerder om een geval van dubbele zelfmoord, een zelfmoord van de "relatie", van het samen-zijn van twee mensen die gezamenlijk tot het besluit gekomen waren dat het leven voor hen beiden "ondraaglijk" geworden was? De relatie die hier snel gelegd werd tussen depressie en euthanasie (in navolging van de bekendmaking dat België verleden jaar 4 gevallen van euthanasie van mensen met chronische depressie heeft gekend) zou wel eens heel anders in elkaar kunnen zitten. Want wat bedoelde de zoon als hij in zijn brief zijn moeder verzocht een einde te maken aan zijn lijden? Die zinsnede wordt nogal gemakkelijk als hartekreet geuit. En waarom (want een injectienaald kon hij blijkbaar verdragen) heeft de man niet op eigen houtje zelfmoord gepleegd zonder zijn moeder daarbij te betrekken? Dat ware toch veel eleganter geweest - en vanzelfsprekender.
2. Het "doktersdrama" laat nog maar eens zien hoe moeilijk artsen het hebben om met levensproblemen en psychische aandoeningen om te gaan. Hun opleiding bereidt hen daar ook nauwelijks op voor. De moeder-arts had echter ongetwijfeld kunnen weten dat depressie in wezen een tijdelijke aandoening is die mits een oordeelkundige aanpak gemakkelijk kan "genezen" worden en dat zelfs een chronische depressie nooit onomkeerbaar is. Het is al te gek een 32-jarige man die depressief is, "ongeneeslijk" ziek te verklaren en op hetzelfde niveau te plaatsen als een terminale kankerpatiënt. De moeder-arts is hier als zorgverstrekker ons inziens heel lichtzinnig opgetreden en staat ze als voorbeeld voor de wijd verspreide onbekwaamheid van artsen en zelfs psychiaters om met depressieve mensen om te gaan. Het is algemeen geweten dat heel wat artsen zich ongemakkelijk voelen wanneer ze voor zich een patiënt hebben die lichamelijk niets lijkt te mankeren maar levensmoe is of met zichzelf in de knoei zit. Bovendien gaat het hier niet enkel om een dokter-patiënt relatie maar ook om een relatie tussen familieleden. Het hoort tot de gedragscode van de geneesheren hun familieleden zelf niet te behandelen, zoals ook de Orde van de Geneesheren aanbeveelt zonder de intrafamiliale behandeling echter als ondeontologisch te boekstaven. Immers de (te) sterke emotionele betrokkenheid kan de zekere afstandelijkheid die vereist is voor een doeltreffend professioneel optreden in de weg staan. Of de zoon onder deskundige begeleiding stond van andere hulpverleners of zorgverstrekkers is niet geweten, maar het lijkt erop van niet.
3. Ook staat hier de mythe van de almacht van de geneesheer ten discussie, een mythe die zowel door de medici als de patiënten in stand wordt gehouden. Artsen worden nogal dikwijls geraadpleegd voor zaken waarvoor ze eigenlijk niet veel competenter zijn dan gewone mensen onder elkaar. Stress, depressie, zelfmoordneigingen, seksueel misbruik, etc: artsen weten nauwelijks wat ze er mee moeten aanvangen. Maar in plaats van hun onmacht en onkunde op dit vlak toe te geven, stellen ze toch maar een medicamenteuze behandeling in, die ze dikwijls niet echt kunnen motiveren temeer daar de diagnose hooguit 15 minuten in beslag neemt.
4. Nu reeds 10 jaar overheerst in de media (en dan vooral nog in de kwaliteitskranten die zich graag beroepen op sensationele berichten uit de "wetenschap") en in de wereld van de geestelijke gezondheidszorg de voorstelling dat depressie een lichamelijke ziekte is, een aandoening van de hersenen. Tegen deze grotendeels onverantwoorde voorstelling wordt in gezaghebbende kringen weinig weerwerk geboden. Depressie kan dan in die zin ook puur medisch aangepakt worden. Steeds meer en meer artsen raken dan ook gevangen in de gevaarlijke valkuil dat sociale en persoonlijke problemen tot hersenstoornissen en -disfuncties kunnen worden teruggebracht.
5. De bevolking heeft er dan ook alle belang bij dat de competentie van de geneeskunde, ook van de psychiatrie, bij de begeleiding van levensproblemen en psychische aandoeningen tot haar juiste proporties wordt teruggebracht. De geneeskunde kan op het vlak van de preventie en de bestrijding van depressie, zelfdoding, angsten inderdaad niet bijzonder veel geloofsbrieven voorleggen. De vanzelfsprekendheid waarmee overheidsfondsen m.b.t. deze materies steevast toegewezen worden aan projecten die opgezet, geleid en gecoördineerd worden door artsen-psychiaters, mag best wel eens in vraag gesteld worden. In nogal wat gevallen lijkt het immers teveel op zelfbedruiping. Het falen van nogal wat van deze projecten en initiatieven wordt zelden kritisch en grondig onderzocht. Projecten die meer oog hebben voor zelfzorg en empowerment en voor sociale dimensies als armoede, opvoedings- en samenlevingspatronen, krijgen nauwelijks aandacht, hoewel hun resultaten over het algemeen veel zichtbaarder zijn.

De Lente: "Take Your Life in Your Own Hands"

De lente komt er aan. Eerst nog de maartse buien en de aprilse grillen en het leven komt na het seizoen van het kunstlicht (20 maal zwakker dan het licht van een zonloze dag) weer op gang.

Dus: de combinatie van je leven zelf en Internet-gegoogel volstaan om zelf een einde te maken aan je uitbuiting door de groeiende kaste van iaters, euten en ogen die zich storten op de levensproblemen van anderen om er hun brood en hun taart mee te verdienen zonder dat ze veel wezenlijks te bieden hebben behalve je afhankelijk te maken van hun Macht.

Mensen onderschatten hun weerbaarheid, hun eigen kracht: iaters, ogen en euten onderschatten graag die van anderen, daarvan leven ze. Met wel alle respect voor de paar iaters, ogen en euten die we goeie dingen hebben zien doen. Maar ze worden door hun "collega's" graag weggehoond. Ze zijn niet "wetenschappelijk". We zijn de laatste jaren erg kritisch geworden voor het argument "het is gepubliceerd in wetenschappelijke tijdschriften". Stond ook niet alles wat de nazi's deden gepubliceerd in wetenschappelijke tijdschriften? En is de Wetenschap ondertussen op andere principes gebaseerd? En in het bijzonder de menswetenschappen steunen nog meer dan vroeger op het paradigma van de "deskundigheid", het principe van "ik weet wat goed is voor jou en jullie". De school als instelling is meer nog dan een halve eeuw geleden ingericht als een plaats waar je het leren leven afleert.

In de lente heb je weer energie om je leven een nieuwe wending te geven, op je eentje of met andere als gelijken. Vallen en opstaan hoort erbij: het is soms plezant te vallen, zeker als je weet dat je daarna weer kan opstaan. Tijd dus om een wetenschap van jezelf op te bouwen: de enige die je kan kennen en op basis van die kennis je leven kan vormgeven, ben jezelf. Hoe erg je er ook aan toe bent.

Herinneren we ons maar Natascha Kampusch, de Oostenrijkse die op 10-jarige leeftijd ontvoerd werd, acht jaar gevangen gehouden werd en verleden jaar dan wist te ontsnappen. De wereld stond vooral versteld hoe volwassen Natascha uit dit avontuur kwam. Té volwassen blijkbaar. Ook hier stonden de meest vermaarde professoren psychiatrie onmiddellijk klaar om zonder haar of haar ontvoerder ook maar enigszins te kennen, op tv en in de kranten te verklaren: "Ze MOET een depressie hebben! Ze ZAL een depressie krijgen!" Natascha heeft publiekelijk de psychiaters en therapeuten die bezit van haar wouden nemen, de les gespeld en hen wandelen gestuurd. Natascha Kampusch was een kaakslag voor ons opvoedings- en onderwijsssysteem, voor onze psychiatrie en geestelijke gezondheidszorg. Natascha heeft ZELF haar problemen opgelost en dat wordt haar door heel wat "deskundigen" niet in dank afgenomen.

Het is tijd dat we de pretenties van zij die, met of zonder goede bedoelingen, leven van de psychische miserie van anderen doorprikken en dat we hun deskundigheid tot het juiste niveau terugbrengen. Begonnen moet worden met op te houden ons zelf aan te praten of te laten aanpraten dat er iets mis is met ons omdat we levensproblemen hebben. Levensproblemen horen bij het leven, zonder levensproblemen leer je nooit menselijk te worden. Begonnen moet worden een halt toe te roepen aan die georchestreerde campagne om kinderen met etiketten te besmeuren omdat ze eens een week geen zin hebben om te studeren, om ouders ertoe te brengen voortdurend hun kinderen in de gaten te houden en ze op elk "gebrek" of "falen" af te rekenen op hun "geestelijke gezondheid". Je bent niet geestelijk ongezond omdat je als kind eens geen zin hebt om je huiswerk te maken of omdat je als volwassene eens een week geen zin hebt om te gaan werken.

De iaters, euten en ogen komen maatschappelijk over als een vervangmiddel voor de warmte in de menselijke relaties die de laatste decennia verloren is gegaan, niet omdat de mensen plots geestelijk ongezond zijn geworden, maar veeleer omdat de maatschappij "ongezond" is en een massa menselijk afval produceert. En ruimte voor een nieuw soort lijkenpikkers.

Het blijven dagelijkse toestanden

Sauvez-le !
Un schizophrène ne doit pas être emprisonné, mais soigné !
Lettre ouverte au président du PS de Belgique, Elio Di Rupo

Monsieur Di Rupo,

Je vous écris pour vous demander de faire cesser au plus vite ce scandale : un jeune schizophrène de trente ans est emprisonné à Mons depuis quatre mois au lieu d'être soigné. Ceci met sa vie en danger et aggrave les souffrances déjà épouvantables de ses parents.
Vous me direz peut-être : « Adressez-vous à la ministre de la Justice » ? Eh bien, le problème, c'est qu'elle ne répond jamais. Alors, espérant que vous n'avez pas perdu, vous, la clé de votre boîte aux lettres, je vous demande d'intervenir au plus vite auprès de votre collègue, car il y a urgence. Je vous explique brièvement pourquoi...
Ce jeune homme est le fils de deux Montois d'origine italienne, Giacomina et Pietro. Son père a travaillé dans les carrières, sa maman est employée. Leur fils s'appelle... En fait, me disent ses parents, « quand notre fils sera libéré, peut-être qu'il n'aimera pas voir son nom étalé partout ». Alors, donnons-lui un nom d'emprunt, comme on fait parfois dans les journaux. Appelons-le... « Elio ». N'y voyez aucune ironie de ma part, je veux juste souligner que cette maladie frappe ou frappera une personne sur cent.
Moi aussi, je pensais que « ça n'arrive qu'aux autres ». Mais j'ai changé d'avis quand ma propre fille, Marie, a été atteinte de schizophrénie. Elle a vécu plusieurs années terribles avant de mettre fin à ses souffrances. Elle avait 27 ans. C'était il y a un an et demi. Je sais donc de quoi je parle et vous demande de me lire avec beaucoup d'attention.

Un schizophrène n'est pas un délinquant, c'est juste un malade. Comme cette maladie est très méconnue, j'avais écrit, à la mort de ma petite Marie, un texte intitulé : « Peut-être connaissez-vous, sans le savoir, un proche atteint de schizophrénie ? ». J'y expliquais :
« La personne atteinte de schizophrénie est victime d'une sorte d'hypersensibilité. Son cerveau fonctionne « trop vite, trop fort ». Il semble que les relations chimiques entre les cellules soient beaucoup plus fortes et nombreuses que chez nous. Du coup, elle « perçoit » des sons, des images, des sensations qu'elle a du mal à interpréter. Ceci la plonge dans l'angoisse. Et elle commence à construire des interprétations, des théories délirantes permettant de « justifier » ce que les autres, forcément, ne perçoivent pas. L'un entend « des voix » lui disant de commettre tel acte, l'autre se prend pour un personnage célèbre chargé d'une mission importante.
Et comme ses proches nient sa « réalité », le malade sombre dans la paranoïa: croyant que le monde complote contre lui et qu'il est donc en danger. Même s'il commet parfois des violences, le « schizo » n'est pas agressif, il a peur, c'est tout. Mais bien sûr, son comportement provoque des réactions en retour de ses proches, et cela ne fait qu'aggraver leur stress et leur souffrance. Tous vivent dans une angoisse épouvantable. »

C'est exactement ce qui est arrivé au jeune « Elio ». Sa maladie est apparue à l'âge de 18 ans, et depuis lors, sa vie est fichue, et ses parents aussi vivent un enfer. Vous imaginez leur souffrance de voir leur enfant dans cet état ? Ils ont dû le faire interner pendant de longues années dans un établissement dit de « défense sociale ». Il y a eu des améliorations, mais aussi, comme très souvent, des rechutes.
Alors, pourquoi, bon sang, le jeune « Elio » a-t-il été emprisonné le 21 septembre dernier ? Suite à une altercation verbale - je souligne : verbale - avec un médecin de l'institut psychiatrique où il se trouvait à sa propre demande. Dans un moment de colère contre des injections répétées de médicaments abrutissants, il a déclaré « Je vais te tuer » à ce médecin. Mais tous les schizos disent des choses comme ça, je l'ai moi-même entendu plusieurs fois dans la bouche de ma pauvre fille. Cependant, si on agit de façon adéquate, on peut les rassurer et les calmer peu à peu.
C'est-à-dire justement que la seule place qui convienne à un schizophrène, c'est un foyer où il sera entouré de l'affection rassurante des siens. Ou alors, dans les périodes de crises aiguës, dans un institut spécialisé et compétent. Mais il apparaît qu'en Belgique, ces institutions manquent de place, car elles manquent de subsides.
Bravo, la Belgique ! On offre des cadeaux de plusieurs milliards à des multinationales comme VW, on entretient six gouvernements dans un petit pays de dix millions d'habitants. Mais on n'a pas assez d'argent pour le social, pour les écoles, pour les soins aux malades. N'est-ce pas un scandale ? N'est-ce pas le genre de choses que les gens voudraient voir changer ?
Soyons sérieux. Imaginerait-on de placer en prison un malade atteint de dépression chronique, d'alcoolisme ou d'une autre maladie ? Alors, par quel raisonnement absurde peut-on emprisonner une personne souffrant de schizophrénie ?
Les nazis éliminaient les « fous ». En Pologne, l'an dernier, une jeune fille schizophrène a été tuée par les «exorcismes» de religieuses arriérées. Et la Belgique ? Elle va continuer à jeter des schizos en prison ?!

Il faut, de toute urgence, libérer « Elio ». A la prison de Mons, il a été battu par des gardiens, en présence de ses parents. Juste parce qu'il refusait de se faire aider pour rentrer en cellule. Vous vous rendez compte ? En présence de ses parents ! Que se passe-t-il quand il n'y a pas de témoin ? De plus, de façon inhumaine, il est interdit à sa maman de lui apporter des petites friandises ou des douceurs pour le réconforter dans sa prison !
De tels comportements sont exactement le contraire de ce qu'il faut faire. Dans quel état sortira-t-il ? Car nous allons être très nombreux à nous battre jusqu'à sa libération, ça, je peux vous le garantir ! Et la famille ira jusqu'à la Cour européenne de Strasbourg s'il le faut.
D'autant plus que la Belgique y a été condamnée en 1998 pour avoir détenu en prison une personne qui aurait dû être soignée dans un établissement spécialisé. Récidiviste, notre pays ? Il s'est déjà fait, ces derniers temps, une réputation lamentable en matière de violations des droits de l'homme. D'ailleurs, j'aurai encore l'occasion de vous écrire bientôt sur un autre sujet, très grave aussi.

Comme ses parents et ses amis, je suis extrêmement inquiet. Visité en prison par sa mère, le jeune « Elio » l'a quittée en lui disant : « Prie pour moi, Maman, car ou bien je vais au paradis ou bien je vais en enfer. » Les suicides sont hélas fréquents chez les schizophrènes. Soyons clairs : laisser « Elio » en prison, c'est le condamner à mort.
Monsieur le président, je pense que votre choix est très clair également. La ministre de la Justice a le devoir d'intervenir tout de suite, de le faire libérer et de lui permettre d'être soigné dans un établissement approprié. En intervenant, vous permettrez de sauver la vie de ce jeune homme, et vous éviterez qu'on ajoute l'intolérable aux souffrances de ses pauvres parents. Leur combat ne concerne pas seulement cette famille, mais bien d'autres aussi, plongées dans des drames semblables et qui n'ont pas la chance d'être un peu médiatisées. Il est temps que la Belgique apporte un peu d'humanité dans sa « Justice ». Prenez vos responsabilités, s'il vous plaît !
Avec mes meilleurs sentiments.

Michel Collon
Bruxelles, le 29 janvier 2007

Voor wie zich nog illusies maakt over euthanasie bij psychisch lijdenden

Hieronder een stuk overgenomen van psychiatrie.nu over "euthanasie" van geesteszieken vóór en onder de nazi's. Het stuk is van de hand van de bekende kritische psychiater Peter Breggin. In kiemvorm worden tegenwoordig ook "humanitaire" argumenten pro euthanasie voor "psychisch ondraaglijk lijdenden" aangevoerd, terwijl in de discussie de beslissing verschuift van persoonlijke wilsbeschikking naar beoordeling door experten-psychiaters ("selectie").

DE PSYCHIATRIE ACHTER DE HOLOCAUST
psychiater Peter Breggin
http://nl.wikipedia.org/wiki/Peter_Breggin

Goede Duitse doktoren leverden zowel de theorie als de technieken voor Hitlers uitroeiing van de Joden: zij vermoordden honderdduizenden geesteszieke patiënten VOORDAT de Nazi's de dodenkampen bouwen.

De m
eesten van ons hebben zich afgevraagd: "Hoe konden de Duitsers miljoenen Joden op een dergelijke gevoelloze en systematische manier vermoorden?" We hebben gelezen wat geschiedenisboeken en populaire bestsellers zeggen over de Duitse mentaliteit en Hitlers weg naar de macht, maar op de een of andere manier ontbrak er een stukje uit de puzzel. Wij bleven ons afvragen: "Wat was daar aan de hand waardoor zulke afgrijselijke onmenselijke praktijken mogelijk waren?"

A
ls psychiater was ik ontzet en geschokt toen ik op het ontbrekende puzzelstuk stuitte. De Duitse psychiatrie heeft de enige en belangrijkste rol gespeeld bij de ontwikkeling van de ideologie en de praktijk van massasterilisatie en massamoord. Zonder de steun van de Engelse en Amerikaanse psychiatrie zouden Hitlers rassenprogramma's nooit in die mate zijn geaccepteerd en zonder de actieve inspanningen van de Duitse psychiatrie zou het uitroeiingsprogramma nooit van de grond zijn gekomen.

De Duitse psychiatrie was verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het idee van massasterilisatie en massamoord en de Duitse psychiatrie heeft systematisch 100.000 of meer patiënten systematisch vermoord als voorspel op Hitlers uitroeiingsprogramma – alles van de eerste vernietigingscentra tot de gaskamers en crematoria. De Duitse psychiatrie heeft in feite de eerste grootschalige moord op de Joden uitgevoerd en daarna de SS moordenaars opgeleid die de taak later van hen hebben overgenomen.

ZIEKENHUIS BEVRIJD VAN ZIJN DOKTOREN

Ik deed al meer dan een jaar onderzoek naar de rol van de psychiatrie in Nazi Duitsland toen mijn bevindingen werkelijkheid werden door middel van foto’s van een psychiatrisch vernietigingscentrum, die mijn ter hand werden gesteld door de New Yorkse uitgever Robert A. Abrams. Vijfentwintig jaar eerder was Abrams een jonge Amerikaanse soldaat in München, waar hij werkzaam was als public relations beambte. In Ambrams' sector was de oorlog op die specifieke dag in 1945 meer dan drie maanden eerder afgelopen en Abrams verwachtte totaal niet dat hij geconfronteerd zou worden met een psychiatrische misdaad van zo'n afgrijselijke omvang, die tot op heden grotendeels voor het publiek verborgen is gebleven.

Zonder voorafgaande aankondiging verscheen een Duitse legerarts bij Ambrams' kantoor. Abrams liet hem binnen en vroeg hem waar hij voor kwam. De arts was in de oorlog medisch officier aan het front geweest – een man die zich wijdde aan het redden van Duitse levens – en op de terugweg naar zijn woonplaats Kaufbeuren had hij ontdekt dat Duitse psychiaters patiënten ombrachten in het psychiatrisch staatsziekenhuis ter plaatse. De dokter was hierdoor zo ontsteld, dat hij zich nu tot zijn voormalige vijand wendde om de Duitse psychiaters te laten ophouden met hun privé-oorlog tegen Duitse psychiatrische patiënten.

Abrams en een andere soldaat pakten hun automatische wapens en spoedden zich in een jeep naar Kaufbeuren. Ze stonden op het punt een psychiatrisch staatsziekenhuis te bevrijden van zijn doktoren.

Bij aankomst in de stad zag Abrams de instelling op een afgelegen heuvel staan. Het zag eruit als elk ander psychiatrisch staatsziekenhuis in de wereld – grote oude gebouwen, geschikt om op zeer economische wijze grote aantallen patiënten op te sluiten. Abrams vroeg een paar kinderen op straat wat er daarboven gebeurde en zij zeiden: "O, daar worden mensen vermoord."

De kinderen hadden gelijk. Abrams ontdekte dat het psychiatrisch ziekenhuis een dodenkamp was, compleet met een crematorium en drie ovens. Zijn foto's bevestigen scènes die niet te onderscheiden zijn van die in de schokkende bioscoopjournaals over de bevrijding van de concentratiekampen – dode en stervende skeletachtige figuren en crematoriumovens. Evenals in de bevrijde concentratiekampen waren de archiefstukken vernietigd, maar de overgebleven gegevens lieten een sterftepercentage van 25 procent zien in het voorgaande jaar, waarbij sommigen vergiftigd waren en anderen een langzame dood waren gestorven door verhongering door "wetenschappelijke diëten". Onder de doden waren 100 kinderen, die omgebracht waren gedurende de achttien maanden voorafgaand aan Ambrams' komst.

Maar, terwijl met de geallieerde overwinning een eind was gekomen aan de sterfgevallen in de concentratiekampen, waren de psychiaters, overtuigd van eigen goedheid, na het einde van de oorlog doorgegaan met hun macabere moordkarwei. Per slot van rekening, redeneerden zij, was "euthanasie" niet een oorlogsbeleid van Hitler, maar een medisch beleid van de georganiseerde psychiatrie. De patiënten werden zowel voor hun eigen bestwil als voor dat van de gemeenschap gedood.

Abrams benadrukt dat de psychiater die hem het "ziekenhuis" liet zien geen berouw toonde. Hij was eerder een "goede Duitser" dan een Nazi. Hij bleef doorgaan zijn gezag te laten gelden door patiënten opzij te schuiven tijdens de rondgang, tot Abrams tussenbeide kwam en tegen de patiënten zei dat ze niet langer naar hem hoefden te luisteren.

A
rchiefgegevens die Abrams in het ziekenhuis ontdekte, bevestigen dat de uitroeiing was begonnen als onderdeel van een nationaal psychiatrisch programma, voordat Hitler overging tot het systematisch vermoorden van de Joden. Honderden patiënten waren voor eind 1941 naar psychiatrische vernietigingscentra gestuurd, toen het nationale programma grotendeels werd gestaakt en de plaatselijke psychiatrische staatsziekenhuizen "de actie" op eigen initiatief overnamen.

PSYCHIATERS NAMEN HET INITIATIEF

Het psychiatrische uitroeiingsprogramma was geen verborgen, geheim schandaal van de psychiatrie – tenminste niet in het begin. Het werd in een reeks nationale bijeenkomsten en workshops door vooraanstaande hoogleraren psychiatrie en directeuren van psychiatrische ziekenhuizen georganiseerd. Onder de ziekenhuizen werden zogenaamde euthanasieformulieren verspreid en voor elk sterfgeval werd vervolgens in Berlijn eindgoedkeuring gegeven door een comité van vooraanstaande psychiaters van het land. In januari 1940 werden patiënten overgebracht naar zes speciale vernietigingscentra met een staf van psychiaters. Eind 1941 werd het programma clandestien omwille van de publieke verontwaardiging en het gebrek aan enthousiasme van Hitler, maar toen waren al tussen de 100.000 en 200.000 Duitse psychiatrische patiënten vermoord. Sindsdien gingen afzonderlijke instellingen, zoals die in Kaufbeuren, op eigen initiatief verder, waarbij ze zelfs nieuwe patiënten opnamen met het doel ze te vermoorden. Aan het eind van de oorlog waren veel grote instellingen volkomen leeg en schattingen van verschillende oorlogstribunalen, waaronder dat van Neurenberg, lopen uiteen van 250.000 tot 300.000 doden, voornamelijk patiënten van psychiatrische ziekenhuizen en tehuizen voor geestelijk gehandicapten.

Psychiater Frederic Wertham, geenszins een radicale criticus van zijn vak, verdient de lof de eerste te zijn die de rol van de psychiatrie in Nazi Duitsland heeft beschreven: … "Het tragische is dat de psychiaters geen bevel nodig hadden. Zij handelden op eigen initiatief. Zij voerden geen doodstraf uit die door iemand anders was uitgesproken. Zij waren de wetgevers die de regels bepaalden om te beslissen wie dood moest; zij waren de bestuurders die de procedures uitwerkten, patiënten en plaatsen leverden en de methoden voor het doden bepaalden; zij spraken een vonnis van leven of dood uit in elk individueel geval; zij waren de beulen die de vonnissen uitvoerden of – zonder dat ze ertoe werden gedwongen – hun patiënten uitleverden om in andere instellingen vermoord te worden; zij leidden het langzame sterven en sloegen dat dikwijls gade."

DE IDEOLOGISCHE ROL VAN DE PSYCHIATRIE

Terwijl Alexander, Ivy, Wertham en anderen de praktische rol van psychiatrie bij de steun en de hulp aan de vernietiging erkenden, waren slechts weinig artsen bereid de ideologische rol van de psychiatrie bij de rechtvaardiging van de sterilisatie- en moordprogramma's onder ogen te zien. Voor een grondige historische analyse zou een studie van de eugenetica nodig zijn – het gebruik van genetische theorieën ter ondersteuning van politieke praktijken gericht op de regulering van de erfelijke eigenschappen van de bevolking. Hier kan ik slechts enkele sleutelfiguren in de psychiatrie aanwijzen, die door hun promotie van eugenetische sterilisatie en euthanasie de weg baanden voor Hitlers ideologische ontwikkeling.

Het eerste boek waarin de systematische, wetenschappelijke uitroeiing van een groep mensen voor "hygiënische" rassendoeleinden werd bepleit, werd gepubliceerd voordat Hitler ooit een pen op papier had gezet om Mein Kampf te schrijven. Het was Der Vernichtung Lebensunwerten (De Vernietiging van Levensonwaardige Mensen), in 1920 geschreven door de psychiater Alfred Hoche en de jurist Karl Binding. Hoche was een van de meest gerenommeerde hoogleraren in de psychiatrie van Duitsland en zijn boek bekrachtigde het standpunt dat veel psychiatrische patiënten "geestelijk dood" waren en slechts "gedeeltelijk" Duitsers in hun bestaan. Hij verlangde medische moord om hun lijden te verlichten, het ras te zuiveren en de staat geld te besparen. Hitler las Hoche niet alleen, maar, nadat hij aan de macht was gekomen leende hij ook zijn naam aan advertenties voor boeken van Hoche.

Een andere psychiater, Ernst Rudin, was ook een vooraanstaand figuur in de Duitse psychiatrie vóór Hitlers regime. Als hoogleraar psychiatrie in München en directeur van de Vakgroep Erfelijkheid van het Kaiser Wilhem Instituut was hij de beroemdste eugenetische psychiater ter wereld. In 1930 als hoogwaardigheidsbekleder op bezoek in de Verenigde Staten, werd Rudin geprezen door leiders van de op rasveredeling gerichte Carnegie Foundation. Toen het Kaiser Wilhelm Institut kort voor Hitlers machtsovername bijna in elkaar stortte door gebrek aan middelen, werd Rudins werk gered door een royale subsidie van de Rockefeller Foundation.

Zonder zijn al racistische en eugenetische ideeën aan te passen, werd Rudin de hoofdarchitect van Hitlers rassenhygiëne-wetgeving en werd hij op zijn vijfenzestigste verjaardag door Hitlers minister van binnenlandse zaken, Wilhelm Frick geprezen, als "de onvermoeibare kampioen van de rassenhygiëne en een verdienstelijke pionier van rassenhygiënemaatregelen van het Derde Rijk." Aan het eind van de oorlog moest deze held van de psychiatrie vluchten voor woedende families van vermoorde psychiatrische patiënten.

WERELDWIJDE STEUN VOOR HITLER UIT DE PSYCHIATRIE

De band tussen Hitler en de eugenetische psychiaters was zo nauw dat veel uit Mein Kampf letterlijk overeenkomt met de taal en de toon uit de belangrijke internationale vakbladen en psychiatrische studieboeken uit die periode. Om enkele van vele van dergelijke passages in Mein Kampf te citeren:
"Eisen dat zwakzinnigen belet wordt even zwakzinnig nageslacht voort te brengen is een eis die om de meest zuivere reden wordt gesteld en, indien systematisch uitgevoerd, de meest humane daad van de mensheid betekent…"
"Zij die fysiek en geestelijk ongezond en onwaardig zijn, moeten hun lijden niet in de lichamen van hun kinderen laten voortduren… "
"Het voorkomen van de mogelijkheid en de gelegenheid tot voortplanten bij fysiek gedegenereerden en geesteszieken … zou de mensheid niet alleen van een immens ongeluk bevrijden, maar tevens leiden naar een herstel dat vandaag de dag nauwelijks denkbaar lijkt."

Nadat hij de macht had gegrepen, kreeg Hitler steun van psychiaters en sociale wetenschappers van over de hele wereld. Veel artikelen in de meest toonaangevende medische vakbladen van de wereld bestudeerden en prezen Hitlers eugenetische wetgeving en beleidsmaatregelen.

Dit zijn dezelfde beleidsmaatregelen die Mitscherlich, de Duitse medische vertegenwoordiger in Neurenberg, beschreef als "het startpunt voor de ontwikkelingen die onverbiddelijk leidden naar een afgedwongen 'barmhartige dood' voor de ongeneeslijk krankzinnigen enerzijds, en, gedurende de oorlog, naar plannen voor uitroeiing van rassen die als inferieur werden bestempeld – Polen, Russen, Joden en Zigeuners anderzijds."

Leo Alexander, de psychiater die de verantwoordelijkheid aanvaardde voor het onderzoek van de psychiatrische gruweldaden op het Oorlogstribunaal, was zelf een van degenen die Hitlers sterilisatiewetten had gesteund. Hij was één van enkele bekende auteurs van Eugenetische Sterilisatie, een officieel rapport aan de American Neurological Association, gesticht door de Carnegie Foundation.

Sprekend over Hitlers twee jaar oude wetgeving voor onvrijwillige sterilisatie, bevestigen Alexander en zijn medeauteurs mijn constatering dat het "redelijk is te beweren dat de Sterilisatiewet niet het product is van Hitlers regime in de zin dat de belangrijkste principes ervan enkele jaren eerder waren voorgesteld en overwogen, voordat het Nazi-regime bezit van Duitsland nam." Vervolgens prijzen zij de wetgeving als zijnde "nauw in overeenstemming met de huidige kennis van de medische eugenetica."

Aanmoedigingen uit Amerika voor Hitlers psychiatrisch-eugenetische programma's gingen veel verder dan morele steun. In de jaren voor de Duitse Sterilisatie Wet steriliseerde de staat Californië systematisch 15.000 psychiatrische patiënten en werd het belangrijkste experimentele gebied voor eugenetica ter wereld.

Amerikaanse psychiaters lieten het niet bij de steun aan sterilisatie. In juli 1942, toen het Duitse medisch-moorden programma bij de kopstukken van de Amerikaanse psychiatrie bekend was, publiceerde het officiële vakblad van de American Psychiatric Association twee artikelen waarin een definitieve oplossing voor Amerikaanse geestelijk gehandicapten werd bediscussieerd. In het hoofdartikel, dat oorspronkelijk was voorgedragen op de jaarvergadering van de vereniging, bepleitte Foster Kennedy wetgeving die het mogelijk maakte ongeneeslijk zwakzinnige kinderen van vijf jaar oud, "de volslagen onbekwamen", te doden, om ze te ontlasten van "de kwelling van het leven" en om hun ouders kosten en geestelijk lijden te besparen. "Dus de plaats voor euthanasie is, volgens mij, voor de totaal hopeloos zwakzinnige: een fout van de natuur, iets wat we uit het zicht werken, wat helemaal nooit gezien zou moeten worden."

Ter weerlegging verklaarde Leo Kanner, een bekend kinderpsychiater, zich tegen euthanasie, maar voor sterilisatie. Dan worden de twee artikelen in een niet ondertekend commentaar getiteld "Euthanasie" met elkaar vergeleken. De redacteuren van het Vakblad van de American Psychiatric Association brengen de ethische kwestie van moord niet ter sprake. Het woord 'doden' wordt niet gebruikt. In plaats daarvan gaat het over "verwijdering door euthanasie", "barmhartig verscheiden", "een verwijderingsmethode", en zelfs schertsend "een fataal einde aan een pijnlijk hoofdstuk". Maar de redacteuren waren zich ervan bewust dat, met of zonder eufemismen, het Amerikaanse publiek verontwaardigd zou kunnen reageren en veel ouders zich "schuildig" zouden kunnen voelen. Daarom stelden de redacteuren van dit augustusnummer van het psychiatrische vakblad zowel een algemene voorlichtingscampagne voor om de weerstand tegen medische moord te overwinnen als psychiatrische hulp om het schuldgevoel van de ouders te verlichten.

ADDENDUM

Hieronder nog een uitspraak van Dr. Wertham: "In 1941 ging een commissie van vijf leden naar het concentratiekamp Dachau om gevangenen te selecteren voor overplaatsing naar Mauthausen waar ze zouden worden gedood. Het waren alle vijf psychiaters en hun leider was hoogleraar psychiatrie aan de Universiteit van Berlijn."

Referenties
Wertham, F. (1966) "A Sign for Cain: An Exploration of Human Violence", London
Dr. Karl Binding en hoogleraar Alfred Hoche (1920) "Der Vernichtung Lebensunwerten Lebensence", Berlijn

Bepaal zelf je hersenen!

Een nieuw boek op de markt: Sharon Begley, Wall Street Journal wetenschapscolumnist, publiceerde haar nieuw boek "Train Your Mind, Change Your Brain" (NY, Random House, 2007), gebaseerd op de recentste neurowetenschappelijke bevindingen dat je zelf de vorm en de structuur van je hersenen kan veranderen.

Terwijl bij ons neurowetenschappers en biopsychiaters ons nog altijd voorhouden dat geestesziekten het GEVOLG zijn van een bepaald (uiteraard verkeerd) hersenfunctioneren of een abnormaal verhoogde activiteit in bepaalde hersendelen. Als een 'normale' mens zijn hersens kan wijzigen (en het blijkt nu ook dat meditatie de hersenen verandert), als ratten dat kunnen als ze de kans krijgen gevarieerde spelltjes te mogen spelen in een of ander labo, waarom zouden schizofrenen, psychopaten en co dat dan niet kunnen?

Sharon's boek is o.a. gebaseerd op onderzoeken van Helen Mayberg (die we hier reeds hebben ontmoet in verband met haar Deep Brain Stimulation onderzoek), waaruit blijkt dat niet alleen placebo's en antidepressiva leiden tot gelijkaardige breinveranderingen in de frontale cortex ('hogere mentale functies') en het limbisch systeem ('emoties'), maar dat ook cognitieve gedragstherapie en andere psychotherapieën structurele wijzigingen in het brein veroorzaken.

Maar serieuze niet corrupte biologen hebben altijd volgehouden dat de genen hoogstens een startpunt waren maar geen voorafbeelding van ons fenotype, en dus ook niet van onze hersenen. Er bestaat niet zoiets als een standaard-brein en een standaard voorgeprogrammeerd functioneren van de hersenen. En er bestaat dus ook niet zoiets als een geestesziekte in de zin van een verstoring of aandoening van de 'natuurlijke' werking van onze hersenen.

Kortom: voor het recht voor iedereen op zijn eigen hersenen!

iemand wou buddy worden voor psychiatrische patiënten

Hieronder het verhaal van iemand die zich aanbood als buddy (een soort begeleider die iemand helpt zijn of haar ziekte beter te verwerken of ermee om te gaan) voor psychiatrische patiënten.

Als langdurig werkloze en dus naarstig zoekend naar een gepaste functie die ik vooral in de sociale of non profit sector zoek, besloot ik me op te geven als vrijwillige ‘buddy’. De inhoud van het gebeuren wordt als volgt omschreven.

Hallo,

Mag ik even het project SomeBuddy onder de aandacht brengen? SomeBuddy is een project waarin vrijwilligers (twee)wekelijks afspreken met iemand met een psychiatrische achtergrond. Het gaat om mensen die zelfstandig wonen en een sociaal isolement ervaren. Bedoeling is dat door het contact met de vrijwilliger het sociale isolement doorbroken wordt. SomeBuddy staat dus voor het aanbieden van sociaal contact aan psychisch kwetsbare mensen. Als vrijwilliger moet u dan ook geen vooropleiding hebben maar wel sociaal vaardig zijn en open staan voor mensen met psychische problemen. Binnen SomeBuddy zijn er vrijwilligers van alle leeftijden actief. Momenteel is er echter een nood aan 50-plussers (via andere kanalen mag iedereen meedoen !!). Vandaar dat ik van dit forum gebruik maak om SomeBuddy voor te stellen. Heeft u enkele uurtjes vrije tijd over? Heeft bovenstaande uw interesse gewekt? Wenst u meer informatie? Neem dan gerust contact op. U vindt mijn contactgegevens onderaan.

Vriendelijke groet,

Project SomeBuddy
(adres, telefoon en email-adres bij NPS bekend)

Na een telefonisch gesprek werd ik uitgenodigd kennis te maken wat middels twee gesprekken zou gaan verlopen.

In een eerste gesprek werd de procedure uitgelegd waarbij o.a. zou gevraagd worden naar regelmatige updates en andere administratieve bijkomstigheden. Het gesprek met een overigens vriendelijke dame verliep heel open en spontaan. Op het einde van het gesprek was er reeds de mogelijkheid om persoonlijker kennis te maken met wat de inhoud zou zijn van het tweede gesprek.

In het tweede gesprek kregen we dan echt de kans om m’n kandidatuur te bespreken wat ik uiteraard kon begrijpen gezien de gevoeligheid die aan de dag dient gelegd te worden. Naar aanleiding van m’n persoonlijke levensgeschiedenis, gekoppeld aan m’n werklozenstatuut, ben ik een zelfstudie gestart in de richting van integrale & humane psychologie, transformationele filosofie en aanverwanten zoals ook enkele werken inzake transpersoonlijke psychiatrie. Persoonlijk heb ik o.a. een bijna-dood-ervaring (BDE) achter de rug wat aanleiding gaf tot deze extra studies (zelfstudie weliswaar). In het gesprek heb ik dit duidelijk aangegeven waardoor we, zeker in de context van het ‘buddyschap’, hier een open gesprek konden houden. Toen ik éénmaal m’n kennis inzake de menselijke psyche ten berde bracht, groeide zowel de interesse als het ongeloof van m’n gesprekspartner die instond voor de recrutering van de buddies, zelf ook een psychologe. Op basis van m’n ervaring begeleid door het gelezene hadden we een leuke babbel waarin gaandeweg het ongeloof van m’n gesprekspartner duidelijk groter werd wat ik merkwaardig vond aangezien ik niet de afgestudeerde psycholoog was, maar zij. Voor de gelegenheid had ik b.v. een boek bij omtrent Transpersoonlijke Psychiatrie dat voor m’n gesprekspartner schijnbaar niet gekende materie was. Althans, titel en auteur werden met belangstelling genoteerd, alsof er geen andere boeken in deze context zouden bestaan. Naar aanleiding van het boek ging het dan vooral over het toedienen van de medicatie waarbij ik opperde dat deze in bepaalde gevallen een averechts effect zou kunnen hebben op het verloop van de psychische aandoening. Omwille van de schijnbare nieuwe materie begon ik me toch stilaan een beetje zorgen te maken over hoe men patiënten dan wel behandeld, zonder dat ik daar effectief over kon oordelen. In functie van transpersoonlijke ervaringen werd ook in het boek (en vele andere) specifiek aangegeven dat de behandelende arts vooral veel aandacht moet schenken aan de ervaringen van de patiënt alsook dat het zonder dergelijke ervaringen moeilijk is om de patiënt te begrijpen. Het louter toedienen van medicijnen wordt dikwijls omschreven als een soort onmacht van de behandelende arts en dit met alle gevolgen vandien, zoals een levenslange verslaving. Voor de patiënt komt het in deze periode er vooral op aan om inzicht mee te krijgen omtrent de transpersoonlijke ervaringen. Gezien m’n eigen ervaringen begreep ik heel goed wat er in deze context geschreven stond. Echter, zonder me ook maar in gelijk welke zin als expert te willen profileren. M’n doelstelling was enkel om m’n medemens te kunnen helpen middels een aangenaam gesprek. Als men dat al van zichzelf mag zeggen, maar toch: ik sta bekend als een zachtaardig, spontaan en vriendelijk iemand die professioneel verschillende toch niet makkelijke managmentsfuncties heb bekleed waar vooral people skills belangrijk waren. De jobs situeerden zich telkens in de sfeer van (re)organisaties, problem solving, project leader in zowel de financiële als logistieke sector.

De verbijstering was groot toen ik te horen kreeg dat ik niet weerhouden zou worden als buddy. Ik aanvaardde de beslissing, maar had meer oog voor m’n medemens die in behandeling was en de wijze waarop dit dan gebeurt. Op basis van het open gesprek leek hier nogal veel onbegrip over te bestaan. Omwille van de verbijstering heb ik dan ook aangedrongen op een derde gesprek met de collega van de psychologe waarmee ik deze babbel had.  Zij stemde zonder problemen toe en wellicht was ook zij verrast door de dingen die ik kon vertellen. Blijkbaar naïef mijnentwege want ik was in de volle overtuiging dat dit toch gekende materie zou moeten zijn binnen het vakgebeid waarover we spraken. Een extra gesprek zou volgen met de overeenkomst dat ik niet meer zou rekenen om ‘buddy’ te worden. Daar stemde ik mee in.

Binnen de familie hebben we rondom dit verhaal nog hard gelachen dat ik blijkbaar ontoerekeningsvatbaar ben om een normaal gesprek te voeren en/of een bioscoop te bezoeken. Wie me persoonlijk zou kennen, zal beslist een andere mening hierover krijgen (hoop ik dan hé).

Een 1.5 maand later zou dan het volgende gesprek doorgaan dat omwille van ziekte werd uitgesteld. De interesse van de psychologe van het eerste gesprek was duidelijk gewekt alsook gewaardeerd en dit ondanks de weigering als ‘buddy’ te mogen fungeren (tenslotte hadden we een leuke babbel). De interesse in een derde gesprek werd me duidelijk na de excuses voor het feit dat ik me tijdens haar ziekte (zonder verwittiging van de ziekte) vergeefs had aangeboden op de afgesproken plek. Telefonisch aanvaardde ik achteraf de excuses waarin men me vroeg of ik alsnog dat derde gesprek zou willen hebben. Nog steeds en net omwille van de verbijstering inzake wou ik me graag vrijmaken voor dit gesprek. Het gesprek waarbij ook haar collega werd uitgenodigd verliep quasi identiek aan het vorige, ik deed m’n verhaal en staafde dit met citaten en/of verwijzingen naar het gelezene (die zelfstudie waarvan sprake eerder). De interesse van de ‘eerste’ psychologe bleef duidelijk aanwezig wat duidelijk niet het geval was voor haar collega die een eerder defensieve houding aannam. Ik accentueerde duidelijk dat ik niet kwam om iemand te bekritiseren of wat dan ook, maar gaf wel aan wat m’n bekommernis was en de reden waarom ik zelf een derde gesprek had aangevraagd. Tenslotte was ik reeds geweigerd als ‘buddy’ en dus had in essentie daar niets meer te zoeken. Het gesprek was eerder een ‘one man show’ waarbij ik regelmatig de mening vroeg van de gesprekspartners in kwestie. Het leek dan haast of ikzelf als patiënt in therapie op de sofa zat (misschien dachten zij er inderdaad zo over, weet ik niet). Hoe dan ook, voor mijn gevoel werd de tweede psychologe steeds afstandelijker wat me toch wat droevig stemde, zeker in functie van de patiënt die mogelijks helemaal niet de juiste informatie zou krijgen. Nogmaals, dit is slechts een aanvoelen op basis van het gevoerde gesprek. Zoals ik eerder zei kon ik op basis van persoonlijke ervaringen nogal wat zaken zeggen die ook in verschillende boeken omschreven werden maar blijkbaar lukte het de tweede psychologe al dit studiewerk te negeren en als het ware naar de prullenmand te verwijzen. In al m’n verbijstering heb ik dat dan ook laten weten dat men blijkbaar namen zoals Grof, Jung, Maslow, Rogers….(teveel om op te noemen) als ‘nooit bestaand’ wou afdoen. Het gesprek liep toen snel ten einde en ik gaf nog aan dat ik nog wel met iemand wou praten om hier duidelijkheid over te krijgen.  Dit laatste werd ‘beleefd’ afgewimpeld, de teleurstelling was groot, de leerschool zowaar nog groter. Ik mag hier persoonlijk enkel uit besluiten dat één en ander duidelijk niet begrepen wordt, al wordt de reden waarom ook duidelijk in allerhande studiewerk omschreven. Het lijkt zowaar op een paradox waardoor m.i. mensen een verkeerde behandeling krijgen. Nogmaals, ik ben geen expert terzake maar in functie van een persoonlijk aanvoelen en het bijkomende studiewerk, heb ik dat wel aan den lijve mogen ondervinden.

Bijzonder jammere vaststelling voor al diegene die hieromtrent wel degelijk baanbrekend studiewerk hebben verricht.

Tot daar een korte anecdote als gewezen ‘buddy’ en zou dit pleidooi kunnen afsluiten met een citaat van ene Carl Rogers ‘Als ik mezelf toelaat anderen te leren kennen, kan het zijn dat ik mezelf ook leer kennen en dat boezemt me wat schrik aan’.  Persoonlijk denk ik dat er enige waarheid in zit maar m’n medemens helpen is blijkbaar geen optie, aldus het Project Somebuddy.

W.V.G., Antwerpen 18-1-2006

Een nieuwe stepping stone theorie over moord?

Van drugs is volgens sommigen geweten dat als je begint met soft drugs je eindigt met heroïne. Nu hanteert de redactie van De Standaard ook blijkbaar een stepping stone theorie over moord waarbij een psychiatrische aandoening blijkbaar uitmondt in moord.

In haar berichtgeving over Els C., de verdachte in de de parachute-moord schrijft ze onder de titel: "Els C. heeft motief en persoonlijkheid voor moord": Els C. heeft niet meteen haar persoonlijkheid mee. Ze heeft een verleden wegens stalking en heeft een voorgeschiedenis in de psychiatrie.

Is een voorgeschiedenis in de psychiatrie een voorspeller voor moord? Bij ons weten niet, maar ja, we weten ook niet alles. Dat sommige moordenaars psychiatrisch gestoord zijn, is ook al geen reden om de relatie om te keren. Als het regent is de straat nat, maar als de straat nat is, betekent dit niet dat het regent.

Als je het met twee doet, wordt het nieuws!

Gisteren hebben twee vrouwen rond 20.20 uur zich op het perron van Kortenberg laten aanrijden door een trein die uit Leuven kwam en in de richting van Brussel reed. Beide vrouwen waren opgenomen in het psychiatrisch instituut Sint-Jozef in Kortenberg. De NMBS liet weten dat de NMBS op deze lijn vier sporen ter beschikking heeft, zodat het spoorverkeer tussen Leuven en Brussel slechts beperkte hinder ondervond.

