Een techniek die destijds (tot diep in de 19de eeuw en meer zelfs) ook gebruikt werd om psychiatrische patiënten te "genezen", niet waar dokter Guislain? Waterboarding is het simuleren van een verdrinkingsdood als middel om je tot ware of valse (het doet er niet toe) bekentenissen te dwingen! Nu heeft men subtielere vormen van waterboarding, zoals doen alsof men naar je luistert, je uitnodigen om je intiemste geheimen prijs te geven en je dan genadeloos afmaken, etc. Om niet te spreken van al de truukjes warmee ze zich meester maken van je geld. Maar waterboarding dus!
Overigens voeren psychologen en psychiaters de hoofdtoon bij het opstellen van foltermethodes op Guantanamo Bay. Dat we dit vak ooit gestudeerd hebben! Maar ja: Foucaults waarschuwing dat seksuologie (en psychologie en de ganse bataclan) niet gaat over het bestuderen van seks (en de psyche voor de rest van de bataclan), maar over de beheersing van de seks (en de "psyche") en het organiseren van de controle erop: die waarschuwing was toen nog niet wereldkundig gemaakt. Lees in dit verband ook het werkje van Alain Badiou, de beste Franse filosoof van het ogenblik: "De Quoi Sarkozy est-il le Nom?"
Ook Senaat VS wil verbod op waterboarding
AP (De Volkskrant 14/02/2008)
WASHINGTON - De Amerikaanse Senaat wil, net als het Huis van Afgevaardigden, een verbod op de wrede verhoortechniek die bekendstaat als waterboarding. Bij waterboarding krijgt een verdachte een doek over het gezicht gespannen en wordt er water over de doek gegoten, waardoor de verdachte het gevoel krijgt te verdrinken.
Het Congres wil dat deze verhoortechniek, die door de CIA naar eigen zeggen in 2002 en 2003 bij drie terreurverdachten is gebruikt, wordt verboden. Daartoe wil het Congres een wet aannemen die de CIA verplicht alleen de verhoortechnieken te gebruiken die bij het Amerikaanse leger zijn toegestaan.
President George Bush heeft gedreigd zijn veto over deze wet uit te spreken. Volgens het Witte Huis moet de techniek in uiterste noodgevallen - als gevreesd wordt voor een grote terreuraanval - kunnen worden toegepast.
Volgens CIA-chef Michael Hayden zijn na de aanslagen van 11 september 2001 drie Al-Qaidaverdachten aan waterboarding onderworpen, maar heeft hij de praktijk in 2006 officieel verboden.
De nationale veiligheidschef, Mike McConnell, heeft verklaard dat waterboarding nog steeds tot het arsenaal van de CIA behoort, maar dat voor het toepassen ervan toestemming van de president en goedkeuring van de minister van justitie nodig zijn. Hij erkende dat iemand die lang aan waterboarding wordt onderworpen, kan overlijden.
psychiatrie en samenleving | 14-02-2008 | 09:46 | Link |
Parents Against TeenScreen meldt ons dat op onderstaande link vandaag een PBS documentaire te zien is over lobotomie (PBS = Public Broadcasting Service). Lobotomie is een nu niet meer toegepaste 20ste-eeuwse barbaarse hersenchirurgie voor geestesziekten en al wat erop geleek. De documentaire draagt de titel "The Lobotomist"
http://tinyurl.com/yq68td
De bedoelde lobotomist is de Amerikaan Walter Freeman die de methode invoerde uit Portugal waar ze op heel beperkte schaal werd toegepast. Freeman zorgde ervoor dat ze voor alles en nog wat werd aangewend: van 1940 tot ongeveer 1970 werden zo tienduizenden geesteszieken verminkt.
Over lobotomie kunnen we lezen op Wikipedia: maar waar Wikipedia stilzwijgend over heen gaat is dat de hersenchirurgische ingreep gebeurde met een ijspriem die onder de oogleden tot diep in de hersenen werd gestoken en geklopt met een hamertje, soms zelfs zonder verdoving. Naast elektroshocks staat lobotomie bekend als een barbaarse methode: voor elektroshocktherapie heeft men ondertussen het hele gebeuren heel wat "cleaner" kunnen maken en elektroconvulsietherapie (ECT) is sinds eind de jaren 1990 overal ter wereld weer in opmars. Maar eigenlijk is het "therapeutisch" principe hetzelfde: "als iemand pijn heeft, genees hem door hem bewusteloos te slaan zodat hij of zij hoe dan ook niets meer voelt!".
Wikipedia:
Lobotomie is een rond het midden van de 20e eeuw toegepaste chirurgische operatie waarbij de verbinding van het voorhoofdsgedeelte van de hersenen en de rest van de hersenen en het zenuwstelsel door een insnijding bijna geheel wordt verbroken. De chirurg boorde twee of meer gaten in de schedel van de plaatselijk verdoofde patiënt en maakte de incisie in de hersenen.
De frontale hersenkwabben hebben een functie in "zelfsturendheid" en in het tot uiting komen van de eigen persoonlijkheid. Met lobotomie werd geprobeerd psychische stoornissen zoals schizofrenie te verhelpen, maar de effecten bleken onvoorspelbaar en hadden veel meer gevolgen dan het verhelpen van de schizofrenie. De ingreep wordt tegenwoordig, sinds ca 1960, als obsoleet en barbaars beschouwd, hoewel zelfs in de jaren 80 in Frankrijk nog enkele lobotomieën plaatshadden.
De eerste systematische experimenten door de neuroloog Egas Moniz en de chirurg Almeida Lima van de Universiteit van Lissabon dateren van 1935 waarbij de frontale cortex en de rest van de hersenen werd doorgesneden. De resultaten waren tamelijk goed, in het bijzonder bij de behandeling van ernstige depressie, hoewel sterke persoonlijkheidsveranderingen optraden en 6% van de patiënten de operatie niet overleefde. Ondanks deze risico's werd de methode vooral in de VS met enthousiasme begroet als behandelwijze voor anders onbehandelbare aandoeningen. Moniz kreeg zelfs een Nobelprijs in 1949. Zijn methode wordt doorgaans 'lobotomie' genoemd hoewel dit eigenlijk een term is voor een breder scala aan chirurgische procedures.
De criteria waaraan een patiënt moest voldoen waren tamelijk streng; in aanmerking kwamen depressie met risico op zelfmoord, chronische angststoornissen, en obsessief-compulsieve aandoeningen die de patiënt verhinderden te functioneren. De originele methode was grof, maar naderhand werd de procedure verbeterd en werden veel kleinere delen doorsneden.
De lobotomie werd populair gemaakt in de VS door Walter Freeman. Tussen 1936 en 1960 prees hij lobotomie aan als effectieve behandelmethode. Lobotomie werd hierdoor enige tijd gezien als een algemeen bruikbare behandelmethode voor allerlei problemen tot en met wangedrag van kinderen. Uiteindelijk hebben in de VS ca. 40.000, in het Verenigd Koninkrijk ca 17.000 en in Scandinavië ca 9300 mensen een dergelijke operatie ondergaan (waaronder bijvoorbeeld de zus van John F. Kennedy, Rosemary Kennedy), zonder dat er verder serieus onderzoek naar de effectiviteit van de methode werd gedaan. Lobotomie raakte uit de mode met de opkomst van effectieve antipsychotica en de methode wordt niet langer toegepast.
In de literatuur komt de lobotomie onder meer naar voren in One Flew Over the Cuckoo's Nest. In deze roman uit 1962 waarin impliciet forse kritiek op de psychiatrie geuit wordt, wordt de lobotomie die de hoofdpersoon ondergaat zelfs van een punitief kader voorzien. In de speelfilm 'Un amour à taire' (Fr 2004) wordt lobotomie door de nazi`s toegepast in concentratiekamp Dachau bij experimenten om het gedrag van homoseksuelen te veranderen.
Parents Against TeenScreen stuurt ons ook onderstaand artikel uit een lokaal Amerikaans dagblad door:
The Tampa Tribune
January 21, 2008
By KURT LOFT
Lobotomy: Proceeding Without Caution
Psychiatrist Walter Freeman, holding mallet, performs an “ice pick” lobotomy at George Washington University
TAMPA - Howard Dully was 12 years old when his stepmother opted for the lobotomy. Dully assumed the procedure was routine and that his stepmother knew best how to cure his "mental illness." But she came close to turning the youngster into a vegetable. "I didn't realize how barbaric it was until later in my life," Dully said by telephone from his home in San Jose, Calif. "As a kid, it didn't really matter to me."
The 59-year-old Duffy works as a bus driving instructor. Last year, he published a book called "My Lobotomy," which traces what happened that day in 1960 and the impact it continues to have on his life. The story unfolds tonight on an "American Experience" television documentary. Dully was one of an estimated 30,000 people in the United States who had documented lobotomies in the two decades after World War II. A now-discredited form of psychosurgery, the lobotomy at one time was heralded as a medical breakthrough in the treatment of mental disorders. By any credible scientific standard, lobotomies are crude and horrific, experts say, and often did irreparable damage to the patient's brain.
"I had to deal with a lot of anger about what was done to me," Dully said. "It channeled into rebellion over the years. But I realized anger wasn't going to do any good because I didn't have enough information about what happened to me until much later in my life." Dully's anger over his stepmother's decision boiled over to the man who performed the procedure, an American psychiatrist named Walter Freeman. He performed nearly 3,000 lobotomies on people suffering from dementia, depression or other mental conditions - many of whom had never been diagnosed for their problems.
Freeman was 28 years old when he arrived in 1924 at St. Elizabeth's in Washington, D.C., a hospital for the mentally ill. Appalled by what he saw, he dedicated himself to improving the lives of such people. He embarked on a bold experiment to identify and alter the part of the brain he believed caused mental instability. Freeman began exploring lobotomy techniques in 1936 after reading about a treatment for depression being done in Portugal. Freeman expanded on the idea by drilling holes into the skull, then turned to a more "efficient" technique using long pins resembling ice picks. He conducted his first "ice pick" lobotomy in 1946, separating the thalamus from the frontal lobe of a frantic, suicidal woman. As he predicted, she became docile - but unresponsive.
As Freeman conducted more lobotomies, he advertised his dramatic results, promoting his technique as a 10-minute medical marvel. Nearly all his procedures included press coverage and before-and-after photo ops. In 1952, he made headlines by performing 25 lobotomies in a single day. Freeman soon enjoyed celebrity. "He had a kind of perverse need to shock people," Elliot Valenstein, a neuroscientist at the University of Michigan, said in the documentary.
Dully's stepmother read about Freeman and scheduled a consultation about the boy's personality, which she called "unruly and defiant." After examining the boy, Freeman suggested a transorbital lobotomy. Dully was brought to Freeman's office on Dec. 16. After rendering the child unconscious with electroshock therapy, Freeman inserted a stainless-steel ice pick underneath the upper lid of each eye, then tapped it with a rubber mallet until it broke through the socket wall. He then wiggled the rod back and forth to cut connections to the frontal lobe of the brain.
"But I didn't have a mental illness," Dully said. "What it was supposed to do, it didn't do at all." While Dully said his lobotomy made little noticeable difference to him physically or mentally as he was growing up, it eventually had an impact on his life, including feelings of abandonment. "I always felt that something was taken from me, that there was a piece missing because my life has never gone well," he said. "Some of my judgment is not good. I don't have the drive that a normal person has. I've had trouble almost all my life in almost anything I did: work, relationships, money. I wasted my whole life on this one issue. My whole life."
Freeman continued performing lobotomies long after the development of anti-psychotic drugs. His last procedure was in 1967 on a housewife named Helen Mortenson. The operation was traumatic - Mortenson died of a brain hemorrhage - and Freeman's license to practice medicine was revoked. Before he died of cancer in 1972, Freeman spent his last years visiting his former patients, some of whom called him an amoral monster. Others had no idea who he was - or what he had done to them.
Dully's story, as well as the career of Freeman, are the focus of the "American Experience" documentary, "The Lobotomist," airing tonight on PBS. The special addresses a dark chapter in modern American medicine and underscores the parallel between ambition and compassion. "What amazes me about all this is the medical community didn't have any oversight" on Freeman's work, Dully said. "It wasn't done in an operating room. They gave you electroshock beforehand, then Freeman took the ice picks out of his pocket. They weren't even sterilized."
psychiatrie en samenleving | 22-01-2008 | 17:19 | Link |
Het Nederlands Comité voor de Rechten van de Mens (http://www.ncrm.nl ; min of meer geassocieerd met Scientology) heeft onderzoek gedaan naar de mate waarin elektroshocks worden uitgevoerd in Nederland en over de wijze waarop patiënten op papier worden voorgelicht over ECT. Het NCRM heeft besloten tot dit onderzoek omdat geen enkele instelling in Nederland beschikte over accurate cijfers.
Stijging van 513%: De psychiatrie stelt in de media dat er ongeveer 400 tot 500 patiënten per jaar ECT ontvangen in Nederlandse instellingen. Uit het onderzoek van het NCRM blijkt dat het aantal veel hoger ligt, het gaat om ongeveer 1.500 patiënten in 2005. De behandeling wordt in 32 instellingen en ziekenhuizen uitgevoerd, ruim 18.000 shocks per jaar, gemiddeld 12 shocks per behandeling. Het aantal personen dat met ECT wordt behandeld is van 290 personen in 1998, via 329 personen in 1999, gestegen naar 1490 personen in 2005. Een stijging van 513% sinds 1998.
Voorlichting aan patiënten: Het NCRM heeft van 14 ziekenhuizen die ECT toepassen schriftelijk voorlichtingsmateriaal onderzocht. De informatie aan patiënten blijkt zeer divers van aard te zijn. Geen enkele instellingen vermeld alle bijwerkingen. Zeer ernstige risico's als hartritmestoornissen worden maar door één ziekenhuis vermeld. De laatste landelijke evaluatierapporten uit 1998 en 1999 gaven hartproblemen echter als meest voorkomende bijwerking aan. Geheugenverlies wordt door 6 ziekenhuizen gemeld. De bijwerkingen van de narcose (keelpijn, verwardheid, hoofdpijn, lichte spierpijn en misselijkheid) worden wel duidelijk vermeld door de meeste ziekenhuizen.
De ernstige negatieve bijwerkingen van ECT; blijvend geheugenverlies, hersenbeschadigingen, schade aan de cognitieve vaardigheden, verminderd reactievermogen en het risico op overlijden, blijven onvermeld. Dit is een overtreding van de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst die eist dat patiënten voorgelicht behoren te worden over de positieve en negatieve kanten van een voorgestelde behandeling voordat zij er toestemming voor verlenen.
De informatie uit de folders van de ziekenhuizen en instellingen is voornamelijk gebaseerd op informatie van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie welke onderbouwd wordt met gedateerde gegevens uit 1999.
Recent onderzoek: Een Engels onderzoek dat werd uitgevoerd door wetenschapper Diana Rose in 2003 concludeerde dat 42% van de patiënten blijvend geheugenverlies meldden. Deze conclusie werd getrokken na het opnieuw bestuderen van 26 eerder uitgevoerde onderzoeken naar de bijwerkingen van ECT.
Een zeer recent onderzoek uitgevoerd in 2006 en in januari 2007 gepubliceerd in het tijdschrift Neuropsychopharmacology, uitgevoerd door de Columbia University stelde vast dat patiënten die ECT hadden ondergaan last hadden van blijvend geheugenverlies, beschadiging van de cognitieve vaardigheden en vermindering van de reactiesnelheid. Uit het onderzoek bleek ook dat vrouwen eerder schadelijke bijwerkingen ondervonden dan mannen. Oudere vrouwen lopen het grootste risico. Een interessant gegeven bij dit onderzoek is dat Harold Sackheim, tientallen jaren één van de meest uitgesproken voorstanders van ECT, aan dit meest recente onderzoek heeft meegewerkt en zijn mening heeft herzien op zijn sterfbed. Hij ontkende niet langer dat ECT schade veroorzaakt en sloot zich aan bij de conclusies van het onderzoek.
Schade: Omdat de Nederlandse instellingen en ziekenhuizen die ECT uitvoeren door het NCRM per aangetekende post op de hoogte zijn gesteld van de slechte kwaliteit van hun schriftelijk voorlichtingsmateriaal en van de schade die patiënten van deze behandelvorm kunnen ondervinden, kunnen de patiënten (of hun familie) die vanaf heden ECT ontvangen en daar aantoonbare schade door oplopen óf patiënten die op basis van onvoldoende informatie toestemming hebben gegeven voor een ECT behandeling vanaf heden via een letselschade advocaat een schadeclaim indienen. Ruim 300 letselschadeadvocaten in Nederland zijn inmiddels van deze actie op de hoogte gesteld en hebben het rapport van het NCRM ontvangen.
Inspectie op de Gezondheidszorg: Het NCRM naar aanleiding van haar onderzoek de Inspectie verzocht om toezicht te houden op de schiftelijke informatie aangaande ECT aan patiënten om ervoor te zorgen dat deze niet langer in strijd is met de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst.
GGZ-Nederland: Het NCRM heeft GGZ-Nederland als branche-organisatie verzocht om gegevens over ECT op te nemen in haar Zorggegevensset zodat er in de toekomst wel accurate cijfers over ECT beschikbaar zullen zijn voor evaluatie en toetsing.
Zorgverzekeraars Nederland: Het NCRM heeft de branche-organisatie Zorgverzekeraars Nederland verzocht om ECT uit het vergoedingenpakket te schrappen vanwege ernstige risico's voor de patiënten. De Amerikaanse Medicaire verzekering deed dit al in 2003.
Enquête: Het NCRM heeft recentelijk een enquête uitgevoerd onder 200 personen waaruit bleek dat 73% van de ondervraagden niet wist dat ECT steeds meer wordt toegepast in Nederland, 70% van de ondervraagden zag geen heil in een stroomstoot door de hersenen. Op de vraag of ECT op jongeren toegepast moest worden reageerde 71% negatief. Op de vraag of mensen zelf zouden kiezen voor ECT als ze wisten wat de bijwerkingen waren, reageerde maar liefst 93% met een absoluut “NEE”. De ondervraagden bleken niet op de hoogte te zijn dat elektroshocks een gedwongen behandeling kunnen worden door de meest recente wijzigingen in de wet op de gedwongen opnamen (BOPZ) die nu ter goedkeuring in de Eerste Kamer ligt. 87% van de ondervraagden was het hier niet mee eens en vindt dat deze wetswijziging er niet moet komen.
Zie het rapport Elektroshock in Nederland, van september 2007.
Meer informatie over dit onderwerp vindt u op http://www.ncrm.nl en www.cchr.org of www.elektroshock.nl of zie onze brochures
of bel het NCRM: 020-4942510 op kantooruren
of e-mail info@ncrm.nl
psychiatrie en samenleving | 06-12-2007 | 00:47 | Link |
De Citizens Commission on Human Rights, in 1969 opgericht door leden van de Scientology Church maar ook door mensen als de toen toonaangevende "libertaire" (anti)psychiater Thomas Szasz, hebben naast hun DVD "Psychiatrie - Een Industrie des Doods" nu ook een video (hafl Engels met Nederlandse ondertitels, half Nederlands) uitgebracht over de rol van de psychiatrie in het nazisme en haar praktijken, m.b.t. gehandicapten, geesteszieken en "inferieure rassen".
http://media.putfile.com/Psychiatry-and-Naziism
De band tussen CCHR (in Nederland opererend onder de naam Nederlands Comité voor de Rechten van de Mens) en de Church of Scientology is steeds een bron van ergernis geweest voor "weldenkenden". Zo werd psychiater Peter Breggin voor zijn boek over Prozac destijds door fabrikant Eli Lilly gecounterd als "scientologist" omdat hij van 1971 tot 1973 voor het CCHR werkte, waarna Breggin zcih overigens uit het CCHR terugtrok om aan deze diskwalificering van zijn werk en zijn kritiek op de "toxische psychiatrie" (de titel van zijn meest bekende boek) te ontsnappen.
De video "Psychiatrie en Nazisme" komt echter 100% overeen met de gekende historische feiten, zoals die voor het eerst bijeengebracht werden door de Duitse geneticus Benno Müller-Hill in zijn boek "Met de Wetenschap als Excuus: De Rol van Psychiaters, Anthropologen en Genetici in Nazi-Duitsland" (Baarn, Anthos; Antwerpen, EPO, 1986; origineel Duits, 1984) en later aangevuld door verder historisch onderzoek. Voor zover ons bekend is er geen materiaal beschikbaar over de invloed van het nazisme tijdens de Duitse bezetting van 1940-1944 op de psychiatrie hier te lande.
psychiatrie en samenleving | 05-12-2007 | 14:12 | Link |
Er is nogal wat te doen over prof. neuroloog Dirk De Ridder's "prestatie" om bij een patiënt die leed aan oorsuizingen een "out-of-body"-ervaring op te wekken: de patiënt had bij de stimulatie met Transcranial Magnetic Stimulation (TMS) het gevoel dat hij buiten zijn lichaam was getreden en dat zijn "ziel" (de patiënt was/is een diep gelovige katholiek) zich van zijn lichaam had losgemaakt. De professoren die zich verlustigen in deze neurologische en neuropsychologische séances (met natuurlijk moraalpsychologieprof. Jan Verplaetse op kop), beroepen zich erop dat ze met hun neurotheologische wetenschap de filosofie zijn voorbijgefietst en met lengtes voorsprong hebben verslagen. Ongeacht de dwaasheid om filosofie en wetenschap zo als vijanden tegenover elkaar te stellen (dat is kenmerkend voor slechts één bepaalde stroming in de wetenschapsfilosofie), zou ik prof. De Ridder gewoon willen vragen wat hij bedoelt met het "zelf" (het Engelse Self als "wetenschappelijk" woord voor "ziel") en met "zelfperceptie" of self-awareness, in gewoon Nederlands "zelfwaarneming". Wie is bij deze waarneming de "waarnemer" en wie of wat is "de/het waargenomene"? Daar heeft onze vriend Friedrich Nietzsche in de jaren 1881-1888 in zijn nagelaten fragmenten "Herwaardering van alle Waarden" al het keurige antwoord op gegeven: onze taal maakt zinnen op basis van een onderwerp (de waarnemer), een werkwoord (waarnemen) en een - lijdend of meewerkend - voorwerp (het waargenomene). Die spraakkundige constructie is echter helemaal niet universeel en haar logica zit dus ook niet ingebakken in onze hersenen: de idee van een kenbaar "ding" en van een kennende "geest" (ziel, Ego) is een Westerse illusie, een puur via traditie overgedragen en herbevestigde fictie. Prof. Verplaetse en De Ridder zouden beter eerst Plato, Spinoza, Wittgenstein, Heidegger plus de Bijbel en Boeddha uit de eerste hand lezen vooraleer zich schamper uit de laten over de gebreken van de filosofie op basis van hun beperkte lectuur van tendentieuze boekjes over deze denkers. Al wat ze nu wel kunnen is als kleine dictatortjes mensen met hun technologie opzadelen met "mystieke" ervaringen, desnoods als dwangbehandeling (bv. bij psychiatrische patiënten). Zie maar Verplaetse's bewering in De Morgen van 20 okt. 2006: "Ik voorspel dat het binnen het half jaar (via magnetische hersenstimulatie) mogelijk zal zijn om die circuits (of denkprocessen) te manipuleren en bijvoorbeeld een VB’er ‘warme empathie’ te laten voelen voor de allochtoon. Stel je voor wat dat in het stemhokje zou kunnen opleveren", lacht de filosoof. "Hier aanschuiven voor de (magnetische) spoel. Het elektronisch stemmen ziet er vandaag anders uit". Dit aanschuiven voor de magnetische spoel doet me veeleer denken aan het aanschuiven van joden en anderen voor de deuren van de gaskamers, eerder dan aan een democratische bekering van extreem-rechtse kiezers.
Prof. De Ridder en Co: Een kleine stap voor ons, een grote sprong voor de mensheid? Kom nou!
psychiatrie en samenleving | 10-11-2007 | 16:25 | Link |
Gerenommeerde psychiaters werken momenteel aan een concept om het onder dwang onvruchtbaar maken van schizofrenie patiënten mogelijk te maken.
Casus: De grenzen van zelfbeschikking: ethische en juridische dimensies van onvrijwillige abortus en sterilisatie.
Een jonge vrouw die bekend is met schizofrenie werd in psychotische toestand opgenomen. Twee maanden later tijdens de opname werd een zwangerschap vastgesteld. Vanwege haar ziekte was zij niet in staat zich een oordeel te vormen over een eventuele zwangerschapsonderbreking. De behandeling werd gecompliceerd door het chronische karakter van haar psychose, een afwezig steunsysteem en een verstandelijke handicap. Uiteindelijk beviel patiënte van een gezonde baby en werd zij, met toestemming van haar mentor, gesteriliseerd. De ethische en juridische aspecten hiervan worden besproken.
Tijdschrift voor Psychiatrie 49 (2007) 9, 667-671
U kunt het volledige rapport in PDF formaat downloaden vanaf het volgende adres:
http://www.psychiatrie.nu/het-laatste-nieuws/61-onder-dwang-steriliseren-van-schizofrenie-patienten.html
NPS: No comment. Terwijl de zelfbeschikking van de patiënt wordt geminimaliseerd, neemt de "zelfbeschikking", i.e. de Machtswellust van de psychiaters toe.
psychiatrie en samenleving | 07-11-2007 | 23:10 | Link |
Streken en kuren van het evidencebeest
We kennen allemaal de enthousiaste verhalen van therapeuten, medicijnmannen, piskijkers, astrologen, homeopaten, iriscopisten, Jomanda en andere kwakzalvers over hun eigen kunsten, het succes van hun ‘therapie’ of de precisie van hun voorspellingen. Erger nog: velen van ons geloven hen. Zo bezien is het niet zo gek dat onderzoekers hebben geprobeerd therapieën en medicatie aan de strengst mogelijke onderzoekseisen te onderwerpen. De gedachte is: laat eerst maar eens zien wat je waard bent in strikt gecontroleerd onderzoek (die vorm van onderzoek wordt aangeduid met de naam
randomized controlled trials, kortweg: RCT’s). Dat is in een notendop de filosofie van
evidence-based medicine, of ruimer
evidence-based practice : alleen medicijnen, medische ingrepen en therapieën die hebben bewezen dat ze echt effect sorteren, komen als behandelingsoptie in aanmerking en worden vergoed. We geloven de arts of therapeut niet meer op zijn mooie praatjes, we willen eerst harde bewijzen zien dat iets werkt. Ook mensen zoals ik, die niet weglopen met de onbuigzame en misschien wel ‘onmenselijke’ – d.w.z. niet voor mensen ontworpen – natuurwetenschappelijke onderzoeksmethoden, moeten toegeven dat enig wantrouwen tegenover al te menselijke goedgelovigheid op zijn plaats is.
So far so good. Maar vervolgens is er iets misgegaan. In de wetenschap waar die strenge wetenschappelijke methoden het eerst zijn toegepast, de farmacologie, is het meteen grondig fout gelopen. Dat wil ik eerst laten zien. Vervolgens wil ik het hebben over de psychotherapie, de sector waarin ik werkzaam ben, zij het niet als therapeut. Ook daar mankeert nogal wat aan de schone schijn die de dompteurs van het evidencebeest ons voorspiegelen.
Wie na het boek ‘The constant gardener’ van John Le Carré (of de film) wil weten hoe het nu écht zit met de weldaden en vooral de misdaden van de farmaceutische industrie, moet David Healy lezen. Zeker zo spannend. Hij onthult in zijn geschiedschrijving van de psychofarmacologie schokkende feiten, ook al zijn het geen moorden-met-voorbedachten-rade, zoals bij Le Carré. Healy was in eerdere geschriften nog betrekkelijk mild in zijn oordeel, maar in zijn magnum opus (Healy, 2002) heeft hij geen goed woord meer over voor de ‘wetenschappelijke’ methoden van de farmaceutische industrie. Kort samengevat: ooit werd de research gedaan door onafhankelijke onderzoekers, maar deze werden al spoedig vervangen door werknemers van het farmaceutische bedrijf zelf. Tegenwoordig worden vooraanstaande clinici ingehuurd om als schaamlap te dienen: zij tekenen voor onderzoeksverslagen die ze nooit gelezen, laat staan geschreven hebben. Als lezer ben je geneigd dat relaas met een flinke schep zout te nemen, totdat je de noot opzoekt die bij deze alinea hoort: ‘Alle feiten in deze passage zijn gebaseerd op praktijken die ik niet alleen heb gezien, maar waaraan ik zelf heb deelgenomen’ (Healy, 2002, noot 100, p. 438). Deze klokkenkluider heeft eerst zelf vuile handen gemaakt en is vervolgens met slaande deuren vertrokken om de wereld kond te doen van alles wat er vies en voos is aan de pillenindustrie. Zijn boeken, vooral ‘The creation of psychopharmacology’, hebben hun uitwerking niet gemist: hij heeft velen wakker geschud en de farmaceutische industrie staat in een kwaaiere reuk dan ooit tevoren. Volgens Healy bestaat er bijvoorbeeld onderzoek ‘dat laat zien dat persoonlijkheidstrekken van patiënten voor 50 procent kunnen voorspellen hoe groot de kans is dat iemand reageert op antidepressiva (...) en ook op antipsychotica’ (Healy, 2002, p. 314). Maar voor dat onderzoek heeft de farmaceutische industrie geen belangstelling: zij wil het toepassingsdomein van een middel niet inperken maar liefst zo omvangrijk mogelijk maken. Dat veel te veel patiënten psychofarmaca krijgen toegediend, is al een ramp, maar dat wetenschappelijk onderzoek naar het verband tussen stoornissen, geneesmiddelen en persoonlijkheidsstructuren niet van de grond komt, is zo mogelijk nog erger. RCT’s kunnen wel degelijk zo worden uitgevoerd dat eruit blijkt welk percentage patiënten naar alle waarschijnlijkheid een bepaalde farmacotherapie ‘heilzaam en aanvaardbaar’ zal vinden. Maar zulk onderzoek wordt niet gedaan, stelt Healy vast en hij concludeert: ‘Als wetenschap wil zeggen dat we alle mogelijke gegevens over een verschijnsel verzamelen, dan is de moderne psychiatrie ondanks haar retoriek allesbehalve wetenschappelijk’ (Healy, 2002, p. 315).
Andere wanpraktijken die Healy constateert, zijn het meer dan één keer publiceren van positieve onderzoeksresultaten en het niet publiceren van negatieve resultaten. Wanneer die niet-gepubliceerde resultaten worden meegeteld, blijkt de identiteit van de sponsor die het onderzoek subsidieert de beste voorspeller van het onderzoeksresultaat te zijn. Als we Healy mogen geloven staan de zaken er in de psychiatrie beroerd voor: hij komt tot een vernietigend oordeel over de psychofarmacologie en de biologische psychiatrie. ‘Voeg bij de niet-publicatie van onderzoeksgegevens het feit dat het distributienetwerk van deze door ghostwriters geschreven artikelen veel beter geolied is dan de reguliere wetenschappelijke kanalen voor de verspreiding van onafhankelijke onderzoeksresultaten en het wordt duidelijk in welke mate de informatiebeheersing een industriële aangelegenheid is geworden. Waar de psychofarmacologische literatuur ooit het gezag uitstraalde van clinici die uit eigen waarneming wisten waarover zij het hadden, is aan het eind van de 20ste eeuw een steeds groter deel van de onderzoeksliteratuur verworden tot het psychiatrische equivalent van een Big Mac’ (Healy, 2002, pp. 310/11). Kortom: geen wetenschap, maar reclameslogans, commercie en propaganda, onder meer om de ‘consument’ rijp te maken voor de acceptatie van een biologische psychiatrie. Inmiddels zijn psychiatrische vakbladen dan ook verplicht om psychiaters en psychofarmacologen te vragen naar mogelijke belangenverstrengeling. ‘Werkt u voor Eli Lilly? Dan raden we de lezer aan uw betoog niet voor zoete koek te slikken!’ is de impliciete boodschap.
‘Maar is dit alleen een probleem bij farmacotherapie?’ vraagt Healy zich af. Het is een retorische vraag en het antwoord luidt: Nee, het geldt ook voor de psychotherapie. Ook daar staan grote financiële belangen op het spel, zij het nog niet van een ‘industrie’ als de farmaceutische, maar wel van specialistische verenigingen en beroepsgroepen. Healy waarschuwt dan ook voor een al te simpele conclusie die de psychotherapie zou ontzien: ‘Oppervlakkige lezing van deze geschiedenis (van de psychofarmacologie, ml.) suggereert wellicht dat dit het probleem is: een wetenschap die is gecorrumpeerd door het bedrijfsleven (de farmaceutische industrie, ml.). Maar het feit dat een soortgelijke dynamiek het domein van de psychotherapie heeft aangetast, waarschuwt tegen de al te gemakzuchtige aanvaarding van een dergelijke conclusie.’ (Healy, 2002, p. 332).
In de psychotherapie is de eis van evidence-based practice pas veel later gesteld dan in de psychofarmacologie. Het zijn vooral de gedragstherapeuten geweest die voorop hebben gelopen bij effect(iviteits)onder zoek van hun therapie. In 1953 joeg de overigens nogal omstreden psycholoog Hans Jürgen Eysenck in zijn boek ‘Uses and abuses of psychology’ de knuppel in het hoenderhok van psychologen, psychotherapeuten en vooral psychoanalytici (die toentertijd het psychotherapeutische landschap beheersten) door hen uit te dagen: het effect van psychotherapie zou volgens hem niet uitstijgen boven het ‘natuurlijke’ herstel dat patiënten laten zien die op een wachtlijst voor therapie staan. De gedragstherapeuten waren de eersten die de knuppel oppakten. Zij wilden zich niet bij dit vonnis neerleggen, temeer omdat zij altijd al hadden gepretendeerd dat hun therapie wetenschappelijk het best was onderbouwd.
In de jaren ’70 toonden meta-analyses van Smith en Glass de gunstige effecten van psychotherapie aan en zij weerlegden daarmee de stelling van Eysenck. Toch bleef men in grote delen van de gezondheidszorg van mening dat psychologische therapieën voor bepaalde stoornissen ofwel domweg niet werkten of inferieur waren aan farmacotherapie. In 1995 probeerde de Division 12 (Clinical psychology) task force on promotion and dissemination of psychological procedures van de American psychological association (APA) psychologische behandelingen te promoten door criteria te publiceren waarmee ‘empirisch ondersteunde’ therapieën voor bepaalde stoornissen kunnen worden vastgesteld. Deze werkgroep kwam met achttien behandelingen waarvoor de empirische steun in RCT’s goed genoeg werd geacht. De meeste daarvan waren vormen van cognitieve gedragstherapie (CGT). Het rapport leidde niet alleen tot herwaardering van en geestdrift voor psychologische therapieën, maar ook en vooral tot erg veel gekissebis. Enerzijds vergrootte het de erkenning van aantoonbaar effectieve psychotherapieën onder het grote publiek, bij beleidsmakers en in opleidingsprogramma’s. Anderzijds wonden veel psychotherapeuten zich op over het feit dat de werkgroep zijn aandacht exclusief had gericht op korte, geprotocolleerde therapieën en op specifieke therapie-effecten in plaats van op de gemeenschappelijke factoren. Bovendien was lang niet iedereen onder de indruk van het bewijsmateriaal dat de ‘taskforce’ aandroeg voor de superioriteit van de empirisch ondersteunde therapieën.
Een vooraanstaand criticus van bovengenoemde werkgroep en van de geselecteerde en gepropageerde ‘empirisch ondersteunde’ psychotherapieën is Drew Westen, duizendpoot, veelschrijver en psychoanalytisch georiënteerd therapeut en onderzoeker. Hij schetst de situatie aan het begin van de 21e eeuw als volgt: ‘De therapieën die wij meta-analytisch hebben onderzocht, zijn bewezen even effectief als of effectiever dan farmacotherapieën, die het voordeel hadden dat de farmaceutische industrie miljarden dollars kon steken in onderzoek en marketing ervan.’ Maar dat is nog pas de helft van het verhaal: ‘Met uitzondering van CGT voor paniek herstelde de meerderheid van de patiënten in de therapieën voor alle stoornissen die we hebben onderzocht niet’ (Westen et al., 2004, p. 650). Met andere woorden: kortdurende psychotherapieën doen de symptomen weliswaar snel afnemen, maar genezing of volledig herstel wordt niet bereikt.
De belangrijkste kritiek zal ik kort samenvatten. Het voornaamste kritiekpunt is dat veel onderzoek een self-fulfilling prophecy is. We worden, al dan niet opzettelijk, bedrogen. In de eerste plaats bepaalt de therapievoorkeur van de onderzoekers welke behandeling(en) worden onderzocht. Omdat de meeste onderzoekers CGT-minded zijn, is CGT de meest onderzochte therapie. Hierboven heb ik de CGT-stroming als geheel nog om haar onderzoeksijver geprezen, maar, in de tweede plaats, worden ook de onderzoeksresultaten in hoge mate bepaald door de therapievoorkeur van de onderzoekers. Het gaat hier om de veelbesproken, maar zelden verdisconteerde ‘loyaliteitseffecten’ (allegiance effects). Lester Luborsky stelde in 1999 vast dat hij louter op grond van de therapievoorkeur van de onderzoeker(s) de uitkomsten van effectonderzoek waarin therapieën onderling op hun werkzaamheid werden vergeleken met vrij grote zekerheid kon voorspellen. Onlangs deed Luborsky dat onderzoek nog eens over (Luborsky & Barrett, 2005) en het resultaat was identiek: als je weet wie het (effect)onderzoek doet, weet je ook wat eruit komt. Zoiets zet al die harde-feitenpretenties (niet alleen van effectonderzoek trouwens) wel in een heel ander daglicht!
Hoe zetten onderzoekers de resultaten naar hun hand? Bijvoorbeeld door de succescijfers van hun therapie uit te drukken als percentage van het aantal patiënten dat de behandeling voltooit. Afvallers (drop-outs, hier kom ik nog op terug) en potentiële deelnemers van het onderzoek die om allerlei redenen als niet-bruikbaar werden afgewezen, blijven buiten beschouwing. Dit flatteert de behandelresultaten van RCT’s enorm. Als de precieze aard van de succescijfers al in de publicatie wordt vermeld, dan nog kraait geen haan naar het hoe en waarom van zo veel afvallers.
Kwalijk is ook dat onderzoek dat geen significante uitkomsten oplevert, nauwelijks wordt gepubliceerd. Dat komt niet alleen omdat onderzoekers liever met positieve en spectaculaire resultaten op de proppen komen, maar ook omdat tijdschriftredacties vaak niet bereid zijn negatieve resultaten, die net zo informatief zijn als significante positieve uitkomsten, te publiceren. Daarom schetsen de uitkomsten van meta-analyses, voor zover het ongepubliceerde onderzoek buiten beschouwing blijft, systematisch een te rooskleurig beeld van de werkelijke situatie.
Er wordt in de psychotherapie enorm veel poeha gemaakt over wat de ene therapie van de andere onderscheidt, maar naar alle waarschijnlijkheid zijn de hoofdvormen van psychotherapie (cognitieve/gedragstherapeutische, cliëntgerichte/ experiëntiele en psychoanalytische/ psychodynamische) ongeveer even effectief, mits je het vooroordeel van de onderzoeker(s) neutraliseert. Toch zijn het vooral de ultrakorte cognitief- gedragstherapeutische behandelingen die de richtlijnen voor verschillende stoornissen domineren. Maar het is zacht gezegd lang niet zeker dat die korte, geprotocolleerde therapieën echt de beste therapieën zijn. Ik som kort wat redenen op waarom dat zelfs onwaarschijnlijk is:
1 Een protocol ontstaat als een min of meer toevallig tot stand gekomen, gestandaardiseerde versie van een behandeling en ‘veel van de procedurele details van een therapiepakket worden tijdens het schrijven van het behandelprotocol noodgedwongen beslist op niet-empirische gronden. Moeten sessies een of twee uur duren? Wekelijks of tweewekelijks? Individueel of groep? Totaal 20 sessies, of 12 of 16?’ (Haaga, 2004, p. 674). Die protocollering is nodig opdat de onderzoeker weet dat de therapeut doet wat hij wordt verondersteld te doen en dat alle aan het onderzoek deelnemende therapeuten hetzelfde doen. Wanneer een protocol ‘empirisch ondersteund’ is, betekent dat geenszins dat de specificaties ervan optimaal zijn (Haaga, 2004). Maar eenmaal effectief betoond, gaat het protocol een eigen leven leiden. Niemand twijfelt meer aan de (effectiviteit van de) ingrediënten van de therapie. Andere ingrediënten, die wellicht (nog) beter zijn, worden niet meer onderzocht.