De Standaard en Het Laatste Nieuws brengen het bericht in precies dezelfde woorden. Zonder commentaar uiteraard. Ja, want eigenlijk is zoiets in Kortenberg ongeveer dagelijkse kost: maar alleen als je het met twee doet, haal je de krant.

wat gelul over (post)humanisme, psychologie en co

(excerpt uit een hopelijk te verschijnen manuscript)

Het posthumanisme van het wetenschappelijk hyperrationalisme is maar één vorm van posthumanisme. Wij hebben in eerste instantie het humanisme omschreven als een moreel-politiek streven om de dierlijkheid van de mens in te dammen en die dierlijkheid te vervangen door de Rede. Het hyperrationalisme kan dan beschouwd worden als een vlucht vooruit van die Rede. Het rationalisme kent als het ware maar twee aspecten van de mens: enerzijds zijn irrationeel dierlijk substraat met de ermee gepaarde gaande wantoestanden (wreedheid, agressie, ziektes, onwetendheid, illusoire troost in de godsdienst, e.d.) en anderzijds de op wiskunde en logica gebaseerde Redelijke (of ‘Goddelijke’) oplossingen voor alle kwalen die de mensheid treffen en voor alle handicaps die de mens in zijn vrijheid beperken. Het posthumanistische hyperrationalisme verlaat daarbij het traditionele humanisme dat die basale dierlijkheid van de mens aan banden wou leggen door opvoeding, onderwijs en zelfreflectie. Het traditionele humanisme ging er b.v. van uit dat misdaad zou kunnen voorkomen worden door mensen moreel besef bij te brengen en door de misdadiger toe te laten om via zijn afzondering in de gevangenis als individu tot inkeer te komen zodat hij met een propere lei aan een nieuw leven in de maatschappij zou kunnen beginnen. Het posthumanistische hyperrationalisme verlaat radicaal deze traditioneel-humanistische weg. De wetenschap die hand in hand gaat met dit hyperrationalisme ontkent in het bijzonder het wezen van de mens die hetzij solitair hetzij solidair in samenspraak met anderen zich bezint over zijn situatie en de precaire aspecten ervan. Als studieobject diskwalificeert zij de mens als sprekend wezen dat over zichzelf reflecteert: in mens- en maatschappijwetenschappelijke onderzoeken (incluis de geneeskunde en de psychologie) wordt nog nauwelijks aandacht geschonken aan wat de proefpersonen of onderzoekssubjecten over het onderzoek te zeggen hebben. Metingen via vragenlijsten gebeuren volgens een taal die uitsluitend de ‘close-minded’ onderzoekstechnische bekommernissen van de onderzoekers weergeeft en zij gaan op geen enkele manier in op de wijze waarop de proefpersonen of de subjects het onderzoek beleven en er zich bij betrokken voelen. Eigenlijk beperken de meeste menswetenschappers zich tot de zich sympathiek voordoende vraag ‘Vond u het onderzoek prettig?’

Telkens merken we bij de posthumanistische hyperrationalisten dan ook een soms cynische ontkenning van de menselijke ‘vrije wil’: zij beogen immers niet de mens te begrijpen en te verstaan dan wel hem te controleren. Deze opvatting ligt in de lijn van de 20ste-eeuwse Amerikaanse behavioristen (Watson, Skinner, etc.) die de psychologie omschreven als de ‘wetenschap van de controle van het menselijk gedrag’. De behavioristische psychologen richtten zich uitsluitend op de studie van gewenst en wenselijk gedrag en zij koppelden dit gewenste en te controleren gedrag via conditionering aan welbepaalde voorafgaande omgevingsstimuli en/of erop volgende beloningen of straffen. Voor deze koppeling waren volgens de behavioristen het bewustzijn en het besef dat iemand had van zijn eigen gedrag irrelevant en niet terzake doende. Vandaar ook dat de meeste van hun conditioneringsonderzoeken uitgevoerd werden bij wezens zonder spraak of bewustzijn, meer bepaald ratten en duiven: ratten leerden b.v. bij het knipperen van een rood licht een bepaald deel van de vloer van hun kooi te vermijden, omdat deze 5 sec. na het knipperen van het lichtje onder elektrische stroom werd gezet. Sommige behavioristen meenden zelfs dat voor het tot stand komen van een koppeling tussen een prikkel (b.v. ‘kom aan tafel’) en de gewenste reactie (‘ja, ik kom’) het hinderlijk was dat de persoon met zich zelf zou overleggen of hij al of niet op een omgevingsstimulus zou ingaan. Voor de behavioristen was het voldoende het gewenste gedrag via leerpsychologische technieken te binden aan de omgevingsprikkels die dit gedrag konden uitlokken en op analoge wijze ongewenst gedrag af te leren. Welke bewustzijnsprocessen de betrokken persoon hier ook bij had, deed niet terzake zolang hij maar het gewenste gedrag produceerde.

Het behaviorisme, dat de eer geniet de eerste échte wetenschappelijke psychologie te zijn naar natuurwetenschappelijke maatstaven, bestudeerde dus niet belangeloos het menselijk gedrag maar maakte al van bij de aanvang onderscheid tussen wenselijk en onwenselijk gedrag. Wat wenselijk en onwenselijk was, werd daarbij primair en omzeggens uitsluitend bepaald door de psycholoog zelf (of diens opdrachtgever). Aan de mening van de onderzochte werd nauwelijks aandacht besteed: men veronderstelde dat deze het met de optie van de psycholoog eens was of dat het ‘gewenste’ gedrag hoe dan ook strookte met het belang van de onderzochte. Voor wat betreft het leren lezen en rekenen van kinderen kan men gemakkelijk begrip opbrengen voor dit psychologische onderzoeksprincipe, maar waar het er b.v. om ging arbeiders harder te laten werken voor hetzelfde loon is deze psychologieopvatting ronduit éénzijdig en partijdig. Hoe dan ook, voor het behaviorisme was de bewustzijnsschakel tussen stimulus en gedrag (dat veelzeggend als de ‘black box’ werd aangeduid) een element dat de gedragscontrole en de productie van het gewenste gedrag alleen maar kon storen. Deze opvatting van psychologie bedrijven werd niet verlaten toen het behaviorisme, dat zich beperkte tot uitwendig observeerbaar gedrag, werd verruimd tot de cognitieve psychologie, die de  denkprocessen in de ‘black box’ begon te bestuderen en zich ook richtte op het onderzoek van de correcte oplossing van mentale taken. Ook de cognitieve psychologie spitste haar aandacht uitsluitend toe op de wijze waarop problemen op de gewenste en correcte wijze werden opgelost. Wat mensen bij het oplossen van problemen werkelijk dachten interesseerde haar alleen maar in de mate dat dit konden helpen om een efficiënter pad te vinden dat naar de juiste oplossing leidde.

En tot op heden bestuderen de meeste psychologen in wezen enkel gewenst gedrag en de wijze waarop het tot stand komt. Aan ongewenst gedrag wordt slechts aandacht besteed in zoverre dat een nieuw of beter licht werpt op de vorming van correct en gewenst gedag. Zo’n psychologie is zinvol als iedereen (opdrachtgever, onderzoeker, onderzochte) het eens is over wat wenselijk en correct is. Maar daar gaat het ons hier eigenlijk niet om. Wat wij willen duidelijk maken is dat er bij een dergelijke psychologieconceptie helemaal geen aandacht is voor wat de persoon eigenlijk tegen zichzelf zegt bij het uitvoeren van een bepaalde taak of het oplossen van een probleem. Of de persoon nu bij zichzelf zegt ‘Bah! Wat saai! Ik ga er me hier zo rap mogelijk van af zien te maken’ of ‘O boeiend! Ik wil wel eens zien of ik dat kan’ speelt in wezen geen enkele rol. Wanneer de onderzochten eventueel dergelijke bedenkingen aan de onderzoeker kenbaar maken, dan worden dat soort ‘denkprocessen’ doorgaans niet in de onderzoeksprotocollen opgenomen. Kortom, voor de werkelijke gedachten van de onderzochte heeft de wetenschappelijke psychologie geen aandacht. In wezen kunnen we zeggen dat er, behalve in de Duitse psychologie van de jaren 1920 (Kurt Lewin, Bluma Zeigarnik, Tamara Dembo e.a.) en de Sovjet-Russchische psychologie van 1930-1960 (Vygotsky, Leontjew, Galperin, Luria e.a.) nooit een systematische studie is gebeurd naar wat mensen werkelijk denken tijdens hun handelen en naar de wijze waarop dit denken, deze zelfdialoog, als ‘vrije wil’ hun handelen stuurt. Wij zijn zelf voldoende malen proefpersoon geweest bij psychologische experimenten: onze gedachten daarbij, gaande van ‘Ha! Amusant’ tot ‘Foert! Ik sla er hier in slag in, anders zit ik hier nog uren’ met daarnaast fantasieën bij de aanblik van het gezicht en andere lichaamsdelen van proefleider of proefleidster, hadden daarbij zeker evenveel invloed op onze ‘prestatie’ als de experimentele instructies zelf. Zelden hebben wij meegemaakt dat er na het experiment ruimte was om uiting te geven aan onze stoute en minder stoute gedachten bij de proefuitvoering, terwijl toch duidelijk is dat deze gedachten als uitingen van onze ‘vrije wil’ de proefresultaten sterk beïnvloedden.

We zouden dus kunnen besluiten dat de meest ‘menselijke’ van de menswetenschappen, de psychologie, de ‘vrije wil’ niet kent, omdat ze er geenszins in geïnteresseerd is. De ‘vrije wil’ bestaat niet voor de psychologie omdat ze het blijkbaar niet tot haar opdracht rekent deze te bestuderen. Zij beoogt immers niet mensen te helpen daadwerkelijk hun vrije wil te realiseren, maar veeleer het gedrag van mensen te modelleren naar de wil van de onderzoeker (maar diens ‘wil’ staat als onderzoekshypothese natuurlijk buiten het eigenlijke onderzoek). En inderdaad: wanneer men het gedrag van iemand wil controleren, moet men wel werken met een mensbeeld waarbij de ‘psyche’ door zogenaamde objectieve en uitwendige factoren wordt verklaard en waarbij zoiets als een ‘vrije wil’ zonder meer wordt ontkend. Door de persoonsspecifieke aspecten van het onderzoek (de hoogst individuele gedachten van de proefpersoon) buiten beschouwing te laten, kan de wetenschappelijke psychologie dan inderdaad ook pretenderen dat ze kan komen tot wetten die zouden gelden voor alle individuen, m.a.w. dat ze de ‘objectieve’ status bereikt van de als model geldende rationele natuurwetenschappen. De ‘goede’ psycholoog met mensenkennis weet in zijn of haar praktijk natuurlijk wel beter, maar in de verslagen waarin onderzoeken in vaktijdschriften worden gepubliceerd, worden de bevindingen toch steeds op de leest van dat natuurwetenschappelijke model geschoeid. Alle aspecten van wat de Duitsers Verstehen noemen (het empathisch ‘verstaan’ van een mens) worden geweerd voor formuleringen in termen van een oorzakelijk Erklären (het verklaren van een gedrag in termen van natuurwetenschappelijke oorzaak-gevolg relaties).

Het is dan ook geen toeval dat de wetenschapspsychologische tak van het posthumanistische hyperrationalisme vooral gaan floreren is in ons hedendaags tijdperk van toenemende sociale ongelijkheden. Dan komt het er immers niet langer op aan ‘minderheidsgroepen’ te helpen bij hun emancipatie, maar integendeel ze onder controle te houden zodat ze niet ontsporen. De onderzoeker en onderzochte staan duidelijk tegenover elkaar als de controlerende ‘expert’ aan de éne kant en aan de andere kant de te controleren ‘onwetende’, die zich onderdanig hoort te gedragen. Diens gedrag moet aangepast worden aan de wens en de norm van de ‘expert’ en daarbij wordt in het denken van de onderzoeker-expert de zeggenschap van de onderzochte over zijn of haar eigen gedrag (de ‘vrije wil’) zoveel mogelijk ontkent. Zo de onderzochte een vrije wil had, dan zou elke poging tot controle immers bij voorhand tot mislukken gedoemd zijn. Dit denken dat zich wetenschappelijk noemt, krijgt daarmee echter een zuiver ideologisch karakter. U weet het ondertussen ook wel: alle vormen van ongewenst gedrag bij kinderen en volwassenen zouden genetisch bepaald en erfelijk zijn. ADHD, autisme, schizofrenie, depressie, antisociale persoonlijkheid, etc: het zou allemaal in de genen zitten, al heeft men na 40 jaar zoeken nog geen enkele consistente aanwijzing om de genen of chromosoomdelen voor deze ‘stoornissen’ te detecteren. Maar met deze genetische hypothese valt het ongewenst gedrag wel volkomen buiten de ‘vrije wil’ van de betrokkene. Dat impliceert dan natuurlijk dat de ‘expert’ eigenlijk helemaal geen rekening moet houden met de wil van de betrokkene en met wat deze over zijn eigen handelen te zeggen heeft: de expert kan dit als volkomen irrelevant terzijde schuiven. In het geval van kinderen, zet deze ontkenning van de verantwoordelijkheid en de vrije wil van de betrokkene meteen ook de ouders uit de wind. Het ongewenst gedrag van een kind is dan immers ook geen door het kind zelfgekozen reactie op een bepaalde behandeling door zijn ouders (of de bredere omgeving), die dus ook geen schuldgevoelens moeten kweken (onze ouders zijn immers zo al overgestresseerd). Als én de vrije wil van het kind moet worden ontkend (omdat de expert hem wil controleren in plaats van te emanciperen) én ook de invloed van de ouder-kind-relatie en van de omgeving als bron van eigenzinnig denken en handelen van het kind (omdat de ouders moeten worden ontzien), dan rest natuurlijk alleen de vage genetische bepaaldheid. Als we daarbij nog bedenken dat in de neoliberale context minder of geen geld voorhanden is voor sociale programma’s, dan wordt het echt aantrekkelijk om deze sociale programma’s in diskrediet te brengen: als delinquent en antisociaal gedrag genetisch bepaald zou zijn, dan hebben deze dure sociale programma’s immers geen enkele zin. Het is dan ook niet toevallig dat de psychiatrietijdschriften tegenwoordig uitpuilen van de artikelen over allerhande spitstechnologische, hoofdzakelijk psychofarmacologische behandelingswijzen (alleen leesbaar voor wie het jargon beheerst). Voor het brede publiek toegankelijke beschouwingen over het ontstaan van psychiatrische stoornissen, b.v. aan de hand van gevalstudies, zijn daarentegen eerder zeldzaam.

Maar niet alleen de vrije wil verdwijnt uit het gezichtsveld. Ook de persoonsspecifieke eigenheid van het gedrag of de geestestoestand van de onderzochte gaat in dit hyperrationalisme verloren. In de drang ‘natuurwetenschappelijke’ wetmatigheden te formuleren die geldig zijn voor de mens in het algemeen of toch in ieder geval voor een bepaald type mens, worden alle éénmaligheden en singulariteiten opgeofferd. Voor de posthumanistische hyperrationele psychiatrie is b.v. elke hallucinatie gelijk aan elke andere: of een persoon nu hallucineert over zijn moeder, zijn buurmeisje, vliegende schotels, marsmannetjes of de opnieuw op aarde neergedaalde Christus, telkens zou het gaan om een overactiviteit van de neurotransmitter dopamine. En die overactiviteit moet dan in al deze gevallen bestreden worden met dezelfde daarbij passende antipsychotica, terwijl de aandacht die besteed wordt aan de ontstaansgeschiedenis van de specifieke inhoud van de hallucinaties en wanen bijzonder oppervlakkig blijft en in veel gevallen gewoon onbestaande is. (De keuze voor antipsychoticum X of Y hangt doorgaans meer af van de mate waarop de persoon de bijwerkingen verdraagt dan van de aard van zijn ‘symptomen’, en de keuze van het medicijn hangt natuurlijk ook in sterke mate af van de marketingstrategieën van de betrokken farmaceutische firma’s.) Een analoog beeld krijgen wij voor de diagnose van depressie: of een depressieve nu ganse dagen in bed ligt, dan wel doelloos en levenloos in zijn zetel tv zit te gapen of uren treurend in het park naar de eendjes zit te kijken: het is voor die hyperrationalistische psychiatrieopvatting allemaal eender. Dat bed, zetel en eendjes voor de drie betrokkenen een hoogst persoonlijke betekenis zouden kunnen hebben zodat deze drie depressies niet zomaar over dezelfde kam kunnen geschoren worden, daarvoor is in het hyperrationalisme geen plaats. Kortom, het traject waarlangs de depressie de actuele vorm heeft aangenomen zoals ze zichtbaar is wanneer de betrokkene om behandeling verzoekt, wordt eigenlijk op geen enkele manier meer nagetrokken. Daardoor wordt de betrokkene meteen ook verhinderd de weg naar het ‘eindpunt’ van zijn depressie verder af te leggen.

Allerlei menselijke facetten gaan in deze hyperrationalistische en technocratische aanpak dan ook hopeloos verloren. De meeste psychologen en co zijn er inderdaad niet op uit om een mens vanuit zijn eigenheid en eigenzinnigheid te begrijpen, maar veeleer vanuit een vaag gehouden abstracte ordening waarbij alle individuen onder dezelfde noemer kunnen worden gebracht en onderling uitwisselbaar zijn. In deze optiek worden b.v. alle drugsverslaafden bekeken als identieke exemplaren van een zelfde fenomeen ‘drugsverslaving’ en alle schizofrenen worden benaderd als lijders aan een zelfde ziekte genaamd schizofrenie (waarvan overigens geen twee psychiaters dezelfde definitie zullen geven en waarvan de rekbaarheid bijzonder groot is!). Het woord van de Chileense bioloog Humberto Maturana: ‘Even in biology, individuals are not dispensable’ (‘Zelfs in de biologie, kan je niet over het individu heen kijken’) geldt blijkbaar niet voor de middle-of-the-road wetenschappelijke psychologie. En als de psychologie zich niet met de enkeling wil bezighouden, wie hoort het dan wel te doen? En inderdaad, je leest bij sociologen en cultuurwetenschappers over het algemeen interessantere zaken over het individu in onze tegenwoordige samenleving dan bij psychologen. De psychologen beschouwen de ‘psyche’ eigenlijk nog altijd als iets dat in een maatschappelijk luchtledige zweeft. U zal het als niet-psycholoog vermoedelijk niet geloven, maar zelfs de heersende persoonlijkheidspsychologie meent de persoonlijkheid van de 7 miljard aardbewoners te kunnen vatten in een taaltje dat niet eens uit honderd woorden bestaat. Dan vraag je je wel af waarom er in het Nederlands duizend tot tienduizend woorden bestaan om mensen en menselijke eigenschappen en karaktertrekken weer te geven.

Deze verwaarlozing van de zuiver menselijke facetten in het posthumanistische hyperrationalisme komt overduidelijk tot uiting in de optie om de onderzoeksconclusies met betrekking tot het menselijk functioneren in hoge mate te baseren op onderzoeken met proefdieren. Deze optie wordt deels gemotiveerd door ethische argumenten (b.v. men kan op ‘mensen’ niet zo maar geneesmiddelen uittesten waarvan men de werking, laat staan de nevenwerkingen, niet kent), maar meer dan deels ook door de filosofische premisse dat de mens in wezen toch niet meer is dan een zoogdier zoals de muis, de rat of aap. We hebben daarnet vermeld dat de leerpsychologie van het behaviorisme van de vorige eeuw bijna uitsluitend gebaseerd was op proeven met ratten en duiven. Nu nog steeds steunen heel wat ‘inzichten’ op het vlak van het onderzoek naar menselijke motivatie, emotie, geheugen, enz. op onderzoek bij muizen, ratten en andere dierensoorten. Zo wordt in het wetenschappelijk posthumanisme de mens langs beide extremen ingeperkt. Zo kunnen we bijvoorbeeld vaststellen dat de studie van de emoties zich grotendeels beperkt tot zuiver dierlijke emoties die ons als mensen inderdaad niet vreemd zijn, maar bij ons toch veel meer zijn dan het angstig ineenkruipen van een rat of het depressief in zijn hoekje blijven zitten van een aap. Zo onderscheidde de befaamde neurowetenschapper en psycholoog Jaak Panksepp aan de hand van hersenscans zeven emotionele basiscircuits die bij alle zoogdieren zouden voorkomen: lachen, angst, woede, lust, zorg, exploratiedrang en scheidingsleed (paniek, depressie). Het is uitgaande van deze zogenaamde basisemoties dat de farmaceutische industrie er toe komt nieuwe moleculen te ontwerpen die dan op hun effecten op de emoties van zoogdieren worden getest. In een laatste fase worden deze medicijnen dan uiteindelijk op basis van wat men ‘evidence-based medecine’ noemt als geneesmiddelen aan de menselijke man en vrouw toegediend, zonder dat deze menselijke proefdieren diepgaand geïnterviewd worden over de wijze waarop ze het onderzoek of het experiment ervaren hebben. Menselijke emoties en gevoelens zoals fierheid, trots, vreugde, verontwaardiging, razernij,  haat, zelfvertrouwen, eigenwaardegevoel, schroom, schaamte, verlegenheid, spijt, schuldgevoelens, wanhoop, vertwijfeling, enz., kortom gevoelens die betrekking hebben op de relatie van een persoon met zichzelf of met medemensen, komen in het psychologisch onderzoek naar emoties en gevoelens omzeggens zelden of nooit aan bod. De emoties die de neuropsychologie bestudeert, betreffen de wijze waarop bepaalde hersendelen de toestand van hun eigen weefsel ervaren en verwijzen nauwelijks naar de toestand of de kwaliteit van de omgang van de ‘hersenen’ met de menselijke wereld. De medicamenteuze aanpak van ‘negatieve’ emoties zoals angst, paniek en depressie (waartoe meer en meer ook complexere sociale gevoelens zoals schaamte, verlegenheid en rouw worden teruggebracht) beoogt dan het dierlijk substraat van deze gevoelens te treffen, waarbij men zonder meer veronderstelt dat menselijke gevoelens overeenkomen met dierlijke emoties. Niet te verwonderen dus dat de effectiviteit van dat ganse arsenaal psychofarmaca, dat in eerste instantie eigenlijk volledig op onderzoek van dieren is gebaseerd, relatief gering is en dat hun nevenwerkingen bijzonder uitgebreid zijn en bovendien moeilijk uit te leggen zijn aan de gemiddelde gebruiker (waarom doet een antipsychoticum waarvan beweerd wordt dat het de werking van bepaalde stofjes in de hersenen –de neurotransmitter dopamine met name - afremt, b.v. het gewicht zo toenemen of heeft het zo’n invloed op de hormonen dat een man zelfs vrouwenborsten kan ontwikkelen?). Het succes van de psychofarmaca is dan ook grotendeels te danken aan een agressieve marketing vanwege de farmaceutische firma’s en aan het machteloosheidsgevoel van de gebruiker ten opzichte van de ware oorzaak van zijn of haar problemen zodanig dat hij of zij gaat geloven in wonderpillen, zoals sommige mensen die geen vat hebben op hun eigen levensloop, verkiezen hun lot in handen te leggen van de horoscoop of de Nationale Loterij.

Het andere uiteinde waar de menselijkheid wordt ingeperkt, betreft het onderzoek van die vermogens die ons als mens het meest zouden typeren: ons denken bij het oplossen van problemen en ons beslissingsvermogen. Onze ‘rationaliteit’ dus. Hier zien wij dat de meeste onderzoeken, b.v. naar morele dilemma’s, doorgaans betrekking hebben op geld. De keuzes van de proefpersonen worden steevast geïnterpreteerd in functie van een economische rationaliteit waar het erop aankomst baten te verhogen en kosten te minimaliseren, veelal ten koste van een tegenspeler. In een bekende proef waarbij mensen moeten kiezen om al of niet een man van een stationsperron te gooien (te vermoorden dus) om daarmee op dat spoor een ongeluk te vermijden dat vijf mensenlevens zou kosten, wordt het rationeel gedrag simpelweg geoperationaliseerd in functie van het aantal doden: de proefpersoon die weigert een ander mens van het perron te gooien wordt minder rationeel genoemd dat deze die dit wel zou doen. Bij dergelijke proeven blijkt dat de ‘rationele’ proefpersonen enkel die hersendelen gebruiken die instaan voor mentale (wiskundige) berekeningen (5 doden is 4 meer dan 1), terwijl bij de ‘gevoelige’ proefpersoon ook hersendelen actief zijn die met emoties te maken hebben. Waaruit sommige kritische waarnemers het volgend besluit trokken: de ‘rationele’ persoon bij experimenten met morele dilemma’s (waartoe ook de experimenten behoren waarbij zoals in het breinonderzoek van Verplaetse & De Ridder twee personen een som geld onder elkaar moeten verdelen) is eigenlijk een ‘psychopaat’, een koele, kille, gevoelloze rekenaar. Sommige juristen hebben deze experimenten willen aangrijpen om te argumenteren dat in gerechtzaken de volksjury beter vervangen zou worden door een jury van beroepsrechters. De volksjury zou immers te zeer geneigd zijn te oordelen op basis van ‘emotionele en irrelevante’ elementen en daarmee een strikte ‘rationele’ toepassing van de wet in de weg staan. Ook hier zien wij dat menselijke elementen zoals morele integriteit (de proefpersoon die geen moord op zijn geweten wil hebben door iemand van het perron te duwen), naastenliefde, solidariteit, samenhorigheidsgevoel, barmhartigheid, generositeit, mededogen, rechtvaardigheidsgevoel, e.d. op zichzelf niet onderzocht worden, maar enkel beschouwd worden in het licht van een puur hyperrationele oplossing zoals een ‘logisch’ geprogrammeerde computer of machine het probleem zou aanpakken. De weerspiegeling van de hedendaagse neoliberale mentaliteit van egoïsme en competitiviteit in deze onderzoeksmethodologische aanpak hoeft amper betoog.

Eigenlijk steunt dit posthumanisme op een dubbele complementaire analytische benadering, die uitmondt in een machinalisering van de mens. Aan de ene kant wordt in het wetenschappelijk onderzoek het dier (van muis over resusaap tot mens) in geen enkel opzicht bestudeerd als een zichzelf organiserend totaalwezen. Wel worden bepaalde deelsystemen (organen, biochemische en neurofysiologische reactiemechanismen) afgezonderd en dan met allerlei lichaamsvreemde stoffen (‘geneesmiddelen’) of manipulaties (b.v. elektroshocks) bestookt. Aan de andere kant beoogt de technologie die op dat onderzoek is gebaseerd dan onze holistische zelforganisatie als levende wezens te vervangen door een externe controle via allopathische medicijnen en instrumenten als elektroshocks, transcraniële magnetische stimulatie en Deep Brain Stimulation. Het humanisme dat probeerde onze dierlijkheid te temmen door het installeren van een intrapsychisch mechanisme dat wij kennen als de ‘vrije wil’ dreigt daarbij compleet vervangen te worden door een controlesysteem dat ons ontsnapt en in handen is van andere (machtige) mensen buiten ons. In Nederland wordt b.v. voorzien geïnterneerden die met een enkelband hun instelling tijdelijk mogen verlaten, een beenspierverlammende stroomstoot toe te dienen indien de geïnterneerde het in zijn hoofd zou halen te ontsnappen of niet tijdig naar de instelling terug te komen. Ook het onderzoek naar het morele brein van Verplaetse & De Ridder past perfect in dit beeld. Hier kan niet langer van humanisme sprake zijn: de menselijke vrije wil en zijn creativiteit stoelen op de premisse dat de menselijkheid van de mens ligt in de onvoorspelbaarheid van zijn handelen. Het handelen van onze medemens is steeds een bron van onzekerheid, zelfs de meester is nooit zeker van het handelen van de slaaf. Net zoals ons eigen gedrag baadt het gedrag van de ander steeds in een soort vacuüm. Het posthumanistisch hyperrationalisme verdraagt deze horror vacui (de schrik voor de leegte en de onzekerheid) niet. Haar Rede staat volkomen huiverig tegenover alles wat ‘vrij’ en ‘onvoorspelbaar’ is. Een mens die voorspelbaar is doordat zijn inwendige zelforganisatie is uitgeschakeld door instrumenten van externe controle, is niets meer en niets minder dan een robot, een machine. Het is onmogelijk de menselijke creativiteit te programmeren zonder dat die creativiteit ook ophoudt waarlijk nog menselijke creativiteit te zijn.

 



[1]  Panksepp, Jaak  Affective Neuroscience: The Foundations of Human and Animal Emotions. New York, Oxford University Press, 1998.

 

[2]  Er bestaat bijvoorbeeld omzeggens geen systematisch wetenschappelijk onderzoek over de wijze waarop psychiatrische patiënten aankijken tegen een toch betwiste maar ruim aangewende behandeling als de ElectroConvulsieTherapie (ECT of elektroshocks).  Evenmin bestaat er veel diepgaand onderzoek over hoe mensen psychofarmaca effectief gebruiken (en dat geldt ook voor andere geneesmiddelen!). We weten van elk geneesmiddel wel precies hoeveel doosjes of flacons er verkocht zijn.

 

Ait Oud (on)toerekeningsvatbaar ?

Een college van twee psychiaters en een psycholoog hebben eind december geoordeeld dat Abdallah Ait Oud, de vermoedelijke moordenaar van de Luikse meisjes Stacy enNathalie, toerekeningsvatbaar is en dat hij dus niet geïnterneerd moet worden. Het feit dat Ait Oud toerekeningsvatbaar is, betekent meteen ook dat niets een assisenproces nu nog in de weg staat. 

Vreemd is wel dat Ait Oud in 2001 wel ontoerekeningsvatbaar werd verklaard nadat hij een tienermeisje had verkracht. Hij werd vier jaar lang opgesloten in de psychiatrische instelling van Paifve. Na vier jaar kwamen andere psychiaters daar tot de conclusie dat hij niet ontoerekeningsvatbaar was en dus niet op zijn plaats zat in de psychiatrie. Zij oordeelden dat de eerste psychiaters een verkeerde diagnose hadden gesteld. Ait Oud kwam in december 2005 terug vrij, zonder enige vorm van begeleiding.

Speelt de psychiatrie hier een spelletje met zichzelf? Kan het dat, als de psychiatrie een Wetenschap is zoals zij pretendeert, zij iemand ontoerekeningsvatbaar verklaart om dan vier jaar later te zeggen dat ze zich vergist heeft?

En moet Ait Oud om aan de volkswoede tegemoet te komen niet ten alle prijze voor assissen verschijnen en nu dus hoe dan ook toerekeningsvatbaar worden verklaard?

Het zijn maar onnozele vragen die we ons stellen.

Een DVD voor pur sang anti-psychiatristen !!

Psychiatrie, Een Industrie Des Doods (DVD)

Kinderen zijn de toekomst,
maar de psychiatrie verzekerd ons ervan
dat 20 miljoen kinderen er geen zullen hebben

…door ze psychiatrische drugs voor te schrijven. De drugs zijn zo gevaarlijk dat vele overheden de drugs met een "black box" waarschuwing hebben gemarkeerd voor risico's op krankzinnigheid, aggressiviteit, zelfmoord, aanvallen en plotselinge dood. 20 miljoen kinderen betekend dat er meer kinderen potentiëel dodelijke psychiatrische drugs gebruiken dan de gehele populatie van Australië of Oostenrijk, Denemarken, Noorwegen en Finland bij elkaar.

U denkt dat de psychiatrie niets met u van doen heeft?
Bedenkt u zich.

Doormiddel van unieke historische en hedendaagse reportages en interviews met meer als 160 artsen, advocaten, onderwijzers, overlevers en experts op het gebied van de geestelijke gezondheids industrie en haar praktijken, doet deze allesomvattende documentaire licht schijnen op de waarheid van de brute pseudo-wetenschap en de multi-miljarden fraude genaamd psychiatrie.

We vinden dat u het recht heeft om de harde feiten te kennen, harde feiten over de psychiatrie, haar uitvoerders en de bedreiging die ze vormen voor onze kinderen.

Bestel de DVD "Psychiatrie: Een Industrie des Doods" nu en verspreid de DVD onder uw vrienden en kennissen. Waarschuw hen over de bedreiging die de psychiatrie vormt voor onze samenleving. Wanneer u deze DVD bekijkt zal u ontdaan zijn en iets willen doen om een einde te maken aan de vele martelpraktijken van de psychiatrie van vandaag.

Bestellen

De Nederlands gesproken (of ondertitelde) DVD kost 10 euro en wordt geleverd inclusief een begeleidende brochure.

U kan de DVD bestellen op de site van www.psychiatrie.nu

Antwoord aan een manisch-depressieve

Een blijkbaar manisch-depressieve persoon vroeg ons waarom het Netwerk zo tekeer gaat tegen medicatie en welk alternatief we dan wel hadden. Hij kreeg van ons het volgende antwoord:

beste,

w
ij zijn op het Netwerk niet tegen medicatie als dusdanig, maar we vinden het wel nodig de illusies rond een eenzijdige medicamenteuze aanpak aan te klagen, ook gezien de vele schandalen die rond veel van die medicijnen nu internationaal komen bloot te liggen.
persoonlijk neem ik zelf ook nog wat psychofarmaca, Efexor 75 als AD en een benzo om te slapen. maar tegelijk heb ik drie jaar van mijn leven verloren door sjarels die amper interesse hadden voor mijn problematiek en me van lithium via Zyprexa bij Tegretol en Leponex brachten, en ja zelfs elektroshocks voorstelden, dat allemaal omdat ze het niet meer wisten - hoe zouden ze kunnen - ze hebben nooit moeite gedaan naar me te luisteren. en ik heb lang genoeg in psychiatrische zieknhuizen gezeten om te zien hoe daar met de mensen gesold wordt.
om je persoonlijk raad te geven voor wat betreft alternatieven, dat gaat natuurlijk niet zonder je te kennen. maar ik zou zeggen naast een zo gezond mogelijke voeding:
om je eigenwaarde te behouden een zinvol en creatief bestaan is het beste wapen tegen depressies. gooi je in een artistieke hobby waarin je iets van je zelf kan leggen en waarvoor je waardering krijgt van medemensen;
analyseer je manie: welke levensdrang brengt ze tot uiting en hoe kan je die levensdrang zo aanwenden dat ze niet meer pathologisch-manisch is en destructief voor jezelf en anderen?
vermijd in je contacten met anderen de valkuil van het zelfbeklag (mag wel eens hoor) en houd de piste van een zinvol perspectief open zodat je relaties verrijkend blijven voor jezelf en je medemensen waarvan je houdt;
vul psychotherapie aan met zelftherapie: tegenover jezelf hoef je nooit schaamte te hebben, wat je in het verleden ook gedaan hebt, zeg 'tant pis' tegen jezelf, er is niets meer aan het verleden te verhelpen, maar neem je voor in het vervolg in gelijkaardige situaties anders te handelen (of meer spontaan of meer bezonnen, afhankelijk van je problematiek);
plaats je problematiek in een breder kader: hoe sluit ze aan bij deze van lotgenoten?
enzovoort

groeten en veel moed!
     
   

het Freedom Center al op wikipedia

Freedom Center Western Massachusetts

From Wikipedia, the free encyclopedia

Jump to: navigation, search

Freedom Center http://www.freedom-center.org is a Northampton, Massachusetts-based activist, support, and advocacy group run by and for people diagnosed with severe mental illnesses like schizophrenia, bipolar, borderline and obsessive-compulsive.

En natuurlijk hebben wij ons eraan gebreid samen met onze vrienden van de Sarah Beweging!
http://en.wikipedia.org/wiki/Freedom_Center_Western_Massachusetts

While Freedom Center does a lot of good things and has members from outside of Massachusetts and the United States, we the people have been falsely accused of having a brain disease. We stand together to fight this injustice and learn to cooperate in finding a way out of this cycle of viciousness imposed against us by the psycho-social-court systems.

Unconstitutional and uncivil court imposed psychiatric drugging is the only legal drug pushing that we know of in the United States. It is important that we stand together to stop this from happening through the use of coercion and force.

There is no scientific evidence for any of these diseases that people have been labeled with, the American Psychiatric Association, National Alliance of the Mentally Ill, and the United States Surgeon General can give us no reliable valid scientific evidence to support their claims for this disease.

If any of us adults want to use mind altering, brain damaging, addictive drugs we have no choice except to go to jail unless we get these in this systems so called legal way. So why not just legalize these drugs and stop putting people in jails for them and the corruption that they cause? No there are none of us that want to see children use these drugs, but this is the only form of legally drugging children that we know of is by this systems hands. So when we talk about keeping kids off of drugs there is no more Just Say No programs available it is so called treatment for them now.

The Freedom Center is a source of reliable information and opinion all over the world as some developments (for the time during) occur first in the USA. E.g. in Belgium lots of Freedom Center information are integrated in the growing struggle of psychiatric patients for emancipation and respect, as represented by associations such as Netwerk Psychiatrie & Samenleving (Network Psychiatry & Society) and the Sarah Beweging (Sarah Movement for Psychosocial Well-Being).

Roken is ongezond, ja dat weten we wel !

Vandaag mijn eerste pakje sigaretten met foto gekocht. Zoals zovele psychisch aangedane mensen (ha heb ik van iemand anders eigenlijk, zouden we moeten lanceren: pam's - pam's die spam verspreiden) roken we lustig verder.

De foto toont het omzwachteld hoofd van een zikenhuisbedlegerige, met (o.a.) een beademhalingsbuis in de mond. Dan toch liever een sigaret tussen onze lippen. Liever een longkanker op termijn dan al de bijwerkingen van die pillen een uur na inname tot de rest van je leven! 

Alternatief Wetenschappelijk Onderzoek

med logo   

Bonkers Institute
for Nearly Genuine Research

Advancing in the general direction of bona fide science since last Tuesday.

Located in Traverse City, Michigan, thebuilding Bonkers Institute in no way resembles the building pictured above

At the Bonkers Institute for Nearly Genuine Research, we specialize in:
Psychiatry, psychology, biopsychiatry, biopsychology, psychobiology, psychopharmacology, neuropsychiatric behavioral pathology, biochemical transmission reuptake inhibition, magnetic resonance image exhibition, clinical cohort randomization, reliably verifiable albeit statistically invalid diagnostic replication, cerebral gray matter sonographic meta-analysis, amplified materialistic reductive bio-determinism, applied remedial medical iatrogenics, placebo-induced chemical dependence and addictive substance abuse disorder treatment, asymptomatic depression screening, therapeutic toxicology... and much, much more.

Read the latest studies from the Bonkers Institute:

Coming Soon:

  • The Soaring Suicide Rate of Psychiatrists: an Epidemiological Overview
  • Advances in Neuroimaging and Molecular Genetics: Implications for Clinical Practice
  • Flimsy Evidence-Based Medicine: the "Best Practice" Money Can Buy
  • Asymptomatic Depression: Hidden Epidemic and Huge Untapped Market
  • Federally Funded Child Predators and Pill Pushers Playing Doctor:
    A Critical Review of the Preschool ADHD Treatment Study (PATS)

Belgen 5x meer opgenomen in psychiatrie

Uit een grootschalige studie in opdracht van de Europese Commissie die gisteren vrijgegeven werd, blijkt dat 5% van de Belgen ooit al eens opgenomen is in een ziekenhuis omwille van psychische problemen. Het gemiddelde voor Europa is 1%. Nochtans blijken Belgen zich even gelukkig te voelen als de andere Europeanen: 80% van de Belgen voelt zich gelukkig tegenover 65% voor de gemiddelde Europeaan.
Opname in een psychiatrische instelling is natuurlijk een controleerbaar gegeven: toegeven dat je eigenlijk ongelukkig bent is wat anders. Vraag een Belg die met zijn hals in de strop hangt, hoe hij zich voelt en hij zal antwoorden: "ça va, we kunnen niet klagen!" Daarnet zei op de tv een dame die afhankelijk is van de voedselbank: "Ik heb brood, kaas en salami gekregen. Ik ben gelukkig: ik kan eten." De Belg is gewoon met niets tevreden te zijn.
12% van de Belgen zocht in het afgelopen jaar professionele hulp voor geestelijke gezondheidsproblemen, tegenover 13% voor het geheel van Europa. De Belgen wenden zich wel minder tot de huisarts. Blijkbaar stappen ze maar direct naar Kortenberg of de Broeders van Liefde.
De woordvoerder van minister van Volksgezondheid Rudy Demotte tilt niet zwaar aan dat cijfer van 5% ziekenhuisopnames. "Onze zorg is gewoon toegankelijker! Wij hebben gewoon meer psychiatrische bedden". Inderdaad: zeker in Vlaanderen wemelt het van psychiatrische ziekenhuizen. In Italië b.v. heeft men die eigenlijk gesloten. Caritas Catholica Vlaanderen verwijt de Italianen nu dat de Italiaanse geesteszieken als dakloze clochards slapen in stations en onder bruggen. Wij denken echter dat een clochard een menswaardiger leven leidt dan een psychiatrisch patiënt in Kortenberg of in de ziekenhuizen van de Broeders van Liefde: daar worden je hersenen weggeteerd door de pillen en bij het minste misbaar wacht je de isoleercel of de elektroshock-'verpleeg'kamer.
Volgens het kabinet Demotte zijn wij door de toegankelijkheid van onze 'zorg' ook mentaal zeer gezond en gelukkig. Waarom blijft de sector van de psychiatrische en de psycho-farmaceutische industrie dan steeds zwaarder lobbyen en geld investeren in publiciteit, congressen en zelfhulpgroepen om een groter verbruik van pillen en van psychiatrische behandelingen en opnames te bewerkstelligen?

Jan Vanhaelen van de Sarah Beweging geeft volgende commentaar bij de Europese studie: "De verklaring voor die gelukkige en mentaal gezonde Belgen zou wel eens elders kunnen liggen. Volgens de cijfers van minister Demotte en van de sector zelf stierven in 2003 in de psychiatrie een vierde van de mensen een niet-natuurlijke dood. Van bijna tien procent was de doodsoorzaak zelfs niet bekend. In 2004 waren er dan plots minder overlijdens waarbij de doodsoorzaak niet bekend was, maar kregen we in vergelijking met twee jaar vroeger een stijging van de natuurlijke overlijdens met 45,5 procent. In totaal betekende dat een stijging van de overlijdens in psychiatrie in België met 32 procent op twee jaar tijd. Volgens onze inschatting zijn precies de veelvuldige psychiatrische opnames en verdachte overlijdens in en om de psychiatrie (de officieuze cijfers mag men met een paar factoren vermenigvuldigen) de oorzaak van de voor ons land verrassend 'gunstige' resultaten van de enquête. Ook de vaststelling volgens de enquête dat de Belg minder dan de gemiddelde Europeaan pillen slikt voor psychische problemen (terwijl ons vroeger altijd het tegenovergestelde verteld werd!) vormt een aanwijzing dat het hier wel degelijk erg slecht gaat op het vlak van ons psychosociaal welbevinden en onze 'geestelijke gezondheid': zowel doden als mensen die onder de pillen zitten kunnen onmogelijk zelf op een behoorlijke manier enquêteformulieren invullen. Zo krijg je dus precies het tegengestelde resultaat van wat de werkelijke toestand is."

Pseudo-wetenschap !!! (bron: Paz Schmidts)

de psychiatrie is een pseudo-wetenschap
 
“Er bestaat geen bloedonderzoek of andere biologische test voor de aanwezigheid of afwezigheid van geestelijke ziekten. 
De psychiatrie beweert de enige deskundige te zijn op het gebied van geestelijke gezondheid en “ziekten” van de geest.
Psychiatrische stoornissen zijn echter niet hetzelfde als lichamelijke ziekten. In de geneeskunde bestaan duidelijke criteria voor ziekten: een voorspelbare groep symptomen met een bewezen, vastgestelde oorzaak of begrip van hun samenstelling en functie. Koorts en koude rillingen zijn symptomen. Malaria en tyfus zijn ziekten. Ziekten worden aangetoond met objectief bewijs en lichamelijke testen. Zonder oorzaak of fysiologie wordt een groep symptomen, die bij verschillende patiënten wordt waargenomen, een stoornis of syndroom genoemd. De psychiatrie is nog nooit in staat geweest om een oorzaak van een geestelijke stoornis aan te tonen. Waar de geneeskunde diagnoses onderbouwt met objectieve testen en onderzoeken, heeft de psychiatrie niet één objectieve test om geestelijke stoornissen vast te stellen. Diagnoses worden op subjectieve wijze gesteld door middel van afvinklijsten, het zijn momentopnamen ingekleurd door de mening en ervaringen van degene die de diagnose stelt. 
In het Diagnostic and Statistical Manual (DSM IV) van de American Psychiatric Association (APA) staan 374 z.g. geestelijke stoornissen beschreven. Deze stoornissen worden niet onderbouwd door wetenschappelijk onderzoek maar komen tot stand door middel van een stemming binnen de APA. Het zijn lijsten met gedrag en symptomen, symptomen kunnen ons inziens vele oorzaken hebben.

  

De hoeksteen van het huidige psychiatrische ziektemodel is dat een chemische onevenwichtigheid in de hersenen de oorzaak is van geestelijke ziekten. Hoewel door marketing populair gemaakt is hier de wens de vader van de psychiatrische gedachte. Zoals alle voorgaande theorieën van de psychiatrie is ook deze nooit onderbouwd en inmiddels grondig in diskrediet geraakt.  
Thomas Szasz (emeritus hoogleraar in de psychiatrie) stelt: “Er bestaat geen bloedonderzoek of andere biologische test voor de aanwezigheid of afwezigheid van geestelijke ziekten. Als er wel zo’n test zou komen, dan zou de conditie niet langer een geestelijke ziekte zijn maar zou het in plaats daarvan worden geclassificeerd als een symptoom van een lichamelijke ziekte.”

 

Dr. Elliot Valenstein stelt: “Er bestaan geen testen die de chemische toestand van de hersenen van een levende persoon kunnen vaststellen.”

psychosociale ontwrichting en creativiteit

Ontwrichting (zowel op de psychische dimensie als de sociale) is een misleidend woord. Het is een woord vanuit een bepaald perspectief: het perspectief van de “neutrale” deskundige die zou weten wat de juiste of politiek correcte “wrichting” of wrong is. Ontwricht zijn is niet alleen een negatieve manier van zijn maar ook de positieve creatie van een subversieve tegencultuur die het Establishment aanvalt en provoceert. Die subversieve cultuur is jammer genoeg dubbelzinnig en dit in twee opzichten. De ontwrichten die vanuit alle hoeken van de samenleving komen, kunnen niet anders dan reageren vanuit een dikwijls heel persoonlijke en met weinig anderen gedeelde ervaring (al geldt dit niet voor mensen die behoren tot een groep die in zijn geheel wordt “uitgeschakeld”, zoals b.v. ongeschoolde werkloze jonge allochtonen). De ontwrichten vormen dus een heel heterogene menigte die de meest diverse ‘signalen’ uitstuurt. Sommigen begeven zich steeds dieper in de spiraal van de criminalisering, anderen geven zich over aan één of andere vorm van religieus integrisme, nog anderen dolen gewoon wat rond en uiten af en toe een moeilijk verstaanbare kreet. Samenhangend daarmee is de complexe en veelzijdige ideologische inhoud van de boodschap van de ontwrichten. Zoals alle mensen die wanhopig zijn en naamloos, teren zij dikwijls op een stuk rancune en zinnen zij zeker gedeeltelijk op wraak. De positieve sociale en culturele bijdrage van de uitgeslotenen en de ontwrichten zwalpt altijd heen en weer tussen de ideologische legitimering van nieuwe samenlevings- en solidariteitsvormen (een spreken dat doorgaans niet op papier wordt gezet), messianisme (het wachten en het werken aan de komst van de Messias, de Verlosser) en het optreden als een soort stoottroepen van een onverbloemd brutaal fascisme (het fascisme is natuurlijk altijd brutaal).