2 RCT’s verhullen meer dan ze onthullen. Bij een gebleken effect weet je slechts dat de behandeling voor de proefgroep-als-geheel werkt. Je weet niet wat er precies genezend werkt en evenmin bij wie het effect optreedt en bij wie niet. Het is dus geenszins zeker dat de richtlijn de beste therapie voorschrijft voor een individu met al zijn persoonlijke kenmerken en eigenaardigheden.
3 De steekproef in een RCT is nooit klinisch representatief. Onderzocht worden steevast patiënten met één welomschreven stoornis- volgens-het-boekje (dat boekje is de DSM, de bijbel van de psychiatrische diagnoses). De selectie is erop gericht de homogeniteit van de diagnose te maximaliseren. Veel potentiële deelnemers aan het onderzoek vallen af, want de meeste patiënten hebben volgens de criteria van de DSM meer dan één stoornis. Als deze patiënten voor of tijdens het onderzoek ‘gedropt’ worden – men spreekt van drop-outs, vandaar –, dan vermindert dat de generaliseerbaarheid naar de doelgroep, want die is ‘zelden symptoomzuiver’. Bij dat droppen gaat het niet kinderachtig toe: ‘In de gemiddelde RCT (...) wordt tussen eenderde en tweederde deel van de patiënten die zich aanmelden, uitgesloten van behandeling, en de categorieën patiënten die worden uitgesloten, lijken vaak niet alleen representatiever maar zijn (…) ook therapieresistenter gebleken’ (Westen et al., 2004, p. 658). De onderzochte en ‘empirisch ondersteunde’ therapieën lijken dus vooral te zijn toegesneden op de niet of nauwelijks bestaande ideale patiënt.
4 De meeste richtlijntherapieën zijn domweg te kort voor een goed resultaat, want de meeste stoornissen laten zich niet in drie maanden genezen. RCT’s omvatten zelden follow-uponderzoek over een voldoende lange periode. Cognitieve gedragstherapie is tamelijk effectief als het gaat om onmiddellijke symptoomvermindering, maar het is niet zo dat de gemiddelde patiënt herstelt en hersteld blijft over langere tijd. De gerapporteerde resultaten betreffen de korte termijn en het is allesbehalve zeker dat ze gedurende langere perioden na het einde van de therapie overeind blijven.
5 In RCT’s wordt veel te weinig gebruikgemaakt van relevante controlegroepen. Meestal bestaat de controleconditie uit een wachtlijst of geen behandeling. Dat is de vergelijking die Eysenck in 1953 eiste voor fatsoenlijk effectonderzoek. Maar het is niet genoeg, want inmiddels is ten overvloede aangetoond dat eigenlijk alles wat onderzoekers gedurende tien of twintig sessies met patiënten doen en waarvan ze geloven dat het zal werken tot betere resultaten leidt dan experimentele condities die zijn bedoeld om niet te werken. ‘Het enige wat kan worden geconcludeerd uit zulk onderzoek is dat iets dat bedoeld is om effectief te zijn superieur is aan iets dat bedoeld is niet effectief te zijn’ (Westen et al., 2005, p. 428). Als je de effectiviteit van psychotherapie in het algemeen wilt bewijzen, dan kies je voor een zwakke controle: een wachtlijst of geen behandeling. Maar als je de werkzaamheid en de superioriteit van een specifieke psychotherapeutische aanpak wilt bewijzen, dan is een wachtlijst of ‘geen behandeling’ of zelfs treatment as usual een zwaktebod. Westen adviseert onderzoekers te stoppen met iedere vorm van placebocontrole die bedoeld is niet te werken. ‘Als het doel is evidence-based practice de weg te wijzen, zouden onderzoekers zich nog slechts moeten verlaten op twee typen controlecondities: (a) therapieën die worden uitgevoerd door ervaren clinici die proberen een zo goed mogelijk behandelresultaat te bereiken en die niet worden beperkt in de duur van de therapie door ofwel de onderzoekers ofwel subsidiënten, en (b) verschillende duren van dezelfde experimentele behandeling, waardoor niet alleen gecontroleerd wordt voor ‘therapievoorkeur’ (loyaliteit, allegiance) van de therapeut(en) en de onderzoeker(s), maar waardoor tevens empirische gegevens beschikbaar komen over de optimale therapieduur’ (Westen et al., 2005, p. 430).
De conclusie moet niet luiden: weg met alle randomized controlled trials. Maar RCT’s moeten niet langer opgevat worden als de enige vorm van onderzoek en misschien evenmin als ‘gouden standaard’. Daarvoor zijn ze te kwetsbaar gebleken voor misinterpretatie en misbruik. Er is in veel RCT’s gesjoemeld en de invloed van allegiance effects op onderzoeksresultaten is verontrustend groot gebleken. Westen stelt daarom voor in ieder onderzoeksteam ten minste één potentiële dwarsligger op te nemen: een aanhanger van een andere ‘therapieschool’ of, in het geval van psychofarmaca, een onderzoeker die niet werkt voor de desbetreffende pillenfabrikant. Maar het zou natuurlijk nog mooier zijn als de onderzoekssubsidiënten dit als voorwaarde voor financiële steun zouden stellen. De redacties van wetenschappelijke tijdschriften moeten ook veeleisender worden voor zij een onderzoeksverslag accepteren. Hetzelfde geldt voor instanties als de Amerikaanse Food and drug administration (FDA) of het Nederlandse College ter Beoordeling van Geneesmiddelen, die beslissen over de consequenties van het door de farmaceutische industrie uitgevoerde en gepresenteerde onderzoek, en daarmee over de vraag of een medicijn op de markt komt.
Wetenschap is een beetje de ideologie van onze tijd. Wat uit onderzoek blijkt, wordt als waarheid geaccepteerd. Ten onrechte (vaak). Vereist is dus: een kritische houding, en misschien zelfs regelrecht wantrouwen, tegenover de conclusies en verregaande pretenties van ‘wetenschappelijke’ theorieën en, vooral, onderzoek.
Max Lauteslager
Max Lauteslager is psycholoog en werkt voor de Stichting Tijdschrift voor Psychotherapie.
Correspondentieadres: maxlaut@xs4all.nl
De hier afgedrukte tekst is een sterk ingekorte versie van zijn artikel ‘Het evidence beest heeft kuren.
Gebruik en misbruik van EBP, RCT- en EST-methodologie’ in het Tijdschrift voor Psychotherapie, 32 (2006), 347-366.
Alle cursiveringen in citaten zijn van de auteur.
psychiatrie en samenleving | 28-10-2007 | 11:50 | Link |
Gelezen op Psychiatrie Vandaag, blijkbaar op basis van een krantenartikel:
http://www.psychiatrie.nu/
"Psychiaters willen meer macht"
"Psychiaters in Nederland willen meer mogelijkheden om mensen onder dwang met drugs te kunnen injecteren"
ARNHEM, 2007/08/10
De website Psychiatrie Vandaag uit haar verontrusting over het feit dat de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie het gemakkelijker dwangmatig kunnen injecteren van psychiatrische drugs voorstaat om ervoor te zorgen dat het minder vaak noodzakelijk zal zijn om mensen voor (zeer) lange tijd in een isoleercel gevangen te houden en pas na een 10 tot 15 dagen durend wettelijk vastgesteld proces te kunnen starten met het onder dwang injecteren van psychiatrische drugs.
De auteurs van de website Psychiatrie Vandaag stellen dat de psychiatrie een pseudowetenschap en kwakzalverij is omdat psychiaters niet weten hoe ze doen wat ze doen. Om die reden stellen zij dat de extra mogelijkheden voor psychiaters om mensen zonder supervisie of controle en zonder proces onder dwang met drugs te kunnen injecteren een gevaar veroorzaakt waar veel patiënten de dupe van zullen worden.
De geschiedenis van de psychiatrie leert ons dat psychiaters vele wreedheden hebben begaan wat hen wonderbaarlijk genoeg als beroepsgroep nooit aangerekend is.
Psychiaters hebben het moordprogramma voor de holocaust bedacht en ontwikkeld. Psychiaters zorgden voor een wetenschappelijke basis voor racisme en slavernij en bedachten manieren om groepen mensen uit te roeien middels drugs en hebben vele martel- en folterpraktijken uitgevonden tijdens oorlogen. Niet zo lang geleden werden 'lastige patiënten' die momenteel met een isoleercel 'behandeld' worden nog zonder verdoving geshocked. De vele spasmen die door de electrocutatie veroorzaakt werden resulteerden vaak in botbreuken.
De psychiatrische drugs industrie is een van de meest winstgevende industrieën op aarde. Meer dan de helft van alle ziektekosten gaat op aan psychiatrische drugs.
Van veel psychiatrische drugs is niet bekend hoe de drug exact werkt. Dit komt mede doordat er geen bewijs bestaat voor het bestaan van een fysiologische oorzaak voor geen van alle officiele psychiatrische stoornissen. Sinds dat de psychiatrie zichzelf als medische wetenschap verklaarde om de vele martelpraktijken in naam der wetenschap te kunnen voortzetten zijn psychiaters op zoek geweest naar een hersenziekte als oorzaak voor psychische problemen maar dat is tot op de dag van vandaag nog niet gelukt. Psychiaters liegen mensen dus massaal voor wanneer zij drugs voorschrijven om een stoornis in de hersenen te behandelen.
Dubbelblinde tests naar de resultaten van antidepressiva uitgevoerd door Harvard Universiteit in Amerika tonen aan dat meer dan 70% van de patiënten met een zeer ernstige depressie die een suikerpil ontvangen even goed herstelt als een iets hoger percentage van de patiënten die daadwerkelijk drugs ontvangt. Deze studie toont dat niet de drugs maar het geloof in de drugs de meest belangrijke factor is bij het herstel van mensen die worden behandeld voor een depressie.
De psychiatrie is een kwakzalverij en om die reden mede gelet op de vele wreedheden die psychiaters in het verleden zijn begaan is het van belang dat de psychiatrie een halt wordt toegeroepen en de macht van psychiaters wordt beperkt.
http://www.psychiatrie.nu/psychiaters-willen-meer-macht.html
http://www.psychiatrie.nu/
psychiatrie en samenleving | 02-10-2007 | 04:42 | Link |
Videobeelden, foto's en spreekbeurten vanop het Congres "Coercive Treatment in Psychiatry" ("Dwang in de Psychiatrie; Engelse teksten), georganiseerd door de World Psychiatric Association (WPA), Dresden, Duitsland, juni 2007, hieronder beschikbaar. Ex-patiënten en "survivors of psychiatry" aan het woord.
http://www.enusp.org/dresden.htm
psychiatrie en samenleving | 30-09-2007 | 14:32 | Link |
De meeste mensen weten niet wat dwangbehandeling door een psychiater inhoudt. Dwangbehandeling betekent het kwijtraken van de autonomie over het leven.
Dwangbehandeling betekent het stigma van psychiatrisch patient. Dwangbehandeling betekent dat de verpleegsters de patienten mogen opsluiten in een isoleercel, wanneer zij dat goeddunken. Dwangbehandeling betekent blootstelling aan sexuele intimidatie en andere inbreuken op de persoonlijke integriteit door de verplegers.
Een gesloten afdeling in de psychiatrie is een kale gang met patienten, welke allemaal onder de medicijnen zijn gebracht en niets meer hebben om voor te leven. De psychiater heeft 1 maal in de 4 weken tijd om met de patient(e) te praten, in bijzijn van de verpleegsters. De verpleegsters bepalen alles voor de patienten. De patienten worden afhankelijke zombies. De psychiater heeft geen interesse voor de patienten (behalve dan seksuele interesse voor de mooie dames) en schrijft reeksen medicijnen voor, die leiden tot rare grimassen in het gezicht, waardoor de patient(e) echt gek lijkt. Veel patienten worden suicidaal in de psychiatrie.
psychiatrie en samenleving | 25-09-2007 | 18:10 | Link |
Op het discussieforum van NRC plaatsten we naar aanleiding van het anorexia-artikel van zaterdag 22/9 drie reacties:
zaterdag 22 september 2007, 13:58 uur
Ongeacht de problemen van anorexia patiënten, zijn wij in principe tegen elke vorm van dwangbehandeling, omdat de voorstanders altijd eindigen met de schending van de elementaire mensenrechten. Wij beweren dat een ernstige begeleiding van anorexia mogelijk is, zoals veel gevallen van psychotherapie laten zien. Dwangbehandeling gebeurt steeds daar waar de psychiatrische omkadering steunt op machtsgebruik en niet op een vrijwillig akkoord van de betrokkenne. Dus men kan best eerst de psychiatrische behandeling vermenselijken in plaats van er een praktijk van zogenaamde deskundigen van te maken. De psychiatrie is immers geen wetenschap. De gevallen van anorexia die wij zelf hebben begeleid, kloegen steeds dat de “zorg” geen enkele poging deed om ernstig te nemen wat zij zelf te zeggen hadden. Alles werd vertaald in een vreemd taaltje van zorg”theorieën” en gemoraliseer.
In België wil men (o.a. een “socialistische” senator, op 10 juni gelukkig niet herverkozen) nu reeds psychiatrische patiënten die “ondraaglijk zouden lijden” (volgens een commissie van drie psychiaters, want de betrokkene “weet toch niet wat hij zegt”!!!) aan de ultieme therapie onderwerpen, nl. euthanasie. Dwangeuthanasie dus eigenlijk! De nazi’s: nooit van gehoord?
Netwerk Psychiatrie & Samenleving
http://psychiatrie.blogse.nl
zondag 23 september 2007, 16:21 uur
Als mensen hun gezondheid niet willen respecteren, is dat hun goed recht. Op basis van welke ethiek buiten deze van het nazisme kan iemand beslissen dat een ander MOET eten. En wil die lezer hier eens zeggen WELKE biologische factoren er gevonden zijn voor anorexia (of WELKE psychische stoornis OOK)? Een aantal psychiaters beweren dat, maar de neurologen die het zenuwstelsel kennen, de psychiaters kennen daar niet zoveel van (zoals ze ook weinig van de farmacologie van psy-medicijnen kennen, apothekers weten daar veel meer van) maar telkens blijkt dat deze psychiaters eigenlijk “omgekocht” zijn door de fabrikanten van medicijnen. Dat hebben diverse psychiaters, ook in Nederland (o.a. een universiteitsprofessor van Utrecht denk ik) al meermaals bevestigd. Onafhankelijke onderzoekers komen blijkbaar altijd tot andere conclusies dan het onderzoek dat door de industrie zelf wordt gefinancierd. En alles zo kosjer was, waarom zou de VN dan een ngo als Mindfreedom officieel erkennen en financieel steunen?
Waarom zijn wij in het Westen zo bang dat iemand over zijn eigen leven beschikt? Waarom zijn wij zo bang voor hongerstakers bv. of mensen die zich zelf verbranden als Jan Palach? Humanisten die wij allemaal zijn: wij kunnen niet verdragen dat iemand ons zo confronteert met de wansmaak van onze beschaving. Dus “zieken” maar met geweld eten in de mond stoppen.
zondag 23 september 2007, 18:53 uur
dag tyche,
ik weet niet hoe dat in Nederland zit, maar in België bestaat sinds een vijtal jaar een Wet betreffende de Rechten van de Patiënt, die geldt voor alle patiënten, ook “geesteszieken”. Die rechten omvatten ondermeer het recht op instemming met of weigering van een ‘behandeling’ of gewoon van een ‘medische handeling’ zelf, bv. een diagnostisch onderzoek. Deze Wet wordt dagelijks in de psychiatrische ziekenhuizen overtreden, maar gezien er geen sancties voorzien zijn in de wet, alleen het recht klacht in te dienen bij een ombudspersoon-ambtenaar die enkel kan bemiddelen. Sommige ziekenhuispsychiaters beweren bv. dat het simpele feit dat je je in een ziekenhuis laat opnemen betekent dat je “instemt met behandeling”, terwijl de toelichting bij de Wet zoals verschenen in het Staatsblad, dat expliciet tegenspreekt. De toestand gaat in België sinds tien jaar ook erg achteruit: vergeleken met 20 jaar geleden wordt iemand die een agressieve aanval heeft, niet meer door verpleegkundigen bedaard, maar er wordt onmiddellijk een Security Team gebeld dat de betrokkenen hardhandig aanpakt, er wordt een injectie toegediend en de patiënt wordt in de isoleercel gedropt. Mensen die zich vrijwillig laten opnemen, maar na enkele dagen het ziekenhuis willen verlaten worden dan maar via een combine van psychiatrie en de bevoegde vrederechter stante pede gedwongen opgenomen, een praktijk die vooral in West-Vlaanderen voorkomt. In Limburg werd in mei 2007 een jongeman met een psychiatrisch verleden gedwongen opgenomen omdat hij deelgenomen had aan een volledig vreedzame 1mei-stoet. Hij werd als schizofreen in een gesloten afdeling geplaatst en, volkomen onwettelijk, verboden aan de parlementsverkiezingen deel te nemen. Op 11 juni, de dag na de verkiezingen, werd hij “vrijgelaten”. Als hij klacht indient, wordt hij uit zijn Beschut Wonen (onder toezicht van de ziekenhuispsychiater) gezet en zal hij dakloos worden. Patiënten die geen medicatie willen nemen, hun wettelijk voorzien recht dus, krijgen het verbod nog hun kamer of de afdeling te verlaten. Steeds meer kinderen die wat ambetant zijn, worden onder bedreiging van school gestuurd te worden, gedwongen Rilatine te nemen, “want ze hebben ADHD”. De door de overheid erkende patiëntenverenigingen en verenigingen van ouders van kinderen met een bepaalde “ziekte” zijn quasi allemaal rechtstreeks gefinancierd door de firma’s die de psychofarmaca maken en verhandelen waarmee de ziekte zogezegd genezen kan worden. Slachtoffers van rampen, (dreigingen met) aanslagen of zware misdaden op een school, worden moreel verplicht slachtofferhulp en een soort anti-Posttraumatische Stress Stoornis (PTSD) “therapie” te volgen, zonder dat ze daarom gevraagd hebben. Weigeren ze “mee te werken”, dan worden ze gewaarschuwd dat ze misschien verdachten of medeplichtigen zijn. Na een bommelding in een school liet een schoolpsychologe/slachtofferhelper de kinderen hun “gevoelens” uitspraken, waarbij ze zelf eerst aangaf wat die gevoelens waren. Een jongetje die zei dat hij de bommelding en alles errond “boeiend” vond, werd terechtgewezen en andere leerlingen werden met zachte dwang verzocht hem te beschimpen. En zo kunnen we doorgaan.
Ik zelf ben gepensioneerd professor psychologie aan de Vrije Universiteit Brussel. Als ik die 40 jaar overzie, kan ik alleen maar zeggen dat de psychologie van een wetenschap die mensen zelfbeschikking leverde, een wetenschap geworden is die tot doel heeft het doen en laten van anderen te controleren en dat soort machtsaanwending als “wetenschappelijk” voor te stellen. Je merkt het ook in het onderzoek: er wordt de mensen nauwelijks nog wat gevraagd. Als je zegt dat je bang bent, wordt dat niet geloofd als ook je hartslag niet gestegen is en wat weet ik allemaal. Volgens mij is die situatie gegroeid uit de stijgende sociale ongelijkheden van de laatste decennia, waardoor de veiligheid is afgenomen en iedereen iedereen controleert. Steeds meer worden burgers opgeroepen anderen te verklikken als ze iets “verdachts” opmerken. Een verklikker was in mijn jeugd het moreel laagste dat je kon zijn. Nu is een verklikker een spijt-optant die beloond wordt voor zijn medewerking. En die trends die ik in België zie, gelden ook voor Nederland, zoals ik uit de krant en mijn vele contacten met gewone Nederlanders van boven en onder de Moerdijk kan opmaken. Vrijheid is weer een privilege geworden van rijken die zich op de Fidji eilanden kunnen gaan uitleven buiten het oog van het soort camera’s waarvan onze marktpleinen nu vol van hangen.
En dat ganse systeem draait. Vlaanderen heeft het hoogste aantal psychiatrische ziekenhuizen in de wereld, het hoogst aantal opnames, het hoogste aantal doktersbezoeken voor psychische klachten: toch verbetert de geestelijke gezondheid niet, integendeel.
Natuurlijk niet: dat ganse systeem leeft van behandelingen, dus om je brood te verdienen in die sector moeten eerst zoveel mogelijk mensen ziek gemaakt worden. Iedereen weet dat de arbeidsstress en competitie verantwoordelijk is voor veel depressies en zelfmoorden. Toch wordt er niets aan gedaan. Wel wordt er financiële steun gegeven aan verenigingen van nabestaanden van zelfddoders (dus: pest je partner en zorgt dat die zich ophangt, en je krijgt overheidssteun), aan psychiatrische actieplannen die nooit worden geëvalueerd, aan het onderzoek naar nieuwe medicijnen die maar een isomeer zijn van een bestaande, etc.
In België sterven volgens cijfers van het ministerie jaarlijks een 100-tal mensen in de psychiatrie door zelfmoord of ‘doodsoorzaak onbekend’.
Voor mij zijn anorexia-patiënten en soort hongerstakers, zij het individueel in plaats van in groep. Maar met hogerstakers wordt onderhandeld, met anorexia-patiënten niet. Inderdaad, dikwijls omdat ze minderjarig zijn en hun ouders hen als hun “eigendom” beschouwen.
Het is triestig gewoon. Dat die oorlog met de Islam, Iran of China maar snel komt, dan kunnen we daarna zoals in de jaren 1950-1960 terug een poging ondernemen om te bouwen aan een menswaardige samenleving.
Netwerk Psychiatrie & Samenleving
http://psychiatrie.blogse.nl (Vlaamse site; 150 bezoekers per dag, waarvan ongeveer 30% Nederlanders)
psychiatrie en samenleving | 23-09-2007 | 17:08 | Link |
De pleidooien voor dwangbehandeling van psychiatrische patiënten en voor wilsonbekwaamheidsverklaring nemen steeds maar toe. Ook in Nederland. In het NRC_Handelsblad stond vandaag volgend artikel:
Anorexiapatienten houden lijnen eindeloos vol (Foto LAIF/Hollandse Hoogte)
Bij anorexia eerder dwangbehandeling
Door onze redacteur Jannetje Koelewijn
Rotterdam, 22 sept. Artsen en psychiaters zouden patiënten met zeer ernstige anorexia nervosa eerder moeten dwingen tot behandeling om te voorkomen dat ze nog zieker worden of overlijden. Dat zegt Eric van Furth, voorzitter van de landelijke werkgroep die een richtlijn maakte voor de behandeling van eetstoornissen, en directeur behandelzaken van het Centrum Eetstoornissen Ursula in Leidschendam.
Volgens Van Furth kunnen anorexiapatiënten door extreem ondergewicht zo in de war raken dat ze niet meer over hun eigen toestand kunnen oordelen. Toch, zegt hij, durven artsen en psychiaters het vaak niet aan om hen tijdelijk wilsonbekwaam te verklaren, al hebben ze daar wel de wettelijke mogelijkheden toe. „Dat komt doordat patiënten zo normaal lijken. Voor een deel zijn ze dat ook. Maar niet als het over eten gaat.”
Annemarie van Elburg, psychiater in Centrum Eetstoornissen Rintveld en verbonden aan het UMC Utrecht, vindt de terughoudendheid om patiënten met zeer ernstige anorexia tijdelijk wilsonbekwaam te verklaren, begrijpelijk maar onterecht. Mensen die na een ongeluk of een hartinfarct in het ziekenhuis belanden worden altijd behandeld, ook als ze zich verzetten. Artsen moeten niet denken dat een anorexiapatiënt het zelf zo wil, zegt ze. „Een anorexiapatiënt wil niet dood. Die wil alleen maar niet eten.”
Ons antwoord op de website van NRC:
Ongeacht de problemen van anorexia patiënten, zijn wij in principe tegen elke vorm van dwangbehandeling, omdat de voorstanders altijd eindigen met de schending van de elementaire mensenrechten. Wij beweren dat een ernstige begeleiding van anorexia mogelijk is, zoals veel gevallen van psychotherapie laten zien. Dwangbehandeling gebeurt steeds daar waar de psychiatrische omkadering steunt op machtsgebruik en niet op een vrijwillig akkoord van de betrokkene. Dus men kan best eerst de psychiatrische behandeling vermenselijken in plaats van er een praktijk van zogenaamde deskundigen van te maken. De psychiatrie is immers geen wetenschap. De gevallen van anorexia die wij zelf hebben begeleid, kloegen steeds dat de “zorg” geen enkele poging deed om ernstig te nemen wat zij zelf te zeggen hadden. Alles werd vertaald in een vreemd taaltje van zorg”theorieën” en gemoraliseer.
In België wil men (o.a. een “socialistische” senator, op 10 juni gelukkig niet herverkozen) nu reeds psychiatrische patiënten die “ondraaglijk zouden lijden” (volgens een commissie van drie psychiaters, want de betrokkene “weet toch niet wat hij zegt”!!!) aan de ultieme therapie onderwerpen, nl. euthanasie. Dwangeuthanasie dus eigenlijk! De nazi’s: nooit van gehoord?
Dr. Eric Rosseel
Netwerk Psychiatrie & Samenleving
http://psychiatrie.blogse.nl
psychiatrie en samenleving | 22-09-2007 | 13:48 | Link |
Robert Whitaker*
19 Rockingham St., Cambridge, MA 02139, USA
Samenvatting Hoewel het in ontwikkelde landen de norm is om schizofreniepatiënten te blijven behandelen met neuroleptica, wordt deze praktijk niet ondersteund door het overzicht van 50 jaar onderzoek naar deze medicijnen Een kritische beoordeling onthult dat dit zorgmodel op langere termijn slechtere resultaten oplevert, althans globaal bezien, en dat het met 40% of meer van alle schizofreniepatiënten beter zou gaan als ze een dergelijke behandeling niet kregen.
Evidence based zorg zou selectief gebruik van antipsychotica vereisen op basis van twee principes: (a) geen onmiddellijke toediening van neuroleptica bij patiënten in de eerste fase; (b) iedere patiënt die met neuroleptica is gestabiliseerd zou de gelegenheid moeten krijgen om geleidelijk minder van deze middelen te gaan gebruiken. Met dit model zouden de herstelpercentages aanzienlijk stijgen en zou het percentage patiënten dat chronisch ziek wordt dalen.
Inleiding
Volgens de normen in de zorg voor schizofrenie is het nodig om patiënten onbepaalde tijd antipsychotische medicijnen te blijven voorschrijven. Het bewijs voor deze praktijk komt voort uit onderzoek waaruit blijkt dat de medicijnen doeltreffend zijn bij de behandeling van acute psychotische symptomen en bij het voorkomen van terugval. Historici voeren ook aan dat door de introductie van neuroleptica in de jaren 1950 de psychiatrische ziekenhuizen leger raakten en dat dit nader bewijs vormt voor de verdiensten van deze medicijnen. Toch blijven de langetermijnresultaten voor schizofrenie mager en mogelijk niet beter dan 100 jaar geleden, toen watertherapieën en frisse lucht de gebruikelijke behandelmethoden waren.
Het onderzoeksoverzicht vertoont een duidelijke paradox. De werkzaamheid van neuroleptica lijkt vast te staan maar toch is er onvoldoende bewijs dat aantoont dat deze medicijnen het leven van patiënten op de lange termijn hebben verbeterd. Deze paradox heeft onlangs geleid tot een ongebruikelijk redactioneel artikel in
European Psychiatry, waarin de vraag werd gesteld: "Zijn wij, na vijftig jaar neuroleptische medicijnen, in staat om de volgende, eenvoudige vraag te beantwoorden: Zijn neuroleptica doeltreffend bij de behandeling van schizofrenie?". Een diepgaande beoordeling van de onderzoeksliteratuur levert een verrassend antwoord op. Een overmacht aan bewijs toont aan dat de huidige zorgstandaard "voortdurende medicatietherapie voor alle patiënten met deze diagnose" meer kwaad dan goed doet.
*Mad in America: Bad Science, Bad Medicine, and the Enduring Mistreatment of the Mentally Ill (Perseus Publishing, 2002).
* Tel.: +617-499-4354.
E-mail address: robert.b.whitaker@verizon.net (R. Whi-taker).
psychiatrie en samenleving | 20-09-2007 | 08:40 | Link |
De krant De Morgen geeft vandaag melding van een onderzoek waarbij blijkt dat met bepaalde medicijnen traumatische ervaringen uit het verleden in herinnering kunnen worden gebracht maar met uitschakeling van de emotionele herbeleving ervan. Het gaat om volgend onderzoek waarvan de resultaten nu reeds online zijn op The Journal of Psychiatric Research.
Brunet, Alain et alii "Effect of post-retrieval propranolol on psychophysiological responding during subsequent script-driven traumatic imagery in post-traumatic stress disorder", Journal of Psychiatric Research, In Press, Available Online 22 June 2007.
http://www.sciencedirect.com/science?_ob=ArticleURL&_udi=B6T8T-4P1G931-2&_user=10&_coverDate=06%2F22%2F2007&_alid=595287628&_rdoc=1&_fmt=summary&_orig=search&_cdi=5095&_sort=d&_docanchor=&view=c&_ct=4&_acct=C000050221&_version=1&_urlVersion=0&_userid=10&md5=0051b61c1f1004facd43c0d929593e64
De onderzoekers vroegen een 20-tal mensen plus een controlegroep een trauma (ongeluk of verkrachting) van 10 jaar vroeger op te schrijven waarbij ze fysiologische metingen (hartslag, etc.) uitvoerden die aangaven in hoeverre de herinnering gepaard ging met emotionele "distress". De proefpersonen kregen een week voordien propranolol, een bèta-blokker tegen hoge bloeddruk, in België intensief gebruikt onder de merknaam INDERAL. Eén van de mogelijke nevenwerkingen van INDERAL is geheugenproblemen.
Uit het onderzoek bleek dat de proefpersonen zich de feiten konden herinneren met duidelijk minder emotionele reacties. Daaruit wordt dan geconcludeerd dat op die manier post-traumatische stress stoornis beter "behandeld" zou kunnen worden doordat het geheugen zou kunnen worden gewist zonder de nare emotionele herbeleving eigen aan de traumatische herinnering.
De Morgen brengt het verslag zonder kritische commentaar. Net ernaast staat een artikel over een onderzoek waarbij blijkt dat eicellen van meisjes die nog geen puber zijn in diepvries levensvatbaar zijn en in principe zouden kunnen worden gebruikt voor in vitro bevruchting. Onmiddellijk wordt ethicus prof. Etienne Vermeersch erbij gehaald om kritische commentaar te geven.
Wat hebben wij op te merken bij het propranolol-onderzoek? Wel twee dingen:
1. Propranolol is een niet ongevaarlijk geneesmiddel met veel bijwerkingen. Een veralgemeend lukraak gebruik is zeker niet aangewezen.
2. Waarom mag de emotionele component van het trauma niet herinnerd worden? Wat is daar verkeerd aan? Uit psychotherapeutisch onderzoek blijkt dat een emotionele herbeleving toelaat definitief afscheid te nemen van het trauma. Dit is bv. gerapporteerd door een Amerikaans netwerk van vrouwelijke therapeuten die verkrachte vrouwen of seksueel misbruikte kinderen begeleiden. Met die propranolol blijft de emotionele component echter in het geheugen aanwezig. De emotionele component zal bij een eventuele volgende traumatische ervaring WEL bovenkomen (want er zal dan geen propranolol voor handen zijn) en dat hypothekeert de kansen voor de vrouw of het kind om weerbaar op te treden. Het is gebleken dat volledige herbeleving van het trauma en de échte uitwissing ervan vrouwen veel weerbaarder maakt bij een volgende poging tot verkrachting omdat ze minder emotioneel maar veel adequater reageren en zich verdedigen.
Propranolol lijkt ons dan weer zo'n oplaptherapie die korte-termijn resultaten kan opleveren zonder ook maar enigszins in te grijpen op de wortels en de kwetsbaarheid van de getraumatiseerde persoon. En een teken des tijds waarbij mensen door de stress van het bestaan zich niet meer kunnen veroorloven eens een paar dagen in emotionele verwarring te zijn, een verwarring die positief bekeken doorgaans uitmondt in een zinvolle psychische reorganisatie van de "persoonlijkheid".
psychiatrie en samenleving | 02-07-2007 | 21:51 | Link |
We hebben hier al regelmatig aandacht besteed aan de pogingen om in België een wettelijke regelgeving tot stand te brengen met betrekking tot de psychotherapie. Zoals alles in België lijkt dit een communautaire kwestie te worden. De "Vlamingen" onder impuls van de ijverig lobbyende Vlaamse Vereniging van Klinische Psychologen zien de psychotherapie als een specialisatie van een universitair diploma psychiatrie, klinische psychologie, seksuologie of orthopedagogiek. De psychotherapie-opleiding zou in handen moeten komen van de universiteiten. De "Vlamingen" hanteren dus een visie op de psychotherapie als de toepassing van "wetenschappelijke" kennis op een bijzonder geval: de cliënt wordt dus een geval van een bepaalde algemene diagnose die zijn of haar subjectiviteit en eigenheid overstijgt. Slechts bepaalde psychotherapeutische tradities zouden dan erkend worden en andere minder machtige zouden in de illegaliteit terechtkomen. De "Vlamingen" menen dat op die manier de kwaliteit van de psychotherapie opgedreven wordt en dat de "consument" dus beter beschermd wordt tegen misbruiken, kwakzalvers en aanverwanten.
Zij vergeten evenwel dat alle studies uitwijzen dat een goede therapeut zich niet laat herkennen aan zijn diploma en graad van kennis maar door zijn interpersoonlijke vaardigheden: die therapeut blijkt effectief te zijn die in staat is met zijn of haar cliënt een ruimte te scheppen waar de cliënt in alle vertrouwelijkheid uiting kan geven aan zijn of haar levensproblemen en waarbij therapeut en cliënt samen zoeken naar haalbare oplossingen om emoties en gedrag bij te sturen. Zo'n interpersoonlijk vaardigheden leer je niet op de banken van een universiteitsauditorium maar best door praktijkervaring en aangepaste supervisie. Dat therapeutische scholen of instituten zelf hun vorming en opleiding kunnen organiseren, staat eerder garant voor kwaliteit dan een wetenschappelijke opleiding aan de universiteit, al sluiten beide opties elkaar natuurlijk niet uit.
De "Franstaligen" staan meer open voor het behoud en het bevorderen van de therapeutische diversiteit en voor de vrijheid van de therapeutische tradities en "scholen" om zelf de vorming en erkenning van nieuwe therapeuten te organiseren. Voor de "Franstaligen" staat de toegang tot de psychotherapie ook open voor een breed gamma van vooropleidingen. De "Franstaligen" hebben zich verenigd in een Platform van de Beroepen in de Geestelijke Gezondheidszorg". Het aantal Vlamingen dat bij dit Platform is aangesloten, is eerder gering.
Het wetsontwerp Demotte (zie ons dossier Psychotherapie, dat u hier kan aanvragen) is een compromis dat ietwat overhelt naar het Franstalige standpunt. De "Franstaligen" steunen minister van Volksgezondheid Demotte omdat ze vrezen dat een volgende minister van Volksgezondheid een Vlaming zal zijn die hen de corporatistische Vlaamse voorstellen door de strot zal duwen. Maar minister Demotte zal er vermoedelijk niet in slagen zijn wetsontwerp door de ministerraad, laat staan het parlement, te krijgen voor het einde van deze legislatuur (die nog maar een paar weken duurt).
De visie van het Netwerk leunt sterk aan bij deze van het Platform. In principe zijn wij voor een minimum aan staatsinterventie, voor een brede toegang tot de diverse psychotherapie-opleidingen en voor een minimum van overheidscontrole op de handel en wandel van therapeuten om zo de kansen voor nieuwe therapieën om zich te ontwikkelen niet in de kiem te smoren. Het aantal misbruiken m.b.t. de psychotherapie (waarbij vroeger vooral aan sekten werd gedacht, maar wie spreekt nu nog over sekten?) is zo klein dat een repressief kader niet verantwoord is.
Het Engelse Independent Practitioners Network (IPN) is al jaren actief tegen (overdreven) staatsregulering van de psychotherapie, op basis van argumenten die gelijklopend zijn met wat hierboven is aangehaald. Deze Engelse therapeuten hebben ook een systeem uitgebouwd van onderlinge samenwerking. We verwijzen hiervoor naar hun site:
http://ourworld.compuserve.com/homepages/selfheal/ipn.htm
Twee boeken van leden van het IPN gaan dieper in op de gevolgen van staatsregulering en wat men "professionalisering" noemt:
* Denis Postle "Regulating the Psychological Therapies: From Taxonomy to Taxidermy" Ross-on-Wye, PCCS Books, 2007.
* Richard House & Nick Totton (eds) "Implausible Professions: Arguments for Pluralism and Autonomy in Psychotherapy and Counselling" Ross-on-Wye, PCCS Books, 1997.
Er worden nu contacten gelegd tussen het Independent Practitioners Network en het Platform van de Beroepen in de Geestelijke Gezondheidszorg. Zo kunnen we aantonen dat de bezwaren tegen de "Vlaamse" eng-corporatistische aanpak niet zo maar afkomstig zijn van een paar weerbarstige farfelus maar een internationaal draagvlak hebben.
Nu we het toch over diversiteit in therapieën hebben: in Nederland wordt de oprichting aangekondigd van een Stichting Integrale Psychiatrie. De Integrale Psychiatrie combineert het beste van twee werelden: de klassieke psychiatrie en de alternatieve geneeswijzen. Er is wereldwijd een toenemende belangstelling voor Complementaire en Alternatieve Geneeswijzen (CAG). Vijftig procent van de Westerse bevolking maakt jaarlijks gebruik van een vorm van CAG. Ook is er een sterke toename van wetenschappelijke studies en publicaties over CAG. Diverse gerenommeerde medische tijdschriften hebben thema-nummers aan dit onderwerp gewijd.
Het onderwerp is wel omstreden. Vaak worden extreme standpunten gehoord zoals 'Alternatieve Geneeswijzen zijn allemaal flauwekul, of placebo' en 'baat het niet, dan schaadt het niet'. Onderzoek toont echter aan dat deze standpunten niet juist zijn en bovendien staan ze een constructieve dialoog in de weg. Deze dialoog lijkt van groot belang gezien het omvangrijke gebruik en de aangetoonde effecten van enkele vormen van Complementaire en Alternatieve Geneeswijzen, maar ook gezien de gebleken bijwerkingen van sommige CAG en hun interacties met reguliere medicatie.
Inmiddels is in de zorg een toenemende integratie zichtbaar van reguliere geneeskunde en CAG, veelal aangeduid als 'Integrated Medicine'. Integrale Psychiatrie, als onderdeel van deze geïntegreerde geneeskunde, beoogt het integreren van vele verschillende (reguliere, complementaire en alternatieve) behandelwijzen, waarvan wetenschappelijk onderzoek de effectiviteit en veiligheid heeft aangetoond. Hierbij worden alle dimensies van het bestaan (lichamelijke, emotionele, mentale en spirituele) in de behandeling betrokken.
psychiatrie en samenleving | 05-04-2007 | 21:09 | Link |
Enquête naar tevredenheid met psychiatrische behandeling van uw psychische problemen:
Test-Aankoop heeft uw hulp nodig !!!
Meer bepaald willen wij (Test-Aankoop dus!) de tevredenheid over de dienstverlening en de doeltreffendheid van de behandeling peilen. Daartoe ontwikkelden wij een vragenlijst die kan worden ingevuld door iedere persoon (van minstens 16 jaar) die ooit werd (of nog wordt) behandeld voor een psychisch of emotioneel probleem (zoals een depressie, verslaving, eetstoornis, psychose).
Wij zijn er ons bewust van dat deze enquête gevoelig kan liggen. Indien u dat wenst, kunt u de vragenlijst ook samen met een vertrouwenspersoon invullen. Uw antwoorden blijven anoniem en dienen hoe dan ook enkel voor statistische berekeningen en alleen binnen het kader van dit onderzoek. Uw naam en adres worden meteen na de verzending van de vragenlijst vernietigd.