Al evenzeer is het bijzonder vertekenend criminalisering voor te stellen als een regressie naar een bestiale impulsieve agressiviteit. De criminele overlevingsstrategieën van ontwrichten zijn, als we ons ontdoen van de morele kijk op de zaak, over het algemeen “innovatief” en rationeel-creatief. Zelfs voor een ordinaire winkeldiefstal of het stelen van een handtas moet je al een flinke dosis verstand aan de dag leggen. En zeker het plegen van een bankoverval of een home-jacking vraagt veel minutieuze voorbereiding en allerlei vaardigheden zoals stress-bestendigheid, omgevingsanalyse, teamwerk, organisatorisch talent en nog veel meer van dat. Het zoeken en vinden van steeds nieuwe manieren om de wet te overtreden getuigt van een creativiteit waar veel dynamische managers een punt kunnen aan zuigen. En die creativiteit wordt ook beloond: maffieuze organisaties (die b.v. de Internet-criminaliteit controleren) zullen die creatieve lieden snel een “job” bezorgen, zij het een onderbetaalde job en één zonder sociale zekerheidsrechten. Ook geestesziekte vraagt heel wat creativiteit: de verspreiding van steeds nieuwe diagnoses getuigt van het feit dat geesteszieken, en zeker de  kinderen wiens hersenen nog niet door jarenlang medicijnengebruik zijn aangetast, steeds nieuwe manieren uitvinden om dingen anders te zien en zich volkomen onvoorspelbaar te gedragen.

Hoe psychiatrische patiënten als honden worden behandeld.

Nog maar eens een schrijnend voorbeeld hoe meer en meer mensen zich botvieren op weerloze psychiatrische patiënten.

di 21/11/06 - In Bergen zijn drie cipiers aangehouden wegens wangedrag. In de psychiatrische afdeling van de gevangenis hebben ze gedetineerden behandeld als honden.
[Bron: www.vrtnieuws.net]

Op 11 november smokkelden de drie cipiers alcohol binnen in de gevangenis. Toen ze dronken waren, begon hun zogenoemde hondenspel met gedetineerden uit de psychiatrische vleugel. Sommigen moesten over de grond kruipen en bevelen opvolgen. De cipiers zouden ook het haar van een van de gevangenen hebben afgeschoren en hem aan een koord hebben gelegd die zogezegd als leiband moest dienen. Daarbij inspireerden ze zich blijkbaar op de mishandelingen van Iraakse gevangenen door Amerikaanse soldaten in de Aboe Ghraib gevangenis van Bagdad.
Na een anonieme tip nam de politie contact op met de geneesheer-psychiater van de gevangenis in Bergen.
Vervolgens werden de drie cipiers opgepakt en aangehouden. Het zou niet de eerste keer zijn dat ze gevangenen hebben mishandeld.
Minister van Justitie Laurette Onkelinx (PS) is verbolgen over het gedrag van de drie cipiers. "Inhumaan en vernederend", zei ze.

vanwege fernand haesbrouck (apotheker)

Corruptie en collusie

De Minister van Volksgezondheid beschikt over de namen van dokters die meer dan drie kwart van de voorschriften die ze schrijven, voorschriften zijn voor producten die vallen onder de reglementering van KB 31.12.1930 op de slaap en verdovende middelen en de psychotrope stoffen.

De Minister weet ook dat sommige dokters (en ook welke dokters) uitsluitend hun inkomsten verwerven door alleen dat soort harddrugs voor te schrijven.

Bijna allemaal kunnen ze geen medisch wetenschappelijke verantwoording geven voor dat chronisch in stand houden van dergelijke toxicomanieën.

Ze zijn daarbij  in overtreding van artikel 3 van de wet van 21 februari 1921, die bepaalt dat: "Met de straffen gesteld in artikel 2bis, en volgens het daarin gemaakte onderscheid, worden gestraft de beoefenaars van de geneeskunde, van de diergeneeskunde of van een paramedisch beroep die misbruik maken van het voorschrijven, toedienen of afleveren van geneesmiddelen die slaapmiddelen, verdovende middelen of psychotrope stoffen bevatten welke afhankelijkheid kunnen teweegbrengen, onderhouden of verergeren ( wet 9 juli 1975 – wet 22 augustus 2002)“

De administratie van de Minister laat na om in het belang van de Volksgezondheid daarover de parketten in te lichten.

En wij vermoeden dat daarbij overwegingen gemaakt worden in verband met een zeer lucratieve collusie met de farmaceutische industrie.

Wij denken daarbij ook aan de manier waarop destijds een zeer georkestreerde prijsverhoging van Rilatine werd doorgevoerd, net op het moment dat de belastingbetaler ook zou moeten opdraaien voor het toedienen van doping aan kinderen in de klassen. En dat terwijl het gebruikelijk is dat farmaceutische bedrijven hun prijzen laten dalen, als de ziekteverzekering een terugbetaling zal voorzien.

Wij denken daarbij ook aan de manier waarop  ‘patiëntenorganisaties’ die werken met het geld van de farmaceutische bedrijven, in naam van patiëntjes bij de Minister om een terugbetaling van die doping smeekten. En dat alleen maar omdat de bedrijven hun doping aan de jeugd willen promoten.

Een schaamteloze collusie , waarvoor niet eens geen moeite meer wordt gedaan om die te verbergen.

De indruk van corruptie en collusie door overheid en met de farmaceutische industrie werd al gewekt, door een editoriaal van The Lancet (juni 2006) waarin geschreven wordt dat: "The surest way to compromise public confidence in paediatric research is to see the EU and FDA incentives as opportunities for marketing rather than research."

Welke indruk geeft de Minister aan het land wanneer hij eerst de moeite neemt om in een omzendbrief nr 354 te waarschuwen voor het gevaar van zelfmoordgedrag, labiliteit en agressie bij kinderen en adolescenten wanneer SSRI’s of SNRI’s worden gebruikt en dat dezelfde Minister een paar maanden later precies zo een stof in de handel laat komen voor gebruik bij kinderen en adolescenten.

Temeer ook daar een wetenschappelijke instantie als het ‘Belgische Centrum voor Farmacotherapeutische Informatie’ in verband met die materie de medische wereld oproept (mededeling 185 van 16.06.06) om ‘kritisch’ te blijven.

SSRI’s en SNRI’s zijn net als Rilatine stoffen met hallucinogerende eigenschappen, die een perceptie op de realiteit kunnen veranderen en bovendien als doping kunnen worden gebruikt. Sinds een Vlaamse overheid het gebruik van Rilatine in sportmiddens heeft bemoeilijkt, gebruiken diezelfde sportmiddens nu voortaan die nieuwe SSRI’s en SNRI’s als doping temeer ook omdat die stoffen niet eens op de dopingslijsten staan.

Zeer handig natuurlijk voor een industrie, die nu voortaan verpakkingen met een maand ‘behandeling’ van eenzelfde identieke metaboliet aan de man kan brengen tegen 93,3 Euro ( een MeToo product) terwijl hetzelfde ‘oudere’ model amper 14,5 Euro kost aan de gebruiker.

Ook iets met perceptie te maken?
Maar eentje dat kan ‘tellen’, natuurlijk.

Anders toch wel benieuwd hoe lang het zal duren eer men in de klassen de doping met methylfenidaat zal vervangen door een doping met Prozac of Strattera. De voorbereidingen daartoe verlopen alvast al volgens plan.

Renners en voetballers zijn al (legaal) dopingvrij… nu nog de klassen.

Ik bezit natuurlijk niet de gave om even zo tactvol een vermoeden van corruptie en verregaande collusie te verwoorden als The Lancet en het BCFI dat wel kunnen, maar ik stel vast dat die beleefde waarschuwingen van hen eigenlijk allemaal niets uithalen.

En in het belang van een immens geldgewin wordt de gezondheid van kinderen op het spel gezet. Ik zwijg dan nog maar over zelfmoordgedrag, labiliteit en agressie.

Omdat zoiets wraakroepend is, blijf ik erop hameren.

mishandeling psy. patiënten in asielcentrum Vottem

(foto PhotoNews)
Amnesty International wil dat er een onderzoek komt in het gesloten centrum van Vottem.

Dewael vraagt een onderzoek naar Vottem

do 16/11/06 - Minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael (VLD) vraagt een onderzoek naar mogelijke mishandeling in het gesloten centrum van Vottem.

[Bron: vrtnieuws.net]

In het Waalse blad Ciné-Télé-Revue staat vandaag een artikel waarin vier agenten zeggen dat sommige bewoners van het gesloten centrum voor asielzoekers mishandeld worden. Volgens de agenten bestaat er geen specifieke structuur of medische hulp voor illegalen met psychiatrische problemen, zoals bijvoorbeeld schizofrenie.

Amnesty International klaagt de situatie aan. "Mensen die storend worden bevonden, worden wekenlang in isoleercellen opgesloten", zegt Eva Berghmans van Amnesty.

"Soms zitten ze er zelfs enkele maanden en de hygiëne in die cellen is zeer slecht." Zo zouden ze niet naar het toilet mogen gaan of kunnen ze zich niet regelmatig wassen.
[We hebben ondertussen Ciné-Télé-Revue gelezen: er is o.a. sprake van een man die 14 dagen onafgebroken in een isoleercel heeft doorgebracht, naakt en zonder dat zijn urine en uitwerpselen werden verwijderd. En nog meer van dat fraais.]

"Zieke illegalen krijgen ook geen medische begeleiding", zegt Berghmans. "Er is niets voor TBC-patiënten, mensen met zelfmoordneigingen of mensen die zichzelf verminken."

Amper een maand nadat België door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens veroordeeld werd voor het niet naleven van de regels m.b.t. het verblijf van minderjarige kinderen in de "kampen", nu dit. En ja, België is vast wel één der welvarendste landen ter wereld . 

in naam van de patiënten

Namens de psychiatrische patiënten zit in de "Werkgroep Geestelijke Gezondheidszorg - Federale Commissie Patiëntenrechten" de psychiatrische patiëntenvereniging Uilenspiegel te onderhandelen over de regelgeving m.b.t. gedwongen opname, dwangbehandeling, wilsonbekwaamheid van psychiatrische patiënten, "therapeutische exceptie" (d.w.z. dat bij uitzondering de psychiatrische NIET de rechten op informatie, instemming met behandeling, inzage in het dossier, enz. zou genieten). Al deze thema's zijn op tafel gebracht door een verachtelijk soort psychiaters die alle middelen inzetten om hun "therapeutische vrijheid" terug te winnen die ze door de Wet betreffende de Rechten van de Patiënt verloren hebben.


In plaats van daar met een radicaal njet op te antwoorden en zelf met eisen naar buiten te komen, drijft Uilenspiegel, bij monde van "patiëntenvertegenwoordiger" Rafaël Daem, daar een koehandel met de rechten van de psychiatrische patiënten in ruil voor "erkenning door de overheid" - subsidies dus en mee mogen zitten aan het grote banket van de psychiatrie. Ja inderdaad: want de "lopende gemeenschappelijke adviezen binnen de Commissie zijn gebonden aan geheimhouding tot goedkeuring door de Plenaire Commissie en ontvangst door de Minister Volksgezondheid". Als lid van het clubje houden de patiëntenvertegenwoordigers zelf voor ons verborgen wat ze over ons, psychiatrische patiënten, aan het bedisselen zijn.

Dat een vereniging als Similes die spreekt in naam van de "nabestaanden" van de psychiatrische patiënten, liefst familieleden die raar doen zo snel mogelijk gedwongen opgenomen wil zien en dwangmatig wil laten behandelen, verwondert ons niet, toch niet in ons zedig Vlaanderen. Daar kunnen we eigenlijk nog mee leven. Maar dat een patiëntenvereniging als Uilenspiegel die elk lid 20 euro aftroggelt, daar aan mee doet, ja ook dat is Vlaanderen. En die andere patiëntenvereniging Vlaamse Vereniging voor Manisch-Depressieven die, alhoewel betaald door 6 farma-firma's, er nog niet eens in slaagt na 7 jaren werking en subsidies door de Vlaamse overheid 50 MD'ers bijeen te krijgen, die VVMD doet ook lustig mee aan dat spelletje. Allemaal in naam van de patiënt.

Zowel VVMD als Uilenspiegel stellen eigenlijk niet veel voor. Zij zijn gecreëerd door de Vlaamse overheid zelf (zoals je kan lezen op de site van VVGG Vlaamse Vereniging Geestelijke Gezondheid) en ze zijn dus ook steeds twee handen op één buik geweest met die overheid - d.w.z. van de psychiaters en van de farma-industrie, die het Vlaams kabinet van Volksgezondheid perfect weten te lobbyen. Vandaar ook hun laag ledental. Uilenspiegel zit momenteel in een diepe crisis: ze krijgt met moeite haar ledenblaadje gedrukt.

Hoe dan ook binnenkort zal de minister kunnen zeggen: "Mede op vraag van de patiënten worden de rechten van de patiënt opgeschort voor de psychiatrische patiënten!"

Dank je wel Uilenspiegel.  
    

Criminelen en geesteszieken

De wijze waarop criminelen en geesteszieken worden aangepakt, is perfect analoog. Voor beiden geldt dat als ze het in hun dagelijks leven te bont maken, ze worden opgesloten en onder toezicht worden geplaatst. Voor de misdadiger spreken we van een gevangenisstraf, voor de geesteszieke van gedwongen opname en in de praktijk doorgaans dwangbehandeling. Gevangenen mogen soms de gevangenis verlaten met een elektronische enkelband, geesteszieken mogen soms een paar dagen naar huis met een psychische enkelband: zij moeten in principe bereikbaar zijn voor het psychiatrisch personeel. Maak je als gevangene teveel misbaar, dan mag je niet deelnemen aan de "heropvoedende" gevangenisactiviteiten en krijg je celarrest; maak je als geesteszieke teveel misbaar, dan mag je niet deelnemen aan de "therapeutische" activiteiten en word je de isoleercel in geduwd. Gevangenen krijgen voorwaardelijke invrijheidsstelling, geesteszieken nazorg: schend je de voorwaarden van de invrijheidsstelling of van de nazorg, dan kan je onmiddellijk terug opgesloten worden of in het geval van de geesteszieke onmiddellijk opnieuw worden gecolloceerd.

Politici die ijveren voor hardere straffen voor criminelen, vinden doorgaans ook dat geesteszieken gemakkelijker gedwongen opgenomen moeten kunnen worden. En de voorstanders van chemische castratie van seksdelinquenten, huldigen ook het lamleggen van het zenuwstelsel van geesteszieken met antipsychotica allerhande.

Enzovoort.

bibliografie hersenschade door neuroleptica

Voor een overzicht van artikelen in internationale vaktijdschrijften omtrent de schadelijke invloed van neuroleptica op de hersenen, consulteer:

http://www.mindfreedom.org/mindfreedom/ioc/scan3.shtml

Paz's Corner

Beste,
Ik las in een studie over Europa dat 27% van de bevolking boven de 18 jaar lijdt aan een "mentale stoornis" ... Waarom noemen ze dat dan nog mentale STOORNIS in hemelsnaam ?
Eén op vier is niet normaal, wat is normaal dan helemaal ?

Zucht.

Paz

***

Paz,

Misschien is er weer een survival of the fittest bezig. Misschien zal blijken dat de "genen" van de "mentaal gestoorden" beter aangepast zijn aan de nieuwe ecosystemen en zullen de "normalen" binnen 20 jaar uitgestorven zijn.
Leve de Paranoïde Internationale,

Eric

psychische problemen bij jonge asielzoekers

LEIDEN - Een meerderheid (57 procent) van de alleenstaande minderjarige asielzoekers (ama's) in Nederland heeft een posttraumatische stressstoornis. Van deze groep lijdt de helft daarnaast aan depressies of angsten, of vertoont probleemgedrag.

Dat concludeert Tammy Bean na twee jaar onderzoek onder 920 ama's. Donderdag promoveert ze aan de Universiteit Leiden.
De onderzochte asielzoekers kwamen uit 48 verschillende landen en hadden een gemiddelde leeftijd van 16 jaar. De Amerikaanse Bean concludeert dat de helft van de ama's niet voldoende geestelijke zorg krijgt. Ook blijken volgens haar leraren en voogden de psychologische problemen van de kinderen niet voldoende waar te nemen.
"Hun toekomst staat op het spel. Blijvende schade is niet ondenkbaar", waarschuwt Bean.

Zorg
Van de onderzochte personen had 34 procent geen ernstige psychische klachten. "Zij hebben vaak beschermende factoren. Ze wonen in kleine wooneenheden onder supervisie van een volwassene, hebben familie in Nederland en wonen voor langere tijd op een plaats." Bean hamert er daarom op dat deze factoren voor alle jonge asielzoekers zouden moeten gelden. Ook pleit Bean voor laagdrempelige zorg, die de jongeren zelf kunnen vinden.

School
Ondanks de problemen blijkt de meerderheid van de ama's die lijden aan posttraumatische stress zich redelijk aan te passen in Nederland. Ze houden zich bezig met gewone dingen en gaan veelal naar school. Hun grootste wens is werk en een goede toekomst. Het krijgen van een verblijfsvergunning staat op de derde plaats.

abused child vrijgesproken voor assisen

Twee mannen vrijgesproken van doodslag
(bron: vrtnieuws.net)

vr 20/10/06 - Het assisenhof van Brussel heeft de twee jongemannen die beschuldigd werden van doodslag op een koppel twee jaar geleden in Heikruis, vrijgesproken. Een van de twee, de 26-jarige David Bouchat, werd als jong kind jarenlang misbruikt door de man van het koppel. Ook zijn vriend, de 29-jarige Sébastien Léonard, die de dodelijke messteken gaf, is vrijgesproken. En die vrijspraak is opmerkelijk, omdat Léonard niet werd misbruikt.

En onmiddellijk op Terzake-Canvas: een aanval van Siegfried Bracke op de assisenjuryrechtspraak. Lult dat de jury maar op basis van "emoties" reageert. Dat de advocaten inspelen op de "emoties" van juryleden die niet eens naar school zouden zijn geweest.

Bracke heeft duidelijk nog nooit een assisenzaak bijgewoond.
De jury zou een à twee weken lang er alleen maar emotioneel bijzitten? Haha, dan hadden die juryleden allang een hartinfarct, eczeem of een andere psychosomatische aandoening, waarde Siegfried (= de voornaam van een Holocaust-ontkenner).

En roept Bracke uit: "Ik zou door het volk niet willen beoordeeld worden!". Ziedaar een groot democraat. Wellicht wil hij alleen door zijn logebroeders beoordeeld worden, want veroordelen doen die hun leden nooit.

De aanval op de juryrechtspraak is dus weer in volle gang. Misschien vindt men daar dat Dutroux door beroepsrechters had moeten worden berecht. Als het volk nog iets te zeggen heeft in dit land, dan is het wel in het assisenhof.

bram bakker: een bericht van kristof

Bram Bakker
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Bram Bakker stopt ermee. Zoals gewoonlijk moeten mensen die het goed bedoelen ermee stoppen. Dat hebben we gezien bij Samuel Hanneman destijds, toen zijn homeopathie nog iets voor in de toekomst was. Hoewel het nog steeds wordt afgebroken. In de kennismakingsbrochure van het Universitair Ziekenhuis van Antwerpen wordt homeopathie ronduit belachelijk gemaakt. Nee, de heksenvervolging is nog niet voorbij. Ze gaat door onder een andere vorm. Wat te goed werkt en teveel concurrentie oplevert, wordt verketterd. Wel mensen, ik ben een ketter van weleer.
Nederland is nu een goede psychiater armer. Dit was echt een psychiater naar mijn hart, en zo'n man moet er dan mee stoppen. Je zou voor minder depressief worden. Het is een trieste wereld. De wet boven alles.
Maar de oplossing is niet de bureaucratie aanvallen, of de politiek iets verwijten, ik denk dat we best kunnen beginnen bij onszelf. Zoals Osho al schreef in zijn 'De Rebel' is het ons bewustzijn dat dient te veranderen. De mens dient vrij te worden en te blijven. Zo werd Simon Vinkenoog de gevangenis ingedraaid omdat hij zich goed voelde bij cannabis. Maar hij heeft zich niet laten doen. Hij is blijven roken. Zo zal ook ik me niet laten doen. Ik zal blijven schrijven. Ik zal blijven dichten. En laat ze me maar 'gek' noemen. Of schizotypisch, psychotisch, ... Tja, ik voldoe helemaal aan het profiel van de psychoticus, ontzettend geïnteresseerd en geïnspireerd door filosofie en spiritualiteit en misschien wel een beetje anders dan de meute, maar ja. De DSM is het handboek van de huidige ketterijen. Alle symptomen van potiëntele hedendaagse heksen, ketters en dissidenten zijn erin beschreven. Nee, nu overdrijf ik wel een beetje, misschien zijn er wel echt ongemakken. Ik word ook knetter bij teveel stress of drukke ruimtes. We zijn allemaal mensen. Niks meer dan dat. Veel schizofrenen zeggen: 'Ik ben niet gek, het zijn de anderen die gek zijn', dat is toch wel iets om over na te denken. Misschien moeten we maar eens met zijn allen blijven zwoegen voor een gewaarborgd inkomen voor iedereen, zodat we niet gek hoeven te worden onder de druk van alles. Mensen zijn zo vindingrijk dat ze uit eigen beweging hun bijdrage gaan leveren aan het geheel, en wie dat niet doet, het zij zo. Opvallend is dat veel 'gekken' die ik ken ontzettend intelligent zijn, en een hoog IQ hebben, ver uitstekend boven het gemiddelde. Ook weer iets om over na te denken.
Maar aan het establishment wens ik te melden dat ik niet 'staatsgevaarlijk' ben, daarvoor word ik door Lucis Trust te goed opgevoed. Een lid van de nieuwe groep van werelddienaren is geen gevaar voor de politiek en de gevestigde orde, integendeel, en daar zal ik mij aan houden. Volgens mij ziet 'de gek' teveel. Martin Luther King werd ook vermoord. Kennedy eveneens. Een psychiater beaamde ooit dat je om depressief te worden verdomd intelligent moet zijn. Als je slapend door het leven gaat zie je de ellende om je heen niet. Nee hoor, laat mij maar wakker worden. De psychosen neem ik er wel bij. Af en toe moet ik gewoon even unpluggen uit deze matrix. En dan is het een kwestie van afzonderen en prikkelarm mijn tijd doorbrengen. Deze wereld verschilt zoveel van wat ik innerlijk aanvoel. Ik kan niet tegen verandering. Ik geloof dat in "Een verhandeling over witte magie" stond dat de occulte student ook niet tegen verandering kan, of dat het minstens een belemmering is bij de studie. Misschien was ik in een vorig leven wel een oosterling, wie zal het zeggen?

Momenteel ben ik weer enorm in de ban van de psychologie van de ziel die komende is. Hopelijk wordt er in de toekomst wel degelijk een psychologie ontwikkeld waarbij de zielentaak wordt herkent. Zoals ik al eerder op dit blog schreef zal de creatieveling dan sneller worden ontdekt, net zoals de staatsman en de wetenschapper. Als we de Meester Djwhal Kuhl mogen geloven wordt dit de komende 2000 jaar werkelijkheid. Of ik dit nog ga mogen meemaken is een andere zaak.

Hieronder geef ik jullie nog de afscheidsbrief van Bram Bakker (10 aug 2006):



Geachte patiënten, clienten, of hoe u ook aangesproken wilt worden,
 
Een treurige boodschap heb ik u te melden. Ik ga stoppen met mijn praktijk als vrijgevestigd psychiater. Het is niet omdat ik het niet leuk meer vind, en het heeft dan ook niets met u van doen. Het gaat om de bureaucratie. Ik kan er niet meer tegen. Ik ben niet eens oud, maar ik voel me een dokter uit een andere tijd.  
 
Ik ben gewend om met een stuk papier voor me gesprekken met u te hebben. Soms maak ik een aantekening, bijvoorbeeld over bijwerkingen van medicatie. Of belangrijke gebeurtenissen in uw leven, hoewel ik die meestal prima onthoud. De aantekeningen gaan in een mapje, dat ik nauwelijks inkijk. Als er iets bijzonders te melden is schrijf ik een brief aan uw huisarts, of een andere specialist.
 
Ik probeer in de gesprekken altijd een diagnose te stellen en ik bespreek die ook met u. Vervolgens maken we samen een plan hoe we de bestrijding van de kwaal gaan aanpakken.
 
Dat kan en mag allemaal niet meer. Ik moet alles registreren tegenwoordig. Vragenlijsten afnemen en pillen voorschrijven volgens de richtlijnen van mijn beroepsvereniging, niet zelf kiezen.  
 
Ik moet een schriftelijk behandelplan opstellen en door u laten ondertekenen. Declaraties moeten digitaal worden aangeleverd bij het zorgkantoor, met zogenaamde DBC’s, Debielen Behandel Combinaties. Dossiervoering moet electronisch gaan plaatsvinden, met gebruikmaking van een software pakket dat ik moet kopen. Iedere zes weken moet ik met collega’s een avondje over u praten. Of je vijf dagen per week eigen praktijk doet, of maar eentje, zoals ik, maakt daarbij geen verschil.  
 
Aan alles wat ik registreer, heb ik zelf ook nog iets toegevoegd: de registreertijd. Als ik acht uur met mensen heb gepraat ben ik gemakkelijk nog eens vier uur kwijt aan bureaucratie.
 
Ooit gaven veel psychiaters hun baan in psychiatrische instellingen op vanwege de vrijheid die de eigen praktijk ze bood. Het ging er losser en creatiever aan toe. En volgens mij niet veel slechter dan tegenwoordig. Het bewijs dat registratie de kwaliteit van de zorg verbetert is namelijk nog nooit geleverd. Ik garandeer u dat de komende jaren veel vrijgevestigde psychiaters terug zullen keren naar een veilige baan. Als je dan toch alles moet registreren kan het maar beter in tijd van de baas. Daarmee zal er een verdere verschraling komen van het aanbod van psychiatrische behandelingen.
 
In een periode dat het kabinet Balkenende goede sier probeert te maken met deregulering, waar ik overigens ook weinig van merk, gebeurt in de geestelijke gezondheidszorg het tegenovergestelde. Onder invloed van de registratieverplichtingen ontstaat een grote eenheidsworst. In een vak dat ooit gekenmerkt werd door de veelzijdigheid van haar beroepsbeoefenaren.
 
Voor u, mijn geliefde patiënten, hoop ik dat de situatie in psychiatrisch Nederland zich in de toekomst zal wijzigen. En dat u daar uw voordeel mee kunt doen in plaats van er onder te lijden. Ik ga iets anders doen, u hoort nog wel wat.  
 
Vriendelijke groeten.

Bram Bakker

voor meer berichten van kristof: zie
http://www.bloggen.be/angel1983/

email adres Netwerk Psychiatrie en Samenleving

 

                                      * * *

Het Netwerk heeft nu ook een eigen email-adres aangemaakt

                                      * * *
                            netwerk@mail.be

als je iets wil meedelen, ons omkopen of ons uitschelden, kan je dus rechtstreeks bij ons secretariaat terecht: geen seksuele intimidaties ajb (gehoord A.T.?)

Natascha Kampush (overgenomen van Visionair België)

Natascha, ou la nouvelle Justine 

Johan Sanctorum

Hoe zou het ondertussen met Natascha Kampusch zijn? Het is natuurlijk een schrale troost: een dikgespekte bankrekening overhouden aan een paar interviews, in ruil voor acht jaar eenzaamheid onder de garage van een gestoorde eenzaat. Al kan men zich afvragen of heel het sensatiecirkus, volgend op de ontsnapping, geen minstens even grote schande is. Of misschien wel meer schade veroorzaakt heeft, dan het ongewilde conclaaf met Wolfgang Priklopil zelf.
De public relations rond dit fenomeen waren alleszins ronduit ranzig. In het begin begreep ik niet waarom de jonge vrouw na acht jaar sekreet met een deken over haar hoofd moest rondlopen. Weldra werd dat duidelijk: voor de beeldrechten op het ‘begehrteste Gesicht Weltweit’ was een gigantisch opbod tussen de media aan de gang.

Zeer snel werd communicatie een doel op zich. Iemand had haar een ‘woordvoerder’ aangepraat, een zekere Dietmar Ecker die een reclamebureau uitbaat en gespecialiseerd is in ‘Öffentlichkeitsarbeit’ (“overheidscommunicatie’,- gaat er bij de lezer ergens een lichtje branden?) en deze gratis service verzilverd zag met een enorme media-aandacht voor zijn business.
Hij maakte ook de deals met de Oostenrijke openbare omroep (radio- en tv-rechten), de Neue Kronen Zeitung en het weekblad News … die op hun beurt per opbod de rechten wereldwijd doorverkochten. Business as usual.
In een paar dagen tijd, vooral na de publicatie van haar ‘open brief aan de wereldgemeenschap’ (op 28 augustus 2006), voltrok zich een complete usurpatie op haar persoon: door de Heer Ecker die zich een monopoliepositie had verschaft inzake communicatie (hoewel Natascha in die brief al had gezegd dat ze zelf ging beslissen wanneer, met wie en waarover ze zou spreken); door de media die elkaar vertrappelden voor de primeur van het interview; door een meute advocaten die niet zozeer om Natascha bekommerd waren, dan wel om een graantje mee te pikken in allerlei schadeclaims en procedures rond uitzendrechten etc; en, misschien nog het ergste van al: door het legertje specialisten, artsen, psychiaters, psychologen, sociologen, criminologen, welzijnswerkers allerhande, die haar uitspraken relativeerden en pathologiseerden.

Ik ben dan ook zo vrij, alleen Natascha’s eerste open 'Brief an die Welöffentlichkeit’, geschreven een paar dagen na haar ontsnapping, als authentiek en niet-gemanipuleerd te beschouwen, en er een soort close-reading op toe te passen. Het is een openhartige verklaring die verdient geciteerd te worden in deze analyse. En die haar omgeving zelf perplex deed staan.

Natascha als modern wolfskind
“Alle wollen immer intime Fragen stellen, die gehen niemanden etwas an. Vielleicht erzähle ich das einmal einer Therapeutin oder dann jemanden, wenn ich das Bedürfnis habe oder aber auch vielleicht niemals. Die Intimität gehört mir alleine.” (“Iedereen stelt zomaar intieme vragen, die niemand wat aangaan. Misschien vertel ik het wel eens aan een terapeute, als ik er behoefte aan heb, of misschien ook nooit. De intimiteit hoort alleen mij toe.”).
Met deze woorden zet de 18-jarige Natascha Kampusch al meteen het nieuwe cordon sanitaire van witte schorten op zijn plaats. Haar zelfstandig, taalvaardig, snugger en ook emotioneel-intelligent optreden betekende een schok voor alle begeleiders en adviseurs die rond haar zwermen. Vanaf dan ging het wetenschappelijk establishment in de verdediging en pathologiseerde haar uitspraken. In de stad van Siegmund Freud is het uiteraard ondenkbaar dat iemand met zo’n verleden géén psychische letsels zou vertonen. Hoe kan een getraumatiseerde patiënt nu zoiets als intimiteit en recht op privacy claimen? Op de sofa ermee, willen of niet. Maar Natascha drijft subtiel de spot met heel de medische en paramedische reutemeteut die aan beroepsmisvorming lijdt:
“Ich lasse sie auch herzlich grüßen, aber ein wenig neugierig waren sie schon. Das ist allerdings ihr Beruf.” (“Doe ze mijn groeten, al waren ze tamelijk nieuwsgierig, maar dat is nu eenmaal hun beroep”).

Ook de aasgieren van de verzamelde wereldpers krijgen een veeg uit de pan, omwille van hun
‘…ewigen Verleumdungen meiner selbst, die Fehlinterpretationen, die Besserwisserei und der mangelnde Respekt mir gegenüber’ (“eeuwige roddels, verkeerde interpretaties, betweterij en gebrek aan respect”).
Haar zelfstandig, taalvaardig, snugger en ook emotioneel-intelligent optreden betekende een schok voor alle begeleiders en adviseurs die rond haar zwermen. Vanaf dan ging het wetenschappelijk establishment in de verdediging, pathologiseerde haar uitspraken en annuleerde haar 'contract met mijn toekomstig Ik'.

Opmerkelijk kritisch vermogen voor wie haar puberteit tussen vier muren heeft doorgebracht. Maar nog opmerkelijker is de conclusie van Dr. Max Friedrich, hoofd van het tienkoppig psychiatrisch team: ‘Dit meisje verkeert in euforie en gaat een depressie tegemoet’. En bovendien, vervolgt hij, wijst haar ‘gedateerd taalgebruik’ op een diepgaande invloed van haar ontvoerder. Wie ze nog alle vijf heeft, wat archaïsch spreekt of schrijft, en eventueel te kritisch uit de hoek komt, moet dus opletten: U bent gehypnotiseerd. De verrassing over de vrije wereld die ze zopas betrad moet groot geweest zijn. Wilkommen zuhause, Natascha.

In Vlaanderen was de stemming onder de zieleknijpers, vooral bezorgd om hun eigen beroepsstatus, even unaniem: deze jonge vrouw wijst haar begeleiders af omdat ze aan een posttraumatische apathie lijdt. Ze onderdrukt haar emoties en verdringt het verleden (twee stigma’s die door de open brief zelf glansrijk weerlegd worden),- hier gaan we nog jaren werk aan hebben. Leve de zachte sector.

Aansluitend namen alle Vlaamse kranten het betuttelend taalgebruik van de specialisten klakkeloos over. Vooral De Standaard speelde het grof (kop van 8/11: ‘Natascha Kampusch zal verschillende jaren psychotherapie nodig hebben’, letterlijk de zin waarmee psychiater Dr. Ernst Berger zijn winkel promootte), en liet de mediageile kinderpsycholoog Peter Adriaenssens verklaren dat Natascha ‘gebrainwashed’ zou zijn, m.n. bezeten door haar dode ontvoerder (“Ze spreekt de taal van de ontvoerder, heeft als het ware zijn persoonlijkheid overgenomen”). Voor Dr. Adriaenssens –in wiens deskundige handen ik geen enkel kind wens- is ze een soort modern wolfskind dat weliswaar goed praat, maar niet weet wat ze zegt,- ze produceert het geratel van een hysterica die weldra zal instorten. En bovendien heeft deze zombie zomaar beslist om haar ouders voorlopig niet te ontmoeten,- stout kindje, dat moeten we even remediëren.

Voor meer zinnige, kritische commentaren moest men dan ook de buitenlandse kranten lezen. Dominic Lawson hekelde in The Independent de onderliggende maakbaarheidsmythe: in de moderne welzijnsdictatuur waar iedereen terapie nodig heeft, is het ondenkbaar dat mensen zichzelf maken, zeker in zo’n extreme omstandigheden. Natascha’s evenwichtigheid -inbegrepen de weigering om haar ontvoerder te demoniseren- is een anomalie voor het wetenschappelijk establishment, dat dan maar ingebeelde ziektes verzint zoals het ‘Stockholm-syndroom’ (genoemd naar een overval op een Zweedse bank in 1973, waarbij twee vrouwen verliefd werden op hun gijzelnemers).

Blijft dan natuurlijk de in het post-Dutroux-tijdperk nogal vervelende vraag of Natascha haar ontvoering misschien ook wel een beetje als een reddingsvlucht beschouwt. Door de omstandigheden geforceerd, maar niet helemaal ongewild. En,- daarop aansluitend de nog prangender vraag, of ze in haar ontvoerder iets zocht dat ze tot dan in de buitenwereld niet gevonden had. En of haar net daardoor ook niet een en ander bespaard is gebleven, hetgeen ze in de bekendste en meest dissonante zin van haar brief uitdrukt:
‘Es stimmt natürlich, dass meine Jugend anders als die manch anderer ist, aber im Prinzip hab ich nicht das Gefühl, dass mir etwas entgangen ist. Ich hab mir so manches erspart, nicht mit Rauchen und Trinken zu beginnen und keine schlechten Freunde gehabt zu haben. (“Natuurlijk was mijn jeugd anders dan die van de meeste anderen, maar ik heb niet het gevoel dat ik iets gemist heb. Er is me zelfs veel gespaard gebleven, ik begon niet te roken of te drinken, ik heb geen slechte vrienden gehad.”)

Problemen, ditmaal voor Child Focus. Is het opvissen en terug uitleveren van een weggelopen kind aan de goegemeente wel altijd de beste zaak? Ouders die zich in deze situatie bevinden zullen het mij hopelijk vergeven,- maar wat voor een wereld was het, die ze toen achterliet? De waarheid is, dat Natascha in een versplinterd eenoudergezin opgroeide in een troosteloze woonkazerne aan de Weense stadsrand. En dat ze een redelijke kans had om in de nabije toekomst als heroinehoertje onder de Wiener Luft de advocaten en artsen te gaan pijpen die nu haar ‘professioneel begeleidingsteam’ vormen.

Voor de professionele zieleknijpers –in wiens deskundige handen ik geen enkel kind wens- is ze een soort modern wolfskind dat weliswaar goed praat, maar niet weet wat ze zegt,- ze produceert het geratel van een hysterica die weldra zal instorten.

De waarheid is ook, dat ze met haar moeder, die het hoederecht uitoefende, een slechte of onbestaande band had, en net voor haar ontvoering nog een pak slaag had geïncasseerd toen ze zich overslapen had. Toén al was er geen vertrouwensband, laat staan affectie. Misschien was de achtjarige Natascha wel op zoek naar een figuur die ze echt kon idealiseren, een vertrouwenspersoon, een mentor, –die Priklopil niet kon zijn, daarvoor was hij te zwak, dat zegt ze ook met zoveel woorden.
Voor de gelegenheid, voor de camera’s, en misschien ook wel in het vooruitzicht van een royale schadevergoeding terug een stel, moet dat ouderpaar, mijnheer Ludwig Koch en mevrouw Brigitta Sirny, dringend de film eens terugspoelen. Het moet een kaakslag geweest zijn dat hun dochter meer bekommerd was om de moeder van Wolfgang P., die zich voor de trein had gegooid, dan om het gezin waaruit ze was gekidnapt. Dat ze bij diezelfde opgebaarde Wolfgang P. een intieme dodenwake met kaars had gehouden. En dat ze zelfs opnieuw in het huis wou gaan wonen waar ze acht jaar had doorgebracht.

Het wijst op een band met die ruimte en die persoon die niet uitsluitend in termen van trauma’s en gijzelaarssyndromen kan verklaard worden. Haar eis tot absoluut respect voor de intieme levenssfeer (waardoor de media geconfronteerd worden met een embargo op hun meest sensationele item: had ze sex met Priklopil?,- welke standjes, hoe vaak, wanneer, waar…) heeft als onderliggende boodschap dat er wel degelijk een relatie was. Welke? Tja, de meesten onder ons willen toch ook geen TV-camera’s in de slaapkamer. Opmerkelijk: politieagente Sabine Freudenberger, links op de foto van Natascha-met-het-deken, had in een TV-interview verteld dat Kampusch haar had toevertrouwd dat ze met Priklopil een vrijwillige sexuele relatie heeft onderhouden. Daar is heel veel heibel over geweest, een tijdje hebben politie-commandanten gesuggereerd dat Freudenberger iets fout geïnterpreteerd had, maar dat was onhoudbaar. Natascha begreep vanaf dat moment dat ze dit soort confessies aan niemand kwijt kon, en hulde zich in haar privacy.
Er war ein Teil meines Lebens. Deswegen trauere ich in einer gewissen Weise um ihn. Ich möchte Ihnen im Voraus jedoch versichern, dass ich keinerlei Fragen über intime oder persönliche Details beantworten will und werde. (‘Hij was een deel van mijn  leven. Daarom treur ik in zekere zin om hem. Ik wil U nochtans bij voorbaat verzekeren dat ik geen vragen over intieme of persoonlijke details zal beantwoorden’).

Meer en meer blijkt het klassieke Blauwbaardverhaal doorkruist te worden door andere lijnen die niet passen in het stereotiepe plaatje, en die aantonen dat het hier nog om iets anders gaat dan een Alpijnse versie van de Dutroux-story: Wolfgang en Natascha gingen samen winkelen, eten, op vriendenbezoek, en naar het schijnt zelfs skieën. De hulpverleners en de media moeten uiteindelijk het onthutsende feit onder ogen zien dat Natascha haar isolement heeft opgeheven omdat ze vond dat ze daar zelf aan toe was. Tragisch afscheid van een ontvoerder, die ergens een opvoeder en misschien zelfs een geliefde was? Tijd voor een kleine cultuurfilosofische excursie.

Ontboezemingen
Het verhaal van Priklopil –dat eigenlijk het verhaal is van de prepuber Natascha, op zoek naar een onvindbare mannelijke ideaalfiguur- stelt de problematiek van de opvoeding in onze maatschappij op scherp. Haar affectie voor haar ontvoerder valt niet te begrijpen zonder een fenomeen uit onze Westerse culturele traditie dat alle institutionele paden doorkruist: het privé-onderwijs,- de mysterieuze interactie tussen een nieuwsgierige discipel en een mature mentor. Geen opvoeding via eenheidsworst, maar een doorleefde initiatie met erotische onderstromen. Niet zomaar om spelletjes te spelen, maar om in te wijden en ingewijd te worden in grote en kleine geheimen. Filosofen als Abélard en J.J. Rousseau spelen er een hoofdrol in, maar ook de onvermijdelijke Marquis de Sade. Heel dit universum van de sexualiteit, wetenschap, macht en kennisoverdracht is uitvoerig geanalyseerd door de hedendaagse Franse denker Michel Foucault, vooral in zijn ‘Histoire de la sexualité’ (1984).
Opvoeding is verbonden met persoonlijke fixaties. anaf een jaar of zes willen kinderen antwoorden op vragen, maar niet van iedereen om ’t even waar, en vooral niet in de openbaarheid. Gaandeweg convergeert het sexueel ontluiken met een zoektocht naar de geheimen van deze wereld, en wordt de opvoeder vertrouwenspersoon en geliefde. Deze 'Griekse' één-één-relatie tussen pedagoog (m/v) en leerling(e) is per definitie intiem en privé. In de Griekse oudheid zou Socrates al een relatie gehad hebben met zijn uitverkoren leerling Alcibiades,- de tekeningen op de vazen liegen er niet om: de pedagoog onderwijst de discipel tijdens het liefdesspel. Dichter bij huis is de homosexuele relatie bekend van priester-dichter-leraar Guide Gezelle en zijn leerling Eugeen van Oye. Overigens gingen Griekse jongemannen de fijne kneepjes leren bij een courtisane, iets wat hun latere echtgenote zeker zal geapprecieerd hebben.
In de libertijnse Franse 18de  eeuw wordt dat erotisch conclaaf van leerling(e) en meester(es) de rode draad van een echte levenskunst, althans in de aristocratische middens die we vandaag vooral kennen uit verfilmde zedenromans als ‘Les liaisons dangereuses’ (1782) van Choderlos de Laclos. Centraal staat hier de ontmaagding van de jongeman door een oudere vrouw, die niet alleen zijn lichamelijke ontwikkeling maar ook heel zijn geestesleven beheert (vandaar oorspronkelijk de naam ‘maîtresse’). Deze domina koos haar discipel, nooit omgekeerd. Ze had met wat geluk haar biologisch-familiale taak vervuld, namelijk het baren van mannelijke erfgenamen, kon sociaal en materieel afstand nemen van haar echtgenoot, en verleidde een nieuwsgierige, onervaren puber tot een zoektocht naar de G-spot maar ook naar de geheimen des levens, naast boldriehoeksmeetkunde en dies meer. Het is de relatie tussen Cherubino en de gravin in Beaumarchais‘Les noces de Figaro’. Behoedzaam gidsen, liefdevolle kastijding, verkennend Fingerspitzengefühl, je tong leren gebruiken, ‘éducation’ dus, in de volle betekenis van het woord: het vrouwelijk lichaam was een metafoor voor de kosmos.
Het is echter de filosoof J.J. Rousseau (zelf als 16-jarige puber ingewijd door de rijpe Mme de Warens) die dit aristocratisch-wuft boudoirgegeven zal verbreden tot een filosofie van de opvoeding, gebaseerd op retraite, intimiteit en persoonlijke inwijding. Zowel in ‘Julie ou la Nouvelle Héloïse’ (verschenen in 1761, verwijzend naar de liefdesrelatie van de monnik Abélard met een jonge novice, genaamd Heloise), als in het nog extremere (en onmiddellijk verboden) "Émile ou de l’éducation" (1762), gaat Rousseau een toer op die hem vandaag achter de tralies zou brengen. Jongens moet het leren bij oudere vrouwen, anders worden het gefrustreerde, levenslang-domme Oidipussen. En liefde smaakt naar meer en beter. En of hij gelijk had.

Gaandeweg convergeert het sexueel ontluiken met een zoektocht naar de geheimen van deze wereld, en wordt de opvoeder vertrouwenspersoon en geliefde. Deze 'Griekse' één-één-relatie tussen pedagoog (m/v) en leerling(e) is per definitie intiem en privé.

Hoe sterk erotiek werkt als smaakmaker en intellectuele stimulans in de kennisoverdracht, heb ik zelf mogen beleven in het voorlaatste jaar van het middelbaar, toen ik verliefd werd op de wiskundelerares en op slag binnengeraakte in een wereld die voor mij tot dan hermetisch gesloten was gebleven. Haar boezem was mijn horizon, haar kruis het imaginaire punt omega waar alle rechten elkaar ontmoeten. U vindt het misschien grappig, maar dat is het niet: ik haalde, vanuit het niets als een nul in cijfers, écht die tienen, in een ‘exact’ vak dat niets aan interpretatie of willekeur overliet. In deze relatie van blozen en zuchten –die door de dame in kwestie werd beantwoord maar ook zorgvuldig Platonisch en discreet gehouden werd- waren wetenschap en erotiek volkomen één. De kennis van de wereld was de kennis van haar genereuze persoon: absoluut particulier én universeel tegelijk. Haar boudoir heb ik echter nooit gehaald: het systeem liet het niet toe, onze verhouding zat ingekapseld in de onnoemelijke tirannie van een opvoedingskamp en institutionele diplomafabriek, ‘school’ genoemd. Daarna ben ik filosofie gaan studeren.

Ach ja, die Rousseau. Volgens een (waargebleken) roddel van Voltaire stuurde hij zijn vijf kinderen naar het weeshuis, om in alle rust zijn tractaten over opvoeding te kunnen schrijven. Blijkbaar staat er in onze cultuur tegenover vrouwelijke generositeit enkel mannelijk egoisme. En die verfijnde aristocratie van het Ancien Régime hanteerde uiteindelijk evenzeer een dubbele moraal: de jongemannen mochten zich laten inwijden door een rijpe maîtresse, maar de meisjes moesten maagd blijven tot aan hun huwelijk. Om nog te zwijgen van het ‘ius primae noctis’, het feodale recht van de kasteelheer om het maagdelijk huispersoneel te bespringen.

In het Kampusch-verhaal vormen mannen daarom een volstrekt negatief gegeven. Niet alleen de zwakkeling Priklopil zelf, maar heel de gang van advocaten, hulpverleners, journalisten en communicatiespecialisten die allemaal bezit wilden nemen van het curiosum, onder voorwendsel van zich verdienstelijk te willen maken: dit is de zoveelste transformatie van het Sade-universum.
Het erotisch-intimistisch opvoedingsmodel is dus uitermate broos: onze cultuur wordt nog steeds door de fallus geregeerd, alle ritsprincipes ten spijt. Privé-relaties moet wijken voor globale schablonen, socialisatie en competitie. De ironie is dus, dat de Franse Revolutie de principes van J.J. Rousseau heeft overgenomen, om ze vervolgens de nek om te wringen. Alle kennis moet openbaar, toegankelijk en algemeen zijn. Een collectivistische ont-erotisering die, opmerkelijk genoeg, haast enkel in een pornografische metafoor kan gevat worden. Niemand heeft dat op zo’n schokkende wijze duidelijk gemaakt als Marquis de Sade (1740-1814): de moderne beheersingsstrategie van het staatsapparaat ensceneert de samenleving als een partouze, een seksfuif waarin totale vrijheid samengaat met totale zichtbaarheid en de afwezigheid van elke intimiteit. Zo worden lustoord, bordeel, kazerne, gevangenis, strafkamp, school, zothuis en inferno compleet gelijkvormig en verwisselbaar. Sade is niet zomaar een pornograaf,- hij ontleedt genadeloos de leegte van de moderniteit, waarin democratie en pluralisme de façades van de macht zijn, en over onbenulligheden gaan zoals het uitkiezen van standjes. En waarin empathie vervangen is door de dwang om te communiceren en te mediatiseren. De gang-bang, met tien tegelijk erop.

Zo zijn we weer bij Priklopil, Natascha en haar entourage. De griezelige overeenkomst tussen wat Natascha ondergaat sinds haar ‘bevrijding’, en bepaalde orgie-scènes uit Sades ‘Justine, ou les Malheurs de la vertu’, legt het obscene en totalitaire karakter bloot van onze welzijnsindustrie: alles is mededeelbaar, niemand ontsnapt aan de plicht tot deelname.

In het Kampusch-verhaal vormen mannen daarom een volstrekt negatief gegeven. Niet alleen de zwakkeling Priklopil zelf, maar heel de gang van advocaten, hulpverleners, journalisten en communicatiespecialisten die allemaal bezit wilden nemen van het curiosum, onder voorwendsel van zich verdienstelijk te willen maken: dit is de zoveelste transformatie van het Sade-universum.

De anti-spijbelchip
In NRC-Handelsblad komt columnist Michiel Hegener tenslotte tot de clou: niet alleen de psychiatrie en het wetenschappelijk establishment hebben zich belachelijk gemaakt; ook ons modern onderwijssysteem, gebaseerd op collectieve kennisoverdracht en individualistische prestatiedrang, komt hier gehavend uit. Dit is het nulpunt van de pedagogie: Natascha Kampusch heeft gewoon zichzelf opgevoed, zonder examens, schooldressuur of meekijkende ouderverenigingen.‘Met honderden miljoenen wereldwijd kijken we ademloos naar het resultaat,- om bij de eerstvolgende journaaluitzending weer een politicus te horen zeggen dat we zoveel miljard meer aan onderwijs moeten uitgeven’, aldus Hegener.

Zelf noemt ze haar mentaal groeiproces bij Wolfgang P. ‘een contract met mijn toekomstige Ik’,- een schitterende definitie van zelfopvoeding in de geest van Rousseau.

Maar zoiets druist in tegen de principes van het sociaal-pedagogisch instituut: als individuen zelf het leren gaan beheren, dan is het systeem zijn greep op de toekomst kwijt. Het politiek-wetenschappelijk establishment heeft een blauwdruk van het ideale individu, en grijpt het opvoedingsproces aan om dat schabloon te universaliseren. De staat kan zijn burgers nauwelijks nog controleren, ook niet via de media; het schoolsysteem is het enige socialisatiemechanisme dat nog overeind blijft. De poging van het ‘team’ om Natascha te exorciseren (‘de geest van je ontvoerder zit nog  in je hoofd’) diende dan ook enkel om plaats te maken voor het politiek-correcte mainstreamdenken dat er bij iedereen wordt ingeramd.Voor de moderne macht is het daarom van cruciaal belang dat de diversiteit binnen de populatie behouden blijft: alleen zo wordt vermeden dat groepen of enkelingen zich afscheuren, eigen regels en codes gaan opstellen, en een subcultuur gaan ontwikkelen, die eindigt in een eigen kennissysteem en dito pedagogie.

Van de Westvleterse Trappisten (‘The best beer in the world’,) tot de wiskundige Grisha Perelman die een wetenschappelijk mysterie oploste terwijl hij in Siberië paddestoelen aan het plukken was, wordt het van langsom duidelijk: kwaliteit wordt niet gebrouwen in grote collectieven volgens algemene recepten, maar aan zijwegen, uithoeken, in de beslotenheid van kleine cellen.
Wanneer ik minister Frank Vandenbroucke –overigens een competent en intelligent man- hoor zeggen dat zijn gemeenschapsonderwijs ‘kwaliteit wil halen door diversiteit te creëren’, dan snuif ik door de chloor heen de geurtjes van Sade’s riooluniversum op. En ga ik “Deschooling Society” van Ivan Illich herlezen, met “Justine” in mijn achterhoofd. Hoe meer we naar de grote eenheidsschool gaan en de tolerantie tot ons nemen, hoe conformistischer en gewilliger we worden. Hoe meer de gelijkheid wordt gepredikt, des drastischer en onmenselijker is de competiviteit, met afhaken en burn-out als gevolg. Hoe sterker de democratie ons begraaft in een vaag amalgaam van meningen, des te sneller zullen we berusten in de onmogelijkheid om iets ‘unieks’ te beleven, iets apart, onherleidbaar, onmededeelbaar. Het pluralistisch ‘gemeenschapsonderwijs’ confronteert jongeren, onder het mom van verdraagzaamheid, met de nietigheid van elke levensfilosofie, die slechts een ‘mening’ wordt. In die zin zijn kleine entiteiten als de Steinerscholen oases van cultuur, ook al eten ze uit de hand van de overheid. In die zin is het zelfs boeiend dat believers van het scheppingsverhaal (waar ik persoonlijk overigens totaal niet in geloof) hun kosmologie stellen tegenover de geautoriseerde Darwin-versie, en eisen dat hun waarheid óók mag onderwezen worden.

Wanneer ik minister Frank Vandenbroucke hoor zeggen dat zijn gemeenschapsonderwijs ‘kwaliteit wil halen door diversiteit te creëren’, dan snuif ik door de chloor heen de geurtjes van Sade’s riooluniversum op. En ga ik “Deschooling Society” van Ivan Illich herlezen, met “Justine” in mijn achterhoofd.

Zo wordt het verhaal van Natascha op ’t einde –en dan laat ik haar definitief gerust- een pleidooi voor een drastische schaalverkleining van het onderwijs, een de-globalisering van de kennis, en een herbronning van de pedagogie. Er is niet één wetenschap, maar duizenden, die elk een wereld vormen. Elke wetenschap is een geloof, en ook ‘bijgeloof’ is een geloof,- sorry als die brave jongens en meisjes van Skepsis dat niet snappen. Misschien zijn spijbelaars (in het Atheneum van Dendermonde moeten de leerlingen zich nu elk uur ‘inscannen’ met een anti-spijbelchip…) wel meer op zoek naar dat mysterieuze kwaliteitsmoment, dan naar nietsdoen of rondhangen, en is heel het puberteitsproces een zoektocht naar het intieme en het unieke, weg van de grootste gemene deler.

Van de Westvleterse Trappisten (‘The best beer in the world’,) tot de wiskundige Grisha Perelman die een wetenschappelijk mysterie oploste terwijl hij in Siberië paddestoelen aan het plukken was (weer die wiskunde…), wordt het van langsom duidelijk: kwaliteit wordt niet gebrouwen in grote collectieven volgens algemene recepten, maar aan zijwegen, uithoeken, in de beslotenheid van kleine cellen. U mag dit laatste zo letterlijk of zo figuurlijk nemen als U wil.

Natascha gaf zichzelf een voldoende, toen ze schreef: ‘Ich wuchs heran zu einer jungen Dame mit Interesse an Bildung und auch an menschlichen Bedürfnissen.’  Ik geef haar de grootste onderscheiding.

boek walter vandereycken "psychiaters te koop"

Walter Vandereycken & Ron van Deth
"Psychiaters te koop"

Over het boek:
Lusteloosheid en pessimisme zijn depressie geworden, een druktemaker is voortaan een ADHD’er, verlegenheid heet inmiddels sociale fobie. En voor elk van deze ziekten is er wel een pilletje. Niet alleen erover praten, maar vooral gewoon slikken. Maar nooit van tevoren waren er zoveel depressies, werden zoveel antidepressiva geslikt, nooit eerder zoveel zelfmoorden. Toeval of bestaan er toch verbanden? De farmaceutische industrie stelt zich die vraag niet, want de winsten zijn meer dan behoorlijk, vooral op de markt van de psychische problemen. Maar dit kan alleen dankzij de medewerking van artsen. Ze worden betaald om onderzoek te doen, dat meestal gunstig uitvalt voor de betaler. Hoogleraren krijgen flinke sommen om de blijde boodschap te verspreiden. Huisartsen en psychiaters worden met merkwaardige cadeaus overtuigd van de superieure werkzaamheid van de nieuwe pillen. Het verbod op publieksreclame voor medicijnen wordt creatief omzeild. Patiëntenverenigingen geven voorlichting over medicatie, toevallig van het sponsorende bedrijf. De grenzen van het fatsoen zijn ver overschreden. Waar beginnen de puur commerciële belangen van bedrijven en waar eindigen de wetenschappelijke verantwoordelijkheid en het ethisch handelen van artsen, ziekenhuizen en universiteiten?

Uit de inhoud:
Voor elke pil een ziekte – Vraag en aanbod op de pillenmarkt – Prijzig aanprijzen – Reclame is voorlichting – Surfers omzeilen de wet – Op zoek naar een ziekte – Medi(c)alisering als marketingrecept – Wetenschap en betrouwbaarheid – Patent op winst – Wetenschap op bestelling – Halve waarheden zijn geen leugens – Commerciële wetenschap of wetenschappelijke commercie – Publiceren is publiciteit – Nieuw is niet zo vernieuwend – Verblinde scheidsrechters en kromme richtlijnen – Psychiaters te koop? Bijwerking van nascholing – Wetenschappelijke bazaars – Handelsreizigers in pillen – Psychiaters op de divan – Hoopvolle remedies – Tegen de pillenstroom in – Heilzame recepten.

Over de auteur(s):
Walter Vandereycken is hoogleraar psychiatrie aan de KU Leuven en verbonden aan de Psychiatrische Kliniek Broeders Alexianen in Tienen. Hij is hoofdredacteur van PsychoPraxis en auteur van talrijke boeken over psychiatrie, psychotherapie en eetstoornissen. Ron van Deth, psycholoog, is eindredacteur van PsychoPraxis en verbonden aan onder meer het Europees Instituut voor Educatie/De Baak in Driebergen. Samen met Walter Vandereycken schreef hij In therapie en Wegw!jze psychische problemen.

*** Comment van het Netwerk ***
Dit boek brengt eigenlijk weinig nieuws. Het overloopt nog eens de internationaal algemeen bekende praktijken van de farma-industrie waarvoor de professor farmacologie Dr. David Healy en anderen al tien jaar geleden baanbrekende boeken over schreven. Hoogstens (en zelfs dan nog) is het eens een psychiater die een beetje zelf uit de biecht klapt en voor Vlaanderen is dat natuurlijk een primeur.
De psychiatrie zelf en haar bijna politionele macht blijft in zijn boek volkomen buiten schot. Het soort gedragstherapie dat psychiater Walter Vandereycken zelf onder de naam "directieve therapie" dan wellicht als alternatief voor pillen en medicamenten in zijn afdeling Ter Berken in Broeders Alexianen Tienen oplegt aan adolescenten en jong volwassenen (b.v. anorexia nervosa "patiënten") blijft onbesproken. Ook daar valt o.i. wel wat over te zeggen.
Als de medicamenteuze therapie alleen maar als alternatief heeft een soort paramilitaire dril en levensbeschouwelijke indoctrinatie in residentieel verband (waarvoor de Vlaamse katholieke internaten waar men neonazi-posters mag ophangen maar geen foto's van blote dames, al zo voor bekend staan), wel dan weten wij nog niet zo zeker welk alternatief gekozen.

huisartsenopleiding ??

Een Limburgs huisarts (4 jaar geleden afgestudeerd) meldde ons dat hij bij de eindproef van zijn huisartsenopleiding aan de Universiteit van Maastricht (waar nogal wat Belgische artsenstudenten in de leer gaan) diende aan te tonen dat hij erin slaagde zijn patiënten binnen de 10 (tien) minuten huiswaarts te sturen. Dit vanuit de logica dat hij op 10 minuten in staat moest zijn in te schatten naar welke specialist de patiënt hoorde doorverwezen te worden.

Een wel erg drastische uitholling van de rol van de huisarts.

Zou die maximum van 10 minuten voor een consultatie ook aan onze Belgische medische faculteiten als examentoets worden aangewend? En moet een huisarts dan op 10 minuten oordelen dat een psychisch gekwelde maar naar de psychiater moet?

Politie en Geesteszieken

Naar aanleiding van een rapport dat we ontvingen van het Amerikaanse Freedom Center over problemen in de omgang van politiepersoneel met geesteszieken (waaruit blijkt dat politiemensen soms één en ander moeten incasseren maar vooral geestezieken door verkeerde inschatting en gebrek aan kennis over geesteszieken en geestesziekten onheus of incorrect worden behandeld) vroegen wij het Centrum voor Politiestudies (een samenwerkingsverband tussen de Federale Politie en de Universiteit Gent) in welke mate het politiepersoneel tijdens zijn opleiding voorbereid wordt op de omgang met geesteszieken. Wij kregen volgend antwoord:

Beste Heer,
Ik heb net antwoord gekregen van de Officierenschool i.v.m. uw vraag.
Vriendelijke groet,
N. R....
Secretariaat
- Centrum voor Politiestudies vzw, www.police.be/cps, www.lokalepolitie.be/cps
- Universiteit Gent - Vakgroep Strafrecht en Criminologie - Onderzoeksgroep Sociale Veiligheidsanalyse, http://www.sva.ugent.be
F. Laurentplein 1, B-9000 Gent - Tel: +32-9-264.84.74 (niet op woe), fax: +32-9-264.84.98

Van: DPEO [mailto:ecoleofficier@skynet.be]
Verzonden: maandag 4 september 2006 19:29
Aan: N. R...
Onderwerp: Vraag i.v.m. politie en geesteszieken
N.,
In verband met Uw vraag van 01/08/06 over het bestaan van een cursus over de omgang met geesteszieken, kan ik U melden dat er in de basisopleiding van de aspirant-commissarissen geen cursus voorzien is die deze problematiek behandelt. Mogelijk wordt dit onderwerp wel eens aangehaald in het kader van een andere cursus.
Groetjes,
L. T...

Psy-Link Knooppunt

Wij wijzen u graag op het bestaan van de website

Psy-Link Knooppunt

vooral werkzaam rond Institutionele Psychotherapie,
t'is te zeggen: psychotherapie in psychiatrische instellingen.

http://users.pandora.be/freek.dhooghe/knooppunt.html 

Of: hoe ook een psychotisch lijf lekker kan aanvoelen!

de angstverwekkers

"Gegeneraliseerde angststoornis staat gedefinieerd in de DSM-IV als een chronische aandoening met als belangrijkste kenmerk plotse, hevige en ongecontroleerde angst, vaak geassocieerd met irritatie, rusteloosheid en concentratieverlies. Vaak wordt de huisarts meermaals geraadpleegd omwille van somatische klachten, zoals hoofdpijn, hartkloppingen en darmklachten. Patiënten kunnen niet gaan werken en komen daardoor in een sociaal isolement. Benzodiazepines leiden tot gewenning, misbruik en afhankelijkheid. Buspiron werkt te traag en zou minder effectief zijn. Tricyclische antidepressiva en nieuwere antidepressiva werden reeds voor deze indicatie gebruikt."

Zo staat het in de wetenschappelijke tijdschriften. Steeds meer mensen blijken gebukt te gaan onder angst- en paniekstoornissen die zich veralgemenen tot een chronische angst, dikwijls gekoppeld aan agorafobie of sociale fobie, of m.a.w. de mensen durven hun huis niet te verlaten en zich niet bewegen op publieke plaatsen.

Heeft 'veralgemeende angst' iets van doen met maatschappelijke onveiligheidsgevoelens?

Het is inderdaad niet meer zo leuk je op straat te wagen. Zakkenrollers grissen je handtas of je portefeuille weg. Je auto wordt gestolen of is door vandalen beschadigd. Je dochtertje wordt van de straat geplukt, verkracht en in een riool gedumpt. Gevaarlijke gedetineerden komen zomaar vrij en topmisdaddigers ontsnappen uit de gevangenis. Op de bus word je door een bende jongelui afgetroefd en voor dood achtergelaten. In de metrostations ontploffen bommen en elke piloot zucht als hij veilig is geland. Je wordt overal in de gaten gehouden door camera's, door meer en meer blauw en door lotgenoten die je aanmelden als je je sigarettenpeukje of een chewing-gum op het trottoir gooit.

Thuisblijven dus? Oei oei: home-jackers bellen aan en duwen je een pistool onder de neus. Als je bankbediende bent of zoiets, gijzelen tiger-kidnappers thuis je gezin en brengen je naar je bank om er de kluis leeg te halen.

Op reis gaan? Bommen in Indonesië, bommen in Mumbai, bommen langs de Rode Zee, bommen in London en bommen in Madrid. Vliegtuigen boren zich in wolkenkrabbers. Noord-Korea maakt raketten die binnenkort tot Brussel reiken. Wat staat ons nog te wachten?

Hadden de wereldheersers na de val van het communisme nood aan een nieuwe vijand? Een onzichtbare, ongrijpbare vijand deze keer die een vaag veralgemeende angst kan oproepen, niet katastrofaal zodat de mensen nog kunnen werken, maar toch zo sterk dat ze bereid zijn hun democratische vrijheden (fysieke bewegingsvrijheid, persvrijheid, vrijheid van meningsuiting, vrijheid van vereniging) op te geven en zich allerhande repressieve maatregelen zoals willekeurige arrestaties, "shoot to kill", afluisteren van telefoon, alomtegenwoordige camerabewaking, etc. dociel en zwijgzaam te laten welgevallen.

Zijn de wereldheersers en de terroristenleiders twee handen op één buik om via een met behulp van de media geïmplementeerd angstmanagement elke democratische controle op het kapitalistische wereldsysteem uit te schakelen? Is hier sprake van een komplot, van terrorisme op 'vraag', gefinancierd door duistere tussenpersonen?

Misschien! U neme onderstaand artikel van de dwarse onderzoeksjournalist Johan Sanctorum door en oordele!

http://www.visionair-belgie.be/Artikels/CIA.htm

interessante discussie

Raf De Rycke : "Verdere afbouw psychiatrische bedden niet zonder risico"

Met 10,8 psychiatrische ziekenhuisbedden per 10.000 inwoners scoort België hoger dan de meeste andere Europese lidstaten. Maar uit die cijfers zomaar afleiden dat het aanbod aan psychiatrische bedden verder afgebouwd kan worden, is gevaarlijk. Dat zegt Raf De Rycke, gedelegeerd bestuurder van de Broeders van Liefde, beheerder van een groot aantal psychiatrische instellingen in Vlaanderen.
De Rycke sprak zijn waarschuwing uit bij de opening van een nieuw psychiatrisch verzorgingstehuis (PVT) in Boechout. Zijn pleidooi tegen een ondoordachte afbouw van psychiatrische ziekenhuisbedden komt niet zomaar uit de lucht vallen. Het is opvallend hoe op congressen en studiedagen steeds vaker kritische vragen rijzen over de bestaande capaciteit van bedden in psychiatrische instellingen, zegt hij.
Tekens aan de wand De Rycke verwijst ook naar het Groenboek van de Europese commissie dat onomwonden pleitte voor "deïnstitutionalisering" (het buiten de inrichting brengen van de verpleegde) en integratie van de geestelijke gezondheidszorg in de eerstelijnszorg. En in eigen land loopt er sinds kort bij het Kenniscentrum een onderzoek naar langdurige psychiatrische opnames (twee jaar of langer). Nog een teken aan de wand : tijdens een cursus "geestelijke gezondheidszorg 2015" (Cursus georganiseerd op 28 en 29 april 2006 door het Centrum voor Ziekenhuis- en Verplegings wetenschappen van de KU Leuven) plaatsten tal van sprekers kanttekeningen bij de 10,8 psychiatrische bedden per 10.000 inwoners in ons land. Griekenland heeft genoeg aan 8,7 van die bedden per 10.000 inwoners, de Britten hebben er maar 5,8 nodig, de Italianen zelfs maar 4,7, enzovoort. "Moeten we op basis van deze vergelijkingen toegeven dat een verdere afbouw van psychiatrische ziekenhuizen in de toekomst onontkoombaar is ?" vraagt De Rycke zich af. Het antwoord is genuanceerd. België heeft een lange traditie in de verzorging van mensen met psychische problemen. De bestaande residentiële zorg afbouwen, zou afbreuk doen aan deze bewezen behandelingsvorm, zegt hij. "We mogen het kind niet met het badwater weggooien."

Italiaanse toestanden
Hij zet zich af tegen het simplistische uitgangspunt dat de huidige zorgverlening in psychiatrische ziekenhuizen "te veel aanbodsgericht is, te stigmatiserend werkt, te veel kost en niet efficiënt genoeg is". Een te weinig doordacht afbouwbeleid in de psychiatrie zal onvermijdelijk naar Italiaanse toestanden leiden, voorspelt hij. Op 25 jaar tijd - van 1960 tot '85 - reduceerde Italië het aantal psychiatrische bedden van 19 tot 7,4 per 10.000 inwoners. Later werd de capaciteit nog verder teruggebracht tot minder dan 5 psychiatriebedden per 10.000 Italianen.
"Patiënten werden er, verstoken van elke zorg, aangetroffen op straat, onder bruggen of in metrostations. Uiteindelijk belanden ze veelal in de gevangenis", zegt De Rycke. Dat betekent niet dat hij zweert bij het in stand houden van de bestaande capaciteit van residentiële psychiatrische zorg. "Indien de zorg efficiënter geboden kan worden buiten de muren van de psychatrische ziekenhuizen, dan mogen we maatschappelijk en ethisch gezien geen seconde aarzelen om te deïnstitutionaliseren." Hij pleit dan niet voor een verdere reconversie maar voor een liberalisering of flexibilisering van de zorg. De ziekenhuiswet verbiedt het psychiatrische ziekenhuizen voorlopig nog om delen van hun budget te gebruiken voor de uitbouw van psychiatrische zorgcircuits en netwerken of voor de financiering van samenwerkingsprojecten met extramurale zorg. Artikel 97ter van de ziekenhuiswet zou die opening wel mogelijk maken, maar voorlopig blijft dat artikel onuitgevoerd. Als de sector de uitvoering van dat artikel vraagt, dan is het ook om intramuraal flexibeler met de besteding van de middelen te kunnen omspringen. "Door intensiever te focussen op doelgroepen kunnen we proberen iets te doen aan de langverblijvers. Dat kan wellicht met minder bedden mits behoud van de middelen."

Niet tussen tussen twee stoelen
Psychiatrische patiënten maximaal integreren in de maatschappij kan maar als de samenleving kiest voor een non-discriminatiebeleid en de drempels voor (ex)psychiatrische patiënten bij de toegang tot arbeid, onderwijs en huisvesting wegwerkt, zegt De Rycke. "We moeten voorkomen dat psychiatrische patiënten tussen twee stoelen vallen en in de marginaliteit terechtkomen." Hij sluit niet uit dat de grote psychiatrische ziekenhuizen verder evolueren naar kleinschalige initiatieven met een regionaal beter gespreide inplanting. Kleinschaligheid werkt ongetwijfeld destigmatiserend.

Derde van bevolking
Nu al lijdt een derde van de bevolking aan een of andere psychische aandoening. Met de verdergaande individualisering, vereenzaming en de toenemende stress en agressie zal dat alleen maar toenemen. Door de stijgende levensverwachting zal ook het aantal psychogeriatrische patiënten toenemen. "Vanzelfsprekend zullen niet alle patiënten een behandeling in een psychiatrisch ziekenhuis nodig hebben. Maar voor complexe en langdurige zorg blijven we hoe dan ook op de expertise van psychiatrische ziekenhuizen aangewezen."

Addendum :
Op tien jaar tijd is het aantal gedwongen opnames in Vlaamse psychiatrische ziekenhuizen bijna verdrievoudigd. Nochtans is de procedure daarvoor aanzienlijk verzwaard. Voor heel Vlaanderen schat Raf De Rycke dat er jaarlijks 2.400 tot 2.500 patiënten verplicht worden opgenomen. In vergelijking met 1995 is dat een stijging met zowat 175 %. Een precieze oorzaak is niet bekend, maar er is natuurlijk het stijgende middelenmisbruik en de toenemende vereenzaming en individualisering. Toch is de stijgende trend opmerkelijk want de procedure is aanzienlijk strenger geworden. Vroeger volstond een medisch attest en de tussenkomst van de burgemeester voor een "collocatie". Sinds begin de jaren '90 komt die beslissing toe aan de vrederechter. Is de situatie echt acuut, dan kan ook het parket een verplichte opname bevelen. Volgens De Rycke beslist in de meerderheid van de gevallen overigens de procureur en niet de vrederechter.

(Bron : Artsenkrant, 20 juni 2006)

 

Eén bedenking maar: is de isoleercel, het vastgebonden zijn op je bed of de verpleegkamer voor elektroshocks in de regel zoveel benijdenswaardiger dan een metrostation of een plaatsje onder een brug?
Natuurlijk moet deinstitutionalisering gepaard gaan met maatregelen voor (re-)integratie. Maar wanneer zullen de Broeders van Liefde hier initiatief nemen? Na het maken van enige boekhoudkundige kosten-baten-analyses? M.a.w. wanneer ze klaar zijn om deze initiatieven met economische winst op te zetten?  

een studiedag van het centrum voor politiestudies


http://www.police.be/CPS/wg_vrijheidsberoving.pdf

Vlaams Humanisme

Een gangster als Murat Kaplan hoort zo snel mogelijk neergeschoten te worden, liefst niet in de kaak deze keer maar enkele centimeter hoger of recht in het hart. En op tv beelden laten zien van een blijkbaar getruceerde doorboorde voorruit van een politieauto terwijl men toen al blijkbaar wist dat Kaplan ongewapend was. Duizend politieagenten inzetten en een paar helikopters voor iemand die nog niet eens een moordenaar is. Terwijl ontsnappen een recht is van elke gevangene en geen strafbaar feit.

Met een gangster onderhandel je niet. Zelfs niet met zijn advocaat. Daar spreek je niet mee. Criminelen zijn beesten, die hebben geen spreekrecht!

N
et zo voor die andere mensen die de goegemeente op stang jagen: de geesteszieken. Platspuiten en wat elektroshocks! Zeker hun mond niet laten opendoen.

Allez, vas-y Meneer Van Parijs, Bert Laermans en Gerolf Annemans!
Een dikke chapeau voor Laurette Onkelinx!

********************************************************************************************

HIERONDER NOG EEN PAAR HEROPGEVISTE BLOGS 25 JUNI - 31 JUNI 2006, verdwenen na een blunder van blogse!

even voorstellen: het Platform

Ons missionariswerk en onze bekeringsijver leidden tot een ontmoeting met het Platform Geestelijke Gezondheidszorg, een associatie van voornamelijk franstalige beroepsbeoefenaars ("psy's") die echter ook meer en meer Vlaamse zieltjes wint.
We stellen ze hier even voor (al moet hun webmaster het gebruikte Nederlands nog wat bijschaven):

HET PLATFORM GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG

Het overlegplatform van de beroepen actief in de geestelijke gezondheidszorg is een groep opgericht om als gesprekspartner op te kunnen treden tegenover de overheid en om het standpunt uit te drukken van de beroepsbeoefenaars die actief zijn in de geestelijke gezondheidszorg,  rekening houdend met hun verscheidenheid zowel op het niveau van hun beroepen als op het niveau van hun theoretische en klinische benaderingen. Iedere persoon of vereniging kan toetreden tot het platform en zijn standpunt kenbaar maken. Op dit moment hebben reeds  60 verenigingen het platform onderschreven, alsook talrijke beroepsbeoefenaars.

Binnen het platform is een bureau opgericht, samengesteld uit personen die bereid zijn om meer concreet in de werking van het Platform te investeren. Om hiervan deel uit te kunnen maken, heeft men het mandaat nodig van zijn vereniging en moet men zich engageren tot een regelmatige aanwezigheid op de vergaderingen en een actieve deelname aan het logistieke werk (o.a. naar de pers toe). Regelmatig wordt een stand van zaken doorgestuurd naar iedereen die de werking van het platform wil steunen en op de hoogte gehouden wil worden.

WELKE ZIJN DE DOELSTELLINGEN EN EISEN VAN HET PLATFORM?
Wij willen niet dat de geestelijke gezondheidsberoepen bij hun opname in KB78 ter regeling van de beroepen in de gezondheidszorg, worden ondergebracht bij de paramedische beroepen.
Wij willen:
1. De aanmaak van een nieuw hoofdstuk in het KB 78 dat de beroepen in de geestelijke gezondheidszorg groepeert en de eigenheid van dit domein erkent, onderscheiden en complementair met dat van de somatische geneeskunde;
2. De erkenning van de verscheidenheid van de beroepen en richtingen binnen dit domein, alsook de verscheidenheid van de opleidingen van de beroepsbeoefenaars;
3. De autonomie van de verschillende beroepen van geestelijke gezondheidszorg, waardoor een optimale samenwerking tussen hen bevorderd wordt;
4. Het principe van een deontologie ter bescherming van de patiënt, dat opgenomen wordt in de wet en kracht van wet heeft;
5. De erkenning van het beroep van psychotherapeut;
6. De vereiste van een specifieke opleiding om de psychotherapie te mogen uitoefenen, ongeacht het basisdiploma men heeft;
7. De toegankelijkheid voor de opleiding van psychotherapeut voor alle beroepen in de geestelijke gezondheidszorg en in de gezondheidszorg in het algemeen, inbegrepen voor de niet-universitairen, alsook (mits een voorafgaande aanvullende opleiding) voor personen die aanvankelijk geen deel uitmaken van het domein van de geestelijke gezondheidszorg (domein “psy”).
8. De erkenning van de instellingen en scholen die opleidingen geven in de  psychotherapie (voor zover ze aan de kwaliteitsnormen beantwoorden);
9. De erkenning van het feit dat elke psychotherapeutische stroming zijn eigen kwaliteitseisen heeft, die niet noodzakelijkerwijs accumuleerbaar zijn;
10. Het onderscheid tussen de universitaire onderwijsrichtingen en de niet-universitaire opleidingen in de erkende scholen;
11. De oprichting van verschillende colleges (plaatsen waar de specifieke beroepsaangelegenheden besproken worden): het college van psychiaters, het college van psychologen, het college van psychotherapeuten (met verschillende cellen naargelang de oriëntaties), het college van de psychosociale beroepen;
12. Het opstellen van ‘grootvader’ clausules, die erkennen dat wie reeds het beroep uitoefent vóór het van kracht worden van de wet (voor zover ze een geldige opleiding hebben), als ook wie in opleiding is;
13. De erkenning van de scholen die aanvaard zijn door de cellen van de colleges;
14. Een Franstalige en een Nederlandstalige kamer in elk college, met een nationale tweetalige raad.

PETITIE VAN HET PLATFORM
Maart 2006
Stellingen voor het Wetsvoorstel omtrent de reglementering voor de uitoefening van de beroepen in het domein van de geestelijke gezondheid.
Verenigd in het "Concertatieplatform van de beroepen voor de geestelijke gezondheid" bevestigen de franstalige en nederlandstalige groeperingen van het land, die een groot aantal strekkingen vertegenwoordigen in het uitoefenen van de geestelijke gezondheidsberoepen hun principiële steun aan het wetsvoorstel van Minister Rudy Demotte, die het specifieke veld erkent van de beroepen in het domein van de geestelijke gezondheid, voor zover hij met de volgende punten rekening houdt:
1.
Wij zijn de mening toegedaan dat de beroepen in het domein van de geestelijke gezondheid deel uitmaken van een specifiek hoofdstuk III, dat dient aangemaakt te worden binnen het KB78 dat hoger vernoemde beroepen reglementeert. Deze regeling laat inderdaad toe het typisch karakter van dit domein te respecteren dat, zelfs indien het in verband staat met de geneeskunde, toch een verschillende epistemologie bezit. Waar het medisch domein zich tot het orgaan en de ziekte wendt, interesseert het "psy" domein zich aan de psychisch lijdende patient, aan een symptoom dat niet altijd een ziekte vertegenwoordigt.
2.
Wij wensen dat de Minister van Gezondheid wettelijke regelingen voorziet die de rijkdom en de verscheidenheid van de diverse benaderingen (systemische, psycho-analytische, humanistische, gedragstherapeutische, psycho-lichamelijke, ...) en hun respectievelijke autonomie erkent.
3.
Wij vragen dat de opleiding tot de psychotherapie bereikbaar zou zijn vanuit verschillende diploma's. Inderdaad, voor bepaalde psychotherapeutische benaderingen kunnen verschillende wegen leiden tot de keuze voor dit type opleiding en de persoonlijke rijping is een essentieel element om er toegang toe te hebben.
4.
Wij bevestigen dat voor bepaalde gevallen bijkomende opleiding en/of psycho-medische-sociale praktijk vereist zal zijn, met als doel het basisdiploma te vervolledigen.
5.
Wij dringen aan op het feit dat de opleiding tot de psychotherapie dient verzekerd en gewaarborgd te worden door de Scholen of Groeperingen der psychotherapeuten, die erkend zouden worden door een commissie die verantwoordelijk is voor hun ethiek en de strengheid van hun werking.
6.
Wij herhalen dat, onafgezien van het basisdiploma en eventuele vervolledigingen, de opleidingen tot de psychotherapie een praktijk van de psychotherapie inhouden onder supervisie van ervaren therapeuten.
7.
Wij bevestigen de noodzaak van een persoonlijke therapie, in lijn met de uitgeoefende psychotherapeutische praktijk, bovenop de theoretische en praktische opleidingen.

U kunt deze petitie op www.plateforme-psysm.be ondertekenen.

een "gesneuveld" standpunt

Hieronder een standpunt van Philippe Deleu, ex-bestuurslid Vlaamse Vereniging Geestelijke Gezondheid, voorgelegd als synthesenota op het VVGG-Congres, Leuven 2004, maar "gesneuveld".


Het is vijf voor twaalf.

Het is opvallend hoe vaak mensen in de GG ontevreden zijn over hun therapie. Daarom wensen wij een behandeling die uitgaat van de draagkracht van de cliënt, zijn verleden, zijn omgeving en vooral zijn kansen op groei. Dit is onze vorm van holistische visie.
Dit beleid dat CLIËNT-CENTERED kan genoemd worden, ontstaat als men van de resterende realistische mogelijkheden uitgaat bij de cliënt, naar groei en zelfredzaamheid.
De patiënt staat in het centrum van de therapie niet de diagnose.
Maar geen vrijheid zonder verantwoordelijkheid: hij of zij zal verantwoordelijkheden tegenover zichzelf en de omgeving opnemen en wordt daarin begeleid: empathisch, congruent, authentiek, oplossingsgericht, met visie op korte en lange termijn.

1.      Bij opname in een instelling.
De huidige frequent voorkomende situatie van slechts een paar uur therapeutisch gesprek per week, is betreurenswaardig weinig maar vermoedelijk een zaak van organisatie of geld.
Een patiënt dient volgens ons veel begeleiding te krijgen in de eerste dagen na opname. Later kan minder. Er dient maandelijks een evaluatiegesprek te zijn met de patiënt, los van de normale therapeutische behandeling.
In de mate van het mogelijke zal ook groepstherapie toegepast worden, waarbij de patiënt in een vertrouwde kleinere omgeving (terug) psychosociale vaardigheden leert hanteren, waardoor ook zijn zelfvertrouwen gaat toenemen.
Dit is denken, voelen én handelen, of tegelijk "leven".
Omgeving en familieleden kunnen hierbij betrokken worden, voor zover gewenst en haalbaar.

2.      Wat individuele begeleiding betreft.
Wij pleiten voor een soort CHARTER tussen begeleider en klant. De begeleider of medestander zou na een 5-tal sessies een evaluatie kunnen maken voor de patiënt, met een traject dat hij of zij meent te moeten voorstellen. Op dat moment kan de cliënt voor zichzelf beslissen of hij doorgaat.
Indien de cliënt liever niet doorgaat, kan hij best de reden daarvan bekend maakt aan de begeleider, om samen naar andere oplossingen te zoeken.
Bij langdurige therapieën zal bij individuele therapie zowat drie maal per jaar een evaluatie gemaakt worden los van een therapeutisch gesprek :“Waar sta ik nu en waar ga ik naar toe.”

In beide gevallen zal medicatie, met mate worden toegepast en zo mogelijk enkel in de situatie waar de patiënt buiten de Maatschappelijk Psychosociale Grens (MPG) verkeert. Binnen die grens komt het hoofdaccent op communicatie te liggen als aanloop naar ‘anders handelen’. Om die reden ook gebruiken we het woord psychische aandoening i.p.v. ziekte.
Wat een wereld van verschil is het als ik zeg: “Ik ben ziek” of “Ik heb een aandoening”.
Wij vragen ook om de huisarts een betere psychologische (bij)scholing te geven, bovendien dat de overheid zo snel mogelijk zorgt voor een goede Sociale Kaart, waarbij hulpverleners snel en efficiënt kunnen doorverwijzen, zonder dat de betrokkene het gevoel heeft dat hij of zij van het kastje naar de muur wordt gestuurd en daarbij soms moedeloos kan worden.

Tot slot willen wij een oproep doen om anders om te gaan met onze waarden en normen. Depressiviteit en sommige andere aandoeningen wordt vandaag als het ware uitgelokt door ons huidig maatschappelijk en cultureel denken en handelen. Voelen sommigen nog?
Al zullen sommigen het wellicht niet graag lezen, in het oplossen van depressivitieit en andere, dienen we eenvoudig maar te zoeken naar “ de-stress-ivi-tijd “.
Zo kan iedereen een beetje voor eigen deur vegen.

Philippe Deleu ph.deleu@scarlet.be

herstel schade na blunder blogse

[Op de blogs van 25 juni tot 18 juli 2006 kan niet gereageerd worden: ze zijn heropgevist na schade opgelopen door een verkeerde toets van de blogse webmaster - kan iedereen gebeuren, zeker met die hitte. Reageren kan wel via Contact]

Wie zal de bewakers zelf bewaken?

Het Einde van de Maakbaarheid?

Wij worden oud. Wij zijn van een vorige generatie. Verkrampt en koppig klampen wij ons vast aan de idee dat de mens als enkeling en als gemeenschap maakbaar is, dat hij zich een toekomst, een beter leven, een betere wereld kan maken. Als adolescenten spraken wij onszelf toe en vormden ons een levensproject. Onder elkaar maakten we afspraken over het regelen van ons samenleven. We gaven armen kansen zich te scholen. Zieken werden weer op de been geholpen. We noemden mindervaliden andersvaliden. Misdadigers kregen de kans zich te bezinnen en een tweede leven te beginnen. Halfdood geëlektrocuteerde gekken en  waanzinnigen werden uit hun kluisters gehaald en we meenden zelfs dat hun hallucinaties en wanen ons iets te vertellen hadden. Politici, dichters, wetenschappers en filosofen bestookten elkaar met hun tegenstrijdige visies. Staatstructuren werden na lange debatten overhoop gehaald. Overal werd gesproken, namen mensen het woord, ook zij die lichamelijk stom waren of maatschappelijk monddood waren gemaakt.

Nu anno 2006 beleven we het einde van het Woord. We stevenen weer af op een monsterverbond tussen Wetenschap en Politiek en het taalgebruik van dit monsterverbond begint meer en meer te herinneren aan een ideologie die in principe bij Wet verboden is. Langs alle kanten worden we bestookt met studies (gebaseerd op muizen en rhesusaapjes) dat ons leven en ons samenleven gevangen zit in de biochemische architectuur van onze genen. Dat we hooguit een beetje “flexibel” zijn (o ode aan de flexibiliteit!). Dat de vrijheid dat we ons eigen leven in handen kunnen nemen door met onszelf en onder elkaar te overleggen, beperkt is door het on en off switchen van genen op onze dna. Dat we nog enkel vlees zijn, vlees dat niet spreekt en niet langer in staat is via zijn stem richting te geven aan de wijze waarop het vlees zich een levensloop en een geschiedenis maakt. Dat de vrouw en de man, de Europeaan en de Arabier, al bij de geboorte andere hersenen hebben. Biologen komen met van alles op de proppen om 70 jaar na het grootste historisch débâcle nog maar eens te “bewijzen” dat vrouwelijkheid en Arabier-zijn al grotendeels genetisch vastliggen. So what dat de Arabier andere hersenen heeft dan de Europeaan of de Aziaat: belet hem dat om wetenschapper, verpleger of GB-kassier te worden? Nee, zeggen deze biologen. Maar waarom zijn ze dan zo gretig om politieke conclusies te trekken uit hun onderzoeken, politieke conclusies die altijd uitmonden op een zogenaamde wetenschappelijke verrechtvaardiging van ongelijkheid en dus een argument vormen voor een ongelijke behandeling van mensen, m.a.w. altijd uitmonden in het hardste racisme en een pleidooi voor de doodstraf van mensen die blijkbaar niet over de juiste genen beschikken om in onze samenleving te functioneren? Waarbij de vrijheid van de individuen vervangen is door de ‘vrijheid van de samenleving’ die het recht krijgt al wie niet in haar kraam past te liquideren.

Het einde van het Woord is het einde van het recht van de enkeling om zijn leven naar goeddunken in te richten. Het einde van de samenleving om via de politiek haar structuren te vermenselijken. Het is de zelfverdediging van de Macht om met een wetenschap die zich tot technologie heeft omgevormd, de demonen die ze zelf heeft opgeroepen onder controle te houden. Nu reeds zien we dat naar aanleiding van een paar drama’s (die niet frequenter zijn dan vroeger) in  elke gemeenschap en populatie rotte appels worden ontdekt, die als onverbeterlijke boosdoeners worden bestempeld, die geacht worden gedoemd te zijn criminelen of psychopaten te blijven en dus levenslang in concentratiekampen moeten opgesloten worden, m.a.w. de doodstraf krijgen. (Ondergetekende was zelf op zijn zevende slachtoffer van een pedofiel maar het is nooit bij hem opgekomen pedofielen tot op hun grafsteen te achtervolgen.) Meer dan vijftig jaar na de discussie of vrouwen in lange broek mochten gaan werken, staat de discussie over hoe mensen zich al of niet mogen kleden weer bovenaan de agenda. Volksvertegenwoordigers zeggen in naam van hun kiezers amper nog hun gedacht in het parlement. De stem van het volk is herleid tot een driemaandelijks ja of nee op een paar stupide vragen in een opiniepeiling. De heren en dames politici houden het op de tafel kloppen voor zich, in de besloten kringen van de ministerraden. De burger hoort het politiek spel niet te kennen, als hij in zijn bedrijf maar topprestaties levert, shopt en een anti-stresstherapie volgt zodat onze achterstand op de Chinezen niet te groot wordt. Als de burger maar gewoon meedraait op basis van de wetenschappelijke studie van spieren, impulsaankopen en elektrische hersengolven. En psychologische experimenten waarbij wie de experimentele instructies niet volgt, bij de verwerking van de resultaten buiten beschouwing wordt gelaten.

De wetenschap is niet meer de kennis van menselijke mogelijkheden, als ze dat ooit is geweest. De Wetenschap is de beheersing van menselijke mogelijkheden, m.a.w. hun  inperking. Hun opsluiting in vooraf vastgelegde levenslopen. Met uitzondering voor de happy few, de “wetenschappers” en de “politiekers”. Het is een wetenschapsfilosofie die goed aansluit bij de Vlaams cultuur, eeuwenlang ingebed in onderdanigheid en braaf de pet afdoen voor heren en meesters.

Quis custodiet ipsos custodes? (Juvenalis) Wie zal de bewakers zelf bewaken?

Psychotherapie en de wettelijke regelgeving

Ons werkstuk over "Psychotherapie: beroep of praktijk" is af!!
We hebben de voorstellen omtrent wettelijke regelgeving kritisch onder de loep genomen, wat uitmondde in een monstertekst van 86 blz., een tekst die hier en daar wat zweetdruppels vertoont onder invloed van de hittegolf van de vorige week.

U kan het werkstuk aanvragen bij: eric.rosseel@scarlet.be
We presenteren hier de inhoudsopgave en de "Conclusies".

Samenvatting  2
Intro  3
De psychotherapeutische realiteit anno 2006  11
   Het actuele wettelijke kader van de psychotherapie  11
  
Historische terugblik en actuele situatie  13
  
Principiële knelpunten  31
De actuele discussie op het niveau van de wetgever  37
  De “drie wegen” voor erkenning van de geestelijke gezondheidsberoepen 39
  
De psychotherapie in de Derde Weg  52
  
Het voorontwerp Demotte  67
Conclusies en een principieel raamwerk  81


Conclusies en een principieel raamwerk

1. De geestelijke gezondheidszorg moet begrepen worden in een globaal beleid van psychisch welzijn. Dit beleid moet voorbereid zijn op ‘golven’ in het denken over en het omgaan met geestelijke (on)gezondheid: een paar decennia geleden stonden in een wereld waar alles mogelijk leek zelfontplooiing, persoonlijke groei en andere subjectgerichte noties centraal. Nu ligt in een maatschappij vol onzekerheden en onveiligheden de nadruk eerder op de maatschappelijke integratie en reactivering van min of meer inactieve samenlevingsleden, waarbij vooral op gedragsmatige (en dus veelal “gedragstherapeutische”) basis aan symptoomreductie wordt gedaan: bijsturing van deelfacetten van een persoon (specifieke emotionele toestanden, “storende” gedachten - cognities - en onaangepaste gedragingen), een gegeven dat aansluit bij de wijze waarop mensen zich tegenwoordig inschakelen in het maatschappelijke leven en waarbij het omgaan met allerhande vormen van stress cruciaal is geworden. Deze golven gaan ook gepaard met wisselende “paradigma’s” in de wetenschappelijke psychologie en de psychotherapeutische referentiekaders: we zien nu dat psychologische inzichten vergeleken met vroeger hoofdzakelijk gebaseerd zijn op statistische analyses van categorieën individuen en veel minder op intensieve individuele gevalstudies.[1] Binnen tien jaar kan echter weer een nieuwe ‘golf’ opduiken of keert de slinger terug naar een meer subjectgerichte benadering. Het gaat bij die ‘golven’ echter steeds om accentverschuivingen: naast de min of meer dominante tendens floreren steeds alternatieve visies wat zich ook uit in de diversiteit van filosofieën en mensvisies waarbinnen psychologie en psychotherapie vorm krijgen. Een beleid met betrekking tot geestelijke gezondheidszorg en dus ook met betrekking tot de beroepsbeoefenaars die in die zorg werkzaam zijn, moet dus in de eerste plaats oog hebben voor het stimuleren van deze diversiteit en open staan voor fundamenteel nieuwe ontwikkelingen.

2. We zien dat meer en meer mensen voor het bevorderen van hun psychisch welzijn en het wegwerken van psychische klachten en voor hun functioneren in samenlevingsverbanden (relatie, gezin, werksfeer) beroep doen op professionelen die ze rechtstreeks betalen of onrechtstreeks (in het geval van dienstverleningen die door de overheid worden gesubsidieerd). Psychotherapie is één van die vormen van dienstverlening. Het “cliënteel” bestaat niet langer uit min of meer zware “klinische” gevallen die op doktersadvies doorgestuurd worden maar meer en meer ook uit een verscheidenheid van mensen die dikwijls op eigen beslissing een therapeut raadplegen op basis van een onbehagen met zichzelf of met het leven dat ze leiden of op basis van het feit dat hun leven of hun samenleven met anderen op bepaalde vlakken fout loopt. In die context lijkt het ons aangewezen dat de therapeutische referentiekaders en praktijken zoveel als mogelijk is ruimte laten aan aandacht voor de persoonsspecifieke wijze waarop de cliënt in de wereld staat en tegen zijn leven (en zijn “symptomen”) aankijkt eerder dan hem te “vangen” in algemene (overigens soms aan modes gebonden) nosologische diagnoses. Tevens moet de therapeut zoveel mogelijk aansluiten bij de duidelijke én de meer subtiel uitgesproken verwachtingen van de cliënt: sommige cliënten willen niet dat ze doorheen de behandeling van hun “symptomen” geconfronteerd worden met het geheel van hun persoonlijk functioneren, anderen vragen daar juist om. Misschien zou het niet slecht zijn dat wat meer “folk psychology” met betrekking tot geestelijke gezondheid in de psychotherapeutische referentiekaders binnensijpelt. In ieder geval vormen ook de hier vermelde punten een argument voor een brede diversiteit aan psychotherapieën.