Als u wenst deel te nemen, kunt u de vragenlijst telefonisch aanvragen op het nummer 02 542 33 87 of via e-mail (psychiatrie@test-aankoop.be ). Kiest u die laatste optie, dan vragen wij u uw naam en postadres duidelijk te vermelden, aangezien wij geen elektronische versie van de vragenlijst hebben.
[Uiteraard eerlijk invullen. Uw vooroordeel t.o.v. de psychiatrie niet laten blijken natuurlijk!]
psychiatrie en samenleving | 24-02-2007 | 09:28 | Link |
David Servan-Schreiber "Uw Brein als Medicijn: Zelf Stress, Angst en Depressie Overwinnen" (Utrecht/Antwerpen, Kosmos-Z&K Uitgevers, 2003).
David Servan-Schreiber beschrijft in heel leesbare stijl en aan de hand van cases zeven "natuurlijke" technieken (hartcoherentie, EMDR, acupunctuur, visolie, ...) om stress, angst en depressie te genezen en/of te voorkomen. Die technieken kun je zelf aanleren en zijn qua tijdsinvestering en geld relatief goedkoop, zeker goedkoper dan langdurige psychotherapieën of medicijnen. Zeer inspirerend boek van een kritische professor klinische psychiater die niet vasthoudt aan de corporatistische tradities in zijn vak.
psychiatrie en samenleving | 20-02-2007 | 02:19 | Link |
Naast psychotherapeutische sessies bij de psychiater die sowieso terugbetaald worden, worden door de mutualiteiten ook zekere sessies bij psychologen of niet-psychiatrische psychotherapeuten gedeeltelijk of omzeggens volledig terugbetaald. We geven hieronder een overzicht per mutualiteit:
De Christelijke Mutualiteit
Regio : Antwerpen, Mechelen, Turnhout, Leuven, Midden-Vlaanderen, Waas en Dender en Sint-Michielsbond, Brugge, Zuid-Westvlaanderen, Oostende
Tussenkomst: Psychotherapie. Per zitting wordt 50% van het betaalde honorarium terugbetaald, met een maximum van 30 euro. CM-leden met de verhoogde tegemoetkoming krijgen per zitting 75% van het betaalde honorarium terugbetaald, met een maximum van 45 euro. Er zijn tot zes tegemoetkomingen per lid voorzien.
Voorwaarden: Lid zijn van de CM (kind of jongere). Jonger zijn dan 18 jaar.
Enkel voor consulten bij een therapeut die met de CM een overeenkomst afsloot.
De therapie gebeurt op voorschrift van een arts, een centrum voor leerlingenbegeleiding (CLB), een centrum geestelijke gezondheidszorg of een centrum algemeen welzijnswerk (CAW).
Het gaat om de behandeling of begeleiding van psychische stoornissen (anorexia, zelfmutilatie, ...) en psychiatrische aandoeningen.
Het gaat om psychotherapeuten die een zelfstandig statuut hebben en in orde zijn met de BTW-verplichtingen.
Procedure: Bezorg het CM-ziekenfonds het speciaal attest van het consult bij de zelfstandig werkende psychotherapeut. De tegemoetkoming wordt op uw rekening overgeschreven.
De socialistische mutualiteit
Regio: Bond Moyson West-Vlaanderen
Tussenkomst: 50 % van de kosten bij diverse ‘paramedische’ behandelingen met een maximumbedrag tot € 250.
Voorwaarden: voor jongeren tot en met 18 jaar en die in regel zijn met de bijdragen. De tegemoetkoming bij ‘paramedische behandelingen’ wordt ondermeer gegeven voor psychotherapie, voor zover zij niet door de verplichte ziekteverzekering wordt gedekt en op voorwaarde dat er een doktersvoorschrift is. Psychotherapie is een behandelmethode die wordt toegepast bij psychische klachten en problemen. Tijdens gesprekken met een psychotherapeut leert de patiënt dingen anders zien, pijnlijke gevoelens verwerken of moeilijke situaties anders aanpakken. De behandeling gebeurt door een door het ziekenfonds erkend therapeut.
Procedure: Om in aanmerking te komen dient de zorgverstrekker het ‘EhbJO-formulier’ in te vullen. De patiënt bezorgt dit document vervolgens terug aan Bond Moyson.
De Liberale Mutualiteit Vlaams Gewest
Regio: Vlaams Gewest
Tussenkomst: Kinderen die het slachtoffer worden van pesterijen op school kunnen een beroep doen op deze hulpverlening. Iedere hulpvrager heeft recht op maximaal 15 gratis sessies.
Voorwaarden: De sociale dienst van het Liberaal ziekenfonds heeft een eerste opvanggesprek. Op basis van dit gesprek beslist de sociale dienst of een psychotherapeutische behandeling wordt gestart.
Procedure: Contact opnemen met de dienst slachtofferhulp van POBOS. Vorm het nummer 0800-11 0 11 Geef uw naam, ziekenfondslidnummer en telefoonnummer. De oproepen worden 7 dagen op 7, de klok rond, beantwoord door een tweetalige operator. Deze dienst verwittigt de sociale dienst van het Liberaal ziekenfonds die zal instaan voor een eerste opvanggesprek. Op basis van dit gesprek beslist de sociale dienst of een psychotherapeutische behandeling wordt gestart.
De Onafhankelijke Ziekenfondsen
Partena
Regio: Vlaanderen en Brussel
Tussenkomst: Psychotherapie. Terugbetaling van 20 euro per sessie, met een maximum van 6 sessies en dus 120 euro per jaar.
Voorwaarden: Jongeren t.e.m. 18 jaar die regelmatig de ziekenfondsbijdrage betalen.
Procedure: Het formulier van de mutualiteit laten invullen en afstempelen door een erkend psychotherapeut. Een kleefbriefje van de jongere die de psychotherapie volgde bevestigen. Het ingevulde document terug bezorgen aan de mutualiteit.
Euromut
Regio: Het hele land
Tussenkomst: Financiële tegemoetkoming van € 10 voor een consultatie bij een psycholoog. Tot 6 consultaties per kalenderjaar.
Voorwaarden: De psycholoog moet licentiaat in de psychologie zijn en geregistreerd zijn bij de psychologencommissie.
Procedure: Om de tussenkomst te verkrijgen moet de rechthebbende de onkostenstaat voorleggen die werd afgeleverd door de psycholoog. Deze onkostenstaat dient de volgende vermeldingen te bevatten : identiteit van de patiënt, identiteit van de verstrekker, kwalificatie van de verstrekker, aard van de verstrekking, datum van de verstrekking, bedrag ten laste van de patiënt.
OZ501
Regio: Vlaanderen
Tussenkomst: een tussenkomst van € 10,00 per zitting. Tot 5 zittingen per persoon per jaar. En daarbovenop voor 5 extra zittingen per gezin/per jaar nog eens € 5,00.
Voorwaarden: Psychotherapie bij kinderen: angststoornissen, fobieën, eetstoornissen, ADHD, autisme, leerstoornissen.
Mutualite Professionnelle et Libre de la Region Wallonne
Regio :Wallonië
Tussenkomst: Une intervention de 6,20 € par séance de psychothérapie non remboursée par l'assurance obligatoire. La prise en charge de l'assurance complémentaire concernera un maximum de 50 séances.
Voorwaarden en procedure: Il suffit pour obtenir cette intervention d'adresser à la mutualité une demande ainsi qu'un certificat médical et un rapport du psychologue justifiant le traitement. Ne sont néanmoins pas concernées les psychothérapies non-individuelles (thérapies familiales, de couple, de groupe…) ainsi que les séances réalisées par un docteur en médecine.
La Mutualité Socialiste
Regio: Mons-Borinage, Brabant Wallon, Namur, Liège, Verviers, Luxembourg, Dinant-Philippeville, Hainaut-Occidental, Centre et Soignies, Charleroi
Tussenkomst : Traitement de l'obésité. Suivi psychologique: intervention pour 6 séances, maximum 10 euros par séance. L’intervention peut être renouvelée 12 mois après le bilan diététique initial.
Voorwaarden : Une intervention financière dans les frais liés au traitement de l’obésité pour ses jeunes affiliés de moins de 18 ans. Faire appel à un(e) psychologue reconnu(e) par la Mutualité socialiste. Etre en ordre de cotisation complémentaire.
Procedure : Fournir au diététicien une prescription médicale reprenant la nécessité d’un suivi diététique et/ou psychologique. Présenter l’attestation de prestation du diététicien ou du psychologue à la Mutualité (attestions déjà en sa possession s'il est reconnu).
Regio : Centre et Soignies
Tussenkomst : Consultation de psychologie : une intervention de 5 euros dans les consultations de psychologues agréés pour tous les bénéficiaires sur base d’une souche fiscale ou le justificatif des frais de consultation, avec un maximum de 20 consultations par année civile bénéficiaire.
Voorwaarden : Un montant de 5 euros par séance avec un maximum de 20 consultations par année civile bénéficiaire est octroyé, sur présentation des documents requis. Cet avantage est accordé aux affiliés de la mutualité en ordre de cotisations complémentaires sur présentation des documents originaux requis, il est soumis aux conditions statutaires. L'intervention ne couvre pas les frais pris en charge par une autre législation et ne peut dépasser les frais réellement supportés.
Procedure: Documents à rentrer à la mutualité: En cas de consultation d’un prestataire privé: une souche fiscale. Pour le cas où il s’agit d’un prestataire œuvrant en hôpital, polyclinique : un justificatif des frais de consultation. Joindre une vignette de mutuelle du bénéficiaire de l'avantage.
Mutualité Chrétienne
Regio : Liège
Tussenkomst : intervenir dans les frais d'un cycle de six séances de suivi psychologique, effectué par un psychologue, à raison de 10 euros maximum par séance.
Voorwaarden en Procedure : Pour bénéficier de cette intervention, le membre de moins de 18 ans doit produire à la Mutualité :
- une prescription médicale valable pour une période d'un an attestant la nécessité d'un suivi diététique et/ou psychologique en raison d'une obésité,
- une attestation de prestation d'un diététicien ou d'un psychologue.
Regio : Verviers
Tussenkomst : un remboursement de 6,20 euros par séance de psychologie ou de psychomotricité avec un maximum de 50 séances par semestre.
Voorwaarden : Pour tous les enfants et les jeunes âgés de 0 à 21 ans
Mutualité Liberale
Regio: Centre-Charleroi-Mons, Luxembourg, Libramont
Tussenkomst: 5 gratis interventiegesprekken door ervaren psycholoog-psychotherapeut
Voorwaarden: slachtoffer van een inbraak, een brand, een overval, een verkeersongeval of getroffen door het plotse overlijden van een naaste.
Procedure: bij nood aan psychologische opvang, bellen naar nummer 0800-11011 en naam, telefoonnummer en aansluitingsnummer doorgeven aan de operator er wordt dan zo vlug mogelijk terug contact opgenomen met het slachtoffer.
Regio: Namur, Tournai-Ath-Mouscron et Dour, Luxembourg, Libramont
Tussenkomst: maximum 15 gratis interventiegesprekken door ervaren psycholoog-psychotherapeut.
Voorwaarden: Bij confrontatie met pesterijen op school, op het werk of in een verzorgingssituatie thuis of in een bejaardentehuis en niet weten hoe dit op te lossen.
Procedure: De betrokkene belt het nummer 0800-11011. Dit meldpunt verwittigt de sociale dienst van het ziekenfonds. Die contacteert de hulpvrager binnen de 2 werkdagen voor een afspraak. Tijdens dit gesprek wordt het probleem van nabij bekeken en desgewenst wordt een psycholoog-psychotherapeut aangeduid in de buurt van de woonplaats van de hulpvrager.
psychiatrie en samenleving | 05-02-2007 | 02:26 | Link |
Wie dacht dat Deep Brain Stimulation, de techniek waarbij via inplanting van elektrisch (of magnetisch) gestuurde elektrodes in de hersenen gepoogd wordt 'ziektes' als depressie, angstaanvallen of dwanggedachten onder controle te krijgen, ergens in de jaren 1990 uit de lucht is komen vallen, vergist zich uiteraard. Experimenten dateren al van de jaren 1960 blijkbaar.
Via de redelijk weirdo Nieuwsbrief van Whitley Strieber (unknowncountry.com) kregen we een rapport in handen uit 1996 dat Zweedse experimenten met radiogolfgestuurde brain transmitters op nietswetende 'proefpersonen' kritisch doorlicht. (Whitley Strieber is een schrijver van science-fiction en horror-romans. Een film uit de vroege jaren 1980, 'The Hunger', met Cathérine Deneuve en David Bowie, was gebaseerd op 1 van Whitley's horrorromans. En een paar jaar geleden was er de film 'The Day After Tomorrow', een klimaatfilm waarin je New York op een paar dagen ziet bevriezen en verworden tot een poollandschap. Ook deze film komt van 1 boek van Whitley's hand.) Whitty houdt zich bezig met allerhande onverklaarbare dingen, complottheorieën, enz. en in zijn jongste nieuwsbrief publiceert hij een soortement verslag waaruit zou moeten blijken dat de Zweedse regering al van 1960 ongeoorloofde experimenten uitvoert op patiënten van al dan niet psychiatrische klinieken. Het verhaal gaat dat geneesheren in de schedel van die patiënten devices inplantten waarmee zij het gedrag van deze patiënten konden sturen, hun gevoelens en gedachten konden 'lezen' en op den duur zelfs hun persoonlijkheid veranderen. De patiënten wisten daarbij van nix. Maar op 1 of andere manier is de zaak dan toch aan het licht gekomen waarbij de Zweedse regering alles ontkent en als verzinsel afdoet. Nu, Whitley doet niet echt aan investigative journalism, het kan in het slechtste geval ook allemaal 1 grote kwakkel zijn.
Maar hoe dan ook, in de naoorlogse decennia toen nog van alles mogelijk was en zeker met geesteszieken, zijn ongetwijfeld experimenten gebeurd die vooruitgrijpen op Deep Brain Stimulation.
We geven hieronder de site waarop het rapport (in het Engels) kan gelezen worden.
http://mcrais.googlepages.com/brain6.htm
psychiatrie en samenleving | 20-01-2007 | 16:52 | Link |
Allochtone vrouw: meer trauma’s in de opvang
Volkskrant 16/1/2006 - Van onze verslaggeefster Annieke Kranenberg
AMSTERDAM - In het buitenland geboren vrouwen zijn er in de vrouwenopvang veel slechter aan toe dan autochtone Nederlandse vrouwen. Zij hebben te maken met meer dreiging en boosheid uit hun omgeving, zijn vaker ernstig getraumatiseerd door seksueel geweld en kunnen door taalproblemen moeilijker om hulp vragen.
Dit blijkt uit een landelijk onderzoek van het Trimbos-instituut en het UMC st. Radboud in Nijmegen naar de kwaliteit van de vrouwenopvang. Het is voor het eerst dat zo’n uitgebreide studie is gedaan. De onderzoekers spraken 218 vrouwen, van wie de helft in het buitenland is geboren (eerste generatie allochtonen, dertig nationaliteiten).
Opvallend is ook de forse vertegenwoordiging van de eerste generatie allochtone mannen onder de daders, zegt hoofdonderzoekster Judith Wolf. Van de ex-partners is 46 procent autochtoon, 48 procent allochtoon van de eerste generatie en 6 procent van de tweede generatie. ‘Dat vond ik echt een eye-opener. Daar kunnen de daderprogramma’s op inspelen.’
Voor alle vrouwen geldt dat zij in de opvang veel te weinig ruimte en privacy hebben om te herstellen. Ze leven in groepen, met veel getraumatiseerde vrouwen en kinderen boven op elkaar. Wolf: ‘Leven in groepen is echt achterhaald. Dat levert enorm veel stress op.’ Verder blijkt dat vrouwen veel meer praktische hulp willen bij huisvesting, het verwerven van inkomen, hun penibele financiële situatie en het opbouwen van sociale contacten. De maatschappelijke instanties kunnen ‘veel meer doen’. Nodig is ook meer hulp bij de veel voorkomende psychische problemen.
Toch hebben de vrouwen baat bij opvang. ‘Hoe langer een vrouw er zit, des te positiever het resultaat.’
psychiatrie en samenleving | 16-01-2007 | 09:40 | Link |
Wie nog nooit een isoleercel van binnen gezien heeft, kan een paar foto's bekijken van een wel hypermoderne en cleane hollandse isoleercel (onze noorderburen spreken doorgaans van separeer) op:
http://www.psychiatrie.nu/isoleercel-separeercel-separette.html
De meeste isoleercellen in Vlaanderen zien er niet zo clean en modern uit, maar ze zijn wel even kaal. En de lakens zeer doorgaans ook van een grijzer kleur dan op deze foto's van Psychiatrie Vandaag.
In Nederland wordt isolering wel veel frequenter toegepast dan in Vlaanderen en er is ook veel meer discussie over. Maar er is aan de andere kant in Nederland ook meer degelijk wetenschappelijk onderzoek naar het hoe en waarom.
Het hoeft geen betoog dat wij principieel tegen isolering zijn. Wij hebben immers op basis van persoonlijke ervaring over twntig jaar de indruk dat vroeger het verplegend personeel meer tijd en bereidheid had om een patiënt die misbaar maakte te kalmeren en via doordacht en behoedzaam gesprek tot bedaren te brengen. Tegenwoordig wordt in veel gevallen met de gsm een soort Security-team opgebeld dat de onverlaat meteen half knock-out klopt, op de manier waarop politieagenten weten hoe ze iemand zonder gevaar voor lichamelijk letsel met een nekslag kunnen verdoven.
psychiatrie en samenleving | 14-01-2007 | 17:38 | Link |
De bekende Nederlandse schrijver Simon Vestdijk (1898-1971) werd ooit voor een aanhoudende en hardnekkige depressie geschockt. Hij herinnerde zich dat als volgt: "Later kwamen de klootzakken op het idee van de elektroshocktherapie. Heb ik ook gehad, in '54 hebben de idioten me twaalf keer lens geslagen en 'genezen' naar huis gestuurd. Nu, ik was genezen, want is was mijn geheugen kwijt, zodat ik thuis niet eens meer wist waar de plee was. Depressie was ook weg, fijn. Na drie weken keerde het geheugen terug, zodat ik weer zonder leiding schijten en pissen kon, maar de depressie kwam ook terug. Dank u, dokter."
psychiatrie en samenleving | 10-12-2006 | 01:27 | Link |
Geachte Heer Federaal Secretaris van de Voorzorg Limburg,
Als lid van de psychiatrische patiëntenvereniging vzw Uilenspiegel zou ik u de volgende vraag willen stellen:
In de labo's van Psychiatrische instellingen (oa. Kortenberg) worden thans elke dag een 15-tal diabetes-testen geprikt.(in de vuilbakjes liggen elke dag 15 flesjes test-suikerwater). Normaal is een prik voor Glucose-nuchter voldoende als diagnostische methode bij niet -diabetici.
Tot 1999 beperkte men inderdaad de testen tot die éne test.
Echter sinds 2005 bestaan de testen uit:
-Hemoglobine A1c
-Orale Glucosetolerantietest
-met 4x insulinemie bepaling.
Dit heeft een ernstige weerslag op de kosten per psychiatrische patiënt. Hebt u een idee waarom deze frappante interesse rond (mogelijke) diabetes is opgetreden? Wat kan de plausibele redenering zijn bij de psychiaters om u tot dergelijke kosten te dwingen?
Hoogachtend,
L.K.
psychiatrie en samenleving | 02-12-2006 | 08:01 | Link |
Colin A. Ross, hoofd van "The Colin A. Ross Institute for Psychological Trauma", publiceerde een artikel waarin hij de wetenschappelijke studies overziet die de effectiviteit van schijn-elektroshocks (sham ECT or placebo ECT) vergelijken met echte elektroshocks.
(Ross, Colin A. The sham ECT literature: implications for consent to ECT. Ethical Human Psychology and Psychiatry, 2006, vol. 8, (1),p.17-28.
http://www.atypon-link.com/SPC/doi/abs/10.1891/ehpp.8.1.17 )
De conclusies zijn overduidelijk: in omzeggens alle studies blijkt het anti-depressief effect van schijn-ECT één maand na de behandeling even groot als dat van echte ECT, maar dan zonder de risico's van echte ECT op cardiovasculair vlak en op het vlak van de cognitieve achteruitgang (geheugenverlies met name). Een aantal studies laten wel een anti-depressief effect zien gedurende de behandelingsperiode zelf, maar de auteur levert degelijke argumenten om te onderstrepen dat dit kortdurend effect veeleer te wijten is aan een dubieuze en geenszins als heilzaam te beschouwen verstoring van het breinfunctioneren resulterend in een vermindering van de psychische "onrust" dan aan een werkelijke verbetering van de gemoedsgesteldheid.