3. De tegenstelling tussen een “Vlaamse” en een “Franstalige” positie in het Belgische psychotherapiedebat is in die zin bijzonder ongelukkig. De “Vlaamse” positie staat dan voor een strikt klinisch-psychologische en eerder gedragstherapeutische visie die psychotherapie vooral ziet als een kwestie van toegepaste academische psychologie. En deze psychologie wordt dan dikwijls gepresenteerd als een coherent geheel van quasi-natuurwetenschappelijke waarheden, als een wetenschap die hier en daar het aureool krijgt van een autoriteit, een autoriteit die men zoals elke autoriteit of onvoorwaardelijk kan gehoorzamen of belachelijk maken. De academische psychologie voorstellen als een autoriteit strookt echter geenszins met de realiteit: elk wetenschappelijk congres van psychologen, zoals ook van fysici, biologen of wie dan ook, is een forum van fervente discussies en debatten evenzeer over details als over fundamenten. Zowel in de neuropsychologie als in de meer persoonsgerichte of sociaal-gerichte psychologie staan zeer uiteenlopende basisvisies naast en tegenover elkaar. In de publieke opinie echter verschijnen de wetenschappen en zeker de meer natuurwetenschappelijke disciplines zoals de neurowetenschappen al te dikwijls als een stelsel van onomstootbare waarheden, waar hooguit experten en bevoegden mogen aan tornen en waar de goegemeente op geen enkele manier zinvol over kan meepraten. Dit kan misschien waar zijn voor wat betreft de kromming van de ruimte onder invloed van het licht en de mutatiemogelijkheden van het vogelgriepvirus, maar over existentiële en persoonsgebonden zaken als angst, verdriet, onaangepast gedrag of de seksualiteit van senioren hebben we allemaal wel wat te vertellen. Bovendien hangen de wetenschappelijke theorieën en inzichten omtrent psychologische materies sterk samen met socio-culturele evoluties.[2] Bijzonder eenzijdig lijkt ons echter de tendens binnen de universiteiten om de psychologie te beperken tot die benaderingen waarin het individu wordt voorgesteld als een simpel geval van een algemeen verschijnsel en niet als een éénmalige individualisering en subjectivering met een bijzondere niet-veralgemeenbare eigenheid. Deze beperking kan zinvol en bevredigend zijn voor de cliënt die in de eerste plaats symptoomreductie verlangt maar in veel gevallen is een psychotherapeut of een geestelijke gezondheidswerker toch genoopt uit te gaan van die bijzondere eigenheid van de cliënt, die immers de enige echte expert is die de waarheid van zijn leven kan openbaren.[3][4]Overigens is het zo goed als onmogelijk geworden de stroom wetenschappelijke lectuur met haar dikwijls tegenstrijdige bevindingen bij te houden, laat staan deze gestaag in te passen in de therapeutische praktijk.

Het zijn echter niet de wetenschappelijke pretenties van deze “Vlaamse” visie die storend zijn maar wel haar neiging andere visies uit te sluiten en deze op één hoop te gooien met kwakzalverijen allerhande. Het is vooral in die zin dat een “Vlaamse” positie zich tegenover een “Franstalige” positie opstelt. De “Franstalige” visie zou dan meer uitgaan van de subjectieve ervaring, is eerder psychoanalytisch of psychodynamisch geïnspireerd en ziet psychotherapie meer als een kwestie van een persoonlijke, “ambachtelijke” en principieel zeer brede vorming waarbij diverse disciplines op elkaar betrokken worden (zgn. “interactieve interdisciplinariteit”). Deze twee visies, met al hun schakeringen en tussenposities, komen beide zowel in het Noorden als in het Zuiden van het land voor. Het gaat dus niet om een “Vlaamse” versus een “Franstalige” visie: maar het is wel zo dat in beide landsgedeelten verschillende tradities domineren, zoals ook bleek uit het aangehaalde onderzoek naar het beroepsprofiel van de Belgische psychotherapeut.

Gezien de verscheidenheid aan geestelijke gezondheidsproblemen en de uiteenlopende verwachtingen van de cliënten/patiënten, lijkt het ons geen zaak tussen deze twee polen aan visies te kiezen of ze tegen elkaar op te zetten. Beide horen hun plaats te hebben in het therapeutisch landschap, zowel in Vlaanderen als in Brussel en Wallonië.

4. Het hoog houden van een diversiteit aan therapieën met een brede toegankelijkheid stelt natuurlijk het probleem van het onderscheid tussen psychotherapie en kwakzalverij. Tot op heden heeft de sector van de geestelijke gezondheidszorg eigenlijk niet veel publieke schandalen gekend. Relatief uitzonderlijk zijn de problemen met sekten en met oplichters die een psy-taal gebruiken om naïeve cliënten hun geld afhandig te maken. Ons inziens moet elke praktijk waarbij een cliënt zich met psychische vragen of problemen aanbiedt[5] bij een beroepsbeoefenaar die gebruik maakt van bijzondere methoden en technieken die berusten op een gedegen mens-, maatschappij- of cultuurwetenschappelijke traditie of op een dergelijk referentiekader als psychotherapie kunnen worden erkend.

5. De vraag is dan natuurlijk: is een wet nodig? De wetsontwerpen en wetsvoorstellen die nu voorliggen zullen ons inziens de praktijken van sekten of oplichters niet uit de wereld helpen. Zullen dat soort lieden de term psychotherapie niet meer bezigen, ze zullen wel snel verwante equivalenten vinden. Maar de druk om een wetgeving uit te stippelen komt vanuit zeer diverse hoeken: zowel patiëntenverenigingen als consumentenverenigingen zoals Test Aankoop dringen aan op een wettelijke regeling; beroepsverenigingen eisen de bescherming van hun beroep en hun beroepstitel. Politici hebben deze diverse stemmen gehoord en de politieke wil om een wetgeving uit te werken is bijzonder groot geworden.

In de context van een wettelijke regeling zouden wij dan pleiten voor volgende punten:
- een regeling van de psychotherapeutische praktijken (inbegrepen coaching en counseling) is maatschappelijk prioritair boven de erkenning van de geestelijke gezondheidsberoepen en zeker boven de exclusievc erkenning van de klinische psycholoog, de seksuoloog en de orthopedagoog als autonome geestelijke gezondheidsberoepen. Andere beroepen naast de klinische psycholoog, seksuoloog en orthopedagoog hebben op het terrein van de geestelijke gezondheidszorg en de psychotherapie  evenzeer recht van spreken en van autonome beroepsbeoefening. De autonomie van alle beroepen actief op het terrein van de geestelijke gezondheidszorg moet expliciet en in één geheel worden erkend.
- de sociale en financiële drempels voor het volgen van een psychotherapie moeten worden geminimaliseerd (één mogelijkheid om de drempels weg te werken is b.v. het verlagen of afschaffen van de 21% extra btw die een cliënt in principe aan een niet-medische psychotherapeut moet betalen).
-  dit impliceert dat ook de opleiding en de vorming psychotherapie  breed toegankelijk moet zijn en betaalbaar; een psychotherapie-opleiding als een specialisatie na een masterdiploma maakt de psychotherapie nodeloos duurder en elitair.
- omwille van de verscheidenheid aan cliënten en hun uiteenlopende sociale en culturele achtergronden moet een opleiding en vorming psychotherapie die gebaseerd is op de bevruchtende rijkdom van een interdisciplinaire benadering evenveel kansen krijgen als een opleiding toegespitst op één discipline.
- om dezelfde redenen moet de psychotherapie-opleiding toegankelijk zijn voor een brede basis van universitaire (pedagogiek, moraalfilosofie, criminologie, kinesitherapie, psychomotorische therapie, …) en niet-universitaire disciplines (maatschappelijk werk, ergotherapie, verpleegkunde, …). Alle mens-, maatschappij- en cultureel-wetenschappelijke vooropleidingen zouden principieel toegang moeten hebben tot de opleiding psychotherapie. Een psychotherapie-parcours voor “leken-ervaringsdeskundigen” zou mogelijk moeten blijven.
- de universitaire opleiding psychotherapie mag  niet als enige en uitsluitende norm worden opgelegd; misschien zouden de universiteiten hun eigen  opleiding psychotherapie kunnen inpassen in een breed toegankelijke masteropleiding “psychotherapeutische studies en methodes” die deels of volledig als een module van een psychotherapievorming  beschouwd zou kunnen worden.
- een grondige psychotherapeutische diagnostiek moet een basisonderdeel zijn van iedere zich ernstig nemende opleiding psychotherapie.
- de eigen leertherapie, gesuperviseerde praktijk en al dan niet bezoldigde psychotherapeutische stages zouden centraal moeten staan in elke opleiding psychotherapie.
- de overheid moet via de opleidings- en vormingsinstanties en de beroepsverenigingen die opleidingen en vorming psychotherapie organiseren, waken over de kwaliteit van deze opleidingen en de nascholingsmogelijkheden die ze voorzien.
- een “Hoge Raad voor de Geestelijke Gezondheidszorg” zou zich best niet richten op een corporatistische organisatie van de geestelijke gezondheidsberoepen maar zich integendeel beter toeleggen op de ondersteuning en promotie van deze beroepen en ruimte laten aan nieuwe moeilijk te voorziene initiatieven en ontwikkelingen. In elk geval moeten structuren vermeden worden waarbij collegiale instanties “dissidente” beroepsbeoefenaars de uitoefening van hun beroep kunnen beletten. Vertegenwoordigers van de cliënten en patiënten en van de maatschappij moeten volwaardig zitting hebben in de Hoge Raad. De overheid en de Hoge Raad moeten voorzien in de middelen en de mogelijkheden waarbij een patiëntenplatform onafhankelijk van de beroepsbeoefenaars kan functioneren.
- uit te vaardigen ethische en deontologische principes en regels moeten in de eerste plaats betrekking hebben op de dienstverlening aan de cliënt (b.v. invoering van het beroepsgeheim voor geestelijke gezondheidsberoepen en uitbreiding van de Wet betreffende de Rechten van de Patiënt tot die beroepen).


[1]  In de gedragstherapie wordt het individu statistisch omschreven als een steekproef bestaande uit één eenheid, de zogenaamde n=1 visie.
[2]  In de jaren ’60 werden psychotische LSD-ervaringen b.v. als “bewustzijnsverruiming” voorgesteld. En vormen van agressief gedrag of “onaangepast” gedrag van kinderen die nu min of meer als pathologisch worden geduid, waren dat 20 jaar geleden helemaal niet.
[3]  Terwijl je in elk modern fysica-boek een discussie zult vinden over het moment van interactie tussen een waarnemer en het waargenomene, is het soms lang zoeken naar een tekstboek algemene psychologie waar ingegaan wordt op de relatie tussen onderzoeker en onderzochte en de intersubjectieve aspecten van hun ‘ontmoeting’. Juist de psychologie die met subjecten van doen heeft, doet dikwijls nog het meest haar best om zichzelf ervan te overtuigen dat ze ‘objecten’ bestudeert op een ‘objectieve’ wijze.
[4]  Het lijkt natuurlijk gemakkelijker wanende kinderen van 10 jaar al vol Risperdal te stoppen zodat ze op hun 40ste als wrakken gedoemd zijn in psychiatrische klinieken rond te dwalen dan de tijd te nemen om die kinderen de gelegenheid te geven hun waarheid te vertellen.
[5]  Een veroordeelde misdadiger of een geïnterneerde die vrij komt op voorwaarde dat hij een psychotherapie ondergaat, moet met die voorwaarde instemmen en moet in die zin begrepen worden als iemand die zich voor therapie “aanbiedt”.

lijkenschennis

De moderne studie van het menselijk leven, de geneeskunde, is begonnen als lijkenschennis van galgenaas, ontzielde en afgekoelde lijken van opgehangen misdadigers. Het leven werd door Vesalius en co bestudeerd aan de hand van het onderzoek van dode lijken. Het dode vormde het model voor een beeld over het levende.
Zo ook is de moderne wetenschappelijke psychologie gebaseerd op mensenschennis: de experimentele instructies die gegeven worden aan willoze psychisch dode proefpersonen, komen overeen met de inkervingen en snedes van Vesalius in het galgenaas.

Geen wonder dat een levende mens zich amper herkent in wat over hem in Journals en Bulletins en Archives allerhande wordt geschreven. En zich daaraan ook niet gelegen laat
.

elektroshocks

De Texaanse actiegroep tegen elektroshocks geeft op Internet een bijzondere interessante bijdrage geplaatst over elektroshocks:

http://www.endofshock.com/102C_ECT.PDF

U vindt er o.a. een lijst van beroemdheden die elektroshocks hebben "ontvangen".

Wilt u dat de Belgische overheden elektroshocks aan banden leggen stuur dan een mail "WIJ VRAGEN EEN OFFICIEEL ONDERZOEK MET HET OOG OP HET BEËINDIGEN VAN HET GEBRUIK VAN ELEKTROSHOCKS IN DE PSYCHIATRIE"
naar:

kabinet.vervotte@vlaanderen.be (de Vlaamse minister)

of:

info@rudydemotte.be (de federale minister)

Voor ons eigen onderzoek over elektroshocks in Vlaanderen zie (je moet wel even "scrollen"):

http://psychiatrie.blogse.nl/log/standpunten-acties-en-interventies/ 

                                       * * * * *

patiëntenrechten

Mail aan onze volksvertegenwoordigers en senators:

Geachte Parlementair,

In een ministeriële commissie Volksgezondheid wordt momenteel gediscussieerd over eventuele aanpassingen van de Wet betreffende de Rechten van de Patiënt. Deze Wet maakt geen onderscheid tussen soorten patiënten, en de psychiatrische patiënt geniet dezelfde rechten als elke andere patiënt. Zo hoort het o.i. ook.

Sommigen willen de mogelijkheden tot GEDWONGEN BEHANDELING legaliseren in het bijzonder door het invoeren van een concept van "therapeutische wilsonbekwaamheid" (naast de bestaande juridische wilsonbekwaamheid uit te spreken door een rechter).

Dit betekent dat een psychiater een patiënt wilsonbekwaam zou kunnen verklaren om zo te kunnen "genieten" van zijn therapeutische vrijheid. O.i. kan de psychiater hier niet neutraal zijn, want hij is een belanghebbende partij. O.i. moet in alle omstandigheden iemand die beschikt over zijn burgerrechten, vrij kunnen toestemmen met een behandeling, tenzij hij daden pleegt die een gevaar zijn voor het leven en de integriteit van anderen.

Het Netwerk vraagt u dan ook erover te waken dat:
1. de wilsonbekwaamheid een juridische aangelegenheid blijft.
2. het is de taak van de psychiatrie ervoor te zorgen dat een patiënt, zoveel als mogelijk, NIET in een toestand van wilsonbekwaamheid vervalt. In sommige gevallen kan de wilsonbekwaamheid van de patiënt als een falen van de psychiatrie worden aangerekend.
3. de gedwongen behandeling beperkt blijft tot spoedgevallen, zoals nu het geval is (en zelfs daar moet in principe de vertrouwenspersoon van de patiënt toestemming verlenen)
4. de psychische toestand van een psychiatrische patiënt niet als argument of excuus gebruikt wordt om hem "therapeutisch" onbekwaam te verklaren.
5. het principe dat ALLE patiënten gelijke rechten hebben 100% gehandhaafd blijft.

Met dank voor Uw aandacht tijdens deze hittegolf.
Namens het Netwerk Psychiatrie en Samenleving,

verhitte filosofie

Een man kan overmand worden, hij kan ontmand worden.

Een vrouw kan niet overvrouwd of ontvrouwd worden.
Een mens kan niet overmensd of ontmensd worden.

Mannelijkheid kan je blijkbaar verliezen of je ontnomen worden. Een vrouw verliest blijkbaar nooit haar vrouwelijkheid.

Een mens kan wel een on-mens worden.

blogse blundert!

Door een blunder van ons blog-agentschap blogse.nl zijn alle teksten tussen 25 juni en 18 juli 2006 verloren gegaan. Via "cache" heeft onze bereidwillige en veelzijdige janne (helemaal geen computerspecialiste maar gewoon een clevere meid) de teksten tot 17 juli herop kunnen vissen.
Alleen de Ode aan Murat Kaplan is nu verdwenen. Vandaar dat we eerst dachten dat de federale politie of de vlaamse rechtse politici hadden ingegrepen. Nee, dus: de democratie staat nog overeind!

We herstellen morgen, vandaag dus 20 juli, de aangerichte schade! 

Waarom het Vlaams Belang psychoten aantrekt

[Bron: website blokwatch http://www.blokwatch.be/index.php ]

Auteur: Wouter Mareels, lic. klin. psychologie, privé-psychotherapeut, gerechtelijk expert en afdelingshoofd van een revalidatiecentrum in Brussel.

Volgens sommigen zou moordenaar Hans Van Themsche een "psychoot" zijn en treft het Vlaams Belang geen enkele schuld. Maar hoe komt het dan dat zovele psychoten zich uitgerekend tot het Vlaams Belang voelen aangetrokken, vraagt klinisch psycholoog Wouter Mareels zich af.

Op de site van Jurgen Verstrepen (Vlaams Belang) werd onlangs beweerd dat Hans Van Themsche aan hebefrenie zou lijden. Als psycholoog wens ik (= Wouter Mareels) hier graag wat over te vertellen. Hebefrenie is een 'vorm' van psychose. Dit zegt nu nog niet zoveel, maar wanneer men nagaat wat het woord betekent, maakt dit de link met het VB op een manier nog sterker.

Wanneer men naar de symptomen kijkt onderscheidt men in het werkveld 3 vormen van psychose:
1) De "infantiele psychose", beter bekend onder de naam "autisme". Hier bestaan "anderen" niet als dusdanig, het onderscheid "ik-ander" als twee los van elkaar staande personen wordt niet gemaakt.
2) Dan is er de "schizofrenie" (waarin de ander niet lijkt te bestaan, tenzij in de vorm van een gevoel van versmelting met die ander).
3) Als laatste is er de paranoïde vorm van psychose, aka "paranoïa", waarin men gedachten van achtervolging heeft.
Er zijn nog enkele minder grote deelgroepen: de “hysterische waan” ofte “hysterie crépuculaire”, de folie à deux, de toxisch geïnduceerde psychose, de oorlogspsychose, de debiliteitspsychose en nog enkele anderen, doch deze bevinden zich in de grijze zones van de theorie of ze worden gezien als overgangen tussen een psychose en een andere structurele stoornis.

Wanneer men naar de tijdstippen van "uitbraak" of "declenchering" kijkt, dan duikt er plots nog een vierde naam op: hebefrenie. De naam "hebefrenie" is ontstaan als een naam om het uitbreken van een psychose te koppelen aan een tijdstip. Zo zal de infantiele psychose meestal in de vroege kinderjaren uitbreken (0j-10j), de schizofrenie in de vroege puberteit (10j-18j), de hebefrenie rond het aanbreken van de volwassenheid (18j-24j) en de paranoïa nog later (24-?). Dit gebruik van benaming zegt enkel iets over het tijdstip, meer niet. Zo kan ook een puber paranoïde zijn, een hebefreen kan paranoïde of schizofrene symptomen hebben. Het is trouwens opmerkelijk dat nu plots, na zwaar in ongebruik geraakt te zijn, de term "hebefrenie" weer opduikt. Deze term is in ongebruik geraakt wegens niet praktisch, hij geeft wel een tijdstip van uitbreken aan, maar je bent er therapeutisch gezien niks mee. Misschien is deze term wel gekozen om het woord "paranoïde psychose" niet te moeten gebruiken. Wanneer men naar de inhoudelijke elementen kijkt, dan zijn autisme en schizofrenie redelijk gelijkend op het vlak van relatie tot de anderen. Hebefrenie is alleen maar een tijdsaanduiding en geen diagnostische categorie met eigen symptomen: over het algemeen is ze gelijk aan de paranoïde psychose in haar verschijningsvorm.

PARANOÏA EN HANS VAN THEMSCHE
In de wijze waarop Hans Van Themsche (HVT) de moorden volgens de media pleegde, kan men duidelijk een paranoïde vorm van psychose herkennen. Daar waar "de ander" in de schizofrenie "samenvalt" met de schizofreen (daarom doen ook zovele schizofrenen aan zelfveminking: de ander die ze als wraak willen kwetsen valt samen met hen, dus moeten ze zichzelf snijden), is het bij de paranoïcus anders: de ander staat volledig los van de paranoïcus, zo los zelfs dat de paranoïcus geen idee heeft van het hoe, wat en waarom die ander iets met hem wil te zien hebben. De ander is vreemd, onbegrijpelijk en bovendien achtervolgend. "Waarom wil die iets met mij te zien hebben?" "Hij moet wel slechte bedoelingen hebben." "De ander is gevaarlijk."

Diagnostisch valt op dat paranoïde psychoten (die dus qua symptomen zoals HVT zouden zijn) wel overweg kunnen met mensen met gelijkende trekken (uiterlijk). Als er geen zijn, dan zullen ze zelf wel beginnen imiteren. Maar ze begrijpen de ander en z'n motieven niet noodzakelijkerwijs. Bovendien hebben ze geen echt eigen "IK", geen identiteit van zichzelf. Die identiteit lenen ze dan maar eventjes van een ander, via gelijke kenmerken of imitatie. Dan spreekt men in de kliniek van de alsof-identiteit. Je kan paranoïde psychotici beschouwen als mensen die een wereld rondlopen die ze niet begrijpen, en er wordt een taal gesproken die ze evenmin begrijpen. Maar ze zijn wel in staat deze taal en gebruiken aan te leren. Ze kunnen zelfs een hele tijd supernormaal overkomen, té normaal meestal, alsof ze dingen ook alleen maar doen omdat anderen die doen, omdat ze zien dat dat de norm is. Bij autisme ziet men dan dat afwijkende gedragingen angst kunnen uitlokken. Bij paranoïde psychotici is dat nog erger omdat ze er een betekenis achter vermoeden. Paranoïde psychotici (de zware gevallen) staan ook bekend om zogenaamd 'sloganesk' taalgebruik: alsof ze weten dat wanneer ze die zin zeggen ze dat verkrijgen, zonder te weten wat de woorden betekenen. Vergelijk het met Vlamingen op reis in China die zich verstaanbaar maken met de zinnetjes uit het Berlitz-reiswoordenboek of zoiets. Verder hebben sommige paranoïde psychotici een immens groot narcistisch gevoel (als ze achtervolgd worden, dan moeten ze toch wel “speciaal” zijn), dat kan leiden tot megalomanie. Verder zijn ze steeds heel zeker van zichzelf (geen twijfels). Hitler kan beschouwd worden als een prototypische paranoïde psychoticus.

Meestal is de reden van de uitbraak van de psychose niet goed te begrijpen: een seksuele ervaring, het feit dat ze 'naam maken' in wat dan ook, een agressie die gepleegd werd op hen, een zinsnede op de radio, een put in de straat voor de wegenwerken, betrapt worden op iets en ultiem bang worden maar deze angst kanaliseren naar iemand anders via een agressieve uitbarsting, enz. Wanneer we naar de casus van HVT kijken zoals weergegeven in de media, dan zien we dat zijn casus redelijk beperkt was qua waanvorming. Toch is er de agressie die gepleegd wordt naar een andere bevolkingsgroep (kan hij zichzelf niet in herkennen). Er is imitatie van een, tja, wat? Een gothic-skinhead - as if that could ever exist - terwijl iedereen in z'n familie hem zo niet kende, het voorval van de mp3-moord in het nieuws en betrapt worden op school, e.d. Er lijkt ook geen twijfel of angst te schuilen in zijn rampzalige acties die met vastberaden zekerheid uitgevoerd werden.

PARANOÏA EN HET VB
Deze paranoïde psychotische mensen voelen zich dus minder achtervolgd door mensen die op hen lijken en meer achtervolgd door mensen die niet op hen lijken (taal, gedragingen, uiterlijk). Dit laatste kunnen we ook in een andere context terugvinden. Indien we eerlijk zijn moeten we toegeven dat de gemiddelde VB-kiezer meer dan andere mensen zich pas op z'n gemak gaat voelen met anderen indien er een overeenkomst is:
1) in verschijningsvorm: blank, vlaams, zelfde interesses op het vlak van culturele uitingsvormen. M.a.w.: "ze zien er anders uit en we herkennen er ons niet in."
2) in de taal: VB'ers hebben niet graag dat ze in die moskee diensten in het Arabisch houden, want wie weet wat zeggen ze daar allemaal? "Ze kunnen zelfs terroristische plannen smeden of extremistische haatpropaganda verkopen en we verstaan het niet eens..." (beetje paranoïde, niet?)
3) in de gedragingen: kledij, bepaalde godsdienstige rituelen (neem nu de vlaamse afkeer voor het rituele offerfeest waarbij schapen geslacht worden), of culturele verschillen door opvoeding. Wist u dat traditioneel opgevoede Indiërs de notie "schuldgevoel" niet echt kennen? Wist u dat een gegeven woord bij Magrebijnse volkeren veel relatiever is dan bij ons en altijd afhankelijk van de actuele situatie? Iets wat gisteren onder bepaalde omstandigheden beloofd werd, kan vandaag heel anders uitdraaien als de situatie plots veranderd is. Dit is heel gelijkend met de houding van Indianen uit het zuidwesten van Noord-Amerika, zoals o.a. Zunji. Dit is ook de reden waarom de blanke veroveraar niet goed opschoot met hen ("ze houden hun woord niet") en het daarom nodig achtte hen gewoon uit te roeien. Die grond van de hedendaagse neo-conservatieve houding is nu ook het lichtend voorbeeld voor het VB. (Men vraagt zich trouwens af waarom ze dingen godbetert op z'n Amerikaans willen doen terwijl ze hun eigenheid per se willen bewaren.)

AANZUIGEFFECT
Dit wil niet zeggen dat alle VB'er plots allemaal psychoten zijn, zeker niet. Maar er moet wel gezegd worden dat een programma zoals dat van het VB, meer dan dat van andere partijen in België, een sterk aanzuigeffect heeft op psychoten, vooral op paranoïde psychotici die mogelijk kunnen overgaan tot een agressieve "passage à l'acte". De haat-propaganda en de oorlogstaal werken zulke uitbarstingen in de hand. Bovendien zijn er ook nog heel veel mensen die dan inderdaad niet psychotisch zijn, en in het leven ook volledig normaal fungeren, maar die wel paranoïde trekken vertonen (paranoïde persoonlijkheidsstoornis). Deze mensen zijn ook potentiëel kiesvee voor het VB.

Indien het VB een morele positie wenst in te nemen, en kennis heeft van het aanzuig-effect op zulke individuen, dan dient het te zorgen dat het z'n afkeuring voor zo'n daden sterk op de voorgrond plaatst. Ik vind trouwens dat het begrip aanzuig-effect hier op z'n plaats is. Vroeger sprak het VB over de “profiteurs uit derde-wereld-landen”, nu spreken ze over “het aanzuig-effect van onze economie op mensen uit derde-wereld-landen.” Aanzuig-effect is iets negatiefs wanneer het in die zin gebruikt wordt, en impliceert ook dat er iets dient gedaan te worden als afdamming van dit aanzuig-effect. Daar roept het VB toch duidelijk toe op: ons land zou, volgens hen toch, z'n grenzen volledig moeten sluiten voor iedere islamiet (als we de krantjes van het VB mogen geloven, en we tellen de berichten over allochtonen en islamieten, dan heeft het VB een zeer specifieke afkeer voor vreemdelingen die aanhangers zijn van de islam). Onze economie en onze sociale zekerheid zouden ook het profitariaat moeten tegengaan en deze mensen geen geld meer geven. In diezelfde context mag het VB dus iets doen aan het aanzuig-effect dat het kan hebben op gevaarlijke psychotici. Dat wil niet zeggen dat men psychotici plots moet gaan demoniseren, maar men zou er wel goed aan doen het programma uit te kuisen en duidelijke paragrafen in te voeren waarin de afkeuring van bepaalde standpunten uitgebreid vermeld wordt. Het is altijd makkelijk om als oppositie-partij heilige huisjes omver te werpen, maar men moet ook de nieuwe grenzen afbakenen, anders eindigt het alleen maar in grenzeloze waanzin of anarchie.

Waarom moeten andere partijen dit niet doen? Wel, ze verkondigen ook geen standpunten die een specifieke bevolkingsgroep trachten uit te sluiten.

SAMENZWERINGEN
De paranoïde aspecten die men terug vindt bij sommige meer extreme aanhangers van het VB, wiens meningen men weergegeven ziet in posts op sites als die van Jurgen Verstrepen, Muurkrant en vooral op meer extreme sites als Blood&Honour zijn soms grotesk. Sommige posts gewagen van echte complot-theorieën waarin de linkse SP.A en PS echte maffia-praktijken zouden bedrijven en via infiltratie in de media met daaruit voortkomend censurering en manipulatie van de media. Deze zouden in het teken staan van hulp aan inwijkelingen en eigen verrijking op de rug van de hardwerkende Vlaming. Daarom moeten ze opkomen voor deze rasechte Ideale Man, sommigen menen zelfs dat de redding van het ras afhangt van gewapende actie (sommige B&H-sites). Dergelijke postings die duidelijk een gelijkaardig paranoïde inslag hebben, zijn dus ook een aanwijzing voor het aanzuigeffect dat het programma van het VB uitoefent op psychotici. Bij sommigen is de waanzin (nog) niet doorgebroken maar leeft de idee al in de bodem... en doorbraak is doorgaans niet meer dan het vernis dat eraf splintert. Wat bovendien erg is, is dat zulke ideeën schijnbaar als geldende norm leven onder een hele hoop Vlamingen en simpelweg heel normaal bevonden worden.

Ook psychotici menen dat ze leven in een web van samenzwering en dat zijzelf de redding van de wereld kunnen betekenen. Alles heeft een boodschap en is een persoonlijk geadresseerd bericht (bvb: "Fortis denkt aan jou" wordt zeer serieus letterlijk genomen heb ik eens gemerkt in de kliniek), en ieder bericht kan gemanipuleerd zijn. Vertrouw desnoods zelfs je eigen gedachten niet. Dat is de wereld van paranoïde waanzin waarin de psychoticus leeft. Indertijd werkte ik in twee verschillende instellingen in Oost-Vlaanderen als psycholoog, en het was opmerkelijk dat alle (en hier bedoel ik wel degelijk 100% van alle psychotici op de afdelingen van beide instellingen waar ik werkte) psychotici op onze afdeling op het VB stemden en ze vroegen me of ik verkiezingspanelen in m'n tuin wou zetten, en eentje ervan was tijdens zijn korte momenten van zinnigheid zelfs gemeenteraadslid van het VB in een gemeente die ik niet nader wil noemen uit respect voor de privacy van de man. Zijn ideeën waren altijd even paranoïde en zijn vreemdelingenhaat altijd even groot, of hij nu tijdelijk zinnig of waanzinnig was.

Psychose is ook maar een manier van zijn, je gaat mij nooit horen zeggen dat de ene vorm beter is dan de andere. De publieke opinie daarentegen vindt psychose meestal "afwijkend", "ziek" of "abnormaal". Hoe komt het dan dat een partij en haar kiezers die gelijkaardige trekken vertonen, dan wel als normaal ervaren worden door de media en een groeiend deel van de publieke opinie?

                                                
* * *

Korte komkommer-commentaar van het Netwerk:
Deze tekst, ongeacht de psychische aandoening waaraan Hans Van Themsche eventueel zou lijden, is natuurlijk verleidelijk om racisme en xenofobie te gaan analyseren in termen van een psychische afwijking, met uiteraard de dooddoener: “Hitler was een psychopaat” alsof fascisme en nazisme een creatie waren van de persoon Adolf Hitler. Hoezeer een analyse in termen van psychopathologie op het individueel-psychologische niveau ook correct kan zijn, xenofobie en racisme zijn maatschappelijke fenomenen en het Vlaams Belang is een politieke partij, geen ziekenhuisboeg van psychoten. De wortels van het racisme en de xenofobie, zoals van het fascisme en het nazisme, zijn maatschappelijk-politiek en moeten dus in eerste instantie op dit terrein bestreden worden. Zonder het maatschappelijke veld waarin racisme en xenofobie en eraan gelieerde politieke partijen en groepen hun wortels vinden, kunnen individuen niet “aangezogen” worden. In de jaren 1960 toen er ook reeds volop gastarbeid was in België, werd er amper van racisme gesproken en werden paranoïde psychoten niet aangetrokken door het beeld van een ongrijpbare vijand.

Ook geldt eigenlijk voor allen onder ons dat we ons in de eerste plaats identificeren met mensen waarmee we menen overeenkomsten en gemeenschappelijkheden te hebben: onze familie, vrienden, kameraden en collega’s. In die zin halen diegenen die beweren dat er een vorm van racisme en xenofobie in elk van ons zit, wel gelijk. De identificatie met “gelijken” geldt niet alleen voor Vlaams Belang-kiezers. De vraag is welke identificaties het maatschappelijke veld “aanbiedt”: de vroegere arbeidersklasse bestaat bijvoorbeeld in Vlaanderen door de differentiatie en de vermenging van beroepen en loopbanen nauwelijks nog als maatschappelijke realiteit. Die leegte is door nieuwe identiteitsbronnen ingevuld en het “ras” of de nationaliteit is er daar één van. Om de perversies van deze nieuwe identiteitsbronnen te vermijden, moet het maatschappelijke veld via de organisatie van de economie, de wereld van de sociale verenigingen en het onderwijs dus kansen geven voor sociale identiteitsbronnen die niet dreigen uit te lopen op een nieuwe Holocaust.

weerwerk van paz smidts

Manifest: Voor een andere psychiatrie

Als men ervan uitgaat dat een persoonlijkheid kan veranderen, tot bloei komen of afsterven zou men er theoretisch ook kunnen uit afleiden dat goede therapie mensen weer op juiste spoor zet, zelfinzichten geeft die hen toelaten hun duistere kantjes wat meer aan de oppervlakte te laten komen, en dat goede therapie kan zorgen voor een sterkere persoonlijkheid die minder hotst en klotst op de rivier die het leven is. De therapiëen in het St.Jozefsinstituut Kortenberg (waar ik ‘par hasard’ ben terechtgekomen; maar elders is het net hetzelfde) zijn een soort samenraapsel van bezigheidstherapie, heropvoeding en controle door therapie. Waarom wordt iemand die bij zichzelf aan psychoanalyse wilt doen in dit gebouw, niet gehoord? Als de persoonlijkheidsstoornis er niet te licht voor is, dan is ze blijkbaar te zwaar. En we, zo zeggen “ze”, kunnen bij “gevaarlijke gekken” die gecolloceerd zijn toch het risico niet lopen zichzelf te laten onderzoeken, of nog erger, in therapie te gaan bij een soort “alternatieve” dokter?

Er wordt praktisch alleen naar het genetische kantje gekeken en dan wordt er “behandeld” met medicatie. Psychiaters gaan er van uit dat een “persoonlijkheidsstoornis” toch niet kan genezen, en dus is het maar slikken en slikken, 40 tot 50 jaar van uw leven pillen slikken, zonder hoop op definitieve genezing. Zo kan het toch niet langer. Waarom eens niet naar de mens achter de patiënt kijken, en zich verdiepen in een (unieke) persoonlijkheid dan in een ziektebeeld? Als arts intuïtie durven gebruiken, durven trauma’s bloot te leggen, waarom gebeurt dat niet? Is het omdat “wetenschappelijk onderzoek” door de psychofarmacie wordt gesponsord en dus noodzakelijkerwijs naar één richting moet duiden, als het ware vanaf het begin van het “onafhankelijk” onderzoek? Is het omdat psychiaters geen moed hebben, geen vertrouwen in hun emotionele kant? Of is psychiater-zijn  zelf al een ziektebeeld op zich, een aan autisme verwante stoornis?

Heren en dames psychiaters, wordt wakker! Probeert u voor één keertje de wereld eens te verbeteren i.p.v. mensen psychisch of fysiek gevangen te zetten! Voor u zit een mens, die toevallig in het systeem is gerold. Gaat u zijn leven kraken of maken? Aan u de keus

Paz Smidts 10 juni 2006

Moederschoot

Een herinnering
Aan warmte
Te laat teruggekomen in ons geheugen
Cruciale afspraken met de God
Van dood en liefde
Gemist
Terug door de
Psychische toendra
Te voet bovendien
Met lasten die mijn jeugd belogen
Van een tijdsduur bedacht door een sadistische Engel.
Met primitieve werktuigen-
En wensen die onvervuld bleven omwille van een onverschillige wereld.
Ik krab in mijn haar
En keer terug.

Paz Smidts

Sterke Stijging Gedwongen Opnames In Psychiatrie

(Op basis van een artikel in De Standaard 10/6/2006)

Jaar na jaar worden er meer Vlamingen gedwongen opgenomen in psychiatrische ziekenhuizen. Dat zegt Raf De Rycke, gedelegeerd bestuurder van de Broeders van Liefde en aldus beheerder van een ganse reeks psychiatrische ziekenhuizen in Vlaanderen. Op basis van de cijfers voor Oost-Vlaanderen was 2005 volgens hem opnieuw een recordjaar. Het aantal gedwongen opnames steeg in Oost-Vlaanderen in 2005 tot 622, 109 meer dan in 2004. ,,In de andere Vlaamse provincies is de situatie gelijkaardig. Zo komen we voor alle Vlaamse psychiatrische ziekenhuizen samen op 2.400 à 2.500 gedwongen opnames in 2005.” De Federale Overheidsdienst Volksgezondheid kon gisteren geen commentaar geven bij de cijfers van De Rycke. De recentste cijfers waarover men daar beschikt, zijn van 2003. Maar ook uit die cijfers blijkt dat er jaar na jaar meer mensen gedwongen opgenomen worden. In 1999 telde Vlaanderen nog maar 1.454 gedwongen opnames. In 2000 werden het er 1.496, 1.605 in 2001, 1.950 in 2002 en 1.968 in 2003.

“Elk jaar zijn er meer, zonder dat iemand echt weet wat de oorzaak is,” zegt De Rycke.

Zonder dat iemand  echt weet wat de oorzaak is? De Rycke moet dan toch ook toegang hebben tot de gegevens over de REDEN waarom ze zijn opgenomen in zijn ziekenhuizen? Dan zal toch blijken b.v. dat het niet om schizofrenen of borderliners gaat.

De Rycke ‘vermoedt’ wel zo één en ander. ,,Er is het stijgende middelenmisbruik, van alcohol, drugs en medicamenten.”

Nogmaals: hij moet toch weten welke categorie mensen er meer dan vroeger gedwongen opgenomen worden. Hij vraagt om een onderzoek naar de ‘oorzaken’. Voor wie goed kan luisteren, betekent dit: hij vraagt van de overheid GELD. Kan hij niet beginnen met eerst zelf de gegevens van zijn ziekenhuizen te analyseren?

“We zien ook dat steeds meer mensen aan psychiatrische aandoeningen lijden ten gevolge van de stress, de vereenzaming en de individualisering in de maatschappij.”

De typische katholieke clichés. Die zijn natuurlijk correct, maar geen woord over werkloosheid, geen woord over het stijgende aantal allochtonen dat je in de psychiatrische inrichtingen kunt aantreffen. Geen woord over dolende asielzoekers die in de psychiatrie worden gestopt.

“Meer opnames betekent logischerwijze ook meer gedwongen opnames. We merken vooral dat er aan het einde van de week meer mensen verplicht worden opgenomen, vermoedelijk omdat de gewone toegang tot de hulpverlening dan moeilijker is. Gedwongen opname wordt vaak het ultieme redmiddel als men niet weet wat men met die mensen moet doen.''

Dit klopt niet. Volgens een recent onderzoek van Vlabo, het overlegplatform geestelijke gezondheidszorg Vlaams Brabant, wordt er, voor gans Vlaanderen, vooral in de week en inderdaad meer op vrijdag gedwongen opgenomen maar juist NIET in het weekend. Volgens onze boerenwijsheid omdat de procureur des Konings dan niet werkt. Het blijkt immers dat het leeuwenaandeel van de gedwongen opnames gebeurt via de spoedprocedure, waarbij de procureur het initiatief moet nemen. Het zou inderdaad wel kunnen dat op vrijdag, bij het begin van het weekend, er meer alcohol- of drugsgebruik is. De Rycke laat inderdaad uitschijnen dat zijn cijfers betrekking hebben op de gedwongen opname via de spoedprocedure. Dat betekent in de praktijk zelfmoordpogingen of geweldplegingen. Waarom zegt De Rycke hier niets over? Hij moet toch ook toegang hebben tot de gegevens waaruit blijkt in welke toestand die mensen naar zijn ziekenhuizen zijn gebracht.

Het probleem is natuurlijk niet dat het middelenmisbruik stijgt, maar WAAROM dit stijgt. Wij leven volgens onze politici toch in één der welvarendste regio’s ter wereld? Het radionieuws deze nacht meldde dat de stijging mogelijk ook te wijten zou zijn aan het feit dat de politie meer vertrouwd is geraakt met de procedure van de gedwongen opname. De procedure is evenwel ingevoerd in 1991: WAAROM ONTDEKT DE POLITIE DEZE PROCEDURE PAS NA 2000?

De voorwaarden voor zo'n verplicht verblijf in de psychiatrie zijn nochtans streng en duidelijk. De betrokkene moet geestesziek zijn, hij moet een gevaar zijn voor zichzelf of voor de maatschappij en er mag geen alternatieve behandelingsmogelijkheid zijn. Tot het begin van de jaren 90 kon de burgemeester op basis van een medisch attest zo'n 'collocatie' aanvragen. Maar in 1991 kwam er een nieuwe wet die een gerechtelijke tussenkomst noodzakelijk maakte. De beslissing is nu in handen van de vrederechter. Alleen als er echt haast bij is, mag het parket een verplichte opname bevelen. Zowel de vrederechter als het parket moet zich baseren op een medisch attest. Eens opgenomen ligt het lot van de patiënten feitelijk (maar niet juridisch!) in de handen van de artsen in de psychiatrische ziekenhuizen.

Naar aanleiding van de beslissing van de regering tot het bouwen van een nieuwe jeugdgevangenis als antwoord op de moord op Joe Van Holsbeeck schreven wij: “In een context waarin sociale en pedagogische maatregelen blijken te falen (o.i. in eerste instantie omwille van hun ondoordachtheid) en waarin het neurogenetische discours via allerlei megafonen in de media overheersend is geworden, zien we dan de jongste jaren een duidelijke tendens naar de oprichting van nieuwe kampen. Het enige tastbare antwoord dat de politici in de zaak Joe Van Holsbeeck weten te verzinnen is de oprichting van een nieuwe jeugdgevangenis. Stilaan staat ons land zo vol concentratiekampen (de gewone gevangenissen, de gesloten asielcentra, de transitzones in Zaventem, de psychiatrische inrichtingen, de heropvoedingsgestichten allerhande). Terwijl de rijken zich gaan verschansen in 'gated communities' zoals Bokrijkpark, wordt al wie de maatschappij kan verstoren in kampen geconcentreerd.
Wat is een kamp? Een kamp is een ruimte waar de uitzondering regel is. In het kamp is, zoals Hannah Arendt zei, in principe ‘alles mogelijk’. De ingezetenen hebben geen of een duister juridisch statuut: ze kunnen zich voor een menswaardige behandeling niet beroepen op politieke of burgerlijke rechten maar zijn afhankelijk van de goodwill van bewakers en opzichters. Zijn de politiemensen in de transitzone van Zaventem vriendelijk, dan heb je geluk; zijn ze brutaal dan heb je pech. Zo simpel is dat.”

Hetzelfde meer en meer ook voor de psychiatrische inrichtingen. Wij beschikken over aanwijzingen dat meer en meer mensen in de psychiatrie terechtkomen niet omdat ze  een duidelijke psychiatrische aandoening hebben maar omdat ze op één of andere manier zorgen voor OVERLAST (met ook hier de vraag: is er meer overlast dan vroeger, en zo ja, waarom is dat zo?). Op die manier geraken zoals vroeger de landlopers, nu dolende asielzoekers en herrieschoppende autochtonen en vermoedelijk vooral allochtonen in de psychiatrie terecht. Deed de politie vroeger nog enige moeite om herrieschoppers allerhande te bedaren, dan worden ze nu overhaastig opgepakt zonder dat men “weet wat men met die mensen moet doen” (zoals De Rycke het zegt). Omdat men ze niet langer dan 24 uur kan vasthouden, worden ze dan maar naar de psychiatrie gebracht.

Wij herhalen dan ook onze oproep aan onze beschermvrouwen Annemie Roppe, Jacinta De Roeck, Michèle Hostekint en onze beschermheer Sven Gatz de bevoegde ministers van Volksgezondheid te interpelleren over deze evoluties met betrekking tot de gedwongen psychiatrische opnames, en meer bepaald naar de evolutie van het aandeel van de allochtonen in het aantal opnames.

Bovendien vragen wij hen de ministers te interpelleren over de kwaliteit van de behandeling van de allochtonen in de psychiatrische inrichtingen. Op basis van getuigenverklaringen van allochtone én autochtone patiënten menen wij te mogen opmaken dat allochtone patiënten wanneer ze zoals elke patiënt wel eens doet zich luidruchtig beklagen over iets, ze onmiddellijk gegrepen worden, plat gespoten worden en voor enkele dagen in de isoleercel worden gestopt. In het algemeen geldt dat het volstoppen van de psychiatrie met mensen die min of meer agressief zijn ingesteld maar geestelijk gezond zijn, het therapeutisch klimaat dat in de psychiatrische instellingen hoort te heersen, alleen maar kan verzuren.

In het algemeen vragen wij ook iedereen zich te bezinnen over deze tendens om alle ‘storende elementen’ in de samenleving maar in een soort kampen te plaatsen. We willen geen vergelijking maken met Nazi-Duitsland maar het afzonderen van mensen in plaatsen waar hun rechten niet duidelijk zijn bepaald, is een smet op de waarden die onze democratische samenleving zo hoog in het vaandel voert. Voor het ogenblik zijn de levensomstandigheden in die ‘kampen’ al bij al nog bijzonder menselijk, maar dat waren ze in Nazi-Duitsland in de jaren vóór de Tweede Wereldoorlog ook. We wijzen er ook nog op dat er nooit voorheen in België zoveel mensen in de gevangenis zaten als in 2005-2006 en dat het prangende probleem van de geïnterneerden waarvoor België al ettelijke malen op de vingers is getikt door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens nog steeds op een oplossing wacht.

 

Meer en meer geldt ons parool:

ER IS IETS MIS MET DE PSYCHIATRIE

IS ER IETS MIS MET DE SAMENLEVING?

de dubieuze rol van het verzekeringswezen

Veel privé-ziekteverzekeringspolissen zoals hospitalisatieverzekeringen voorzien dat medische kosten niet uitgekeerd worden wanneer het gaat om een psychische aandoening of wanneer je opgenomen wordt in een psychiatrische afdeling.

Vandaar dat b.v. patiënten met fibromyalgie (chronische spierpijnen en spierstijfheid; oorzaak onbekend) of patiënten gediagnosticeerd als chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS; oorzaak onbekend; niet iedereen is het er trouwens over eens of CVS en ook burn-out eigenlijk wel aparte ziektes zijn) en meer en meer ook schizofrenie- en depressiepatiënten hun ziekte erkend willen zien als een fysiek-organische aandoening. De verzekeringsmaatschappijen weigeren immers deze mensen hun gezondheidskosten terug te betalen omdat fibromyalgie en co ‘tussen de oren zitten’ en psychische aandoeningen (zouden) zijn die in de polis uitgesloten worden. Fibromyalgie-patiënten verweren zich dan door elke psychische oorzaak van hun ziekte te ontkennen en door zich te beroepen op bepaalde wetenschappelijke onderzoeken die wijzen of zouden wijzen op een fysiek-organische etiologie.

We zien hier dat de kans op terugbetaling als het ware gaat bepalen hoe de patiënten hun ziekte gaan beleven en voor welke therapie ze zich al dan niet open stellen. Want gaat een fibromyalgie-patiënt in psychotherapie of laat hij zich verzorgen door een psychiater, dan zal de verzekeringsmaatschappij dat uiteraard aangrijpen als bewijs dat het effectief om een psychische aandoening gaat die door de polisclausule uitgesloten is van uitkering. Kortom: de wetenschappelijke vraag naar de oorzaak van fibromyalgie, CVS, e.d. is gekoppeld aan een heel specifieke tegenstelling in financiële belangen tussen patiënt en verzekeraar. Een situatie die duidelijk niet gunstig is voor de wetenschappelijke discussie of het wetenschappelijk onderzoek (dat immers niet altijd onafhankelijk is en zo al genoeg door belanghebbende privé-bedrijven of particuliere organisaties wordt gesponsored): allerlei lobbyisten gaan pogen de resultaten van het onderzoek te sturen en bepalen zo ook welke therapeutische perspectieven geopend of gesloten worden.

Eén oplossing: een wettelijk verbod op verzekeringsclausules die voorzien dat kosten voor psychische aandoeningen niet worden uitgekeerd. Deze discriminatie van de psychisch lijdende mens of de psychiatrische patiënt berust op geen enkele degelijke argumentatie.

Belang van het kind of belang van het onderzoek?

(NRC Handelsblad 27/5/2006)

Nederlandse psycholoog laat zich aanklagen

Op verzoek van kinderpsycholoog R. Bullens zelf heeft de beroepsgroep NVO (Nederlandse Vereniging van pedagogen en Onderwijskundigen) een klacht ingediend over zijn handelen als deskundige bij de Schiedamse Parkmoord waarbij een tienjarig meisje werd vermoord. Het college van toezicht van de NVO zal eind volgende maand uitspraak doen. Dit blijkt uit het verweerschrift van Bullens. Volgens Bullens maakt zijn beroepsgeheim het hem onmogelijk publiekelijk in te gaan op de beschuldigingen. De enige manier om zijn handelen in deze zaak te toetsen, zegt hij, is als zijn beroepsgroep de klacht behandelt.

De opsporing en vervolging in de Schiedamse Parkmoord leidden tot een crisis bij justitie en politie toen bleek dat de verkeerde man was veroordeeld voor de moord. Uit onderzoek van de commissie-Posthumus bleek dat politie en justitie ernstige fouten hadden gemaakt. Posthumus concludeerde ook dat de rol van deskundige Bullens in het begin van het opsporingsonderzoek „sturend” is geweest.

Kinderpsycholoog Ruud Bullens werd twee weken na de moord op een tienjarig meisje in het Beatrixpark in Schiedam door officier van justitie Edelhauser gevraagd als deskundige. Bullens werd gevraagd aanwezig te zijn bij de verhoren van de 11-jarige Maikel, het vriendje van het meisje dat aanwezig was bij de moord in het park en de aanval overleefde door zich dood te houden. De taak van Bullens was het „welzijn” van Maikel te controleren. Bullens is bij drie van de acht verhoren (het vierde, vijfde en zesde) achter de schermen aanwezig geweest.

Hij zou het vermoeden van de politie hebben bevestigd, namelijk dat Maikel mogelijk (mede)-dader was van de moord. Bullens rapporteerde na een eerste gesprek met Maikel aan de politie dat hij „een bijzonder kind is, dat mogelijk een groot geheim heeft” . Die observatie was volgens het rapport-Posthumus voor de politie de „reden en rechtvaardiging om Maikel bij herhaling stevig aan te pakken”. De commissie-Posthumus stelt dat vooral het vijfde verhoor, waarin de rechercheurs met Maikel ‘naspelen’ hoe hij door de dader werd verwurgd met een schoenveter „ontoelaatbaar” was en dat het „onbegrijpelijk” is dat Bullens niet heeft ingegrepen. Later sprak minister Donner (Justitie, CDA) in de Tweede Kamer zijn onbegrip uit over Bullens’ handelen.

Bullens zegt dat zijn rol bij de politieverhoren wordt overschat. „De wijze van verhoren is de verantwoordelijkheid van politie en justitie. Zij hebben de expertise. Ik moest Maikels welzijn in de gaten houden. En Maikel gaf zelf aan dat hij er goed tegen bestand was.” Volgens Bullens is het ondenkbaar dat een deskundige ingrijpt tijdens een verhoor. „Wat nu als ik achter de glaswand vandaan was gesprongen en tussen de politie en Maikel was gaan staan. Wellicht stonden ze net op het punt om hem tot een bekentenis te brengen. Dan had ik het onderzoek onherstelbaar verstoord.” Bullens dringt aan op betere regelgeving voor de inzet van deskundigen.

In de periode van de verhoren van Maikel was er nog geen dader gevonden. Bullens: „De atmosfeer was gespannen. Er liep iemand rond die een kind had vermoord. Alle opties stonden open, óók de mogelijke betrokkenheid van Maikel. Het belang van de opsporing ging in dit geval bóven het belang van het kind.” Volgens Bullens was Maikel niet getraumatiseerd door de ervaring in het park. Hij deed een maand na de moord een persoonlijkheidsonderzoek bij Maikel en concludeerde dat hij hoogstwaarschijnlijk niet medeplichtig was en dat zijn verklaringen betrouwbaar waren. Dat rapport is door de officier van justitie niet toegevoegd aan het strafdossier. Bullens heeft erop aangedrongen bij de vader van Maikel een klacht tegen hem in te dienen. De vader eist van Bullens excuses. Deze weigert. De vader van Maikel weigert een aanklacht in te dienen uit vrees dat zijn zoon opnieuw moet worden verhoord.

Psychisch Lijden is Kassa (De Morgen 16 mei)

farmalobby zet nurture vs. nature-debat naar haar hand

Is psychisch lijden het gevolg van onze genen of is het de schuld van de opvoeding? Het debat is in wetenschappelijke kringen min of meer beslecht: het is een 'nurture én nature'-verhaal. Toch horen we bijna alleen over nieuwe geneesmiddelen en zelden over pakweg het heilzame effect van psychotherapie. De verklaring? Eén woord: geld.


Door Tom Cochez

Het aanbod 'nieuwe wetenschappelijke studies' dat dagelijks binnenrolt op een redactie is gigantisch. Onderzoeken die bulken van lekker ogende cijfertjes, nieuw ontdekte genen of geneesmiddelen voor 'nieuwe aandoeningen' die op de keper beschouwd helemaal geen aandoeningen blijken te zijn. Alles passeert de revue. Een nieuw fenomeen daarbij is het opduiken van een heus circuit aan vzw's die tot nobel doel hebben de mensen voor te lichten over de ernst van allerlei onderschatte medische problemen. Dat die in werkelijkheid de noemer 'medisch probleem' amper of soms helemaal niet verdienen, doet er niet toe. Het doel is duidelijk: alles moet gemedicaliseerd worden, ook en vooral de geest, want daar wacht een nog quasi onontgonnen jachtterrein van onontdekte of nog niet benoemde 'aandoeningen' waarvoor lucratieve geneesmiddelen ontwikkeld kunnen worden.


Gekanteld discours

"Het is overduidelijk dat de slinger zeer ver doorslagen is", zegt professor Paul Verhaeghe van de vakgroep psychoanalyse en raadplegingspsychologie aan de U Gent. "In de jaren zeventig was het al psychologie wat de klok sloeg. Alles was de 'schuld' van de moeder en de vader en al het psychisch lijden was te genezen door de kindertijd te doorgronden. Een aantal mensen heeft er zelfs zo'n fikse kater aan overgehouden dat ze vervallen zijn in het ander uiterste dat zegt dat alle psychisch lijden uitsluitend genetisch en neurologisch verklaard kan worden."

Het einde van die slingerbeweging is volgens de Gentse professor overigens nog niet in zicht. "De pendelbeweging loopt al meer dan driehonderd jaar over en weer. In de achttiende eeuw was het ook al nature wat de klok sloeg. Men ging er toen van uit dat psychisch lijden anatomisch aantoonbaar was. Men is honderd jaar bezig geweest met lijkontledingen om de oorzaak te vinden." Eind negentiende eeuw duwde Freud de slinger resoluut weer de andere kant op. De visie die Freud ontwikkelde, leidde de absolute bloeiperiode van de psychologische benadering van psychisch lijden in.

Intussen leven we weer in een tijd waarin 'Freud-bashing' vaste prik is geworden en alle heil wordt verwacht van genetica en medicatie. "In wetenschappelijke kringen leeft het nature-nurturedebat nog amper omdat de uitkomst ervan min of meer duidelijk is. De 'strijd' wordt vooral in de populaire wetenschappelijke wereld voortgezet, maar in ernstige wetenschappelijke bijdragen is men het debat voorbij."

De uitkomst is zeer genuanceerd. "Er zijn razend interessante studies die aangeven dat het genetische luik en het milieu in min of meer gelijke mate een rol spelen", zegt Paul Verhaeghe. "Het wetenschappelijk inzicht dat het, afhankelijk van welk soort psychisch lijden, om een en/en-verhaal gaat, heeft vanzelfsprekend ook implicaties voor behandelingen. Voor depressie bijvoorbeeld is aangetoond dat pyschotherapie in veel gevallen beter werkt dan medicatie alleen."


Farmalobby

Toch leert de praktijk dat de op het 'nature'-luik gestoelde aanpak doorgaans de bovenhand haalt. De praktijk staat met andere woorden haaks op de wetenschappelijke consensus. Daarbij spelen twee elementen een doorslaggevende rol: politiek en industrie. "Er wordt bijvoorbeeld geargumenteerd dat psychotherapie veel duurder is dan een behandeling met geneesmiddelen", zegt Paul Verhaeghe. "Dat is larie. Effectiviteitsstudies tonen net het omgekeerde aan, op voorwaarde dat men de hospitalisatiekosten van patiënten in rekening brengt die net via psychotherapie buiten het ziekenhuis gehouden worden. Dat men psychotherapie nauwelijks laat terugbetalen door de ziekteverzekering is natuurlijk een politieke keuze."

Veel belangrijker nog is de gigantische lobbymachine van de farmaceutische industrie die op volle toeren draait om toch maar het beeld te slijten dat ook psychisch lijden een neurologische of louter genetische basis heeft. "Het is niet verboden om te hopen dat angsten, depressies, verslavingen en psychosen een basis zouden hebben in de hersenen", zegt psychoanalyticus Lieven Jonckheere, docent aan de Hogeschool Gent en psychoanalyticus. "Alleen wordt er nooit bij vermeld dat daarvan voorlopig zogoed als niets bewezen is. Het zogenaamd 'wetenschappelijk' onderzoek dat doet uitschijnen dat er wel harde bewijzen voorhanden zijn, wordt doorgaans gesponsord door de farmaceutische industrie."

Volgens Jonckheere is er zelfs sprake van een nieuw 'sociologisch fenomeen'. "Een tijdje voor de lancering van bijvoorbeeld een nieuw antidepressivum, zoals Prozac indertijd, komt er plots een stroom 'wetenschappelijke studies' op gang waarin vooreerst een alarmerende verhoging van de frequentie en de intensiteit van depressies wordt geconstateerd. Vervolgens wordt dan langs de neus weg gesuggereerd dat de oorzaak daarvan wel eens 'biologisch' zou kunnen zijn."


Psycho-educatie

Volgens Lieven Jonckheere is er ook sprake van een onbegrijpbare discrepantie in het betoog van de industrie. "Enerzijds komen er steeds betere antidepressiva op de markt, maar anderzijds worden de cijfers van het voorkomen van depressie ook van langsom hoger. Ofwel worden die cijfers door de farmaceutische marketing opgeklopt om weer een nieuw efficiënter antidepressivum op de markt te brengen, ofwel moet men terugvallen op allerlei onfrisse ideologieën van degeneratie, zoals onze hersenen die van langsom 'zwakker' worden of onze cultuur die onleefbaarder wordt. De industrie bezondigt zich dus ofwel aan cijfermanipulatie ofwel aan doemdenken in verband met de hersenen en of onze cultuur."

Borderline of ERS?

De Nederlandse cognitieve gedragstherapeuten spreken niet meer van borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS zoals op de DSM-IV) maar van ERS, Emotionele Regulatie Stoornis. Het accent komt daarbij te liggen op het gegeven dat bordies onderhevig zijn aan extreme stemmingswisselingen en emotionele uitbarstingen zowel tegenover zichzelf (zelfverminking) als tegenover anderen (woedeuitbarstingen b.v.). Aan ERS is ook een therapie verbonden, VERS oftewel Vaardigheidstraining Emotionele Regulatie Stoornis. De therapie is erop gericht controle te verwerven over die emotionele outbursts. M.a.w. als  je maar niet storend bent voor jezelf of voor anderen, ben je ongeveer ‘genezen’. Dit is het paradigma van de Cognitieve GedragsTherapie. Je bent via de cgt-therapie aangepast aan het standaardmodel van hoe een mens in deze samenleving hoort te zijn. Gezondheid wordt synoniem met het niet zorgen voor overlast (voor jezelf of voor anderen). De vraag naar waarom je iets van jezelf niet waardeert of waarom iets anderen overlast bezorgt, wordt niet gesteld en is totaal taboe.

Wat me telkens opvalt bij 'consumenten' van de Cognitieve GedragsTherapie is:
1. de emotionaliteit waarmee ze hun afkeer (angst? defensieve weerstand?) uitdrukken over het freudiaanse 'jarenlang over zichzelf praten'. Daaruit blijkt hoe bedreigend een zelfconfrontatie voor die 'consumenten' is.
2. het fanatisme waarmee ze hun therapie verdedigen en de agressiviteit waarmee ze reageren op vragen naar de duurzaamheid van de bekomen resultaten en op de vraag of verdwenen symptomen niet in een nieuwe vorm terug opduiken die schijnbaar niets van doen heeft met de oorspronkelijke nu 'verdwenen' symptomen.
3. hun fatalisme: cgt-isten gaan er in veel gevallen van uit dat ze opgezadeld zitten met een erfelijke/aangeboren handicap die hen nooit zal verlaten zodat ze gedoemd zijn, naast hun cgt-therapie, levenslang medicijnen te slikken.

Met het standaardmodel van de 'normaal' functionerende mens voor ogen komt cognitieve gedragstherapie eigenlijk neer op het ontkennen van dat wat het meest subjectief en singulier (éénmalig) aan ons is. Of het nu gaat over angst- en paniekstoornissen of over borderline-problematiek of over een andere stoornis, telkens is de therapie erop gericht datgene uit te schakelen dat zo storend is dat je jezelf niet meer kan aanvaarden of  dat overlast voor anderen betekent. Uitschakeling van die storende elementen, van die elementen die afwijken van het standaardmodel van hoe we horen te zijn, komt dan eigenlijk neer op het doden van onze subjectiviteit en onszelf stroomlijnen tot de zoveelste kopie van de massamens, van het standaardmodel. De cognitieve gedragstherapie is dan ook een ‘democratische’ therapie: ze is bedoeld voor mensen die een onopvallend rimpelloos leven willen lijden en die het zich sociaal niet kunnen veroorloven eens door het lint te gaan. Een leven dus zonder laagtes maar ook zonder echte hoogtes. Dit verklaart waarom de cognitieve gedragstherapie zo goed scoort: mensen willen ‘normaal’ maatschappelijk functioneren, professioneel slagen, een goed ouder zijn voor hun kinderen, enzovoort. Alles wat deze oppervlakkige normaliteit verstoort, kan dan inderdaad op een economische manier door dressuur weggewerkt worden zonder dat men zijn wijze van in de wereld te staan in vraag moet stellen, zonder dat men moet raken aan de eigen subjectiviteit. Psychoanalyse is inderdaad altijd een elitaire therapie geweest: ze vergt veel tijd en veel geld. Maar psychoanalyse heeft dan ook een totaal ander doel: ze beoogt in plaats van het uitschakelen van je subjectiviteit, de ontluiking en verrijking van je subjectiviteit. Of elke psychoanalyticus dat in zijn of haar praktijk met een analysand ook kan realiseren, is natuurlijk een andere zaak.

Verrijking van je subjectiviteit: kan dat nog in deze samenleving? In deze samenleving die sinds een paar decennia weer onder druk staat van explosieve sociale ongelijkheden en tegenstellingen, waarin bevolkingsgroepen steeds vijandiger tegenover elkaar komen te staan en waar het elk voor zich und Gott gegen Allen is, is nog amper plaats voor mensen die zich bizar gedragen of er eigenzinnige denkbeelden op na houden. De samenleving smeekt zogezegd om creatieve en innovatieve jongeren die onze economie kunnen recht houden tegenover het Aziatisch geweld, maar deze samenleving verdraagt amper nog dat iemand eens door het lint gaat of bizar doet.

Vroeger, ik zou zeggen in de ‘goeie ouwe tijd’ hadden we er geen moeite mee dat we zelf gebreken hadden en we leerden leven met de gebreken van anderen. Het lijkt er meer en meer op dat wat vroeger gebreken waren nu psychische stoornissen zijn geworden die via therapie zo rap mogelijk moeten weggewerkt worden. Vroeger kenden we iemand aan zijn gebreken: iemand kennen betekende zijn gebreken kennen. Iemands gebreken waren een beetje zijn individualiteit, zijn singulariteit, dat wat iemand uniek maakte. Ook onze eigen gebreken koesterden we eigenlijk als een soort diep geheim, als iets dat tot de kern van ons wezen behoorde. Een mens zonder gebreken is een on-mens: geen dier maar een machiene, een robot gemaakt op basis van een blauwdruk. (Robots worden in lab's van Artificial Intelligence centra inderdaad op basis van inzichten van de cognitieve psychologie ontworpen: maar robots zijn werktuigen, geen medemensen.)

In onze samenleving hebben we als individuen dan ook meer dan vroeger nood aan fantasiemomenten (film, videospelletjes, strips, pornografie, etc.) waar we wel ‘slecht’ mogen zijn en de meest walgelijke en verschrikkelijke dingen mogen doen. Onze subjectiviteit wordt een gefantaseerde subjectiviteit, een volkomen immorele subjectiviteit die nauwelijks nog werkelijk beleefd kan worden en die in geen enkel opzicht maatschappelijk uitgedragen kan worden. Dat bepaalde individuen zoals Hans Van Themsche dan toch denken die gefantaseerde subjectiviteit in de werkelijkheid ten uitvoer te mogen of moeten brengen kan dan ook geen enkele verwondering wekken.

invaliden door psychische problemen 'in de lift'

Op basis van RIZIV-gegevens komt de Landsbond van Onafhankelijke Ziekenfondsen LOZ tot de vaststelling dat er momenteel (cijfers van 2004) ongeveer 64.000 Belgen arbeidsinvalide zijn door psychische problemen. In 1999 bedroeg dat aantal nog maar 52.000, een stijging dus sinds 1999 met een goeie 23%. Arbeidsinvalide betekent dat men meer dan 1 jaar onafgebroken werkonbekwaam is geweest.
Het totaal aantal invaliden is in die periode maar gestegen van 179.000 tot 203.000, dit is een stijging van 14%.
Daarmee worden de psychisch invaliden de grootste categorie onder de invaliden: hart- en vaatziekten halen ongveer 20.000 invaliden, locomotorische problemen 51.000. In die categorieën is er nauwelijks een stijging.

Drie kwart van de mensen die thuis zitten omwille van psychische problemen, lijden aan depressie of burn-out. CVS (chronisch vermoeidheidssyndroom) en zware psychoses halen amper 5% van het totaal aantal psychisch invaliden. De Landsbond besluit dan ook: 'Steeds meer Belgen kunnen de druk van het moderne leven niet aan, of het nu om werkdruk of om relatieproblemen gaat.' De Landsbond verwacht dan ook dat het aantal psychisch invaliden de komende jaren nog sterk zou kunnen stijgen. Zij wijst er ook op dat naast de psychisch invaliden er nog tienduizenden mensen moeten zijn  die voor een paar maanden of een half jaar uitvallen. Daar kan de Landsbond echter geen detailgegevens over vinden.

Een nieuw bewijs dus dat er zoiets is als een depressie-epidemie. En onze slagzin 'IS ER SOMS IETS MIS MET DE SAMENLEVING?' wordt hier erg wel erg cijfermatig geïllustreerd en bijgetreden.

Everberg

De reportage op Terzake gezien over Everberg?
Everberg is een jeugdgevangenis. Ze zou in België model staan voor de wijze waarop delinquenten moeten worden heropgevoed. De reportage liet zien hoe elke beweging van de jongeren met camera's in het oog wordt gehouden. "Is dat nodig?" vraagt de reportagemaker. "Ja, voor de veiligheid van de jongeren en voor de veiligheid van de mensen!" Welke mensen? De reportagemaker vergat die vraag te stellen.
Zelfs de Joden in de concentratiekampen werden niet op die vernederende manier bespied.

Niet te verwonderen dat een paar anonieme geïnterviewde jongeren verklaarden dat Everberg hen eigenlijk alleen maar slechter maakt. Als je omwille van een paar gepleegde diefstallen zo zes maanden tot een jaar lang wordt bespied, vernederd en gekleineerd, vermoedelijk soms ook fysiek door de bewakers aangepakt wordt, dan kan je daar alleen buitenkomen met nog veel meer rancunes en haat tegen de maatschappij dan je al had vóór je er terecht kwam. Voeg daarbij het trauma van weggerukt te worden uit je natuurlijk milieu van familie en vrienden, dan kunnen we niet anders dan besluiten:
Everberg kweekt of criminelen of psychische wrakken.

Het ergste is dat 'men' dat weet!

Erger nog. De Vlaamse middenklasse van weldenkenden wil nog meer Everberg. Everberg is het lot dat iedereen te wachten staat die meent de sociale ongelijkheden van onze onrechtvaardige maatschappij te moeten compenseren door één of andere vorm van 'kleine criminaliteit' en daarbij pech heeft op heterdaad betrapt te worden.

Everberg is de voorafbeelding van de samenleving waarin alle moeilijk opvoedbaren in kampen worden geplaatst die qua regime op dezelfde leest zijn geschoeid als alle concentratiekampen ooit in de geschiedenis.

Journalisten over zelfmoord en 'geestesziekten'

Van onze vrienden van de Sarah Beweging kregen we het volgende bericht doorgemaild: hoe journalisten getraind en gedresseerd worden om over zelfmoord, depressie, schizofrenie en nog veel andere dingen te schrijven.

Als je je soms afvraagt hoe klassieke beelden over depressie, zelfmoord en andere psychiatrische ziektebeelden in stand worden gehouden of zelfs worden geïnstalleerd verwijzen we hierbij naar enkele brochures van de Vlaamse Vereniging voor BeroepsJournalisten (VVJ). Onder hun rubriek 'deontologie' wordt uitgelegd hoe en wat ze moeten schrijven in verband met allochtonen, zelfmoord, geestesziekte en andere onderwerpen: http://www.agjpb.be/vvj/deontologie.php

Op die website vind je enkele brochures. Gesponsord door de farmaceutische industrie (met name Lilly) krijgen de journalisten hier haarfijn 'gedicteerd' wat de correcte verslaggeving is over zelfmoord, depressie, schizofrenie e.a. Zo worden journalisten eenzijdig geïnformeerd om op hun beurt de bevolking dan weer te 'voeden' met deze info. Wie de media in zijn zak heeft, heeft immers de macht!

De brochure over zelfmoord is samengesteld door psychiaters van de Universiteit van Gent en Leuven en door het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, m.a.w. de Vlaamse Vereniging voor Geestelijke Gezondheid die zoals algemeen bekend 100% gelieerd is aan de psychiatrie en aan de farma-industrie.
http://www.agjpb.be/vvj/pdf/zelfdoding_en_pers.pdf

De brochure over 'geestesziekten' zoals depressie en schizofrenie is samengesteld door datzelfde VVGG en (overigens twee handen op één buik) de vereniging Similes, de vereniging van familieleden van psychiatrische patiënten, die er o.a. voor ijvert om psychiatrische patiënten gemakkelijker gedwongen te laten opnemen om ze zo het zwijgen op te leggen. De brochure is 'materieel gerealiseerd' door Lilly, producent van o.a. Prozac. Dit terwijl meer en meer bewijzen binnen komen hoe de farma-industrie 'theorieën' in verband met geestesziekten en hun behandeling manipuleert en zelfs vervalst en dit terwijl zelfs onze minister Demotte verleden jaar de artsen in een omzendbrief waarschuwde voor de nefaste bijwerkingen van de meeste antidepressiva, met jawel: verhoging van de kans op zelfdoding!
http://www.agjpb.be/vvj/pdf/geesteszieken.pdf 

Kunst en Waanzin

Kunst en waanzin

Eric Rosseel
Netwerk Psychiatrie en Samenleving

De kruisgewijze impulsen
Van wat ik voel of niet voel
Twisten in wie ik ben.
Ik ken hen niet. Zij zwijgen
Tot wie ik mij ken: ik schrijf.
Fernando Pessoa, 1935

(Tekst geschreven ter inleiding van de filmcyclus ‘Kunst en waanzin’ van het Centrum Morele Dienstverlening Vilvoorde, november 2006.)

Een mens is geen enkelvoudig wezen, wel minstens een tweevoudig wezen, veelal zelfs een meervoudig. Hij of zij is niet onder één noemer te vangen.

We zijn gewoon te spreken over grote tegenstellingen. Tussen Gevoel en Verstand (of Rede), tussen Licht en Duister. Tussen het algemene of universele en aan de andere kant het particuliere (bijzondere) en het singuliere (het éénmalige en het eigenzinnige). Tussen het maatschappelijke waarin we worden ingelijfd (letterlijk: als lijf en lichaam worden ingepast) en het biologisch-lichamelijke dat zich niet altijd laat inpassen. De psychoanalyse heeft het over de spanning tussen HET (Es bij Freud) en IK (Ich). ‘Ik die spreekt’ en ‘het dat spreekt’. In het Frans zeggen ze: ça parle! En ook in het Nederlands zeggen we als we het hebben over iemand waarvan we vinden dat hij of zij de regels niet respecteert en ons inziens een loopje neemt met zijn verstandelijke vermogens: Dat spreekt alsof het een Nobelprijswinnaar is! Of: Dat denkt dat het zich alles kan permitteren. Wat is dat DAT waarmee de waanzinnige overigens steeds in verband wordt gebracht, en ook de kunstenaar (in de oppositie van kunst tegenover wetenschap)? Arthur Rimbaud, de grootste Franse dichter, was de eerste die als snotter van zeventien jaar in 1871 aan zijn leraar schreef in één van zijn beroemde zogenaamde Zienersbrieven: Het komt erop aan het onbekende te bereiken door de ontregeling van alle zinnen. (…) Het is verkeerd te zeggen: Ik denk: We zouden moeten zeggen: Men denkt ons. (…) IK is een ander. Des te jammer voor het hout dat viool wordt, en ik heb maling aan de lichtzinnigen, die vitten over dingen waar ze niets over weten! (…) Ik zeg dat men ziener moet zijn, zich ziener moet maken. De Dichter maakt zich tot een Ziener door een lange, immense en beraamde ontregeling van alle zinnen. Alle vormen van liefde, van lijden, van waanzin; hij zoekt ze zelf op, hij pompt in zich alle vergiften leeg, om er enkel de kwintessens van te bewaren.[1]

Rimbaud lanceert hier twee dingen die in de latere moderne kunst, van literatuur tot schilderkunst, van poëzie tot filosofie, zo’n impact zouden hebben en waarin hij Freud 30 jaar vooruit was. Eén: het IK is een maaksel, een constructie van de anderen, van de maatschappij, l’Autre, de Ander. En twee: de ontregeling van de zinnen brengt mij een kennis die ik anders niet bereiken kan. Het zou veel kunstenaars inspireren om de waanzin kunstmatig op te zoeken b.v. door het overmatig gebruik van allerlei ‘bewustzijnsverruimende’ drugs.

Waanzin staat tegenover Gezin. Het voorvoegsel ge- wijst op een gezamenlijkheid, een verzameling dat tot een overkoepelend geheel wordt gemaakt: ge-bergte, ge-moed (het geheel van onze gevoelens), ge-loof (het geheel van het loven en prijzen van de goden), ge-sprek, enzovoort. Het Gezin, traditioneel de basiseenheid van de maatschappij, is de zin en de zinnen die we met nabestaanden gemeenschappelijk hebben: het zelfde zien en horen, over dingen dezelfde gevoelens en meningen hebben. Valt die gemeenschappelijkheid weg, dan volgt familieruzie of echtscheiding. De waanzinnige stapt uit die gemeenschappelijkheid, uit de afspraken die mensen onder elkaar hebben gemaakt. Hij is extatisch (ex-statis: ‘uit iets stappen’, ‘buiten iets staan’). Hij ontwikkelt een eigenzinnigheid, een eigenzinnigheid die nu juist in de progressieve liberale filosofie de hoeksteen vormt van de opbouw van het maatschappelijk leven. Dikwijls vormt die eigenzinnigheid een bron van psychisch en zelfs lichamelijk lijden.

De persoon die deze eigenzinnigheid stileert tot iets esthetisch, tot schoonheid, is een kunstenaar. Elke kunstenaar is een eigenzinnige, in zekere zin een waanzinnige (afhankelijk van de appreciatie van zijn omgeving) maar niet elke eigenzinnige of waanzinnige is een kunstenaar. Er moet stilering zijn op basis van techniek én inspiratie.[2] Daarom moet ook de waanzinnige kunstenaar in de leer om zich de techniek van de schilderkunst, het schrijven, het maken van muziek eigen te maken. Alleen maakt hij er iets bijzonders en éénmaligs mee en dwingt daarmee bewondering of verguizing af. Want zeker de waanzinnige en de kunstenaar worden in de gaten gehouden, zij worden beoordeeld en veroordeeld, zij moeten zich verantwoorden voor hun eigenzinnigheid, tegenover de psychiater of de kunstcritici.

Waanzin is een ziekte en een gave, een mogelijkheid, een vermogen de dingen anders te zien, te horen of te ruiken; dingen anders te zeggen, gevoelens anders uit te drukken, zich anders te gedragen. Een mogelijkheid de norm te negeren, er uit te stappen en zich te verliezen in het onbekende. Elk van ons heeft die vrijheid, die mogelijkheid om uit het normale, het genormeerde of het genormaliseerde te stappen of om dit niet te doen. Niemand hoeft zich verplicht te voelen, noch tot het éne noch tot het andere. Maar elkeen zal één enkele keer in zijn leven wel een moment van waanzin kennen, en misschien zelfs een vorm van kunstenaarschap.

Het woord ‘waan’ is in zijn etymologische wortels verwant met ‘wonen’ en ‘wennen’ (overigens ook met ‘verwant’). Een waan is eigenlijk gewoon een mening, een gedachte (zoals in: hij verkeerde in de waan dat …). Een intellectuele daad waardoor men zich op zijn gemak voelt, zich ‘went’. Het hebben van meningen was oorspronkelijk een privilege van buitenissige figuren in de samenleving: sjamanen, waarzeggers, priesters, wijzen, dichters en dat soort figuren. De waarzegger kreeg bij zijn zoeken naar een mening, naar een ‘waan’ aanvallen van razernij: hij raasde in het rond, danste en sprong op en neer. Hij was bezeten. Het hebben van een mening gebeurde meestal op basis van het zien, van het visuele (‘weten’ betekent in het indo-germaans ‘zien’): de waarzegger was een ziener, hij produceerde visioenen. Hier zien we een verbinding tussen het produceren van woorden en het produceren van beelden. Het maken van afbeeldingen werd in de vroegste samenlevingen als iets zeer gevaarlijks gezien: men ontnam het afgebeelde als het ware zijn ziel. Denk maar aan de herrie in de Bijbel rond het maken van afbeeldingen van God. Kunst en zonde of misdrijf stonden dicht bij elkaar. Het gebruik van afbeeldingen en van het schrift riep aanvankelijk sterke weerstanden op. Zo laat Plato in zijn dialoog Phaedrus Socrates nog van leer trekken tegen het schilderen (oorspronkelijk het aanbrengen van iconische tekens op een schild) en tegen het schrijven als valse en onvolledige weergaven van de werkelijkheid. Hij veroordeelt het aanwenden van het schrift als geheugensteun. Socrates verkiest de onmiddellijke representatie van het origineel via de visualisatie in de ‘geest’ boven de schijn die via de ‘uiterlijke merktekens’ van een schilderij of schrift wordt gerealiseerd.[3]

De schrijver en de schilder, de kunstenaar, verschijnt dus als iemand die bestaande codes met betrekking tot kennis en wetenschap verbreekt. De kunstenaar is m.a.w. gevaarlijk. Plato zei reeds dat de dichters gek waren. Het weergeven van de ‘werkelijkheid’ in een nieuwe vorm of vanuit een nieuw perspectief was en is nog steeds een riskante bezigheid: gans de geschiedenis van de moderne kunst staat bol van het onbegrip van de goegemeente voor nieuwe vormen en gedachten. De kunstenaar wakkert in zich de spanning aan tussen het maatschappelijk gangbare weergeven van de werkelijkheid, het maatschappelijk geregelde kijken en horen, aan de éne kant en een andere weergave die als het ware buiten het maatschappelijk gebeuren staat aan de andere kant. Deze andere weergave lijkt niet van het maatschappelijke buiten te komen, maar vanuit het innerlijke van de kunstenaar: het komt van de muzen, het is goddelijk geïnspireerd. Schreef de grote Portugese dichter Fernando Pessoa: Op dit moment, is het laatste spoor van de invloed van de anderen op mijn karakter verdwenen (1914).[4] Tegenover het actuele van de maatschappelijke regels staat iets dat zich buiten de tijd van dat actuele situeert: het verwijst zowel naar verleden als naar toekomst. Het legt een verband tussen dat wat nog komen moet en dat wat reeds verloren is. Het is herinnering en verbeelding tegelijkertijd. Politiek is de kunstenaar in die zin altijd én reactionair én revolutionair: nog een paar redenen om hem gevaarlijk of gek te verklaren. Gaat hij in zijn vernieuwing te ver, m.a.w. wordt hij door zijn gemeenschap niet meer begrepen, dan wordt hij alras gek verklaard. Gaat hij net niet te ver, dan is hij zonderling of wijs.

Onze houding tegenover de kunstenaar is dezelfde als tegen de jood of de vreemdeling tout court. We verdenken hem ervan toegang te hebben tot een vorm van genot dat onszelf is ontzegd. En we gunnen hem dat nauwelijks. De kunstenaar die vormelijk of inhoudelijk provoceert, confronteert ons met ons fundamenteel tekort, ons onvermogen werkelijk te genieten en die confrontatie is pijnlijk. Kunnen we zeggen dat de kunstenaar lijdt onder de spanning die hij ervaart tijdens de botsing tussen het actueel-maatschappelijke en het nieuwe, tussen de noodzaak te leven volgens de regels en de noodzaak deze regels overboord te gooien in de inspiratie, dan lijdt de toeschouwer onder de confrontatie met wat het kunstwerk over hem zegt: dat hij maar een onvolmaakt wezen is. Deze frustratie is de toeschouwer dikwijls teveel. Hij accepteert niet dat er op een nieuwe wijze over zijn tekort wordt gesproken, net nu hij zich in zijn volwassenwording op een aanvaardbare manier met zijn tekort verzoend heeft. De kunstliefhebber is dan ook veelal iemand die op zijn manier in zijn eigen professie of privé-leven grenzen verlegt of wil verleggen. De kunstliefhebber stelt zich juist open voor een nieuwe manier om zijn eigen grensverleggende bezigheden te benoemen of uit te beelden.

De psychiater is de sociale figuur die het meest gefrustreerd wordt door het waanzinnig genot van de kunstenaar of van de waanzinnige tout court. De psychiater verdraagt zijn patiënt niet. Hoe de psychiater als lid van de betere stand ook koketteert met zijn kunstliefhebberij en zijn bureau volhangt met schilderijen van patiënten, in wezen voelt hij dat het genot van de kunstenaar hem ontsnapt en hem niet gegeven is. Verklaart het gerecht de provocerende kunstenaar tot misdadiger, de psychiater verklaart hem ziek. De psychiater als agent van het sociaal verweer moet de goegemeente tegen de kunstenaar beschermen door hem via het etiket geestesziekte te diskwalificeren. Hij vangt de kunstenaar in een jargon waarin deze zich nauwelijks herkent en dat de kunstenaar als een verraad ervaart, een misbruik van vertrouwen.

De waanzin is de tegenpool van de bekrompenheid. De waanzin is het rijden op een paard in een open vlakte, de bekrompenheid is het kruisen van de armen om zich te verweren tegen de agressieve uitlatingen van de Ander. Kunst en waanzin zijn steeds agressief, zij beuken in op de zelfgenoegzaamheid van wetten en normen. Pas als die wetten en normen zijn veranderd, pas als een nieuwe generatie is aangetreden wordt de kunstenaar als ‘schepper’ door de goegemeente aanvaard. Zo is het Picasso verlopen, zo ook Hugo Claus of Federico Fellini of de Rolling Stones. Magritte wordt nu bewonderd en als poster verkocht: dat was vijftig jaar geleden wel even anders. Natuurlijk moet de kunstenaar zijn vak en de techniek ervan beheersen. De schilder moet kennis van verf en penseel in zijn handen hebben. De beeldhouwer moet meester zijn over hamer en beitel en de geheimen van de materie die hij boetseert hebben doorgrond. De schrijver moet zinnen kunnen bouwen, stijlfiguren hanteren en over een rijke woordenschat beschikken. De filmacteur en regisseur moeten weten hoe beelden te produceren die voor de kijker tekens, symbolen en iconen worden.

Veel minder nog dan vroeger verdraagt onze maatschappij anno 2006 buitenissige eigenzinnige figuren al worden journalisten en media-werkers dik betaald om in Flair en Dag Allemaal en in de zetels van De Laatste Show de cultus van de unieke persoonlijkheid die we allen zouden zijn te propageren. En dus heeft de kunstenaar zelf ook meer moeite om in vrede met zichzelf te leven. Hij maakt een kale reis naar psychiater en therapeut en herstelt gelukkig meestal snel van de verdorrende invloed van de omgang met dat soort -ogen en -euten. Het is pas in de bizarre complicaties van het leven zelf dat de kunstenaar inspiratie kan vinden, niet op de divan van een would be Freud of in de armen van een hulpverlenende Moeder Teresa. In deze wereld waarin we allen uniek zijn, is dit een beetje eigenzinnig zijn de voorwaarde voor een intense verrijkende intersubjectieve ontmoeting met een vriend of nabestaande. De waanzin is echter doorgaans a bridge too far.

Het leven van kunstenaars wordt in biografieën en vooral in films nogal gemakkelijk geromantiseerd. Dikwijls wordt de kunstscheppende arbeid gekaderd in een onmogelijke passionele liefde die de kunstenaar in een gepsychiatriseerde waanzin stort. De verschrikkelijke psychologie van de kunstenaar wordt gevangen in een eigentijds liefdesverhaal. De film Camille Claudel (Bruno Nuytten, 1988) b.v. gaat een beetje die toer op: het beeldhouwen verwordt tot een achtergrond waartegen de relatie tussen Camille en Auguste Rodin tot een genietbaar visueel spektakel wordt gemaakt. Dezelfde neiging vinden we terug in de verfilming van het leven van de Mexicaanse kunstenares Frida Kahlo (Frida, Julie Taymor, 2002), een leven dat grotendeels teruggebracht wordt tot haar relatie met de veel oudere kunstenaar en trozkist Diego Rivera. En hetzelfde mag gelden voor de teleurstellende prent Van Gogh (Maurice Pialat, 1992), die vooral gaat over de laatste 67 dagen van het leven van Vincent van Gogh. De aandacht is grotendeels gericht op Van Gogh's affaire met Marguerite Gachet die heel waarschijnlijk loutere fictie is. In heel veel gevallen zien we echter dat de kunstenaar zich er niet toe laat verleiden verloren te lopen in passionele toestanden. Schreef Fernando Pessoa niet in zijn afscheidsbrief aan zijn geliefde Ophelia: Mijn lot trekt zich op aan een andere Wet, waarvan jij niet eens het bestaan beseft, en het is steeds meer onderworpen aan Meesters die geen instemming betuigen en geen vergiffenis schenken (1920)?[5]

Erger, veel erger, nog is de onbetamelijkheid van veel psychologen en psychiaters om het lijden van de kunstenaar te herleiden tot een geestesstoornis. Van Fernando Pessoa die schreef onder wel 100 heteroniemen (geen pseudoniemen want elk van die heteroniemen had een eigen literaire stijl, een eigen thematiek en een eigen literatuurfilosofie, ja zelfs een eigen ‘fysiek’ leven met geboorte- en sterfdatum) wist een Hollandse psychiater te melden dat hij leed aan het multiple personality syndrome, het meervoudig persoonlijkheidssyndroom: wel bijzonder origineel bedacht van die expert in geesteszaken. Kay Redfield Jameson, de bekende schrijfster over manisch-depressieve psychose en depressie in het algemeen (ook in Nederland en Vlaanderen goed gelezen), beroemt er zich op wel 200 dichters, schrijvers, schilders en musici ontmaskerd te hebben als lijders aan manisch-depressieve psychose en aanverwante stemmingsstoornissen, ziekten die zij als erfelijk beschouwt.[6] Het werk van deze 200 kunstenaars verschijnt hier meer dan een beetje als een bijverschijnsel van een verkeerd functioneren van de hersenen. Wat zij hebben voortgebracht wordt een soort toevallig nevenproduct van verdorven genen en op hol geslagen neurotransmitters (de biochemische stoffen die de impulsoverdracht tussen onze hersencellen regelen) en verliest daarmee elke artistieke betekenis. Shame on You, Kay! Dat bijna elk van die kunstenaars het literaire of artistieke leven van zijn tijd grondig heeft geheroriënteerd en in die zin uitdrukking gaf aan een tijdsgeest die over zich zelf reflecteerde, gaat hier volkomen de mist in. Dat honderdduizenden manisch-depressieven nooit enige vorm van kunst hebben voortgebracht, komt niet eens bij haar op. Ik heb nochtans geen afkeer voor een psychologische analyse van het kunstenaarschap. Zelf heb ik me er ooit nog aan gewaagd voor wat het schrijverschap betreft. Ik meende een verband te kunnen leggen tussen absoluut schrijverschap (waar schrijven een kwestie is van leven en dood) en het fysiek of psychisch verdwijnen van de vaderfiguur wanneer het kind tussen ongeveer drie en tien jaar oud is, leeftijd dus waarop het kind reeds de taal beheerst en reflecteert over zijn relatie met de buitenwereld.[7] We vinden dit patroon terug bij Edgar Allan Poe, Charles Baudelaire, Arthur Rimbaud, Joris-Karl Huysmans, Rainer Maria Rilke, Vladimir Majakovski, Cesare Pavese, Sylvia Plath en nog vele anderen, waaronder natuurlijk Fernando Pessoa zelf. Ook bij Jean-Paul Sartre (wiens vader overleed toen hij anderhalf jaar was) en Hugo Claus speelt de afwezigheid van de vader (en bij Claus ook van de moeder) een belangrijke rol. En we kunnen die draad zelfs terugvinden bij Jean Pierre Van Rossem, volgens mij in de eerste plaats toch een schrijver veeleer dan een econoom of een politicus.[8] Het kind dat (psychologisch gezien) vaderloos wordt wanneer het reeds de taal beheerst, wordt verplicht zich intellectueel te reorganiseren  en ontwikkelt op die manier een soort premature intelligentie om de confrontatie met thema’s als liefde, verlatenheid, eenzaamheid en dood  aan te kunnen. Het houdt zich in mijmeringen onledig met de vraag over de natuur der dingen en geeft zich over aan intense zelfobservatie: het ervaart een sterke scheiding tussen zichzelf en de ‘echte’ werkelijkheid. Taal wordt zijn instrument om met de werkelijkheid om te gaan en schrijven wordt een substituut voor een actief professioneel leven. In dezelfde lijn liggen de dikwijls uitgesproken onwil of onvermogen om zich maatschappelijk in te passen en ook een onvermogen om zich te verliezen in erotisch-seksuele relaties. De obsessie met de dood is bij veel absolute schrijvers bijzonder sterk en velen onder hen kwamen vroegtijdig om het leven (zelfmoord, alcoholisme). Dit psychologisch profiel hebben we alleen gevonden bij schrijvers, veel minder bij schilders, maar we hebben het daar ook minder gezocht.

De middle-of-the-road psychologie, in het bijzonder de zogenaamde cognitieve psychologie, weet geen weg met het feit dat mensen fundamenteel tegenstrijdig zijn en paradoxaal. Zo kan ze bijvoorbeeld niet begrijpen dat mensen dingen vermijden (en soms zelfs vernietigen) waarnaar ze juist zo hard verlangen, zoals we dat bijvoorbeeld zien in de hoofse liefde, zo merkwaardig bezongen door de middeleeuwse troubadours. De hoofse liefde is een spel waarbij de verliefde het ‘object’ van zijn hartstocht in alle kleuren en toonaarden bezingt maar toch alle pogingen vermijdt om dat ‘object’ aan te raken en te ‘bezitten’. De (cognitieve) psychologie zegt ons heel veel over hoe we best leren fietsen en autorijden en zo (niet bepaald onbelangrijke zaken). Maar over het wezen van de subjectiviteit, over wat Jacques Lacan het ‘verdeelde subject’ of het ‘gespleten subject’ noemt (le Sujet barré $, het ‘doorstreepte’ subject), het Subject dat aangetrokken én tegelijk afgestoten wordt door het gefantaseerde object van zijn verlangen waarvan hij denkt dat hij het verloren heeft en dat de Ander het bezit (b.v. de vrouw die denkt dat de man ‘het’ heeft of omgekeerd, de man die denkt dat alleen de vrouw het geheim van het genot kent; de antisemiet die denkt dat de jood ‘het’ hem ontstolen heeft of het rechts-extremisme dat denkt dat de ‘linkse’ of de ‘communist’ het bezit), over dat soort complexiteiten van ons gemoedsleven heeft de (cognitieve) psychologie niets te zeggen. Vandaar de strijd tussen de psychoanalyse en de cognitieve gedragstherapie die in het bijzonder in Frankrijk op het scherp van de snede wordt gevoerd.[9] De mens van de cognitieve psychologie is ééndimensionaal, een mens die iets weg heeft van een robot: en inderdaad robots worden op basis van de inzichten van de cognitieve psychologie ontworpen. Het gaat om een visie waarin creativiteit gelijk staat met de éénlijnigheid van de innovatie, daar waar creativiteit altijd minstens twee tegenstrijdige krachten veronderstelt. De cognitieve psychologie heeft dan ook alleen maar armoedige dingen te zeggen én over de kunstenaar én over de waanzinnige. Kunst is een proces dat zich ontvouwt in de creatie, daar waar innovatie gewoon uitgaat van een principe dat als de stimulus vanuit de omgeving anders is, ook de reactie (de respons) van een organisme anders zal zijn. Kunst is echter geen reactie op een stimulus, net zoals waanzin geen reactie is van de hersenen die op een afwijkende manier gaan functioneren. Enkel de zondagsschilder laat zich inspireren door de stimulus van wat hij meent werkelijk te zien. Kunst echter ontspringt niet aan iets dat zich buiten ons afspeelt maar aan tegenstrijdige krachten die ‘vechten’ in de kern van de oven van ons gemoed of van de veelzijdigheid van onze ‘intelligentie’. Die tegenstrijd geldt niet enkel en alleen ‘passionele’ kunst zoals het expressionisme of het fauvisme maar ook zoiets koels als de conceptuele kunst waar we een dialectiek zien tussen ge-informeerd worden (vorm krijgen) en zelf formeren (vorm geven). Ceci n’est pas une pipe: het is geen pijp en toch is het een pijp.