Maar we vermoeden dat dr. psychiater Pascal Sienaert van Kortenberg die alle middelen inzet om in Vlaanderen ECT te promoten dat soort literatuur wel niet zal lezen.
psychiatrie en samenleving | 02-12-2006 | 04:39 | Link |
(er wordt nogal wat afgemasseerd tegenwoordig: daarom deze bijdrage uit Mieke's werkstuk!)
Wat is massage?
Massage is de helende kunst van aangeraakt worden.
‘Aanraking. Is een TAAL die in 5 seconden meer liefde kan overbrengen dan 5 minuten van zorgvuldig gekozen bewoordingen.'
Het is een biologische behoefte.
Bij een intuïtieve massage worden gevoelens van welbehagen, vertrouwen en vreugde opgeroepen.
Er kan energie worden vrijgemaakt die voorheen verspild werd aan spanning.
Op geestelijk gebied kan zowel de masseur als de ontvanger een verhoogde staat van bewustzijn bereiken, een ‘aanwezig zijn in het moment’, vanuit een gelijkwaardig contact en erkenning van de persoon.
Voor wie is massage bedoeld?
Voor wie
-prikkelbaar is,
-zich wil laten verwennen,
-een moment voor zichzelf wil,
-in een stressvolle situatie zit,
-voor een examen,
-voor zowel jonge, als oudere mensen,
-dik en dun,
-kortom: voor iedereen.
Depressieve mensen hebben een grote behoefte en missen dat unieke gevoel aangeraakt te worden. Meestal hebben zij een verkrampt lijf dat smeekt om soepelheid.
Ook hier kunnen gevoelens vrijkomen, zij het eerder op een onverwacht moment.
Wat zolang opgekropt zit, laat zich soms spontaan vrijmaken. Verdriet dat zolang vastzat, maar ook blijheid, rusteloosheid.
Massage betekent voor velen een heerlijk, rustig moment. Hiervan kunnen depressieve mensen weer leren genieten, weg van de stress van elke dag.
En het heeft een positieve invloed op het lichaam:
-het aantal bloedcellen vermeerdert, zodat de immuniteit verhoogt,
-de doorbloeding van de huid verbetert,
-afvalstoffen komen vrij,
-blokkades worden opgeheven.
Het is een moment van ontspanning: het eeuwige moeten kan je even opzij leggen.
Het is even alles loslaten, even niets doen.
Je komt thuis in jezelf.
Een aanrader!
Shiatsu
Deze methode komt uit Japan.
Door drukoefening op de acupunctuurpunten komt energie van het lichaam in balans en bevordert een goede gezondheid.
De naam betekent eenvoudig ‘vingerdruk’ maar ook met andere delen van de hand, ellebogen en knieën wordt shiatsu toegepast.
In Shiatsu wordt ernaar gestreefd de oorzaken van de symptomen van de persoon te behandelen. Wanner u bij hoofdpijn uitsluitend het hoofd behandelt, negeert u een van de fundamentele beginselen van de oosterse geneeswijze, namelijk dat lichaam en geest een onscheidbaar, organisch geheel vormen.
Diagnosticeren van de exacte oorzaak van iemands symptomen vraagt om zowel een gedegen kennis van de oosterse medische theorie als inzicht in de emotionele en psychologische toestand van die persoon.
Reiki
Reiki is een van de oudste geneeswijzen.
De methode vond haar oorsprong in Tibet en werd in de 19de eeuw herontdekt door de Japanse monnik dr. Mikao Usui.
2500 jaar oude teksten refereren naar een reikitraditie in het Sanskriet, de oude taal van India.
Deze traditie werd sinds die tijd overgedragen door reikimeesters en wereldwijd beoefend.
Reiki wordt omschreven als het kosmische, universele aspect van levensenergie, terwijl ki de fundamentele levenskracht is die stroomt en klopt in alles wat leeft, levenskracht die we meekrijgen bij de geboorte.
Cranio-sacrale therapie
Deze ontstond uit de osteopathie. Het is een techniek om de natuurlijke beweging van het hersenvocht te stimuleren. Door ritmische beweging van de schedelplaten stroomt er vocht, de cerebrospinale vloeistof, tussen de vliezen van het cranium, langs de wervelkolom naar het sacrum ( het heiligbeen) en weer terug. Men voelt een langzame, kleine, subtiele beweging en de therapeut kan met zachte druk en aandacht blokkades in deze stroming opheffen.
Een cranio-sacrale behandeling kan je verlichting brengen bij hoofdpijn, rugklachten, hyperactiviteit, overspanning, slapeloosheid.
Belangrijke Comment van NPS: Ook de gewone menselijke erotiek is natuurlijk een heilzame massage. Wel door het christendom in de hoek van het satanisme geduwd. Een uitdaging te meer!
Sommige masseuses kennen er inderdaad wat van, van dat "satanisme"! Jammer dat ze zich zo duur laten betalen!
psychiatrie en samenleving | 26-11-2006 | 20:40 | Link |
Mieke Houthaeve, enthousiast lid van de Sarah Beweging en ook een prima Netwerkster, heeft haar eindwerk klaar in het kader van haar opleiding Depressieconsulente bij psychotherapeut Bob Vansant.
Het is een merkwaardig en bijzonder leerrijk werkstuk over haar ervaringen binnen het psychotherapeutisch Lesbos-project. We geven hieronder de Inleiding en de Inhoudsopgave. Wil je het volledig ding bekijken, dan kan je met Mieke "onderhandelen" op
mhouthaeve@gmail.com .
Wat is het Lesbos-project? Het is een één-week durende antidepressie groepspsychotherapie die doorgaat in een dorp op het Griekse eiland Lesbos. Op het eerste zicht iets voor goedverdieners en wij zijn er dus nooit geweest. De therapie kost 95 euro per dag: verblijf met ontbijt, koffie, thee, water de hele dag, avondmaal, massages, gebruik 2 scooters en auto, kuurbaden, kennismakingsgesprek, alle andere therapieên, gesprekken, zorg of begeleiding, etc. De groepstherapie gaat vier maal per jaar door (mei, juni, augustus en september): een voorschot van 250 euro wordt gevraagd.
Wij willen hier geen reclame maken voor het Lesbos-project. We hebben er nl. ook onze bedenkingen bij. Maar we vinden wel dat we u de kans moeten bieden kennis te maken met een aanpak die bijzonder zinvol en inspirerend is.
Hier een beeld van het werkstuk:
Bob Vansant Psychotherapeut
2006-2007
Opleiding depressieconsulente
Lesbos project “zwart op wit”
Eindwerk 1ste jaar Mieke Houthaeve
Voorwoord
Een van de opdrachten van het 1ste jaar depressieconsulente, bij de opleiding van Bob Vansant, is een eindwerk maken: ‘Een paper schrijven in verband met depressie’.
Ik zag zoveel mogelijkheden dat ik geeneens een keuze kon maken.
Gelukkig stelde Bob Vansant mij het Lesbosproject voor.
Na enig nadenken begon ik met een korte impressie. Van hieruit kreeg mijn opdracht gaandeweg meer vorm en werd het voor mij duidelijk dat dit project heel wat meer was dan een doorsnee reis. Het begeleiden van depressieve mensen door Bob en medewerkers is dan ook niet zomaar begeleiden!
Eén week, slechts één week was voor mij genoeg om aan te voelen dat de stap zetten om van huis weg te gaan , naar Molyvos, om te verblijven in ‘Bob’s house’, het Sapphohuis, de juiste is. Met de juiste visie, doelstelling van Bob en medewerkers geraak je op de weg van herstel. Samen met lotgenoten, in een warm-menselijk klimaat kan je hier jezelf zijn, zoekend naar verandering, op een kleinschalige manier.
Geleidelijk aan wordt je sterker, weerbaarder en onafhankelijker.
Molyvos is een heel speciale, wondermooie plek, om er te vertoeven. Maar hetgeen mij het meest heeft geboeid zijn de mensen van Molyvos zelf: volwassenen, ouderen die nog in het plaatje passen en niet benaderd worden als afgedankte burgers. Het grootste geluk zag ik bij de kinderen: zo vrolijk, zo spontaan en altijd met de glimlach.
Dat is een van de belangrijkste aspecten van de begeleiding: je laten onderdompelen in het leven van de Lesbossers: op je eigen ritme, alleen of in groep.
Voelen, aanvoelen hoe mensen hier leven, elkaar verstaan, naar elkaar luisteren, mekaar helpen, solidair zijn zonder onderscheid van rang of stand, in eenvoud, op een Grieks ritme van elke dag, siga, siga en met respect voor de natuur.
Het wonder van herstel: dat gebeurt hier elke keer opnieuw! Maar niet zonder heel veel geduld, wroeten, zwoegen, experimenteren, filosoferen, veel tranen, maar ook met humor en plezier.
Als je mij de vraag stelt:’ Geloof jij in dit project?’, dan is mijn antwoord volmondig : ‘Ja!’ Omdat het beantwoordt aan alles wat een mens met geestelijke noden nodig heeft : hoop, liefde en geloof in zijn/haar kunnen, in een klimaat van wederzijds respect.
Hier in Lesbos leert de cliënt zijn woede en agressie te uiten, op een andere manier dan tegen zichzelf. Preventief en met resultaat!
Mijn paper heeft de titel: ‘Zwart op wit’, naar aanleiding van een ontwerp voor een tentoonstelling waaraan ik deelnam met patchwork. Ik ontwierp een zwart-wit werk met als titel: CHAOS.
Thema van dit werk: het aantal zelfdodingen in ons land en pogingen tot hiertoe. Het is, helaas, de agressie van elke dag! Ik hoop dat veel mensen met psychische noden, de weg naar Lesbos zullen vinden en ervaren hoe zij van een uitzichtloze situatie hier, een weg kunnen vinden van persoonlijke groei, een weg van herstel.
Getuigenissen spreken voor zich.
Inhoud
Voorwoord.
Het project Lesbos
Visie en doelstelling
Lesbos, eiland van harmonie en dromen.
Aankomst in Molyvos, een andere wereld.
De eerste stap is gezet in Bob’s House, het Sapphohuis.
Molyvos is een eenvoudige plek.
Na 5 jaar.
De bewoners van Molyvos.
Onze mentaliteit.
Hier geen instant-cultuur.
Mensen respecteren de natuur.
Er is solidariteit.
Siga. Siga.
Op zijn Grieks.
Tradities zijn hier nog levendig.
Veel tijd en tóch nog rusten.
Communicatie in Molyvos.
Niemand is hier de meerdere.
Praten, lachen en dromen.
Hier roept men het nieuws om.
En de mannen?
De kinderen van Molyvos.
Nog steeds de Griekse beschaving leren op school.
En na de school?
Hun leefwereld.
Wie is psychotherapeut Bob Vansant?
Opleiding en visie.
Auteur en lesgever.
Therapeut.
Zijn praktijk.
Zijn visie op hulpverlening.
Therapie nu.
Humanistische psychologie en het Sapphohuis.
Basisfilosofie.
Sappho inspireert.
Bob’s House: het Sapphohuis.
Zoeken naar authenticiteit.
Preventie.
Zoekend naar de zin van ons leven.
Ruimte en tijd voor jezelf.
Struggle for life.
Molyvos, een andere aanpak.
Wat maakt ons zo depressief in dit land?
Even verduidelijken.
Onze veelseisende maatschappij.
Onze nieuwe wereld speelt ons parten.
Universele waarden zoek.
Ouders en kinderen.
We betalen een hoge prijs!
Van minimens tot massamens: kindvriendelijkheid is ver zoek!
Kinderen voelen zich slecht.
Gevoelens mogen en kunnen niet geuit worden.
Hulpverleners weten niet beter.
Onze duurbetaalde gezondheidszorg.
Ons politiek beleid faalt.
Besluit.
Alternatief.
Groepstherapie
Samen met lotgenoten.
Thema’s, geen problemen.
Molyvos-gemeenschap.
Depressieconsulenten.
Unieke opleiding in Vlaanderen.
Wat wordt er van ons, cursisten verwacht?
Ervaringsgericht leren.
Medewerkers ter plaatse.
Massage.
Wat is massage?
Het is een biologische behoefte.
Voor wie is massage bedoeld?
Medewerkster beoefent alternatieve therapieën.
Shiatsu.
Reiki.
Cranio-sacrale therapie.
NLP.
Bewegen.
Een belangrijke schakel in het veranderingsproces.
Een positieve invloed op het lichaam.
De geest wordt gestimuleerd.
Het werkt preventief.
Moeilijker voor mensen in depressie.
Hoe doe je dat nu?
In Molyvos.
Expressie.
Expressie is het uiten van emoties.
In het Sapphohuis.
Een getuige vertelt.
Lesbos en Eftalou.
Hete bronnen van Eftalou.
Het infoblaadje vermeldt het volgende.
Wat nu?
Onze manier van leven.
Jongeren missen gezagspersonen met diepgang.
Het gezin in onze samenleving moet dringend herwaardeerd worden.
Ouders en grootouders hebben een moeilijke, maar niettemin boeiende taak.
Plooien leggen.
Aanpassen en terug aanpassen.
Zin om te leven.
Lichtpunten.
Expressiedrang en roep naar waarden.
Eerste hulp bij waardevol onderwijs.
Getuigenissen.
Ik wil je wat vertellen.
Van Lesbos naar mezelf.
Korte impressies van Lesbos ervaringen in 2005.
Oh Molyvos.
Lesbos getuigenis 2006.
Een waar gebeurd verhaal over zeven bijzondere dagen.
Persoonlijke getuigenissen.
Hete waterbronnen.
Muziektherapie.
Heerlijke massage en een zwempartij.
Cowboy en indiaan.
Een onvergetelijke terugvlucht.
Literatuur
Slotwoord
psychiatrie en samenleving | 24-11-2006 | 23:38 | Link |
UTRECHT -- De symptomen van ADHD bij kinderen kunnen verdwijnen door het volgen van een dieet. De eerste resultaten van wetenschappelijk onderzoek zijn zaterdag in Utrecht bekendgemaakt tijdens het congres Voeding en Gedrag.
In totaal namen 27 kinderen met ADHD deel aan het onderzoek; 15 van hen volgden een zogenoemd
eliminatiedieet. Twaalf andere kinderen kwamen in een controlegroep terecht. Twee kinderen maakten het onderzoek niet af. `Bij elf van de dertien kinderen die het onderzoek afrondden verbeterde het gedrag met gemiddeld 93 procent', aldus Marjan de Boer van de Stichting VoedselAllergie, die de resultaten tijdens het congres presenteerde. ,,Dat betekent dat zij geen ADHD-gedrag meer vertonen en geen medicijnen meer hoeven te slikken.'' Bij de controlegroep veranderde er niets in het ADHD-gedrag.
Het dieet van de kinderen in de leeftijd van 3 tot en met 8 jaar was op de persoon toegesneden. ,,Vaak worden kleurstoffen genoemd als oorzaak van gedragsproblemen. Uit de onderzoeken van de laatste twintig jaar blijkt echter dat het
niet gaat om kleurstoffen alleen, maar ook om heel gewone voedingsmiddelen uit het dagelijkse voedingspatroon.'' De studie toont ook aan dat het niet zinvol is om zelf aan het voedingspatroon van het kind te gaan sleutelen. Ieder kind reageert op andere voedingsmiddelen. De Boer pleit voor vervolgonderzoek en heeft als grootste wens een protocol voor de kinderpsychiatrie. ,,In Groot-Brittannië bestaat een dergelijk protocol. Als daar een kind met ADHD bij de specialist komt, kunnen de ouders, onder bepaalde voorwaarden, de keuze krijgen tussen dieet of medicijnen.'' Het recente onderzoek van het onafhankelijke ADHD Research Centre bevestigt de resultaten van een pilotstudie uit 2002 en diverse internationale studies. Het onderzoek is aangeboden aan een internationaal psychiatrietijdschrift.
Het Trimbos-instituut berekent dat in Nederland tussen de 60.000 en 100.000 kinderen van 5 tot 14 jaar aan de diagnose ADHD voldoen. Het aantal kinderen dat voor
ADHD behandeling nodig heeft, wordt geschat op 40.000.
BEDENKING: de adhd-kinderen eerst in handen van psychiaters die je via wettelijk verplicht voorschrift toegang geven tot Rilatine, nu in de macht van diëtisten die het geheim van hun dieet alleen willen lossen als je er voor betaalt! Als je Jantje noemt krijg je spinazie en Mietje krijgt blijkbaar tarwebrood.
psychiatrie en samenleving | 30-10-2006 | 08:35 | Link |
Een paar video's op You Tube over schizofrenie, de "chemische balans" in de hersenen en de massamoord op de geesteszieken:
http://youtube.com/watch?v=4vkRt46QMms&mode=related&search=
psychiatrie en samenleving | 03-10-2006 | 16:37 | Link |
Zoals haar beloofd hebben we dr. Helen Mayberg de op deze site vermelde bedenkingen bij haar onderzoek naar de effectiviteit van Deep Brain Stimulation doorgestuurd. Na 10 dagen hebben we nog altijd geen antwoord ontvangen. Ook de redactie van Eos acht ons blijkbaar geen antwoord waardig (al moeten we misschien wachten tot het oktobernummer!).
psychiatrie en samenleving | 15-09-2006 | 10:46 | Link |
We kregen van Helen Mayberg onderstaand klaar antwoord op onze vraag waarom geen personen met zelfmoordneigingen mochten deelnemen aan haar onderzoeken naar de effectiviteit van Deep Brain Stimulation op depressie-patiënten (zie eergisteren op deze site: rechtermenu "teksten: behandelingen").
Hi,
Thanks for your note.
We didn't include actively suicidal people or those with recent attempts because we had no idea if the intervention would would work. And as such, It would have been unethical and potentially dangerous to include those patients since the stimulation might have made people worse. We had no idea prior to trying it.
I have no idea why the press there would say what they said. I guess the take home lesson is read the source. And ignore the press. I did no interviews with anyone in Belgium. So not at all clear why they would say that.
We continue to do more patients with similar results. The initial patients continue to do extremely well on continued DBS.
Helen
We schreven haar volgend antwoord:
Hi Helen,
Thank you for your answer!
Now that results seem to continue to be positive, do you intend to include suicidary patients in your research concerning DBS?
Indeed, you did not give any interviews to Belgian media. But Belgian and Dutch newspapers and magazines (popular and "serious") refer to your study in order to propagate a picture as if within some years "everyone" will be wearing DBS-devices to neutralize depressions, clear anxieties and trauma's.
We wrote in Dutch on our website a long description and critique on the study as it appeared in Neuro, 2005. We will try to find sime time to translate it and send it to you. We think the critique is rather original.
Best greetings,
E. R.
Netwerk Psychiatrie en Samenleving
(Network Psychiatry and Society)
psychiatrie en samenleving | 06-09-2006 | 11:35 | Link |
Wetenschapsjournalisten breien wol voor een nieuwe hype: Deep Brain Stimulation. Zonder veel kritische zin wordt ons op tv en in kranten en tijdschriften voorgespiegeld dat binnen enkele jaren massa’s mensen met een pacemaker in hun nek zullen rondlopen die stroomstootjes uitlokken tussen piepkleine elektrodes die diep in onze hersenschors zijn ingeplant. Daarmee zouden we dan depressies neutraliseren, angsten en trauma’s uitwissen of dwangneurotisch gedrag beteugelen. Deze week worden we voor deze technologieën warm gemaakt door de redacteurs van Eos, het Vlaamse populair-wetenschappelijke kwaliteitsmagazine. Naast internationaal onderzoek maken we er kennis met het werk van Loes Gabriels, Bart Nuttin en Paul Cosyns die aan het Antwerpse Universitair Ziekenhuis onderzoek leiden naar de therapeutische efficiëntie van Deep Brain Stimulation (DBS) bij psychopathologieën zoals depressie en dwangneurose of Obsessieve-Compulsieve Stoornis (Doorgaans aangeduid als OCD; D van het Engelse Disorder). Voor OCD heeft hun onderzoeksgroep reeds resultaten gepubliceerd: zo blijkt b.v. dat bij twee van drie met DBS behandelde dwangneurotici "merkbare verbeteringen" konden worden vastgesteld (Acta Pyschiatr. Scand., 2003, 107 (4), p.241-243). Internationaal gesproken zijn de resultaten van DBS bij OCD echter veeleer mager, eigenlijk relatief teleurstellend en zeker beneden de verhoopte en gepropageerde verwachtingen. Het zelfde geldt voor het syndroom van
La Tourette (tics en gebruik van extreem obscene taal). Methodologisch voldoen de uitgevoerde onderzoeken ook niet altijd aan de vereisten om van doorbraken in positieve of negatieve zin te spreken. Met argusogen wordt voor de effectiviteit van DBS bij OCD-lijders gewacht op de definitieve bevindingen van een onberispelijk uitgevoerd onderzoek onder leiding van Ali Rezai aan de Amerikaanse Brown University waarbij een 20-tal “proefpersonen” betrokken zijn. Voor depressie lijken de resultaten echter bijzonder veelbelovend: een keurig onderzoek bij 6 patiënten aan de University of Toronto in Canada onder leiding van Helen Mayberg en Andres Lozano leverde als resultaat op dat 4 van de 6 min of meer genezen konden worden verklaard. Wij zullen ons hieronder dan ook op dit onderzoeken toespitsen.