Centraal in de ganse discussie over kunst en waanzin staat het werkelijkheidsgehalte van de schijn. Hoe verhoudt de schijn zich tot de werkelijkheid? Kunstenaar en waanzinnige zijn beiden producenten van schijn, zoals wij allen voortdurend in ons dagelijks leven schijn produceren (mijmeringen, dromen, verbeelding, etc.). De kunstenaar maakt van de productie van schijn een beroep, hij verdient er zijn kost mee. De waanzinnige gebruikt de schijn in een hardnekkige poging contact te leggen met zichzelf of met zijn medemens. Het is een manier om een deel van zijn wezen aan een ander deel van dat wezen kenbaar te maken. De waanzin is tegelijk de wijze waarop de waanzinnige maatschappelijk participeert. Wat men ook over de hersenen en de neurotransmitters beweert (en dat is allemaal waarlijk interessant, daar gaat het niet om), de geestesziekte is een vorm van maatschappelijke participatie die echter als dusdanig niet wordt geapprecieerd. De productie van schijn staat tegenover de ontoegankelijkheid van de ‘werkelijkheid’, wat de Franse psychoanalyticus Jacques Lacan, de énige waardige opvolger die Freud ooit heeft gehad, het Reële noemt (versus het Symbolische – de taal – en het Imaginaire – onze voorstellingen waarmee we ons identificeren). Kunst en waanzin zijn twee uitingen van deze passie voor het Reële. De ontoegankelijkheid van het Reële (wat is het wat ik voel en waarover ik spreek?) maakt dat kunst en waanzin onuitputtelijk zijn en steeds in nieuwe gedaanten optreden, wat sommige krachten in de maatschappij ook proberen om deze gedaanten het zwijgen op te leggen. In de niet na te vertellen ontmoeting met het Reële verliezen we immers al onze maatschappelijke identiteiten: we houden op man, 50-plusser, West-Vlaming, leerkracht, enz. te zijn en we worden een universeel singulier, een enkeling die tegelijk de Mensheid in zijn geheel is.

We leven momenteel inderdaad een tijd waarin steeds meer directe en ondoordachte uitingen van ‘gevoelens’ niet meer kunnen, waar identiteitsverlies in alle opzichten uit den boze is.[10] Voor een belediging of een agressieve uitlating (je laten gaan, uit je maatschappelijke rol vallen) kan je al snel voor stalking naar de rechter doorverwezen worden. Rondlopen zonder identiteitsbewijzen (‘zonder papieren’) is een zwaar misdrijf. Hier zie je hoe elke historische periode de éne vormen van transgressie (grensoverschrijdend gedrag, zoals men dat nu noemt) niet toestaat en andere wel weer toestaat: stand-up comedians b.v. mogen ongestraft iedereen belachelijk maken, maar jij moet op je tellen letten. Het succes van stand-up comedians geeft aan dat het ‘kwaad’ kruipt waar het niet gaan kan. De kunstenaar en de waanzinnige duiken telkens weer in nieuwe gedaantes op. Het lijkt erop dat de passionele kunstenaar en de passionele waanzinnige, zoals we die klassiek kennen uit de tweede helft van de 19de eeuw en de eerste helft van de 20ste eeuw, van het toneel verdwenen zijn. Inderdaad, psychofarmaca hebben veel uitzinnige mensen zo verlamd dat ze hoegenaamd niets meer voelen, niets meer denken en niet meer spreken. Maar die psychofarmaca hebben de bron van de waanzin helemaal niet weggenomen en dat wordt in heel wat kringen ook meer en meer beseft. De psychofarmaca waren een poging om de uitzinnige in te schakelen in de koele wereld van het instrumenteel omgaan met onze wereld, hem te re-activeren zoals men dat noemt (onder meer om hem te gebruiken als goedkope arbeidskracht in de poriën van onze economie en zo via beschut wonen e.d. kosten te besparen op de institutionele psychiatrie). Toppunt voor deze koele omgang met de werkelijkheid en de wereld waarin we ons bevinden is natuurlijk het leven van de ruimtevaarder: elke handeling van de ruimtevaarder moet strikt doordacht zijn, het risico op een ramp is te groot. Maar deze wijze van omgaan met de wereld heeft nooit die andere ondoordachte omgang met de werkelijkheid kunnen elimineren: zie maar het succes van drugs allerhande, zie maar die behoefte die wij allen voelen om ons geregeld eens te laten gaan. Zie maar hoe het Joeri Gagarin is vergaan.


[1]   Rimbaud, Arthur Œuvres complètes. Paris, Gallimard, 1972 (onze vertaling).
[2]  Fernand Ronsmans, uitgever Het Zinkend Schip Amsterdam-Dendermonde, merkt bij het lezen van deze zinnen over stilering het volgende op: ‘Tenzij jij en ik het begrip kunst compleet anders invullen, maar ik denk niet dat onze meningen terzake zo afwijkend zijn, ben ik het niet met je eens dat stilering (en dus ook en vooral: afzwakking, vervlakking, enz., want dat komt allemaal op hetzelfde neer) nodig is om een creatie tot kunstwerk te verheffen. Ik ga ervan uit dat in kunst het normloze de norm is en dat het waardeloze de waarde ervan bepaalt, al de rest behoort de ordinary people. Stilering moet het huis der waan voor buitenstaanders bewoonbaar en vooral aantrekkelijk maken, een elitaire vorm van communicatie bevorderen, maar ik voeg er graag aan toe: de molen der gematigdheid doen draaien. Stilering is de bevestiging van de beperktheid, het hoofdkenmerk van gebrek aan visie, de hinderpaal voor roekeloos experiment. Jan Elburg schreef “Ik hoop dat ik stoor.”. Wel, men interpretere dat liefst zo ruim mogelijk. Daarom ook dat in de psychiatrie kunstwerken van patiënten 'toegankelijk' gemaakt worden door vormtechnische ingrepen (verwijderen van vlekken, inlijsten van tekeningen, fotografische reproductie van afwijkend handschrift, uitgifte van begeleidende catalogi bij tentoonstellingen, tot en met het herinrichten of bouwen van speciale musea, enz.). Ook hier treedt de psychiater weer op als de aan deze zijde gevreesde en aan de overkant gewaardeerde handlanger, die maakt dat het huis der waan langs begaanbare paden bereikbaar wordt, ook al leidt de weg nergens heen. Enzovoorts.’
[3]  Rosseel, Eric  Gedwongen Copulatie: Natuur en Cultuur in de Evolutionaire Psychologie. (2006, ter perse).
[4]  Blanco, José  Pessoa en personne: Lettres et documents. Paris, Éditions de la Différence , 1986 (oorspronkelijk Portugees; onze vertaling uit het Frans).
[5]  Ibidem.
[6]  Jamison, Kay Redfield  Touched with Fire: Manic-depressive Illness and the Artistic Temperament. New York, Free Press Paperbacks, 1994.
[7]  Rosseel, Eric  Writers of the Lost I: Second-order Self-observation and Absolute Writing. in: Van de Vijver, Gertrudis (ed.) New Perspectives on Cybernetics: Self-Organisation, Autonomy and Connectionism. Dordrecht, Kluwer Academic, 1992.
[8]  Rosseel, Eric  Het Negende Leven van Jean Pierre Van Rossem. Brussel, VUBPress, 1993.
[9] Zie Miller, Jacques-Alain (ed.) L’Anti–Livre Noir de la Psychanalyse. Paris , Éditions du Seuil, 2006; Luyten, Patrick, Geyskens, Tomas & Van Haute, Philippe (eds.) Psychoanalyse, cognitieve psychologie en evidence-based medicine. Tielt, Lannoo, 2006.
[10] Rosseel, Eric  Humanisering of disciplinering? Een kritiek van de cerebralisering van ons gedrag. Vlaams Marxistisch Tijdschrift, 2005, vol.39 (4), p.49-51.

spoed bij gedwongen opnames

Volgens een onderzoek van het overlegplatform ggz vlaams-brabant vlabo (http://www.vlabo.be/content/vlabo/site/?id=71) gebeurt het overgrote merendeel der gedwongen opnames in Vlaanderen via de spoedprocedure (die door de Wet van 1990 voorzien was als uitzondering!).
Toch blijkt uit de gegevens dat er in het weekend bijna geen gedwongen opnames zijn.
Dus: als de procureur des konings (die de spoedprocedure moet bekrachtigen) en de dokters (die een gezondheidsattest moeten afleveren) niet beschikbaar zijn, doen zich blijkbaar geen gevallen van spoed meer voor!
Eigenaardige bevindingen!
 

bescherming informanten

heel wat van onze informanten zijn psychiatrische patiënten, opgenomen in een ziekenhuis, sommigen zelfs gedwongen opgenomen. hun herkenbare informatie kunnen we dikwijls niet vrijgeven omwille van het risico voor de betrokken informant.
zo bezochten we vandaag een vriend in een gesloten afdeling van een psychiatrisch ziekenhuis. we konden vaststellen dat de verpleging de richtlijnen voor het uitgaan van deze patiënt eigenmachtig beperkte. bijna ontzegde de verpleging onze vriend het recht met ons in de buitenlucht te gaan wandelen hoewel dit door de behandelende arts was toegestaan.
telkens weer zien we hoe gefrustreerde verpleegkundigen op bepaalde afdelingen van bepaalde psychiatrische ziekenhuizen hun frustraties afreageren op patiënten. het gaat weliswaar om kleine incidenten, op zichzelf te pietluttig om er een zaak van te maken. maar in hun geheel genomen zorgen ze voor een massale vrijheidsbeperking van de psychiatrische patiënt, indruisend tegen de geest van de wet betreffende 'de bescherming van de persoon van de geesteszieke' en de Europese richtlijnen terzake.

hoeveel tijd spendeert de ziekenhuispsychiater aan een patiënt?

een welbepaald in alle opzichten 'normaal' Vlaams psychiatrisch ziekenhuis, dat we hier omwille van onze informant verder niet bij zijn naam zullen noemen, heeft volgens de officiële gegevens een erkenning voor 347 "bedden", waarvan 257 in volledige hospitalisatie. Daar werken 4 psychiaters, ieder in principe 5 halve dagen ofte 20u in de week, dat maakt samen 80u/4800 minuten in de week. Per bezet bed betekent dat dus voor iedere patient maximum ongeveer 14 minuten psychiatertijd per week. Dat zal wel een overschatting zijn want hierbij houden we geen rekening met interne verplaatsingstijden, vergaderingen, tijdsverlies door interne en externe telefoons, weekend- en permanentiediensten die moeten gerecupereerd worden, verlof en het feit dat plaatsen in de dagklinieken in de loop van de week soms door meerdere personen bezet kunnen zijn. Conclusie: als al die cijfers kloppen dan moet je om de psychiater te spreken zeker NIET in desbetreffend psychiatrisch ziekenhuis zijn.....maar we vermoeden dat het elders niet beter zal zijn, of vergissen we ons?

 

 

de sessie bij de psychiater/therapeut

Je kan op drie manieren met de psychiater of therapeut samen zitten: naast elkaar, schuin (in een hoek van 90 graden) of tegenover elkaar. Oh! Er is natuurlijk nog een vierde manier: bij een psychoanalyse lig je op een divan en de psychoanalyticus zit achter je hoofdeind, zonder dat hij of zij je ziet. Dit om te vermijden dat de therapeut door zijn ogen, gezichtsuitdrukkingen of gebaren je gedachtegang en je spreken (de zogenaamde ‘vrije associatie’) zou beïnvloeden. In de psychoanalyse moet zoveel mogelijk vermeden worden dat de therapeut zichzelf gaat opdringen als een figuur die belangrijk geweest is in je leven zoals je moeder, je vader, etc. en dus de 'overdracht' op die manier zelf construeert. Veel mensen vinden het gebrek aan oogcontact in het begin niet prettig, maar de bedoeling van een psychoanalyse is dat je je met jezelf confronteert en niet met de therapeut.

De meeste psychiaters ontvangen hun patiënt achter een bureau. Dit is een situatie die niet uitnodigt tot een vertrouwelijk gesprek. Twee soorten ‘conversaties’ treden dan meestal op: 1) de ondervraging of verhoor; 2) de patiënt die een voorbereid verhaal doet aangemoedigd door een knikje of een hm! van de psychiater. De consultatie eindigt dan doorgaans met een korte monoloog van de psychiater die een diagnose doet, een aantal adviezen geeft en medicatie instelt of bijstuurt. Een echt opgebouwd gesprek is er veelal niet. Tot wordt dit dikwijls aanzien als een therapeutische sessie waarvoor U ongeveer 60 euro betaalt.

In de psychologie van de interpersoonlijke relaties wordt het tegenover elkaar zittend gesprek gekenmerkt als conflicterend en competitief. Beide partijen zijn alert en op hun hoede en in wezen vertrouwen ze elkaar niet. Er wordt in zo’n gesprekken veel gelogen en verzwegen. De psychologie onderscheidt grosso modo drie ‘zittingen’ voor een tweegesprek: tegenover elkaar; naast elkaar en schuin (in een hoek van 90 graden).

   
           X ßà Y      _X_Y_       
                                                         Y

Naast elkaar (op een bank, op de bus of trein) is een vriendschapshouding: beide personen kijken naar hetzelfde, zien ongeveer hetzelfde en zijn met hetzelfde bezig. Het nodigt uit tot lachen, leuk gezellig samen zijn en samenwerking.

Het meest aangewezen voor een diepgaand vertrouwelijk en ernstig gesprek is de schuinse positie. Beide partijen staan open voor elkaar en niemand voert het hoge woord: er is interactie op alle niveaus, intellectueel en emotioneel. Het gesprek gaat minder stokken, er zijn minder geladen stiltes. Er wordt minder gelogen en beide partijen geven meer voorbeelden en details: de partijen zijn minder geneigd zich zelf te censureren en van alles te verzwijgen. Sommige therapeuten installeren zich met hun cliënt inderdaad ook in die positie. De schuinse positie loopt echter op een stresserend gebeuren uit als de twee partijen elkaar niet vertrouwen. De schuinse positie is daarom niet aangewezen voor een eerste contact. Voor het eerste contact is de ‘tegenover elkaar’ positie aangewezen omdat er in de eerste sessie onderhandeld wordt en er afspraken worden gemaakt.

het probleem van de uitkering

Veel mensen die lijden aan een soort burn-out als gevolg van jarenlange relatieproblemen en/of problemen op het werk, gaan of blijven in de psychiatrie omwille van hun ziekte-uitkering die hun enige bron van inkomen is. Wij kennen zo diverse gevallen in onze omgeving en ook op websites als MSN Angst en Paniek duiken ze op onder schuilnaam uiteraard. Deze mensen voelen zich dikwijls in staat tot een en ander, doen soms vrijwilligerswerk of houden zich thuis bezig met allerlei vormen van creatief werk. Om te recupereren hebben zij dikwijls maanden en zelfs jaren van relatieve rust nodig om zich psychisch her op te bouwen en te reorganiseren: in die zin zijn zij niet beschikbaar voor de arbeidsmarkt, ‘ziek’ dus. Dikwijls willen ze ophouden met het nemen van medicijnen maar doen dit niet omdat ze denken anders bij de keuring door de dokter van het verzekeringsorganisme het risico te lopen niet langer als ziek erkend te worden. Het nemen van medicijnen voorgeschreven door de psychiater, moet voor de dokter van de mutualiteit of zorgverzekeraar het bewijs leveren dat ze wel degelijk ziek zijn en niet in staat zijn reguliere arbeid te verrichten. Die mensen denken terecht dat het volgen van een psychotherapie geen voldoende bewijs zal leveren.

Zo ontstaat een vicieuze cirkel. Mensen die in ons ingewikkeld leven er even van tussenuit moeten, zijn omzeggens gedwongen zich psychiatrisch te laten behandelen en zij voelen zich verplicht medicijnen te nemen zelfs al berokkenen die medicijnen soms meer ongemak dan verlichting.

Moeilijke mensen: ADHD en persoonlijkheidsstoornissen

Zo’n 6.500 Vlaamse kinderen zouden tegenwoordig ADHD-pillen slikken zoals Rilatine en Concerta, een verviervoudiging met 5 à 10 jaar geleden. En dan vindt dr. Marina Danckaerts, ADHD-expert van de KUL, dat nog niet genoeg want zo maar eventjes 5% van onze kinderen zou lijden aan ADHD. De markt is dus nog open om moeilijke kinderen te belagen. Want wat hebben die kinderen eigenlijk voor? Ze luisteren niet naar hun ouders, ze luisteren niet naar de leraar. En dat mag niet in Vlaanderen, zo’n opstandigheid. Want ouders hebben het beste voor, ze willen dat hun kind het ver brengt in zijn studies en in zijn leven. En naar Vlaamse normen betekent dit dat kinderen ‘braaf’ moeten zijn. In Vlaanderen breng je het vooral ver als je braaf bent, niet als je creatief, kritisch, inventief of eigenzinnig bent. En dus willen ouders maximale controle over hun kinderen: ze willen nu zelfs al gsm’s met videootjes om hun kind in de crèche op elk moment in het oog te houden. En dan maar de regering horen klagen dat ons land, wil het zich economisch handhaven, nood heeft aan innovatie. Brave kinderen zullen daar niet voor zorgen. Die worden hoogstens een soort Leterme-boekhoudertjes. Niet verwonderlijk dan dat je op tv een jongen hoort zeggen dat hij geen last had van zichzelf, maar de ‘anderen’ wel van hem en dat hij Rilatine nam om zich te schikken. Een mooi toekomstperspectief voor Vlaanderen.

Moeilijke kinderen worden zo getemd. En nu gaat men ook moeilijke volwassenen ADHD gaan noemen. Want een persoonlijkheidsstoornis, dat is dikwijls niet veel meer dan een mysterieus woord voor het feit dat iemand moeilijk is of moeilijk doet. Die mensen zien vooral af, niet van zichzelf, maar van het feit dat ze geplaagd worden door de morele camera’s van hun medemensen die om de haverklap voor verklikker gaan spelen. Moeilijke kinderen en moeilijke mensen pakt met dan met pillen aan, pillen die hun opgewondenheid moeten kalmeren. Vroeger in de tweede helft van de 19de eeuw deden de ouders dat al met opiumderivaten zoals laudanum en consoorten. Die bleken bijzonder toxisch, maar Rilatine is dat op lange termijn ook. Zelfs de Amerikaanse Food & Drug Administration wil nu waarschuwingen op de verpakkingen van Rilatine en co. Rilatine maakt op termijn de kinderen psychotisch en veroorzaakt hartkwalen, met mogelijk plots dood vallen.

Organisch mankeren ze niets, ze zijn normaal begaafd en hebben geen hersenafwijkingen. Wat hen wel bezighoudt als ze verstrooid of hyperactief zijn, weten we niet: daar is geen aandacht voor. In de pas lopen moeten ze.

Zo monitoren ouders hun kinderen, werknemers controleren elkaar op hun werk, mensen controleren elkaar in het verkeer. L’enfer, c’est vraiment les autres! Tot groot jolijt van dokters als Marina Danckaerts en de industrie die weer nieuwe productielijnen kan openen. Goed voor de tewerkstelling zeker van de vijftig plussers die niet meer op brugpensioen kunnen als ze het beu zijn steeds op hun werk in het oog gehouden te worden.

Hoe dan ook, de wraak van die kinderen zal verschrikkelijk zijn, later als we niet meer weten waar die wraak precies mee te maken heeft. Zoals we reeds meermaals schreven, de Wet (normen van ouders, reglementen, enz.) legt het leven en het lichaam in een plooi, maar de politiek ‘onderhandelt’ steeds over die relatie tussen leven en Wet. Hoe de kinderen 'politiek onderhandelen’, hoe ze hun stem laten horen, en later, misschien veel later, zullen onderhandelen, daar wordt over gezwegen.

(zie ook op deze site onder ‘Teksten: ziektes’: ADHD’ers: gewoon stoute kinderen?)

arme psychiaters

Honoraria:
in Bef                                1/1/1995    1/3/2001  1/4/2004   vgl 95-04

algemeen geneesheer               550         595         633            + 15 %
(aanvullende opleiding)


(neuro)psychiater                 1.050       1.135       1.300          + 24 %

psychotherapeutische
zitting van (n)psychiater        1.680       1.816      2.130          + 27 %

Ter vergelijking de honoraria (België) van algemeen geneesheer met aanvullende opleiding, (neuro)psychiater en psychotherapeutische zitting, achtereenvolgens in 1995, 2001 en 2004. (Bron: Vlaams Neutraal Ziekenfonds). Daaruit blijkt dat psychiaters financieel een beetje opgewaardeerd werden in het voorbije decennium. Zij hebben wel nog steeds de hoogste tarieven van alle specialismen, maar kunnen minder profiteren van allerlei toestellen en ingrepen en ereloonsupplementen dan bv. hartspecialisten. Daartegenover staat dat zij minder investeringskosten voor accomodatie hebben en dat ze door de farmaceutische industrie wel bijzonder goed gespijsd worden voor hun 'therapietrouw' en hun medewerking aan 'wetenschappelijk' onderzoek.  

gek worden: een loopbaan!

Gek word je niet geboren. Je moet er iets voor doen. Al weet je op het moment dat je het doet, niet waar je aan begint. Er gebeuren vreemde onaangename dingen in je leven en je moet je reorganiseren. Je kijkt op een nieuwe eigenzinnige manier tegen de wereld aan, je vormt je hoogst persoonlijke denkbeelden, je hersenen en je lichaam gaan anders functioneren. Gek worden is een overlevingsstrategie in moeilijke omstandigheden. Een manier om niet ten onder te gaan, om niet in de afgrond te vallen. Gek worden beschermt je wel tegen een ondraaglijke pijn, maar voor de rest halen slechts enkelen er ook succes mee. Je ouders vinden je gedoe maar ondermaats en als je op school of op je werk ook minder gaat presteren, wordt er ingegrepen. Je loopbaan als gek is nu uit de startblokken, je krijgt je eerste getuigschrift.

As soon as you're born they make you feel small
By giving you no time instead of it all
Till the pain is so big you feel nothing at all
A working class hero is something to be

They hurt you at home and they hit you at school
They hate you if you're clever and they despise a fool
Till you're so fucking crazy you can't follow their rules
A working class hero is something to be

When they've tortured and scared you for 20 odd years
Then they expect you to pick a career
When you can't really function you're so full of fear
A working class hero is something to be

Keep you doped wit religion and sex and TV
And you think you're so clever and classless and free
But you're still fucking peasants as far as I can see
A working class hero is something to be

There's room at the top they are telling you still
But first you must learn how to smile as you kill
If you want to be like the folks on the hill
A working class hero is something to be

(John Lennon Working Class Hero)

troost je: als je handig bent, heb je één kans op duizend dat je bizarrerie als kunst of wetenschap wordt erkend!

gekken aller landen!

Onze kinderen worden gek in een wereld waarin ze geplet worden tussen een schijnheilig katholicisme en het egocentrisme van een bepaald soort middenstandsliberalisme. Aan de éne kant krijgen onze kinderen te horen dat ze zich moeten opofferen voor anderen of voor één of ander duister idee. Tweederden tot drievierden van onze peuters, kleuters, scholieren en studenten zitten op katholieke scholen, waar veelal de geest van de Verlichting nog ver zoek is, laat staan dat ze al van zoiets als het postmodernisme zouden gehoord hebben. Gelukkig mogen ze toch al Hugo Claus lezen. De invloed van dit katholicisme op de geesten van onze kinderen moet enorm zijn. Het heeft ervoor gezorgd dat Vlaanderen in een soort halve verstedelijking leeft waar elkeen toch nog een beetje boer is van een aantal kippen en een geit of een ezel. Sinds het tanen van het rijksonderwijs in de jaren 1970 is bijna het geheel van de socialistische partij door een soort ‘progressieve' katholieken veroverd en dat merk je aan de standpunten die ze vertolken en de taal die ze spreken. De sp.a is trots op zijn priesters-senatoren en zijn acw-kabinetsleden.

Aan de andere kant leren onze kinderen als snel, als ze wat groter worden en uitzicht krijgen op een zelfstandig bestaan, dat ze vooral egoïstisch moeten zijn en dat ze best slachtoffers mogen maken op de weg naar hun succes als kleine ondernemer of zelfstandige. Een bepaald plat liberalisme zadelt hen dus op met precies de tegengestelde waarden. Het katholisme leert hen naastenliefde met ontkenning van je eigen rechten, anderen met medelijden te bekijken vanuit de positie van de verhevene en de geprivilegieerde barmhartige. Het liberalisme leert hen anderen te gebruiken en te misbruiken. Nergens is nog ruimte voor het samen optreden als gelijken: de erkenning dat je solidair bent met de ander omdat je dezelfde belangen hebt. In veel gezinnen lopen katholieke en egocentrische waardesystemen door elkaar, dikwijls tot vertwijfeling en machteloosheid van de kinderen die van minder gek zouden worden.

Het is mijn diepste overtuiging dat je van dit schizofrene geestelijke klimaat psychotisch kunt worden en dat je hersens tilt gaan slaan zodat hersenscans kunnen laten zien dat je ‘genetisch' aanleg hebt voor schizofrenie, depressie of angststoornissen. Net zoals veel allochtonen doorslaan onder de druk van tegengestelde culturen: in de psychiatrische ziekenhuizen (en in de gevangenissen) van de steden vind je steeds meer allochtonen. Gans West-Europa kraakt onder de schizofrene combinatie van christelijke schijnheiligheid en volslagen gebrek aan moraliteit eigen aan het kruideniersliberalisme. De USA lijden onder een soortgelijke schizofrenie. In gans het Avondland tieren de psychische aandoeningen welig.

De nieuwe ‘epidemie' van de psychische ziekten is begonnen na de oliecrisis van 1973, met de ineenstorting van de vooruitgangsgedachte. En met haar werd de ultra-biologische psychiatrie geboren die de mensen de morele verantwoordelijkheid ontneemt en ze eigenlijk tot wilsonbekwamen verklaart door alles erfelijk te duiden of als aangeboren hersenafwijking te catalogeren. In dat klimaat kon elkeen zijn Elk voor Zich zonder schuldgevoelens waarmaken: over jezelf nadenken als moreel wezen was niet meer nodig want het zat toch in je genen. Tonnen psychofarmaca zouden het verhelpen maar tot op de dag van vandaag hebben ze maatschappelijk gezien bitter weinig verholpen: ze hebben dikwijls mensen echt wilsonbekwaam gemaakt. Handigheid was de nieuwe vereiste maatschappelijke vaardigheid: en schijnheiligheid en egoïsme zijn vormen van handigheid.

zelfmoord in de psychiatrie

Een kwart van de mensen die in 2003 stierven in de psychiatrische ziekenhuizen en de psychiatrische afdelingen van de algemene ziekenhuizen, is geen natuurlijke dood gestorven. Dat moet blijken uit het antwoord van minister van Volksgezondheid Rudy Demotte op een vraag van VLD-kamerlid Hilde Dierickx. In bijna 15 procent van de sterfgevallen zou het om zelfmoord gaan. In totaal stierven in 2003 587 mensen in de psychiatrie: 86 door zelfmoord en 12 door een ongeval. Van 54 overledenen (bijna 10% dus) was de doodsoorzaak als onbekend opgegeven. Vreemd vindt Hilde Dierickx. En terecht. 
bron : Belga 13.03.2006 / De Morgen 14.03.2006

Wij hadden onze beschermvrouwe Annemie Roppe gevraagd deze zelfde vraag (aantal zelfmoorden plus het aantal zelfmoordpogingen) aan de minister te stellen. Men is ons voor geweest. Goed zo: er leeft toch wat interesse voor deze problematiek en De Morgen plaatste het nieuws op de frontpagina. Wij gingen uit van de redenering dat steeds meer depressieve mensen zich vrijwillig laten opnemen maar terechtkomen in afdelingen die eigenlijk gesloten centra zijn met soms vergaande vrijheidsbeperking. Niet bevorderlijk voor het opbeuren van het humeur en het terug tot leven komen. Uit het antwoord van de minister blijkt alvast dat het eeuwige argument dat de vrijheidsbeperking dient om de 'patiënt' tegen zich zelf te beschermen (tegen zelfmoord dus) geen hout snijdt. Ze doen het binnen de muren even snel als daarbuiten, misschien zelfs sneller.

Een rijke depressief gaat voor twee weken naar Toscana of een Grieks eiland of Thailand. Een minder bemiddelde moet het stellen met een opsluiting in Kortenberg.

where did the superego go?

[Deze bijdrage is gebaseerd op de lezing van twee profetische werkjes van de Italiaanse kritische filosoof Giorgio Agamben, met name La comunità che viene (Torino, Giulio Einaudi, 1990; ‘De Komende Gemeenschap', er bestaan Engelse en Franse vertalingen, nog geen Nederlandse) en Mezzi senza fine (Torino, Bollati Boringhieri, 1996; ‘Middelen zonder Doel', ook hier Engelse en Franse maar geen Nederlandse vertalingen). In Nederlandse vertaling kennen we van hem het ophefmakende Homo Sacer: De Soevereine Macht en het Naakte Leven (Amsterdam, BOOM/Parrèsia, 2002)]

Waar is het Superego naar toe? Die instantie die in ons hoofd boven ons stond, die verinnerlijking en internalisering van uitwendige en ons opgelegde maatschappelijke normen, regels en waarden. Dat Superego dat zich verzette tegen onze natuurlijke driften van het Onbewuste en hen belette hun gang te gaan. En in die strijd tussen het Onbewuste (het Id of in het Duits Es) en het Superego moet ons Ik, ons Ego bemiddelen. Het Superego was de Staat en de Overheid die verankerd waren in onze geest, niet als een uitwendige tegenover ons staande macht maar als een integraal deel van ons Zelf. In de tegenwoordige psychoanalyse b.v. in die van Jacques Lacan komt het Superego nog nauwelijks ter sprake. Lacans Le Nom du Père is eerder een flauw afkooksel van Freuds strenge Superego en bovendien geven de lacanianen aan dat de symbolische vaderfunctie in onze postmoderne samenleving is uitgehold. Waar is dat Superego naar toe?

Bij sommige mensen in mijn omgeving die zich geconfronteerd weten met de chaos van deze tijd, merk ik een heimwee naar dit Superego. Maar jammer genoeg voor hen, de doden staan niet weer op. De Staat die boven ons staat, bestaat niet meer. De politieke ethiek, de zogenaamde raison d'état, het Algemeen Belang: het is allemaal in de vloedgolf van de laatste decennia verzwolgen. De Staat als onderdrukkende maar tegelijk richting gevende kracht heeft opgehouden te functioneren, ze heeft haar historische taak volbracht en vormt nu nog enkel een theater waar mensen wedijveren om macht, om de plaats te bezetten van waaruit het spektakel dat deze maatschappij is te regisseren of te monteren. Vroeger was er de Staat met een grote S die ons met veel ethiek en moraalfilosofie inpaste in het publieke, politiek leven precies door ons te onderdrukken. We werden mensen precies doordat ons natuurlijk leven, ons biologisch leven aangevuld werd met een publiek, politiek leven, een deelname aan het beheer van het openbare goed. Die Staat stond BOVEN ons en wij onderaan waren solidair met elkaar. Wie niet solidair deelnam aan een staking was een rat: hij werd algemeen geminacht, ook door de fabrieksbaas tegen wie de staking was gericht. De ergste misdaad die we kenden was de verklikking. Zelfs de Rijkswacht die toen nog bestond, bejegende de verklikkers met diepe minachting: zij noteerde en gebruikte hun informatie en spuwde ze daarna als het ware in het gezicht. Nu word je als spijtoptant beloond. De spijtoptant, i.e. de verklikker, is gemeengoed geworden op alle terreinen, recent nog in het voetbalschandaal. En de Rijkswacht bestaat niet meer: er is geen Rijk meer om over te waken. De strijd gaat tegenwoordig niet meer om het veroveren van de staatsmacht en er is dus ook geen Rijkswacht meer nodig.

De strijd gaat nu tussen staat (de Ander buiten ons) en niet-staat (ons zelf als wat er overschiet van ons lichaam als politiek wezen). Tussen de Ander en ons zelf. Die Ander met zijn normen en waarden is niet langer verinnerlijkt in onszelf, het Superego is verdwenen. In de plaats van de Rijkswacht is de politie gekomen die autonoom gaat optreden en geen onderscheid maakt tussen geweld en recht, haar geweld als recht voorstelt. (Zoals minder goed geweten is: de uitroeiing van de Joden in Nazi-Duitsland was geen regeringsmaatregel maar juridisch gezien een politieoperatie.) Die politie staat niet boven ons op basis van een verheven ethiek, maar naast ons. De solidariteit is opgeheven: elke ander kan verklikker of politieagent zijn. De Staat, dat zijn de Anderen, onze naasten, niet zij die boven ons staan, want er staat niemand meer boven ons. Dit einde van de Staat gaat gepaard met een ware tsoenami van wetten en reglementeringen, dat allemaal om ons zelf tegen anderen te beschermen. Maar we trappen in een val: want met al die wetten kun je ook zelf werkelijk voor alles aangeklaagd worden, hetzij voor de rechter hetzij voor de psychiater. Alles wat je doet, kan tegen je worden gebruikt; omzeggens alles wat je doet is wel door een of andere wet of psychiatrische theorie verboden of tot vorm van mentale stoornis gemaakt. Spreek je te luid, dan is het A; spreek je te stil, dan is het B. Je wordt beboet niet omdat je iets verkeerd gedaan hebt, maar omdat je pech had: je werd gezien door anderen, je was op het verkeerde moment op de verkeerde plaats. Onnozelheden als even op de stoep parkeren of eens agressief uit de hoek komen (vroeger waren assertiviteitstrainingen zeer populair, maar die zijn volkomen uit de mode, zelfs het woord assertief is helemaal in onbruik geraakt):je weet niet wat je riskeert.

In dat klimaat komt niemand nog op voor zijn rechten: het risico te verliezen is veel te groot. In deze samenleving waar elke ander een verklikker of politieagent kan zijn, waar elke ander je kan aanklagen, is er een enorme roep om warme waarden zoals vriendschap en solidariteit: het beste bewijs dat die dingen niet meer bestaan, dat je op die dingen niet meer kunt bouwen. Je kan niet meer echt onvoorwaardelijk op iemand rekenen, je moet voortdurend je vrienden te vriend houden, voortdurend je partner voor je winnen, je kinderen verzekeren van je liefde, je collega's overtuigen van je inzet en je beroepsernst. Een enorme stress is het gevolg, een stress die alle sferen van ons bestaan penetreert. In zo'n klimaat leven wij tegenwoordig. Nooit wetend of we moeten reageren of niet, of we ons mogen en kunnen verweren of niet. Niet te verwonderen dat vage klachten opduiken waarvan men niet weet wat er precies van aan is: depressies, burn-out, chronisch vermoeidheidssyndroom (cvs). Vage klachten waarvan de maatschappelijke dimensie door de arts misschien wel wordt onderkend, maar waartegen die niet kan optreden, dus gooien we er maar wat psychofarmaca tegen aan. 12% van de Vlamingen en evenveel Nederlanders zou aan een angst- of paniekstoornis leidden, 6% zou kampen met een depressie (de twee groepen overlappen elkaar wel in sterke mate). De agressiviteit is in Nederland het laatste decennium sterk gestegen: een website waarop een  Nederlandse sociaal-psycholoog de etiketten burn-out en cvs wat kritisch en satirisch aanpakte, moest na bedreigingen van het Internet worden gehaald.[1] Vlaanderen is op het eerste zicht een ongewelddadig land, maar het onderhuids geweld neemt ook hier sterk toe. Komt daar nog bij: de wijze waarop journalisten zich steeds meer opstellen als rechters, openbare aanklagers en zedenmeesters van om het even wat en van om het even wie; elk gedrag van de burgers nemen zij onder de loep, dikwijls wordt van alles en nog wat beoordeeld en veroordeeld in ‘onschuldige' amusementsprogramma's. Vroeger was het blootstaan aan zo'n terreur het privilege van de politieke, religieuze en economische leiders die in de wedijver om de macht elkaar graag een kloot aftrokken. Nu is deze terreur uitgebreid tot de hele bevolking. Vroeger las je in de krant confidenties over de machtigen der aarde, nu lees je over jezelf  en word je in je eigen krant uitgekleed. Staat en religie zijn vervangen door de media: maar van de Staat en de religie wisten we met wie ze goede maatjes waren en van wie ze de spreekbuis waren. Nu noemt De Morgen zich een ‘onafhankelijke krant'.

Voor het ogenblik heeft deze situatie van teloorgang van de Staat ons in een val gelokt. In de mate dat wij niet meer politiek handelen, niet meer bezig zijn met het beheer van het publieke goed, omdat het publieke goed opgehouden heeft te bestaan, niet meer voor onze rechten opkomen omdat er geen ‘wij' en geen ‘ons' meer is, in die mate hebben wij ons zelf teruggebracht tot zuiver dierlijke lichamen: wij werken, doen boodschappen, eten en brengen onze kinderen groot, als waren we niet meer dan dieren. De scheiding tussen ons maatschappelijk leven (ons politiek leven zoals de filosofen dat noemen) en ons biologisch leven, ons privé-leven waar we voor de anderen niet bestaan, is opgeheven. Ons maatschappelijk leven is  teruggebracht tot dat van een sociaal dier dat van anderen signalen opvangt en daar vrij mechanistisch op reageert. Amper spreken wij nog, amper gedragen wij ons nog als onvoorspelbare mogelijkheden. Politiek is dan beheersing geworden van die dierlijke lichamen die we zijn. De hausse van de neuro- en breinwetenschappen (met het afgelopen ‘Decade of the Brain') met haar enorme aanmatigende pretenties valt niet toevallig samen met de periode waarin we ons politieke leven hebben laten vallen en ‘naakt leven' zijn geworden. Sommige neurowetenschappers beweren zelfs dat onze politieke overtuigingen genetisch bepaald zijn. Daarmee heeft de politiek inderdaad opgehouden te bestaan. Op een bepaalde manier zijn we terug ‘dieren' geworden, puur biologisch ‘naakt leven'. We hebben ons publiek leven opgegeven en proberen aan de heersende druk te ontsnappen door ons terug te trekken in ons ‘dierlijk' privé-leven waar we denken vrij te zijn van de druk van de concurrentiële anderen. Maar de Ander weet ons te vinden, hij dringt via de media genadeloos ons privé-leven binnen.

In die mate dat wij ons zelf enkel nog als biologische lichamen ervaren en niet als maatschappelijke actoren, in die mate hebben we ook lichamelijke klachten, zijn we ziek zonder echt ziek te zijn. Het is onzin dat die klachten neurofysiologische of neurobiologische oorzaak hebben. Waarom zouden plots in deze tijd onze hersenen besmet zijn geraakt door een angst- en depressie-epidemie. Maar natuurlijk weet elke arts die nog wat onafhankelijk staat van de heersende staatspsychiatrie[2] dat de oorzaak erin ligt dat wij ons opjagen en laten opjagen als waren we de prooi van roofdieren. En wij reageren effectief als dieren: of depressief (ineengekrompen) of agressief. en over onze toeren. En meer en meer mensen komen in een soort kampen terecht, in de afzondering van een residentiële of semi-residentiële instelling.[3] Ons Superego is verdwenen en dus ook ons Ego want bemiddeling is niet meer nodig. We zitten gevangen in een Onbewuste dat niet meer bewerkt is. Ten prooi aan chaotische verwarring. Psychotisch peilen we de afgrond. 

Uit deze verwarring zullen we onze bevrijding moeten puren. Deze toestand kan immers niet blijven voortduren. Dit is niet de afschaffing van de Staat zoals we ons die hadden voorgesteld. De zogenaamde maatschappelijke kosten zijn enorm hoog. Dit is niet het Goede Leven waarvan we dromen. Het komt erop aan de wetten en de praktische bezwaren die tussen droom en daad in staan, op te heffen.


 


[1]  Bakker, Bram Te zot voor woorden: een kritische kijk op de psyche en de psychiatrie. Amsterdam, De Arbeiderspers, 2005.

[2]  Rosseel, Eric  EmancipatiePsychologie, StaatsPsychiatrie en Transcendentaal Spiritualisme. Netwerk Psychiatrie en samenleving. http://psychiatrie.blogse.nl/log/principes/  (maart 2006)

[3]  Netwerk Psychiatrie en Samenleving  Kampen!?! http://psychiatrie.blogse.nl/log/hoekje-jean-pierre-dewaele/ (maart 2006).

vraag of aanbod?

In een artikel 'Psychose of djinn: verklaringsmodellen en interculturele communicatie in de GGZ' (verschenen in: Patient Care/Neuropsychiatrie & Gedragsneurologie, augustus 2005, p.141-146) besluit Cor Hoffer, antropoloog bij de Geestelijke GezondheidsZorg Groep Europoort Rotterdam) zijn bespreking van de hulpverlening aan allochtonen met de aanbeveling dat hulpverleners minder aanbodgericht en meer vraaggericht moeten werken. Hij bedoelt dus dat de hulpverlening, de psychiatrie dus, zich bij de hulpverlening niet zo maar vanzelfsprekend mag opstellen als een instantie die een aantal behandelingswijzen kan aanbieden: die behandelingen behoren immers tot onze cultuur en passen niet altijd in de opvattingen over ziekte en gezondheid van de allochtoon. Het lijkt ons dat deze aanbeveling veralgemeend mag worden. De psychiater stelt zich veel te veel op als iemand met een bepaald aanbod (diagnoses, theorieën over geestesziekten, medicamenteuze behandelingen, voorstel tot opname in een ziekenhuis, enz.) zonder zich in te leven in de vraag van de hulpvrager.

Het probleem is dat de patiënt heel dikwijls zijn of haar vraag al zal stellen in termen van het aanbod van de hulpverlener. Hij vraagt om pillen b.v., pillen om zijn of haar lusteloosheid te verdrijven of om zijn of haar angstgevoelens in te dijken. De huisarts of de psychiater slaagt er meestal niet om deze vraag in zijn wezenlijkheid te duiden. De patiënt die om pillen smeekt, vraagt duidelijk hoorbaar nochtans twee dingen: 1) ik wil van mijn angst of depressie af en 2) het mag niet teveel moeite kosten, ik wil een tovermiddel. Deze laatste vraag wordt door de hulpvrager meestal niet expliciet geformuleerd en door zijn aanbodgerichtheid hoort de hulpverlener deze vraag dikwijls niet. Nochtans ligt bij deze vraag dikwijls het begin van de ellende: als antwoord krijgt de hulpvrager medicijnen die hij of zij in aansluiting daarop jarenlang neemt, met alle nevenwerkingen er bovenop. En in veel gevallen blijkt dat de hulpvrager ondanks de medicijnen toch een bijkomende inspanning moet doen: één of andere vorm van psychotherapie, desnoods een opname. De hulpvrager moet dus 'aan zichzelf werken', hij moet doen wat hij of zij hoopte te kunnen vermijden: de confrontatie met zichzelf, met de eigen manier van zijn en leven. Zijn of haar strategie om via de nadruk op de lichamelijke klachten het onder ogen zien van de goed gekende oorzaken van de klachten te vermijden met het vinden van een tovermiddel (de medicijn) is mislukt. Het onder ogen zien van de oorzaken van de klachten is immers bijzonder bedreigend: stress op het werk impliceert mogelijk ontslag nemen en uitkijken naar ander werk; problemen in de relatie kunnen uitlopen op een scheiding en hoe met je dat de kinderen vertellen? enz. Maar wie door angsten of depressies geplaagd wordt, ontsnapt niet aan die zelfconfrontatie of verzeilt in een min of meer psychotische toestand (depersonalisatie, lethargie, enz. dikwijls nog versterkt door de werking van de medicijnen).

Het aanbod van de hulpverlener (een theorie over de lcihamelijke oorzaak van de aandoening plus de bijhorende medicamenteuze behandeling) tekent de ganse ontmoeting tussen hulpvrager en hulpverlener. In die ontmoeting verwart de hulpvrager dikwijls de twee rollen die de hulpverlener voor hem geeft: 1) vertrouwenspersoon en 2) medisch deskundige. Met een verslag over zijn of haar lichamelijk doen (angst, hartkloppingen, geen eetlust, in bed blijven liggen) geeft de hulpvrager aan zijn arts een inkijk in zijn problemen via de weg van de lcihamelijke gevolgen, waar de arts als medisch deskundige geacht wordt iets aan te kunnen doen. Maar de arts kan alleen die gevolgen aanpakken en daarmee eigenlijk de oorzaken bestendigen, want de gevolgen zouden draaglijker worden (b.v. weer kunnen slapen dank zij Loramet of Trazolan). Voor wat betreft de oorzaken kan de arts als vertrouwenspersoon niet meer dan andere vertrouwenspersonen (vrienden, gezins- of familieleden). Uiteindelijk staat de hulpvrager voor het dilemma van de gevangene in een tuchthuis: pompen of verzuipen. M.a.w. werken aan zichzelf of afglijden naar een pseudo-psychotische toestand. De confrontatie met zichzelf valt in het leven niet te vermijden. Voor die confrontatie hebben de meeste mensen genoeg aan een gedegen zelfanalyse of een regelmatig diepgaand gesprek met partner of vrienden. Anderen hebben wat deskundige hulp nodig en besluiten zich te begeven in een psychotherapie of een psychoanalyse. Deze bieden evenwel geen soelaas als de persoon de zelfconfrontatie ontloopt of ogenschijnlijk niet aan kan. De (tijdelijke) onmin met zichzelf is inderdaad het meest risicovolle moment van de zelfconfrontatie, vandaar dat voor sommigen die zelfconfrontatie best gebeurt onder begeleiding van een ervaren deskundige.

Met zijn aanbod aan behandelingswijzen (van diagnose tot medicament) geeft de arts aan dat hij enkel de lichamelijke gevolgen van scheef gelopen sociale toestanden aan kan, dat hij machteloos staat tegen de oorzaken van angsten en depressies. De epidemie van de paniekstoornissen en depressies zal dan uiteindelijk ook op een ander, maatschappelijk niveau moeten worden aangepakt. Vooralsnog zijn de tijden daar niet voor rijp omdat een meerderheid het leven nog blijft zien als een wedstrijd waar het aantal winnaars groter is dan het aantal verliezers. Een wedstrijd waar allerhande vormen van doping toegelaten zijn. Maar dat hoeft zo niet te blijven.
 

Ben je een HSP? nee? en je kind geen indigo? spijtig!

In Nederland (de rage waait voorlopig niet echt over naar Vlaanderen) word je in sommige kringen met de nodige égards behandeld wanneer je kunt waar maken dat je een HSP bent, een high sensitive person - een hooggevoelige. En hooggevoelige kinderen, Nieuwetijdskinderen of Indigo genoemd, worden met nog meer achting bekeken want zij vervullen zowaar een goddelijke missie. In welke kringen dan wel? in New Age middens en kringen van allerhande spiritualismen. Die hooggevoeligheid heeft bij zoveel Nederlanders een ja, gevoelige snaar geraakt dat er zelfs een website startkabel-hooggevoeligheid is, waar je dus een gans gamma van voor hooggevoeligen relevante sites kunt aantreffen (met daarbij ook allerlei sites voor allergieën).

Tegelijk zouden deze HSP's en in het bijzonder weer die hooggevoelige kinderen meer vatbaar zijn voor psychische aandoeningen. Zij kunnen immers niet altijd op begrip van hun omgeving rekenen en zij zijn minder bestand tegen het lawaai en de 'zinloze' informatie waarmee wij in onze samenleving worden gebombardeerd. U herkent bij dit laatste ongetwijfeld de oude wijn in nieuwe zakken. Het fabriekslawaai en het stedelijk lawaai werkte al vanaf het begin van de industriële samenleving danig op de zenuwen van een bepaald soort pastorale fundamentalisten, bucolische romantici en ecologisten avant la lettre. En nu beweren sommige weldenkende spiritualisten dat er een directe link is tussen hooggevoeligheid en bepaalde vormen van goedaardige psychosen die door critici dikwijls 'religieuze psychosen' worden genoemd. Die psychotici kenmerken zich namelijk door een meer dan gemiddelde belangstelling voor allerlei religiositeiten, van boeddhisme tot de steen der wijzen van de alchimie en de archetypes van Carl Gustav Jung (waarbij dan natuurlijk vergeten wordt dat Jung zijn religiositeit op het gepaste moment in het nazistisch kleedje van een 'Arische psychologie'- die stond tegenover de 'Joodse psychologie' - wist te hullen).

Maar wat is een HSP? en een Nieuwetijdskind en een Indigo?

http://www.hooggevoelig.nl/ omschrijft een hooggevoelige als:
'Een HSP (Highly Sensitive Person) is iemand die gevoeliger is voor indrukken van de buitenwereld dan gemiddeld. Hun eigenschappen zijn onder meer: zorgzaam, bewust, dromen en fantaseren veel, voelen stemmingen aan, denken over veel dingen na, zijn snel ontroerd door kunst en natuur.'
Zowaar een 'ideaal', een echt freudiaans Ideaal-Ik: want wie zal nu niet beweren dat hij of zij niet ontroerd wordt door 'kunst en natuur'? Maar welke kunst: de zachtheid van de impressionisten of de brutaliteit van de dadaïsten of de surrealisten? Mozart of de Sex Pistols? en welke natuur: het zachte ruisen van het riet of een jachtdier dat genadeloos zijn prooi verslindt?

Gelukkig biedt de uitvindster van al dat fraais, klinisch psychologe ELaine N. Aron (die inderdaad aan het Jung Institute in San Francisco heeft gewerkt), ons een 'empirische' uitweg in haar bestseller The High Sensitive Person (NY, Broadway Books, 1996; gevolgd door al even klassiek geworden en voorspelbare titels als The High Sensitive Child en The High Sensitive Person in Love). Deze bestseller werd in 2005 in het Nederlands vertaald door Uitgeverij Archipel, die zichzelf omschrijft als 'Archipel wil dé uitgeverij zijn voor vrouwelijke lezers voor wie ontspanning, emotie en herkenning bij het lezen voorop staan'. In Hoog sensitieve personen - Hoe blijf je overeind als de wereld je overweldigt? biedt Elaine ons nu zowaar een 'test' zodat de lezer kan nagaan hoe hooggevoelig hij of zij is. De 'test' bestaat uit 23 indicaties:

  • ik ben me bewust van subtiele signalen in mijn omgeving.
  • Ik word beïnvloed door de stemmingen van anderen.
  • Ik ben nogal gevoelig voor pijn.
  • Tijdens drukke dagen merk ik dat ik behoefte heb om me terug te trekken in mijn bed of een donkere kamer (of een andere plek waar ik alleen kan zijn).
  • Ik ben bijzonder gevoelig voor de effecten van cafeïne.
  • Ik raak gemakkelijk overvoerd door dingen als fel licht, sterke geuren, grove weefsels of harde sirenes.
  • Ik heb een rijke en complexe innerlijke belevingswereld.
  • Ik voel me niet op mijn gemak bij harde geluiden.
  • Ik kan diep geroerd raken door kunst of muziek.
  • Ik ben consciëntieus.
  • Ik schrik gemakkelijk.
  • Ik voel me opgejaagd als ik veel moeite moet doen in korte tijd.
  • Als mensen zich in een fysieke omgeving niet prettig voelen, weet ik meestal wat er moet gebeuren om dat te veranderen (bijv. door het licht te dimmen of het meubilair te verplaatsen).
  • Ik raak geïrriteerd als mensen proberen me te veel dingen tegelijk te laten doen.
  • Ik doe erg mijn best om te voorkomen dat ik fouten maak of dingen vergeet.
  • Ik kijk uit principe niet naar gewelddadige films of tv-shows.
  • Ik voel me ongemakkelijk als er veel om me heen gebeurt.
  • Als ik erge honger heb, heeft dat een sterke invloed op mijn concentratievermogen of mijn humeur.
  • Veranderingen in mijn leven brengen me van mijn stuk.
  • Ik heb een neus voor delicate geuren, smaken, geluiden en kunstwerken en geniet daarvan.
  • Het vermijden van situaties die mij van streek maken of overbelasten, heeft bij mij hoge prioriteit.
  • Als ik met iemand moet wedijveren of op mijn vingers word gekeken, word ik zo nerveus of gespannen dat mijn prestaties veel minder zijn dan gewoonlijk.
  • Als kind werd ik door mijn ouders of leraren gevoelig of verlegen gevonden.

Psychometrische gegevens m.b.t. deze vragen worden niet vermeld. Zijn de vragen betrouwbaar (m.a.w. zal men vandaag niet anders antwoorden dan gisteren)? Zijn ze 'valide', m.a.w. zeggen ze echt iets over de persoon die de vragen beantwoordt? Wie is niet 'nogal gevoelig voor pijn'? Zelfs 'armen van geest' zullen geneigd zijn te stellen dat ze een 'complexe innerlijke belevingswereld hebben' en omzeggens niemand zal zeggen zich gemakkelijk te voelen 'bij harde geluiden'. Wie is niet geïrrtieerd als men je pusht om 'teveel dingen tegelijk te doen'? Wie zal geen prioriteit geven aan het vermijden van situaties 'die me van streek maken of belasten'?
Heel wat vragen zijn dus uitermate suggestief en nodigen je uit om maar 'ja' te zeggen. Bovendien is het niet moeilijk om het eindresultaat te 'sturen': als je er als hooggevoelig wilt uitkomen, weet je zo wat je wel en wat je niet moet antwoorden. De 'test' is dus 100% doorzichtig.

Als je nu 14 keer of meer op deze vragen 'ja' antwoordt, dan ben je hoog-sensitief, dan ben je dus een HSP. Waarom niet 13 of 15 keer? Niet zeuren, man! Elaine weet het toch wel zeker?

Wij vrezen dat ze het niet weet. En op basis van deze 'test' wordt de wereld dus ingedeeld in HSP's aan de éne kant en ja wie, de rest, aan de andere kant. Over die 'rest' wordt niet meer gesproken. Elaine Aron levert ook geen onderbouwde theorie over het ontstaan van hooggevoeligheid. Je bent zo! Hoogevoeligheid is dus niet iets dat zich langzaam vormt doorheen je ontwikkeling tot volwassene   We zouden dus kunnen zeggen: hooggevoeligheid is aangeboren, maar het klinkt eerder in de trant van: je bent begiftigd en begenadigd met hooggevoeligheid. De 'test' levert ook niet echt gradaties in HSP: als je een score van 14 haalt, ben je eigenlijk even volwaardig HSP als iemand die 23 haalt. En dan ben je klaar om in te stappen in allerlei trainingscursussen om je potentieel als HSPwaar te maken en de handicaps die met hooggevoeligheid gepaard gaan, te neutraliseren. Tegen forse betaling uiteraard. Hoewel promotie is mogelijk: je kan zelf sensitherapeut worden: in 12 dagen kun je een opleiding volgen om bijvoorbeeld hooggevoelige kinderen (die nu plots overgevoelig worden genoemd) te 'behandelen'.

Hoogevoeligheid is echter een risico - een risico op psychische aandoeningen. Hooggevoeligen worden dan plots 'overgevoeligen'. Gevoeligheid heeft voordelen, maar in onze cultuur is deze karaktertrek zeker niet ideaal. Je denkt dan vrij spontaan aan dingen zoals het feit dat hooggevoeligen (op basis van de 23 vragen van Elaine Aron) effectief last zullen hebben van lawaai en in het algemeen minder stressbestendig zullen zijn. Nee, in die richting moet je het niet zoeken. HSP's mankeren niets, maar hun omgeving kan het hen wel knap lastig maken. HSP's hebben in hun jeugd vaak last gehad van weliswaar goedbedoelende ouders en leraren die hen wilden helpen hun gevoeligheid te overwinnen, alsof het ging om een afwijking. Dat heeft de HSP's reeds als kind angstig gemaakt en juist daardoor konden ze moeilijke situaties minder goed aan. Zo raakten ze in een negatieve spiraal van angst en overgevoeligheid. Ook kinderen in hun omgeving zullen met hen niet altijd even vriendelijk zijn geweest. HSP's zijn dus een beetje slachtoffer van de onwil van hun omgeving om hen te accepteren zoals ze zijn. Volwassen HSP's hebben waarschijnlijk meer moeite gehad om een goede baan te vinden en een goede relatie op te bouwen. Ook hun gevoel van eigenwaarde en hun zelfvertrouwen hebben vaak te lijden gehad onder hun hoge gevoeligheid, die vaak gepaard gaat met verlegenheid.

Al het voorgaande levert een kader waarbinnen HSP-psychotici zichzelf gaan waarnemen als 'beter' dan anderen, als behept met een door anderen verminkt maar toch intact gebleven authentiek Zelf. Een soort Übermensch-gevoel, een gevoel anders te zijn dan de doorsnee-mens die zich als een kuddedier en een willoos consument gedraagt.

Wat zijn nu nieuwetijdskinderen?

Nieuwetijdskinderen zijn overgevoelige, hoog sensitieve kinderen. HSP-kinderen dus. Zij worden doorgaans als volgt omschreven: ze voelen emoties en verdriet van anderen heel sterk; vaak hebben ze een vorm van paranormale begaafdheid. Ook ADHD kinderen, met de vormen ADD en PDD-NOS, en autistische kinderen zouden vallen onder de nieuwetijdskinderen, dit omdat hun problematiek in de meeste gevallen dezelfde achtergrond heeft: overgevoeligheid. Volgens de New Age-adepten zouden er veel overgevoelige kinderen zijn die zich intens verdrietig voelen maar de reden van dit verdriet op geen enkele manier kunnen aangeven. Dit zou dan zijn oorsprong hebben in het feit dat ze in aanleg een tweeling geweest zijn. Dit tweeling-zijn is dan dikwijls al vroegtijdig verstoord zijn omdat de tweede vrucht afgedreven werd, maar het verlatingsgevoel bij het kind dat geboren is kan een heel leven duren. Het eenzaamheidsgevoel, het gevoel niet compleet te zijn, het verdriet en het gevoel altijd iemand te missen zouden dan typisch zijn voor deze hooggevoelige nieuwetijdskinderen. Een theorie die natuurlijk op geen enkele manier kan hard gemaakt worden en ons overkomt als puur verzinsel.

De overgevoeligheid van nieuwetijdskinderen kan zich op vele manieren uiten: vooral emotioneel (het verdriet dus) maar ook in de vorm van allergie of voedselintolerantie. Uit onderzoek zou gebleken zijn dat de meeste overgevoelige mensen (ook kinderen) last hebben van hypoglycemie (suikerintolerantie). Hier kunnen erg veel klachten uit voortkomen, o.a. stemmingswisselingen. Kinderen met een suikerintolerantie kunnen door het eten van suiker ADHD-gedrag vertonen. Kinderen kunnen ontregeld zijn door inentingen. Enz. Al deze associaties tussen overgevoeligheid en allergieën of voedselintoleranties steunen uiteraard niet op hard wetenschappelijk materiaal. In deze New Age-kringen ben je een 'believer' of een 'non-believer'. Waar eventueel een zij het kleine  bron van waarheid zou kunnen vermoed worden is het gegeven dat het aantal overgevoelige kinderen zou toenemen, wat te maken zou hebben met allerlei eigentijdse fysieke invloeden zoals stralingen van computers, gsm's, tv's, tl-buizen, de stressmaatschappij, onze eetgewoontes met additieven waaraan deze kinderen overgevoelig zouden zijn en waarvoor ze een allergie of intolerantie ontwikkelen. Kortom, onze postmoderne cyber- en technocultuur zouden 'stralingen' uitzenden die kinderen ziek en overgevoelig maken. Dan hadden we onder de miljoenen mensen die dagelijks met de computer omgaan, een ware epidemie van overgevoeligheden moeten vaststellen. De moderne voeding maakt het ziektebeeld compleet. En over deze voeding valt inderdaad wel iets te zeggen: dat is het enige punt dat ons zinnig overkomt. 

We vinden deze denkbeelden over nieuwetijdskinderen dus vooral terug bij New Age groepen die zich op het plattteland terug trekken en daar b.v. als biologisch tuinierders ver weg houden van de verderfelijkheden van het moderne en psotmoderne leven. Opvallend is dat in deze ganse analyse de aard van de relaties die het kind met zijn ouders en met andere volwassenen (of met zijn leeftijdsgenootjes) aangaat en de wijze waarop doorheen dit interactieproces zijn (ook lichamelijke) subjectiviteit vorm krijgt, op geen enkel moment aan bod komt. Binnen het spiritualisme van de New Age adepten is geen plaats voor opvoeding en ontwikkeling van het kind: hun kinderen zijn HSP en zullen het altijd blijven.

Waarom noemt men dit nu nieuwetijdskinderen? 

Veelal leven nieuwetijdskinderen te veel in hun hoofd en staan ze te weinig met hun beide beentjes op de grond. Nieuwetijdskinderen zijn vaak heel speciale kinderen die hun eigen kijk op de dingen hebben. Ze kunnen heel verrassend uit de hoek komen en opvallend creatief zijn in het vinden van oplossingen. Net of zij een extra dimensie hebben die andere kinderen ontbreekt. Hier komt de aap uit de mouw. Nieuwetijdskinderen mogen dan slachtoffer zijn van allerlei stralingen, in wezen vormen zij volgens de New Age people een elite: zij leven reeds in een tijd die nog komen moet en ook komen zal. Zij zijn hun tijd vooruit. De nieuwe tijd is nog niet aangebroken, maar de nieuwe kinderen zijn er al. Zij beschikken over 'innerlijke wijsheid' en 'leven vanuit hun gevoel'.

Lees verder...

'beter dan goed': het is maar een gevoel!

Mensen hebben altijd allerhande stoffen gebruikt om zich 'beter dan goed' te voelen: planten en kruiden, alcohol, nicotine, enz. Vanaf de tweede helft van de 19de eeuw zien we met de opkomst van de industriële scheikunde bij de middenklasse (vooral artiesten, schrijvers en intellectuelen) een zoektocht naar synthetische stoffen om dit 'beter-dan-goed'-gevoel op te wekken: opiaten zoals laudanum geraakten in zwang. Rond de eeuwwisseling van 1900 was in het bijzonder cocaïne in trek (Freud bvb. gebruikte het van 1886 tot 1904). Daar was niets verdachts aan: cocaïne was toen vrij te verkrijgen en in die periode werd trouwens de Coca-Cola Company opgericht met coca-cola die zuivere cocaïne bevatte. In die periode werd van alles op de markt gebracht dat beloofde je te zullen genezen van 'alle kwalen', vooral psychische kwalen zoals vermoeidheid, lusteloosheid en neerslachtigheid. Neurasthenie (zenuwzwakte) was toen één van de meest gediagnosticeerde aandoeningen, een kwaal die ondertussen uit het medisch woordenboek is geschrapt en dus niet meer blijkt te bestaan. Wie lijdt er tegenwoordig nog aan een 'zenuwinzinking', een term die vijfentwintig jaar geleden nog de meest gangbare was om aan te duiden dat men 'er door zat' of 'het niet meer aan kon'?

De individualisering van de samenleving was toen nog beperkt tot de middenklasse en blijkbaar had die middenklasse in haar 'struggle for life', in die toenemende onderlinge wedijver voor reputatie, eer, erkenning, status, macht en vooral geld steeds meer behoefte aan middelen die de wilskracht, de creativiteit en de enthousiasmerende inzet opdreven. Je moest je niet alleen 'goed' voelen, je moest 'beter dan goed' zijn. De meeste van de aldus aangewende middelen waren legaal en ze stonden niet als geneesmiddel geregistreerd.

Maar ook geneesmiddelen die slechts op medisch voorschrift te krijgen was, bleven niet doof voor deze lokroep vanuit de middenklassen. Het eerste geneesmiddel dat niet enkel werd gepromoot om te genezen van een (psychische) kwaal, maar om je beter te voelen dan gewoon gezond, was ongetwijfeld Valium (één van de vele benzodiazepines, uitgevonden door de verleden jaar gestorven Leo Sternbach). Valium werd een reuzesucces: idolen als Elvis Presley, Liz Taylor en Andy Warhol slikten het bij doosjes (Sternbach verdiende per verkocht doosje 1 dollar). Gans middenklasse Amerika was in de ban van Valium. Daar de grens tussen ziekelijke angst en min of meer 'normale' gevoelens van onzekerheid nauwelijks kan getrokken worden, werd zo voor het eerst een geregistreerd geneesmiddel gebruikt om negatieve gevoelens die onderdeel vormen van de 'normale' gang van zaken in het leven, te onderdrukken. Oorspronkelijke gaven de benzodiazepines (zoals Valium, Lexotan, Seresta, Temesta, Mogadon; Xanax en Tranxene kwamen later op de markt) op hun bijsluiter aan geen nevenwerkingen te hebben (de enige contra-indicatie was myasthenia gravis, een extreme vorm van spierzwakte): de weg stond dus open voor een ongebreideld gebruik.

Maar alras viel een domper over de benzodiazepines: ze bleken verslavend en talloze gebruikers gebruikten ze om zelfmoord te plegen, wat een paar decennia eerder ook het einde van de barbituraten (slaapmiddelen waarvan toen vooral Veronal en Amytal bekend waren) had ingeluid. Maar de behoefte bij de middenklasse bleef bestaan.

In de jaren 1990 kwam toen Prozac: Prozac was het eerste geregistreerd geneesmiddel dat rechtstreeks via de media aan de man werd gebracht met de boodschap dat het je beter zou maken ook al was je kerngezond en vertoonde je geen enkele pathologie. Boeken zoals Peter Kramer's Listening to Prozac (1993) werden bestsellers. Woody Allen promote Prozac in zijn films. Maar ook het imago van Prozac bleef niet lang overeind, minder lang eigenlijk dan dat van valium. Prozac (en zijn verwanten de SSRI's, selective serotonine reuptake inhibitors) bleek niet alleen suïcidale neigingen op te wekken, het werk ook verantwoordelijk gesteld voor agressieve ontladingen, tot moord en doodslag toe. Exit Prozac.

Ook in België en Nederland kunnen we vaststellen dat meer en meer mensen antidepressiva zoals Seroxat, Zoloft enz. gaan gebruiken als pepmiddel en niet als geneesmiddel. Die mensen, meestal werkend onder stress in een concurrentieel beroepsmilieu, vragen en smeken hun huisarts om antidepressiva zelfs al vertonen ze geen enkele gezondheidsklacht. Antidepressiva zijn een wapen geworden in de 'rat race', typisch voor een streek zoals Vlaanderen waar iedereen hoopt zelfstandig ondernemer te worden en 'zijn eigen baas te zijn'. Jobadvertentiebladen zoals Vacature en Job@ spelen dat spel duchtig mee: zelfs voor een relatief eenvoudige job wordt verwacht dat je 'dynamisch' bent en 'het beste van jezelf' wil geven. Veel van die opgeklopte 'boeiende' jobs blijken bij nader toezien toch maar relatief saai en routinematig te zijn (maar wel stresserend). En zo is de sollicitant dubbel gefopt: hij/zij heeft zich soms letterlijk opgepept voor een al bij al vrij inhoudsloze job die hem of haar meer stress dan arbeidsvreugde bezorgt.

Zo gaat dat in Vlaanderen waar een belangengroep als UNIZO door de media wordt voorgesteld als een soort arbeidspsychologische autoriteit. 

waarom 'geestesziekten' zo snel van naam veranderen

psychoatrische ziektes of 'mental disorders' veranderen nogal snel van naam. Dit is vanaf het einde van de 19de eeuw (het begin van de psychiatrie) steeds zo geweest. En dit heeft niet alleen te maken met nieuwe inzichten in die ziektes. Malaria is steeds malaria gebleven, syfilis is steeds syfilis gebleven ondanks nieuwe medische inzichten, enz.. Bij malaria en syfilis bleven de grondoorzaak van de ziekte en de basissymptomen wel steeds dezelfde. Bij psychiatrische ziekten veranderen de namen omdat men nieuwe 'oorzaken' aanbrengt die dan later weer niet blijken te kloppen én omdat er ook nieuwe symptomen opduiken.

malaria en syfilis (of vogelgriep, enz.) zijn ook geen verzamelnamen, het zijn geen containers voor allerlei min of meer gelijklopende of min of meer uiteenlopende stoornissen. pschiatrische ziektes zijn dat wel. zowel schizofrenie als manisch-depressieve psychose als depressie als autisme als ADHD als enz. zijn verzamelnamen voor verschijnselen waarbij men soms moeite moet doen om de gemeenschappelijke componenten duidelijk aan te geven.

schizofrenie (altijd een container geweest voor contactstoornissen, wanen en hallucinaties) werd eerst aangeduid als dementia praecox. nu heeft men een gans gamma van schizo-affectieve en schizofreniforme aandoeningen. manisch-depressieve psychose wordt tegenwoordig doorgaans bipolaire stemmingsstoornis genoemd, met type I (nadruk op manie) en type II (nadruk op depressie). sommigen spreken zelf van MD1, MD2 en MD3 en een uitzonderlijke psychiater zal je zelfs diagnosticeren als manisch-depressief type 3 zonder dat hij/zij zelf het verschil tussen de drie types duidelijk aan de patiënt kan uitleggen. depressie zelf is een container die gaat van 'zich niet lekker voelen' tot 'majeure depressie' met quasi bewegingsloosheid. depressie werd vijftig jaar geleden nauwelijks onderscheiden van melancholie, nu wordt over melancholie in medische zin niet meer gesproken. vroeger mocht je bij de dood van een geliefde of een naastbestaande een maand rouwen: vrouwen droegen zwarte kleren en mannen hadden een zwart lintje op de revers van hun jas of mantel. als je nu na de dag van de begrafenis nog rouwt, word je depressief verklaard en krijg je Efexor of Seroxat (nu Prozac uit de mode is).

ook ADHD is een verzamelnaam. bij ADHD hebben we het onderscheid tussen het hyperactieve type en het inattentieve (onoplettende) type. ADHD werd eerst beschreven als hyperkinesie, later 'minimal brain damage' en daarna nog 'minimal brain dysfunction' en pas rond 1985 ADHD. ADHD was een ziekte van jongeren, maar nu zijn er ook al ADHD-volwassenen en ze zijn daar zelfs een beetje fier op. hetzelfde geldt voor autisme: vroeger alleen gebruikt voor kinderen, nu noemen sommige morbide volwassenen zich autistisch als was het een teken van status. het lijkt tegenwoordig wel dat je om 'normaal' te zijn ergens 'abnormaal' of 'gestoord' moet zijn.

waarom veranderingen al die aandoeningen zo van naam?

de problemen die kinderen ondervinden om zich in te schakelen in de wereld van de volwassenen, nemen nieuwe vormen aan: hun ontberingen krijgen veel meer dan vroeger een relationeel en affectief karakter. jonge adolescenten en volwassenen moeten hun weg vinden in een wereld die vergeleken met twintig jaar geleden, vol is van onzekerheden en in een concurrentieel milieu, de zogenaamde genadeloze 'rat race'. het ouder worden is al evenzeer problematisch. allemaal uitdagingen voor elk van ons die te maken hebben met een evolutie van de maatschappij waar we blijkbaar als individu en als gemeenschap geen vat op hebben of krijgen. het is dan ook onze taak als opvoeders thuis, in crèches, in onthaalgezinnen, op school, kinderen een optimaal affectief en cognitief kader te geven voor hun ontplooiing, met niet te vergeten de prenatale zorg en omgang voor zij die zich klaarmaken om geboren te worden. het is onze taak in onszelf, in ons lichaam en geest, de krachten te zoeken om ons leven meer dan menswaardig te maken. en het is onze taak als leden van de samenleving om verenigd levensvoorwaarden af te dwingen die garant staan voor welzijn en welvaart in al zijn dimensies. alleen een rechtvaardige samenleving kan werkelijk zorgen voor een preventie van psychische en mentale aandoeningen.

Om vergeving te krijgen van zijn zonden, hoeft de mens zijn zonden maar te zien voor wat ze werkelijk zijn. (Karl Marx)

onweerstaanbare drang of ter beschikking stelling (internering)

Sommige mensen plegen verschrikkelijke misdaden, feiten die door niemand in twijfel getrokken worden, waarvoor alle bewijzen voorhanden zijn en die de betrokkenen bovendien bekennen. Toch worden zij soms voor de rechtbank vrijgesproken omdat ze handelden vanuit een zogezegde onweerstaanbare drang. Anderen begaan dezelfde misdaden, maar een psychiater verklaart hen ontoerekeningsvatbaar en zij worden, als jury's de psychiater daarin volgen, ter beschikking gesteld of geïnterneerd. Het komt geregeld voor dat misdadigers doelbewust ontoerekeningsvatbaarheid pleiten omdat zij hopen op die manier een lange gevangenisstraf te kunnen ontlopen. De ontoerekeningsvatbaarheid kan immers na relatief korte tijd herzien worden en in principe kan de betrokkene dan vrij gelaten worden. Maar in veel gevallen duurt de TBS of de internering veel langer dan de maximum gevangenisstraf waartoe de betrokkene eventueel had kunnen veroordeeld worden. 

het neurogenetisch determinisme

alles in de psychiatrie draait tegenwoordig rond genen en biochemische processen in de hersenen. de genen zouden ons al of niet voorbestemmen tot homoseksualiteit, sociaal onaangepast gedrag en volgens sommigen zelfs tot onze politieke overtuiging of het soort tv-programma's waar we het liefst naar kijken. naast de genen gaat de aandacht vooral naar de neurotransmitters, die het doorsturen van signalen of 'informatie' tussen verschillende hersencellen en hersendelen regelen, zoals dopamine (waarvan een teveel schizofrenie zou veroorzaken) en serotonine (waarvan een tekort depressies zou verklaren).

meer en meer wordt het onderzoek toegespitst op hersenscans, zoals de fMRI technologie waarbij een soort foto's gemaakt worden van de hersendelen die actief zijn bij een bepaalde activiteit, aan de hand van de verhoogde bloedtoevoer naar deze hersendelen. zo beweren sommigen dat ze op hersenscans kunnen zien wanneer iemand liegt of de waarheid spreekt.

op die manier wordt de verantwoordelijkheid van ons gedrag verlegd van onszelf als bewuste wezens en van de samenleving als de instantie die moet instaan voor het welzijn van haar leden naar dingen die we niet onder controle hebben zoals onze genen en onze breinstructuur. ons zelf verbeteren of de maatschappij hervormen of omwentelen verliest dan elke zin. integendeel sommigen willen iedereen aan hersenscans onderwerpen en wie 'afwijkingen' vertoont preventief aanpakken, zelfs al heeft hij of zij niets misdaan en is het verband tussen de uitslagen op zo'n hersentests of op DNA-onderzoek en ons gedrag of onze stemming niet oorzakelijk vastgesteld.

neem spina bifida ('open rug'), autisme of ADHD. de samenleving dwingt zich in een spagaat die niets oplevert. ouders worden vrijgesproken van schuld, de oorzaken van de ziektes worden mysterieus (de 'genen' etc.) en uiteindelijk wordt er vergeleken met vroeger geen enkel kind minder met spian bifida geboren, is er geen enkel kind minder dat onderhevig is aan autisme of ADHD. ouders worden ontzien, ze mogen van niets verdachts worden. ouders doen inderdaad allemaal hun best en in die zin dragen ze ook geen schuld. maar dat betekent niet dat de schuld dus maar gelegd moet worden bij de genen of een niet te controleren afwijking van de structuur van het zenuwstelsel of het brein. nogmaals, ouders zijn niet 'schuldig', want ze doen inderdaad hun best hun kinderen goed op te voeden. maar ze dragen wel morele verantwoordelijkheid en met hen de positie die ze in de samenleving innemen. het is dus op dat niveau dat de wetenschap en de samenleving moet ingrijpen, in plaats van haar schuldgevoelens op te lossen door een neurogenetisch determinisme in te roepen. nu wordt er op het niveau van deze aandoeningen enkel aan nazorg gedaan, niet aan een werkelijk doorgedreven preventie.

spina bifida wordt veroorzaakt door een tekort aan foliumzuur (vitamine B11 of in België vitamine B9) in de eerste weken van de zwangerschap. komt dus door slechte 'voeding'. voor onze voeding zijn we zelf verantwoordelijk en het maatschappelijke systeem dat geen volwaardige voeding meer aanbiedt. wie loopt dan risico? de arme mensen en moeders die zich over de risico's van spina bifida niet kunnen informeren, hun bezoek aan hun huisarts moeten beperken wegens geldgebrek en zo geen extra foliumzuur krijgen voor en tijdens de eerste weken van de zwangerschap.

ook van autisme wordt gezegd dat de communicatieve symptomen en problemen bij het kind te wijten zouden zijn aan een stoornis in de organische ontwikkeling van de hersenen of aan genetische afwijkingen en dat de opvoedingspraktijken geen rol zouden spelen in het ontstaan van de stoornis. wat dan weer de verstoorde ontwikkeling van de hersenen moet verklaren wordt in het midden gelaten (voeding? moeder of ouders die het kind bewust of onbewust verwerpen?). de Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA) zwijgt in haar nochtans uitgebreide website in alle talen over de oorzaken van autisme. de Vlaamse Vereniging Autisme geeft er veel aandacht aan, houdt het bij een 'organische oorzaak', maar moet eindigen met de conclusie dat we het niet weten. autisme is in de laatste decennia een verzamelnaam geworden voor van alles (met o.a. het syndroom van Asperger), waar het vroeger een veel beperktere betekenis had. typisch voor autisme is echter dat het communicatief duet tussen kind en zorggever (moeder, vervanger van de moeder) in de eerste dagen, weken en maanden van het leven van de pasgeborene ontbreekt (Peter Hobson The Cradle of Thought. New York, MacMillan, 2001). autistische kinderen worden minder geknuffeld, er is minder oogcontact tussen kind en moeder of vervangmoeder, en dergelijke. zo'n bevindingen worden weggewuifd omdat ze de ouders beschuldigen. het gaat er echter niet om iemand te beschuldigen en te laten veroordelen, maar om herhaling van tekort schietende opvoedingspraktijken te vermijden. tekort schietende ouders zijn immers geen persoonlijk probleem, maar zelf veelal een gevolg van sociale wantoestanden of het sociaal onvermogen het tekort aan liefde voor het kind op te vangen. pasgeborenen van moeders die om één of andere redenen na de geboorte hun kind niet kunnen verzorgen (bvb. zelf te ziek of te zwak), zoals dikwijls het geval is bij prematuren, worden als couveuse-kinderen afgezonderd zonder dat in een substituutmoeder of vervangmoeder wordt voorzien, zoals dat doorgaans wel het geval was in primitieve of pre-industriële samenlevingen (zogenaamde allo-ouders). couveuse-kinderen hebben ook recht op een werkelijk aanwezige moeder of vervangmoeder in plaats van 20 op 24 uur alleen gelaten te worden. het neurogenetisch determinisme verhindert dat we een radicale stap verder geraken in de preventie van autisme. de preventie van autisme vergt inderdaad dat deze samenleving andere accenten legt.

voor ADHD, zie log: 'Zijn ADHD-ers gewoon stoute kinderen?'

verliefdheid: een psychose?

 
 
 

Humanisering of disciplinering?

Een kritiek van de cerebralisering van ons gedrag.

 
 
 

Eric Rosseel

 
 
 
 
1.          Verliefdheid is een psychose
 
Gelezen op de wetenschapsvulgariserende pagina’s van kranten en tijdschriften: verliefdheid is een psychose, een ziekelijke stoornis. We hebben altijd wel geweten, ook uit ervaringsdeskundigheid, dat verliefden een beetje ‘gek’ doen. Maar het verschijnsel verliefdheid kon totnogtoe doorgaans op een brede sympathie rekenen: jongeren werden er een beetje mee geplaagd en bij ouderen, zeker bij oudjes, werd het geprezen als uiting van frivole jeugdigheid. Bepaalde excessen niet te nagesproken, wordt verliefdheid tot op heden door de goegemeente als een gezond verschijnsel ervaren.
 
De medische wetenschap, de psychiatrie dus (instrument van de Staat, uitvoerder van de biopolitiek van de reproductie van de individuen), stelt verliefdheid meer en meer voor als een psychose, zij het een randpsychose.  Blijkt namelijk dat hersenscans van verliefden een andere hersenactiviteit  laten zien dan deze van ‘gewone mensen’. Ook schizofrenen, epileptici en andere geesteszieken vertonen symptomen van afwijkende hersenactiviteit. De term randpsychose werd oorspronkelijk gebruikt voor psychoses die tussen de schizofrene psychose en de manisch-depressieve psychose in zouden staan. Tegenwoordig wordt de term gereserveerd voor kortdurende of heel lichte symptomen die nog net op de rand van de psychose zijn. Voorbeelden van randpsychotische symptomen zijn: betrekkingswanen (gedachten dat alles wat rond ons gebeurt op ons zelf betrekking heeft), waanachtige denkbeelden (bvb. ziekelijke idealisering van personen uit iemands omgeving), waaninvallen en waanwaarneming. Verliefd zijn lijkt een beetje op doorgeslagen euforie, hypomanie dus. Het is een relatief kortdurende randpsychose.
Psychiatrie en alternatieve helingstradities beginnen nu verliefdheid aan te duiden als een monsterachtig fenomeen dat mensen en relaties beschadigt en ruïneert. Verliefdheid zou uit zijn op (seksuele) zelfbevrediging en zuiver eigenbelang, en bij tegenstand zou verliefdheid kunnen uitmonden in wreedheid en meedogenloosheid jegens mensen die deze tegenstand belichamen. Verliefdheid, als vorm van emotionele afhankelijkheid, is dus eigenlijk gevaarlijk. De verliefde ziet dingen niet meer zuiver, omdat hij/zij van alles doet om de ander te behagen. De verliefde zet zichzelf op het spel en veronachtzaamt de signalen die zijn/haar geest en lichaam hem/haar aanreiken om enige afstand tegenover zichzelf te betrachten. Of anders gezegd: de verliefde is onredelijk, leeft in een wereld van schijn en miskent de Waarheid. De verliefde mens is verblind, hij/zij is zichzelf kwijt en niet in staat om goed te oordelen. Hoe meer hij/zij door de verliefdheid wordt meegesleept, des te onredelijker de verliefde en des te groter diens gebrek aan beoordelingsvermogen. Een verliefde mens is bovendien niet in staat volstrekt eerlijk te zijn, zijn of haar geest is overspoeld door lichamelijke impulsen waarbij alles op de partner wordt gefocused. Tegen verliefdheid kan niet worden geredeneerd. De verliefde verliest zichzelf en gaat volledig op in de ander, in een spel van macht en onmacht ook. Niet liefde maar verliefdheid maakt blind. De verliefde verliest elke werkelijkheid uit het oog. Met liefde heeft verliefdheid niets te maken, integendeel: verliefdheid zou een belemmering zijn voor liefde.
Uiteraard erkennen deze visies dat, als de verliefde alles goed meezit, verliefdheid een zalig gevoel geeft dat andere zintuigen doet opbloeien. De filosofisch-spirituele horizon van de verliefde wordt subtieler. Kleuren lijken dieper, muziek klinkt mooier en ontroerender, de zon schijnt stralender. Voor de kunstenaar kan verliefdheid een bron van hevige inspiratie zijn. Enzovoort. Mensen die de verliefde niets in de weg leggen, treedt de verliefde blij gezind tegemoet. Maar alles bij elkaar genomen, zou verliefdheid geduid moeten worden als een soort epidemische ziekte: het belemmert dagelijks massa's mensen ernstig in hun menszijn, zoals dit geldt voor alle vormen van verslaving. Meer nog verliefde mensen kunnen wreed zijn, meedogenloos, ja zelfs moorddadig voor degenen die een gevaar zijn of lijken voor de verliefdheid. Wil het ‘object’ van de verliefdheid niet ingaan op de démarches, dan wordt de verliefde opdringerig, wreed en moorddadig tegenover dat ‘object’.
Vanwaar deze aanval op een heftig gevoel zoals verliefdheid? Vanwaar deze aanval op heftige gevoelens tout court? Vanwaar deze medicalisering van alle afwijkingen die op hersenscans te bespeuren vallen? Want uiteraard verkeren de hersenen evenzeer in een ‘afwijkende’ toestand bij andere heftige emoties zoals woede en haat. Waarom wordt het patroon van onze hersenactiviteiten genormaliseerd in functie van dat patroon in emotionele rust, zoals we die ten toon spreiden bij de afname van een electroencefalogram of een hersenscan?
Betekent de pathologisering (en criminalisering) van heftige emoties een verdere humanisering van het beest Homo Sapiens? Of gaat het om een aspect van de biopolitiek in het kader van de desindustrialisering en de voortschrijdende dominantie van een tertiaire diensteneconomie?


 

2.          Emotionele intelligentie en de diensteneconomie
De industrialisering ging gepaard met een specifieke vorm van zelfdisciplinering van de burgerij en de arbeidersklasse. Beide vormen van disciplinering waren complementair en gestoeld op een gemeenschappelijke basis: de beheersing van ‘onbewuste’ impulsen en passies.  Men moest om het volks te zeggen zijn ‘verstand gebruiken’. De burger-industrieel moest oog hebben voor planning, lange-termijn winst en rationeel beheer van zijn onderneming, om het freudiaans te stellen: bevredigingsuitstel gereguleerd door het Ego. De arbeider moest leren zichzelf te beheersen bij de monotone geestdodende uitvoering van zijn taak en hij moest hierbij zijn gevoelens van agressie en opstandigheid weten in te tomen. Voor de arbeider betrof de disciplinering vooral de omgang met het vervaardigde product en met de productiemiddelen. Zijn omgang met medearbeiders werd grotendeels ongemoeid gelaten. Het bestaan van passies in de omgang met anderen werd zelfs juridisch onderbouwd: voor een passionele moord golden bijvoorbeeld verzachtende omstandigheden, ja zelfs verkreeg men soms de vrijspraak.
Het postindustriële tijdperk met de opkomst en de om zich heen grijpende dominantie van de diensteneconomie begon met een scherpe kritiek op de disciplineringsideologie: het anti-autoritarianisme van Mei 68. Het daarbij aansluitende postmaterialisme van links-liberale tot ecologistische signatuur was bijzonder individualistisch en steunde op de idee dat elk individu recht had op de ontplooiing van al zijn talenten die hij in zich had en op de vrije expressie van zijn gevoelens en emoties. (In ons betoog beschouwen wij gevoelens als betrekking hebbende op ons zelf, bvb. ‘ik voel me goed’; emoties hebben altijd betrekking op anderen, bvb. ‘ik ben kwaad op jou’). Het spontaan en oprecht uiten van gevoelens en emoties getuigde van authenticiteit en dus van morele superioriteit. Opkroppen van gevoelens en emoties was volledig uit den boze. Deze vrije ongedwongen expressie van gevoelens en emoties berustte op wederzijds vertrouwen tussen mensen die geen concurrenten waren voor elkaar, m.a.w. in een tijdperk van volledige werkgelegenheid. Self-disclosure (emotionele openheid) was sociaal gesproken ongevaarlijk. Je kon je kwetsbaar opstellen: niemand die je een dolk in de rug duwde.
Met de veralgemening van de diensteneconomie komen sociale vaardigheden centraal te staan in de taakomschrijving van steeds meer mensen. Loketbedienden, warenhuiskassiers, verplegend personeel, politieagenten, telefoonoperators, onthaalpersoneel, enzovoort. Het belang van emotional labour neemt toe. Zelfs arbeiders in hoogtechnologische bedrijven waar de eigenlijke productieve arbeid is gerobotiseerd of geautomatiseerd, moeten veel meer met elkaar overleggen en derhalve behept zijn met sociale vaardigheden. Bedienden worden bijgestuurd door team-building. Niet alleen de spieren en de hersens worden ten dienste gesteld van de werkgever, maar ook de persoonlijkheid zelf, althans dat deel ervan dat te maken heeft met onderlinge samenwerking, wederzijdse motivering en de omgang met klanten.
Het komt er in deze context voor de werknemer niet op aan zijn/haar gevoelens en emoties te uiten, maar ze te managen. Hij/zij moet getuigen van emotionele intelligentie. Tegenover de boze klant moet hij/zij kunnen blijven glimlachen. Futloze medewerknemers (incluis hem- of haarzelf) moet hij/zij kunnen oppeppen. Hij/zij moet in staat zijn zichzelf te motiveren. En hij/zij moet hiernaar gekleed zijn en gekapt. De ganse zelfpresentatie van de persoon is in het geding. Deze zelfpresentatie is resultaat van arbeid en vorming, van een constant bezig zijn zichzelf bij te sturen en zich aan te passen aan de persoon waarmee men te maken heeft (chef, medewerknemers, klanten). Heftige emoties als woede moeten ten alle prijs worden vermeden. Kortom, in deze diensteneconomie is er geen plaats voor heftige emoties. Het is de bedoeling dat je de klant bedient, de zieke verzorgt, de collega motiveert en de chef respecteert. Het is niet de bedoeling dat je verliefd wordt of haatgevoelens kweekt. De werknemer in de diensteconomie moet voortdurend zorgen dat hij/zij zich door zijn/haar emoties niet laat meeslepen, beter nog: dat hij/zij geen emoties heeft. Zijn of haar omgang met anderen verzakelijkt. Ook bij het vertolken van meningen is geestelijke soepelheid en flexibiliteit aangewezen: nuance moet het halen op emotioneel geladen radicaliteit en extremisme.
De relatie tussen de geslachten krijgt een aseksueel karakter. Een medewerknemer is een collega, of hij/zij nu van hetzelfde of van het andere geslacht is. Gevoelens en emoties van seksuele aard verstoren het samenwerkingsproces of de zakelijke relatie met een klant. Een dubbelzinnige blik naar een collega kan voldoende zijn om opgescheept te raken met een klacht wegens seksuele intimidatie. Verliefd worden op een medewerknemer wordt bijzonder problematisch.
Van de postmaterialistische expressie van authentieke gevoelens en emoties blijft nog weinig over. De overgang van een geïndustrialiseerd bestel naar een post-industriëke diensteneconomie ging immers gepaard met een frictionele werkloosheid en een algemene wanverhouding tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Vrees voor werkloosheid drukt de gemoederen van iedereen, van de werkzoekende die vreest geen geschikte baan te vinden tot de werkende die vreest zijn/haar job te verliezen. Werknemers worden opnieuw concurrenten. Openheid met betrekking tot wat je voelt en denkt, getuigt niet langer van emotionele intelligentie of van morele superioriteit.
 
 
3.         
Humanisering of verschraling?
In een samenleving die steunt op een diensteneconomie komt het erop aan niemand te kwetsen. Op je werk moet je collegiaal zijn tegenover je medewerknemers en omzichtig met klanten. Voor je partner moet je attent zijn. En tegenover kinderen moet je kindvriendelijk zijn. Steeds moet je bij de pinken zijn, moet je er met je hoofd bij zijn. In de relatie met personen van een ander geslacht moet je opletten niet in seksuele intimidatie of stalking te vervallen. Het benaderen van kinderen moet omzichtig gebeuren, zoniet riskeer je van pedofilie of kindermishandeling beschuldigd te worden. In het verkeer moet je kalm en hoffelijk blijven of je hebt een pv voor verkeersagressie aan de been. Telkens moet het individu weten hoever hij of zij mag gaan in het zich laten meeslepen door emoties. Het is hier uiteraard niet mijn bedoeling zaken als pedofilie, kindermishandeling, seksuele intimidatie, morele wreedheid en verkeersagressie te bagatelliseren. Enkel wil ik wijzen op de sterk toegenomen gevoeligheid van de publieke opinie voor deze thema’s. Elke inbreuk op de psychische (niet alleen op de fysieke) integriteit van een ander kan voortaan van Staatswege als misdrijf worden erkend.
Het individu moet zichzelf ten allen tijde in de hand hebben. Deze cerebralisering , deze door het ‘verstand’ gestuurde zelfbeheersing, zorgt enerzijds voor een uniformisering van de sociale contacten die vluchtiger en oppervlakkiger worden: elke ontmoeting wordt voorspelbaar in haar verloop. Anderzijds veroorzaakt deze cerebralisering een permanente stress, een voortdurende mobilisering van aandacht en alertheid. Vandaar de enorme behoefte om zich in de vrije tijd die nog rest, lekker ‘te laten gaan’. De cerebralisering vraagt immers om een psychische compensatie. Druggebruik van allerlei soort is een antwoord, ook mystieke religiositeit, yoga en meditatie zijn dat. Allemaal vormen van terugkeer naar een a-rationele manier van zijn, een opzoeken van het oceanisch gevoel, zoals Freud dit noemde, of een ‘deregulering van alle zinnen’ à la Arthur Rimbaud. Even het ego weggooien, niet langer op zichzelf hoeven te letten. Weg zijn!
Wie voortdurend de zeilen moet bijzetten om zijn/haar emoties in bedwang te houden of er niet in slaagt zich te laten gaan in psychische compensaties, begeeft op de duur. Hij/zij wordt het slachtoffer van een hevige of minder hevige depressie, dé epidemie van de post-industriële samenleving. Beter is het gewoon geen emoties meer te hebben of het emotioneel reageren af te leren. Vandaar de stijgende belangstelling bij de culturele elites voor het boeddhisme, de praktijk bij uitstek van de complete emotionele onthechting. Vandaar ook de proliferatie van de lach zoals die gepropageerd wordt door de audiovisuele media. Informatieprogramma’s worden infotainment (‘Doe de Stemtest’, ‘De Laatste Show’), quizzen verworden van bloedstollende ernst tot nu eens platte dan weer subtiele humor (‘Blokken’).  Humor is het wapen om de dingen niet meer ernstig te nemen, om te verzaken aan een emotionele reactie.
De emotieloosheid is geen afspraak tussen de enkelingen of tussen sociale groepen. Ze wordt van Staatswege georganiseerd. De Staat is de hoeder van de emotieloosheid. Emotioneel uit de bol gaan buiten de daarvoor geschapen kaders van psychische compensatie wordt meer en meer negatief gesanctioneerd. Steeds meer wetten en reglementen leggen passioneel gedrag en de uiting van heftige emoties aan banden. Niet alleen criminaliseert en beteugelt de Staat misplaatste emotionele reacties, zij grijpt via het onderwijs ook in om kinderen emotieloos gedrag aan te leren. Veel meer dan vroeger beoogt zij een specifieke persoonlijkheidsontwikkeling waarin geen plaats is voor heftige emoties. Op school neemt het aanleren van sociale vaardigheden steeds meer een prominente plaats in en ook in de beroepsopleiding en herscholingsprogramma’s voor volwassenen wordt steeds meer aandacht besteed aan deze vaardigheden. Ook grootse compensatie-evenementen (zoals Rock Werchter bvb.) worden intens door de media gepromoot en lijken wel door de Staat zelf te zijn opgezet.

Hoe moeten we deze evolutie naar cerebralisering en emotieloosheid nu precies inschatten? We hebben hierboven gepoogd haar te analyseren als onderdeel van ons eigentijds maatschappelijk kader, m.a.w. we hebben gepoogd een ‘kritiek’ te maken van deze cerebralisering. Welke positie moeten we nu innemen t.o.v. deze antropologische evolutie? Dit hangt uiteraard af van de wijze waarop we de evolutionaire tendensen van de kapitalistische samenleving zelf inschatten. Daar ben ik het vooralsnog met mezelf niet eens en ik laat de vraag dan ook open voor discussie.
1. Gaat het bij de cerebralisering om een verschraling van het psychisch potentieel van de enkelingen in functie van een steeds intensere exploitatie van de menselijke mogelijkheden binnen het kapitalistisch bestel? Is het m.a.w. een tijdsgebonden fenomeen van disciplinering waarbij de emotieloosheid garant moet staan voor een vlotte eigentijdse arbeidsorganisatie? Een aspect dus van de biopolitiek van de productie en reproductie van onszelf als levende wezens?
2. Of gaat het om een progressieve humanisering waarbij wij mensen steeds meer afstand nemen van de dierlijke aspecten van ons bestaan? Moeten we de cerebralisering ethisch aanmoedigen als een vorm van humanistische zelfverheffing van de enkelingen, als een overwinning van de cultuur op de natuurlijkheid van onze lichamelijkheid? Zoals delen van ons lichaam door prothesen en cyborgs vervangen worden, zo worden ook die facetten van ons psychisch gedrag die we gemeenschappelijk hebben met de dieren, langzaam maar zeker vervangen door een artificiële en rationele controle over ons eigen gedrag. Of moeten we spreken van een nieuwe fase in de overgang van Gemeinschaft (met emotionele geborgenheid) naar Gesellschaft (met rationele zelfbeheersing)? Of, zoals ik Marx zelf meen te mogen lezen in zijn Grundrisse, staan we voor een zich veralgemenende socialisering van de individuen die steeds meer opgaan in een leven van broederlijke samenwerking? Kortom, cerebralisering en emotieloosheid als een progressieve antropologische revolutie waarbij het kapitalisme zelf de arbeidsorganisatorische vormen aanbrengt die in een socialistische samenleving ten dienste zullen staan van de ontplooiing van de verenigde mensheid, van alle concrete mensen. 

Zoals ik zei: ik laat de vraag open!

 
  
 
Website statistieken