Ongeveer 40.000 patiënten lopen wereldwijd met een DBS-pacemaker in hun hoofd, die de activiteit van bepaalde hersendelen dempt of juist activeert. Die patiënten lijden doorgaans aan Parkinson of hardnekkige chronische pijnen en in minder mate epilepsie (voor epilepsie zijn de bevindingen niet eenduidig). Neurologische aandoeningen dus, geen psychiatrische. Het is pas wanneer in de jaren 1990 de breinwetenschappen verbanden begonnen te vinden tussen gemoeds- en gedragsstoornissen zoals angst, depressie en dwangneurotisch gedrag en de activiteit van zekere regio’s in de hersenen dat vanaf 2000-2001 ongeveer vrij logisch het idee rees dat stimulatie van de betrokken hersenregio’s perspectieven opende voor een therapeutische interventie via een operatieve ingreep in de vorm van de inplanting van elektrodes in die regio’s en van een stroompulsgenerator, temeer daar ondertussen ook de technologie van brain imaging beeldtechnieken (PET, fMRI) op punt was gesteld om de (toename of afname van de) activiteit van die hersenregio’s kleurvol in kaart te brengen. Momenteel moeten een 100-tal therapieresistente (i.e. niet succesvol met medicijnen of psychotherapie behandelde) depressieven en neurotici experimenteel met DBS-elektrodes rondlopen.
Hoe ziet het onderzoek van Mayberg en haar team van de University of Toronto er nu precies uit en wat kunnen we uit de resultaten nu precies besluiten?
6 patiënten met therapieresistente zware chronische depressie (“majeure depressie”) werden in het onderzoek betrokken. Diverse soorten antidepressiva, elektroshocks en psychotherapie (“cognitive behavior therapy”) hadden niet geholpen. Dr. Helen Mayberg was aan de Universiteit van Toronto al jaren als vorser en onderzoeksleider actief betrokken bij onderzoek naar de hersengebieden die zich bij depressie “abnormaal” gedragen. In dat onderzoek bleek een belangrijke regelknop gevonden, en daar wilde Helen Mayberg nu graag wat aan draaien. Die “knop” is een hersengebiedje diep in de hersenschors, de zogenaamde subgenuale cingulate gyrus, of het Brodmann gebied 25 (of Cg25). Het gebied is verbonden met hersenregio’s die instaan voor emoties maar ook met regio’s die instaan voor cognitie en concentratie. Onderzoek had reeds onthuld dat Cg25 overactief is bij acute droefenis. Ook treden er veranderingen in dit gebied op bij patiënten die met succes zijn behandeld voor hun depressie. Om het effect van Deep Brain Stimulation bij depressiepatiënten te bestuderen riep Helen Mayberg de hulp in van dr. Andres Lozano, een neuroloog en universiteitscollega, een hersenstimulatiespecialist. Hij paste reeds DBS, een techniek waarbij een specifiek deel van de hersenen met ingebrachte elektroden onder stroom wordt gezet, toe bij lijders aan de ziekte van Parkinson en bij epileptici. Mayberg wilde nu proberen of de “truc” ook bij depressie soelaas kan bieden. Ze vond drie mannen en drie vrouwen die de experimentele therapie wel wilden ondergaan. Allemaal waren ze al heel lang zwaar depressief, één zelfs al meer dan 20 jaar. De “proefpersonen” werden zorgvuldig geselecteerd. Ze moesten minstens 1 jaar zwaar depressief zijn, met minstens 4 depressie-episodes in hun leven; resistent zijn aan de voor handen zijnde therapieën (medicijnen, elektroshocks, psychotherapie); daarenboven mochten ze om voor ons onduidelijke redenen geen zelfmoordgedachten hebben of in het verleden zelfmoordpogingen hebben ondernomen, noch mochten ze drugafhankelijk zijn (ook geen alcohol - wel nicotine). En ze mochten omwille van de operatie en de invloed van de in te planten pacemaker geen hartpatiënt zijn.
Onder lokale verdoving boorde dr. Lozano twee gaten ter grootte van een stuiver in de schedels van de patiënten. Daarna bracht hij twee draadjes naar binnen, met aan ieder draadje een viertal elektroden. Dankzij een PET-scanner kon hij deze heel precies naar de gewenste plek dirigeren. Vervolgens gaven de onderzoekers elektrische pulsen van 60 microseconden, 130 keer per seconde. Die kwamen van een soort pacemaker, die ze later vlak onder de hals implanteerden. De stroomdraadjes werden er onderhuids naartoe geleid, zodat het hele systeem van buitenaf niet te zien was.
Tijdens de operatie was al meteen duidelijk dat de elektroden op de goede plaats zaten. Alle patiënten zeiden spontaan dat ze er onmiddellijk iets van merkten (wanneer effectief stroomstoten werden gegeven). De patiënten noemden 'plotselinge kalmte of lichtheid', 'het verdwijnen van de leegte', een gevoel van verhoogde alertheid, meer interesse, plotseling lichter worden van de kamer, verscherping van zichtbare details en het intenser worden van kleuren. Wanneer de stroom werd uitgeschakeld, verdwenen die effecten weer. (zie het rapport in het gezaghebbende tijdschrift Neuron, 2005, 45 (5), p.651-660).
In de weken na de operatie varieerden de onderzoekers de instellingen van de pacemaker om voor iedere patiënt de meest adequate te vinden. Ze merkten dat het effect van de elektrische stimulatie niet altijd direct stopte. Hoe langer een serie elektrische pulsen had geduurd, des te langer werkte het effect na. Nare bijeffecten van de stroomstootjes waren er omzeggens niet. Uiteindelijk werden de pacemakers voor zes maanden permanent aangezet.
Vier van de zes proefpersonen waren na twee maanden duidelijk minder depressief. Na een halfjaar was de depressie bij drie van de zes als het ware verdwenen en bij één van de andere drie waren de symptomen ruimschoots weg. Een succesvolle ingreep dus, en dat werd nog eens bevestigd door hersenscans. De afwijkingen van vóór de operatie waren bij degenen die goed op de behandeling reageerden niet meer te zien.
De vier patiënten lijken dus min of meer “genezen”. Ze kunnen het echter niet zonder de elektroden doen. Een extra onderzoek bij één van de genezen patiënten laat zien dat wanneer de onderzoekers na twee supplementaire maanden de stroom uitschakelden zonder dat de patiënt dit wist, deze (een vrouw) nog twee weken relatief stabiel bleef maar dat daarna opnieuw lusteloosheid optrad. Toen de pacemaker na vier weken weer werd aangezet, was ze binnen twee dagen weer even energiek als in de maanden ervoor. De stemmingsverbetering was dus duidelijk gebonden aan de voor de patiënt niet vaststelbare periodes van effectieve stroomgeneratie.
Mayberg en co zijn bijzonder voorzichtig. In hun onderzoeksverslag schrijven de onderzoekers steeds dat de observaties “suggereren” dat DBS effectief is voor therapieresistente depressiepatiënten. Zij wijzen op het geringe aantal proefpersonen. Ze geven ook aan dat het werkingsmechanisme van DBS vooralsnog onbekend is, dat de controle op placebo-effecten zeker niet waterdicht is en dat hyperactiviteit van de Cg25-regio niet voorkomt bij alle subtypes van depressie. Zeker te noteren valt ook dat de vier patiënten die positief reageerden, melancholische trekken hadden en reeds depressief waren vóór hun 35-ste, wat niet het geval was bij de twee onaangedane patiënten. Maar uiteraard vinden Mayberg en co dat dit onderzoek wel naar meer smaakt. Zo willen ze eerst en vooral nagaan of een pacemaker ook werkt wanneer de patiënten geen medicijnen innemen. Want ondanks de “resistentie” en het gegeven dat de pillen dus niet hielpen, bleven de proefpersonen tijdens het experiment netjes zoals voorheen hun antidepressiva slikken.
Wat moeten we nu van dit onderzoek denken?
Verschillende bedenkingen (naast deze die de onderzoekers zelf maken) kunnen worden geformuleerd, zowel voor wat betreft het onderzoekstechnische aspect als de "theoretische" uitgangspunten:
1. het gaat uiteraard om een UITERST KLEIN aantal "proefpersonen", die bovendien niet representatief of "typisch" zijn voor de modale depressieve patiënt. Slechts 15 à 20% van de als "depressief" gediagnosticeerde personen zijn "therapieresistent". Veralgemeningen naar een gebruik van DBS voor "ordinaire" depressies en zeker voor zoiets als een depressieve bui die men eventjes zou kunnen oplossen met een knopswitch (zoals sommige media de zaak voorstellen), zijn dus totaal voorbarig en ongegrond.
2. de proefpersonen zijn rigoureus geselecteerd en dienden diverse "filters" te passeren. De kandidaat-proefpersonen (die met meer dan 6 waren, maar hoeveel precies wordt niet vermeld) werden door twee psychiaters bevraagd: volgens welke criteria die uiteindelijk tot de eventuele al of niet deelname besloten, wordt niet vermeld. Terwijl duidelijk vermeld wordt voor welke antidepressiva de proefpersonen "resistent" waren, wordt over de psychotherapeutische behandeling alleen vermeld dat ze zonder sukses een Cognitive Behavior Therapy hebben gevolgd (Cognitieve GedragsTherapie, CGT in het Nederlands). In Amerika (en ook bij ons) floreren echter diverse niet altijd gelijk(w)aardige therapievormen die zich allen als CGT presenteren. Andere psychotherapieën buiten CGT zijn niet aan bod gekomen dus (ook dus niet bij de proefpersoon die al meer dan 20 jaar depressief was). Misschien selcteerden den de onderzoekers door een soort neurobiologische, neurotechnologhische "vooringenomenheid" die proefpersonen die open stonden voor high-tech-therapieën (en misschien daarom ook voorheen weigerachtig stonden tegenover een psychotherapeutische aanpak).
3. bijzonder merkwaardig is dat suicidaire patiënten NIET aan het onderzoek mochten deelnemen, terwijl de media op basis van Mayberg's onderzoek juist propageren dat DPS duizend mensen zal redden van de zelfmoord. We hebben Dr. Helen Mayberg gisteren per email naar het waarom van deze eliminatie gevraagd. We bezorgen U ten gepaste tijde haar antwoord.
4. kwalitatieve gegevens over de proefpersonen worden (behalve het geslacht) niet aangebracht. We weten b.v. niet of de patiënten voor hun majeure depressie ambulant werden behandeld dan wel reeds residentieel in de "psychiatric ward" van het universiteitsziekenhuis waren opgenomen vóór de DBS-operatie. Het klinisch-psychologisch tableau van de proefpersonen (b.v. aten ze nog regelmatig? hadden ze slaapproblemen? etc.) wordt niet gepresenteerd.
5. de criteria voor genezing zijn uitsluitend gebaseerd op kwantitatieve neuropsychologische tests en gestandardiseerde psychometrische vragenlijsten (waaronder internationaal gebruikte Depressie-schalen). We moeten daarbij bedenken dat gestandardiseerde tests en vragenlijsten oorspronkelijk zijn ontworpen om economische redenen (tijdwinst, mogelijkheid grote groepen personen tegelijk te bevragen). Deze redenen zijn hier niet evident. Over die 6 maanden hebben de onderzoekers het dus blijkbaar niet nodig geoordeeld de proefpersonen via een semi-gestructureerd of ongestructureerd (diepte)interview te bevragen over hun al of niet verbeterde levenskwaliteit. We weten dat ze de dingen "kleurrijker" zagen, etc. maar of de proefpersonen vonden dat ze gelukkiger waren, eventueel het ziekenhuis mochten verlaten of opnieuw arbeidsgeschikt waren, weten we niet. Op basis van de scores op de Depressie-vragenlijsten duidden de onderzoekers de proefpersonen na de 6 mnd-behandeling aan als "matig depressief". Wat dit kwalitatief betekent is compleet onduidelijk.
6. de onderzoekers vermelden dat ze zich o.a. baseren op de uitslagen van statistische analyses van de resultaten op de tests en vragenlijsten. Ze geven daarbij het "statistical package" aan, maar welke statistische toetsen van dit package werden gebruikt wordt slechts in één geval vermeld. Daarbij moet bedacht worden dat statistische analyses op 6 proefpersonen bijzonder onbetrouwbaar zijn.
7. de onderzoekers twijfelen blijkbaar of hun test om het placebo-effect als verklaring uit te schakelen wel waterdicht is. Houden ze er dan rekening mee dat de proefpersonen eventueel wel "wisten", "raadden" of "voelden" wanneer de pacemaker (pulsgenerator) op ON geswitcht stond?
Wij houden er ernstig rekening mee dat hier een onderzoekseffect heeft gespeeld dat gekend staat als het Hawthorne-effect: dit is een effect dat ontstaat wanneer onderzoekers deelnemers aan een onderzoek of experiment zodanig in de watten leggen dat deze deelnemers beter gaan "presteren" zelfs al zijn de objectieve condities waaronder ze moeten "werken" minder gunstig.
Het gaat in Mayberg's research immers om een onderzoek dat zowel voor de onderzoekers als de proefpersonen bijzonder betekenisvol is. Voor de onderzoekers: een mogelijke doorbraak m.b.t. de efficiëntie van DBS voor psychiatrische (en niet alleen neurologische) aandoeningen. Voor de proefpersonen: de proefpersonen moeten "investeren" in dit onderzoek: ze moeten bereid zijn een niet alledaagse chirurgische operatie te ondergaan.
Dit zou geleid kunnen hebben tot een aantal niet voorziene handelingen vanwege de onderzoekers:
- hebben ze de proefpersonen evt. niet subtiel gewezen op het "belang" van het onderzoek, ook voor hun gezondheid?
- hebben ze de proefpersonen niet subtiel de indruk gegeven dat ze van deze operatie "echt" beter zouden worden?
- de proefpersonen kunnen onbewust als volgt gedacht hebben: vermits we deze operatie "ondergaan", zullen we er maar voor "zorgen" dat ze positieve resulaten oplevert.
- zijn de proefpersonen qua voeding, hygiène en affectieve aandacht (b.v. van verpleegkundigen, onderzoekers en assistenten) er tijdens de onderzoeksperiode niet beter aan toegeweest dan voorheen?
Onze hypothese van een Hawthorne-effect kan niet verklaren dat de proefpersonen alleen minder depressief werden als de pulsgenerator effectief aangeswitcht was. Maar de proefpersonen zullen zeker door hebben gehad dat de inplanting van elektrodes en pulsgenerator (zoals beschreven in het instemmingsformulier of "informed consent form") met hun ziekte te maken had: zullen ze in die zin aan de gedragingen van de onderzoekers en hun assistenten ook "gevoeld" hebben wanneer de pulsgenerator op ON dan wel op OFF stond?
De implicatie van een Hawthorne-effect is dat wanneer de DBS-operatie een "routine" wordt, waarbij de patiënt niet meer als een "speciale proefpersoon" wordt behandeld maar als een "nummer", de positieve effecten zullen uitblijven.
Verder dat wanneer op basis van de positieve resultaten van pilootonderzoeken met Hawtorne-effecten de DBS-behandeling een routine wordt, men de effectiviteit van de technologie niet meer gaat vergelijken met andere technieken (psychotherapie, medicatie) en dat de technologie een eigen leven gaat leiden, zoals het geval is geweest met elektroshock-therapie (ElektroConvulsieTherapie ECT) en dat de technologie mettertijd ook zal uitgebreid worden tot andere diagnoses en indicaties zonder dat deze uitbreiding grondig wetenschappelijk wordt getoetst. Dit gevaar kan nog worden versterkt wanneer de geneesheren er zouden in slagen de DBS-operatie als een chirurgische ingreep te laten terugbetalen door het RIZIV. De DBS-aanpak past immers goed in het tegenwoordig gedepersonaliseerd medisch-technisch denken m.b.t. de "behandeling" van levensproblemen, een aanpak die daardoor mogelijk sneller voor RIZIV-terugbetaling in aanmerking komt dan psychotherapie die immers grotendeels aan de controle van de geneesheren ontsnapt.
De DBS-techniek gaat inderdaad uit van de hypothese dat een depressie veroorzaakt wordt door een neurobiologische of een neuro-electrische disfunctie (vermits het werkingsmechanisme van DBS onbekend is, weet men ook niet welke "functie" hersteld wordt). De psychologische facetten (m.a.w. dat wat wij precies als depressie ervaren) zijn dan slechts bijverschijnselen van een "bio"-proces op het niveau van de hersenen. De hypothese dat een hyperactivering van hersengebied Cg25 voorafgaat aan de eigenlijke "psychologische" depressie is echter niet vanzelfsprekend. Meer en meer onderzoek b.v. van de neuropsychoanalytische onderzoeksgroepen laat zien dat psychologische fenomenen (psychotherapie, meditatie, ...) invloed hebben op én de activering van zeker ehersengebieden én de connecties tussen de hersenregio's én de morfologie van zekere hersengebieden. M.a.w. als er een relatie is tussen neurobiologische gegevens en psychologische gegevens, dan gaat die blijkbaar zeker niet alleen in de richting waarvan de biologische psychiatrie en haar bondgenoten in de wetenschapsjournalistiek ons vrij kritiekloos willen overtuigen.
De vraag blijft dus: hebben de psychologische verschijnselen ("symptomen") dan écht geen psychogene betekenis of zin zoals de biologische psychiatrie de zaken voorstelt? Hoe dan ook, als "symptomen" een psychologische zin hebben, dan valt te verwachten dat DBS-aanpakken mogelijk tot symptoomverschuiving zullen leiden (b.v. van het "psychische" naar het "somatische"). Zoals elektroshocks belangrijke nevenwerkingen hebben, zou kunnen blijken dat DBS ook belangrijke lange-termijn neveneffecten heeft. En wie zal dan beslissen of de voordelen opwegen tegen de nadelen?
Tenslotte nog dit: DBS vergt een chirurgische ingreep met een hospitalisatie van een drie à vijf dagen! M.a.w. DBS is niet bepaald goedkoop!!
psychiatrie en samenleving | 02-09-2006 | 23:48 | Link |
vlaams parlement
¤ schriftelijke vragen aan inge vervotte
vlaams minister van welzijn, volksgezondheid en gezin
Vraag nr. 188 van 9 juni 2006 van else de wachter
Geestelijke gezondheidszorg - Elektroshocks
Het gebruik van elektroshocks, beter bekend onder de medische benaming elektroconvulsietherapie (ECT), is een behandeling die al meer dan een halve eeuw wordt toegepast. Ze is sinds de jaren 1990 ook bij ons in België en Nederland opnieuw aan een opmars bezig.
Specialisten op het vlak van elektroconvulsietherapie (ECT) beweren dat de behandeling met elektroshocks zeer efficiënt en doeltreffend kan zijn om bepaalde types van depressie te behandelen. De behandeling wordt meestal toegediend in gevallen van zeer zware depressie, namelijk de therapieresistente depressies wanneer gebleken is dat andere therapeutische middelen in het bijzonder psychofarmaca niet hebben geholpen. De resultaten ervan zijn volgens dr. Pascal Sienaert van UC-Kortenberg zelfs spectaculair te noemen. Psychofarmaca geven een respons van 60 %, ECT geeft 80 % bij depressieve stoornis. Bij bepaalde types van depressie, zoals de psychotische, zou dat nog meer zijn. Onderzoek van de internationale literatuur laat echter zien dat ECT wel tot “verbeteringen” leidt maar zelden tot echte “genezingen” en dat ze doorgaans wordt gebruikt bij patiënten die wel psychofarmaca, met name antidepressiva, hebben gekregen maar zelden individuele psychotherapie. Dikwijls gaat het om patiënten die hun eigen leven in gevaar brengen doordat ze weigeren te eten of te drinken, waarbij de vraag kan worden gesteld of de behandeling van depressiepatiënten in psychiatrische ziekenhuizen wel altijd zo menswaardig is.
Ondanks het feit dat de techniek van ECT de laatste jaren aanzienlijk verbeterd is, kent de elektoconvulsietherapie veel tegenstanders. Een tegenstand die mijns inziens toch wel terecht kan worden genoemd. Niettegenstaande ECT volgens specialisten een beproefde methode is, bestaat er nog steeds te veel onwetendheid over de behandeling met elektroshocks, zowel bij de gewone mensen maar vooral ook bij de artsen.
Een recent onderzoek van het Netwerk Psychiatrie en Samenleving in verband met het gebruik van elektroshocks in Vlaanderen (Eric Rosseel) toont aan dat er vanwege de behandelende artsen tijdens de eerste fases van de opname in een PAAZ (psychiatrische afdeling van een algemeen ziekenhuis) of psychiatrisch ziekenhuis nauwelijks aandacht is voor de inhoud en de oorzaken van depressies en psychoses. Op die manier worden patiënten verhinderd om een doorbraak te bereiken in hun psychische problemen. Dit terwijl zelfs de meeste patiënten vragende partij zijn voor een subject- of individu-gerichte psychotherapeutische aanpak. Daarenboven is het vaak zo dat de institutionele structuur van de instelling waarin ze worden opgenomen (met o.a. vrijheidsbeperking) ertoe bijdraagt dat patiënten in een sukkelstraatje geraken tot ze zo therapieresistent zijn dat de ECT-behandeling wordt gezien als het laatste redmiddel.
Wat vooral zorgen baart, is dat onderzoek aangeeft dat elektroshocktherapie onherstelbare schade kan aanrichten aan de hersenen. Deze schade kan resulteren in kortdurend geheugenverlies, maar heel dikwijls ook in vormen van permanent geheugenverlies. (Gevallen zijn bekend van personen die bv. niet meer weten hoe of waar ze hun levenspartner hebben leren kennen.) Reden genoeg dus om ongerust te zijn. Psychiaters kunnen tot op de dag van vandaag nog steeds niet garanderen dat ECT een heilzaam effect zal hebben dat opweegt tegen de kans dat de patiënt psychische of fysieke schade oploopt.
Zowel internationaal als nationaal bestaat er weinig onderzoek over de wijze waarop patiënten ECT ervaren. In Nederland zijn er twee onderzoeken bekend, waarvan één uit 2002 dat nog steeds niet gepubliceerd is. Wat Vlaanderen betreft, is er het onderzoek van Pascal Sienaert van UC - Kortenberg bij vijftig patiënten, waarvan er veertien weigerden deel te nemen. Dit stemt alleszins tot nadenken.
Momenteel is er een werkgroep werkzaam binnen de Vlaamse Vereniging voor Psychiatrie die het gebruik van ECT in ons land wil standaardiseren, opdat in elk ziekenhuis op dezelfde manier zou worden gewerkt. De bedoeling is dat er kan worden gewerkt volgens bepaalde richtlijnen, met als gevolg dat alle ziekenhuizen dezelfde technieken en doseringen moeten toepassen, wat op zich geen slechte maatregel is.
1. Werd er inzake deze problematiek al overleg gepleegd met de bevoegde federale minister van Volksgezondheid?
2. Zijn er vanuit de medische wereld signalen waaruit blijkt dat de praktijk van elektroconvulsietherapie wordt gestandaardiseerd in alle ziekenhuizen?
3. Welke maatregelen worden er genomen om de levensproblemen van patiënten en de oorzaken van hun depressie beter aan te pakken, veeleer dan te streven naar een standaardisering van de techniek van elektroconvulsietherapie?
4. Welke maatregelen kan de minister zelf nemen om de individueel-specifieke eigenheid van een depressie (of een andere mentale stoornis) in de begeleiding en de behandeling beter tot zijn recht te laten komen vergeleken met de standaardaanpak waarmee psychofarmaca worden toegediend of waarmee ECT wordt toegepast op basis van ruwe diagnoses, in de volksmond ook “etiketten” genoemd?
5. Beschikt de minister over een overzicht van recente wetenschappelijke studies die de gevolgen van elektroconvulsietherapie op gefundeerde maatschappelijke wijze in kaart brengen?
psychiatrie en samenleving | 27-07-2006 | 19:55 | Link |
Het aviesrapport met betrekking tot de definities, praktijk en erkenningsvoorwaarden van psychotherapieën kan je hieronder vinden op:
https://portal.health.fgov.be/portal/page?_pageid=56,4190386&_dad=portal&_schema=PORTAL&_menu=menu_3_1
klikken op 'adviezen en aanbevelingen' en intikken 'psychotherapie'!
psychiatrie en samenleving | 26-02-2006 | 17:50 | Link |
Transcraniële Magnetische Stimulatie (vanuit het Engels Transcranial Magnetic Stimulation) is een relatief recente techniek die als een meer humane vorm van Elektro Convulsie Therapie (elektroshocks) wordt voorgesteld en voor dezelfde soorten 'therapieresistente' patiënten wordt aangewend (hallucinaties, wanen en zware depressies die niet met de bestaande medicijnen kunnen verholpen worden) (zie de log 'Elektroshocks').
Met TMS wordt binnen het hersenweefsel kunstmatig een magnetisch veld teweeggebracht en men vermoedt dat op deze manier de werking afgeremd wordt van de b-adrenerge receptoren (die zelf de opwekkende neurotransmitter noradrenaline inhiberen en dus 'relaxatie' veroozaken, i.e. 'depressie' zouden teweeg brengen), maar deze werking van TMS is geenszins bewezen. Zoals bij ECT weet men eigenlijk niet wat TMS in de hersenen precies doet en niet doet.
Bij TMS werd oorspronkelijk voor een bepaalde tijdsduur (bvb. 15 minuten) binnen het hersenweefsel een magnetisch veld opgewekt. Bij rTMS (r van 'repeated') gebeurt dit in korte herhaalde reeksen met tussenpauzes of intervallen. Ook op andere vlakken stond de technologie niet stil: 1) was de stimulusfrequentie oorspronkelijk 0.3 Hz, nu kan men al tot 50 Hz gaan; 2) met de vroegere methodes kon het magnetisch veld slechts in de oppervlaktedelen van de hersenen worden opgewekt, nu kan men door het creëren van twee verschillende magnetische velden op het kruispunt van deze twee velden een krachtig magnetisch veld opwekken en zo gericht een welbepaalde plaats diep in de hersenen bereiken (zogenaamde focale stimulatie).
Hoe werkt TMS precies? TMS is een methode waarbij men relatief pijnloos de hersenen kan stimuleren. Als stimulator wordt een elektrische condensator gebruikt met hieraan een elektrisch geïsoleerde spoel ter grootte van een handpalm. Wanneer de condensator wordt ontladen creëert de korte sterke stroomstoot een magnetisch veld binnen het hersenweefsel dat immers elektrisch geleidend is. Dit gebeurt door de spoel vlakbij de schedel te houden. Hoe verder de spoel verwijderd is van de schedel hoe meer het magnetisch veld in kracht afneemt. Op deze wijze worden vooral in de oppervlakkige hersenlagen elektrische circuits teweeg gebracht. Zoals hierboven reeds gezegd, kan men nu door middel van een achtvormige spoel (voorheen gebruikte men een ringvormige spoel) twee magnetische velden tegelijk opwekken die naast elkaar liggen en tegengesteld draaien. Op het kruispunt van die twee velden ontstaat dan het krachtigste magnetisme zodat men gericht op bepaalde hersendelen kan focusen zodat focale stimulatie (i.p.v. oppervlakkige stimulatie) mogelijk is.
In vergelijking met elektroshocks (ECT) is TMS veel 'menselijker'. Bij ECT wordt namelijk kunstmatig een epileptische aanval (een insult) veroorzaakt waardoor anesthesie noodzakelijk is (wat in de beginjaren - decennia eigenlijk - van de ECT echter geenszins gebeurde). Bij TMS wordt geen insult veroorzaakt en de behandeling kan dus zonder anesthesie gebeuren. Men spreekt bij TMS van een 'relatief mild bijwerkingspatroon'. De ontlading van de condensator geeft een 'hard geluid', zo hard dat een 'tijdelijke verlaging van de gehoorsdrempel' kan optreden. Behandelaar en patiënt gebruiken daarom oordopjes. Bij gelijktijdig gebruik van metalen meetelektroden kunnen brandplekken optreden. Het gebruik is hoe dan ook af te raden bij mensen met metalen implantaten (vaatclips, pacemaker) en ook bij mensen met hartaandoeningen in het algemeen. Insulten (epileptische aanvallen) kunnen voorkomen, vooral maar niet uitsluitend bij patiënten met een epileptische voorgeschiedenis. Dergelijke insulten zouden samenhangen met de stimulusintensiteit, het stimulusinterval bij rTMS en de stimulus frequentie. Onveilig zouden zijn: een interval tussen reeksen stimuli van 1 sec. of minder; een stimulusintensiteit van 100% of 105% van de motorische drmpel en een stimulusfrequentie van 25 Hz of meer. We zeggen wel 'zouden', want daaromtrent is allemaal geen duidelijkheid.
Al lijkt TMS properder dan ECT, toch is het weer zo'n methode van 'we proberen maar iets' waar de geschiedenis van de psychiatrie zo rijk aan is en waar ze telkens weer de afkeer van mensenrechtenactivisten heeft opgewekt. Ook TMS is als 'behandeling' geïntroduceerd door mensen die niet konden aantonen hoe het werkte en of het wel werkte. Zoals men vroeger psychiatrische patiënten inspoot met allerlei ziekteverwekkende stoffen en men ze onderwierp aan tal van andere mensonwaardige behandelingen (zie onze link naar 'psychopolitiek: geschiedenis van de psychiatrie'), zo ook is men nu het stadium van 'we experimenteren maar met van alles' nog niet ontgroeid. De TMS-techniek wordt nu ongeveer 10 jaar vrij intensief benut en nog steeds kan men op basis van evaluatiestudies niet aantonen welke patiënten er eventueel baat bij zouden hebben. Expert qua TMS-studies in België is prof. Hugo D'Haenen van het Academisch Ziekenhuis VUB in Jette. Ook hij moet besluiten dat 'verder onderzoek gewenst is'.
Wij zijn geen tegenstander van nieuwe technieken. Maar in andere takken van de geneeskunde wordt doorgaans toch wat minder met de 'natte vinger' gewerkt. De hersenen zijn een complex orgaan dat bovendien samenwerkt met andere organen (bvb. deze die hormonen produceren). Een actie tegen een deel van het hersenorgaan, in casu de b-adrenerge receptoren, heeft allerhande repercussies op andere systemen binnen en buiten de hersenen. Vandaar trouwens de bijwerkingen van de psychofarmaca: dat veel antipsychotica b.v. de melkklieren stimuleren zodat je melk produceert zonder zwanger te zijn, bewijst de intense samenwerking tussen de zenuwcellen in de hersenen en de hormonale huishouding in het lichaam; de meeste zenuwcellen bevatten nl. ook 'exciterende' en 'inhiberende' receptoren voor hormonen. Op weerloze psychiatrische patiënten mag men blijkbaar van alles uitproberen zonder dat men zich ook maar tegenover iemand moet verantwoorden, dit alles met het argument dat ze 'therapieresistent' zijn.
kortom: er is iets mis met deze hele zaak.
psychiatrie en samenleving | 23-02-2006 | 04:10 | Link |
Elektroshock, nu in medische kringen bekend onder de naam Elektro Convulsie Therapie (ECT), is een behandeling die het laatste decennium, ook in België en Nederland, weer in opkomst is. Het is niet geweten via welk mechanisme deze therapie of (“therapie”) werkt of zou werken en ook niet wat er eventueel zou fout zitten met de hersenen van de patiënten waarop de elektroshocks worden losgelaten. De ECT werd oorspronkelijk toegepast op 'weerbarstige' patiënten van allerlei slag: hardnekkige wanen bij schizofrenen, duurzame onverklaarbare pijnen, zware gevallen van melancholie, agressieve patiënten, enz. Nu worden elektroshocks in de meeste landen vooral toegediend aan gevallen van hardnekkige relatief zware depressie ('majeure depressie’, therapie-resistente depressie TRD) wanneer gebleken is dat geen enkele andere therapie (i.h.b. antidepressiva dus) werkt, zogenaamde therapie-resistente patiënten.
De elektroshockbehandeling werd in 1938 uitgevonden door de Italiaanse psychiater Ugo Cerletti, hoofd van de psychiatrische afdeling van de Universiteit van Rome. Hij had gezien hoe varkens met elektroshocks werden voorbereid op de slacht. Cerletti wekte epileptische aanvallen op door elektrische schokken rechtstreeks toe te dienen op het hoofd van zijn patiënten. Cerletti's eerste patiënt was een gevangene, die hem bij de behandeling om genade smeekte. Bij de eerste vormen van elektroconvulsietherapie werden nauwelijks voorzorgen genomen en dat bleef zo tot diep in de jaren 1960 en 1970: het gezicht verkrampte in een blik van compleet afgrijzen, het ganse lichaam schokte op en veel patiënten braken één of meerdere ledematen en zelfs de ruggegraat. Er zijn heel wat doden gevallen.
ECT raakte in de jaren 1970 (o.a. na de film 'One flew over the cuckoo's nest' van Milos Forman met Jack Nicholson in de hoofdrol) wat in ongebruik, maar rond 1985 kwam ze weer in zwang, eerst in de USA en sinds de jaren 1990 ook in Europa, ook bij ons in Nederland en België.
Elektroshocktherapie is sinds 2001 verboden in Slovenië, en in 2002 werd ECT voor kinderen, ouderen en zwangere vrouwen verboden in de Italiaanse regio Piedmonte. Toch wordt ECT wereldwijd nog steeds op grote schaal toegepast, in de USA zeker 100.000 gevallen per jaar. Nochtans beoordeelde een overzichtelijke evaluatiestudie van de Universiteit van Colombia in 2001 ECT als ineffectief om patiënten van hun depressies te verlossen: omzeggens alle patiënten wiens toestand op korte termijn een zekere verbetering vertoonde, kregen een terugval binnen de zes maanden na hun behandeling. Het dikwijls bereikte korte-termijn effect van ECT blijkt dus meestal niet duurzaam. Heel wat onafhankelijke studies bevestigen de relatief beperkte effectiviteit van ECT, zeker vergeleken met de door de voorstanders dikwijls vergoelijkte schade die ECT aan de hersenen toebrengt (geheugenverlies is bijzonder frequent). In minstens vier USA-staten (Alabama, California, Colorado en Texas) is nu ECT voor kinderen verboden. In veel landen wordt de anti-ECT actie wel gecompromitteerd doordat de Scientology-kerk van het verbod op ECT één van haar voornaamste actiepunten heeft gemaakt.
HOE "WERKT" ECT?
Tegenwoordig gebeurt elektroconvulsietherapie onder anesthesie, vandaar dat niet meer over elektroshocks in de eigenlijke zin gesproken wordt. Het toedienen van de elektrische schokken is echter onveranderd gebleven. De patiënt krijgt een injectie tegen de pijn en een spierverslappend middel om te voorkomen dat de ruggengraat breekt en dat het lichaam teveel schokt. De elektroden worden op beide slapen aangebracht of op één kant (van voor naar achter op één hersenhelft), met een gel die moet beletten dat de huid verbrandt. Er wordt een rubberen bijtstang in de mond gedaan om te voorkomen dat de tanden breken en de patiënt op zijn of haar tong bijt. Door de anesthesie is de behandeling vergeleken met vroeger veel minder ‘spectaculair’. Na de voorzorgen wordt er een stroomstoot spanning van 150 volt door de hersenen gejaagd. De stroom veroorzaakt een algemene excitatie van de hersencellen vergelijkbaar met een epileptische ‘grand mal’ aanval. Massa’s zenuwcellen sterven af, omdat de hersenen een bijzonder acute nood hebben aan zuurstof waaraan onmogelijk kan worden voldaan. De biochemische activiteit en de fysiologie van de cellen veranderen. Uit heel wat onderzoek is gebleken dat elektroshocktherapie onherstelbare schade kan aanrichten aan de hersenen, veelal resulterend in relatief kortdurend geheugenverlies maar heel vaak ook vormen van permanent geheugenverlies. Vroeger viel er regelmatig een dode, maar ongelukken met ECT zijn uiterst zeldzaam geworden. In de gevallen dat ECT een verbeterde stemming met zich mee brengt, weet men echter geenszins via welk neurologisch mechanisme dit gebeurt en weet men al evenmin wat er bij de patiënten neurofysiologisch fout zat. ECT mag dan voor psychiaters een laatste redmiddel zijn, ze kunnen nooit garanderen dat ECT een heilzaam effect zal hebben dat opweegt tegen de kans dat de patiënt psychische of fysieke schade oploopt. Dat stelt de vraag naar het wezen van de therapie-resistentie van zekere patiënten: als deze patiënten of hun lichaam omwille van welke reden dan ook 'besloten hebben zich uit het leven terug te trekken' (b.v. niet meer willen eten), hoe kan dan een therapie als ECT hen werkelijk op betere gedachten brengen? En als ze beter worden, hoe beter worden ze dan? De effectiviteitstudies van ECT spreken zich dan ook dikwijls tegen, afhankelijk van de criteria voor beterschap die worden gehanteerd.
Er is internationaal en nationaal nauwelijks onderzoek over de wijze waarop patiënten ECT ervaren. In Nederland zijn twee onderzoeken bekend, waarvan één uit 2002 dat echter nog altijd niet is gepubliceerd. Voor Vlaanderen hebben we een onderzoekje van Pascal Sienaert van UC-Kortenberg bij 50 patiënten waarvan er 14 weigerden aan het onderzoek deel te nemen. Dat zegt misschien al genoeg.
Voor een koele wat men dan noemt wetenschappelijke evaluatie van ECT zie: Broek W.W.F. van den, Leentjens A.F.G., Vliet I.M. van, Verwey B. (red.) Handboek Elektroconvulsie therapie. Assen, Van Gorcum, 2005.
psychiatrie en samenleving | 20-02-2006 | 09:27 | Link |
Evidence-based medicine, zoals de biologische psychiatrie en de orthomoleculaire psychiatrie, betoogt behandelingen toe te passen waarvan uit gedegen wetenschappelijk onderzoek zou gebleken zijn dat ze werken. Hoe gaat zo'n onderzoek in zijn werk? Bij een groep mensen met diagnose XYZ gaat men een bepaalde experimentele behandeling A (bvb. een nieuw geneesmiddel) invoeren met daarnaast een controlegroep die een placebo (iets dat hoe dan ook niet werkt, bvb. suikerwater) toegediend krijgt. Uit het onderzoek zal bvb. blijken dat bij de experimentele groep het middel A bij 30% een verbetering van de gezondheid teweeg brengt, terwijl dat bij de controlegroep maar 15% is. Dit verschil van 15% blijkt groter te zijn dan het toeval: het verschil is zoals men zegt statistisch significant. Maar 85% heeft geen baat bij middel A: 7O% die niet beter wordt plus 15% met een placebo-effect. In de medische praktijk zal men echter 100% van de mensen met diagnose XYZ aan de behandeling A willen onderwerpen, terwijl slechts bij 15% kan verwacht worden dat dit resultaat zal opleveren. Deze 'evidence-based' redenering verklaart waarom bij minstens de helft van de depressies antidepressiva niet helpen en waarom psychotici wel verdoofd worden door antipsychotica maar hoegenaamd niet genezen worden, terwijl deze 'zieken' wel de korte-termijn en lang-termijn neveneffecten moeten ondergaan. (10-2-2006)
psychiatrie en samenleving | 10-02-2006 | 07:09 | Link |